Vrijdag
Het weer is wat aantrekkelijker, maar het blijft guur. Goed op tijd vertrek ik naar de sporthal.
Ik kom net op tijd toe om Aike haar toespraak mee te maken. Voor elk optreden roept ze de dansers samen voor bespreking. Eerst komt de waardering. Gisteravond was het erg goed, wel een 8/10 waard … maar ze wil een 10/10 bekomen. Dan overloopt ze haar nota’s met opmerkingen. Wanneer een groep het erg goed gedaan heeft, komt er applaus van de andere dansers, bij iets wat moet verbeterd worden, luistert men aandachtig. Nu, Aike kan het dan ook heel dramatisch brengen. De kleinere dansers genieten ervan, velen willen dan ook later als ‘juf Aike’ worden.
Na de palavers moet iedereen even ‘meewerken’. Sara Mancini ( choreografe, volgt ook een professionele opleiding als danser) heeft Vincent Vianen meegebracht. Ik zie wel dat het een mooie jongen is, maar weet (tot mijn schande!) niet wie hij is. Hij blijkt een gekend danser te zijn. Samen met Sarah wil hij een spotje opnemen dat zal dienst doen om Sarah te promoten bij een of andere wedstrijd …
Dus even oefenen. Aftellen en daarna handen in de lucht. Daarna de opname. Het wordt nog eens overgedaan: het was goed maar nog niet goed genoeg. Na een paar beurten zijn Sarah en Aike tevreden en zoekt iedereen zijn hoekje op.
Bij het buitengaan van de zaal zie ik vrijwilligers van de bar-ploeg wc’s poetsen, vuilniszakken verwisselen … enfin, alles klaar maken om de volgende toeschouwers comfortabel en netjes te ontvangen alsof zij de eerste bezoekers zijn.
Ik loop naar boven en ga een goede dag zeggen bij schminksters en kapsters. Het is er ontzettend warm. Op een gegeven moment worden alle dansers die niet onder handen worden genomen gevraagd om buiten te wachten, de lucht is echt niet meer te ademen. Ook nu hangen er overal foto’s van voorbeelden en lijsten met uitleg. Gelukkig zijn de vrijwilligers goed op elkaar ingespeeld en de eindverantwoordelijkheid wordt gedragen door professionelen.
Dan naar de kleedkamers. De gekende drukte. Groepjes eten een meegebrachte boterham, anderen zijn verdiept in een spelletje. Ze leven rustig naar het optreden toe.
Achter het podium slaagt Greet erin alle kostuum op de juiste plaats te krijgen voor de snelle wissels. Soms moet dit zo rap gebeuren dat, eens de danser achter de schermen verschijnt, er iemand klaar staat om te helpen voor het uittrekken van de kleren, daarnaast staat dan weer iemand die de nieuwe kleding helpt aantrekken, terwijl een derde zich ontfermt over een of ander accessoire. Even later staat de danser dan weer op het podium, soms in de daarop volgende dans. Terwijl op het podium alles geluidloos (ach nee, de muziek is duidelijk hoorbaar) in elkaar loopt, is het achter het podium soms een heel hectisch gedoe.
Tegen de muur aan, achter het decor, liggen kabels en nog eens kabels, en niet van de minste. Omdat de sporthal niet genoeg elektriciteit kan leveren om te voorzien in de behoeften voor klank en licht, staat er buiten een generator te draaien. Om tijdens de opvoering niet te struikelen over deze hindernissen, blijft er steeds een soort kerstversiering branden, niet zichtbaar op de scène, maar voldoende licht gevend om de dansers voor valpartijen te behoeden.
Bij de finale komen alle deelnemende dansers op het podium. Groep na groep verschijnen ze. Ze hebben een zwartgekleurde basiskleding aan met daarop felgekleurde accessoires die fluorescerend oplichten onder een blacklight lamp. De eerste groep draagt handschoenen. De tweede groep krijgt een soort bretels opgespeld, de groep met de kleinste dansers draagt een bloem op hun bovenstuk en de laatste groep beroept zich op een stropdas: 400 jonge mensen die samen dansen. Wanneer ze uitgedanst zijn komen de choreografen op het podium: even schrik dat het podium het niet gaat houden. Tenslotte verschijnt Aike. Ik weet dat ze daar erg tegen op ziet. Op dat moment draagt zij de show, de school, alle verantwoordelijkheid. Ze neemt het welverdiende applaus in ontvangst en verwijst naar de docenten en dansers om ook hen in het applaus te betrekken. Bloemen worden de scène opgedragen: de choreografen en Aike worden met bloemen bedacht. Dit zal zich na elke vertoning herhalen en ten slotte mogen de betrokkenen de bloemen mee naar huis nemen.
Zo, de tweede vertoning zit er op. Morgen is er ook een namiddagvertoning. Daarmee zal het optreden voor cast I er op zitten.
wie een tekening maakt, maakt kans om verkozen te worden een ruiker bloemen af te geven bij de finale
Donderdagavond
Stilaan wordt het de tijd van optreden. Iets na zeven uur komen de eerste toeschouwers toe. De inkombalie bestaat uit een tafel aan de ingangsdeur in een gang die leidt enerzijds naar de sanitaire blokken, anderzijds naar de toegangsdeur tot de sporthal waar het podium staat opgesteld. Feitelijk is het nog te vroeg voor de bar: die gaat pas open om 19u30. Maar de vrouw met twee kinderen komt van Kortrijk en wou zeker op tijd komen. Ze dacht in de buurt wel iets te vinden om de resterende tijd door te komen … maar rond de sporthal is echt niets te vinden dat aan die behoefte kan voldoen. En buiten nog wat rondwandelen is ook niet zo aantrekkelijk: de wind is vrij guur. Carlo wrijft eens over zijn goed hart en stelt de bar open. Heel attractief is dat niet als oplossing: een grote ruimte met tafeltjes en kisten (geen stoelen), maar beter dat dan te verkleumen in de kou.
Ik trek me terug in de artiestenbar voor een koffie. Aike loopt er ook rond, komt zelfs even bij mij zitten … ze moet haar teennagels nog lakken. Dat doet ze terwijl ze in twee zinnen wat informatie doorgeeft over de familie. Wanneer mijn gsm afgaat, weet ik dat Felix aangekomen is. Felix is medelid van de kunstkring Gesigneerd en we kunnen het goed met elkaar stellen.. Ik loop de trap af richting ingang en zie hem toekomen met zijn vrouw, zoon en schoondochter en een kleindochter. Een andere kleindochter danst bij Aike. Nu komt hij als fiere opa naar het eerste optreden van de kleindochter kijken. Even aan iedereen een goede dag zeggen en we spreken af dat we tijdens de pauze samen iets zullen drinken. Dat zal later een hopeloze zaak blijken: ik vind hen niet tussen de massa.
Ook ik ga richting optreden. Ik heb er vertrouwen in. Iedereen loopt er vrij ontspannen bij, Aike bliksemt van hier naar daar, Carlo is zijn gewone rustige vriendelijkheid zelve … uiteindelijk het normale plaatje voor een optreden.
Bij de toegangsdeur naar de zaal staat een groepje van zes: twee mannen in ’t zwart, die met hun zonnebril op hun neus als stoere deurwachters willen overkomen, wat hen bijna lukt. Zij kijken of iedereen de juiste toegangskaart heeft. Trouwens, het logo op de achterkant van de kaart (en ook van de t-shirts voor de medewerkers) is van Deepak, de jongste broer van Aike. Leuk om ontdekken. Naast de twee mannen in ’t zwart staat een schitterende Marly Monroe in ’t wit en een toekomstige Michael Jackson samen met een konijntje Pluis en een soort John Travolta uit vroegere jaren. Zij bieden het programmaboekje van de dansproductie aan. Ook dat moet aan de man (m/vr) gebracht.
Voor het begin van de show is er een soort opwarmer met jonge breakdancers. Die zullen tijdens de pauze hun optreden nog eens herhalen.
Ook ik zoek stilaan mijn plaats op. Toevallig kom ik naast de moeder van E. te zitten: ze was een van de kinderen die het ongeluk in Sierre overleefden. E. treedt mee op. Ze was licht gekwetst, maar nu voldoende hersteld om één dansje van de twee waarvoor ze oefende mee te doen. Later komt er nog een jongen in een rolstoel binnen gereden, ook hij overleefde Sierre. Bij een andere voorstelling zal een ander meisje in de tribune zitten dat er bij was: zij moet nog verder genezen voor ze terug kan dansen. Het drama blijft aanwezig. Maar het is goed dat het aanwezig mag zijn. Trouwens, in het voorwoord dragen Aike en Carlo, in naam van alle choreografen en dansers, deze voorstelling op aan alle slachtoffers van het busdrama en hun familie.
Wanneer het optreden begint groeit de zaal mee met de dansers. Het applaus is welgemeend. De kleinsten krijgen een extra applaus: hun leeuwendans is niet alleen leuk, maar ook heel expressief. Ontroerend om die jonge dansertjes zo overtuigend de sterren uit de hemel te zien dansen.
Dansact na dansact brengt de zaal in beroering: soms heel onstuimig dan weer meer ingetogen zoals in Romeo and Julia. En dan flitst het licht weer aan, schuift het gordijn achter de tribune omhoog en is de bar zichtbaar. We schuifelen er heen. Ik bestel me een witte wijn en zoek naar Felix en zijn groepje. Helaas vind ik ze niet maar ontdek wel de moeder van Carlo en drie van haar kleinkinderen. Ik sluit me bij hen aan. Waarover praat je dan? Over de kinderen natuurlijk, ook over Aike en Carlo. Twee fiere moeders die ook wel trekjes van bezorgdheid vertonen. Er mag nu toch niets verkeerd gaan, er staat zoveel op het spel. Maar we kunnen over onze (over)bezorgdheid ook wel lachen. En D. geniet van haar kleinkinderen: mooie jonge mensen die nu de volwassenheid uitproberen. Het pamperen is voorbij, nu kan ze al een ernstig gesprek met hen voeren en daar houdt ze wel van.
Het tweede deel is nog intenser dan het eerste. Even hou ik mijn hart vast als er in een breakdance sessie acrobatische toeren worden uitgehaald. Maar ook dat verloopt vlot, het is geoefend tot en met en het applaus is welverdiend.
De finale is origineel. Ik voel me opgelucht dat alles voor het oog van het publiek zonder problemen verlopen is. Hoe het achter de schermen was verneem ik morgen wel. Ik kan Carlo nog even goede dag zeggen maar Aike is nu opgeslokt door andere bezigheden. Laat maar, ik ga naar huis, daar verslag doen.
na de opvoering proberen dansers nog wat paaseitjes te verkopen ter ondersteuning van de reis naar New-York van compagnie AIRA
aan de inkombalie herken ik mijn jongste dochter (rechts) naast Karine, een medewerkster sinds jaren
John Travolta en konijntje Pluis: om door hen bediend te worden zou je een extra programmaboekje nemen
Het is zo ver ...
Vanavond start het optreden. Zouden Aike en Carlo geslapen hebben? Aike zal waarschijnlijk alle resterende problemen nog eens doorgemaald hebben: hoe dit oplossen, daar moet nog iets veranderen, wie zorgt voor …? Carlo zal wellicht zijn logistieke problemen onder controle hebben, maar kan hij de financiële kant met een gerust gemoed benaderen? Zo’n optreden is een enorme investering. Ik probeer er niet aan te denken. Ik kan toch niets doen in hun plaats en als moeder moet ik bedenken dat ze de klappen van de zweep-van-het-optreden kennen en er mee weten om te gaan.
Als toeschouwer geniet je van de glamour, het dansen, het enthousiasme van de kinderen, achter de schermen gaat het er soms wel anders aan toe. Maar de vele vrijwillige handen zullen het geheel wel draaiende houden en ik ga er als toeschouwer heen.
Donderdag is er een algemene repetitie, daarin worden de laatste onnauwkeurigheden verbeterd.
Elke vertoning wil ik bijwonen, enerzijds wat bang dat er toch iets zal mislopen, anderzijds genieten van de show en fier zijn op mijn dochter en schoonzoon dat ze het weer klaar gekregen hebben. Ik weet, na elke vertoning zal Aike nog wel punten vinden waaraan dient gewerkt. Achteraan de tribune, naast de technicus van het licht zit ze als een strenge juf notities te maken met haar opmerkingen, die ze dan voor het begin van de volgende opvoering bespreekt. Als toeschouwer merk je nauwelijks iets van die tekortkomingen. Maar ze zal de dansers ook waarderen en aanmoedigen om het nog beter te doen.
Ik voel me zelf een beetje ‘stressie’ (is het woord dat ik soms hoor vallen in het danscentrum). Ik ga op tijd naar de sporthal, dan kan ik eens rondlopen, met de mensen wat babbelen, me laten inspireren voor dit verslag, foto’s maken voor mezelf en mijn blog … en even poolshoogte nemen of Aike en Carlo het overleven. Vorige dagen hadden we nog regelmatig telefonisch contact: kaarten bestellen voor vrienden, een vraag of ik een bepaalde boodschap wou doen … Nu is het telefoonstilte tussen ons. Maar nu is geen nieuws goed nieuws. Vanavond zie ik ze dan weer. Aike waarschijnlijk in een flits, net genoeg voor een zoen, Carlo zal me wel inlichten over de lichamelijke en geestelijke toestand van mijn dochter: uiterlijk blijft hij de rust zelve.
Wanneer ik toekom verken ik de omgeving: toch een enorm gedoe deze sporthal. Ik ontmoet bekenden; ze lopen er enthousiast bij, maar zijn druk bezig. Die allerlaatste uren zijn toch wel stresserend: 20 uur nadert onherroepelijk. Ik neem wat foto’s hier en daar, loop de artiestenbar binnen: een brede gang met een keuken met een basisinstallatie van warm water, afwasmachine … met al de apparaten van de dansschool erbij een handzame ruimte. Rechts, aan de overkant van de keuken is er een bureau. Iemand werkt achter een pc. Is het iemand van het danscentrum? Ik ken hem niet, maar je weet nooit. Even vragen dus. En van de vraag naar informatie i.v.m. zijn aanwezigheid in het geheel, komt er een heel gesprek.
Neen, hij behoort niet tot het danscentrum, maar is ambtenaar van de Stad Leuven. De Sporthal is van de Katholieke Hogescholen Leuven. Leuven zelf heeft verschillende sportcomplexen, maar niet voldoende om aan alle aanvragen te voldoen. Daarom huurt de stad dit complex af na de lesuren, anders staat het toch maar leeg. Hij vormt met twee andere collega’s een team. Zij zijn zaalverantwoordelijken, die het geheel moeten laten draaien, vanaf de administratieve afwerking tot het sluiten van de deuren. Het is de eerste keer dat een dergelijk optreden plaatsvindt in de sporthal. Toevallig heeft hij dienst. Zijn collega vroeg hem te vervangen daar die op vakantie trok. Hij heeft er geen spijt van. De sfeer is geweldig … en werken met jonge mensen houdt je zelf jong. We blijven nog een tijdje doorbabbelen, hoe hij op deze job terecht kwam, hoe hij zijn huis verbouwd heeft … Het is leuk om met hem te praten. Nu ja, voor deze job moet je wel een sociabel iemand zijn. Wellicht duik ik nog wel eens zijn bureau in, even wat rust in de drukte van dat al dan niet jong geweld.
Op het gelijkvloers bevinden zich de kleedkamers. Het is een enorme ruimte, vermoedelijk met dezelfde afmeting als de ruimte waar het optreden plaats vindt. Elke groep heeft een kleedhoekje, aangeduid met Zweedse banken, linten, kledingrekken … naarmate de dagen vorderen brengen dansers er hun eigen accenten aan. Ondanks de dagen en vermoeidheid toenemen blijkt de chaos zich te beperken tot wat wanorde in eigen kleding. De dansers zijn gedisciplineerd in het wegbrengen van afval en de vuilniszakken worden regelmatig vervangen: dus geen bananenschillen om op uit te glijden, geen vet papier waarin boterhammen zaten. Ondanks ze met 400 dansers de ruimte in beslag nemen, lijkt alles nogal rustig te verlopen. Dat is het voordeel van een goede ‘structuur’: ieder kent zijn plaats en weet de regels, zo vermijdt men conflicten en eerbiedigt men ieders aanwezigheid.
Dan zie ik dansers rondlopen zuigend op een lolly. Het is een vorm van toy-toy (gelukwenser, een ritueel in het dansmilieu) en tevens wel een letterlijk zoethoudertje bij het wachten. De lolly’s zijn vrij beschikbaar: de suikers geven wat extra energie (wat soms nodig is) en omdat ze er zoveel mogen eten als ze willen, maken de dansers er maar beperkt gebruik van.
Met het verschijnen van de lolly’s stijgt de spanning. De bewegingsvrijheid van de dansers wordt ingeperkt: niet meer vanachter het scherm naar de toiletten op het gelijkvloers, daarvoor moeten ze nu naar de eerste verdieping. Nog even geduld en de show gaat definitief van start.

