


Een wereld van gekraste lijnen


Een volgende stap is lijnen krassen op één blad waardoor een wereld vol zachtheid ontstaat. Omgeven door sterke ruige lijnen kunnen dunne soms nauwelijks waarneembare lijnen hun intrede doen. Het voelt goed, die ruige lijnen beschermen het meer ingetogene. Veiligheid biedt zich aan. Daarin kan het verborgene aantreden, datgene waarin het diepe zelf zich aanbiedt in een taal die universeel is.
Krassen uit mijn ziel


Wit papier, daarop een zwarte of donkergrijze laag verf. Aan de slag met een etsstift om er iets van te maken.
Waarom krassen mij aantrekt? Het geeft een gekartelde lijn en doordat het in papier gekerfd is heeft het ook een dieptewerking. Het braam van het krassen aan de zijkant van de lijn schept een extra gevoeligheid.
Ik vertrek van één lijn. Een lijn die dun begint, in het midden aangroeit, en op het einde weer dun eindigt. Op een ander blad een andere enkele lijn: ze zet stevig aan, verfijnt naar het midden toe en eindigt weer in volle glorie. Twee keer een lijn, twee keer een vertaling van kwetsbaarheid, gevoeligheid, mogelijkheid van nuancering. Een hele wereld kan zich daarin schuil houden. Die lijnen staan daar bijna uitdagend zichzelf te zijn. Je kan er niet omheen, ze eisen de ruimte op, ze confronteren in de naaktheid van hun essentie.
Die kraslijnen hangen in de eindejaarsexpositie van de academie. Ik kreeg al verschillende waarderende woorden daarover. Blijkbaar spreekt die kwetsbare soberheid aan.

Wc-brillen onder de vernis
Na een laag vernis moeten de wc-brillen alleen nog drogen en ze zijn klaar voor de tentoonstelling en verkoop. Wanneer ik ze deze avond terug in hun verpakking steek voel ik me wel fier over de prestatie: het was niet alleen leuk om doen maar het resultaat mag ook gezien worden.
Een eerste wc-bril is al verkocht, ja, aan een vriend van de café-uitbater van naast de academie waar we de laatste dagen nog iets gaan drinken zijn. Iedereen enthousiast en felicitaties voor de ontwerpster. Volgende week gaan we proberen buiten te schetsen als het weer het toelaat. Een bezoek aan Museum M is ook gepland. Ik denk niet aan de activiteiten deel te nemen, tenzij een hittegolf plots komt opzetten, dan waag ik me wel buiten. Museum M zal ik op een ander moment bezoeken want ik heb reeds andere plannen. Daarmee sluiten we het jaar binnen de academie af.
Hieronder de foto’s van de wc-brillen. Tussen haakjes staat de naam van de schilder waardoor men zich liet inspireren
Uriël Da Costa


Geen belletje dat rinkelt? Bij mij ook niet toen ik voor de eerste keer over deze man hoorde. Karel vernoemde hem aan tafel. Hij had ergens iets over die man gelezen… was daar dieper op ingegaan en tenslotte werd het een litterair-filosofisch avontuur voor hem. Da Costa schreef een verdediging van zijn opvattingen in een vorm van autobiografie. We spreken over de jaren 1585 – 1640, ook al een tijdje geleden. Hij schreef die biografie in het Latijn, zoals gebruikelijk in die tijd. Het is geen lange tekst, eerder een pamflet. Omdat Karel echt wou weten wat die Da Costa te zeggen had en een (recente) Nederlandse vertaling niet voorhanden was… vertaalde hij de tekst dan maar zelf.
Dagenlang zag ik hem zitten achter zijn bureau: toetsenbord van pc binnen handbereik, het boekje van Da Costa bijna op schoot, links en rechts Latijnse woordenboeken, twee Franse en een Engelse vertaling ter vergelijking. Aan tafel kon ik de vorderingen volgen, de problemen die hij zich stelde, niet zozeer met de vertaling, wel met wat de inhoud te bieden had. Karel is een knappe kop als het over Latijn gaat, dan leeft hij op. Soms probeert hij me iets duidelijk te maken, maar Latijn is voor mij jammer genoeg een onbekend gebied. Maar naast problemen bij de vertaling kwamen er uit de tekst toch wel eigenaardigheden te voorschijn. Maar daarvoor verwijs ik door naar het blog van Karel.
Nadat de tekst door een vriend was nagelezen, besproken, verbeterd, nog eens herlezen, nog wat gesleuteld aan de vertaling was het mijn beurt om de tekst door te nemen. Kijken of het een leesbaar werkstuk is voor een buitenstaander. Eerst dacht ik: oei, wat moet ik met zo’n oude tekst beginnen. Gelukkig is het een soort biografie en dat spreekt me toch altijd wel aan. Al lezend krijgt de tekst me wel in zijn ban. Omwille van de correctheid van de vertaling om zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijk tekst te blijven, leest de tekst wat moeizaam. Ik kon het best volgen als ik de tekst in mezelf voorlas. Maar dan gaat een wereld open waarvan ik blij ben dat die ‘voorbij’ is. Je zal in die tijd maar aandurven om de heersende (ook in de zin van de macht hebben) godsdienstige overtuigingen in vraag te stellen, zowel bij de christenen als bij de joden.
Ondertussen bewonder ik Karel wel. Je moet het maar kunnen om zo’n oude tekst in een begrijpbaar en toch niet ver van de Latijnse tekst afwijkend Nederlands te vertalen… dat hij daardoor vergeet de verkeersbelasting te betalen, wie zal het hem kwalijk nemen.
En nu?


Vanavond de wc-bril nog een laag vernis geven en het jaar van academie volgen, zit er voor mij op. Niet dat alle activiteiten voorbij zijn. Er wordt nog geschetst, kunstuitstappen georganiseerd … maar dat laat ik allemaal aan mij voorbijgaan. Met het regenweer blijf ik liever thuis. Aan mijn tekentafel geraak ik ook mijn enthousiasme kwijt. Natuurlijk mis ik dan het gezelschap van de collega’s, maar sommigen zie ik nog wel in de vakantie.
Het jaar is feitelijk veel te vlug voorbij gegaan. En volgend jaar moet ik mijn eindwerk inleveren. De doeken staan al klaar, de inspiratie is zich aan het opbouwen. Ik wil werken rond de gedichten van Pablo Neruda: Canto General. Het zijn een 350-tal gedichten, geschreven over verschillende jaren. De gedichten behandelen de geschiedenis van Zuid-Amerika, vanaf zijn mythisch ontstaan,over zijn kolonisatie en uitbuiting tot zijn bevrijding. Op 8 gedichten schreef Theodorakis muziek. Maria Farantouri zong ze, met haar prachtige en krachtige stem de wereld in. De gedichten werden in het Spaans geschreven. Ik behelp me met een vertaling van Willy Spillebeen en Bart Vonck. Dagelijks lees ik er wat in om er mee vertrouwd te raken. Ergens heb ik nog: ‘Ik beken, ik heb geleefd’ van Pablo Neruda liggen, zijn zelf geschreven biografie, dat wil ik terug opduiken en nog eens herlezen. Niet alleen inhoudelijk wil ik vertrouwd worden met het meesterwerk van deze Chileense dichter en nobelprijswinnaar, maar ik wil als het ware de sfeer aanvoelen, vertrouwd worden met de geuren en kleuren van de wereld van Neruda.
Ondertussen doe ik het wat rustiger aan mijn tekentafel. Enkele weken geleden ben ik met krassen begonnen, met de vraag: wat is een lijn, wat doet een lijn met een blad, met de ruimte. Ik borduur daar nu verder op, maar nu met Oost-Indische inkt op wit papier. Een van deze dagen zak ik wel eens af naar een of andere zaak voor schildersgerief en koop daar dan zwart karton. Met een laag witte verf erover kan ik dan terug aan de ‘kras’. Het is zowat zoeken naar het beste materiaal om mijn ideeën uit te werken. Het bezig zijn met de ‘lijn’ is erg ontspannend. Ik vergeet de regen en laat de zon vanuit het papier oplichten.
Daarbij liggen er nog heel wat ongelezen boeken op me te wachten, ben ik in augustus jarig en vraagt Tremarte (kunstmarkt in Tremelo), dat begin september plaatsvindt, om voorbereiding. Ik hoef ik me geen zorgen te maken om de volgende maanden in te vullen.
Ga ik op vakantie? Nee … daar heb ik feitelijk geen tijd voor.

