Naar de inhoud

Lut De Rudder

seniorennet.beseniorennet.be

.

Een rondleiding

Een van de voorbereidingen op de tentoonstelling was foto’s nemen van de veertig werken waarmee ik naar buiten kom. Het moeilijkste zijn de werken met glas ervoor: steeds is er de weerspiegeling en ik heb maar een heel eenvoudig apparaatje. Ik ben al tevreden als ik wat foto’s kan maken waardoor ik de tentoonstelling kan oproepen.

 

In deze reportage geef ik een fotografische rondleiding. Je komt de oprit op en in de open garagepoort hangt een groot doek van 2m x 2m. Dan stap je bij ons binnen door de deur en links … kijk maar. Deze werken hangen in de tuinkamer – tekenhoek – keuken, waar we uiteindelijk belanden voor een drink.

 

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

De dag van de tentoonstelling

Ondanks dat ik alles goed voorbereid heb, blijkt de dag zelf van de tentoonstelling toch nog heel wat te doen: de vaat doen zodat de keuken alleen maar uitnodigt om koffie te maken of een glas te schenken, de laatste boeken wegbergen, nog even de vloer aanvegen, de wagen bij de buurvrouw zetten zodat er parkeerplaats is voor ons huis, de schilderijen in het atelier ophangen en ja … het deelnemersnummer duidelijk afficheren zodat het vanaf de baan makkelijk op te merken is. Voor dat laatste gebruik ik iets dat ik maakte als opdracht voor de academie: op dubbel geplooide platen moesten we bomen schilderen en daar weerspiegelende elementen inbrengen. Daarna werd het bewerkt zodat het tegen regenweer kon. Opvallen doet het wel … en de regen zal het niet beschadigen.

 

Even voor tien uur, het aangekondigde openingsuur, is alles in orde en naar mijn zin: de dag kan beginnen. Maar geen tijd om te gaan zitten met een boekje, want even later zijn de eerste buren daar. Ze zijn nog niet goed binnen of andere buren komen ook aanzetten. Het doet enorm plezier dat ze langs komen. Ik geef uitgebreid uitleg bij de werken die wat verklaring kunnen gebruiken. En daarna: koffie natuurlijk. En voor we het beseffen is het twaalf uur en regent het pijpenstelen.

 

We veronderstellen dat de regen de mensen thuis gaat houden, dus hebben we nu waarschijnlijk tijd voor een boterham. Inderdaad blijft het rustig. Wanneer alles weer opgeruimd is en we even willen uitblazen bij een kop koffie, komt de eerste bezoeker van de namiddag binnen … en wordt het geen moment meer rustig. Ik probeer te zeggen wat ik (nog) kan zeggen. Ik voel mij stem langzaam hees worden. Tussen door tijd voor een koffie of een glas wijn met bijhorend gesprek.

 

Maar de sfeer is leuk. Sommige mensen ken ik, andere maken zich bekend als vrienden van … en er zijn ook bezoekers die me helemaal onbekend zijn, maar die puur uit interesse komen. Tijd voor een echt uitgebreid gesprek is er niet meer bij, maar de stoelen rond de keukentafel zijn steeds bezet … en Karel maar koffie maken of wijn schenken. Om vijf uur komen overburen nog een goede dag zeggen. Terwijl de laatste bezoekers buitengaan, is Karel in de weer voor de buren. Ik kan er ook bij komen zitten en we kunnen ongestoord blijven doorpraten tot zes uur en de deur kan gesloten worden.

 

Nu werk ik in omgekeerde richting. Uithangbord naar de garage, schilderijen uit het atelier terug naar binnen halen … en de kookkunde beperken tot het opwarmen van een pizza. We zijn alle twee bekaf, maar dat weerhoudt ons niet om volgende zondag weer op te treden.

Mens

zeg me niet

je verdroomt je tijd

aan mooie woorden

versleten toekomstberichten

 

ik weet

wat lijden betekent

dag na dag

tot een man naar het water ging

een kind naar de dood sprong

 

ik beluisterde

zovele verhalen

van vrouwen

huilend om de innerlijke verwoesting

door incest

psychisch en fysisch geweld

mannen

die hun ontreddering

niet meer in woorden konden mededeelbaar maken

 

ik zag kinderen

uitzinnig van wanhoop

om het leven

niet meer te bevatten

 

in mij breekt een helderheid door

van tegendraadsheid

tegen beter weten in

dat tot woorden leidt

als

 

graag zien

vernietiging is niet het laatste woord

 

geen hiernamaals

geen weerzien

 

hier en nu

wil ik het anders maken

ieder zichzelf tot opdracht geven

 

ik zal soms bij je zijn

maar je bent zelf sterk genoeg

 

prachtig wezen

dat bewust is

en zichzelf mens noemt

 

De voorbereidng op de kunstroute

Naarmate de dag nadert van de kunstroute, bereid ik dit evenement voor. Eerst dienen de schilderijen van vorige uitgave vervangen te worden door werken die ik het laatste jaar maakte. Karel kruipt zonder beven de ladder op om dit tot een goed einde te brengen. Hier moeten nagels bij komen, daar zouden er best wat weggehaald worden. Om de tuinkamer te omvormen tot toonzaal ruimen we uitgebreid op. Mijn boekentafel wordt leeggehaald tot alleen het boek overblijft dat ik aan het lezen ben, Karel wacht tot de laatste dag om zijn boeken te reduceren tot de allernoodzakelijkste, want alle boeken zijn noodzakelijk voor hem. De tekentafel en de bijzettafeltjes worden leeggehaald, andere tafeltjes worden er bij gesleurd om mijn wenskaarten ten toon te stellen. De tekeningen die er al een tijdje hangen worden nu op gelijke hoogte gebracht en juiste tussenruimte gegeven. De pc tafel en de pc mogen blijven staan, ook de printer, maar alle papieren daar rond mogen wel verdwijnen; alles wat naar privé-bewoning verwijst leidt af van de schilderijen, ik wil het dus zo kaal mogelijk aanbieden … hoewel ook dat relatief is.

 

In mijn atelier probeer ik de schilderijen uit die er moeten hangen: oude nagels er uit en nieuwe er in. De schilderijen zullen op de dag zelf opgehangen worden, want mijn atelier is nu vrij vochtig en dat doet geen deugd aan de doeken.

 

Even bekijken hoe het moet op de dag zelf. Mijn auto gaat de garage uit zodat er voldoende ruimte ontstaat om daar van alles op te bergen. Verfgerief en tafels verhuizen dan naar de garage zodat er ruimte ontstaat om de werken van op voldoende afstand te bekijken. Meteen kan ik aan de ingang van de garage een doek van 2m x 2m ophangen. Als ik dan de deuren openzet geeft dat wel een ‘entree’.

 

Ik verheug me echt op die twee dagen. Niet dat er zoveel volk zal komen, zeker niet nu er regenweer voorspeld is. Vorige uitgave was er ook geen enorme toeloop. Maar juist daardoor kregen we tijd om met de mensen die er wel waren te praten, iets samen te drinken. Ik heb er nog altijd goede herinneringen aan.

 

En af en toe bekruipt me de twijfel. Wat ben ik aan het doen? Moet dat nog op mijn leeftijd. Is het wel zinvol. Maar ik toon graag mijn werk omdat daar mijn ziel in ligt. Ik wil zowel de pijn als de kracht van mens-zijn vertolken en dat meedelen aan anderen. Zeggen, via die schilderijen: ‘sterker dan de dood is de liefde’, als antwoord op het bijbelse: sterk als de dood is de liefde. Zegt de bijbel: even sterk als de vernietiging is het leven, ik stel daar tegenover: sterker dan de vernietiging is de levenskracht van de mens en de mensheid. Ik geloof daarin ondanks dat ik weet heb van vernietiging. Het is mijn testament dat ik zowel mijn kinderen als ieder ander wil nalaten.

 

Iris

De datum lag al een tijdje vast: vrijdag zouden we elkaar terug zien … en waarom niet in Mechelen. Voor beiden niet zo lang reizen en ’t voornaamste was dat we een plek vonden om te praten.

 

Deze keer zouden we het wel even anders doen. We wilden ook een bezoek brengen aan de Dossin kazerne. De Dossin kazerne was tijdens WOII een verzamelplaats geweest voor 25.000 Belgische en Franse joden en zigeuners die van daaruit naar hun vernietiging werden gestuurd. Het twintigste konvooi werd aangevallen door drie verzetstrijders en 231 gedeporteerden konden ontsnappen; 115 personen slaagden  daarin. Ik had ergens gelezen dat er een museum opgericht was om de thematiek die door deze historische feiten opgeroepen wordt (racisme, uitsluiting en mensenrechten) aanschouwelijk voor te stellen. Daar me dat wel aanspreekt wou ik dit museum bezoeken en Iris vond het ook interessant.

 

Het is koud en in de wind krijg je een echt winters gevoel. Dat is echt geen reden om thuis te blijven en even voor haf elf zien we elkaar in het Mechelse station. Het is altijd een speciaal moment als we elkaar zien: twee dames op leeftijd die elkaar heel hartelijk begroeten alsof ze pubers zijn die elkaar lang niet gezien hebben en nood hebben om elkaar te knuffelen. Wellicht denken omstaanders aan de Benidorm Bastards. Maar wat kan het ons schelen. We zijn écht blij elkaar te zien.

 

We zoeken een bus op die ons naar de markt kan voeren. Eerst staan we te wachten op de halteplaats waar we vorige keer de bus namen, maar dat klopt niet meer. De halteplaats is blijkbaar verhuisd, dus naar de andere kant en daar staat een bus te wachten en kunnen we meteen opstappen. Toch wel blij dat we richting markt vertrekken. Als we daar afstappen kennen we de weg.

 

We hebben allebei zin om iets te drinken, maar eerst willen we informatie i.v.m. de Dossin kazerne. Hoe geraken we er, wat zijn de openingsuren. Op zoek naar een VVV kantoor ontdekken we een info Mechelen. We stellen onze vragen … maar blijkbaar is het nog te vroeg voor een bezoek. Normaal ging het museum open in september maar dat is nu verschoven naar december. Nu ja, uitstel is geen afstel.

 

We kiezen een café-restaurant uit waar zonlicht binnen valt … en er is nog plaats aan een tafeltje in de zon. Zolang we op weg waren gingen er wat woorden over en weer. Laat ons zeggen dat we opwarmden over de bussen, de drukte in de stad, het weer … gewoon wat klanken uitwisselen om uit te drukken dat het tof is elkaar weer te zien.

 

Maar eens we achter een koffie zitten geven we ons over aan het gesprek. Dan eens is Iris aan het woord, dan probeer ik woorden uit. Het mooie is dat we kunnen zoeken naar woorden zonder gehinderd te zijn door wat de ander denkt, of welke morele, religieuze of politieke overtuiging de ander is toegedaan. In het gesprek proberen we ons ervaren als vrouw, moeder, partner, vriendin, gepensioneerde, vriendin te formuleren. Ieder spreekt voor zichzelf, het eigen ervaren tot taal brengend. Je respecteert elkaar en probeert in het verwoorde beleven van de ander te komen. En dat lukt vrij goed.

 

Na een tijdje bestellen we iets om te eten. Niet dat de honger ons zo kwelt, maar het is nu eenmaal middag, de zaak loopt vol en we laten ons drijven op dat ritme.

 

Tot we moe worden. Niet te verwonderen na meer dan drie uren ‘gegrepen gesprek’ … en een middagdutje dat overgeslagen werd.

 

Terug de bus naar het station. Kijken wanneer de treinen vertrekken. Ongeveer op hetzelfde moment vertrekken onze treinen: Iris op spoor 5 ik op spoor 1. Maar dat duurt nog even. We wandelen heen en weer in de benedengalerij die naar de perrons leidt. Er staan 4 struise mannen van politie of van een bewakingsfirma veiligheid te garanderen. Nu ja, Mechelen kent wel zijn problemen. Tegen vertrektijd aan nemen we afscheid.

 

Ieder op het juiste perron gekomen kijken we nog even naar elkaar en zwaaien definitief uit.

 

Even later stopt mijn trein en stap ik in. Ook de trein die Iris neemt is aangekomen.

 

Wanneer ik ga neerzitten voel ik pas hoe moe ik ben. Zo intens … ik wil er voor tekenen om dit telkens opnieuw in te gaan. Dan is ouder worden niet zo erg.

Geesten van het avondland

Geesten van het Avondland 

Ondertitel: ‘De roots van het moslimterrorisme’ – Rudi Vranckx

 

Rudi Vranckx, historicus, is bekend van zijn reportages in het Midden-Oosten. In dit boek toont hij ook aan dat hij kan schrijven. Hij sleept je mee door het verhaal dat hij wil vertellen: hoe ontstaat terrorisme, wie zijn die terroristen? Naar aanleiding van concrete feiten die we op tv bijna dagelijks aangeboden krijgen, gaat hij op zoek naar de concrete mannen en vrouwen achter de terreurdaden. Wie zijn ze, hoe konden ze zich manifesteren. Hij volgt hun spoor over de hele wereld. Ze leven tussen ons, ongemerkt, als vriendelijke buren. Wat bezielt deze jonge mensen. Wie zet de energie in gang van dood en vernieling.

 

Wij zijn bang van de Islam … maar gaat het om een religie die verschilt van de gangbare religie in Europa? Of zijn er krachten aan het werk, naar boven gebracht door imams die de Islam misbruiken om hun drang naar vernietiging, hun machtswellust uit te spreken en zo jongeren die hun draai niet meer vinden een houvast te bieden dat naar ‘het paradijs’ leidt?

 

Met een vlotte journalistieke stijl neemt de schrijver je mee van de ene persoon naar de andere, de ene wereldstad naar de andere. Je ziet een concrete persoon groeien van een toekomstloze vreemdeling in een grootstad naar een martelaar voor de heilige waarheid. Het einde van het verhaal is een terreuraanslag, waarvan de beelden op tv aangeboden worden. Het wereldschokkend nieuws van 11 september, de dagelijkse sleur van de burgeroorlog in Irak. Allemaal ver van ons bed. Ondertussen blijven we de mythes voeden over het Moslim-imperialisme. Die mythevorming helpt wellicht om onze angsten te verwoorden. Zouden we ook niet de moed moeten opbrengen om onze angsten te bekijken?

 

Maar dat is een ander verhaal. Het boek van Vranckx stelt wel onze vooroordelen in vraag, niet van uit de mentaliteit van ‘och arme’, wel vanuit het opzoeken van concrete feiten. Hij biedt geen oplossingen aan, maar het formuleren van de realiteit is een gezonde vertrekbasis. En daar is hij goed in gelukt.

 

Geesten van het Avondland

De roots van het moslimterrorisme

Rudi Vranckx

ISBN 13 978 90 8542 058 3

Uitgeverij Meulenhoff / Manteau

Wie schrijft onze geschiedenis

Wie schrijft onze geschiedenis – Samuel D. Kassow 

Ondertitel: Het dramatische verhaal van het verborgen archief uit het Getto van Warschau.

 

Na de oorlog werd in Warschau een gedeelte van een verborgen archief opgegraven, dat geschreven werd tijdens de Jodenvervolging door de nazi’s. Veel ontbreekt, is niet teruggevonden, maar wat overbleef was voldoende om op een indringende manier die tijd op te roepen.

 

De centrale figuur is Ringelblum. Als geschiedkundige was hij doordrongen van het bewustzijn dat de joden hun eigen geschiedenis moesten schrijven en dit niet overlaten aan latere geschiedkundigen die door hun eigen bril deze periode zouden tegemoet treden. Daarom was het noodzakelijk dat niet alleen de archieven van de bezetters (nazi’) achterbleven en door latere geschiedschrijvers doorzocht en geïnterpreteerd zouden worden, zelf wou hij ook een ‘geheugen’ nalaten, onder vorm van beschrijvingen, dagboeken, documenten … ‘nu’ geschreven door joden die vast zaten in het systeem. Hij vormde daarvoor een groep de ‘Oneg Sjabbat’. Hij probeerde zo wetenschappelijk mogelijk te werken, door vragenlijsten op te stellen voor interviewers, door zakelijk verslag te doen van de werking van de Joodse Raad, de joodse politie … Ook als de joodse gemeenschap niet zo stichtelijk te voorschijn kwam, werd er verslag van gemaakt. Niet alleen het drama werd beschreven, ook de overlevingsreflexen als humor komen aan bod. Tot zelfs snoeppapiertjes werden teruggevonden in het archief.

 

Om de chaos van gegevens te ordenen en tot een leesbaar geheel te maken, ging S. Kassow uit van de medebetrokkenen bij ‘Oneg Sjabbat’ … Hij beschreef hun voorgeschiedenis, hun betrokken raken bij het werk, hun opvattingen, werk, volgde hun weg tot hun vernietiging en bracht naar aanleiding van hun optreden het archief ter sprake. Wat dit archief zo uniek maakt: het is op het moment van de gebeurtenissen zelf geschreven, geeft verslag zowel van de gewone man in de straat als van de intellectueel. Degenen die het verslag of document maakt weet niet wat morgen zal gebeuren. Het is de geschiedschrijving van de concrete mens, van een concrete samenleving, waarin zowel heldendom als corruptie te voorschijn komt. Het is een verslag hoe een joodse gemeenschap van de aardbodem verdwijnt. De opstand in het getto wordt zijdelings vernoemd, maar de geschiedenis daarvan wordt niet door dit archief verhaald.

 

Omdat de documenten geschreven zijn zonder de afloop te kennen, een afloop die wij als lezer wel kennen, blijft de beklemming tot de laatste bladzijde voortduren.

 

Het is een kanjer van een boek, meer dan 600 pagina’s, maar geen enkel moment verzwakt het verhaal. Aanbevolen.

 

Wie schrijft onze geschiedenis

Samuel D. Kassow

ISBN 978 94 600 3010 9

Uitgeverij Balans

Meer van Lut De Rudder

↑ Terug naar de berichten