Uit eten


Karel stelt voor om deze middag uit eten te gaan in de vernieuwde bistro in Werchter. Dat moet hij mij geen tweemaal zeggen. Even dacht ik: hebben we iets te vieren? Later geeft Karel zelf een verklaring: hij zat al een hele week binnen, we moesten toch een boodschap doen en als we dan er een etentje aan koppelden was hij toch eens buiten gekomen. Normaal als ons de kriebels teisteren om eens uit te gaan eten, gaan we naar Leuven … maar dan zijn we enkele uren zoet… en zoveel tijd hebben we niet te verliezen. Je zal maar gepensioneerd zijn en alle tijd van de wereld hebben.
Het restaurant is echt mooi geworden. Later vertelt de eigenares dat ze moesten verbouwen om in orde te zijn met de brandweer. Gelukkig dat we reserveerden want het loopt goed vol.
Ik kijk uit op een groep oudere mensen, zowat onze leeftijd of ouder. Twee dames trekken mijn aandacht. Ze zitten in een uitbundig gesprek met elkaar … maar hun lichaamstaal lijkt me zo vreemd. Met kleine sierlijke gebaren onderlijnen ze hun spreken. Het is een lichaamstaal die me ‘verouderd’ aandoet, een lichaamstaal die thuishoorde bij de vroegere hogere burgerij. Vooral de ene vrouw gesticuleert heel gracieus met haar handen, alsof ze geniet dat ze nog eens kan uitpakken met die gebaren, dat ze de tijd kan overwinnen door de lieflijkheid van de tijd, toen men van de vrouwen verwachtte: ‘tais toi et soit belle’ uit de kast en de mottenballen te halen.
Wanneer we naar huis gaan blijven die gebaren me intrigeren. Zou ze thuis diezelfde ‘gebaartjes’ boven halen? Hoe kan je een was in de wasmachine steken of de vloer dweilen met die gebaartjes. Het is net of ze een doos heeft voor ‘buitenshuis’ waarin ze haar sierlijke gebaartjes voor even uit haalt, gebaartjes die de mannen ‘toen’ lieflijk vonden omdat ze de held bij hem bovenhaalden die de poreusheid van de vrouw zou beschermen. Nu hebben de vrouwen geen nood meer aan helden, wel aan mannen die hun hemden zelf strijken en de vrouwen hanteren zelf de boor als er een schroef de muur in moet.
Ik ken die vrouwen niet. Zij hanteren wel een zelfde lichaamstaal die ze kunnen etaleren bij feestelijke gelegenheden. Het is ook zo’n opgewonden bedoening: net pubers die om een kleinigheid hun ganse vocabularium uit de kast halen om even stoom af te blazen en te oefenen met hun nieuwe mogelijkheden. Die jaren hebben de dames al lang achter zich, dat hebben we trouwens gemeen. Wellicht speelt er een vorm van nostalgie: ook zij hebben het grootste deel van hun jaren achter zich liggen en wellicht roepen zij met hun lichaamstaal nog eens de jaren terug toen het leven hun nog niet geconfronteerd had met een minder beschermde realiteit
















