Naar de inhoud

Lut De Rudder

seniorennet.beseniorennet.be

Einde van de tentoonstelling

Op vrijdag, 24 mei breken we de tentoonstelling af. ’s Morgens komt Kathleen met haar grote wagen me oppikken. Eerst koffie natuurlijk en wat bijpraten. Gek hoe je bij sommige mensen altijd wel iets te vertellen hebt.

 

Dan de auto in richting Herselt. De schilderijen afhaken gaat veel vlugger dan de tentoonstelling opzetten. Met René, de volgende exposant, hebben we afgesproken de bedrading te laten hangen. Dat is minder werk voor ons allebei. We proberen nu ook de werken van Christel mee te nemen. De werken van Christel zijn niet zo groot en passen nog net in mijn wagen. Het lukt om alles in de auto’s te krijgen. Ook de grote werken moeten mee. Zorgvuldig de werken oprollen en bij Kathleen in de auto leggen.

 

Nog even kijken of er niets is achtergebleven. Zo’n lege ruimte is toch maar een trieste bedoening. Neen, alles is mee. Nu kan ik weer naar huis, blij dat alles goed verlopen is.

 

We hebben geluk met het weer: tussen de korte buien door krijgen we de doeken droog in de auto. Ook thuis krijgen we hetzelfde scenario: de werken zijn nog niet allemaal uitgeladen of de regen komt weer aanzetten. Maar niet zeuren, de doeken staan weer netjes in het gelid te wachten op het volgende evenement.

 

Opbergen moeten we nog niet doen: over drie weken stellen we met de avondklas ten toon op drie plaatsen. In de Mena (een oude brouwerij) het cultureel centrum van Rotselaar, krijgen de mensen ruimte die hun eindwerk laten zien. We zijn met een zevental mensen. Daar krijg ik dus ook een plaats. In de academie zelf is er wat plaats voorzien voor elke klas …. Wellicht geraak ik daar een kleiner werk kwijt. En dan gaan we met de avondklas (17 personen) naar het nieuwe lokaal van Gesigneerd in Baal. Tegen 14 juni moet alles in orde  zijn. Het belooft allemaal erg spannend te worden. Ik neem me echter voor het wat rustig aan te doen, maar ik weet ook dat, eens de uitdaging voor me ligt, ik met veel enthousiasme zal meewerken.

 

Nu eerst een paar dagen genieten van ‘zonder tentoonstelling’ te zijn. Zo’n tentoonstelling haalt me helemaal uit mijn concentratie. Nu verlang ik er naar om me uit de drukte terug te trekken en aan de slag met pen en Oost-Indische inkt of met borstel en verf. Zal dat genieten zijn.

 

De weg naar de hel

George Packer is schrijver en journalist. In De weg naar de hel neemt hij de lezer (m/v) mee naar Irak en de oorlog die Amerika uitvocht en de gevolgen ervan.

 

Nog bijna dagelijks komen beelden van de burgeroorlog die Irak teistert onze huiskamer binnen. Hoe is het zo ver kunnen komen? Deze geschiedenis probeert Packer voor ons duidelijk te maken.

 

Packer laat zien hoe onvoorbereid, bijna op het criminele af, de regering Bush aan de oorlog begon. Niet dat de plannen voor de oorlog ‘plots’ uit de lucht vielen, integendeel, de regering Bush was als het ware op zoek naar een reden om die oorlog te starten. Nog zie ik beelden van Bush op tv, wandelend in de tuin, even voor hij de beslissing zou nemen zijn leger op Irak los te laten. Reden: de chemische wapens van Sadam Hussein en de bescherming die hij bood aan de terroristen van 09/11 in 2001.

 

Packer legt de machtspelletjes bloot die het gezicht van de oorlog gaan bepalen. Terwijl Packer verschillende keren naar Irak reist om met eigen ogen de evolutie van de Amerikaanse invasie te zien, te praten met mensen die de oorlog aan de lijve ondervinden, worden er beslissingen genomen door mensen die nooit Irak bezocht hebben, nauwelijks of slecht geïnformeerd zijn, die juiste informatie naast zich neerleggen als dit niet past in hun visie. Dat na de oorlog het land weer moet heropgebouwd worden is blijkbaar niet zo belangrijk … als het ministerie van olie maar draaiend kan gehouden worden.

 

Het zou een ‘schone oorlog’ worden. Burgers waren geen doelwitten en de (eigen) soldaten zouden nauwelijks verliezen leiden. Het resultaat laat Packer zien: een verwoest land, duizenden en duizenden doden, mensen op de vlucht, mensen uit hun huizen gebombardeerd, proberend te overleven zonder water, elektriciteit, voedselbedeling … en ondertussen is de oorlog geëvolueerd naar een guerillastrijd waarvoor de troepen ter plaatse helemaal niet zijn opgeleid, waardoor soldaten sneuvelen. Ondertussen laat hij de hoofdrolspelers in Washington zijn analyserende pen voorbijtrekken.

 

Hij laat Irakezen aan het woord die het land willen helpen om tot een aanvaardbaar politiek bestuur te komen. Het is echter allemaal huilen met de pet op. Het is net of de machthebbers in Amerika niet willen weten hoe alarmerend de toestand in Irak is of is het gewoon désinteresse?

 

Packer sluit zijn overzicht af in 2005. We weten dat ondertussen de laatste Amerikaanse troepen zich in de nacht van 17 op 18 december 2011 terugtrokken uit Irak. We krijgen nog regelmatig beelden te zien van zelfmoordaanslagen. Maar of dit het echte beeld is van het huidige Irak … wellicht zullen we dat in een vervolg op ‘De weg naar de hel’ vernemen.

 

De weg naar de hel

George Packer

ISBN 90 290 7797 2 / NUR 680, 697

 

Kapuscinski

Biografie van een legendarische journalist

Artur Domoslawski

 

Artur Domoslawski is zelf journalist, bevriend met Kapuscinski, noemt hem zijn leermeester. Als hij na de dood de biografie wil schrijven van Kapuscinski en toegang krijgt tot ‘de kamer’ van zijn vriend en leermeester, waarin naast boeken en nog eens boeken ook de aantekeningen nog liggen zoals Kapuscinski zijn werkruimte een jaar geleden achterlaten heeft, stelt hij zich de vraag: hoe kan hij die man in zijn ware gedaante aan de lezer voorstellen. Hij onderzoekt wat Kapuscinski zelf schreef, heeft ontelbare gesprekken met vrienden of mensen die Kapuscinski hebben gekend en ontdekt daardoor een man die hij in feite niet kende. Hij probeert Kapuscinski recht te doen door al die informatie te plaatsen in de tijd en de plaats waar Kapuscinski leefde: het naoorlogse Polen.

 

Domoslawski roept dan een man op van vlees en bloed en geen mythische held. Door Kapuscinski ruimte te geven om gewoon mens te zijn, met zijn talenten en kleine kanten, zijn passies en angsten kan pas de waarde van de journalist en zijn werk ingeschat worden.

 

Ryszard Kapuscinski (1932 – 2007) is een internationaal gekend, meestal gewaardeerd maar zeker opmerkelijk journalist. Hij leeft en schrijft (is er verschil tussen de twee?) gedreven door de passie recht te doen aan de armen, degenen die uitgebuit worden.

 

Daarvoor trekt hij de wereld rond: hij wil aanwezig zijn daar waar de revolutie zich afspeelt.

 

Al op jeugdige leeftijd laat hij zich door die passie leiden en sluit zich aan bij de communisten. De eerste revolte maakt hij mee in Polen: de destalinisatie treft ook de communistische partij in Polen. Wellicht ontdekt hij daar dat hij zijn passie als schrijver, als journalist kan vorm geven. Hij zal de wereld rond trekken om aanwezig te zijn bij de grote revoluties: in Afrika, maar ook in Zuid-Amerika, Iran …

 

Zijn journalistiek werk laat geen twijfel over welke kant hij kiest. Het is zelf een voorwaarde voor hem om een ‘goede’ journalist te zijn. Hij vermijdt de officiële berichtgeving en gaat naar de plaatsen waar de ‘kleine’ mensen leven … om te luisteren naar de verhalen die zij te vertellen hebben. Daardoor komt hij de diepere drijfveren op het spoor van de revolutie. Zelf zal hij uiteindelijk stellen dat het niet zozeer om armoede gaat, maar wel om zelfrespect, bevrijding. In ‘De Sjah aller Sjahs (1986)’ ontleedt hij het mechanisme van de macht zo fundamenteel dat de lezers in Polen er hun eigen situatie in herkennen.

 

Tussendoor ontdek je dan pareltjes van observatie. Zo schrijft hij over de betekenis van de plastieken kan voor de Afrikaanse vrouw die soms kilometers moet lopen om (drinkbaar) water te vinden. De zware stenen kruiken zijn vervangen door plastiek waarbij allerlei formaten te vinden zijn, zodat kinderen ook hun paar liter kunnen dragen.

 

Maar hoe kijk je aan tegen een journalist die een loopje durft te nemen met de objectieve waarheid? Enerzijds heeft Kapuscinski nood om mythes te creëren, vooral over zichzelf en zijn moed … waardoor Domoslawski op zijn angsten botst. Kapuscinski is het kind gebleven dat graag gezien wil worden en is zo kwetsbaar voor kritiek. Die kwetsbaarheid, het niet kunnen omgaan met kritiek, zal Kapuscinski tot aan zijn dood blijven achtervolgen, zelfs als hij als schrijver wereldfaam geniet en zich geplaatst ziet tussen de andere groten der aarde. Anderzijds zal dit thema een discussiepunt worden: wat is ‘objectieve’ journalistiek, mag je feiten weergeven die niet altijd met de ’objectieve’ situatie overeenstemmen maar wel goed verduidelijken waarom het gaat?

 

Het boek is geen chronologische opsomming van de ’feiten’ in het leven van Kapuscinski, maar een compositie vanuit verschillende invalshoeken. Dat maakt het boek boeiender, maar ook wat moeilijker om lezen: alles hangt met alles samen. Daardoor komt echter de figuur van Kapuscinski beter uit de verf. Naast zijn passionele bezig zijn met de wereld en de revoluties, komt ook de man te voorschijn die eenzaam is in een af ander oorlogsgebied, die enorm goed kan luisteren maar weinig over zichzelf vertelt, die vader is van een dochter die het hem kwalijk neemt dat hij bijna nooit thuis is, die naast zijn vrouw andere geliefden heeft, die wanneer het tij keert en het niet meer zo gezond is om met de vrienden van vroeger, oud-communisten om te gaan, hen dan ook negeert.

 

Domoslawski gaat geen enkele controverse die hij in het leven van zijn vriend en leraar aantreft uit de weg. Hij formuleert het echter met zoveel respect en zo ingebed in de leefwereld van toen, dat de ‘fouten’ niet weggespoeld, maar menselijk inleefbaar worden. Juist in dat ‘menselijk’ zijn van Kapuscinski komt zijn grootheid te voorschijn: zijn onrust ‘om er bij te zijn’, zijn gedrevenheid om verdrukten stem te geven, zijn passie om een taal te ontwikkelen die waarheid naar boven brengt, dat alles resulteert in een oeuvre dat, na deze biografie, wellicht uitnodigt om het ook te lezen.

 

Het is verfrissend voor de lezer die, via de officiële media, min of meer vertrouwd is met de gebeurtenissen in het boek, om eens een andere invalshoek aangeboden te krijgen. Kapuscinski kan het woord terrorist moeilijk uit zijn pen laten komen als hij ziet hoe mensen zelf hun leven in gevaar brengen om hun onafhankelijkheid te bevechten. Kapuscinski, zelf communist, verdedigt de bevrijdingstheologie tegen het kerkelijk instituut in… maar wie herinnert zich niet de berispende vinger van de Poolse paus (Johannes Paulus II) voor de bevrijdingstheoloog en minister van cultuur in Nicaragua, Ernesto Cardenal? Of hoe een mediagenieke paus zijn macht etaleert, wetend dat de hele wereld naar hem kijkt?

 

De biografie is mooi verzorgd uitgegeven… maar de wikkel doet denken aan slechte commercie en laat niet vermoeden wat een schat er in opgeborgen ligt. Onder de wikkel tref je dan een hardcover aan, zwart met rood kapitaalbandje. Jammer dat er een leeslintje ontbreekt, want dit boek verdient een lint … een erelint, zowel voor de schrijver als voor Kapuscinski.

 

 

Gent 1913

Op het breukvlak van de moderniteit

Onder redactie van Wouter Van Acker en Christophe Verbruggen

 

Het is dit jaar honderd jaren geleden dat de wereldtentoonstelling in Gent van start ging. Omwille van deze speciale verjaardag werd een boek samengesteld over deze wereldtentoonstelling. Met de schrijvers kijken we met het huidig bewustzijn naar een wereld die er honderd jaren terug totaal anders uitziet. Elektriciteit is niet overal een evidentie, het meeste vervoer gebeurt met kar en paard, armoede tekent een groot deel van de bevolking, de Franstaligen voeren in Vlaanderen het hoge (politieke) woord, algemeen stemrecht is nog een strijdpunt, terwijl de industrialisering in volle opgang is. Een jaar later breekt een oorlog uit waarbij de vrijwilligers zingend en onder gejuich van de bevolking vertrekken naar het front: een van de wreedste oorlogen van de eeuw. Die oorlog komt niet uit de lucht gevallen… maar voelt men reeds die oorlogspanning in de realisatie van de wereldtentoonstelling 1913 te Gent?

 

Eerst even nagaan waarom men een evenement als een wereldtentoonstelling organiseert. Dit gebeuren is een soort voorloper van het internet: op één plaats informatie verzamelen van over de hele wereld. Men probeert voeling te krijgen met de (vooral economische) evolutie elders of met producten die hier niet gekend zijn en waarvoor eventueel een markt kan ontstaan. Denk maar aan Coca-Cola tijdens Expo ’58. M.a.w. het is beter dat de wereldtentoonstelling een vreedzaam gebeuren is, waar conflicten liever toegedekt worden, want vijandigheid is een slechte basis voor economische overeenkomsten. Liever probeert men elke bezoeker iets aan te bieden dat hem of haar aanspreekt: van de nieuwste machinerie, exotische lekkernijen, een uitgebreid pretpark tot lekker bier. Het kost de stad Gent handenvol geld… en of die investering een positief resultaat oplevert, is niet te becijferen.

 

Een andere factor die de vormgeving van de wereldtentoonstelling mede bepaalt, is het groeiend geloof in de ’maakbaarheid’ van de mens en zijn omgeving. Grote aandacht gaat naar wetenschappelijke evolutie. De universiteit van Gent neemt deel aan de wereldtentoonstelling, na beraad of wetenschap en amusement wel kunnen samengaan, of wetenschap wel iets is voor het gewone volk. Hier zien we dan de eerste aanzetten tot democratisering van het universitair onderwijs en de strijd die zal ontstaan rond de vernederlandsing van de Franstalige Vlaamse universiteiten.

 

Door de auteurs worden we door de wereldtentoonstelling geleid, alsof we zelf ter plaatse aanwezig zijn.

 

Met een kritisch oog wordt bijv. naar de architectuur gekeken. Gebouwen spreken een eigen taal. Hun concept of de plaats die ze innemen op het grondplan van de tentoonstelling zeggen iets over hoe het land zich wil vertonen of welke waarde wordt toegekend aan het land. Staat het gebouw aan een belangrijke laan of wordt het verwezen naar het ontspanningsgedeelte om quasi te verdwijnen in het niets, zoals het Indisch paviljoen? De auteur van dit onderdeel van het werk laat ons zien hoe de gebouwen van Duitsland en Frankrijk een spanning vertonen die wel niet rechtstreeks verwijzen naar de politieke spanningen, maar toch iets oproepen van het verschil in visie om zich naar buiten te presenteren. Het gebouw van Parijs is sierlijk, fantasierijk terwijl het Duitse gebouw strakheid oproept: in het gelid staan.

 

Bij het begin van de twintigste eeuw is kolonialisme een ‘must’ voor de Europese naties. De koloniserend landen proberen door hun koloniën aan de bevolking te presenteren, aan te tonen hoe humaniserend ze werken. Een beeld in het Congolese paviljoen toont een Afrikaanse man die een vrouw beschermt tegen een Arabische slavenhandelaar, waarmee men wil duidelijk maken dat de kolonisatie een vorm van bevrijding betekent voor de Afrikanen. Samenhangend met die kolonisatie is er het verlangen naar het exotische bij het publiek. Om de bezoekers te lokken, treft men in die tijd vaak ‘zoos humains’ aan. Zo ook in Gent. Een groep Senegalezen en een groep Fillipijnen leven publiekelijk zoals ze zogezegd in hun dorp van oorsprong samen leven. Bezoekers kunnen daar in het dorp komen wandelen en rondkijken, alsof ze een dierentuin bezoeken. Vooral de Fillipijnen hebben het hard te verduren. Slecht gevoed en gehuisvest, sterven verschillende leden van de groep aan ziekte veroorzaakt door uitputting. Maar die problemen verdwijnen tussen de plooien van de show.

 

Gent zelf probeert zich duidelijk te manifesteren in het geheel. Speciale tentoonstellingen worden opgezet om het publiek te laten kennismaken met de regionale cultuur. Ook ‘De Vooruit’ is uitdrukkelijk aanwezig. De arbeiderscoöperatie toont het succes van het Gentse coöperatieve model aan een breed internationaal publiek. Ook de vrouwen laten van zich horen. De feministen zoeken een plaats in het geheel. Toch is hun aanwezigheid nogal schraal en verdwijnen ze zowat tussen de traditionele waarden in het vrouwenpaviljoen.

 

Uitdrukkelijk wordt de vooruitgang aangekondigd in ‘het moderne dorp’. Daarin wil men aantonen dat een andere wijze van landbouw, bijvoorbeeld door gebruik te maken van kunstmest, beter en meer resultaat oplevert. Het moet de overgang stimuleren van een nauwelijks overlevend kleinschalig familiebedrijf naar een moderne boerderij die zich specialiseert in een of andere cultuur. Bezoekers kunnen de nieuwste snufjes bezichtigen waarmee een boerenkeuken is uitgerust, hoe vee gehuisvest is.

 

Het internationaal stedencongres dat samen met de wereldtentoonstelling plaatsvindt in Gent bespreekt op wetenschappelijk wijze de problemen waarvoor de moderne grootsteden zich gesteld zien en hoe die in de verschillende landen opgelost worden. Vier grote steden hebben hun standplaats in de wereldtentoonstelling: Brussel, Antwerpen, Luik, (steden die zelf al een wereldtentoonstelling georganiseerd hebben) en Gent, de organiserende stad.

 

Het laatste deel van het boek is een bijdrage van Chokri Ben Chikha waarin hij stof aanlevert voor de waarheidscommissie van 18 tot 27 april 2013 in het Oud Justitiepaleis in Gent. Hierin stelt hij minister Bourgeois ( minister van Integratie en Inburgering) en maatschappijkritische performancekunstenaar Brett Bailey vragen over hun beleid/performance: als ik goed begrijp willen jullie de moeizame culturele verhoudingen en beeldvorming verbeteren tussen blank en zwart, tussen Vlaming en immigrant, tussen ‘wij’ en ‘de Ander’. Daardoor kunnen beiden rekenen op zijn sympathie… maar lukken ze in hun doelstellingen?

 

De auteurs laten ons zien hoe enerzijds de vernieuwingsdrang naar een modernere samenleving nog omklemd wordt door de tendens naar behoud van het verleden, een spanning die men wellicht in alle publieke manifestaties van dergelijk niveau kan herkennen: het verleden niet schofferen maar toch openstaan voor een toekomst die meer (economische) mogelijkheden biedt.

 

Het boek is verzorgd uitgegeven op (ongeveer) A4 formaat, niet zo handig om vanuit een luie zetel te lezen. Een overvloed van foto’s uit die periode maakt het de lezer gemakkelijker te begrijpen waarover de schrijvers het hebben. Vlot leesbaar nodigt de lectuur uit tot een kennismaking met een evenement van een eeuw terug en wellicht zal de lezer zich verwonderen over de verandering die de wereld op zo’n korte periode onderging: van het begin van een telefoonverbinding, tot internet dat je meedraagt in een zak van je jeansbroek.

 

woorden

zonder titel

bij het binnenkomen van de gang: confrontatie met kleuren

een muur met enkele doeken van mijn eindwerk op de academie

verticale tekeningen: ingekaderd krijgen ze hun definitieve waarde

horizontale tekeningen

serie: een groeiend bewustzijn

serie: bewustzijnsmomenten

Gorecki’s derde symfonie, op dit moment mijn lievelingsdoek

 

Werken van Christel

dit werk hangt onder een glazen koepel waardoor het licht er in overvloed op valt

Christel werkt graag met landschappen die dan een eigen interpretatie krijgen

pootje baden

ook dit werk vertrok vanuit een landschap

 

een van de weinige werken in haar oeuvre dat overwegend rood is

in een hoek van de gang krijgt dit werk de intimiteit waarom het vraagt

 

Meer van Lut De Rudder

↑ Terug naar de berichten