De nieuwe coöperatie


Sedert wanneer is het begrip ‘economische crisis’ een vast item op het nieuws geworden? Hoe dikwijls heeft men het in datzelfde nieuws over reorganisatie, afslanking, afdankingen, faillissementen? Er horen cijfers bij: zoveel banen verdwijnen maar men weet nog niet zeker in welk land, zoveel jobs staan op het spel met als zoethouder: geen naakte ontslagen. Tot dan dicht bij ons bed het bericht de wereld ingestuurd wordt: Ford Genk gaat dicht. Vakbonden vechten voor een behoorlijke afscheidspremie. Maar wat met de ondernemingen die ook de weg van sluiting gaan, waar geen vakbond kan onderhandelen? Cijfers verwijzen naar concrete mensen. Je zal maar een geviseerde werknemer zijn.
En alles gebeurt boven je hoofd, je krijgt geen zicht op wat er zich achter de schermen afspeelt. Er vallen woorden als ‘globalisering’, banken die te hoge winsten najagen en risico’s nemen met het behoedzaam gespaarde geld van de kleine man of vrouw. Moedeloos word je, vooral als er dan nog een CEO of volksvertegenwoordiger een hallucinante ontslagvergoeding opeist, terwijl de ontslagen werknemer hoopt zijn huis te kunnen blijven afbetalen en probeert een nieuwe job te vinden.
Om moedeloos van te worden.
Dan verschijnt het boek: ‘De nieuwe coöperatie’. Het gaat over projecten van mensen die het wel zien zitten, die de handen in elkaar slaan en samen willen werken aan een betere samenleving, die niet moedeloos bij de pakken blijven neerzitten. Er is een alternatief, een uitweg uit de crisis: de coöperatie. Projecten die een antwoord en uitweg bieden op menselijke ellende die men onder neutrale cijfers en statistieken tracht te verdoezelen.
Een coöperatie, wat is dat? Er is geen eenduidig antwoord op te geven, een catechismus van ‘de coöperatie’ bestaat niet. Elke coöperatie heeft een eigen vormgeving, legt eigen accenten.
Walter Lotens (moraalfilosoof en ex-leraar zedenleer) maakt in dit boek ‘ een kritische zoektocht in tijd en ruimte naar inspirerende projecten, via interviews met enthousiaste ondernemers en wetenschappelijke onderzoekers, maar ook via historische en geografische excursies’.
Eerst en vooral probeert de schrijver het begrip (of moeten we spreken over het werkwoord) ‘coöperatie’ te omschrijven. Hij haalt de schrijver van het voorwoord aan, Rik Pinxten: ‘voor die gemeenschappelijke, minder tot niet-kapitalistische initiatieven die we nu overal zien opduiken: de zogenaamde sociale economie, de Oxfam- en de kringloopwinkels, de groepsaankopen van energie, de biowinkels en netwerken, de ruilsystemen die overal ontstaan.’ (p. 16)
Hij neemt ons mee voor een stukje geschiedenis van de coöperatieve actie: ‘in het voetspoor van 28 Engelse wevers (…) die in 1844 de Vereniging de Rechtvaardige Pioniers van Rochdale oprichtten en met een eerste kleine coöperatieve winkel begonnen. Zij worden beschouwd als de founding fathers van de coöperatieve beweging zoals ze vorm gekregen heeft in Europa, de Verenigde Staten en Canada, en stilaan ook in andere landen ingang vindt.’(p. 33). Vaak zal hij terugverwijzen naar deze pioniers.
Coöperaties vinden we overal. Veelal zijn ze een antwoord op armoede, verpaupering, mensonterende situaties. Een antwoord dat vanuit de concrete mensen geformuleerd, gerealiseerd en gedragen wordt. De kracht van ‘neen’ zeggen tegen overmacht en van daaruit het eigen (over)leven zelf in handen nemen.
Walter Lotens start zijn ontmoetingen in België, vooral Antwerpen: Apache, de Roma, Rataplan, De Wrikker, de Krikker, Ecopower, Elcker-Ik, Terre en Autre Terre, De Wereld Morgen en de Groene Waterman. Hij reist verder de wereld rond. Telkens laat hij de lezer kennislaken met een concreet project, vaak heel verschillend van werking: van vorming tot ecologie, van ontmoetingsplaats in een sociaal problematische buurt tot de moderne media, van aardappelenverkoop tot het bankwezen, van het ‘Bruto Nationaal Geluk van Bhutan’ tot een plaatselijke buurtmunt. Tevens probeert hij de waarden waarvoor deze acties staan te verwoorden: de mens centraal, wederkerigheid, solidariteit, democratie, behoud of scheppen van werkgelegenheid, een fatsoenlijke spanning tussen laagste en hoogste inkomen. De schrijver is geïnteresseerd in het proces dat de opbouw van zo’n project doorloopt. Waar staat de concrete mens in het geheel? Soms bekruipt me het gevoel dat de jaren’68 weer aan bod zijn. De projecten hebben echter een vaste voet in de samenleving en zijn geen vage utopieën. Omdat er door en voor mensen gewerkt wordt, zijn die projecten geen ‘perfecte’ aflevering van de oorspronkelijke idee, vaak zijn pragmatische aanpassingen noodzakelijk. Toch overleven die coöperaties de crisis, ook met behoud van banen: zo wil men in bepaalde projecten liever allemaal wat minder verdienen dan iemand te ontslaan.
Wanneer de projecten bij ons beschreven en geëvalueerd zijn, trekt de schrijver naar Griekenland, Spanje, Canada … om uiteindelijk in Zuid-Amerika te belanden, waar de coöperaties a.h.w. ingebakken zijn in de cultuur van de volkeren.
Sommige projecten zijn heel kleinschalig, andere zoals Ecopower breiden hun terrein steeds verder uit. Vrouwen spelen vaak een voorname rol in een coöperatie. Coöperatief werken is revolutionair werken, alleen: ‘Een revolutie is in de eerste plaats een proces in het bewustzijn van mensen. En dat vraagt tijd. We moeten echter de tijd tijd geven.’(p.172)
Walter Lotens is een geëngageerd schrijver, maar blijft kritisch het aanbod evalueren. Niet alles wat zich als (juridische) coöperatie voordoet is dit ook. Een vloed van informatie komt op je af. Hij belicht de projecten vanuit verschillende standpunten: hoe transparant is de werking, komen politieke bijbedoeling binnen sluipen en is dit noodzakelijk negatief?
In een vlot leesbare, journalistieke stijl, geeft Walter Lotens verslag van de verschillende projecten. Het blijft boeien. Het is een boek van hoop en geloof in de zelfredzaamheid van de mens op voorwaarde dat men leert ‘samen’ werken, van droom over planning tot concrete uitvoering. Om met Bots te zingen die Walter Lotens bij het begin van zijn boek aanhaalt:
Dan zullen we werken zeven dagen lang
Dan zullen we werken voor elkaar
Dan is er werk voor iedereen
Dus werken we samen zeven dagen lang
Ja, werken we samen, niet alleen.


















