Naar de inhoud

Lut De Rudder

akke.beakke.be

Als je nu eens ...

Tijdens mijn koffiepauze ga ik bij de collega’s een kijkje nemen. Iedereen is druk aan het werk. Bij Kathleen blader ik in haar schetsboek. Zij maakt ontzettend leuke karikaturen. Elke week geniet ik van haar ‘thuiswerk’.

Koffie op … en met de leraar naar boven. Hij neemt rustig de tijd. Veel dingen herkent hij, maar er zijn heel wat werken die hij voor de eerste keer ziet. Ik werk veel thuis, in het verborgene van mijn tekentafel. Nu, voor een eindwerk heb ik meer dan genoeg aanbod. De vraag zal zich stellen wat ik ga tonen, want veel plaats is er niet in de expositieruimte. Ik heb al een paar ideeën over hoe ik het ga presenteren … maar daar ben ik nu nog niet op gefocust.

Tot de leraar plots een paar tekeningen ontdekt met Oost-Indische inkt in verschillende grijstonen, door water met de Oost-Indische inkt te mengen. Hij is er erg enthousiast over en vraagt me om zo ook eens een serie te maken. Ik voel me onmiddellijk aangesproken. Na al die lijnen kan ik nu eens uitproberen wat er met ‘grijswaarden’ kan gebeuren. Ondertussen werk ik tussendoor wel verder aan mijn catechismus, want die serie wil ik ook klaar krijgen. Er is nog tijd genoeg, en over een paar weken hebben we weer vakantie. Natuurlijk is er dan wel de drukte van de eindejaarsfeesten, maar Karel en ik houden ons dan liever wat op de achtergrond.

Terwijl ik inpak en alles terug naar de auto breng, probeer ik me al een gedacht te vormen van de nieuwe serie. Ik probeer in de academie nog wat uit, maar het lukt me niet me te concentreren: dat sleuren met dozen en fardes hangt wel in mijn armen. Heel vroeg verlaat ik de academie. Zo kan ik de werken thuis nog op hun plaats zetten: opgeruimd staat netjes. ’t Gaat er mij niet om dat netjes zijn, maar als ik niet ordelijk te werk ga, vind ik niets meer terug en ‘zoeken’ is niet aan mij besteed, ik heb daar geen geduld voor.

Gestapeld

Terwijl ik beneden een koffie uit de automaat haal denk ik aan de presentatie van mijn werken boven. ’t Voelt goed aan. Natuurlijk kan de leraar die werken maar even doorlopen, want alles aandachtig bekijken en van commentaar voorzien, zou de verdere voormiddag in beslag nemen.

Het feit dat alles ‘verzameld’ is geeft een gevoel van compactheid. Het geeft me op creatief vlak een stevigheid die deugd doet: dat ben ik.

Dit stapeltje bevat de tekeningen van ‘Todesfuge’, dat prachtige gedicht van Paul Celan. Ik heb ze in een heel sobere passe-partout gestoken van grijs-beige karton. De inhoud vroeg om verstoken te blijven van een chique passe-partout en dit karton doet het prima. Een deel van de tekeningen heb ik ooit eens ten toon gesteld, maar dat is weeral een tijdje geleden.

Grotere werken in een plastieken hoes, zodat ze niet beschadigd worden.

Kleinere tekeningen volgens thema.

Werken van vroeger, leuk om ze eens terug in handen te nemen.

Tien jaar tekenen verzamelen

De leraar tekenen vroeg me of ik eens een overzicht van mijn tekeningen kon maken in functie van mijn eindwerk. Geen probleem … alleen denk ik dat hij niet vermoedde wat ik in die afgelopen jaren bijeentekende. Nu, niet alles heb ik bijgehouden, alleen de werken die in mijn ogen genade vonden bleven gespaard van de papiercontainer. En ondanks dat ik elk jaar een ‘grote opruim’ hield, blijkt na bijna tien jaar werken nog heel wat materiaal het gehaald te hebben. Gelukkig ben ik nogal ordelijk, zodat alles een plaats heeft. Toch waren er tekeningen waarnaar ik al een tijdje naar op zoek was: waar konden die een onderkomen gevonden hebben? Maar ook die buitenbeentjes vond ik terug.

Niet alleen moest ik een ordening vinden in het grote aanbod, maar ik moest al dat tekengeweld ook nog vervoerd krijgen. Dus eerst stapels maken volgens thema, dan per thema ordenen. Dat is wel een ontzettend leuke bezigheid: zo ontdekte ik werken die ik een paar jaren terug gemaakt had en helemaal vergeten was. ’t Was net of ik op bezoek ging bij mezelf.

Daarna probeerde ik een systeem uit te dokteren voor het vervoer. Ik moest die werken niet alleen in de auto krijgen, maar ze in de academie ook nog eens naar de eerste verdieping sleuren. Gelukkig werk ik de laatste jaren met papier van eenzelfde afmeting voor groot en voor klein formaat. Dat vergemakkelijkt het pakken: bananendozen voor het kleiner formaat en het grote formaat kwam in enkele fardes terecht. Voor ik vertrok probeerde ik alles uit: was er geen doos of farde te zwaar, te onhandig om dragen?

De verhuis verliep zonder problemen. Op de eerste verdieping heb ik ruimte zat. De volwassenen zitten normaal op het gelijkvloers en de kinderen installeren zich boven wanneer ze les volgen. Daar de tafels wellicht nog nooit gepoetst zijn, zorg ik voor afvalkarton om ze te bedekken, zodat mijn werken netjes blijven. Daar ik alles thuis voorgesorteerd heb, gaat het uitpakken en een plaats geven nogal vlot. Toch ben ik er wel even mee zoet.

Wanneer ik de laatste farde leegmaak en een plaats geef aan de werken, voel ik me wel preuts: die verzameling mag gezien worden.

Tijd voor een koffie en op zoek naar de leraar: alles wacht op hem

Weer komen de lichtende feesten

weer komen de lichtende feesten

zal ik mijn botten bijeen kunnen rapen

verwelkomen wie me dierbaar is

 

in de nacht

donkerder dan donker

 

ontsteek ik een kaars

overmoedig voor mijn oude jaren

 

zeer beslist

ga ik de uitdaging aan

 

dood, je krijgt me zo maar niet

elke fractie van tijd zal ik jou bevechten

 

leven

alsof het nu

de eeuwigheid vasthoudt

Een donker ovaal

Ik pas het samenbrengen van licht en donker toe op een ovale vorm. Om de ovale vorm te verkrijgen duik ik de keuken in en zoek daar naar het ovale deksel van een braadpot. Omdat die wat klein uitvalt vergroot ik de omtrek met zowat 5 cm.

Keuken en tekentafel in harmonie: wie had dat ooit gedacht?

Nog eentje

In mijn hoofd heb ik onnoemelijk veel ontwerpen: zus en zo. Dus even er eentje uitproberen. Maar ik ben niet meer geconcentreerd. Voortdurend zit ik te denken aan mijn eindwerk. Toch wil ik dit nog afwerken. Als er later nog tijd komt weet ik meteen wat doen.

Licht aanzetten, zwaar eindigen

Met het dunnere penseel zet ik bovenaan licht aan en probeer een zwaardere toets te verkrijgen onderaan en dat met elke lijn. Zo ontstaat een ritme van licht naar een donkere basis.

Ik gebruik voor dit experiment ronde penselen met een fijne punt. Ik heb baat bij de veerkracht van dit penseel. Dus geen duur penseel van de vacht van een of ander dier maar gewoon een synthetisch penseel, dat soepel meegeeft.

Feitelijk zou je elk penseel moeten uitproberen en zien wat resultaat dit geeft. Daarbij speelt de gebruikte inkt of verf ook een rol. Ook de verdunning komt om de hoek kijken.

Ik moet me beperken tot wat oefeningen, want mijn eindwerk staat te wachten. Waarom zijn er maar 24 uren in een dag en moeten we die nog voor een groot deel verslapen?

Nu met een dun penseel

Ik herhaal dezelfde oefening , maar nu met een dun penseel. Ook dat lukt. Het geeft een lichter gevoel dan de zware aanzet van het dikke penseel. Met dit penseel voel ik me thuis. Daarmee ga ik verder.

Verder met een verlengde arm

Ik experimenteer verder met het tekenen met een penseel aan een stok. Ik trek eerst steunlijnen, zodat de verticaliteit van mijn eerste lijn behouden blijft. Eerst gebruik ik een dik penseel. De lijnen liggen zich heel nadrukkelijk te etaleren. Van dik naar dun. Het is wel leuk om doen. Toch niet zo gemakkelijk. Het vraagt veel concentratie om de soepelheid in de lijn te brengen. Het resultaat bevalt me wel.

Kunst en Kado II

De laatste dag van de kunstmarkt. Veel bezoekers, heel wat mensen blijven praten … en we willen allebei de lino afwerken waarmee we bezig zijn. Mijn hand verkrampt, maar het lukt me het einde te halen. Ondertussen is de grond bezaaid met snippers. Gelukkig heb ik een borsteltje en vuilblik bij om onze sporen uit te wissen.

Het is een zalige dag geworden. In de voormiddag was het vrij rustig en hadden we tijd om te snijden en te praten. Blijkbaar hebben we elkaar toch altijd wat te vertellen. Na twaalven begon de drukte. Soms was het echt aanschuiven. De lino kreeg veel aandacht. En al gauw ben je aan de babbel met de bezoekers: of ze zelf creatief bezig zijn, wat ze doen. Mensen vinden het wel leuk iets over zichzelf te mogen zeggen. Ondertussen verneem ik bv. een merk voor een handpers of weet iemand me een standje aan te duiden met heel lekkere olijfolie.

Er zit leven in de brouwerij, maar rond half vijf ebt dit weg. Nu nog de moed vinden om alles terug samen te rapen en in te laden. Maar terug naar de auto vraagt minder energie dan uitladen en een stand opstellen. Gelukkig komt Ludo ons helpen.

En dan is het huiswaarts rijden. Christel stapt bij mij in de auto, zodat ik niet de verkeerde afslag neem. Ludo rijdt voor ons en ik kan hem gelukkig goed volgen. Thuis gekomen pikt hij Christel op. Ik rij de auto de garage in: morgen zal ik wel uitladen, nu ben ik te moe.

Hieronder enkele beelden van de kunstmarkt.

Floortje

Op zondag komt er meer en een ander publiek opdagen. Dat merk ik bv. aan de interesse voor mijn farde met tekeningen. Ik weet niet of er gisteren iemand naar keek: vandaag wel. Ook voor de lino is er veel interesse. Nu steken we heel wat meer tijd in het praten met bezoekers. Altijd ontmoet je dan wel boeiende mensen.

Zo komen er twee kinderen de scene opduiken, met een energie die je liever buiten ziet. Christel zegt dat ze hier niet mogen rennen. Als hedendaagse kinderen vraag je dan: waarom? Omdat dan de dingen die tentoongesteld worden kunnen omvallen. En wat ben je aan het doen? Lino snijden. Kan je al zien wat ik aan het maken ben?

Een hele conversatie. Hoe heet je? Floortje. Is dat je zus? Mijn vader en moeder zijn vrienden. Mijn zus is niet helemaal mijn zus … een hele uitleg. Ze is zes jaar.

Wanneer gaat het af zijn (naar de lino wijzend)? Ik zal er nog een paar uur aan moeten werken. Hoelang duurt een uur? Ja, een zesjarige leeft nog niet in een uur van zestig minuten.

Regelmatig komt het stel terug: even kijken hoe de lino evolueert. Dan haalt Christel wat olijven uit en ik duik wat pitloze druiven op. Floortje lust wel olijven maar het zusje heeft het meer voorzien op de druiven.

Ineens worden de tussentijd van ’even komen kijken’ veel korter. Waarschijnlijk zitten de olijven en de druiven daar iets voor tussen. En dan zien we die prachtkinderen niet meer. Waarschijnlijk zijn ze vertrokken met de papa, de vriend van mama. Toch mooi als je als zesjarige mag uitleggen dat je papa en mama ‘vrienden’ zijn. Dat betekent dat je van beiden mag houden, zonder dat de andere ouder zich als concurrent opstelt. Nadien zaten Christel en ik na te praten wat dit kon betekenen: mijn papa en mama zijn vrienden. Gescheiden ouders, een holebi partner die met een partner van de andere kunne als medeouder samen aan de opvoeding van dit kleine meisje werkte. In elk geval was het een stralend, open kind. Wellicht had Antoine de Exupéry zo’n kind voor ogen bij het schrijven van ‘De kleine prins’.

Meer van Lut De Rudder

↑ Terug naar de berichten