Als je nu eens ...

Tijdens mijn koffiepauze ga ik bij de collega’s een kijkje nemen. Iedereen is druk aan het werk. Bij Kathleen blader ik in haar schetsboek. Zij maakt ontzettend leuke karikaturen. Elke week geniet ik van haar ‘thuiswerk’.
Koffie op … en met de leraar naar boven. Hij neemt rustig de tijd. Veel dingen herkent hij, maar er zijn heel wat werken die hij voor de eerste keer ziet. Ik werk veel thuis, in het verborgene van mijn tekentafel. Nu, voor een eindwerk heb ik meer dan genoeg aanbod. De vraag zal zich stellen wat ik ga tonen, want veel plaats is er niet in de expositieruimte. Ik heb al een paar ideeën over hoe ik het ga presenteren … maar daar ben ik nu nog niet op gefocust.
Tot de leraar plots een paar tekeningen ontdekt met Oost-Indische inkt in verschillende grijstonen, door water met de Oost-Indische inkt te mengen. Hij is er erg enthousiast over en vraagt me om zo ook eens een serie te maken. Ik voel me onmiddellijk aangesproken. Na al die lijnen kan ik nu eens uitproberen wat er met ‘grijswaarden’ kan gebeuren. Ondertussen werk ik tussendoor wel verder aan mijn catechismus, want die serie wil ik ook klaar krijgen. Er is nog tijd genoeg, en over een paar weken hebben we weer vakantie. Natuurlijk is er dan wel de drukte van de eindejaarsfeesten, maar Karel en ik houden ons dan liever wat op de achtergrond.
Terwijl ik inpak en alles terug naar de auto breng, probeer ik me al een gedacht te vormen van de nieuwe serie. Ik probeer in de academie nog wat uit, maar het lukt me niet me te concentreren: dat sleuren met dozen en fardes hangt wel in mijn armen. Heel vroeg verlaat ik de academie. Zo kan ik de werken thuis nog op hun plaats zetten: opgeruimd staat netjes. ’t Gaat er mij niet om dat netjes zijn, maar als ik niet ordelijk te werk ga, vind ik niets meer terug en ‘zoeken’ is niet aan mij besteed, ik heb daar geen geduld voor.


