Met het breekmes aan de slag
Tijdens het opruimen van de tentoonstelling vreesde ik eerst dat ik een periode ‘leeg’ zou rondlopen. Dat bleek niet het geval. Plots kreeg ik zin met papier aan de slag te gaan.
Eerst zorgde ik voor stukken behangpapier van 20 op 20 cm en daar begon ik in te snijden. Zoiets vraagt al je aandacht, want je moet het rechtstreeks doen, zonder tekening vooraf. Het is hetzelfde waagstuk als met aquarel: elk stipje kleur dat je daar zet kan niet meer ongedaan gemaakt worden. Ook bij het snijden sta je voor hetzelfde probleem: wat je wegsnijdt kan niet meer ‘aangezet’ worden. Daarom vraagt het volledige concentratie, net of je een diepe meditatie ingaat.
Van een collega in de schilderklas kreeg ik twee fotoalbums die in een etalage gelegen hadden en verkleurd waren, dus niet meer te verkopen. Elk van die albums bevatte 10 bladeren waarop kon geplakt worden: ideaal voor mijn snijwerk. Zo ontstonden twee ‘schetsboeken’ van de snijdtechniek. Stilaan kreeg ik het snijden in de vingers, zonder in mijn vingers te snijden.

