Terug naar mijn geboortedorp
Mijn tante wordt begraven in mijn geboortedorp. Even opzoeken via internet hoe ik daar geraak met het openbaar vervoer: met de auto naar Haacht, van daar met een trein naar Mechelen, overstappen naar Sint-Niklaas en daar de bus nemen naar Sint-Gillis-Waas. Als de treinen en de bus op tijd rijden, zal ik net op tijd toe komen.
Op de trein lees ik een boek: niet te dik want het moet kunnen onderduiken in mijn handtas eens ik op bestemming ben.
De bus in Sint-Niklaas laat op zich wachten … en ik voel me zenuwachtig worden. Maar de bus komt een vijftal minuten over tijd aan en vertrekt onmiddellijk aan zijn nieuwe rit. Ik heb geen idee hoe lang die bus er over doet om de kerk van Sint-Gillis-Waas te bereiken. Ik kan alleen afwachten en hopen toch nog op tijd te komen. Een boek lezen zit er niet meer in. Er komen zoveel herinneringen op mij af. In deze stad kwamen mijn ouders hun laatste jaren doorbrengen. Hoe dikwijls ben ik het station niet uitgestapt toen ik met het openbaar vervoer op bezoek kwam? Toch is het niet meer zoals toen. Het plein voor het station is veranderd. Stond die bol er vroeger ook al, en die fietsenparking en is de bestrating niet vernieuwd?
Het uitrijden van Sint-Niklaas vraagt veel gemanoeuvreer van de buschauffeur. Ooit ging ik dagelijks naar Sint-Niklaas toen ik daar studeerde en later werkte, maar er was nauwelijks verkeer in die straat. Als we uiteindelijk ‘buiten’ de stad geraken, gaat het vlotter. En dan komt de ruimte en het groen op me af. Ik wist niet dat het Waasland zo plat was, dat je zo ver kon kijken zonder een huis of boom tegen te komen. Natuurlijk herinner ik me die velden van toen ik nog met de fiets naar Sint-Niklaas reed. In augustus rook het naar het verbranden van aardappelloof. Dat was voor mij het teken dat weldra het nieuwe schooljaar er aan kwam en de zomer weer voorbij was. Maar het is net of ik die ruimte voor de eerste keer zie. Zo’n ruimte ben ik niet gewoon in Werchter. Ik weet dat het Waasland ligt aan te schuren tegen de Polders en daar komt het vlak zijn, het onbegrensd zijn, nog meer aan bod.
En vijf minuten voor de dienst begint, zet de bus me af op enkele meters van de kerk.
Ik kan nog de urne en de familie begroeten. Iemand van de begrafenisonderneming begeleidt me naar de zitplaatsen voor de familieleden waar mijn broers een plaats voor mij hebben voorbehouden.
Ik kan nog net een zoen geven aan mijn familie en dan begint de dienst.
Op de foto een tekening van mijn vader die jaren dienst deed als hoofding voor het parochieblad. Als kind heb ik ze hem nog zien maken.





