Lentekriebels
De dagen schuiven voorbij. Stilaan komt er een lentegevoel aan de deur kloppen. Nog maar ’s morgens wakker worden en ontdekken dat het al licht is. ’t Is net of dat licht als een levengevende douche over me heen stroomt.
Ik ga terug wandelen met Toby. Wanneer het koud is krijgen ze me met geen stokken buiten. Ik bevries gewoon, ook innerlijk. Nu geniet ik van de lucht, de zon, de ruimte, de velden die op nieuwe begroeiing wachten.
Toby holt maar aan zodat ik er een flinke pas in moet zetten. Daar hou ik echt van: het gevoel dat ik ‘beweeg’. Gelukkig blijft hij zowat aan elke drol snuffelen, zodat ik effen op adem kan komen … na een winter binnen zitten is mijn conditie ook niet meer optimaal. Een drol kan met veel vaardigheid bijna tot een kunstwerk uitgewerkt worden, maar eerlijk gezegd, na het zoveelste oeuvre heb ik het wel bekeken, vooral als ze er reeds enkele dagen liggen. Over het afval wil ik het verder niet hebben … maar ik vermoed dat onze samenleving verstikt onder het afval dat je langs Vlaanderens wegen tegen komt. Vandaag dacht ik eraan een zak mee te nemen om ‘afval’ in op te slaan en daar dan nadien iets te maken. Er zijn kunstenaars die daarmee hun stem laten horen. Maar ik draag al poepzakjes mee om de donaties van Toby in op te bergen en dat is me genoeg en neen, met dat soort afval wil ik geen kunstwerk maken. Toby op zich vind ik wel een kunstwerk … vaak doet hij me denken aan Rataplan uit Lucky Luke: een schat van een hond maar niet begrepen door deze wereld. Toby wil elke bezoeker enthousiast begroeten … en dan mag hij van zijn baasjes niet eens opspringen en likjes geven. Ik zou er al lang de brui aan gegeven hebben. Toby daarentegen behoudt zijn vertrouwen in de mogelijkheid tot vriendschap van een mens … ondanks hij telkens gemaand wordt tot rust en ‘poten op de grond’.
Op het vouwboekje op de foto geen lentekriebels, gewoon eens ritme in een lijnenspel uitproberen.




