De kersen van mijn kinderjaren
Aan de bezoekers die langs komen tijdens de kunstroute, geef ik uitleg over mijn werken, o.a. over herinneringen aan mijn kinderjaren: mijn geboortedorp, de straat naar school, mijn geboortehuis . De drie werken zijn getekend op een achtergrond van tekst: de oude Mechelse catechismus, die we als kind leerden afratelen. Ik wil daarmee aantonen hoe gans onze opvoeding doordrongen was van die katholieke godsdienst. Leuke momenten waren voor mij de processies, maar traumatiserend waren de verschrikkingen van een zondig leven. Als je bij het communiceren zou ‘bijten’ op de ouwel, riskeerde je mond vol bloed te stromen en die autoritaire vader van een God die steeds wraak nam met verdoemenis en hel als je tegen zijn wil in handelde. Je kon wel een handeltje sluiten met die God, door boetedoening, novenen en aflaten … soms was bidden (gratis) voldoende, vaak werd er ook een gift in al dan niet ‘klinkende munt’ gevraagd.
Mensen van mijn leeftijd herkennen zich in dat verhaal. Nu kan ik die verhalen relativeren: zoals sprookjes zich ook niet altijd even zachtaardig ontwikkelen, even kleurrijk en dramatisch zijn die godsdienstige verhalen. Alleen wist ik wel het verschil tussen sprookjes en godsdienst: de verhalen over feeën en reuzen waren ‘maar’ sprookjes, dus fantasie, de verhalen over liefhebbende en straffende god waren ‘waarheid’ , waarmee je best kon rekening houden.
Wanneer ik de tentoonstelling aan kant heb, wil ik tekenen om tot rust te komen. Ik denk voortdurend terug aan vroeger en wil daar iets rond doen. Het wordt: ‘De kersen van mijn kinderjaren’. Heel gestileerd. Er stond een kersenboom op ‘het koertje’ bij ons geboortehuis. Wanneer de kersen rijp waren nam vader een grote ladder, plantte die tegen de boom en plukte een overvloed van kersen. Elk jaar opnieuw beleefden we dat kersen plukken, elk jaar weer die momenten van overvloed aan sappige, donkerrode, zoete kersen. Kersen zijn in mijn herinnering verbonden met geluk, warme dagen, verwachtingsvol uitkijken naar vader die uit de boom kwam met een emmer vol kersen.
Die kersen wil ik weer oproepen. Maar de kersen zijn niet meer wat ze waren. Ze hebben een achtergrond waar wrange herinneringen aan vastgeknoopt zijn. Wat als kind zo beloftevol tegemoet kwam uit de toekomst moest inboeten en kleurde vaak donker tegen de overmacht van de realiteit: zelfs de kracht van fantasie zoals in de sprookjes, was er niet tegen bestand en van de kerkelijke formules ging er voor mij weinig troost uit. Uiteindelijk geef ik de kersen een gele kleur: ze zijn vergiftigd



