Johan Anthierens


Omdat ik regelmatig een rustpauze moet inlassen wanneer ik aan mijn tekentafel sta, heb ik altijd een boek binnen handbereik op mijn leestafel … trouwens, meestal zijn er verschillende boeken in de running.
Sinds enkele dagen heb ik opnieuw het boek ‘Niemands meester, niemands knecht’ van Johan Anthierens opengeslagen. Ik herlees het waarschijnlijk voor de vierde keer.
Johan Anthierens is enkele jaren ouder dan ik (1937 – 2000) … en beschrijft de wereld die ik gekend heb. Hij doet dat met een pen die niets of niemand ontziet, met een luciditeit die doet huiveren, met een taal die zo zwierig, beeldend, snijdend is, die doet grimlachen, schaterlachen, huiveren, genieten … alle superlatieven zijn wellicht nog te licht om zijn taalwereld naar waarde te schatten. Vooral: ik voel me thuis komen in zijn taal, in de wijze waarop hij naar de wereld kijkt, een wereld die ik gekend heb als dagdagelijkse werkelijkheid.
Het maakt een vorm van heimwee in me wakker. Niet omdat ik terug naar vroeger wil. Wel omdat zijn schrijven bij mij het besef losmaakt van ouder worden, een wereld te hebben doorleefd die nu voor de jongeren waarschijnlijk onbegrijpelijk is. Nochtans, veel bleef hetzelfde … alleen de concrete invulling veranderde: de bootvluchtelingen van ‘toen’ waren Vietnamezen, maar het waren toen ook angstige mensen die mensensmokkelaars betaalden om hun leven waagden in bootjes die niet zeewaardig waren om naar dat utopische land te varen dat ‘het westen’ noemde.
Ik kan me best voorstellen dat Johan Anthierens erg moeilijk zijn draai vond in de samenleving: zijn geest registreerde zowat alles en die waarneming overdacht hij, kritisch, zoals alleen hij dat kon en dat vond dan een uitweg in woorden die blijkbaar niet tegen te houden waren en die meestal geen vrienden opleverden.
Het is een verfrissing opnieuw zijn nooit rustende, sprankelend bewustzijn te mogen meeleven.




