De club groeit
Naast Jente (13 j.) en Amber (17 j.) voelde Ann (oma van 2 super kleinkinderen, wat wil je, met zo’n oma) zich ook aangesproken om mee te komen experimenteren met allerlei verf- en andere technieken. Je ziet, niet de leeftijd telt, wel of je nog over genoeg jeugdig elan beschikt om uitdagingen aan te gaan.
Nu was het aanbod een soort drukken met aquarel: een blad dubbel vouwen en op de ene kant met waterverf iets schilderen en onmiddellijk het witte blad over het geverfde vouwen en aandrukken … en dat herhalen tot je iets bekomt dat voldoet aan je smaak. Natuurlijk is het wat oefenen voor je de techniek wat onder de knie krijgt. Maar juist dat uitproberen is zo boeiend.
En of er gewerkt wordt … geen tijd voor een pauze, of toch wel. Ludo, de man van Christel, had heerlijke appelcake gebakken … en die wilden ze niet mislopen.
Een jonge kunstenaar aan het werk
Hij is elf en wil wat …
Wanneer hij om even voor negen uur bij ons wordt afgezet, vraagt hij onmiddellijk naar het snijwerk waaraan hij vorige keer begonnen was en dat ik zorgvuldig bewaarde om later af te werken. Neen, hij heeft geen speelgoed of lectuur bij, hij wil onmiddellijk starten met het verder uitsnijden van het grote papier. Zo verdwijnt hij met al zijn aandacht in zijn snijwerk … en wordt het erg stil in huis. Karel zit aan de computer met Spinoza als een soort gesprekspartner: hij vertaalt de Ethica uit het Latijn naar een hedendaags Nederlands en geeft daar commentaar bij. Die vertaling verschijnt dan op zijn Spinoza blog. (https://blog.seniorennet.be/spinoza_in_vlaanderen ) Ik klos me ongeveer de ziel uit mijn lijf en voel de opwinding omdat het resultaat goed gaat zijn. Op de achtergrond wat muziek. Het is puur genieten van samenzijn en toch in de eigen wereld mogen thuiskomen.
Wanneer het snijwerk af is, moet dat op een achtergrond gelijmd worden, zodat het nadien kan ingekaderd worden. De blauwe kleur heeft de voorkeur. Even tonen hoe hij best het snijwerk op de achtergrond lijmt en weer wordt het stil.
Het resultaat zie je op de foto. Ik vind het geweldig. Zelf is hij er ook ontzettend trots op.
Ja, en mag hij nu wat tv kijken, want hij is moe. Dan kan je toch niet anders dan toelaten die tv-knop om te draaien … na het harde labeur mag er ontspanning komen.
Later in de namiddag maakt hij nog iets voor de ‘liefste mama van de wereld’ en vind ik toch weer niet een lijst waarin dat emotionele kunstwerkje past?
Er is nog huiswerk
Amber (17 jaar) heeft zich werkelijk vastgebeten in het drukken en het leporello’s maken. Prachtig toch als jonge mensen zich zo kunnen uitleven. Naast de leporello’s heeft ze ook nog een stapel drukwerkjes waarmee ze iets anders wil maken. Wat ze er mee wil aanvangen moet stilaan ontdekt worden, dat het iets moois wordt, daar ben ik van overtuigd.
huiswerk
Ze hadden leren leporello’s vouwen en nadien zich uitgeleefd in gelatine druk op een klein plak. Thuis mochten ze verder experimenteren met het drukken en meteen ook proberen een leporello samen te stellen van hun drukwerk.
Blijkbaar kregen ze er niet genoeg van. Toen de kinderen (hoewel, kan je nog van kinderen spreken als ze 13 en17 jaar zijn) terug kwamen hadden ze hun huiswerk bij.
Op bijgaande foto het werk van de dertienjarige. Gewoon prachtig!
Vakantiekriebels
Om deze serie af te sluiten geef ik mijn kinderziel nog eens het woord of beter een lijn. Zijn het snoepjes of knikkers? Wat doet het er toe, het geeft me een vakantiegevoel.
Nu de leporello’s gemaakt zijn, dienen ze nog afgewerkt te worden met een kaftje er om heen. Maar dat is voor later, wanneer Tremartre in het vizier komt (begin september).
Omdat ik geen ganse dagen leporello’s kan maken, ligt het kantklossen altijd dicht in de buurt … wanneer ik moe van van het tekenen, schakel ik over naar het klossen en tussen door laat ik mijn rug even rusten en lees ik wat mijn leestafel aanbiedt. Op dit moment lees ik voor de zoveelste keer de essays van Herman de Coninck. Ik geniet van wat hij schrijft … en wat hij over poëzie zegt kan ik zo toepassen op het tekenen.
Strakke lijnen
Na al het speelse wil ik eens strakkere lijnen uitproberen. Strakke lijnen en blije kleuren … gaat dat samen? Die twee verschillende stijlen lijken elkaar niet te storen: ernst moet niet altijd zo principieel zijn en het speelse mag soms ook wat ernst in zich dragen.
Het borrelt van plezier
Ik plaats met zwier zo maar wat lijnen op papier, om ze af te werken met Oost-Indische inkt en kleuren. Door het ‘dansende’ gedeelte onderaan te plaatsen, geeft de tekening de indruk dat plezier een beetje verdoken te beleven, niet te veel tonen hoeveel vreugde er op welt.
Archeologie
Met veel plezier neem ik een volgende leporello ter hand. Ik laat de inspiratie maar aanwaaien. Wanneer deze leporello klaar is moet ik denken aan archeologische opgravingen en het ontdekken van beenderen.
Een paar jaren terug hebben ze in Leuven zo een oude begraafplaats ontdekt bij grote graafwerken. Dan worden alle werken stilgelegd en komen de specialisten ter plaatse om met veel zorg de resten van vroeger uit te graven en de structuur van de vindplaats in kaart te brengen. Niet iedereen was daar even gelukkig mee want de geplande werken konden niet doorgaan zolang de studie bezig was … je zal maar een restaurant of een andere zaak openhouden die door zo’n archeologische vondsten moeilijk toegankelijk zijn.
Een wat vrijere toer op
Het is niet omdat ik voel dat ik met een lossere pols wil tekenen dat het daarom ook lukt. Is dat losser tekenen nodig? Niets is noodzakelijk, alles mag, alles kan … het plezier dat je ervaart bij het tekenen is toch het voornaamste. Als het resultaat dan nog wat meevalt is dit mooi meegenomen.
Bij het ontwerp van deze leporello dacht ik aan cellen en het membraan dat de cel omsluit. Ik had juist een boeiend boek gelezen over ‘De biologie van de overtuiging’, door Bruce Lipton (celbioloog), wellicht inspireerde me dat bij het tekenen.
Ik kan het boek aanraden voor wie een wetenschappelijk onderbouwde visie wil confronteren i.v.m. hoe onze overtuigingen ons gedrag bepalen. Niet uitsluitend onze genen besturen ons leven, wat een deterministische visie als gevolg heeft, er zijn andere factoren die meespelen, waarin de vrijheid van een mens de bovenhand haalt. Als criminologe vind ik dat een problematiek die me aanspreekt.
En waarom dat niet meenemen achter mijn tekentafel?
Laat de kleuren maar komen
Ik heb de stiften weer boven gehaald en waag me aan de volgende leporello. Het gaat nog allemaal voorzichtig en gedisciplineerd, geen lijntje mag ontsnappen. De losheid in vormgeving moet nog komen.
Toch heb ik er vertrouwen in dat het op een bepaald moment veel vlotter zal gaan, dat mijn fantasie aan de vormgeving zal sleuren. Ik moet geduld hebben (wat een opgave) en plezier hebben in wat zich aanbiedt. Gelukkig kan ik al met kleuren aan de slag.
Ondertussen geniet ik van de warmte … ik leef op bij warmte en licht. Mag het niet altijd zomer zijn en daarin af en toe een hittegolf?
Waar liggen de restjes
Ik had me voorgenomen na Rock Werchter mijn atelier in te duiken en te schilderen. Een voormiddag heb ik het volgehouden, het lukte me niet geconcentreerd te raken. Ik zat voortdurend naar mijn tekentafel te ‘giezen’ (dialectwoord voor verlangen), naar papier en Oost-Indische inkt … ik had helemaal geen zin om te schilderen. Dus op het einde van die voormiddag nam ik maar de pot met Gesso (witte grondverf waarop dan kan geschilderd worden) en herstelde het doek in zijn maagdelijk witte staat, wellicht dat het een volgende keer beter zou lukken.
Dan een dapper besluit genomen: eerst nog wat tekenen en dan zou het schilderen wellicht vanzelf komen als afwisseling.
Begin september is het Tremartre, de jaarlijkse kunstmarkt in Tremelo. Christel en ik hebben ons ingeschreven. Omdat ik telkens wat nieuw werk wil tonen, liepen de laatste weken de gedachten in en uit en wou ik me nog eens aan leporello’s wagen, vooral omdat die vouwboekjes maken iets speels en erg ontspannend is.
Ik had voor mijn tekeningen van 50 x 70 cm, tekenpapier moeten afsnijden tot de juiste proporties. De repen die daarbij afvielen, bewaarde ik (nooit iets weggooien heeft mijn moeder geleerd). Ik had ze in de farde ‘papierafval’ gedropt. Die kon ik nu gebruiken voor die leporello’s.
Een eerste reeks leporello’s hebben een afmeting van 6 op 8 cm. Ik vouw ze zo dat het volgende blad telkens 1 cm korter is. Daardoor kan ik een tekening maken die, als het boekje dichtgevouwen is, zich presenteert als één geheel en als het boekje opengevouwen wordt, er weer een geheel ontstaat.
De eerste leporello probeer ik in wit-zwart maar met verschillende kleurtinten van de Oost-Indische inkt: ik breng mijn experimenten bij het tekenen op het grote papier mee naar de kleine restjes van datzelfde papier.
Maar het is me te ernstig. Ik wil mijn kinderziel aan bod laten komen en daarvoor heb ik felle kleuren nodig. En tijdens de vakantie mag die kinderkant toch wat extra verzorgd worden, niet?

