
Kunst in eigen Huis: III
De werken werden binnen gebracht langs ‘een achterpoortje’: een kleine deur die, via een smalle kleine gang, rechtstreeks toegang gaf tot een lift, die dan, een verdieping hoger, aan een achterkant van de Jubileumzaal uitkwam.
Het publiek komt langs de enorme trappenhal. Feitelijk wil die trappenhal de uitstraling van ‘macht’ benadrukken, een pervers kantje aan de wetenschap die de mensheid wil ‘dienen’. Het is wel een prachtig stuk architectuur met lichtinval die het ‘verhevene’ benadrukt. Het doet me denken aan die grote herenhuizen, waar er waardig van de brede trap kan afgedaald worden, terwijl ergens goed verborgen de ‘meidentrap’ naar armtierige zolderkamers leidt.
Vandaag ben ik hier niet om me te overladen met kritische bedenkingen, hoewel ik toch niet kan laten te bedenken dat onderhoud en nutsvoorzieningen voor dit gebouw niet echt ecologisch verantwoord zullen zijn.
De eerste foto toont de trappenruimte aan de ‘dienstingang’. De andere foto’s tonen de glorie van de grote inkomhal.







Kunst in eigen Huis II


Terug aan de uitlaadplek, haal mijn werken vanachter de balustrade en zet ze in de lift die alles naar de eerste verdieping brengt. Deze lift heeft al meer vrachten vervoerd: hij draagt er de littekens van.
Boven komt iemand me helpen de lift leeg te maken en de werken naar mijn exposeerruimte te dragen: dankuwel.
Eerst even acclimatiseren. Ik ben al vaker in de Jubileumzaal geweest maar telkens word ik verrast door de enorme ruimte en hoog boven de hoofden die prachtige spitsbooggewelven.
Ik zoek me een stoel om mijn jas over te hangen … die zal ik komende dagen ook gebruiken om wat te zitten, want zo uren stil staan is toch wat veel gevraagd.
Dan begin ik aan de opstelling. Eerst verzamel ik de haken van het ophangsysteem: ik heb negen werken van 50 x 70 en zeven kleinere werken van 40 x 50 meegenomen. Ik geef ze een plaats tegen de wanden op de grond tot ik het gevoel heb dat ze elk op de juiste plek in het geheel gevonden hebben. Het ophangsysteem is heel eenvoudig … maar toch vermoeiend, want ik moet iets te hoog boven mijn hoofd werken en mijn schouder protesteert na een tijdje. Maar geen pardon: ik wil seffens tevreden naar huis gaan, dus tanden op elkaar en zorgen dat alle werken er behoorlijk bij hangen (de foto’s tonen de grote werken en enkele kleine).
Ik probeer de werken zo wat op gelijke hoogte te laten hangen, wat niet perfect lukt met dit ophangsysteem. Zo erg is dat nu ook weer niet, daarbij, het onmogelijke kan niet gerealiseerd worden. Dan nog even nakijken of elk werk min of meer horizontaal hangt. Dat kan beter … maar ik ben moe en zal dat morgen wel corrigeren.
Ondertussen is een van de organisatoren de verlichting komen verzorgen. Prima.
Tevreden ga ik naar huis. Ik moet ontdekken dat ik in het spitsuur ben terechtgekomen. Ik laat me meenemen op het ritme van de file. Gelukkig hoef ik niet meer elke dag die ervaring in.





Kunst in eigen Huis I
Het is de vierde keer dat senioren en (oud)studenten uit de Master in Culturele Studies van de KULeuven ‘Kunst in eigen Huis’ organiseren. Tijdens een tweedaagse tentoonstelling krijgen senioren en studenten ruimte om hun werken te tonen.
De tentoonstelling heeft plaats in de grote Jubileumzaal in de Hallen van de KULeuven. Een dertigtal deelnemers melden zich aan.
Organisatorisch vraagt het heel wat voorbereiding, vooral de installatie van de tentoonstelling zelf. De universitaire Hallen zijn zowat in het centrum van de stad Leuven te vinden. Leuven is een uit zijn voegen gegroeide middeleeuwse stad. Dat betekent dat de mobiliteit erg gestructureerd is door o.a. eenrichtingsverkeer, beperkte parkeergelegenheid … en een aanbod van fietsende studenten die zich soms met ware doodsverachting door het verkeer wagen. Nu ik al een tijdje uit Leuven weg ben, valt het me op hoe druk deze stad is. Maar als je het rustig aan doet, geraak je ter bestemming.
De organisatoren zorgen dat de grote ruimte van de Jubileumzaal opgedeeld wordt in kleinere eenheden, zodat elke deelnemer een plek kan uitbouwen. Daarvoor gebruiken ze panelen. Daar moeten veel bereidwillige handen uit de mouwen zijn gestoken om dat op enkele uren te klaren. Maar een van die panelenbouwers vertelde me dat het vrij vlot verlopen is, het is niet de eerste keer dat ze zoiets ondernemen.
Het is een smalle straat waar we de werken moeten afzetten: alleen laden en lossen is toegelaten. Daarom krijgen de deelnemers van de organisatie een bepaald uur om de werken af te leveren. Ieder krijgt een tiental minuten om die klus te klaren (wat ruim voldoende is) , daarna kan je de auto parkeren op een universitaire parking op een kwartiertje stappen van de Hallen.
Ik moet me om 15u20 aandienen. Daar de werken die ik wil tonen in het Danscentrum hangen, trek ik daar eerst naar toe om de werken op te halen en wacht daar bij een koffietje, tot het 15 u is. Dan de auto in, richting Leuven centrum.
Ik laad de werken uit en geef ze een plaatsje achter de balustrade van een trap: zo staan ze veilig tot ik ze later zal ophalen om naar de tentoonstellingsruimte te brengen. Terug de auto in en naar de aangewezen parking. Gelukkig dat ik de straatjes ken, want voor iemand die niet bekend is met het Leuvense stadsplan zou het toch wel spannend zijn om de juiste weg te vinden.
De slagboom van de parking is open (speciaal voor de deelnemers van KIEH, zodat we ons niet hoeven aan te melden) en ik zoek me een parkeerplaats in de bijna volle parking.
Zo, eerste opdracht vervuld: op tijd de werken geleverd en een parkeerplaats gevonden. Nu naar de volgende taak: mijn werken ophangen
De foto toont links de lift die naar de eerste verdieping leidt en rechts de deur die opent op de straat … veel manoeuvreerruimte is er niet.

