Moeilijke jaren


Een puber is vaak een getormenteerde opgroeier. Arne hoorde thuis in deze categorie. Op zijn zestiende leerde hij drugs kennen: hasj. Toen dacht ik nog dat dit een zachtaardige drug was … alcohol was toch ook een drug en wie dronk er af en toe geen glas? Dat laatste moet je maar vragen aan mensen die geconfronteerd worden met een alcohol-probleem. Ik was uit mijn studententijd gestapt in de overtuiging dat hasj en consoorten geen kwaad konden. Die overtuiging bleef niet lang overeind.
Tot je ontdekt dat je zoon geld wegneemt. Maatregelen nemen: je geld meenemen bij het slapengaan. Een zoon die 's morgens niet uit zijn bed kan … je sleept hem de auto in om hem naar school te rijden, voor je zelf aan de werkdag begint. Toch bleef hij de lieve jongen die me een extra zoen gaf omdat ik hem aan de schoolpoort afzette.
Hij was een boeiende jongen … maar werd soms van school gestuurd omdat zijn outfit niet direct voldeed aan de normen die men van de leerlingen verwachtte. Natuurlijk, zijn broeken waren even gescheurd als zijn ziel, hij kamde zijn haren tot een 'hanenkam' … daar reageerde hij op: en de juf die haar haren blondeert, mag dat dan? Maar de hanenkam moest plat en er moest een jeans zonder scheuren aangetrokken worden.
En maar hopen dat die pubertijd rap voorbij zou zijn en dat er zich een jonge man met een levensproject zou aandienen. Arne was een begaafde houtbewerker, zo hadden ze er nog niet veel gehad in die opleiding. Nog even doorbijten en hij zou wel zijn weg vinden.














