Het misleidende woord
In de nieuwsberichten heeft men het over een ‘zelfmoordaanslag’. Duidingprogramma’s vertellen ons dat men in de Arabische wereld deze ‘terroristen’ als martelaren beschouwd. Soms komt er nog een verhaal bij van een paradijs en maagden. Ik denk dan aan de familie die een geliefde zal missen. Zelfs als journalisten openstaan voor die invalshoek klinkt er ongeloof als ze de ouders interviewen. Hoe is het mogelijk dat ze het over hun zoon of dochter als ‘martelaar’ hebben? Tot ik “De oneindige oorlog” van Stan van Houcke las. Het boek gaat over het Israëlisch-Palestijnse conflict. Stan van Houcke laat Joden en Palestijnen aan het woord. Uit het gesprek met Rifat Odeh Kassis (Palestijn) wil ik het volgende aanhalen:
‘Wat betreft kinderen. Westerlingen hebben regelmatig kritiek op het feit dat ouders van kinderen die door Israël worden gedood hun gestorven kinderen martelaren noemen. Die kritiek is volgens mij onjuist. Wat moeten die ouders zeggen: dat hun kind voor niets gestorven is, bij toeval vermoord is? Het is toch voor de hand liggend dat mensen bij zo’n groot verlies naar zingeving zoeken. Dat ze een betekenis proberen te geven aan de dood van degene van wie ze zoveel houden. Bijna ieder mens probeert de dood betekenis in zijn leven te geven. Het begrip martelaar betekent in het Arabisch, net als oorspronkelijk in het Grieks, getuige. Zo wordt het ook in het Oude en Nieuwe Testament gebruikt. Je bent getuige geweest. In het christendom is het getuige zijn verbonden met het dienen, zodat je de ervaring opnieuw beleeft. Het plaatst je in een ondergeschikte positie, je maakt jezelf nederig, je dient. Palestijnse christenen en moslims gebruiken dit begrip ook niet in de allereerste plaats voor mensen die al dan niet in de strijd tegen Israël gedood zijn. In een overlijdensbericht noemen we ook iemand die zijn of haar leven lang een goede onderwijzer of onderwijzeres is geweest, een martelaar. Hij of zij was een martelaar van het onderwijs. Deze mensen hebben hun leven aan een eerbiedwaardige zaak gewijd. In het dagelijks leven heeft dit begrip dus niets te maken met het martelaarschap in het christendom of de heilige oorlog van de islamisten. Het is een teken van respect. Het probleem van de westerse media is dat ze een moeder onmiddellijk na het verlies van een zoon die een zelfmoordaanslag heeft gepleegd interviewen. Ze is omringd door talloze familieleden, de dood van haar kind is nog niet ten volle tot haar doorgedrongen, ze is emotioneel volkomen van de kaart en dan krijgt ze een microfoon onder haar neus geduwd. En wat moet ze dan zeggen? Dat haar zoon of dochter volkomen zinloos gestorven is? Natuurlijk zegt ze dat niet. Ze zoekt naar een betekenis en zegt trots te zijn op haar kind. ‘Mijn zoon is voor Palestina gestorven, hij is in strijd voor onze vrijheid gevallen.’ Wat kan ze anders zeggen? Maar als de westerse journalisten haar twee of drie maanden later zouden interviewen, dan zouden ze een heel ander iemand aantreffen, een moeder die intens verdriet heeft over de dood van een geliefd kind. Dat doen namelijk alle moeders ter wereld. Waarom denkt men eigenlijk dat een Palestijnse moeder deze natuurlijke reactie niet zou hebben? Waar berust die gedachte op? (…) Kortom, wij moeten het hele begrip martelaarschap in een beperkte context opvatten, het heeft allereerst en vooral te maken met de behoefte om de dood van een geliefde betekenis te geven.


