Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
Hamsters (Tante Lotte)

Misschien heeft u zelf wel geen hamster of cavia of een ander knaagdiertje in huis,
maar wellicht eentje van de kleinkinderen of kinderen van familie of kennissen. Dus is wel handig om er wat meer over te weten.
Of niet soms?
HAMSTER

Er bestaan 3 soorten hamsters namelijk:
1. De Korenwolf (De europeese hamster).
2. De Syrische Hamster (De goudhamster).
3. De Dwerghamster:
3.1 De russische dwerghamster.
3.2 De chinese dwerghamster.
3.3 De campbelli dwerghamster.
3.4 De roborovski dwerghamster.
De populairste hamster die gehouden wordt is de Syrische hamster en de Russische dwerghamster. Een definitieve uitslag, van de populairste soort, zie je op deze pagina. De korenwolf kan niet of nauwelijks gehouden worden en leeft (bijna) alleen in het wild.
hieronder de soorten hamsters
De Korenwolf
De Korenwolf heeft verschillende benamingen zoals: de veldhamster, de Europese hamster of inheemse hamster.
De Korenwolf is een uniek knaagdier met een krachtige bouw. Met zijn korte sterke poten is hij in staat een tot 2,5 meter diep gangenstelsel te graven. De korenwolf wordt 25 tot 30 centimeter groot (ongeveer zo groot als een cavia). Lengte neus tot staart: 18-27 centimeter, staartlengte: 3-7 centimeter, met een gewicht tot 500 gram.
De hamster heeft een oranjebruine vacht. Op zijn kop, hals en nek zitten witte vlekken. De poten zijn wit. Kenmerkend is zijn zwarte buik. Dit is opvallend, want bij de meeste hamstersoorten is de buik lichter dan de rug. Hamsters in Oost-Europa hebben in de regel een geheel zwarte buik. Hamsters in West-Europa hebben bijna allemaal, zonder uitzondering, witte vlekken op de buik.
Het grootste deel van zijn leven brengt de korenwolf onder de grond door. Zijn enigszins spitse kop en snuit, wat iets aan een muis doet denken, is daarbij van groot voordeel.
Als het schemerig of donker is, de tijd waarin de hamster op pad gaat, geeft de kenmerkende en unieke zwarte buik de hamster beschutting tegen de roofdieren van de nacht. Als hij namelijk rechtop staat, gaat hij op in de nachtelijke achtergrond van zijn omgeving. Om te overleven spelen bovendien zijn aangeboren wantrouwen en zijn -niet te onderschatten- vaardigheid om zich te verweren een rol. Voelt hij zich bedreigd, dan kan de hamster zeer agressief reageren.
| Naam: | De Korenwolf |
| Latijnse Naam: | Cricetus cricetus |
| Leeftijd: | 1,5 tot 3,5 jaar |
| Lengte: | 250 - 300MM |
| Gewicht: | 400 - 500Gram |
De Syrische Hamster
De Syrische hamster werd vroeger de goudhamster genoemd vanwege zijn goudbruine vacht. Tegenwoordig is de Syrische hamster in veel verschillende kleuren te krijgen. Dit komt door veel fokken en het uitproberen om nieuwe kleuren hamsters te krijgen.
Het lichaam van een Syrische hamster is kort en breed. De hamster is ongeveer twaalf tot zestien centimeter lang. Hij heeft een stompe snuit en ronde, bolle zwarte oogjes. Een Syrische hamster is solitair en kan niet samen met andere (dwerg) hamsters gehouden worden! De Syrische hamster is erg lief, goedmoedig, vitaal en wordt al snel vertrouwelijk met het baasje.
In 1797 wordt voor het eerst het bestaan van de goudhamster beschreven. Pas in 1930 in de buurt van Aleppo wordt voor het eerst een nest met levende jonge hamsters en een moeder opgegraven. Dit gebeurde door de Professor Aharoni. Hij hield het nestje met hamsters in leven en ging er mee fokken. Al na 1 jaar waren er meer dan 500 nakomelingen. Vrijwel alle hamsters, in de hele wereld die gehouden worden, stammen van dit nest af. In 1971 en 1978 is men er weer in geslaagd om de Syrische hamster in het wild te vangen. Dit betekend dat het dier in de vrije natuur nog niet uitgestorven is, wat men wel altijd gedacht heeft. Hoeveel Syrische hamsters er in het wild nog leven weet niemand.
Tegenwoordig is de Syrische hamster niet alleen meer in de traditionele goudbruine kleur te vinden maar in allerlei soorten. Gevlekt of egaal, met een tekening of uitmonsteringen, kijk op deze pagina voor meer foto's en plaatjes.
| Naam: | De Syrische Hamster |
| Latijnse Naam: | Mesocricetus auratus |
| Leeftijd: | 1,5 tot 3 jaar |
| Lengte: | 170 - 180MM |
| Gewicht: | 110 - 180Gram |
De Russische Dwerghamster
De Russische dwerghamster die ook wel de Djoengaarse dwerghamster word genoemd, leeft van oorsprong op de steppen van Noord-Kazachstan en Siberië. Dit is een onherbergzaam gebied ten noorden van China. De naam Russisch is dus eigenlijk onjuist. De Russische dwerghamster komt eigenlijk helemaal niet voor in Rusland.De Russische dwerghamster is een klein bol hamstertje. Zijn rug is grijs-bruin met een opvallende donkerbruine/zwarte aalstreep. Een Russische dwerghamster die niet in gevangenschap gehouden wordt krijgt in de natuur, in de winter, een hele mooie witte donzige vacht. Deze wintervacht krijgt de hamster niet door het temperatuursverschil maar doordat het korter dag wordt, dus door de hoeveelheid licht. In de winter is dit dan ook de perfecte schutkleur voor tussen de sneeuw.
De Russische dwerghamster kan samen met zijn broertjes en/of zusjes in gevangenschap gehouden worden. Maar hou voor de zekerheid altijd een extra hamsterkooi achter de hand voor het geval dat het toch mis gaat!
Naast de oorspronkelijke wildkleur is de dwerghamster ook nog in de kleuren:
- WildKleur(Naturel)
- Parelkleur(Pearl)
- Blauwwild kleur(sapphire)
- Mandarijn
- Geel-wildkleur roodoog
Er zijn nog vele andere kleuren Russische dwerghamsters, namelijk: Geel blue-fawn, Mandarijn Parel, Mandarijn roodoog, Camel, Gevlekt en nog vele andere kleurmutaties.
In 1968 zijn voor het eerst een aantal Russische dwerghamsters gevangen in West-Syberie en voor onderzoek naar het Max Planck Instituut gebracht in Duitsland. Daar bleek dat de dieren uistekend in gevangenschap te houden zijn.
| Naam: | De Russische Dwerghamster |
| Latijnse Naam: | Phodopus sungorus |
| Leeftijd: | 1,5 - 2 jaar |
| Lengte: | 65 - 105MM |
| Gewicht: | 25 - 50Gram |
De Chinese Dwerghamster
De Chinese dwerghamster valt eigenlijk buiten de boot vergeleken met de andere dwerghamsters. De Chinese dwerghamster komt oorspronkelijk uit Noord-China. Hij leeft daar op de steppen en in de bossen.
Zoals al hierboven beschreven is de Chinese dwerghamster niet direct familie van de andere soorten dwerghamsters. Dit is al meteen te zien aan zijn uiterlijk. Hij heeft een dun lang lichaampje met een langere staart dan de andere dwerghamsters. De vacht van een Chinese dwerghamster is ook niet zo zacht en wollig als de anderen. De vacht is grijsbruin met een dunne zwartbruine aalstreep. Verder is de Chinese dwerghamster te vinden in de kleuren: gevlekt en wit. Het verschil tussen een mannetje en vrouwtje is erg goed te zien door de grote balzak van het mannetje. Uitzonderlijk is dat deze dwerghamster juist niet in groepen leeft en dus solitair is.
Rond de jaren zestig is het diertje geïntroduceerd als huisdier. Hiervoor heeft het dwerghamstertje alleen de kooien van laboratoria gezien. Chinese dwerghamsters worden ook niet zovaak als huisdier gehouden.
| Naam: | De Chinese Dwerghamster |
| Latijnse Naam: | Cricetulus griseus |
| Leeftijd: | 2,5 - 4 jaar |
| Lengte: | 80 - 130MM |
| Gewicht: | 30 - 50Gram |
De Campbelli Dwerghamster
De Campbelli dwerghamster is hele dichte familie van de Russische dwerghamster. Hij komt voor in het noorden van Mongolië en in China.
Door de dikke vacht van de Campbelli dwerghamster lijkt hij groter dan de Rus, maar dat is niet zo. De vacht is geelbruinachtig met een dunnere zwartbruine aalstreep. In de winter kan de vacht van een Campbelli iets grijzer worden maar niet zo erg als bij een Russische dwerghamster. De Campbelli is tegenwoordig, door het vele fokken, in verschillende kleuren te vinden zoals:
- Albino
- Zwart
Satijn kleur.
Grijs en wit(gevlekt)
De Campbelli is net als de Chinese dwerghamster eerst een onderzoekshamster geweest in laboratoria. In Engeland kennen ze de hamster als huisdier sinds 1964. In Nederland werden de eerste 28 Campbelli dwerghamsters pas in 1983 geïntroduceerd. Een Campbelli dwerghamster kan vaak goed met soortgenoten in gevangenschap leven. Vaak gaat dit erg goed maar de kans is er dat het ook niet goed gaat. Hou dus een extra hamsterkooi achter de hand!
| Naam: | De Campbelli Dwerghamster |
| Latijnse Naam: | Phodopus campbelli |
| Leeftijd: | 1,5 - 2 jaar |
| Lengte: | 65 - 105MM |
| Gewicht: | 25 - 35Gram |
De Roborovski Dwerghamster
De Roborvski dwerghamster heeft een heel ander uiterlijk dan de andere dwerghamsters. Hij is geelbruin en heeft een opvallend brede snuit/snor. Hij komt oorspronkelijk uit West en Zuid Mongolië.
De Roborovski is de kleinste soort dwerghamster die er bestaat. Zijn lichaam is maar zes tot negen centimeter lang en zijn staartje is bijna niet te zien. Wat ook opvalt is dat ze in tegenstelling tot andere dwerghamsters, geen aalstreep op de rug hebben. Boven de oogjes en de buik heeft hij een witte effen vacht. In Nederland komt naast de normale kleur de White-Faces voor. Dit zijn Roborovski dwerghamsters met een witte gezicht. Naarmate ze ouder worden kunnen ze verkleuren; het lijkt op een schimmelfactor. Het vererft dominant.
De eerste Robby's zijn in 1982 vanuit Duitsland naar Nederland gekomen. Veel bekendheid hebben deze dwerghamsters niet. Ze worden niet veel gehouden omdat ze moeilijk jongen kregen in gevangenschap. Ook in de vrije natuur krijgt een vrouwtje maar hooguit twee of drie nestjes jongen in haar hele leven. Roborovski dwerghamsters zijn voornamelijk 'kijkhamsters' omdat ze heel erg snel en schuw zijn. Ze zijn niet solitair en kunnen dus meestal in groepjes worden gehouden. Het houden van groepjes mannen lijkt echter toch wel regelmatig voor problemen te zorgen. Hou dus een extra hamsterkooi bij de hand voor het geval dat het toch mis gaat!
| Naam: | De Roborovski Dwerghamster |
| Latijnse Naam: | Phodopus roborovskii |
| Leeftijd: | 2 - 3 jaar |
| Lengte: | 80 - 95MM |
| Gewicht: | 30 - 50Gram |
< bron hamsterland >
MORGEN ARTIKEL OVER DE VOEDING VAN DE HAMSTER.
Test je kennis over diertjes (Tante Lotte)

Een beetje QUIZEN, hieronder vind u sites om uw kennis te testen
van:
http://www.huisdiereninfo.nl/content/quiz2.php 
http://www.huisdiereninfo.nl/content/quiz4.php 
http://www.huisdiereninfo.nl/content/quiz1.php
succes !!!
Dierennieuwtjes (Tante Lotte)

Het baasje van hond Jasmine, Anni Sheriffius, verschrok zich een ongeluk toen tijdens het wassen het oor van haar hondje afviel. "Ik was in alle staten toen ik ineens het oortje voorbij zag drijven," zegt Anni. Ze haastte zich met Jasmine naar de dierenarts. Die stelde vast dat het oor van de hond afgeknipt was en met superlijm er weer was aangeplakt. Het oor was helemaal ontstoken en moest dringend behandeld worden. De zaak waar Jasmine getrimd werd is ondertussen gesloten. "Ik hoop dat die hondenkapper nooit meer een hond aanraakt,' zegt Anni.Bron : waarmaarraar
Baby huwt hond
NEW DELHI (ANP) - Een Indiase baby is getrouwd met een hond. Het huwelijk moet het jongetje behoeden voor een aanval van een tijger, stelt een plaatselijk geloof in de Indiase deelstaat Orissa.Bij de ruim veertien maanden oude Ashirbad groeien snijtanden in de bovenkaak, waardoor hij op latere leeftijd door een roofdier wordt aangevallen. De enige manier om dat te voorkomen is een huwelijk met een dier. De ouders vonden de jonge teef Samina een goede partij voor hun zoon, meldden Indiase media.
De verbintenissen tussen mensen en dieren in India staan een later huwelijk met een mens niet in de weg.
Bron : De Stentor
Groeiontwikkelingstoornissen (Tante Lotte)

Groeiontwikkelingstoornissen
Ontwikkelingsstoornissen bij pups en kittens
Bij gebrek aan de juiste voeding en verzorging kunnen pups en kittens te maken krijgen met skeletmisvorming, een onnatuurlijke houding, gebogen poten, ernstige zwaarlijvigheid, pijnlijke gewrichten, het wegteren van spieren, heupdysplasie en moeilijkheden met lopen. Dierenartsen weten dat deze symptomen worden veroorzaakt door groeistoornissen, maar ze kunnen eenvoudig worden voorkomen wanneer het dier vanaf het eerste begin de juiste zorg van de dierenarts en de juiste voeding krijgt. Deze potentieel verlammende aandoeningen treffen miljoenen huisdieren, grotendeels honden van grote of reuzenrassen. Veel factoren spelen hierin mee, waaronder de omgeving, genen en voeding.
Alhoewel alle factoren in meer of mindere mate beheersbaar zijn, biedt voeding de beste mogelijkheid om de gezondheid van een pup of kitten te beïnvloeden. Omdat een te snelle groei vaak groeistoornissen met zich meebrengt, is het van cruciaal belang de juiste voeding op de juiste manier te geven. Wat raden dierenartsen aan? In principe zijn er verschillende manieren, zoals:
Sommige dierenartsen geven de voorkeur aan voer "naar keuze" (er staat altijd voer klaar) voor kittens omdat het risico van ondervoeding beperkt. Ook komt de maaguitzetting die vaak wordt geassocieerd met voeding gedurende beperkte tijd of een vaste maaltijd, minder voor.

Deze vorm is niet aan te raden voor pups, tenzij de pup extreem mager is. Maaltijdbeperkt (dagelijkse voeding opdelen in 2-3 maaltijden) of tijdsbeperkt (voer gedurende specifieke tijden neerzetten) voeren is de beste oplossing en zorgt voor een betere controle over de groeisnelheid en het lichaamsgewicht. Uw dierenarts kan de juiste methode aanbevelen op basis van het ras en de lichamelijke conditie van uw pup.
Het voer dat uw pup of kitten eet, is van invloed op zijn of haar groeisnelheid. Omdat het makkelijker is om groeistoornissen te voorkomen dan te genezen, is het geven van het juiste voer op juiste manier de beste preventieve maatregel die u kunt nemen. Dierenartsen bevelen een voer met zorgvuldig gecontroleerde hoeveelheden calorieën en calcium als essentieel aan voor pups van grote en reuzenrassen (die meer dan 25 kg wegen op volwassen leeftijd). Pups van kleine en middelgrote rassen hebben baat bij de beheerste inname van een goed gebalanceerde formule voor pups en kittens. Ook voor kittens is een speciaal geformuleerd voer van groot belang om de juiste voeding voor optimale groei te bieden, ter voorkoming van groeistoornissen.
< bron: Gytozi >
UW HOND EN UW BABY (Tante Lotte en Ereli)

| UW HOND EN UW BABY
| |
Heel wat jonge moeders stellen zich de vraag wat er nu moet gebeuren met de hond als er een baby in aantocht is .Welke regels moeten ze toepassen? Wat mag en wat mag niet? Kan de hond samen opgroeien met mijn kleine spruit ? Natuurlijk kan dat ! Het is zelfs wetenschappelijk bewezen dat voor de ontwikkeling van een kind een huisdier een essentieel onderdeel van zijn opvoeding is. Het brengt het kind heel belangrijke waarden bij zoals verantwoordelijkheid, respect, omgaan met leven en dood,enz… Het is echter heel belangrijk dat vaste regels gelden vanaf het begin. We geven u hierbij alvast een leidraad om op een goede basis te starten. Eerste regel : start vroeg met de voorbereidingen als er nieuwe baby in huis komt. Van op het moment dat u op de hoogte bent dat er een baby op komst is begint u zich voor te bereiden voor de veranderingen die u te wachten staan. Maar ook uw hond zal je moeten voorbereiden op deze verandering. De nieuweling zal voor nogal wat veranderingen zorgen in de leefwereld van uw honden zijn dagelijkse routine. Door een beetje planning kan u alvast uw hond voorbereiden op deze veranderingen, zodat hij nauwelijks zal merken dat er iets veranderde op het ogenblik dat de baby daadwerkelijk zijn intrede doet. Vier maanden voor de geplande geboorte kan u starten met deze voorbereidingen Hoe zal uw hond reageren? Indien uw hond reeds voorheen getuige was van de intrede van een nieuwe baby hoeft u zich niet echt veel zorgen te maken. Als het echter de eerste baby is kan je je best volgende vragen stellen: - Welke relatie zal u hebben met de hond eens de baby er is? - Zal je je hond een aantal gebieden in je woonhuis verbieden? - Vertoont je hond op heden specifieke gedragsproblemen? Als dit zo is zouden deze kunnen escaleren bij de intrede van de baby. Raadpleeg dan zeker een gedragstherapeut of een dierenarts die u kan doorverwijzen. Als u tevreden bent met het gedrag van uw hond kan u gerust de verdere richtlijnen volgen. | |
| Voor de baby is geboren.
| |
Betasten van je hond : U hond moet toelaten dat u hem betast op de borst, schouders, achterste, poten, staart en kop zonder enig probleem. U kan dit best gaan inoefenen als uw hond kalm en rustig is. Maak van dit soort oefeningen zeker geen spelletje aangezien u anders uw hond aanleert om te friemelen, vechten en bijtspelletjes te spelen. Geluiden: speel tijdens zeer korte periodes geluiden af ( cd, cassette, video) van een baby die weent, murmelt, of krijst en laat dit volgen door een korte beloning van de hond in de vorm van een lekker hapje of een spelletje. Herhaal deze procedure meermaals zodat uiteindelijk de hond de “niuwe “ geluiden gaat associëren met een leuke ervaring. Nieuwe geuren en voorwerpen: Laat de hond gewennen aan babypoeder, babyzeep, shampoo en baby melk door deze reeds te gaan gebruiken in de weken net voor de baby er aan komt. Ook grotere voorwerpen zoals buggy’s, maxi cosy ,speeltoestellen, eetstoeltjes ed moeten aanwezig zijn voor de baby er is. Beweging : Als je de hond regelmatig uitlaat sta dan even stil bij de hoeveelheid aandacht en beweging hij krijgt. Trekt hij aan de leiband, komt hij direct als je hem roept, is hij agressief naar andere honden? Ees de baby er is zal je wellicht moeilijkheden hebben om deze dingen onder controle te houden als je ook nog een kinderwagen moet gadeslaan. Sommige moeders zijn na de geboorte ook een fysisch verzwakt en zullen dus meer moeite hebben om de hond in controle te houden. Het gebruiken van een “gentle leader “ kan hier een oplossing bieden gezien daar de hond niet zoveel kracht kan mee uitten. Vraag even na of misschien vrienden of kennissen in de zwangerschapsperiode met de hond willen wandelen of doe een beroep op een van de iCare dogsitters. Dit zal u zeker een indicatie geven van de hoeveelheid beweging de hond nodig heeft en of u dit nog zal kunnen volhouden eens de baby er is. Indien u van oordeel bent dat de hoeveelheid wandelingen zal verminderen kan u dit alvast op voorhand beginnen afbouwen een paar weken op voorhand. Als de hond minder wandelingen krijgt zal je dit moeten vervangen door iets anders of hij zal zich beginnen vervelen. Honden die zich vervelen zijn ongelukkig en vertonen na een tijdje stress en destructief gedrag. Probeer het zeker niet goed te maken door de hond meer snoepjes of eten te geven, het zal enkel je hond nog ongezonder maken en hem opzadelen met overgewicht. Je kan dit wel compenseren door meer spelletjes met hem te spelen of doe een beroep op een iCare Dogsitter voor een wandeling of een dagje uit. Training: Maak je hond gewoon om alleen thuis te blijven, door hem initieel korte periodes alleen te laten. Langzamerhand kan je dit uitbouwen naar langere periodes. Indien het zelf niet echt lukt , weten ze zeker op een goede hondenschool raad met dit probleem.Ga eerst zelf op onderzoek naar deze hondenschool en bekijk of ze vriendelijke , positieve en beloningsgerichte methodes gebruiken ipv de slipkettingen en correcties. Aandacht: Je nieuwe baby zal heel wat van je aandacht vragen. Er komen meestal heel wat bezoekers over de vloer ( familie, vrienden, verplegend personeel of andere). Zelfs voor de grootste hondenliefhebber in de wereld is het een onmogelijke opdracht om evenveel aandacht te blijven besteden aan de hond eens de baby er is. De hond zal zich verwaarloosd voelen als hij na de geboorte van de baby niet dezelfde aandacht krijgt. Uw hond zal dus dingen gaan doen die u er toe dwingen om hem aandacht te schenken( vb stelen van hapjes van de tafel) De beste manier om uw hond voor te bereiden op een wijziging in aandacht is het limiteren van het verschil in situatie voor en na de geboorte van de baby. Voordat de baby is aangekomen moet je hond reeds gewend zijn om bepaalde periodes geen aandacht van jou te ontvangen. Geef je hond regelmatig aandachtsperiodes van 20 minuten. Als deze 20 minuten voorbij zijn negeer je hem gedurende de volgende 20 minuten ( geen verbale of fysische aandacht, geen oogcontacten). Deze regel geld voor alle gezinleden ! Speelgoed: Babyspeelgoed en hondenspeelgoed zijn vaak gemaakt uit dezelfde materialen. Sommige maken zelfs dezelfde geluiden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat honden hun omtrent hun eigen speelgoed verward geraken. Limiteer hondenspeelgoed tot twee of drie stuks en neem ze weg op het einde van elke speelsessie. Dit zal je hond doen begrijpen dat jij degene bent die bepaald wanneer er gespeeld word. Meteen sluit je ook alle risico’s uit dat de baby het hondenspeelgoed oppikt en het in zijn mond stopt. Moedig je hond aan om zijn speelgoed af te staan wanneer jij er om vraagt. Word nooit agressief als je het hem probeert te ontnemen, want dat zal zijn drang om het te beschermen enkel doen toenemen. Een rustig plaatsje voor zichzelf: Honden hebben altijd nood aan een rustig plekje waar ze heen kunnen om te rusten.Dit zal vooral belangrijk zijn als de baby begint rond te kruipen en dingen begint te exploreren. Leer de hond om naar zijn eigen plaatsje te gaan ( bvb een mat in het hoekje van de kamer). Op die wijze ben jij ook nog in zijn aanwezigheid en dat maakt de hond rustig en gelukkig. Een bench ( binnenkennel) kan ook in overweging worden genomen voor die periodes dat de hond wat tijd voor zichzelf nodig heeft. Rust en slaapplaatsen : Denk er eens over na of u de slaapplaats van de hond zal veranderen eens de baby is aangekomen. Bijvoorbeeld, bent u gelukkig dat de hond op de sofa slaapt en zal u dat nog toelaten eens de baby er is? Zoniet,doe deze wijziging een hele poos voor de baby er is zodat de hond deze gebeurtenissen niet associeert. Gezondheidszaken: Zorg ervoor dat uw hond in een goede conditie is. Vergewis u dat hij vrij is van vlooien en wormen. Alle vermoedelijke ziekteverschijnselen kan u best direct laten checken bij uw vertrouwde dierenarts.Elke irritatie en pijn die de hond voelt zal namelijk zijn resistentie tegen stress verzwakken. Hierdoor zal hij al eens sneller grommen of bijten. | |
| Na de baby’s geboorte
| |
Eerste introductie: Als de jonge moeder terug thuiskomt uit de kraamkliniek zal de hond wellicht hel enthousiast op haar afkomen. Het meest geschikte ogenblik om deze ontmoeting te laten plaatsvinden is op een moment dat de hond moe is – na een lange wandeling bijvoorbeeld.In eerste instantie moet deze reünie plaatsvinden zonder de baby, gezien de hond bij zijn enthousiasme zal willen opspringen. Later kan je de baby introduceren aan de hond op een rustige plaats waar de hond geen sterke connecties heeft. Dus niet de plaats waar hij eet of slaapt. Beloon je hond: Associeer de aanwezigheid van de baby met een leuke ervaring voor je hond. Als je hond zich rustig gedraagt in het bijzijn van de baby , beloon hem dan heel sterk,maar opeen rustige manier. Geef hem bijvoorbeeld wat lekkere hapjes. Bij de eerste interacties hou je de baby best nog op de arm van een volwassene en laat je de hond ruiken aan de baby. De hond zal in eerste instantie zeer geïnteresseerd zijn , maar zal na verloop van tijd zijn interesse verliezen. Eens hij zich terugtrekt moet je dit gedrag absoluut belonen en hem aanmoedigen met een hapje. Doe vanaf dan gewoon verder met de dagelijkse beslommeringen en je zal zien dat de hond de baby graag zal accepteren. Honden zullen geduldig hun leefgewoontes aanpassen aan het nieuwe gezinslid, maar vergeet niet van hen steeds in jouw nieuwe leven te betrekken Hygiëne: Mensen die zelf geen hond bezitten kunnen er je toe aanzetten om je hond weg te doen omwille van hygiënische redenen. Het is essentieel dat je hond werd ontwormt en behandeld werd tegen vlooien. Laat geen vuile luiers op de grond liggen daar de meeste honden dit geweldig speelgoed vinden en ze niet zullen nalaten op zelf te gaan markeren op diezelfde plaats. Honden zijn ook dol op babydrollen en het is dus zaak deze zeer goed weg te bergen in gesloten containers. Gebruik antibacteriële zeep nadat je met de hond bepaalde handelingen ( spelen, verzorging,…) hebt gedaan. Supervisie: Plaats de baby nooit op de grond met de hond en laat baby en hond nooit samen alleen! Dit geld voor ALLE honden ook al hebben ze een excellent karakter en temperament. Een kinderhekje zal ervoor zorgen dat de hond niet in dezelfde ruimte kan komen maar toch alle geluiden en geuren kan opvangen. Kruipen: hondeneigenaars dienen er zich van bewust te zijn dat de baby snel zal beginnen kruipen en stappen, en dat ze dus op dit ogenblik heel attent moeten zijn gezien de baby zich beweegt in alle mogelijke plaatsen. Het is dus zaak de hond een veilige plaats te voorzien waar de baby geen toegang toe heeft. Dit zal ervoor zorgen dat de baby niet continue achter de hond aanholt, of ongewilde pesterijen de kop opsteken. < bron iCare > | |
De noodzaak van een schoon gebit (Tante Lotte)

De noodzaak van een schoon gebit
Tandsteen en tandvleesontsteking vormen een serieuze bedreiging voor de gezondheid van onze huisdieren. Er zijn heel veel dieren die (onnodig) te kort leven en een hoop ongemak beleven door een onopgemerkte of slecht behandelde ziekte van het gebit.
De relatie tussen dier en eigenaar wordt nogal op de proef gesteld door tandsteen en tandvleesontsteking vanwege de stinkende adem en de irritatie bij het hondje dat vroeger altijd ‘kusjes’ mocht geven en nu niet meer. Honden zeggen ‘hallo’ door snuffelen en likken, en als hun adem stinkt worden ze gehinderd in het uiten van dit normale gedrag. Het vervelende is, dat op het moment dat men dan eindelijk besluit om er iets aan te laten doen, veel schade niet meer hersteld kan worden, en veel gebitselementen verloren gaan. Bij dieren in de vrije natuur komen tandsteen en tandvleesontstekingen bijna niet voor. Daarom moeten deze afwijkingen haast wel het gevolg zijn van de voeding die hen door ons gegeven wordt!
. Tandsteen ontstaat door mineralisering van tandplak
Dit laatste is een pasta-achtige substantie die zich constant op de tanden vormt, en die bestaat uit levende en dode bacteriën, slijmvliescellen, voedselresten enz. Tandsteen is op zichzelf geen ziekte, maar biedt een ideale voedingsbodem aan bacteriën die zorgen voor parodontitis. Parodontitis Tandsteen kat
is het ziekteproces dat op treedt rondom tanden en kiezen en dat leidt tot het verlies van tand of kies, doordat het bot dat de tand vasthoudt, verloren gaat. De aanwezigheid van tandsteen is alleen maar een symptoom van parodontitis. De ziekte ontstaat doordat er bacteriën groeien in de voedsel- en speekselresten onder de tandvleesranden (in de sulcus). Het lichaam reageert op deze bacteriën met een invasie van witte bloedcellen, en dus ontsteking. Hierdoor ontstaat een ontsteking rondom de tand. Deze ontsteking veroorzaakt de afbraak van het bot dat de tand op zijn plaats houdt. Je hoort vaak praten over tandvlees dat zich ‘terug trekt’ bij tandsteen en tandvleesontstekingen. In feite gebeurt dit omdat het tandvlees vast zit aan het onderliggende bot, dat wordt opgelost tijdens de ‘oorlog’ tussen de witte bloedcellen en de bacteriën in de plaque onder het tandvlees. Na behandeling: bloedend tandvlees
Parodontitis is een wijd verbreide ziekte; ongeveer 85% van de volwassen honden lijdt er aan. Het is een ziekte die in principe levensgevaarlijk is, en die voorkómen én genezen kan worden. Omdat de mondslijmvliezen zeer sterk doorbloed zijn, verspreiden bacteriën zich heel gemakkelijk door het hele lichaam, waarbij ze zich gemakkelijk nestelen in lever, nieren, hartkleppen en gewrichten. Bij honden (trouwens ook bij mensen!) zijn de niet-aangeboren hartklepafwijkingen bijna altijd het gevolg van ontstekingen in het tandvlees!
De meeste mensen beseffen hoe belangrijk een dagelijkse gebitsverzorging is, omdat het gebit ongeveer 60 tot 80 jaar mee moet kunnen. Vergelijk dit eens met een hondje dat op 8-jarige leeftijd al zijn tanden al kwijt is. Mogelijk weet u zelf uit eigen ervaring wel hoe vervelend pijn in de mondholte is, of dit nu door een tandvleesontsteking of door een ontstoken kies komt. Denk dan eens aan een dier, dat niets kan zeggen, en dat soms jaren lang met dit soort problemen rond loopt. De kwaliteit van leven van zo’n dier gaat hierdoor enorm achteruit, en iedere eigenaar heeft de morele plicht om hier iets aan te (laten) doen
Naast parodontitis is trauma een belangrijke oorzaak van gebitsproblemen. Denk maar aan de afgebroken hoektand bij een politiehond. Ook abcessen boven de 4e premolaar (de grootste kies) in de bovenkaak bij honden ontstaan vaak na een (nauwelijks zichtbare) fractuur in deze kies. Deze kies is trouwens ook de plaats waar de afvoergang van de oorspeekselklier uitmondt. Dit speeksel bevat veel kalk, en daarom zien we juist bij deze kies vaak het meeste tandsteen!
Tandvleesontstekingen en/of gebitsproblemen worden soms door ziektes veroorzaakt. Honden met ernstige mondholteproblemen zouden eigenlijk op de volgende kwalen onderzocht moeten worden:
1. Bij suikerziekte gaat het glucosegehalte van het speeksel flink omhoog. Hierdoor zien allerlei, op zichzelf onschuldige, bacteriën hun kans schoon om flink te groeien. Omdat suikerziekte ook de afweer van het dier vermindert, kunnen gemakkelijk ontstekingen ontstaan in de mondholte.
2. Een verminderde schildklierfunctie (hypothyreoïdie) leidt ook vaak tot gebitsproblemen, en een bij hond met een aangetoonde hypothyreoïdie moet dus ook naar z’n tanden gekeken worden! Een te geringe schildklierfunctie uit zich door traagheid/sloomheid, vetzucht, huidproblemen en verminderde weerstand tegen infecties.
3. Allergieën en andere ziektes die maken dat dieren op hun vacht kauwen, kunnen er toe leiden dat haren zich ophopen in de sulcus en zo infecties en veel schade veroorzaken. Het kauwen van haren kan tanden en kiezen uit kun normale positie wegdrukken en het gebit versneld laten verslijten.
4. Nierziektes kunnen gebitsproblemen veroorzaken door ontkalking van het bot, en dus verzwakking van de tandkassen. Bovendien kan het aanleiding geven tot zweren in de mondholte.
5. Verkeerde voeding kan een enorme effect op het gebit hebben, omdat veel soorten voedsel plaque-afzetting bevorderen, vooral blikvoeding. Teveel fosfaat in de voeding (puur vlees) zorgt voor ontkalking van het bot en dus een zwakker gebit. Hill’s Prescription t/d voorkomt tandsteenvorming
6. Pica (=het eten van vreemde voorwerpen) kan gebitsproblemen veroorzaken. Kauwen op stenen, hekken, deuren, staal, botten enz. is nu eenmaal niet goed voor de tanden! Honden die vaak met tennisballen spelen vertonen soms enorme slijtage van het gebit: het zand tussen de ‘haren’ van de tennisbal werkt als schuurpapier!
< bron Den Heuvel >

natuur (Cis-ka)

Kijk hier dan eens : http://www.vlaamsbrabant.be/levenenwonen/milieuennatuur/milieuennatuurCONTENT.jsp?page=5093
We zijn er voor, door en met elkaar ! https://blog.seniorennet.be/mailgroephuisdieren/

Nog wat spreuken met hond (Tante Lotte)

MEN MOET GEEN SLAPENDE HONDEN WAKER MAKEN
men moet zijn vijand niet zelf de gelegenheid geven,
om op te treden ; men moet niet zelf beginnen met
zich moeite op de hals te halen
In ' t Frans noemt men niet de hond, maar de kat ;
IL NE FAUT PAS R2VEILLER LE CHAT QUI DORT
MET ONWILLIGE HONDEN IS ' T KWAAD HAZEN VANGEN
met mensen die tegen hun zin meedoen bereikt men moeilijk het doel ;
personeel dat geen lust heeft in het werk verricht slecht zijn taak.
TWEE KWADE HONDEN BIJTEN ELKAAR NIET
boze mensen zin ' t licht eens, als het tegen een derde gaat,
die ze kunnen belagen
HIJ IS VAN ' T HONDJE GEBETEN
' t is een ingebeelde gek.
De uitdrukking is door tuinman verklaar
HIJ IS GEBETEN DOOR ' t HONDJE,
DAT LAATDUNKEN HEET.
VEEL HONDEN ZIJN DER HAZEN DOOD
tegen de overmacht kan niemand op.
WIE EEN HOND WIL SLAAN, KAN LICHT EEN STOK VINDEN
men vindt altijd wel een reden, als men iemand benadelen wil. ( Gezelle )
ALS MEN EEN HOND WIL KWIJK GERAKEN, LEGT MEN HEM 'T VERWOED OP
d.i. beweert men dat hij dol is.
IEMAND UITSCHELDEN DAT DE HONDEN ER GEEN BROOD VAN LUSTEN
hem zo kleineren, dat zelfs een hond geen stuk brood meer van hem aanneem.
KOMMANDEER JE HOND EN BLAF ZELF!
jij hebt hier niets te zeggen;
als je wat wilt moet je ' t zelf doen
HIJ HEEFT HET HONDENGELOOF, HIJ HEEFT HET VLEES LIEVER DAN DE BOTTEN.
DE HOND KEERT TERUG TOT ZIJN UITBRAAKSEL
hij valt weer terug in zijn oude kwaad.
WIE MET HONDEN OMGAAT, KRIJGT VLOOIEN
wie in slecht gezelschap verkeert,
neemt slechte eigenschappen en gewoonten over.
HOE RUIGER HOND, HOE MEER VLOOIEN
hoe slechter gezelschap, des te onaangenamer gevolgen.
WIE MET HONDEN NAAR BED GAT, STAAT MET VLOOIEN OP.
HIJ LOERT ER OP ALS EEN HOND OP EEN ZIEKE KOE.
hij verlangt naar de dood van zijn erflater.
EEN STOMME HOND
een lelijke scheldwoord voor een dom persoon..
BETER EEN LEVENDE HOND DAN EEN DODE LEEUW
het leven gaat boven als.
HIJ LOOPT WEG ALS EEN HOND MET DE STAART TUSSEN DE POTEN.
hij druipt angstig af
HET IS GEEN WEER, OM HOND OF KAT BUITEN TE JAGEN
heel slecht weer.
ALS OUDE HONDEN BLAFFEN, IS HET TIJD OM UIT TE ZIEN.
als mannen van ervaring waarschuwen, moet men naar hun raad luisteren.
EEN LOPEN DE HOND
VINDT ALTIJD WAT VOOR DE MOND
EEN LIGGENDE HOND
WAAIT GEEN BROOD IN DE MOND.
' T IS NET OF DE HOND HET IN ZIJN GAT GEHAD HEEFT
het goed ziet er verfrommeld uit.
Bij Harreboméé : HET IS, ALSOF HET DEN HOND IN ZIJN GAT GEZETEN HEEFT
' T MOET AL EEN RUIGE HOND WEZEN, DIE TWEE NESTEN WARM HOUDEN KAN
' t moet een rijke man zijn, die behalve zijn eigen gezin er nog een andere vrouw op na houdt
DAT KAN HOND NOCH KAT VERSTAAN
dat is al zeer onduidelijk.
IEMAND AFSNAUWEN, ALOF MEN HEM VOOR DE HONDEN GEVONDEN HEEFT
op een verschrikkelijke manier; hem behandelen, alsof hij alleen maar goed was als vreten voor de hond.
DIE BIJ DE HOND SLAAPT, BETRAPT VAN ZIJN VLOOIEN ( vlaams )
kwade gezelschappen bederven goede zeden.
ALS OUDE HONDEN BASSEN, IS HET TIJD OM UIT TE ZIEN ( vlaams )
luister naar de raad van ervaren mensen.
JAAG EEN HOND WEG, JE KRIJG EEN REKEL WEER
alle verandering is geen verbetering.
' T IS EEN SLECHT HOND, DIE ZIJN BROOD PAKKEN LAAT ( vlaam )
men moet zich de kaas niet van ' t brood laten eten.
WIE KAN DE HOND HET BASSEN BELETTEN? ( vlaam )
men kan een lasteraar ( of ook iemand, die scheldt en raast ) de mond niet stoppen.
TWISTZIEKE HONDEN LOPEN MET GESCHEURDE OREN ( vlaams )
wie altijd ruzie zoekt, word op zijn beurt toegetakeld en moet de gevolgen dan maar dragen.
' t is de ene hond leed, dat de andere in de keuken gaat.
MEN TERGT GEEN HOND IN ZIJN EIGEN KOT ( vlaams )
men beledigt niet iemand in zijn eigen huis.
HONDEN OP DE BAND VANGEN GEEN HAZEN ( vlaams )
als men wil, dat iemand zijn best doet, moet men hem niet aan
de band houden, doch vrijheid van beweging geven.
EEN HOND IS STOUT OP ZIJN EIGEN DAM ( vlaams )
de dam is de ingang van het boerenheem.
DE HONDEN ZIJN THUIS HET STOUTST.
DE ENE HOND VERWIJT DE ANDERE? DAT HIJ VLOOIEN HEEFT ( Gezelle )
ZWICHT U VAN EEN HOND, DIE NIET EN BAST, EN VAN EEN VROUW, DIE LICHTE KRIJST ( Gezelle )
pas op voor een hond, die nooit blaft, maar ook voor een vrouw, die al te gauw scheldt.
DE KLEINE HONDEN JAGEN DE HAAS OP, MAAR DE GROTE PAKKEN HEM ( Fries )
de kleine man doet het werk ende grote man geniet er de voordelen van.
EEN KWAAIE HOND MOET MEN WEL EEN STUK BROOD GEVEN, WANT ANDERS BIJT HIJ JE ( Fries )
men moet wel wat doen, om gevaarlijke lui te vriend te houden.
MEN MOET HUILEN MET DE HONDEN, DAAR MEN MEE IN ' T BOS IS.
ALS HIJ NIETS MEER KAN, HANGT DE JAGER ZIJN HOND OP ( Fries )
ondank is ' s werelds loon.
ER ZIJN ALTIJD VEEL HONDEN OM ' T AAS ( Gron )
wanneer er wat te halen is, dan komen er altijd genoeg liefhebbers op los ;
zo lang men trakteert, heeft men overvloed van vrienden.
' T Woord aas is niet meer in gewoon gebruik in Groning ; zo hoort men veelal ;
' T ZIET ER UIT, VEEL HONDEN OM DE HAAS
' T ZIET ER UIT, OF DE HOND ER JONGEN GEHAD HEEFT ( Gron )
de hele boel ligt verward overhoop.
IK, ZEI DE HOND, VOOROP! ( Gron )
schertsend gezegde, als iemand zich zelf het eerst noemt.
HONDEN EN MANNEN
MOGEN UITSPANNEN
MAAR KATTEN EN WIJVEN
MOETEN THUIS BLIJVEN
ZOEK GEEN SPEK IN EEN HONDENEST
doe geen moeit, als je van te voren weet het tevergeefs is.
' T GLIMT ALS EEN HONDEKEUTEL IN DONKEREN
Schertsend gezegde, wanneer een ding, dat blinken moet, dof is.
Zo dat waren ze dan, allé die van de honden toch.
Welk dier er volgt kan ik nog niet zeggen. Dat zien jullie dan wel.
En voor ik het kan vergeten, aan allen:

Karper komt als je hem roept (Cis-ka)

Karper komt als je hem roept
We zijn er voor, door en met elkaar ! https://blog.seniorennet.be/mailgroephuisdieren/

ALGEMENE INFO OVER KIKKERS (Simone1)

ALGEMENE INFO OVER KIKKERS (8 februari 2004)
In de hele wereld vind je wel duizend soorten kikkers en padden en het is niet altijd zo eenvoudig om het verschil tussen beiden te zien. Padden hebben een grotere lichaamsbouw, ze zijn plomper en hun poten zijn korter. Padden bewegen meestal trager, kikkers daarentegen springen meer op hun lange achterpoten . Padden leven vaker op het land, kikkers daarentegen leven vaker in het water.
De kikkers zijn beschermde amfibieën. Ze zijn koudbloedig en kunnen zichzelf niet warm houden. Bij warm weer zijn ze veel levendiger. In de winter houden ze een winterslaap. Ze kruipen dan diep in de modder en worden niet één keer wakker. Als het warmer begint te worden ontwaken ze uit hun winterslaap.
![]() |
![]() |
![]() |
| Bruine kikker (landkikker) | Groene kikker (poelkikker) | Groene kikker |
Lichaamsbouw : Kikkers hebben vier poten en een dunne gladde vochtige huid zonder haren of schubben. Ze hebben geen ribben en de wervelkolom is kort. Hun geraamte heeft minder botten dan andere dieren. Hun kop is breed en er zijn grote oogkassen. Het merendeel van de kikkers heeft aan de zijkant van de kop twee kwaakblazen. Ze kwaken o.a. bij de voortplanting.
Zwemvliezen van de bruine kikker
Close-up
Hoe ademen ze : Als kikkers volwassen zijn ademen ze door hun longen en huid. De jonge kikkers (kikkervisjes) hebben geen longen maar kieuwen.
Van eitje naar kikker
Voeding : Ze eten insecten, larven, wormen, pieren, slakken, kevers, spinnen, vliegen, wespen ... Wanneer ze een lekker hapje zien kunnen ze er secondenlang naar staren om te zien hoe ver het insect van hen vandaan zit, dan opent hij zijn bek en zijn kleverige roze tong schiet naar buiten. Zijn tong zit van voren vast en dus niet van achteren. Hierdoor kan hij deze helemaal uitrollen. Dus als zijn tong naar buiten schiet, rolt het topje zich helemaal uit en plakt vast aan het insect. De kikker trekt zijn tong terug met het insect eraan vastgeplakt weer naar binnen en weg is het insect. De aanval van de kikker duurt nog niet eens één seconde. Hij slikt zijn prooi in een keer door. Als hij slikt knijpt hij zijn oogjes dicht. Zo duwt hij zijn voedsel omlaag zijn maag in. Kikkervisjes eten planten zoals algen. Als je kikkervisjes in je vijver hebt kan je ze voeren met kapotte slakken, visvoer, stukjes worm maar niet in te grote porties geven want anders verrot je water. Een kikker eet zoveel als er te eten is omdat hij nooit weet of er later ook nog voedsel is. Kikkers grijpen vooral diertjes die op de grond rondscharrelen of voorbijvliegende insecten. Ze eten alles wat beweegt en alles wat niet te groot is om in te slikken.
Secondenlang staren en dan ... hap !!!
Gedrag : Kikkers zijn koudbloedigen wat wil zeggen dat hun lichaamstemperatuur afhangt van de temperatuur in de omgeving. Heel weinig soorten kunnen een temperatuur onder 4° C of boven 40° C verdragen . Daarbij komt nog kijken dat de dunne, klamme huid van de kikker weinig bescherming biedt tegen vochtverlies. Daarom moeten ze uitkijken niet uit te drogen op het land. De meeste kikkers zijn actief tijdens de nacht omdat de temperatuur koeler is en de vochtigheid hoger dan overdag. Kikkers drinken niet maar vervangen het verloren vocht door het via de huid op te nemen wanneer ze zich in het water bevinden. Op het land verplaatsen kikkers zich al springend zonder enig spoor na te laten hetgeen hen beschermt tegen eventuele vijanden zoals reigers, slangen, schildpadden. Heel grote kikkers kunnen zelfs een muis of kleine slangen verorberen.
Vechtende kikkers 
Parende kikkers
Verliefde kikkers
Voortplanting : In de lente (april-mei en de groene kikker een maand later) ontmoeten mannetjes en vrouwtjes elkaar op vaste plaatsen. Het is meestal het mannetje dat het eerst uit de winterslaap ontwaakt. Hij gaat op zoek naar een plas en begint te kwaken om de vrouwtjes naar de plas te lokken voor de paring. Het mannetje klimt op de rug van het vrouwtje, pakt haar met zijn voorpootjes stevig vast onder haar oksels en laat haar voorlopig niet meer los en zwemt een tijdje met haar mee. Hij duwt met zijn voorpoten de eitjes naar buiten. Deze eitjes noemt men kikkerdril omdat elk eitje in een doorzichtig gelei-omhulsel verpakt is. Deze eitjes zijn zo ingepakt om ze te beschermen tegen eventuele beschadiging. Tegelijkertijd werkt dit dril ook als een soort lens waardoor de zonnewarmte op het groeiend eitje geconcentreerd wordt. Dit is heel belangrijk want het vrouwtje zorgt verder niet meer voor haar eitjes. Ook het mannetje verdwijnt meteen na de paring. Het mannetje stort zijn zaadcellen over de eitjes zodat deze bevrucht kunnen worden. Het kikkerdril is glibberig en de eitjes hebben geen schaal. Meestal zijn er 2000 tot 3000 eitjes !! Als het water warm is komen de eitjes sneller uit, maar gemiddeld duurt het toch een drietal weken. Als een kikkervisje na ongeveer 3 weken uit het eitje komt, is het natuurlijk nog heel klein larve). Het heeft enkel een zuignapje waarmee het zich vastzuigt aan een waterplant of aan het dril waar hij uitgekomen is. Een paar dagen later wordt het meer een visje en krijgt het een mondje en oogjes en het staartje is dan ook sterk genoeg om te zwemmen. Het visje eet alleen algen die hij met zijn scherpe tandjes van de waterplanten schrapt. Langzaam verandert de vorm van het kikkervisje of dikkopje. Het krijgt eerst achterpoten en dan voorpoten. Als laatste (na twee maanden) krijgt het een kortere darm en vervangen longetjes zijn kieuwen. Het staartje verdwijnt en nu wordt het een vleesetertje. Het kikkertje moet nu steeds naar het wateroppervlak om adem te halen omdat hij geen kieuwen meer heeft om onder water te ademen. Na ongeveer drie maanden is het een echte kikker geworden.
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
| Cyclus | Kikkerdril | Kikkervisje1 | Kikkervisje2 met voorpootjes | Kikkervisje3 bijna volgroeid |
Kikkervisje
Nog niet volwassen ...
Voortbeweging : De kikkers leven zowel op het land als in het water, vooral in sloten. Op het land springen ze met hun twee lange achterpoten. Ze kunnen heel hoog springen om bv insecten te vangen. In het water zwemmen ze door hun achterpoten, die met zwemvliezen voorzien zijn, op en neer te bewegen.
Bescherming : Volgens de Natuurbeschermingswet mag je geen kikkers verstoren, laat staan ze doden of meenemen. De boomkikker, geelbuikpad en de knoflookpad behoren tot de bedreigde soorten. De heikikker, poelkikker en vroedmeesterpad behoren tot de kwetsbare amfibieën.
Heikikker (kwetsbaar)
Geelbuikpad (ernstig bedreigd
Boomkikker (bedreigd)
Knoflookpad (bedreigd)
Poelkikker (kwetsbaar)
Vroedmeesterpad ( kwetsbaar)
Oorsprong : Toen miljoenen jaren geleden de aarde geleidelijk aan warmer werd en rivieren en meren opdroogden, ontwikkelde zich op aarde voor sommige waterdieren de mogelijkheid zich aan te passen om zowel op land als in het water te kunnen leven. Deze werden later amfibieën genoemd. Dit komt van het Grieks "amphibios", amphi = beide kanten, bios = leven of levenswijze. De eerste fossielen die gevonden werden dateren van 208 tot 144 miljoen jaren geleden. Zoveel miljoen jaren hebben de kikkers weten te overleven. Tegenwoordig is het moeilijker geworden. Ontwatering, verzuring van de grond en allerlei virussen en schimmels bedreigen wereldwijd het kikkerleven. Kikkers zijn heel belangrijk voor het onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Volwassen kikkers worden gebruikt voor het bestuderen van de anatomie van gewervelde dieren, dieren die een ruggengraat hebben. Kikkereieren daarentegen geven wetenschappers meer inzicht in de embryologische ontwikkeling. Ecologisten en wetenschappers die de ecosystemen van de aarde bestuderen zijn zeer geïnteresseerd in kikkers en andere amfibieën omdat deze dieren beschouwd worden als bio-indicators. Dit betekent dat de gezondheid van de kikkerbevolking de weerspiegeling is van de gezondheid van ons ecosysteem in zijn geheel. Heden ten dage heeft men ongeveer 4.000 soorten van kikkers kunnen identificeren en er worden er nog nieuwe ontdekt bij het onderzoeken van het Regenwoud en andere delen van de wereld. Rond de jaren '80 echter stelde men een daling in de kikkerbevolking vast over de hele aarde. Ook komen er meer en meer misvormde kikkers voor en dit tot grote ongerustheid bij de wetenschappers want zoals ik al eerder schreef zijn de kikkers onze bio-indicators. Daarom ook dat vele landen zich aangesloten hebben om de kikkers te beschermen.
Mythologische betekenis : In het oude Egypte was de kikker heilig. De Egyptenaren dachten dat de kikkers vanzelf uit de modder waren ontstaan en dus de geheimen van het leven kenden. Oergoden werden dan ook vaak als mannen met een kikkerkop afgebeeld. Ook de geboortegodin Heket had de gestalte van een kikker want ook zij kende waarschijnlijk (?) het geheim van het spontaan verrijzende leven. Zij werd afgebeeld als kikker, het symbool van leven en herboren worden. Haar hiërogliefteken was het teken voor "kikker". Een mogelijke relatie tussen de kikker en de geboorte is de houding van de kikker terwijl hij zit, de overeenkomst met de houding van de foetus in de baarmoeder. De grote hoeveelheden jonge kikkers die elk voorjaar verschenen waren het eerste teken van het wassen van de Nijl en dus van de terugkeer van de vruchtbaarheid van het land en de natuur. Hekets kikkeramulet draagt de tekst "Ik ben de wederopstanding". Deze amuletten weren aan mummies meegegeven als hulp bij hun wedergeboorte. Heket is wel in verband gebracht met de Griekse voedster of vroedvrouw Baubo en met de Soemerische Bau of Baba. Heka of Hekau zijn de "Machtige Woorden" waarmee de doden hun weg door het hiernamaals konden vinden door ze van buiten te kunnen reciteren.
Soorten : Er zijn verschillende soorten kikkers waaronder een paar giftige. Meestal herken je ze aan hun felle of bijzondere kleur. De grootste kikker is de Goliath-kikker (Conraua goliath) en is te vinden in West Afrika (Kameroen). Hun lichaam is 30 cm lang (en hun poten zijn bijna even lang !!). Deze kikker weegt bijna evenveel als een gewone huiskat t.t.z. 3,300 kg! zie verder algemene informatie
![]() |
![]() |
![]() |
| Goliathkikker uit Kameroen naast een baby-hert | De kleinste kikker 9.8 mm met ingetrokken poten (Gold Frog) | Deze kleine kikker werd onlangs ontdekt (1996) in Cuba en heeft nog geen naam buiten de latijnse |
Vijanden : Als kikkervisjes zijn zijn grote natuurlijke vijanden : vissen, salamanders, libellenlarven, roofkevers en watertorren. Als hij volwassen is zijn de natuurlijke vijanden : reigers, ooievaars en snoeken en .... de mens. De wegen die de mens bouwt, zijn gevaarlijk voor de kikker. Als een kikker na zijn winterslaap naar de plas trekt, gebeurt het vaak dat hij nooit aankomt omdat hij wordt opgegeten door reigers of ooievaren maar ook omdat hij doodgereden wordt. De bestrijdingsmiddelen die de mensen gebruiken tegen ongedierte op hun velden of om onkruid of mos te bestrijden in gazons vergiftigen de insecten die de kikker eet. Doordat mensen plassen dichtgooien en beekjes rechtmaken heeft de kikker geen woon-en paringsplek meer. Heb je een vijvertje, span dan een net tegen reigers en ooievaars.
Hoe lang leven kikkers ? Een heel moeilijke vraag. Er is hieromtrent heel weinig geweten omdat het niet eenvoudig is kikkers hun hele leven lang te volgen. Men heeft nog geen systeem gevonden om hen een soort halsband om te doen en zo hun doen en laten te volgen. In gevangenschap echter weet men dat kikkers tussen 4 en 15 jaar oud kunnen worden.
Waarom kwaken kikkers ? Bij de meeste soorten zijn het de mannetjes die kwaken en dit om de vrouwtjes te lokken en om andere mannetjes van hun territorium te sturen. De vrouwtjes vinden dit gekwaak heel sexy!! Veel van de kikkers vullen hun kaken met lucht wanneer ze kwaken. Dit vergroot het geluid van hun stembanden.
Kwakende kikkers op zoek naar een vrouwtje
Hoe overwinteren kikkers ? Ze graven zichzelf onder in de modder in de plassen. Kikkers zijn koudbloedig en hebben een soort antivries ingebouwd.
Gaan kikkers en vissen samen ? Als er veel kikkers zijn is dat geen probleem maar als er weinig zijn wordt het problematisch. Vissen "bijten" kikkers wel eens en ze zijn niet bevorderlijk voor de uitbreiding van de kikkerpopulatie. Vissen hebben snel in de gaten waar er iets te eten valt en op het moment dat de kikkerlarfjes uitkomen zwemmen ze regelrecht in de muil van de vis! De natuur treft echter maatregelen. De kikkers leggen hun eitjes meestal op plekken in de vijver waar de vissen niet kunnen komen of tussen dichtbegroeide planten. De eerste dagen houden de larfjes zich doodstil omdat bewegen te veel energie kost en de aandacht trekt wat dodelijk kan zijn. Uit een vijver die erg bevuild is door de uitwerpselen van vissen zullen de kikkers uiteindelijk verdwijnen. Overigens gaan bruine en groene kikkers ook niet zo goed samen. Wanneer er te veel groene kikkers zijn, gaan de bruine kikkers hun eitjes elders leggen.

Algemene informatie : Kikkers leven graag in groepsverband en zoeken elkaar altijd op. Ze gaan dan naast of op elkaar zitten. Een kikker kan je gauw tam maken maar je moet er geduld voor hebben. Het loont echt de moeite. Zelf geef ik hen steeds op dezelfde plaats meelwormen, levende insecten (vliegen, spinnen, pieren, wormen ...). Na een tijdje hield ik een worm in mijn hand en ja ... eentje met veel lef kwam het uit mijn hand halen !!! De eerste keer is wel even schrikken want het gaat enorm snel hoor. Het gebeurt ook dat ze niet kunnen wachten en de wormen gewoon uit het doosje komen halen. Je moet wel uitkijken dat je ze niet over voert.
De bruine kikker (rana temporalia) is een grote plompe bruine kikker (max 10,7 cm) met een korte stompe snuit. Het vrouwtje kan tot 4 mm langer worden dan het mannetje. Soms lijkt hij meer groen dan bruin. Toch is er een duidelijk kenmerk : aan de zijkant van de kop, vanaf het oog tot aan de schouder, heeft hij een grote donkerbruine vlek. Tijdens het paarseizoen zijn de mannetjes ook herkenbaar aan de zwarte paarkussentjes op de duimen. De vrouwtjes hebben tijdens de paartijd vaak witte stippels op hun flanken. Hij beweegt zich al springend voort. 's Nachts gaat hij op jacht en komt enkel in de lente in het water voor de voortplanting. Hiervoor gebruikt hij een poel met ondiepe oeverzones en wat plantengroei. Het is vaak de enige soort die zich kan handhaven in de door de landbouw vervuilde wateren. Ze eten voornamelijk kevers, landslakken, mieren, duizendpoten en andere insecten. De larven eten vooral algen of elkaar.
Bruine kikker
Er zijn drie soorten groene kikkers : de kleine (poelkikker - rana lessonae), middelste (rana klepton esculenta) en de grote groene kikker (meerkikker - rana ridibunda). Ze zijn een beetje groter (10 cm) dan de bruine kikker. De vrouwtjes doen hun naam alle eer aan, de mannetjes daarentegen kunnen soms zo donkergroen zijn dat je ze kan verwarren met de bruine kikker als je niet naar de wang kijkt. De rugzijde vertoont zwarte vlekken. Op de achterpoten heeft hij een witte tot felgele tekening en op de rug een lichtgroene streep. De kop is smaller dan die van de bruine kikker. Zijn huid is glad en hij is vrij schuchter in vergelijking met de bruine kikker. De voortplanting is van mei tot juli. In het begin van deze periode worden kwakende koren gevormd die in kracht afnemen naargelang het seizoen verstrijkt. Het geluid van de paarroep wordt versterkt door middel van kwaakblazen. Deze zijn aan de zijkanten van de kop geplaatst. Eieren hangen in kleine klompen aan waterplanten. In de zomer blijven ze aan de oever van de plas, alleen bij nat weer verspreiden ze zich. Overwintering gebeurt zowel op het land als in het water. Hij houdt zich vaak in het water op en moet alles kunnen zien wat erboven gebeurt. Hierdoor zijn de oogbollen naar boven gericht, in een veel sterkere mate dan bij de meeste andere soorten. Het gezichtsveld is erg groot en de gezichtsvelden van beide ogen overlappen elkaar. Hierdoor kan hij diepte zien wat belangrijk is voor het schatten van afstanden. Daar de kikker een horizontaal gezichtsveld heeft van 360°, kan hij om zich heen kijken zonder zijn kop te bewegen. Bovendien is hij in staat voor zich en achter zich voorwerpen met beide ogen tegelijk te zien. Hij kan een vlieg die links of rechts van hem loopt, grijpen zonder het lichaam te draaien. Ze komen de hele zomer voor om en in schoon water en stellen geen specifieke eisen aan hun biotoop. Wel moeten ze kunnen "zonnen", bij een vijver die vaak in de schaduw ligt, zullen ze op zoek gaan naar een plek waar meer zon is, is dit niet aanwezig om je vijver dan zullen ze wegtrekken. De groene kikker kwaakt harder dan de bruine.
Groene kikker
Vijver : Het is ontzettend belangrijk om het water één keer per week te verversen door ongeveer 10 % eruit te pompen en vers water toe te voegen. Doe je dit niet dan komen er schadelijke stoffen in de vijver, met alle gevolgen vandien. Zweefalg maakt je vijver troebel. Dit is te verhelpen door een uv lamp te plaatsen. Draadalg is misschien vervelend om te zien, maar het bewijst dat de waterkwaliteit goed is en het is de eerste levensbehoefte van vele diersoorten, jonge vis, salamanderlarven, kikkervisjes etc. Die kunnen daarin schuilen en vinden daar hun voedsel. Wordt het te erg dan verwijder je het gewoon door een gespleten stokje te nemen en dat rond te draaien in het draadalg. Kroost krijg je nooit meer weg. Het beste is, als het te veel wordt, om het eruit te scheppen. Het is niet schadelijk. Waterlelies staan heel mooi maar overwoekeren gauw, elk jaar inkrimpen is de beste oplossing. Kikkers zitten heel graag op de bladeren van de waterlelie. Zuurstofplanten kunnen aardig woekeren als ze het naar hun zin hebben. Om dit in de hand te houden, kan je ze in bosjes bijeen binden met een elastiek en een steen om het te laten zinken. Gaat het woekeren, dan haal je het uit de vijver, knijpt het onderste gedeelte eraf, dun het in, weer vastmaken en opnieuw in je vijver doen. Zuurstof is ook heel belangrijk. Je kan hiervoor een pomp plaatsen. Indien je bezoek krijgt van reigers is het het best een net te spannen over de vijver. Wil je kikkers lokken naar je vijver neem dan liefst geen vissen want vaak eten ze de eitjes of larven op. In sommige vijvers vind je vissen en kikkers samen maar het is beter dit te vermijden. Richt je vijver natuurlijk in met planten en glooiende kanten. Verder moet er zonlicht in kunnen. Is de biotoop goed dan kunnen de kikkers vanzelf in je vijver komen. Vangen en uitzetten is verboden door de wet. Wanneer ze zich niet thuis voelen gaan ze op zoek naar een andere poel of vijver, of ze gaan dood, dus niet doen ! Zorg verder voor voldoende schuilplaatsen, want deze dieren planten zich alleen voort in het water. Verder veel hout om je vijver plaatsen, en stenen, daaronder kunnen ze schuilen.
met dank aan Chantal
Bezoeken jullie ook eens haar mooie site http://users.telenet.be/cha.go1/kikkertekst.html
Filmpje gorilla (Tuurke)
De alpha hond (Tante Lotte)


De alpha hond |
|
Wie is hier nou eigenlijk de baas? Waarom toont mijn hond zo weinig respect? Antwoord: U hebt helemaal gelijk, dit is een groot probleem. Het lijkt er op dat uw hond een probleem heeft met dominantie, en hij is hard op weg om bij u thuis de leider van het gezin (zijn roedel) te worden. Uw hond heeft de adolescentieleeftijd bereikt en gaat nu, net als een tiener, zijn grenzen opzoeken. Dit is de ideale leeftijd om deze problemen de kop in te drukken. In de natuur Bij u thuis U bent roedelleider Hoe wordt u alpha? Sta dus rechtop, met uw schouders naar achteren. Maak uzelf lang. Oefen een nieuw stemgeluid, één die diep en krachtig is. Vraag uw hond niet om iets te doen (of laten): vertel het hem! Hier zit een verschil tussen, en uw hond zal dit opmerken. Als alpha bent u gerechtigd om de regels op te stellen en om orders uit te delen. Uw hond zal dit instinctief begrijpen. Neem de tijd Gebruik commando’s Laat hem gaan zitten voordat u hem zijn eten geeft, laat hem zitten voordat u hem uitlaat. Laat hem voor u zitten voordat u hem gaat aaien, laat hem zitten voordat u hem zijn speeltje geeft. Is het uw gewoonte om gedurende de hele dag iets te eten voor uw hond te hebben staan? Stop hier dan mee! Geeft hem niet vaker dan twee keer per dag te eten, op tijden die u bepaalt. Haal de restjes weg. Wil uw hond niet gaan zitten voordat u hem eten geeft: geen eten! Loop weg en negeer hem. Haal het eten later weer tevoorschijn en zeg weer dat hij moet gaat zitten. Als u er zeker van bent dat uw hond donders goed begrijpt wat hij moet doen als hij het “zitcommando” hoort, zeg het dan niet vaker dan eenmaal. Hij heeft u de eerste keer heus wel gehoord. Geef de commando’s terwijl u staat en met een diepe, ferme stemklank. Om te voorkomen dat hij tegen u aanduwt in de deuropening, voordat u samen de deur uitloopt, doet u hem een halsband om. Laat hem zitten terwijl u de deur opent en geef hem toestemming om naar buiten te lopen. “ Ok, of: Vrij!” Aanraken Wilde spelletjes Uw domein Teken van succes Na de training *Noot van de vertaalster: Voor de leesbaarheid is dit artikel in de “hij” vorm geschreven. Vanzelfsprekend kan “hij” en “hem” overal vervangen worden door “zij” en “haar.”
< Oorspronkelijk geschreven door: Vicky DeGruy > |
De oorsprong van de huiskat (Tante Lotte)

De oorsprong van de huiskat

Voor de oorsprong van de kat moeten we terug naar ZuidOost Azië, vermoedelijk liggen hier de wortels van ons zo beminde huiskat. En niet alleen van onze huiskat, alle katten zijn volgens hetzelfde anatomische model geschapen en men neemt dan ook aan dat deze 'oerkat' kat zich evolueerde tot ondermeer onze huiskat maar ook de leeuw, tijger jaguar etc. Dat onze kat een gezamelijke voorvader heeft valt op te maken uit het anatomische model dat bij alle katten exact gelijk is. Uitzondering hierop is de Pampaskat met 18 chromosomenparen, de rest heeft er allemaal 19.
Onderzoekers delen de kat op in 2 groepen, tot de een behoren de Jachtluipaarden, leeuwen, luipaarden. deze groep kenmerkt zich doordat ze haar klauwen niet kan intrekken. De 2e groep waarin onze huiskat valt word weer opgedeeld in kleine en grotere rassen.
Behalve het niet in kunnen trekken van de klauwen verschilt de eerste groep ook nog op een ander punt van de groep tot waar onze huiskat toebehoort en dat is brullen.. Dit brullen word de eerste groep mogelijk gemaakt door het verbeende tongbeen Dit stukje extra kraakbeen heeft echter ook weer tot gevolg datze alleen bij het uitademen kunnen spinnen. de veel grotere poema die zowel bij het inademen als het uitademen kan spinnen behoort dan ook tot de zelfde groep als onze huiskat.
afstamming van de huiskat:
Onze huiskat komt dus voort uit groep 2 en onderzoekers stellen dat slechts een uit deze groep de voorvader van onze huiskat is nl de Afrikaanse izabelkat (felis silvestris lybica). Alhoewel in een later stadium inmenging van de wilde boskat (felis silvestris silvestris) en de steppekat (feils silvestris ornata) niet uitgeloten word.
Waarneer onze huiskat precies beloot dat de mens een goed partner was is niet helmaal duidelijk vermoed word dat dit omstreeks 2000 v. Chr. is geweest. de tijd dat de mens grote voedsel voorraden ging aanlegen om de winter te overbruggen. Grote voorraad schuren met graan trokken ongedierte zoals muisen en ratten aan en vormden voor de kat een prima plek om te vertoeven, dankbaar dat de kat hun van de indringers 'verloste' begon de mens de aanwezigheid van de kat te koesteren. De Egyptische Mau vindt zijn oorsprong in het oude Egypte. 4000 jaar terug werd hij daar vereerd als een god. ‘Mau’ is in het Egyptisch ‘kat’ of ‘zon’. In het begin was hij bijna de beschermer van de mensen omdat hij muizen (graandieven) en slangen doodde. Wanneer iemand een kat doodde of slecht behandelde, dan kreeg hij de doodstraf. De Mau was een lid van de familie, kreeg goed eten en had een hoog aanzien.
Dat de kat ook minder rooskleurige tijden heeft gekend bewijst de vondst van Archeologen, zij vonden enorme grafvelden, zoals die van Beni Hassan, waar meer dan 300.000 geofferde katten lagen begraven. Ook later in de Middeleeuwen werd om onder het mom van duivelse verafgoding veel katten levend verbrand.
Zeelieden
Ook vandaag de dag hebben heel wat schepen een 'scheepskat' Ook zeelieden moeten hun voedselvoorraden beschermen tegen ongedierte. zo rond 1000 voor Chr. gingen waarschijnlijk de eersten huiskatten naar het Midden-Oosten, wat nu Italië is en vanaf daar verspreidde ze zich langzamerhand over heel Azië en Europa. Doordat ze nog steeds aan boord van schepen werden genomen, bereikten ze ook de Nieuwe Wereld toen rond 1600 ontdekkingsreizen en handel steeds belangrijker werden.
Azië
Om heilige geschriften tegen muizen te beschermen werden zij vaak in tempels gehouden. Ook hielden ze ratten en muizen ver van de kostbare zijdecocons vandaan. De zijdehandel was van een enorm economisch belang voor China en Japan. Australië: Katten gingen zich in de hele wereld thuisvoelen, behalve in Australië: het was pas de huiskat die als eerste van de katachtigen het vijfde continent betrad. 
Raskatten
het bewust fokken van rassen is pas vrij recentelijk ontstaan. Het was dhr Harrison Weir die op het lumineuze idee kwam een kattententoonstelling te organiseren op 13 juli 1871. Tevens stelde hij de eerste "Points of Excellence" op, de voorloper van de huidige rasstandaarden. Vele mensen raakten toen besmet met de "kattenkoorts" en na deze eerste tentoonstelling voor katten zijn er nog velen gevolgd. Ook het bewust fokken van verschillende rassen nam een aanvang; men stelde standaarden op en ging aan de slag. Zo werd de kat gepromoveerd van muizenvanger tot elegante salonheld(in). Omdat katten, anders dan honden, niet geschikt zijn voor de jacht, vechtsporten, bewaken enz., concentreerde men zich bij het fokken op het uiterlijk van het dier. De kattententoonstellingen waren (en zijn) daarom uitsluitend schoonheidswedstrijden omdat de katten nagenoeg uitsluitend op hun uiterlijk worden beoordeeld. Het karakter en de gezondheid van het dier zijn hierbij van ondergeschikt belang. Na de 2e W.O. kwam het fokken en houden van raskatten pas echt van de grond. Was het voorheen een hobby uitsluitend weggelegd voor de 'happy few', door de toenemende welvaart konden meer en meer mensen zich deze hobby permitteren. Ook het feit dat er inmiddels een vaccin was tegen de zo gevreesde kattenziekte gaf aan het fokken een flinke impuls.
Door selectie op bepaalde kenmerken ontstonden er vele nieuwe rassen naast de (van oorsprong) "natuurlijke" rassen zoals o.a. de Siamees, de Blauwe Rus en de Turkse Angora. Ook de natuurlijke rassen werden "vervolmaakt" d.m.v. selectie. Slechts weinig rassen hebben hun oorspronkelijke uiterlijk behouden; de (Blauwe) Rus is hiervan een voorbeeld.
< bron: huisdieren info >
De geschiedenis van de hond (Tante Lotte)

De geschiedenis van de hond
|
Fretkat (Martina1)

Fretkat
Van Wikipedia
| Fretkat of fossa IUCN - status: Bedreigd [1] | |||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Tekening uit Brehms Tierleben | |||||||||||||
| Taxonomische indeling | |||||||||||||
| |||||||||||||
| Soort | |||||||||||||
| Cryptoprocta ferox Bennett , 1833 |
De fretkat of fossa (Cryptoprocta ferox ) is het grootste inheemse roofdier op het Afrikaanse eiland Madagaskar . Hoewel hij uiterlijk op een kat lijkt, behoort de fretkat tot een andere familie, de Madagaskarcivetkatten (Eupleridae). Het is de enige levende soort van de onderfamilie Cryptoproctinae , maar in het Pleistoceen leefde er nog een tweede soort, Cryptoprocta spelaea .
Zoals de naam al aangeeft, lijkt de fretkat enigszins op een katachtige. Hij heeft een lang, slank lichaam, ronde oren en grote, naar voren gerichte ogen. Het dier wordt 60 tot 90 centimeter lang en 7 tot 14 kilogram zwaar. De staart is met een lengte van 55 tot 90 centimeter bijna net zo lang als de rest van het lichaam. Het dier heeft een dichte, korte vacht, die roodbruin tot donkerbruin van kleur is. De fretkat is een zoolganger . Hij kan zijn nagels intrekken.
De fossa leeft enkel in de bossen van Madagaskar. Het is een solitair roofdier, dat in de bomen op lemuren en vogels jaagt. Ook eet hij vogeleieren. Ook op de grond is hij een goede jager. Hier jaagt hij onder andere op parelhoenders , tenreks en slangen . De fretkat staat op Madagaskar aan de top van de voedselketen . In de bomen beweegt hij zich behendig voort; hij is een goede klimmer en springt makkelijk van tak naar tak. De fossa jaagt voornamelijk 's nachts, maar ook overdag. Rusten doet hij in een holle boom of een hol in de grond. Hier eet hij ook zijn prooidieren op.
Fretkatten leven solitair. Enkel in de paartijd , in september en oktober, leven fossa's in tijdelijke groepjes. Tijdens de paartijd houdt een vrouwtje zich hoog in de bomen op, waaronder zich verscheidene mannetjes verzamelen, die luidruchtig vechten en roepen om te mogen paren met het vrouwtje. Het vrouwtje paart uiteindelijk met meerdere mannetjes. De paring zelf duurt vrij lang, soms meer dan 2½ uur, en het mannetje blijft, net als bij huishonden , vastzitten. Na een week neemt een ander vrouwtje haar plek in, dat met de gebleven mannetjes paart.
Na een draagtijd van 10 weken werpt het vrouwtje in een holle boom of tussen rotsen twee tot vier jongen. De jongen wegen bij de geboorte 80 tot 100 gram. De ogen openen zich pas na 16 tot 25 dagen. Na drie maanden eten ze voor het eerst vast voedsel, en na vier maanden worden ze gespeend. De fossa is na twee jaar volgroeid, en geslachtsrijp als hij ongeveer vier of vijf jaar oud is.
Vrouwelijke fossa's ondergaan tijdens het opgroeien een "masculine" periode: tijdens de adolescentie groeit de clitoris flink, wordt gesteund door een botje en er groeien stekels op, vergelijkbaar met de penis van een volwassen mannelijke fretkat. Ook scheiden klieren op de onderzijde van het lichaam een oranje vloeistof af, net als volwassen mannetjes. Bij volwasen vrouwtjes ontbreken deze eigenschappen. De fossa is de enige diersoort waarvan een dergelijke "mannelijke" fase bekend is.
De fossa wordt bedreigd door boskap en bejaging door boeren, die hun pluimvee willen beschermen. Ook wordt het vlees als een delicatesse beschouwd.
Allergieën: wat als u de haren van uw huisdier niet verdraagt? (Ereli)

| I |
Merels houden zich vooral op de grond op (Simone1)

In het bos zoeken ze die tussen het afgevallen boomblad dat ze daarbij opzij schoffelen. Zoeken ze wormen in een pas gemaaid gazon, dan gaan ze anders te werk. Ze hippen rond, onderwijl met scheef gehouden kop aandachtig luisterend, waar zich de wormen onder de grond bevinden. Ze horen exact waar een pier zich voortbeweegt. Merels foerageren nooit in lang gras.
Allergie en voedseltolerantie (Tante Lotte)


|
Allergie en voedselintolerantie | ||
|
Gastro-intestinale aandoeningen | ||
|
Gastro-intestinale aandoeningen bij honden en katten Honden en katten met gastro-intestinale (maagdarm-)aandoeningen kunnen lijden aan braken, oprispingen, winderigheid, zwakte en/of diarree of constipatie. Op grond van elk van deze symptomen kan uw dierenarts de diagnose van een gastro-intestinale (GI) aandoening stellen. Raadpleeg uw dierenarts indien deze symptomen zich bij uw huisdieren openbaren. GI-aandoeningen tasten de maag en darmen aan en zijn vaak pijnlijk. Ze kunnen ook andere problemen veroorzaken. Er zijn verschillende soorten GI-aandoeningen, waaronder colitis, constipatie/diarree, gastro-enteritis en pancreatitis. Dierenartsen zijn bekend met vele mogelijke typen en oorzaken van GI-aandoeningen, waaronder: colitis Wordt meestal veroorzaakt door zweepwormen (een parasiet), tumoren of poliepen, een verandering van voedsel, allergieën (waaronder die voor voedsel), ingeslikte objecten anders dan voedsel en een aantal andere ziekten. constipatie Wordt meestal veroorzaakt door onvoldoende vezel- en wateropname, het eten van haar, botten of andere vreemde objecten, veroudering, tumoren, trauma of breuken, prostaataandoeningen, ruggemergaandoeningen, zenuwaandoeningen aan de dikke darm, stofwisselings- of endocriene aandoeningen en verzwakking. diarree Wordt veroorzaakt door infecties, inwendige parasieten, stress, verandering van voedsel, restjes of vette snacks, eten uit de vuilnisbak en disfunctie van lichaamsorganen. gastro-enteritis Tot de oorzaken behoren het eten van ranzig eten of eten dat niet meer goed is, het inslikken van vreemde objecten, het eten van giftige planten, inwendige parasieten, stress, voedselallergieën en ziekte. pancreatitis De oorzaken zijn vaak onbekend. Mogelijke oorzaken zijn een vetrijk dieet of vette restjes, infectie, ziekte of trauma. Dierenvoer kan een grote invloed hebben op de gezondheid van het maagdarmkanaal. Dierenartsen raden goed verteerbaar voer aan om irritatie van de gevoelige maag en darmen te voorkomen. Ook voedsel met veel oplosbare en onoplosbare vezels in combinatie met een gematigde hoeveelheid vet ondersteunt een goede darmfunctie. Omdat een deel van deze aandoeningen permanent kan zijn, kan het nodig zijn de ziekte langdurig nutritioneel te behandelen. | ||
Allergie en voedselintolerantie bij honden en katten
Voedselallergieën en -intolerantie kunnen braken of diarree, huidirritatie, een slechte vachtconditie en/of haarverlies bij uw hond of kat veroorzaken. Indien uw huisdier één of meer van deze symptomen heeft, zal uw dierenarts een allergie vermoeden en meer specifiek een allergische reactie op het voer dat u uw dier geeft. Ingrediënten in voer dat uw huisdier niet kan verdragen, kunnen een groot aantal verschillende negatieve reacties veroorzaken. Allergie en voedselintolerantie wordt ook "een negatieve reactie" op voedsel genoemd en kan blijvende problemen met de huid en het spijsverteringskanaal tot gevolg hebben.
Er zijn vele oorzaken voor voedselallergieën bij honden en katten mogelijk. Enkele ingrediënten die de meest voorkomende problemen veroorzaken, worden echter aangetroffen in dagelijkse dierenvoeders.
Bij honden zijn de meest voorkomende oorzaken van negatieve reacties: rundvlees, zuivelproducten, granen, kip en varkensvlees.
Bij katten zijn de meest voorkomende oorzaken van negatieve reacties: rundvlees, zuivelproducten, vis, granen en kip.
Het kan maanden of zelfs jaren duren voordat een dier een allergische reactie op een specifieke voeding ontwikkelen. Als zich eenmaal een negatieve reactie op een bepaald ingrediënt voordoet, zal uw huisdier echter bijna altijd allergisch zijn voor die voedingsbron. Omdat allergische reacties op voedsel meestal worden geassocieerd met eiwitbronnen, is het mogelijk dat u uw huisdier een eiwitbron moet geven die hij nog niet eerder heeft gekregen. Tot de meest gebruikte "nieuwe"eiwitten ("nieuw" omdat uw huisdier ze waarschijnlijk nog niet eerder heeft gegeten) behoren ei, eend, zalm, lam en witvis. In bepaalde gevallen kan middels een eliminatieproces worden ontdekt dat uw huisdier allergisch is voor al deze eiwitbronnen. In dat geval is voeding nodig met speciale afgebroken eiwitten. Raadpleeg steeds uw dierenarts bij elk vermoeden van een ziekte….beter voorkomen dan genezen….< bron GZT >

Goede voeding voor de hond (Yradja)


Goede voeding voor de hond.
Een evenwichtige voeding dient in correcte hoeveelheden te zijn samengesteld uit volgende bestanddelen:
- Eiwitten: zijn noodzakelijk voor de opbouw spieren, organen en andere weefsels. Groei = hogere behoefte aan eiwit van hoge biologische waarde. Vooral de samenstelling en de kwaliteit van het eiwit, het zogenaamde aminozurenpatroon, zijn belangrijk. Een aantal van die aminozuren is voor de hond essentieel, dwz hij heeft ze nodig en kan ze zelf niet maken. Deze ess. aminozuren dienen via het voedsel te worden verstrekt. Er zijn "goeie" en slechte eiwitverstrekkers, spiervlees (stoofvlees) is een voorbeeld van een "goeie" , organenvlees (lever, pens en niertjes behoren tot de "slechte", wat niet betekent dat die helemaal taboe zijn). U zult meteen ook al ten dele het prijsverschil begrijpen tussen "dure" en "goedkope" commerciële voeding. Voor de vegetariërs onder de lezers: eiwitten uit soja en peulvruchten (bijv) zijn voor de hond veel slechter verteerbaar maar soms wordt het wel gebruikt bij honden met voedingsallergie.
- Vetten: leveren energie die oa belangrijk is voor de werking van de spieren en de lichaamsorganen. Bovendien levert de verbranding van vetten energie waarmee de hond zijn lichaamstemperatuur op peil kan houden. Net als bij eiwitten is de samenstelling van vetten van belang. Vetten zijn oa opgebouwd uit vetzuren, waarvan sommige essentieel zijn. Deze kan de hond niet zelf aanmaken. Een voorbeeld hiervan is linolzuur, dat van belang is voor de goede conditie van huid en haar. Juist deze vetzuren en lecithine (belangrijk voor het zenuwstelsel) moeten in voldoende mate in het voedsel aanwezig zijn. Onverzadigde vetzuren (komen het meest voor in plantaardige vetten) zijn goed voor de huid.
- Koolhydraten: komen voor in de vorm van zetmeel en suikers. Bijna alle voedingsstoffen bevatten koolhydraten. Koolhydraten zijn energieleveranciers net als de vetten. De hond heeft hier slechts in geringe mate wat van nodig. De meeste voedingsstoffen waarin koolhydraten voorkomen bevatten ruwe celstof. Daarvan zal in een goede balansvoeding maar weinig voorkomen, omdat de hond dit moeilijk kan verteren.
- Vitaminen: Net als mensen hebben honden behoefte aan verschillende vitaminen. Elke vitamine heeft zijn eigen functie in het hondenlichaam. Zo is bijvoorbeeld vit A (in yoghurt, vis, ei) noodzakelijk voor het goed werken van de slijmvliezen en werkt vit D (ook in yoghurt, vis, eierdooier) eraan mee dat het beenderstelsel van de hond goed wordt ontwikkeld, maar zowel teveel als te weinig vit D geeft rachitisachtige verschijnselen (misvorming van de botten). Een mens kan vit D synthetiseren uit zonlicht een hond kan dit niet. Vit E (tegenwoordig "hot item" tegen vroegtijdige celveroudering samen met selenium) zit in plantaardige oliën, goed dus voor celwanden. Vit C maakt de hond zelf aan in de darmen, en dit in tegenstelling tot de mens, met als gevolg dat groenten en fruit geen noodzaak zijn voor de vit C toevoer. Vit B complex voor o.a. het zenuwstelsel en de aanmaak van rode bloedcellen: zit in ei, brood, aardappelen, gist. Over vitaminen bestaan veel misverstanden o.a. dat de hond in de wintermaanden een extra dosis nodig heeft, niet dus!!! Opgelet: de in vet oplosbare vit A,D,E en K worden opgeslagen in het lichaam en kunnen een gevaar opleveren als er teveel wordt van gegeven. Dus weerom: in een evenwichtige voeding zijn alle vitaminen in een correcte hoeveelheid aanwezig: niet te weinig maar dus ook niet te veel!
- Mineralen en spoorelementen: Sommigen bevorderen de groei, de stofwisseling (zoals ijzer, jodium, koper en zink), andere spelen een rol bij de botvorming (bijvoorbeeld calcium en fosfor) en spier- en zenuwfuncties; weer andere zijn belangrijk bij het reguleren van de waterhuishouding (kalium en natrium). Puur vlees bevat bv te weinig calcium voor de opbouw van het skelet, dus als je zelf kookt: calcium en eventueel vit. D bijgeven (maar opgelet: te veel calcium is net zo slecht: het saboteert de opname van andere essentiële voedingselementen en is schadelijk voor de nieren). Calcium en fosfor moeten bovendien in correcte verhoudingen gegeven worden, die zijn: 1.2:1 à 1.4:1. In vlees zit ook fosfor. Bij een nierbeschermend dieet zal geopteerd worden voor calciumcarbonaat (geen extra fosfor) evenals bij kattenvoeding omdat die via het vele vlees al voldoende fosfor binnenkrijgen. Bij de hond kiest men voor dicalciumfosfaat.
Wederom, aan een "complete" commerciële voeding van goede kwaliteit hoeven geen mineralen te worden toegevoegd, ook niet voor opgroeiende honden. Meer nog: het is af te raden. Let wel dat het gaat om complete voeding , er zijn ook voedingen op de markt die bv enkel vlees bevatten en die nog moeten aangevuld worden met andere ingrediënten.
Waarmee moet verder rekening worden gehouden?
- De leeftijd en de grootte van het ras:
Als pup heeft uw hondje de juiste voedingstoffen nodig om essentiële organen, spieren, botten en afweerstoffen op te bouwen.. Eenmaal volwassen zijn deze bouwstenen belangrijk voor hun herstellende en onderhoudende functie.
Puppies
Hierbij dient onderscheid gemaakt te worden tussen de honden die behoren tot de reuzenrassen en andere honden. Honden die behoren tot de reuzenrassen (+ 45kg) krijgen bij voorkeur een speciale voeding met name: large breed = grote rassen (bv.van Hillls, Eukanuba...). Als ze die voeding niet krijgen mag u slechts tot de leeftijd van 3 maand een gewone puppyvoeding geven.
De reden hiervoor is: gewoon puppyvoer bevat te veel vet, calcium, fosfor en calorieën. Dat is bij grote honden gevaarlijk: een te hoge energie en calciumopname kan leiden tot skeletaandoeningen. Vlugge groei is niet = evenwichtige groei.
Het gewicht van kleine hondjes neemt relatief minder toe dan grote rassen (die soms hun gewicht vervijftigvoudigen).
De eerste drie weken krijgt de pup uitsluitend moedermelk. Tussen 3 en 5 weken begint hij vast voedsel te eten en tussen 5 en 8 weken wordt hij gespeend. Alle puppies hun energiebehoefte is in verhouding tot hun gewicht 3 à 4 x zo groot als bij volwassen hond.
Tot wanneer puppyvoeding geven: maximum tot 9 maand voor middelgrote honden (15-25 kg) of 1 jaar voor grote honden (tot 45 kg) max 18 maanden voor reuzenrassen die de speciale voeding krijgen (opgelet niet alle large breed voedingen mogen tot 18 maanden gegeven worden, sommige maar tot 12: kijk op de verpakking).
Hoe groter de hond hoe langer het duurt voor hij volgroeid is maar eens volwassen zijn de rollen omgedraaid: kleine hondjes worden trager ouder en bereiken een hogere leeftijd dan grote.
Adult
of volwassen voeding, vanaf 3-18 maanden (zie hierboven) en tot de leeftijd van 5 of 7 jaar (vanaf dan gaan ze tot de senioren behoren)
Senior
Op de leeftijd van 5 jaar (grote honden) of 7 jaar (andere rassen) is het aan te bevelen over te schakelen op een goede senioren voeding. Deze voeding is beperkt in eiwit, calcium, fosfor en natrium om o.a. hart en nieren te sparen.
- De aanleg
Labradors hebben bijvoorbeeld de neiging om snel te dik te worden, eens volwassen is bij hen zeker een light voeding aan te bevelen. Dit werkt enkel preventief, eens uw hond te dik is moet die echt wel op een speciaal "afvaldieet" (om te vermageren dus), elders op deze website vindt u ook hierover informatie. Minder van de gewone voeding geven is niet het zelfde immers :
- Minder gewone voeding geven betekent dat uw dier honger zal lijden. Met dieetvoeding is dit niet of zeker veel minder het geval want hierin zitten onverteerbare vezels die het volume verhogen en een verzadigd gevoel geven.
- Minder gewone voeding geven betekent ook dat uw dier te weinig vitaminen en andere bouwstoffen binnenkrijgt. Bij speciaal dieetvoer is ingecalculeerd dat de hond "minder" krijgt dan een normale portie.
- De mate van activiteit
Performance jacht- en werkhonden hebben meer calorieën nodig.
Er is dan nog een verschil tussen honden die energie nodig hebben voor langdurige activiteit (bv sledehonden) en voor kortdurende explosieve activiteit (bv renhond, greyhound): de eerste hebben energie nodig uit vetten, de andere uit koolhydraten (suikers). - Ziekte
Er bestaan tal van speciale diëten, die de levensduur en levenskwaliteit van uw ziek dier kunnen verbeteren. Daar gaan we het straks nog even over hebben. - Het temperament
Erg rustige of juist erg drukke dieren, het metabolisme is voor elk individu verschillend, een druk dier dat continu in de weer is verbruikt uiteraard veel meer energie dan eentje dat de ganse dag ligt te slapen. - De omgeving
hitte, koude, vochtigheid het speelt allemaal een rol. Denk bijv. maar aan Huskies in Alaska, die zullen uiteraard veel meer energie nodig hebben, om zich op te warmen en om de slede te trekken. - Fokken
na ca 5 weken zwangerschap en gedurende lactatie geeft u het moederdier best puppy- of kittenvoer om te voldoen aan haar gestegen energiebehoefte. - De pels
langharige honden hebben iets minder calorieën nodig dan kortharige, ze hebben immers een "pelsenjasje" aan.
Wanneer, hoe, hoe vaak en hoeveel voederen?
Daarover verschillen de meningen: ofwel op het ogenblik dat u zelf aan tafel gaat om bedelen te voorkomen, of juist consequent (de groepsleider, en dat bent u, eet eerst) dus na u, de pup moet dan wel uit de buurt van de tafel gehouden worden zodat hij niet kan gaan bedelen of snoepen van stukjes die op de grond vallen. In een roedel eten de dominante dieren altijd eerst. De reden hiervoor is dat bij hongersnood enkel de sterksten in leven blijven en zich kunnen voortplanten. Hou er rekening mee dat na de maaltijd de hond net als wij minder dynamisch is door het verteringsproces: dus het eerste uur niet gaan wandelen. Bij grote hond extra belangrijk: maagkanteling voorkomen!! Daar hebben we het straks nog even over.
Ideaal voor grote honden is een in de hoogte verstelbare eetbak. Als de bak hoger staat eten ze rustiger, slokken minder, happen dus minder lucht binnen en de kans op maagkanteling daalt.
Het diertje wel leren dat de baas steeds de kluif of het etensbakje mag wegnemen of zijn hand erin stoppen. Hoe leert u dat? de kluif vragen, en iets lekkers er voor in ruil geven, daarna de kluif direct terug geven.
Wat het eten betreft, het zelfde systeem: bakje wegnemen, iets extra lekkers er voor in ruil geven of in het bakje leggen. Dit kan later agressie helpen voorkomen als bv een kindje het eten van de hond afpakt.
Regelmaat: op de zelfde plaats op het zelfde uur 2 tot 4 maaltijden per dag
Net gespeende pups 4x/dag om de 4uur gedurende 16 uur, 's nachts dus 8 uur niets.
Frequent voederen geldt zeker voor puppies van 6-12 weken van kleine rassen, wegens makkelijk voorkomen van hypoglycemie (suikertekort) oa door onderkoeling (geringe lichaamsgewicht dus ze koeler veel vlugger af)
Pups van 3 tot 6 maanden: 3x/dag
Pups na 6 maanden minstens 2 maal per dag.
Pas indien de hond volledig volgroeid is mag eventueel overgeschakeld worden op 1 maaltijd per dag, maar lang niet iedereen is het hiermee eens, persoonlijk bevelen wij het niet aan.
Eten max.15 min laten staan en dan bakje wegnemen.
Zogende teven en hard werkende honden moeten de hele dag kunnen eten of anders 3 voedingen per dag krijgen. Ideaal voor volwassen honden en zeker voor grote honden is 2 voedingen per dag.
Hoeveelheid hangt af van het gewicht, de activiteit, het klimaat.
Opgelet voor overvoederen: te snelle groei leidt tot skeletafwijkingen. Vooral pups van de grootste rassen mogen de eerste 6 maanden van hun leven niet te veel voer krijgen. Een hond met aanleg voor HD die tijdens de groeifase te veel gevoederd is, vertoont in ernstiger mate de aandoening dan de hond die volgens de norm is gevoed.
Drachtige teef pas op het einde van de dracht en tijdens de lactatie meer geven. Dit betekent de laatste 3 à 4 weken van de zwangerschap de voeding geleidelijk aan opvoeren tot 130 % (+30 %).
Bot-, gewrichts- en bewegingsproblemen: soms duurt het jaren voordat uw hond er last van krijgt maar de basis wordt tijdens de groei gelegd.
Denk er ook aan dat overgewicht bijdraagt tot :hart, lever en gewrichtsaandoeningen... en hiermee komen we in een vicieuze cirkel te recht: pijn dus minder stappen dus nog dikker worden. Dus jong geleerd is oud gedaan: niet overvoederen.
Tip voor commerciële voeding: eerst als leidraad wat er op de verpakking staat en indien de hond te zwaar of te mager wordt aanpassen.
Droogvoer, blik of zelf koken?
Droogvoer vertraagt de tandsteenvorming. Speciale voedingen zijn verkrijgbaar, de krijgen dan de benaming "oral care" toegevoegd. Dit is voeding bestaande uit extra grote brokken, de hond/kat moet kauwen en schuurt aldus de tanden.
Sommige honden vormen tandsteen bij welke voeding dan ook: poetsen kan hier soelaas bieden. Laat in elk geval minstens 1x/jaar het gebit controleren want slechte tanden hebben invloed op de gezondheid, gezien bacteriën via de mond in de rest van het lichaam terecht kunnen komen.
Indien u blikvoer geeft zorg dan voor harde speeltjes. Geef uw hond zeker geen kattenvoer dit is veel te eiwitrijk!! In elk geval is uw kat hondenvoer geven nog erger dus dit zeker niet doen.
Als u voeding van goede kwaliteit geeft hoeft u niets aan de voeding toe te voegen, tenzij de dierenarts het voorschrijft.
Oppassen met plots wisselen van voeding: bij veel dieren veroorzaakt dit diarree. Dus de voedselwissel spreiden over een periode van minstens 1 week.
Een goede commerciële voeding is evenwichtig dus gelieve er geen extra vlees, noch vitamines of mineralen aan toe voegen: dit geldt zowel voor blik als voor droogvoer.
Het is niet zo dat in blik meer vlees zit, blik is gewoon duurder omdat er ca 70 % vocht inzit, in tegenstelling tot de ca 10 % bij droogvoer. Dat vocht moet in blik verpakt worden en getransporteerd en mits het volume veel groter is, is de verkoopprijs navenant.
Nog een kleine opmerking: u heeft de gewoonte van korrels te weken? Dat mag maar denk er dan wel aan die voeding geen uren te laten staan want anders ontwikkelen zich bacteriën, net als indien u een biefstuk een paar uur op het aanrecht zou laten liggen. Gewone droge korrels mogen wel blijven staan natuurlijk.
U wenst zelf te koken?
Zie dan hier een recept dat voldoet aan de voedingsbehoeften van uw hond:
Voor pupjes 140 gr vlees, 70 gr rijst, 30 gr lever, 3 theelepel beenmeel, 1 theelepel koolzaadolie (omega 3) en ½ theel jodium- of kaliumzout (of mengeling) en dit is voldoende voor een ganse dag voor een pupje van 6.6 kg.
Eens volwassen wordt het 140 gr rijst en 70 gr vlees, 30 gr lever, 3 theelepel beenmeel, 1 theel. koolzaadolie en ½ theel. jodium- of kaliumzout (of mengeling) en is deze hoeveelheid voldoende voor een hond van 10 kg.
Bij puppies ligt de voedsel behoefte dus op 150 % (50% hoger),om vanaf 4 maanden geleidelijk aan te verminderen tot 100 % op volwassen leeftijd.
Verlangen naar variatie is menselijk aangeleerd en hoeft dus niet. Een hond mag dus gerust zijn hele leven hetzelfde eten, als het maar de juiste bestanddelen bevat. Meer nog, vaak is het zo dat bij verandering van voeding juist problemen gaan ontstaan zoals bv. diarree.
Nog een woordje over dure en goedkope voeding: de "dure" is vaak helemaal niet zo duur! Op maandbasis uitrekenen is de boodschap. Kwalitatief hoogstaande voeding bevat veel meer (nutritionele componenten) voedingsstoffen, en minder water en balaststoffen die toch uitgescheiden worden, dus: je moet er minder van geven.
Kan de voeding de kans op maagtorsie bij voorbeschikte rassen vergroten?
Ja, volumineus, slecht verteerbaar voer kan, vooral als het als één grote maaltijd gegeven wordt, de weefsels waar de maag mee vast zit uitrekken, waardoor hij kan draaien. Hierbij is natuurlijk het gasvolume belangrijk!!
Hoe zie je dit: willen braken en niet kunnen, zich plots heel ellendig voelen, heel onrustig, enorm opzwellen...
Te hoog calciumgehalte kan ook leiden tot veranderingen in de maag die mogelijk verband houden met een maagtorsie.
Dus wat kunnen we doen om het risico te verkleinen ?
- goed verteerbaar en uitgebalanceerd voedsel zonder extra calcium geven
- eten opsplitsen in 3 maaltijden per dag met regelmatige tussenpozen
- opwinding en beweging gedurende één uur na de maaltijd en net voor de maaltijd beperken
- het voer nat maken
- de etensbak hoog zetten (of verstelbare)
Hapjes als beloning?
Natuurlijk mag u uw hond belonen! Maar dat hoeft u niet noodzakelijk met een hondensnoepje te doen. Te veel tussendoortjes kunnen overgewicht veroorzaken. Want juist die lekkere dingen bevatten vaak te veel energie. Om een dier te belonen kun je net zo goed een aai, vriendelijke woorden of een spelletje gebruiken. Geen tafelrestjes en mijd koekjes: ze trekken de voeding uit zijn evenwicht, en veroorzaken bedelgedrag. Geeft u een toch een beloning onder de vorm van voer zorg dan dat die niet groter is dan een flinke "kruimel", bv een brokje voeding van een andere merk.
Opgepast met botten: kleine kunnen vastraken in de bek of darmen, grote kunnen tanden breken maar helpen anderzijds ze wel die schoon te houden!
Best namaakbotten uit buffelhuiden maar niet mee overdrijven, ze verteren perfect, beschadigen de tanden niet maar kunnen wel diarree veroorzaken. Denk er ook aan dat puppies vooral tussen de 3 en 6 maanden enorm knagerig zijn, als tanden en kiezen wisselen!! Een touwspeeltje is zeker een goed alternatief, zodat ze niet aan rondslingerende schoenen en dergelijk gaan knagen.
Enkele zaken die nooit mogen.
- rauw of te weinig gekookt varkensvlees: Aujezsky virus = dodelijk voor hond en kat
- veel rauwe eieren: vit. B afbraak
- koud voedsel: diarree
- veel rauwe vis: vit.A afbraak
- botjes die makkelijk splinteren bv wild, gevogelte, kotelet: darmperforaties
- wel grote botten: steeds koken (1/4 uur)
- koemelk of kaas: diarree (lactose = melksuiker is niet verteerbaar voor kat en hond), integenstelling tot yoghurt (daarin is de lactose is immers al vergist) en cottage cheese, die in sommige diëten wordt gebruikt als vervanger van vlees.
- veel rauwe lever: hypervitaminose A, (koken zal vit A afbreken)
- chocolade: ( zelfs in kleine hoeveelheden) hartritme stoornissen bij de hond
- ajuin, brocolli: anemie (rode bloedcellen afbraak)
En tot slot
De meeste blik en droogvoeders in de handel zijn compleet, dwz: ze bevatten alles wat u hond nodig heeft: zowel vlees en vet als koolhydraten (rijst/brood/deegwaren) en andere noodzakelijke ingrediënten.
Droogvoer is zeker evenwaardig aan blikvoer, enkel is hier de hoeveelheid water drastisch verminderd. Door het lagere gewicht is het goedkoper in transportkosten en de verpakking kost ook minder wat natuurlijk zijn weerslag heeft op de prijs.
Dit betekent dus ook dat u naar believen droog- en blikvoer mag mengen, maar tevens dat commercieel voer (droog- of blikvoer) mengen met bv rijst, of extra brood bijgeven eigenlijk niet zo verstandig is omdat uw dier dan te veel koolhydraten binnenkrijgt en te weinig andere voedingsstoffen. Wat vlees bijvoegen betreft geldt net hetzelfde natuurlijk, te veel eiwitten kunnen, vooral nier- en leverproblemen veroorzaken.
Met dank aan Arlette Strubbe, assistente en voedingsdeskundige in Dierenkliniek VvD.


Betasten van je hond : U hond moet toelaten dat u hem betast op de borst, schouders, achterste, poten, staart en kop zonder enig probleem. U kan dit best gaan inoefenen als uw hond kalm en rustig is. Maak van dit soort oefeningen zeker geen spelletje aangezien u anders uw hond aanleert om te friemelen, vechten en bijtspelletjes te spelen.
Eerste introductie: Als de jonge moeder terug thuiskomt uit de kraamkliniek zal de hond wellicht hel enthousiast op haar afkomen. Het meest geschikte ogenblik om deze ontmoeting te laten plaatsvinden is op een moment dat de hond moe is – na een lange wandeling bijvoorbeeld.












