Naar de inhoud

mailgroep huisdieren

akke.beakke.be
Hallo bezoeker, welkom op het blog van de Mailgroep Huisdieren, een hechte groep Dierenvrienden-SeniorenNetters, die er zijn voor, door en met elkaar. Op dit blog kunnen jullie kennismaken met onze dieren, tips vinden over de verzorging en de gezondheid van de dieren, dierengedichten en dierenartikels lezen, werkjes in verband met dieren bekijken, enz. Veel kijk- en leesplezier!

Categorie: Vogels

Veel meer info over vogels

Wat was de eerste vogel ?

De vogels hebben zich minstens 150 miljoen jaar geleden ontwikkeld uit reptielen.
Men onderscheidt momenteel ongeveer 8600 verschillende soorten vogels.
Vroeger zijn er nog veel meer vogels geweest, maar een groot aantal is uitgestorven, of door natuurlijke oorzaken, of door de mens uitgeroeid.

De restanten van de oudste bekende vogel werden in 1861 gevonden in een kalksteengroeve in Beieren.
Een tweede skelet ontdekte men in 1877, en bijna een eeuw later, in 1956, kwam een derde te voorschijn.
Opmerkelijk was, dat alle binnen een afstand van circa 15 km uit elkaar lagen.
Men neemt aan dat de drie skeletten tot dezelfde soorten behoren, namelijk Archaeopteryx lithographica, kortweg Archaeopteryx genoemd;
Ongeveer 150 miljoen jaar geleden moet dit dier daar geleefd hebben.
De vogel was ongeveer zo groot als een ekster, maar had tevens nog de kenmerken van zijn voorvaders, de reptielen.
Hij had twintig verlengde staartwervels, drie scherpe klauwen aan elke vleugel en tanden in de snavel.
Niettemin was het een vogel, want hij had een goed ontwikkeld vorkbeen, was bedekt met veren, kon vliegen – hoewel niet zo goed als de moderne vogels – en had vier tenen aan elke poot : drie naar voren en een naar achteren.

Hoe is een vogelveer opgebouwd ?

Als je een veer van dichtbij bekijkt, zul je merken dat de schacht van de veer stijf is, maar toch erg soepel aan de punt.
Om door de lucht te kunnen manoeuvreren moet ze wel buigzaam zijn.
Verder bestaat de veer uit de vlag , die is samengesteld uit baarden, dit zijn ‘zijtakjes’ die dicht naast elkaar staan aan weerszijden van de schacht.
Leg je zo’n veer onder een microscoop, dan zie je dat zich aan elke baard kleinere baardjes bevinden die op dezelfde manier aan de baarden zijn bevestigd als de baarden aan de schacht.
Alle baardjes zijn voorzien van minuscule haakjes, die over de baardjes heen in elkaar grijpen.
Op deze manier ontstaat een soepel, maar toch zeer sterk geheel.

Wat verstaat men onder "baltsen" ?

Onder baltsen wordt verstaan het hofmaken bij de vogels, waarbij vooral de mannetjes de gunsten van de vrouwtjes op verschillende manieren trachten te verwerven.
Sommige doen dit door een uitbundig, betoverend gezang te laten horen; andere voeren fraaie staaltjes luchtacrobatiek uit, zoals bijvoorbeeld de kievit, maar ook worden rituele dansen uitgevoerd of wordt gepronkt met het tonen van de prachtigste verenpartijen; de roodborst met zijn rode borst, de vink met zijn witte schouderepauletten, enz.

Heggemus

Ook een van de vele soorten vogels: de heggemus

Wat zijn nestvlieders en wat zijn nestblijvers ?

Jonge vogels kan men indelen in twee groepen.
In de ene groep zijn de jongen bij de geboorte naakt (hoewel er een paar uitzonderingen zijn), blind en volkomen hulpeloos.
Het enige wat zij zelf kunnen, is de snavel opensperren, d.i. bedelen om voedsel, en hun uitwerpselen afscheiden.
Zij zijn volledig aangewezen op hun ouders, die voortdurend eten aansjouwen en ze warm houden als het koud is.
Deze vogels die in onze tuinen broeden, zijn alle nestblijvers.
Een andere categorie is die, waarvan de jongen ter wereld komen in een dons- of verenpakje en met geopende ogen.
Zodra ze goed en wel droog zijn, kunnen ze achter de ouders aan lopen en ze zijn al heel spoedig in staat voor zichzelf te zorgen, hoewel de ouders in het begin wel een oogje in het zeil houden en waarschuwen voor naderend gevaar.
Dat zijn de nestvlieders.
Kippen en eenden zijn nestvlieders.

Broeden alle vogels hun eieren zelf uit ?

Neen.
Je hoeft alleen maar te denken aan onze koekoek.
Het vrouwtje legt een ei in het nest van een zangvogeltje en kijkt er verder niet meer naar om.
De zangvogel broedt het koekoeksei, tezamen met haar eigen legsel uit.
Zodra het koekoeksjong geboren is, begint het de eieren of jongen van de rechtmatige eigenaars overboord te kieperen.
Vogels zoals de koekoek noemt men broedparasieten.
In het buitenland zijn er verscheidene vogelsoorten die hun eieren in andermans nesten deponeren.
Ook de grootpoothoenders uit Australië en op de omringende eilanden broeden niet zelf hun eieren uit.
Zij schrapen dode bladeren en dergelijke bij elkaar en maken op deze manier een soort broedstoof, een ‘broedmachine’, waarin de warmte ontstaat door gisting van de compost.
Andere leggen de eieren in een kuiltje in de zon, of leggen ze in rotsspleten, waar overdag de zon op schijnt, terwijl ’s nachts de rotsen de warmte vasthouden.
De geboren jongen zijn ‘nestvlieders’ en zijn in staat voor zichzelf te zorgen, zonder dat zijn hun ouders gekend hebben.

Hoe onstaat een ei ?

Een volwassen vogelvrouwtje heeft een eierstok, die wel iets weg heeft van een miniatuur druiventros.
Naarmate de broedtijd nadert, worden de ‘druifjes’- de eitjes – rijper en klaar voor bevruchting.
Is dit geschied, dan passeren de eitjes – beter gezegd de dooiers – van de eierstok naar de uitgang (cloaca) met bepaalde tussenpozen de bochtige , buisvormige eileider, waarin allerlei gebeurtenissen plaatsvinden.
Het begint met het eiwit, dat zich in lagen rond de dooier zet.
Daarrond worden later de dubbele eivliezen gevormd, die aan het stompe eind de zogenaamde luchtkamer vormen en die je wel eens zult hebben opgemerkt als je aan het ontbijt je kippeëitje oppeuzelde.
Daar omheen ontstaat de eigenlijke schaal, die uit drie verschillende lagen bestaat.

Een volwassen vogelvrouwtje heeft een eierstok, die wel iets weg heeft van een miniatuur druiventros.
Naarmate de broedtijd nadert, worden de ‘druifjes’- de eitjes – rijper en klaar voor bevruchting.
Is dit geschied, dan passeren de eitjes – beter gezegd de dooiers – van de eierstok naar de uitgang (cloaca) met bepaalde tussenpozen de bochtige , buisvormige eileider, waarin allerlei gebeurtenissen plaatsvinden.
Het begint met het eiwit, dat zich in lagen rond de dooier zet.
Daarrond worden later de dubbele eivliezen gevormd, die aan het stompe eind de zogenaamde luchtkamer vormen en die je wel eens zult hebben opgemerkt als je aan het ontbijt je kippeëitje oppeuzelde.
Daar omheen ontstaat de eigenlijke schaal, die uit drie verschillende lagen bestaat.

De ontwikkeling van het ei:
Een ei heeft een schaal, twee schaalvliezen, een gele dooier en daaromheen eiwit.
Op de dooier bevindt zich een rood vlekje.
Dat is de kiemschijf.
Als een vogel het ei gaat bebroeden of wanneer het ei op een andere manier warm wordt gehouden, begint het embryo - het organisme in zijn eerste ontwikkelingsstadium na de bevruchting - te groeien.
Geleidelijk wordt alle eiwit door het embryo opgenomen en beginnen zich kleine rode adertjes over de dooier te verspreiden.
In het rechtse ei, zie foto, is reeds te zien dat het embryo zich verder ontwikkeld heeft.
Het embryo wordt alsmaar groter: het kopje, waarin de ogen zich ontwikkelen, wordt zichtbaar.
De dooierzak is nog steeds aan de maag bevestigd.
Eindelijk is het zover, dat het jong uit de eierschaal kruipt.
Dat gebeurt door middel van het hoornen knobbeltje op de snavelpunt.

Hieronder: De ontwikkeling van het ei

ontwikkeling ei

Wat zijn eigenlijk broedplekken ?

Misschien denken jullie dat als een vogel op de eieren gaat zitten, deze vanzelfsprekend worden bebroed.
Maar dat is niet zo!
Om de lichaamswarmte over te brengen naar de eieren, dienen deze in aanraking te komen met de naakte huid van de broedende vogel (hoewel dit niet bij alle soorten het geval is).
Daartoe hebben de meeste vogels kale delen op het onderlichaam, die ontstaan door het uitvallen van sommige veren – vooral donsveertjes.
Dit zijn de broedplekken.
De huid wordt er dunner, het vet verdwijnt vrijwel geheel en door een grotere toevoer van bloed door de talrijke vaten, ontstaat er een hoge temperatuur.
Een vogel die zich te broeden zet, schudt zich eerst om de buik- en borstveren uit te zetten en ze als het ware zo te rangschikken, dat de eieren in aanraking kunnen komen met hun blote lichaam.
Als zowel het mannetje als het vrouwtje broeden, hebben beide zulke broedplekken.

Wat is een ei-tand ?

Als een jonge vogel op het punt staat geboren te worden, wacht hem een moeilijke opgave: hoe komt hij uit de schaal?
Gelukkig biedt de natuur hier de helpende hand.
Het jong beschikt namelijk over uitbreekgereedschap in de vorm van een minuscuul beiteltje, een hoornachtig knobbeltje op de punt van de bovensnavel.
Dat is de ‘eitand’ waarmee een gaatje in de schaal wordt geboord, en nog een en nog een, tot er een ring ontstaat, die later een scheur wordt.
Zo vormt zich een los kapje.
Dan komt de laatste krachtinspanning: het jong duwt en duwt.
Tenslotte wijkt het kapje en is het jong vrij.
Na enige dagen valt de eitand af.

Houden vogels een winterslaap ?

Van tenminste èèn vogel is bekend dat hij een winterslaap houdt.
Dit werd pas ontdekt in 1946.
De natuuronderzoeker Dr. Edmund C. Jaeger vond, in gezelschap van twee metgezellen, in een diepe rotsspleet een nachtzwaluw, waarvan men dacht dat hij dood was.
Dit was in het Chuckawalla Gebergte in Zuidoost-Californië.
Plotseling opende de vogel èèn oog: hij leefde dus.
Vier opeenvolgende winters hield men dit fenomeen in de gaten en toen bleek dat de vogel in een winter meer dan 80 dagen in rust bleef.
Men richtte een lichtstraal op de ogen, maar deze had geen uitwerking; een spiegeltje werd voor de neusgaten gehouden, maar geen spoor van condensatie viel te bemerken en de lichaamstemperatuur was niet 41°C, zoals ze normaal hoort te zijn, maar slechts 18°C.
Zodra het lente werd, ontwaakte de vogel uit zijn slaap en vloog weg.
Deze vogel heet Nuttallnachtzwaluw.

Wat is het territorium van een vogel ?

Het territorium van een vogel is een gebied, dat door hem wordt verdedigd tegen soortgenoten.
In vele gevallen houdt een territorium verband met het zoeken van een partner, het bouwen van een nest en alles wat daar verder mee te maken heeft.
Het is dus min of meer een seizoenverschijnsel.
Een mannetje ‘bakent’ een bepaald gebied af en geeft dit aan door vanop diverse punten – zogenaamde zangposten – zijn liedje voor te dragen.
Hiermee wil het heertje aangeven, dat hij nog vrijgezel is en graag een huwelijk wil sluiten , maar tevens een waarschuwing aan rivalen: ‘Dit gebied is bezet! Blijf er buiten of het wordt knokken geblazen!’
Roodborstjes echter hebben ook buiten het broedseizoen een eigen territorium; dat geldt zowel voor het mannetje als het vrouwtje en men neemt aan dat dit de functie heeft van ‘voedselgebied’.

ooievaar

Prachtig zicht: ooievaars op hun nest hoog in de lucht

Welke vogel legt de langste trekweg af ?

Dat is de Noorse stern, die ook in België en Nederland, zij het zeldzaam, broedt.
Hij lijkt zeer veel op een visdiefje, maar heeft geen zwarte punt aan de bloedrode snavel.
Hij broedt noordelijk tot in het noordpoolgebied en verlaat dit als de zomer ten einde loopt.
Hij vliegt dan zuidwaarts naar het zuidpoolgebied, waar het dan zomer is.
De afstand bedraagt circa 18000 km.
Aan het einde van de zuidpoolzomer aanvaardt hij de terugweg naar de broedgronden in het hoge noorden.
De reis heeft een lengte van ca. 36000 km.

Waarom liggen de peervormige eieren van sommige weidevogels met de punten naar elkaar toe als de vogel gaat broeden ?

Als het vrouwtje van de kievit zich te broeden zet, dan zorgt ze dat de punten altijd naar binnen wijzen.
Draai je ze om, zodat de punten naar buiten wijzen, dan legt de vogel ze prompt weer in de oude stand terug, als hij (zij) op het nest terugkeert.
Hiervoor is een goede reden, we nemen een stukje ijzer- of koperdraad en buigen dit tot een ringetje, dat precies rond de eieren past.
Vervolgens draaien we de eieren om, zodat de stompe uiteinden naar binnen zijn gericht en zien dan , dat ze niet meer binnen het ‘hoepeltje’ passen.
Je ziet dus dat de eieren zo meer ruimte innemen en dat de vogel ze minder goed kan bedekken, waardoor er tenslotte meer broedingswarmte verloren gaat.

Wat betekenen uitdrukkingen als "dwaalgast" en "doortrekker" ?

Deze uitdrukkingen geven de wijze van voorkomen aan in Nederland en België.
Deze zijn gemaakt door de Commissie voor de Nederlandse Avifauna.
Het zijn:
dwaalgast: vogel die na 1900 niet meer dan 15 keer binnen onze grenzen is waargenomen.
onregelmatige gast: niet in Nederland en België regelmatig voorkomende of broedende vogel, welke sedert 1900 meer dan 15 maal bij ons is opgemerkt, maar er niet ieder jaar voorkomt;
jaargast: regelmatig, gedurende het gehele jaar voorkomende vogel, welke niet of slechts incidenteel in Nederland en België broedt;
doortrekkers: regelmatig in Nederland en België doortrekkende vogel, welke buiten zijn trektijden niet of slechts incidenteel voorkomt;
wintergast: regelmatig in Nederland en België doortrekkende of overwinterende vogel, welke buiten zijn trektijden in de zomer niet of slechts incidenteel bij ons voorkomt;
zomervogel: regelmatige broedvogel, welke in de winter niet of slechts incidenteel in Nederland en België voorkomt;
jaarvogel: regelmatige, dit is ieder jaar als zodanig voorkomende broedvogel, welke als soort gedurende het gehele jaar in Nederland en België voorkomt.

Wat is een lijstersmidse ?

Lijsters – bijvoorbeeld de zanglijster – lusten graag wormen, maar ook slakken.
De naakte slakken worden zonder meer naar binnen geschrokt, maar als zo’n beest een huisje draagt, gaat de vogel anders te werk.
Hij zoekt namelijk een gemakkelijk ‘aambeeld’.
Dat kan een steen, een stuk hout of een ander hard materiaal zijn.
Op dit aambeeld slaat de lijster de slakkenhuizen stuk en hij gebruikt het steeds weer.
In een dergelijke lijster-‘smidse’ kan men vaak tientallen kapotgeslagen huisjes van tuinslakken aantreffen.

de fuut

Nog een van de vele vogelsoorten: de fuut

Waarom houden de meeste vogels hun nesten schoon ?

Een groot aantal vogels verwijdert de eierschalen, nadat de jongen zijn uitgekomen.
De uitwerpselen van de jongen van vele zangvogels zijn in een vliesje verpakt.
De oude vogels brengen dit pakketje in de snavel weg of slikken het in.
Indien de uitwerpselen in het nest zouden blijven, zouden ze talloze parasieten aantrekken, wat niet bepaald gezond is voor de jonge vogels.
Maar dat is niet het enige: de droge uitwerpselen, veelal licht van kleur, en de lichte binnenkant van de eierschalen zouden tevens de plaats van het nest verraden aan allerlei predatoren (rovers).

Bouwt een winterkoninkje maar één nest ?

Neen hoor, het winterkoninkje is een verwoed nestenbouwer!
De ronde nesten worden vervaardigd van doornbladeren, mossen, grassen, varens en dergelijke.
De ingang bevindt zich aan de zijkant en is verstevigd met een vlechtwerkje van diverse stengeltjes .
Maar lang niet alle ‘bollen’ worden echte kinderkamers.
Als hij een paar woninkjes gereed heeft, nodigt hij een dametje uit ze te komen inspecteren.
Is er een bij dat haar zint, dan wordt dat de eigenlijke woning, die door haar verder wordt ingericht en gestoffeerd met zacht materiaal, vooral veertjes.
De overige bouwsels doen dienst als slaapnesten.

Wat is de grootste vogel en wat is de kleinste vogel ?

De grootste niet-vliegende vogel is de struisvogel.
Hij kan een hoogte bereiken van 2,70 m en een gewicht hebben van ongeveer 156 kg.
De zwaarste vliegende vogel is de knobbelzwaan, die soms meer dan 20 kg weegt, wat dicht bij het maximum voor vliegende vogels ligt.
De grootste vleugelspanwijdte heeft de reuzenalbatros met 3,5 m, op de voet gevolgd door de Andescondor, een enorme roofvogel, met 3,2 m.
De maraboe haalt 2,6 m, hoewel sommige auteurs zeggen dat deze spanwijdte aanzienlijk groter is .
Uiteraard zijn de kolibries de allerkleinste vogeltjes.
Men onderscheidt ongeveer 320 soorten en men treft er zelfs een paar ‘reuzen’ onder aan, zoals de reuzenkolibrie, die voorkomt in het Andes Gebergte.
Deze wordt ruim 20 cm lang, waarvan de helft voor de staart.
De kleinste kolibrie en tevens het kleinste vogeltje ter wereld is de bijen- en hommelkolibrie, een ‘dwergje’ dat voorkomt op Cuba en maar 5 cm lang wordt, de helft voor het lichaam, de andere helft voor de snavel en de staart.

struisvogel

De struisvogel is de grootste niet vliegende vogelsoort

Wat zijn de schadelijkste vogels ter wereld ?

De roodbekwever (Quelea quelea) is waarschijnlijk de schadelijkste vogel.
In Afrika komt hij voor in enorme aantallen, waar hij zich te goed doet aan allerlei granen.
Hij vormt voor de landbouwers dan ook een bedreiging!
Vaak breken takken van bomen als een zwerm van deze wevers erin neerstrijkt.
In één grote boom kunnen zich wel 6000 nesten bevinden.
Het aantal nesten in Afrika loopt in de miljoenen!

Waarom zijn bij de meeste vogelsoorten de mannetjes feller gekleurd dan de wijfjes ?

In het algemeen hebben vogels die op de grond leven, betere schutkleuren nodig dan vogels die in de bomen leven.
‘Schutkleur’ betekent dat de vogel door zijn kleur in zijn omgeving nauwelijks opvalt, zodat hij goed tegen zijn vijanden beschermd is .
Meteen kennen we één van de redenen waarom wijfjes minder fel gekleurd zijn dan mannetjes: als ze broeden, mogen ze niet opvallen in hun omgeving.
Bij de meeste vogels broedt het mannetje niet, zodat hij felle kleuren mag hebben.
Een andere reden voor de fellere kleuren van de mannetjes, is dat ze daardoor meer aantrekkingskracht op de wijfjes hebben.

hommelkolibrie

De allerkleinste vogel ter wereld: de hommelkolibrie

  (natuur-wereld.be)

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door mailgroep om 00:00 Reageer op dit bericht

Twiet, TWIET TWIET!

Twiet, TWIET TWIET!

Vogeltaal verrassend informatief

De Amerikaanse matkop heeft een eigen ‘Code Orange’ ontwikkeld. De ‘chickadie’-roep van de koolmeesachtige zangvogels vertelt niet alleen uit welke hoek het onheil dreigt, maar ook hoe gevaarlijk het is. “Wanneer er behoefte is aan communicatie, dan ontwikkelt de natuur die,” begrijpt een gedragsonderzoeker.

Het was een vreemde proefopstelling: een volière in het bos waarin een groepje Amerikaanse matkoppen (Poecile atricapilla) gevangen zat. Daaromheen waren biologen in de weer met roofvogels om de zangvogeltjes de stuipen op het lijf te jagen. Ze droegen verschillende valken, haviken en uilen aan. Ze wilden horen en zien hoe de vogeltjes op de roofvogels zouden reageren. En dat alles in naam van de wetenschap. Wat het tot wetenschap maakte was dat biologen Christopher Templeton, Erick Greene en Kate Davis van de Universiteiten van Montana en Washington de vogelgeluiden opnamen van de vogels. Ze analyseerden meer dan vijfduizend alarmroepen op toonhoogte en tijdsduur. Het was bekend dat de vogeltjes grofweg twee kreten kennen: “siet” en “chickadie”. De eerste kreet uiten de vogels bij vliegend gevaar zoals een overvliegende roofvogel. De andere kreet gebruiken ze in alle andere omstandigheden: klein gevaar, groot gevaar, voedsel en herkenning (“Hoi!”). Maar, ontdekten de biologen, in het bedrieglijk eenvoudige “chickadie” ligt een wereld aan informatie besloten. Uit analyse van de kreten bleek dat de matkoppen de “die” uit “chickadie” een verschillend aantal herhalingen geven. De grote Amerikaanse oehoe bijvoorbeeld is twee herhalingen waard, maar de aanblik van de kleine Noordamerikaanse dwerguil leidt tot vier herhalingen. Toch is het aantal herhalingen geen maat voor de grootte van de vogel, begrepen de biologen. Want een klein uiltje is goed voor vier herhalingen, maar een even grote kwartel levert er hooguit twee op. Het aantal herhalingen lijkt eerder een maat te zijn voor de mate van dreiging. Dit vermoeden werd bevestigd door een vervolgexperiment. De biologen speelden de gevaarkreten terug en keken hoe de matkoppen reageerden. Bij een roep met weinig “die”-herhalingen kwamen er tussen één en vier andere vogels te hulp. Bij vier herhalingen werd gelijk de hele volière gemobiliseerd. De natuurlijke verdediging van de matkop bestaat eruit dat de diertjes samendrommen bij gevaar en zo de roofvogel proberen af te schrikken of tenminste in verwarring te brengen. Kennelijk vinden de matkopjes een kleine uil gevaarlijker dan een grote. Na een aanvankelijke verwarring begrijpen de biologen nu dat het niet de grootte is die een dier gevaarlijk maakt voor de mezen, maar de wendbaarheid. Een klein uiltje heeft kleinere draaicirkel en kan sneller opvliegen. Het is voor de matkop daardoor moeilijker eraan te ontkomen. De biologen vermoeden nu dat er nog een wereld aan betekenissen in de vogelroep verscholen ligt. Ze weten dat “chickadie” ook geroepen wordt bij voedsel en herkenning. Ze hebben ook een grote variëteit in “chickadie” ontdekt: de lengte van “die”, de pauze tussen “chick” en “die”, het interval tussen eerste en tweede “die” en de toonhoogte. Templeton en collega’s zouden als moderne Dr. Doolittles graag ontdekken wat al die zinswendingen te betekenen hebben. Naar aanleiding van het onderzoek concludeert etholoog Christopher Evans uit Sydney: “Geavanceerde communicatie is niet voorbehouden aan primaten. Het wijst er eerder op dat complexe communicatie overal in het dierenrijk ontstaat waar er behoefte aan is.” Jos Wassink Christopher N. Templeton, Erick Greene, Kate Davis: “Allometry of Alarm Calls: Black-Capped Chickadees Encode Information About Predator Size”, Science, Vol. 308, p. 1934 – 1937, 24 juni 2005 Greg Miller: “Bird Alarm Calls Size Up Predators”, Science, Vol. 308, p. 1853 - 1854, 24 juni 2005

(wetenschap24)

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 14:51 Reageer op dit bericht

6 tips om vogels te voederen

6 tips om vogels te voederen



Het is zover: het vriest en er hangt sneeuw in de lucht. Laat die stevige winter maar beginnen. De vogels in je tuin denken daar misschien wel anders over. Wees galant en zorg voor wat voedsel, want dat hebben ze tijdens de wintermaanden broodnodig.
1) Je start met voederen vanaf het moment dat het begint te vriezen. Strooi het eten op een open plek. Anders kan er plots een kat opduiken die het arme vogeltje opeet. Nog veiliger is een voederplank of -huis. Onbereikbaar voor katten of andere dieren. Voorzie zeker een afdakje, zodat het voedsel niet nat wordt en plaats het huisje waar er zon aan kan.

2) Vogels kunnen tijdens de koude periode vooral koolhydraten gebruiken. Zaden, vruchten en groenvoer geven hen kracht. Ook vet hebben ze tijdens de winter nodig.  Geef de vogels dus veel keukenrestjes zoals kaas of cake. Ook overrijp fruit kunnen de meeste vogels wel appreciëren. Vermijd boter, zout en ongekookte rijst.

3) De ideale voedselbron blijven de vetbollen. Je kan ze makkelijk zelf maken. Meng wat zaden met gesmolten frietvet en je hebt een prachtig exemplaar.

4) Je mag de vogels meerdere keren per dag voederen. De beste tijdstippen zijn 's morgens na een koude lange nacht en in de vooravond.

5) Overdrijf niet met voederen. Te veel restjes kunnen bevuild worden uitwerpselen en trekken ongedierte aan.

6) Als het vriest en niet sneeuwt, geraken vogels niet aan water. Zet daarom een bakje met water in hun vogelhuisje. Neem geen te groot potje, want dan kunnen de vogels zich erin baden, en bij vriesweer heeft dat geen prettige gevolgen voor de diertjes.


bron:  MF


Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door mailgroep om 03:06 Reageer op dit bericht

Trekroutes van vogels

Trekroutes van vogels

ncb_naturalis_def_120x25.gif

Dat trekvogels min of meer vaste routes volgen is al heel lang bekend. Zomaar op de bonnefooi reizen en maar zien waar je uitkomt is er voor vogels niet bij.  Trekken is immers inspannend en gevaarlijk en een duidelijke route biedt zekerheid. Ganzen, ooievaars en kraanvogels reizen steeds langs dezelfde route. Andere  soorten, zoals vinken en lijsters, hebben geen vaste trekbaan maar vliegen over een breed front. Weer andere, zoals de kleine mantelmeeuw, volgen ongeveer dezelfde baan, maar elk individu wijkt er ietsje vanaf.

Land- en zeevogels
In de trekbanen van landvogels en zeevogels zijn  grote verschillen te zien. Landvogels vliegen niet graag boven zee, zeevogels niet graag boven land.  Landvogels volgen de kustlijn en concentreren zich op kapen zoals de Bosporus en Falsterbo in zuid-Zweden.

Ooievaar.             Foto: Herman Berkhoudt
Klik op het plusje voor een grotere foto

Ooievaars trekken boven land omdat ze afhankelijk zijn van thermiek. Foto: Herman Berkhoudt.

Bij oversteekplaatsen, zoals de Straat van Gibraltar, kiezen de vogels de kortste (en dus minst gevaarlijke) weg. Er is daar vaak een grote verdichting (stuwing) van vogels waar te nemen. Op bepaalde momenten in het jaar zijn er grote concentraties wespendieven en ooievaars te zien, die zich verzamelen  voor de oversteek naar Afrika. In Nederland is Breskens een plek waar in het voorjaar massaal trekvogels langskomen, vooral bij oostenwind.

Hink, stap of sprong
Dierecoloog en vogelonderzoeker Theunis Piersma van de Rijksuniversiteit Groningen heeft de verschillende manieren  waarop vogels trekken in kaart gebracht.  Afhankelijk van het aantal tussenstops dat de vogels maken, en van de afgelegde afstand tussen de stops, noemt hij ze de hink, stap of sprongmanier van trekken.

Hink
Vogels met deze manier van trekken maken vele tussenstops. Ze vliegen slechts een paar honderd kilometer en moeten dan weer landen om te rusten en te eten.  Een voorwaarde voor deze manier van reizen is dat er onderweg voldoende geschikte fourageergebieden zijn. Dat zijn meestal natte gebieden die  langs de kust te vinden zijn. Tureluur en de bonte strandloper zijn voorbeelden van soorten die 'hinkend' de reis naar het zuiden maken. Vaak landen is niet zonder gevaar. Op elke pleisterplaats wachten immers hongerige roofdieren.

Stap
Andere soorten,  zoals de oeverloper en de lepelaar, gaan met grotere stappen vooruit. Ze kunnen echter niet zonder een aantal tussenstops om de duizenden kilometers lange  afstand naar de trekbestemming in één keer te  overbruggen. Zodra ze moe worden of honger krijgen, dalen ze af naar de grond.

Sprong
Sommige vogels vliegen  in één keer of met slechts een enkele tussenstop van winter- naar zomergebied. Dit zijn de ware lange-afstandsvliegers, die zoveel vet in hun lichaam kunnen opslaan dat ze voldoende brandstof hebben voor de lange tocht. De kanoetstrandloper is hiervan een mooi voorbeeld. De wespendief is ook een sprong-trekker. Hij slaat echter niet zoveel vet op in zijn lijf, maar kan uiterst energiezuinig vliegen omdat hij grotendeels gebruik maakt van luchtstromen. Overigens lukt het ook de kanoetstrandloper alleen met de wind in de rug om in een  ruk vanuit de waddengebieden van West-Afrika de waddengebieden van West-Europa te bereiken.

Fouragerende lepelaars.             Foto: Herman Berkhoudt.
Klik op het plusje voor een grotere foto

Lepelaars wachten het laag water af om weer te kunnen foerageren. Foto: Herman Berkhoudt.

Haasje over, opschuiven of nog iets anders?
Veel vogelsoorten hebben een grote verspreiding.  De soort  kan zo wijd verbreid zijn dat  hij zowel in noordelijke  als zuidelijke gebieden  voorkomt. Het trekgedrag van de verschillende populaties waaruit de soort bestaat is niet hetzelfde maar vertoont verschillen. Als het in het noorden gaat winteren gaat de populatie die daar leeft op trek naar het zuiden. Daar kunnen de  omstangheden echter nog zo aangenaam zijn dat er voor de zuidelijke populatie geen reden is om weg te trekken. De noordelijke populatie komt dus in het gebied van de zuidelijke populatie terecht en de twee populaties moeten het gebied tijdelijk delen.

Haasje over
We spreken van 'haasje over' als  de noordelijke  populatie over de zuidelijke populatie heentrekt. De zuidelijke populatie trekt slechts kort of trekt helemaal niet weg maar blijft in het broedgebied. Voorbeelden van vogels die dit doen, zijn heggenmus, rosse grutto, scholekster, bontbekplevier, tureluur en wulp.

Scholekster.             Foto: Herman Berkhoudt.
Klik op het plusje voor een grotere foto

Scholekster. Foto: Herman Berkhoudt.

Opschuiven
In dit geval overwinteren de noordelijke vogels noordelijker dan de zuidelijke. Voorbeelden zijn roodborst, zanglijster en bonte strandloper. De roodborstjes die in Nederland broeden, trekken in de winter naar Spanje. De roodborstjes die je in de winter ziet, zijn afkomstig uit Noord-Europa, waar het dan meestal veel kouder  is dan bij ons.

Parallel
Van parallelle trek spreken we als de populatie die in het westen leeft tijdens de trek verder naar het westen vliegt, terwijl de oostelijk populatie gebieden opzoekt die verder naar het oosten liggen. Meestal blijven de populaties op dezelfde hoogte, maar ze komen wel verder uit elkaar te liggen. Voorbeelden zijn de goudplevier en de regenwulp.

Kruislings
Hierbij kruisen de trekbanen van de verschillende populaties elkaar.  Het kan bijvoorbeeld zijn dat de westelijke vogels  naar het zuidoosten vliegen, terwijl de oostelijken naar het zuidwesten gaan. Een voorbeeld is de kanoetstrandloper.

Kanoet.             Foto: Jos van den Broek
Klik op het plusje voor een grotere foto

Kanoetstrandlopers (tussen drieteensrstrandlopers). Foto: Jos van den Broek.

Rondje
Sommige vogels trekken in een rondje. Heen nemen ze een andere route dan terug. Voorbeelden zijn de kleine strandloper en de grote pijlstormvogel.

Gescheiden trek
Soms trekken jonge vogels verder dan oude, bijvoorbeeld jan van genten en meeuwen. Bij andere soorten trekken de mannetjes gescheiden van de vrouwtjes. Voorbeelden zijn tafeleend en vink. Dit heeft vooral te maken met de drang van de mannetjes om in het voorjaar  zo snel mogelijk een territorium te bezetten.

Trekrichting
Een trekroute heeft altijd een eindbestemming. De hoek tussen de plaats van herkomst en de plaats van aankomst heet de trekrichting. Bij vogels is die genetisch bepaald, maar hij kan per populatie verschillen. Voorbeelden van soorten waarbij dit het geval is zijn de merel en de roodborst. Een deel van de merels of roodborsten trekt weg, een ander deel niet. Deze strategieën zijn genetisch vastgelegd en zijn van voordeel voor het overleven van de soort. Als de hele populatie zou trekken en onderweg of op de plaats van aankomst moeilijke omstandigheden zou tegenkomen, is er het gevaar dat de soort uitsterft. Doordat niet alle vogels hetzelfde doen wordt het risico gespreid. Hoogstens sterft een populatie, maar de soort als geheel blijft voortbestaan.

Roodborst.             Foto: Herman Berkhoudt.
Klik op het plusje voor een grotere foto

Roodborst. Foto: Herman Berkhoudt.

Trekafstand
Vogels kijken is overal ter wereld een populaire hobby. Veel vogelkijkers verzamelen ook gegevens. Ze voeren bijvoorbeeld tellingen uit in de gebieden waar de vogels vertrekken, en waar ze aankomen. Ook op de trekroute onderweg worden tellingen uitgevoerd. In grote lijnen is dus bekend waar vogels langskomen, in welke aantallen, welke andere soorten met  ze meetrekken, of ze tussenstops maken om te eten, enz. Dankzij deze gegevens is ook de afstand die de vogels afleggen bekend. De trekafstand varieert per soort: van enkele honderden km tot meer dan 15.000 km. Sommige soorten hebben in de afgelopen decennia hun trekgedrag veranderd. Ze gaan nu naar een ander gebied dan vroeger en leggen daardoor meer of juist minder kilometers af.


(Natuurinformatie)

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door mailgroep om 13:50 Reageer op dit bericht

Timing van vogeltrek

Timing van vogeltrek

ncb_naturalis_def_120x25.gif
Op een bepaalde tijd in het jaar  worden trekvogels onrustig. Ze willen weg van de plek waar ze zitten. Trekonrust is genetisch bepaald en wordt aangestuurd door hormonen, net als de rui en de paartijd. De periode waarin trekonrust ontstaat, verschilt per soort. Elke trekvogel heeft een inwendige  klok die hem vertelt wanneer hij  zich moet klaarmaken om te gaan.  De timing is van levensbelang. Wie te vroeg  vertrekt, komt in een gebied waar nog niet te leven valt. Wie te laat op de wieken gaat, vindt alle broedplekken (of de territoria in het wintergebied) bezet.

Rotganzen.             Foto: Herman Berkhoudt
Klik op het plusje voor een grotere foto

Het moment is daar: we vliegen weg! Foto rotganzen: Herman Berkhoudt.

Inwendige jaarkalender
Trekonrust is experimenteel vastgesteld door vogels in kooien te houden. Ze konden niet zien wat er zich buiten afspeelde. Uit deze kooiproeven is gebleken dat de vogels onafhankelijk van de buitenomstandigheden op een bepaalde tijd onrustig worden. Hun onrust slaat op een gegeven moment om in een drang om weg te vliegen naar een ander gebied. Kooiproeven tonen dus aan dat trekonrust niet wordt veroorzaakt door wat de vogels waarnemen, maar door veranderingen in  het dier  zelf.

Bij vogels in het vrije veld wordt de inwendige jaarkalender bijgesteld door verandering van de daglengte. Als het aantal zonne-uren per dag geleidelijk minder (of juist meer wordt) wordt, verandert de hormoonspiegel in het lichaam en  dit stelt de inwendige kalender bij.  Overschrijding van een kritische grens geeft het signaal dat het tijd is om te vertrekken. Alleen op de evenaar werkt die bijstelling niet, want daar blijft de daglengte gedurende de seizoenen hetzelfde. Hoe de inwendige kalender van vogels precies  werkt, is nog niet helemaal duidelijk.

Verandering in de trek door klimaatverandering
Verandering van omstandigheden heeft invloed op trekvogels, maar die invloed is lang niet altijd nadelig. Zo profiteren  lepelaars merkbaar van de  klimaatverandering  waar we  in de afgelopen decennia mee te maken hebben gekregen. De waddenzee, voorheen minder geschikt voor ze, blijkt ineens een ideale verblijfplaats.

Lepelaar.             Foto: Herman Berkhoudt
Klik op het plusje voor een grotere foto

Lepelaar. Foto: Herman Berkhoudt.

Opwarming kan er ook toe leiden dat een vogel minder ver hoeft te gaan. Het zwartkopje bijvoorbeeld, overwintert nu vaak in ons eigen land of in Engeland, waar hij  voorheen altijd verder naar het zuiden trok. De ooievaar is ook een mooi voorbeeld. Vroeger trokken 'onze' ooievaars naar West-Afrika. Nu stoppen ze al halverwege in Spanje om er te overwinteren.

Zwartkop.             Foto: Herman Berkhoudt.
Klik op het plusje voor een grotere foto

Zwartkop vrouwtje. Foto: Herman Berkhoudt.

Ook het tijdstip van aankomst en vertrek, en  de route die de vogels volgen  kunnen overhevig zijn aan verandering. Als gevolg van de opwarming zijn sommige soorten zelfs helemaal opgehouden met trekken.

Bonte kraai.             Foto: Herman Berkhoudt
Klik op het plusje voor een grotere foto

Bonte kraaien blijven tegenwoordig liever thuis. Foto: Herman Berkhoudt.

Bonte kraaien uit het Oostzeegebied, die nog niet zo lang geleden naar onze stranden kwamen om er de winter door te brengen,  vertonen zich  niet meer. Ze blijven thuis omdat de situatie daar vergelijkbaar is met wat ze in Nederland zouden aantreffen.

In de problemen door klimaatverandering
Sommige soorten krijgen het echter moeilijk door klimaatverandering. Zo kunnen vogels die op de toendra in het Noordpoolgebied leven door het oprukken van de taiga (dichte naaldwouden) steeds moeilijker broeden en voedsel vinden. Als het op hogere breedtegraden milder wordt, rukken dennenbomen op en overwoekeren de toendra. Tussen de bomen hebben rotganzen en steltlopers niets te zoeken.  Deze vogels broeden op open terrein, niet in het bos.

Rotgans.             Foto: Herman Berkhoudt
Klik op het plusje voor een grotere foto

Rotganzen hebben open terrein nodig om te broeden, maar ook om te eten, zoals deze rotgazen op Texel.  Foto: Herman Berkhoudt.

Ook kanoetstrandlopers in de Waddenzee kunnen in de problemen komen door klimaatverandering. Doordat het water opwarmt, vinden ze steeds minder nonnetjes: kleine schelpdieren die hun favoriete voedsel vormen. Opwarming van het water heeft een negatief effect op de voortplanting van het nonnetje, waardoor ze in aantallen teruglopen en kanoeten harder moeten werken om aan  de kost  te komen.

Insecteneters merken ook  het nodige  van de opwarming van het klimaat. Omdat het bij ons in het voorjaar eerder warm wordt, valt de rupsenpiek vroeger. De bonte vliegenvanger arriveert echter pas uit zijn overwinteringsgebied als de meeste rupsen zich alweer verpopt hebben. Ze zijn dan moeilijker te vinden en met hun harde schil voor de jongen lastiger te verteren. Desondanks vertrekken de vliegenvangers niet  eerder uit Afrika, waar ze overwinteren. Hoe kunnen ze immers weten hoe het weer in het voorjaar in Europa zal zijn?

(Natuurinformatie NL)

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 13:49 Reageer op dit bericht

Waarom trekken vogels?

Waarom trekken vogels?

ncb_naturalis_def_120x25.gif

Vogeltrek is in Nederland heel gewoon.  Wie in de winter in een vogelrijk natuurgebied gaat wandelen komt heel andere vogels tegen dan in de zomer. De meeste vogelsoorten die in Nederland voorkomen, trekken: ongeveer tweederde van de ruim 300 soorten doen dat. Sommige broeden hier, en trekken in het najaar naar het zuiden. Andere broeden in het noorden van Europa en overwinteren  bij ons  of komen als doortrekker voorbij. Waarom trekken de meeste vogels weg?

Kolganzen op trek.             Foto: Hajo Kruijff
Klik op het plusje voor een grotere foto

Kolganzen op trek. Foto: Hajo Kruijff.

Redenen van vogeltrek
De belangrijkste redenen voor vogels om te trekken zijn de volgende:

  • De broedgebieden zijn in de winter ongeschikt om te overleven. In de winter is het in de broedgebieden in het algemeen niet te koud, maar er is te weinig eten, of het voedsel is onbereikbaar door ijs of sneeuw. De vogels trekken daarom naar gebieden waar ze wel voldoende voedsel kunnen vinden.
  • De overwinteringsgebieden zijn ongeschikt om te broeden. Er is in het zuiden vaak veel concurrentie, en daardoor te weinig voedsel voor de jongen. Er zijn ook meer ziektes en andere gevaren.
  • Er is in een deel van het jaar veel voedsel beschikbaar in het noorden, in een gebied waar in een andere deel van het jaar niet voldoende te eten is. Door de langere zomerdagen in het noorden kunnen vogels in het noorden ook langer naar voedsel zoeken. Vogels kunnen van die voordelen gebruik van maken als ze trekken. Veel vogelsoorten hebben in het noordelijk deel van hun broedareaal grotere legsels.

Historische oorzaken
Afgezien van bovengenoemde redenen zijn er ook historische oorzaken voor vogeltrek. Het genetisch vastgelegde trekgedrag van sommige soorten trekvogels is ontstaan door omstandigheden in het verleden, die nu niet meer bestaan. Het huidige trekgedrag van steltlopers die in het Noordpoolgebied broeden is waarschijnlijk bepaald door de ontwikkelingen na de laatste ijstijd. De broedgebieden van deze vogels schoven met het terugtrekkende ijs steeds verder naar het noorden op.

Brandgans.             Foto: Herman Berkhoudt.
Klik op het plusje voor een grotere foto

Grazende brandgans op zijn winterstek in de Ooijpolder. Foto: Herman Berkhoudt.

Soms blijkt, dat de overwinteringsgebieden wel degelijk geschikt zijn om te broeden. Kolganzen en brandganzen broeden nu in Zeeland en in de Ooijpolder bij Nijmegen. Deze vogels zijn overigens waarschijnlijk nakomelingen van tamme vogels. Soms zijn de broedgebieden in de winter wel geschikt om te overwinteren. De Tjiftjaf overwintert steeds meer in Nederland.

Tjiftjaf.             Foto: Herman Berkhoudt
Klik op het plusje voor een grotere foto

Tjiftjaf. Foto: Herman Berkhoudt.

Er zijn verschillende mogelijke oorzaken voor deze veranderingen: Er is nu minder jacht, er zijn nu minder roofdieren, het is gemiddeld warmer geworden dan vroeger, er is nu meer voedsel, de vogels worden bijgevoerd, er is nu minder competitie dan vroeger.

Meer informatie

KNMI volgt vogeltrek met radar

Vogeltrek voorspellen gaat steeds beter

 

(Natuurinformatie Nl)

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door mailgroep om 13:48 Reageer op dit bericht

Oriëntatie en navigatie bij trekvogels

Oriëntatie en navigatie bij trekvogels

ncb_naturalis_def_120x25.gif
Tijdens de trektocht moet een vogel weten waar hij is en waar hij naar toe moet. Oriëntatie is de kunst van het bepalen waar je bent en waar het noorden of het zuiden is. Bij navigatie gaat het om het bepalen en bereiken van  het reisdoel. Het is vrij goed bekend hoe vogels zich oriënteren, maar raadselachtig hoe ze navigeren. Trekvogels kijken naar zon, sterren, kustlijnen en rivieren. Ze reageren op het aardmagnetisch veld en gebruiken zelfs geluiden en geuren om zich te oriënteren, maar hoe ze de weg terugvinden als ze uit koers zijn geraakt, is onduidelijk. 

Oriëntatie
Trekvogels  gebruiken verschillende manieren om zich te oriënteren. Ze gebruiken die naast elkaar. Als  de ene  methode door slecht weer of andere omstandigheden niet werkt, schakelen ze over op een andere.

Orientatie van trekvogels
Klik op het plusje voor een grotere foto

Overzicht van de verschillende manieren waarop trekvogels zich oriënteren. Infographic: NCB Naturalis.

Zicht
Trekvogels kijken vooral naar de sterren en de zon, en ze richten zich op de sterren bij de polen, en op de plek van zonsondergang. Ze weten hoe laat het is, en aan de stand van de zon kunnen ze  bepalen waar het noorden is. Sommige soorten letten ook op opvallende grote landschapselementen, die ze volgen: kustlijnen, rivieren, bergketens, snelwegen. Aan de hand daarvan stellen ze hun trekroute bij. Op bewolkte dagen kunnen vogels in een stukje open lucht gepolariseerd licht zien, in de vorm van banen die noord-zuid lopen.

Bruine Kiekendief.             Foto: Wietse Twijnstra
Klik op het plusje voor een grotere foto

Deze bruine kiekendief let scherp op waar hij heenvliegt. Foto: Wietse Twijnstra.

Kompas
De meeste trekvogels hebben een ingebouwd kompas dat reageert op het aardmagnetisch veld.  Mogelijk werkt dat kompas met bepaalde giftige cytochroomkristallen die in het oog zitten, of met stukjes magnetiet, die in de hersenen zitten. Zo kunnen  vogels niet alleen bepalen waar het noorden is, maar ook  waar ze ongeveer zijn.

Tapuit.             Foto: Wietse Twijnstra
Klik op het plusje voor een grotere foto

Tapuit. Foto: Wietse Twijnstra.

Het aardmagnetisch veld is overal op aarde anders. Kleine verschillen in de oriëntatie van het veld hebben invloed op het gedrag, zoals bij  vogels  experimenteel kon worden vastgesteld. Een tapuit die werd blootgesteld aan het (kunstmatig opgewekte) magnetisch veld van het Middellandse Zee-gebied, ging bijvoorbeeld eten.  Toen men het magnetisch veld van de Sahara op de vogel losliet, ging hij vliegen.

Geluid en geur
Sommige trekvogels kunnen zich ook oriënteren op geluid, bijvoorbeeld op de branding van een verre kust. Ze kunnen heel lage geluiden horen, die voor mensen onhoorbaar zijn. Deze geluiden dragen heel ver.

Kuhl's pijlstormvogel.             Foto: Herman Berkhoudt.
Klik op het plusje voor een grotere foto

Kuhl's pijlstormvogel oriënteert zich boven zee onder andere met geluid. Foto: Herman Berkhoudt.

Trekvogels maken ook gebruik van geuren. Samen met herkenningspunten in het landschap gebruiken ze die om hun eigen vertrouwde plekje terug te kunnen vinden.

Problemen bij de evenaar
Bij de magnetische evenaar kunnen de trekvogels hun kompas niet gebruiken, omdat de lijnen van het aardmagnetisch veld daar evenwijdig aan het aardoppervlak lopen. Alleen als die lijnen een hoek maken met het aardoppervlak werkt het vogelkompas. De vogels kunnen zich bij de evenaar ook slecht oriënteren op de sterren, omdat de noord- en zuidpool beide niet te zien zijn bij de evenaar. En er zijn bij de evenaar ook geen stabiele winden waar de vogels zich op kunnen richten. Het enige wat ze kunnen doen is stug in de zelfde richting doorvliegen en zich oriënteren op kustlijnen en dergelijke. 

Navigatie
Over navigatie is veel minder bekend. Het is wel duidelijk dat trekvogels een ingebouwde trekrichting hebben. Die voorkeursrichting is genetisch bepaald, in Europa meestal zuidwest in het najaar en noordoost in het voorjaar. De tuinfluiter heeft eerst zuidwest als voorkeursrichting, om in Spanje te belanden, en dan zuidoost om in tropisch Centraal-Afrika uit te komen.

Grutto.             Foto: Herman Berkhoudt
Klik op het plusje voor een grotere foto

Grutto. Foto: Herman Berkhoudt.

Steltlopers die van noordoost naar zuidwest vliegen gebruiken grootcirkels, dat is de kortste afstand over de wereldbol. Het nadeel van die grootcirkels is dan dat de kompasrichting steeds verandert. De vogels lijken er geen probleem mee te hebben.

Uit koers geraakt
Ervaren trekvogels vinden hun bestemmingsplek terug als ze uit de koers zijn geraakt. Dat is ontdekt door grauwe kiekendieven te volgen die waren uitgerust met zenders. Ze gingen weer in hun vaste trekroute  vliegen, kort  nadat  ze er vanaf waren geweken.  Jonge vogels kunnen dat niet.

Spreeuwen.             Foto: Herman Berkhoudt
Klik op het plusje voor een grotere foto

Spreeuwen. Foto: Herman Berkhoudt.

Tenminste de jonge spreeuwen in een beroemd Nederlands onderzoek uit de vijftiger jaren van Perdeck deden dat niet. Perdeck ving in het najaar spreeuwen in Den Haag en bracht ze per vliegtuig naar Zwitserland. De oude vogels vlogen van daar naar hun gewone wintergebied in Engeland en Bretagne, en de jongen gingen veel zuidelijker, naar Zuid-Frankrijk en Spanje, in dezelfde richting als de gewone trekrichting.

Jonge vogels volgen dus hun ingebouwde kompasrichting, oude vogels kijken naar hun (magnetische?) oriëntatiegegevens en stellen hun reis bij als ze uit de koers zijn. Hoe ze dat kunnen is grotendeels een raadsel. Hebben de vogels een kaart in hun hoofd en weten ze begin- en eindpunt? Of kunnen ze berekenen welke kant ze op moeten? Hoe weten ze dat ze in de buurt van hun bestemming zijn? Over het navigeren van trekvogels is nog veel onbekend. Dit uit te zoeken is een grote uitdaging voor de wetenschap.

(Natuurinformatie)

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 00:00 Reageer op dit bericht

Vogel slimmer dan mens

Vogel slimmer dan mens

Notenkraker verzamelt dennenappels op 3.000 schuilplaatsen en weet ze allemaal nog liggen

Eeuwenlang dacht de mens dat dieren zuiver op instinct leefden. Gaandeweg ontdekten wetenschappers dat er ook slimme dieren bestaan en nu zijn er zelfs biologen die een aantal dierensoorten onderscheidden die soms intelligenter zijn dan de mens. Zo verzamelt de notenkraker tot 3.000 dennenappels op allemaal verschillende schuilplaatsen en hij weet ze allemaal nog liggen. Dat meldt Bild. Een greep uit het rijke aanbod.

Hier een andere soort notenkraker: de slimste onder de vogels.
Hier een andere soort notenkraker: de slimste onder de vogels.
Dolfijnen hebben tot vijf keer meer hersenen dan het gemiddelde.
Dolfijnen hebben tot vijf keer meer hersenen dan het gemiddelde.
Kikkers behoren dan weer tot de dommere diersoorten: te weinig hersenen voor te veel massa.
Kikkers behoren dan weer tot de dommere diersoorten: te weinig hersenen voor te veel massa.
Papegaaien, dolfijnen, olifanten en mensapen zijn de bekende slimme dierensoorten. Dat een hond een slim beest is, wisten we ook al. Het dier leert heel snel een aantal kunstjes en hij herkent ook gauw een aantal gedragspatornen van zijn baasje. De leiband uit de kast halen, maakt hem al gelukkig, want dan weet hij dat er een tochtje op til is. Dat is geconditioneerd dierengedrag, maar het gaat dus veel verder, zelfs het menselijke petje ver te boven.

Snavelverlenging
Neem nu de notenkraker (de vogel dan, niet het tuig). Hij verzamelt tot 3.000 dennenappels en allemaal op verschillende schuilplaatsen. Die heeft de vogel nodig om de winter door te komen en hij weet ze allemaal nog liggen. In de lente wendt de notenkraker ze aan als reservevoorraad. Verbazingwekkend. Dan zijn er de Nieuw-Caledonische kraaien. Ze gebruiken een tak als snavelverlenging om aan vlees te geraken dat in een hol stuk hout steekt (zie foto onder het artikel).

Domme kikkers
En wat bepaalt nu het intelligentieniveau van een levend wezen? Dat is de verhouding tussen de grootte van het lichaam en de omvang van de hersenen. Hoeveel massa de hersenen moeten controleren en sturen, is van cruciaal belang. Daarom staan gewervelde dieren, zoogdieren en vooral vogels vaak hoog op de intelligentieladder, want ze hebben veel hersenen voor weinig lichaamsgewicht. Dolfijnen, traditioneel erkend als zeer slimme dieren, spannen op dit vlak de kroon, want ze hebben vijf keer meer hersenen dan gemiddeld in verhouding met hun grootte. Vissen en kikkers zijn dan weer vrij dom om die reden.

Actieradius
Naast de intelligentie speelt de creativiteit een grote rol en die wordt dan weer bepaald door de actieradius van een levend wezen. Des te groter het gebied is dat een dier bestrijkt, des te slimmer het is. Dieren die hun omgeving gaan verkennen en willen begrijpen hoe alles werkt, ontwikkelen letterlijk meer hersenen. (kh)
BRON : HLN

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door mailgroep om 14:18 Reageer op dit bericht

Vogels zien raam dankzij UV-patroon

Vogels zien raam dankzij UV-patroon

Elk jaar sterven honderden miljoenen vogels doordat ze tegen een raam opklappen. Een Duits bedrijf komt nu met een min of meer natuurlijke oplossing. Samen met wetenschappers ontwikkelde het glas met een patroon dat UV-licht reflecteert: voor mensen onzichtbaar, maar voor vogels een overduidelijk signaal: doorgaand verkeer gestremd.

Raam met UV-patroon. Foto: News.discovery.com

Het idee is oorspronkelijk afkomstig van een hele slimme spinnensoort. Deze voorziet zijn web van een UV-reflecterend zijde en voorkomt zo dat vogels door het

web heen vliegen en het stuk maken.

Wetenschappers van het Max Planck Instituut voor Vogelkunde testten het glas. Ze verzamelden negentien verschillende soorten en lieten ze via een tunnel richting het speciale glas vliegen. Van de 108 vogels mijden 82 exemplaren het glas.

Volgens de onderzoekers zorgt dit speciale glas voor 75 procent minder botsingen. Daarmee lijkt dit een goede uitvinding! Grote vraag is natuurlijk: gaan de ramen aanslaan? Zou u ze aanschaffen?

Bronmateriaal: " UV-Patterned Window Prevents Bird Collisions " - News.discovery.com

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 15:48 Reageer op dit bericht

Zangvogels leren liedjes in hun slaap

Zangvogels leren liedjes in hun slaap



Zebravinken leren hun liedje van hun vader en hun hersenen zijn daarbij ook actief tijdens het slapen. Dat is een nieuwe aanwijzing dat het leerproces overeenkomt met de manier waarop kinderen leren spreken, beweren biologen van de Universiteit van Utrecht.
 
De ontdekking heeft grote gevolgen voor het begrip van de hersenprocessen bij leren en geheugen. Bij jonge kinderen die leren spreken, is er verhoogde activiteit in een vergelijkbaar deel van het brein als bij dat van jonge zebravinken. Bovendien leren kinderen taal beter als ze daarbij een dutje kunnen doen. Door de Utrechtse ontdekking kunnen wetenschappers nu mogelijk beter begrijpen welke rol slaap speelt bij de vorming van geheugen.
 
In 2007 toonden Sharon Gobes, Thijs Zandbergen en Johan Bolhuis al aan dat de manier waarop zebravinken hun liedjes leren veel lijkt op hoe kleine kinderen leren praten. In beide gevallen vindt het leren plaats in de vroege jeugd en ontstaat de zang of spraak pas na veel oefenen. Ook wordt bij beide leerprocessen een ander hersengebied aangesproken dan bij het praten en zingen zelf. Nu blijkt bovendien dat -net als bij kinderen- het brein van de jonge zebravink ook actief is tijdens het slapen. Daarmee zijn jonge zangvogels een goed model om de rol van slaap bij het leren van spraak te bestuderen. (belga/svm)

(De Morgen)

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 13:10 Reageer op dit bericht

Meer van mailgroep huisdieren

↑ Terug naar de berichten