Naar de inhoud

mailgroep huisdieren

akke.beakke.be
Hallo bezoeker, welkom op het blog van de Mailgroep Huisdieren, een hechte groep Dierenvrienden-SeniorenNetters, die er zijn voor, door en met elkaar. Op dit blog kunnen jullie kennismaken met onze dieren, tips vinden over de verzorging en de gezondheid van de dieren, dierengedichten en dierenartikels lezen, werkjes in verband met dieren bekijken, enz. Veel kijk- en leesplezier!

Categorie: Gezondheid hond & kat

Hoe overleeft een binnenhuiskat buiten?

Hoe overleeft een binnenhuiskat buiten?

Hoe overleeft een binnenhuiskat buiten?

Je kat moet weg. Want je verhuist naar een woning waar geen huisdieren zijn toegelaten. Gelukkig heb je opvang voor je dieren gevonden. Bij een fijn gezin, vol goede zorgen. Maar daar hebben ze wel een tuin. Je binnenhuiskat zal dus de wijde wereld in moeten.

Stel, je leeft al jaren samen met Millie en Cabron. Twee heerlijke poezen die je in je huis in de stad elke avond opwachten. Maar ze gaan weg, naar een nieuw gezin. Een gezin met een tuin. Katten de vrijheid geven die altijd binnen hebben gewoond, is niet zonder risico's. Maar het is niet iets om over te panikeren. Meer nog: het loont op lange termijn de moeite. Je katten zullen er zich beter door voelen en ze krijgen ook veel meer bewegingsruimte. Deze manier van leven past immers veel beter bij hun behoeften. Je dieren kunnen nu op verkenning gaan, jagen en contact hebben met soortgenoten.

1) Voor je je kat laat kennismaken met het buitenleven, moet je haar wel beschermen tegen een aantal heel besmettelijke virussen die ze bij contact met soortgenoten kan oplopen. Als je kat nog nooit werd ingeënt, moet je eerst twee vaccinspuitjes laten zetten met een maand ertussenin. Dan pas is ze volledig beschermd.

2) Sterilisatie is ook absoluut nodig. Om de overbevolking van katten tegen te gaan en om haar te beschermen tegen het FIV-virus, daarvoor bestaat namelijk geen vaccin. Het virus wordt overgedragen via de voortplanting of via wonden door vechtpartijen. Ook bescherming tegen vlooien is aangeraden.

3) Ook handig is dat je kat duidelijk geïdentificeerd kan worden via een elektronische chip en een halsband met een plaatje waarop je telefoonnummer terug te vinden is. Zo is de kans kleiner dat je haar kwijtspeelt.

4) Voor je kat in haar nieuwe huis woont, moet je haar natuurlijk wel eerst naar haar nieuwe stek brengen. Makkelijker gezegd dan gedaan, want katten houden niet zo van reizen. Geef je kat ten minste drie uur voor de reis geen eten meer. Spuit op de binnenkant van het reismandje een half uur van tevoren wat synthetische feromonen die zich ook op het gezicht van je kat bevinden, de sprays zijn makkelijk te vinden in dierenzaken. Maak het reismandje goed vast met de gordel, zodat het ook niet te veel kan bewegen.

5) De nieuwe eigenaars houden de kat wel beter eerst een paar weken binnen om haar te laten wennen aan de nieuwe woning. Daarna kan ze zo veel buiten als ze wil, liefst via een kattenluikje. Dan kan ze terug naar binnen op een moment dat ze zelf kiest. 's Avonds sluit je beter het kattenluikje of de deur. Katten zijn in het donker immers minder goed zichtbaar voor automobilisten.

6) Forceer de nieuwe kat vooral niet. Zo beperk je de risico's van de pas verworven vrijheid. Laat haar maar haar gang gaan en draag ze ook niet zelf naar buiten, Als je kat beslist heeft om naar buiten te gaan, kun je haar beter met rust laten en haar zelf laten beslissen waar ze heen gaat.

7) Als de nieuwe kat naar buiten gaat, jaag je best de katten uit de buurt weg. De nieuwkomer kan zeker alle hulp gebruiken bij het 'veroveren' van haar nieuwe territorium. En zo zal je zien dat ook stadskatten op hun oude dag nog genieten van een tweede leven in het groen.


bron: MF
(Zita.be)


Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door mailgroep om 00:00 Reageer op dit bericht

Vlooienallergie

Vlooienallergie       
Meer onderwerpen over honden vind je hier .

Wat is vlooienallergie?
Bij uw hond / kat is de diagnose vlooienallergie gesteld. Dit betekent dat het dier overgevoelig reageert op vlooienbeten. Elke keer als een vlo bloed zuigt, brengt de vlo ook stoffen in de huid van uw huisdier waardoor het bloed even onstolbaar wordt. Ten aanzien van deze stoffen kunnen overgevoeligheidsreacties ontstaan die leiden tot zeer heftige en langdurige jeuk.


Elke keer als een vlo uw dier bijt, treden deze reacties opnieuw op. Een intensieve vlooienbestrijding is belangrijk bij deze problemen, maar helaas soms niet voldoende. Immers, elke hond / kat loopt ondanks de vlooienbestrijding wel eens een vlo op, met als onmiddellijk resultaat nieuwe allergische reacties met de bijbehorende heftige jeuk. 


Welke dieren krijgen een vlooienallergie?
Waarschijnlijk speelt bij het ontstaan van een vlooienallergie de erfelijke aanleg een belangrijke rol. Daarnaast is ook van belang hoeveel vlooien in de omgeving van het dier aanwezig zijn. Leeftijd speelt geen rol: zowel jonge als oude dieren kunnen een vlooienallergie ontwikkelen. Hoe vaker een dier door vlooien gebeten wordt, des te groter de kans op het ontwikkelen van een allergie! Vlooienpreventie vanaf het begin is dan ook nodig om het ontstaan van deze allergie te voorkomen.

Hoe herkennen we een vlooienallergie?
Een vlooienallergie is als volgt te herkennen:
* Hardnekkige en heftige jeuk, meestal op het achterlijf; zowel buik, rug als staart.
* De jeuk gaat gepaard met ontsteking, korsten en / of kaalheid.
* Intensieve vlooienbestrijding helpt, maar helaas is een doorbraak soms niet te voorkomen.
* Vlooien zijn zelden of nooit (meer) te vinden.
* De jeuk is meestal het hele jaar aanwezig.

Wat is er aan te doen?
Voortdurende (het hele jaar!) intensieve vlooienbestrijding. Optimaal is het combineren van 2 soorten producten:
1. Een middel dat de vlooien direct doodt en het dier tot de volgende behandeling beschermt tegen een nieuwe besmetting. Voorbeelden hiervan zijn Frontline (druppels in de nek en spray), Advantix en Advantage (druppels voor in de nek) en Tick-Fence (druppels in de nek) en Flea-fence acute (tabletje wat binnen enkele uren alle vlooien op uw huisdier doodt.
2. Een spray voor in huis die alle aanwezige vlooien doodt en de eitjes en larven onschadelijk maakt. Een dergelijke spray hoeft (in combinatie met de vorige middelen) meestal maar 1 keer gebruikt te worden.
Om het dier de eerste keer of bij een doorbraak van de jeuk af te helpen worden meestal cortison-tabletten gegeven, soms na een injectie. Bij gebruik volgens de voorschriften is het effect snel en goed en zijn er nauwelijks bijwerkingen, zoals veel drinken en plassen.
De allergie gaat hiervan niet over; de symptomen worden slechts onderdrukt. Een doorbraak voorkomen door de bovenbeschreven vlooienbestrijding is dan ook onmisbaar voor een optimale aanpak.

Wat zijn de vooruitzichten?
Meestal verloopt de aandoening zeer chronisch: na elke vlooienbeet steken de huidproblemen en jeuk weer de kop op. Genezing van de allergie is niet te verwachten; de symptomen zullen levenslang voorkomen moeten worden door vlooienbestrijding en af en toe behandeld moeten worden bij een doorbraak. Het voornaamste doel van de behandeling
is dan ook de situatie voor het dier en de eigenaar leefbaar te maken en te houden.

(Dierenkliniek Lemmer)

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door mailgroep om 01:09 Reageer op dit bericht

Hondsdolheid blijft gevaarlijke ziekte

Hondsdolheid blijft gevaarlijke ziekte

Hondsdolheid blijft gevaarlijke ziekte

Hondsdolheid is nog steeds een dodelijke ziekte. Omwille van steeds terugkerende problemen met honden en katten die niet in orde zijn met de regelgeving op hondsdolheid en die door terugkerende vakantiegangers worden meegebracht uit landen buiten Europa, wijst het FAVV nogmaals op het gevaar voor hondsdolheid.

Je mag dan nog een dierenliefhebber zijn, breng nooit zomaar dieren mee uit risicolanden.
Hondsdolheid is een infectieziekte veroorzaakt door een virus dat kan worden overgedragen van dieren op mensen. Zodra er symptomen zijn is hondsdolheid bij mens en dier altijd dodelijk. Wereldwijd sterven hierdoor jaarlijks 50.000 mensen. Soms is besmetting via het speeksel mogelijk, al maanden voordat er bij een besmet dier symptomen verschijnen. Het kan zes maanden duren vooraleer de eerste symptomen zichtbaar zijn en deze zijn niet steeds duidelijk in het begin.

Bevestiging van de diagnose bij een dier is bovendien slechts mogelijk na autopsie en hersenonderzoek. Regelmatig keren vakantiegangers terug uit het buitenland met een hond of kat die niet in orde zijn met de Europese regelgeving en die dus hondsdolheid kunnen overdragen. Dit noemt men illegale import. Omwille van het gevaar voor een eventuele besmetting past het FAVV de voorschriften omtrent de invoer van dieren uit door hondsdolheid getroffen landen altijd zeer nauwgezet toe. Euthanasie op een illegaal geïmporteerd dier behoort tot de maatregelen.


bron: MF


 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 01:05 Reageer op dit bericht

8 tips om je huisdier kalm te houden tijdens het vuurwerk

8 tips om je huisdier kalm te houden tijdens het vuurwerk




Oudejaarsavond zetten we niet alleen in met champagne. Het mag ook buiten knallen. Voor dieren is vuurwerk echter niet altijd even prettig. Ze kunnen door het geluid en licht erg angstig reageren. Enkele tips om ze tijdens de woelige feestdagen toch rustig te houden.
1) Als je hond angstig reageert op het vuurwerk, negeer die angst dan zoveel mogelijk. Geef je aandacht, dan beloon je het angstige gedrag. Doe daarom zelf alsof de knallen heel normaal zijn. Zo raakt je dier niet extra opgejaagd. Wees als goed baasje gewoon lief, zonder te veel aandacht te besteden aan zijn onrust.

2) Laat je hond op zijn eigen vertrouwde plekje liggen. Krijg je het toch in je hoofd om het dier uit te laten op oudejaarsavond? Hou hem dan zeker aan de leiband!

3) Ook je kat hou je beter binnen. In een klein kamertje waar ze op haar gemak zit, is nog de beste oplossing.

4) Laat in de ruimte waar het huisdier zit het licht aan en de ramen en gordijnen gesloten. Je kan ook de radio of tv laten spelen, zodat de geluiden van buiten minder opvallen.

5) Konijnen, hamsters en andere dieren in een kooi zet je best in de garage. Bij vogels kan je een doek over de kooi hangen.

6) Je huisdieren alleen laten op oudejaarsavond is sowieso geen goed idee. Ga je toch bij vrienden vieren? Neem dan je voorzorgen en zorg ervoor dat je huisdier veilig en gerust zit.

7) Grote dieren zoals paarden, ezels en runderen staan best op stal als de halve wereld er als een lichtflits uitziet.

8) Wie toch vuurwerk wil afsteken doet dat best niet vlakbij een dier. Stel het vuurwerk zo laat mogelijk op en controleer of er zich in de buurt geen dieren hebben verstopt.


bron:  MF
(zita.be)

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door mailgroep om 16:22 1 reactie Reageer op dit bericht

Artrose

Artrose: een chronische pijn die uw hond verzwakt!

Stijfheid of kreupelheid kunnen symptomen zijn van een degeneratieve aandoening van de gewrichten van uw hond , een aandoening die we goed kennen onder de naam artrose . Laat in dit geval uw hond onderzoeken door uw dierenarts!

Gewrichten en beweeglijkheid


Om te kunnen genieten van een comfortabele beweeglijkheid, moet uw hond over gezonde gewrichten beschikken. Een gewricht kan beschadigd raken ten gevolge van een opgelopen letsel, een scheur in een gewrichtsband of vroegtijdige slijtage te wijten aan een vaak erfelijke geboorteafwijking. Deze oorzaken kunnen aan de basis liggen van een geleidelijk verergerende aantasting van de gewrichten, waardoor het kraakbeen meer en meer beschadigd raakt. In de gewrichten wordt dan abnormaal veel botweefsel gevormd, er ontstaan ontstekingen en de hond lijdt veel pijn.



Het ras is een criterium van gevoeligheid


Alle honden kunnen last hebben van artrose , maar sommige rassen zijn er vatbaarder voor dan andere. Enkele rassen zijn zo gevoelig voor artrose dat zeer jonge honden (vanaf 6 maanden) al geconfronteerd kunnen worden met gewrichtspijnen. Heupdysplasie is bijvoorbeeld een ziekte die veroorzaakt wordt door een abnormale slapheid van de gewrichtsbanden die het dijbeen met het bekken verbinden. De heup is dan onstabiel en begint geleidelijk te vervormen. Grote rashonden zoals de rottweiler, de Duitse herder, de Berner sennenhond, de labrador of de golden retriever worden vaker dan andere rassen door deze aandoening getroffen.



Hoe komt u te weten of uw hond aan artrose lijdt?


Als uw hond minder zin heeft om te gaan wandelen, moeilijk en stijf opstaat, met moeite opspringt of kreupel loopt aan een of meerdere poten, dan doet u er goed aan uw dierenarts zo snel mogelijk te raadplegen. Artrose is een degeneratieve ziekte die niet geneest, maar hoe vroeger de diagnose gesteld wordt, des te eerder preventieve maatregelen kunnen genomen worden om de evolutie van de ziekte te vertragen. In heel wat gevallen, moet een röntgenfoto gemaakt worden om de diagnose te bevestigen.



Winter, kou en pijn


U kan zich afvragen of de winter de artrose van uw hond zal verergeren. Dat is niet per se het geval. Naargelang de aard van de gewrichtsziekte, de ernst van de ontsteking en andere factoren, kan de buitentemperatuur (zowel de kou als de warmte) een rol spelen bij het verlichten of verergeren van de door uw hond gevoelde pijn. Omdat dit voor elke hond verschillend is, kan hier onmogelijk een eenduidig antwoord gegeven worden.



Hoe kan u uw hond helpen en beschermen?


Om de gewrichten van uw hond te beschermen, moet u er voor zorgen dat hij niet te zwaar wordt: dat kan door hem een voeding aan te bieden die aangepast is aan zijn levenswijze. Als uw hond door artrose getroffen is, kan u hem voedingssupplementen geven die een beschermende werking hebben op het kraakbeen en die de evolutie van de ziekte dus vertragen. Tot slot nog dit: als de gewrichten van uw hond hem echt doen afzien, zal uw dierenarts ontstekingsremmers voorschrijven. In sommige gevallen kan het nuttig zijn een beroep te doen op orthopedische chirurgie.


03/11/2010
Anne Pensis, dierenarts

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door mailgroep om 15:52 Reageer op dit bericht

Discus hernia bij de hond

Discus hernia bij de hond   

Wat is een  discus hernia?

Een discus of tussenwervelschijf is een kraakbenige structuur die tussen elk wervellichaam gepositioneerd is. Elke discus bevat centraal een weke kern en is omgeven door een iets meer vezelige circelvormige wand. Een afwijking ter hoogte van de tussenwervelschijven is één van de meest voorkomende oorzaken van verlamming bij de hond. Degeneratieve veranderingen in de discus leiden tot uitpuilen en zelfs openbarsten van de centrale inhoud in het wervelkanaal. Er komen 2 types van beschadiging voor die resulteren in verschillende klinische beelden.

  • Hansen Type 1 degeneratie komt vooral voor bij honden van het teckel type (chondrodystrofische rassen) zoals de minipoedel, Teckel, Beagle, Cocker spaniel of kruisingen met deze rassen.  De degeneratie begint reeds vrij vroeg (2-9 maand ouderdom) in de discus en klinische symptomen treden meestal op rond de het 3e tot 6e levensjaar. Er treeds verslapping op van de ringstructuur en een lichte overbelasting tussen de wervels   kan doorbreken veroorzaken van de wand met uitbarsten van de centrale inhoud in het wervelkanaal. Deze extrusie van discusmateriaal veroorzaakt dan letsels op het ruggemerg.
  • Hansen type 2 degeneratie treedt op bij niet chondrodystrofische rassen zoals Duitse herder, labrador retrievers. Deze degeneratie verloopt langzamer en klinische tekens treden dus ook meestal later op (5-12 jaar). Hier is het meestal meer een uitpuiling van discus weefsel i.p.v. een uitbarsting van kernmateriaal. Deze trage uitpuiling veroorzaakt gradueel meer compressie van het ruggemerg met symptomen.

Het wervelkanaal is zeer nauw en hierin bevindt zich het ruggemerg. Het ruggemerg is het deel van het zenuwstelsel dat ontspringt in de hersenen en doorloopt tot in de staart. Van hieruit ontspringen de zenuwen die het lichaam bezenuwen en hierin verlopen ook de zenuwbanen vanuit de hersenen die een controlerende functie hebben op de motorische en sensibele  zenuwen.  Indien de centrale massa van de discus in het ruggemergkanaal terecht is gekomen, veroorzaakt  dit druk op en kwetsuur van het ruggemerg.   Indien deze druk niet ernstig is krijgt de patiënt alleen pijn, maar hoe erger de druk wordt en hoe krachtiger de slag is geweest waarmee de tussenwervelschijf op het ruggemerg heeft geklopt, hoe erger de symptomen zullen zijn. Een discus kan voorkomen in de hals, ter hoogte van de rug en aan de overgang tussen de lage rug en het bekken. naargelang de lokalisatie zien we verschillende symptomen optreden. Hieronder beschrijven we de discus hernia ter hoogte van de rug.

Symptomen  discus hernia rug

Kan men onderverdelen aan de hand van de gradatie in symptomen en de graad van beschadiging:

  • Graad 1: Een eerste groep bestaat uit honden die uitsluitend rugpijn vertonen. De eigenaar kan dit opmerken door het andere gedrag van de hond. Zijn hond wil bijvoorbeeld niet meer volgen op de wandeling of vraagt snel om naar huis terug te gaan. Andere honden kunnen plots niet meer in zetels of op stoelen springen. Zij gaan dan voor de stoel staan en janken, alsof ze willen vragen om erop getild te worden. Deze honden eten meestal nog normaal en kunnen nog normaal urineren. Vaak echter zijn ze geconstipeerd (verstopt). Dit komt omdat tijdens de ontlasting soms druk moet uitgeoefend worden, die vaak zo pijnlijk is voor de rug, dat de dieren niet durven persen. 
  • Graad 2: Een   tweede groep kan nog moeilijk wandelen. Deze groep heeft in het begin meestal evenveel rugpijn als de vorige groep, maar de honden kunnen nog slechts met moeite wandelen. Zij slepen of waggelen met hun achterste. De bovenzijde van de achterpoot wordt over de grond gesleept en de nagels en de huid op de bovenzijde slijten snel af.
  • Graad 3: Een   derde groep bestaat uit honden die verlamd zijn. Alhoewel deze honden zich nog kunnen voortbewegen met hun voorpoten slepen zij hun achterste mee. Bij het onderzoek blijkt dat ze nog gevoel hebben in hun achterpoten: met andere woorden dat ze nog pijnprikkels gewaar worden. Deze groep wordt onderverdeeld in twee ondergroepen: 3A één die nog blaascontrole heeft, een  tweede:    3 B heeft geen blaascontrole meer.
  • Graad 4: De laatste groep lijkt op de vorige zonder diepe pijngewaarwording. Als men hun achtertenen met een pijnlijke stimulus prikkelt voelen zij dit niet meer.

Het is vanzelfsprekend dat de groepen die zojuist beschreven werden in stijgende lijn ernstiger aangetast  zijn.
De eerste groep is sneller en gemakkelijker te genezen dan de laatste. In feite is het zelfs zo dat voor de eerste twee groepen een snelle en goede genezing kan voorspeld worden. Voor de derde groep heeft men verschillende weken geduld nodig, maar meestal komen honden die tot deze groep behoren nog geheel in orde. Voor de laatste groep moeten wij heel gereserveerd zijn. Deze dieren genezen soms nog wel, maar vaak niet. Hun genezingsduur is in elk geval zeer lang (maanden). Voor groep 3 en 4 kan men claimen dat chirurgie meer garantie op herstel biedt en ook sneller herstel garandeert.

Diagnose discus hernia

  myelogram en/of epidurogram   en/of CT scan

Behandeling discus hernia rug

Deze bestaat meestal uit chirurgie,   medicatie en goede algemene zorgen in combinatie afhankelijk van de graad van aantasting.

  • De chirurgie ter hoogte van de rug bestaat meestal uit een zijdelingse benadering van het ruggemergkanaal (hemilaminectomie ) waarbij een kleine opening gefreesd wordt ter hoogte van de aangetaste discus. Het discus materiaal dat uitstulpt en drukt op het ruggemerg wordt via deze opening zeer voorzichtig verwijderd en de discus zelf tussen de aanpalende wervels wordt ook uitgeruimd.
  • Als medicatie wordt in de aanvangsfase vaak cortisone gebruikt in hoge doses. Op langere termijn kan dit echter nadelig werken en in onze praktijk wordt dit enkel in  het acute stadium nog gebruikt. Andere medicatie die gebruikt wordt heeft vooral een pijnstilende en/of ontstekingswerende werking.
  • Goede algemene zorgen bestaan in eerste instantie uit rust.


Indien men niet voor chiruirgie opteert (bvb. graad 1 en 2) duurt het ongeveer dertig dagen vooraleer de tussenwervelschijf vastgegroeid zal zijn. Gedurende deze dertig dagen kan deze schijf nog verder bewegen. Daarom is rust uiterst belangrijk. Indien de hond goed rust kan de tussenwervelschijf veilig vergroeien met de omgeving en indien ze vergroeid is kan ze geen verdere kwetsuren veroorzaken. Rust betekent dat de hond zo weinig mogelijk mag bewegen. Wij raden eigenaars aan om deze honden in een babybox of bench te plaatsen. Op deze manier kunnen ze alles zien wat er rondom hen gebeurt en toch maar zeer weinig bewegen.
Het gebeurt soms dat honden die twee weken na de behandeling perfect genezen lijken, terug veel te gek gaan doen en bijvoorbeeld terug op banken en stoelen gaan springen.  Het is dan ook niet zeldzaam dat bij deze patiënten plots een ernstige verlamming optreedt na zo'n sprong. Dertig dagen rust is dus echt een minimum. Indien de hond echter gewend is om bijvoorbeeld 's avonds naast de eigenaar op een zetel te liggen, dan is dit natuurlijk een uitstekende manier om de hond te laten rusten. Het enige waarom u bekommerd moet zijn is om het feit dat de hond niet van de zetel mag springen. Indien u hem tweemaal daags buiten zet, op gras of stenen (zoals hij gewend is) om te plassen en zijn grote behoefte te doen, dan is alles in orde. Wandelingen zijn echter verboden.
Het tweede deel van de behandeling bestaat uit een aangepast dieet. We willen de stoelgang volumineus maken en de defecatie vlot laten verlopen. Zoals reeds gezegd werd, zullen sommige honden niet willen defeceren gedurende de eerste dagen ten gevolge van pijn. Daarom is het aangewezen om na vier dagen een licht laxeermiddel toe te dienen (bijvoorbeeld fleet enema). Veel belangrijker is het echter om vulstoffen aan de voeding toe te voegen (Agiolax) gedurende 30 dagen.

Er moet voor gezorgd worden dat patiënten vlot kunnen urineren. Sommige patiënten vertonen inderdaad een blaasverlamming. Daardoor geraakt de blaas eerst vol, en eens ze zeer vol is, begint ze over te lopen : wij spreken dan van een overloopblaas. Deze honden verliezen constant kleine hoeveelheden urine en bij bewegingen of bijvoorbeeld opheffen, verliezen zij hele geuten. Hier moet de blaas zo degelijk mogelijk, twee maal daags, geledigd worden. Reutjes kunnen gesondeerd worden en teefjes kunnen worden leeggedrukt. Op die manier kan u zelf 's morgens en 's avonds de blaas van uw hond grondig ledigen. Dit is uiterst belangrijk, om een blaasontsteking te voorkomen. Blaasontsteking kan u merken aan de donkere kleur van de urine (vaak is er wat bloed bij) en ook aan de abnormale reuk. Deze ontsteking moet snel en langdurig worden behandeld met een aangepast antibioticum.

Het genezingsverloop

De genezing verloopt steeds via dezelfde stadia; nemen we als voorbeeld een hond uit groep drie, dus een volledig verlamde. Na één week kan deze hond meestal reeds enkele seconden op de achterpoten staan, na ongeveer twee weken staat hij ongeveer een minuut en probeert hij te wandelen, maar valt direct om. Na twee à drie weken maakt hij zijn eerste pasjes maar valt dan om. Na drie tot vier weken wandelt hij kwakkelend een heel eind. Hij heeft nog vaak een gebogen rug en ook "rubberen" achterpoten maar hij behelpt zich flink. Na 10 tot 12 weken loopt hij weer normaal.

Rugklachten, zelfs met verlamming zijn dus meestal niet hopeloos (zoals vaak wordt gedacht).







Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door mailgroep om 14:18 Reageer op dit bericht

Preventie van obesitas

Het klinisch belang en de risico's van obesitas

Obesitas kan bepaalde ziekten verergeren en ook zelf aanleiding geven tot het ontstaan van het aantal aandoeningen. In het algemeen wordt aangenomen dat een combinatie van duur, graad van zwaarlijvigheid en de verdeling van het vetweefsel het risico bepalen.

Bij de mens spreekt men van een verhoogd risico voor de gezondheid wanneer het vetweefsel 30% van het totale lichaamsgewicht overschrijdt. Een normale volwassen hond heeft gemiddeld 22% vet.

Het is dus aan de dierenartsen en assistenten om de eigenaars te overtuigen door de gevolgen op lange en op korte termijn aan te tonen.
Deze gevolgen op lange en korte termijn bij obese honden en katten zijn :

  • De dierenarts kan de diagnose van je hond of kat moeilijker stellen. Zoals bij het klinisch onderzoek zal de palpatie moeilijker verlopen alsook het overtollig vet zal de geluiden dempen van de stethoscoop.
  • Motorische problemen : bij extreem dikke honden is er een verhoogde frequentie van traumatische (ruptuur van de voorste gekruiste banden) en degeneratieve (degeneratieve gewrichtsletsels) orthopedische problemen. Arthrose en discushernia zouden rechtstreeks door overgewicht worden veroorzaakt. Het is zeker waar dat aandoeningen zoals heupdysplasie, en osteochondrosis minder last veroorzaken bij magere honden en dat op lange termijn meer arthrose optreedt bij dikke dieren. Katten met obesitas lopen drie keer meer risico op verlammingen.
  • Ademhalingsproblemen : bij extreem dikke dieren kan er een verminderd longvolume ontstaan en daardoor krijgt die minder zuurstof in het bloed. Dit leidt vaak tot dyspnee (kortademigheid) bij de minste inspanningen, mede tgv hogere lichaamsgewicht.
  • Hun vermogen tot inspanningen gaat dalen, zijn lui, zijn snel vermoeid (met dyspnee), hebben geen zin om te wandelen, kan vaak geen trappen meer doen of de zetel inspringen!
  • Cardiovasculaire problemen : bij honden ziet men een verhoging van de bloeddruk (hypertensie) die correleert met de graad van vetzucht en weer normaliseert bij gewichtsverlies.
  • Leverproblemen (kan men vaststellen bij een bloedonderzoek). Sedert jaren is in de U.S.A. bekend dat er bij extreem dikke katten een reëel gevaar bestaat bij vermageren voor plots ontstaan van hepatische lipidose, vooral bij sterk ondervoeden of anorexie. Daarom zal men dikke katten nooit meer dan 3% per week laten verliezen. Maar ook bij de hond ziet men vaak dat de levertesten (vooral alkalisch fosfatase en aspartaat aminotransferase) verhoogd zijn. Bij de behandeling van obesitas normaliseren de waarden zonder speciale behandeling van de lever.
  • Vruchtbaarheidsproblemen : bij teven kan de bronst achterwege blijven of ze vertonen een “stille bronst”. Bij de reu kan plasma testosteron verlagen ten gevolge van een verminderde capaciteit om de testes (teelballen) op een lagere temperatuur te houden. Dit heeft een verminderde leefbaarheid van de spermatozoïden tot gevolg.
  • Partusproblemen: door vertraagde partus (geboorte) en minder sterke weeën kan de placenta voortijdig loskomen en de foetus (pup of kitten) aan asfyxie (verstikkingsgevaar) sterven.
  • Endocriene problemen : te dikke katten hebben vier keer meer kans om diabetes mellitis te ontwikkelen dan magere katten. Obesitas kan leiden tot diabetes mellitis of het verergeren.
    Obesitas kan eveneens een verminderde secretie van groeihormonen door de hypofyse veroorzaken.
  • Overgevoeligheid tegenover warmte : honden gaan meer hijgen en zich ongemakkelijk voelen bij temperaturen waarbij zij normaal geen last hebben. Katten tonen dit minder.
  • Huidproblemen : dikke katten lopen ongeveer 40% meer kans op niet allergische huidaandoeningen dan katten met een normaal gewicht.
    Dikke mensen ontwikkelen vaker eczema in de huidplooien door excessief zweten, daar katten en honden geen zweetklieren hebben in de oksels en huidplooien speelt dit minder een rol, toch ziet men gelijkaardige letsels vb. thv de vulva.
  • Belangrijk voor de eigenaars is te weten dat het risico bij heelkundige ingrepen gaat verhogen! Een grotere lichaamsmassa vraagt een grotere dosis anestheticum, maar het metabool actieve deel van het lichaam is vooral het magere lichaamsweefsel. Hierdoor wordt de grens tussen doseren en overdoseren zeer klein. Daarbij komt dat bij sommige zeer dikke dieren de afbraak van het anestheticum vertraagd wordt vanwege een aangetaste leverfunctie. Technisch worden operaties ook bemoeilijkt door de grote vetmassa’s die kunnen aanwezig zijn vb. in het abdomen (buik). Er bestaat ook een verhoogd risico van wonddehiscentie (terug opengaan van operatiewonde) en wondinfecties.
  • Minder weerstand tegen infecties : vanwege een veranderde cellulaire immuniteit hebben muizen een verminderde weerstand tegenover infecties. Bij de hond heeft men ook een verminderde weerstand opgemerkt tegenover bepaalde infecties (o.a. hondeziekte en Salmonella)
  • Constipatie (verstopping) : vaak ziet men constipatie bij zeer dikke dieren, waarschijnlijk vanwege de aard van hun voeding die toch vaak vezelarm is. Periodes van constipatie worden soms afgewisseld met periodes van diarree.

diagnose en behandeling van obesitas

diagnose

De diëtiste zal een klinische diagnose stellen en deze omvat drie elementen :

1. Wegen

De diëtist vergelijkt het lichaamsgewicht met vorige keren dat het dier gewogen werd, en met de rasstandaarden.


2. Visuele evaluatie

Een visuele evaluatie van een dier geeft heel wat aanwijzingen over de lichaamsconditie. Van bovenuit bekeken moet een dier een “zandloper” vorm hebben, en de flanken moeten onmiddellijk achter de laatste rib invallen. Wij gaan ook het profiel van je hond bekijken want opzij bekeken moet het abdomen duidelijk zijn opgetrokken. De afwezigheid van de typische zandlopervorm, een waggelende gang en sloomheid wijzen op obesitas.

3. Body Condition Score (BCS)

BCS moet gebeuren bij alle dieren die worden aangeboden in de kliniek. Het lichaamsgewicht zonder BCS zegt onvoldoende. De diëtiste gaat de lichaamsconditie van je hond evalueren door het toekennen van een score van 1 tot 5. Een score 3 is optimaal, 4 is te dik en 5 is obees.


Dit is een BCS 4, te dik......

Dikke honden met een BCS van 4 hebben meestal ongeveer 30% vet.
De kat heeft minder vetaanzet aan de staartbasis dan de hond. Het schouderblad en de ribben zijn de beste plaatsen om de kat te testen.

Een combinatie van klinisch onderzoek met BCS, tabellen met optimale lichaamsgewichten, en gegevens over het lichaamsgewicht op het ogenblik dat het dier pas volwassen werd maakt het mogelijk voor de diëtiste om op een nauwkeurige en objectieve wijze een diagnose te stellen en een streefgewicht te bepalen voor de behandeling.

Behandeling

Hoe word je hond of kat nu behandeld in de kliniek?

Ziekten die predisponeren tot obesitas moeten eerst worden uitgesloten, en behandeling met geneesmiddelen die aanleiding kunnen geven tot verhoogde eetlust of verminderd gewichtsverlies gaat de dierenarts stopzetten tenzij dit echt noodzakelijk is voor je huisdier.

De behandeling van obesitas omvat 3 aspecten die elk hun belang hebben :

1. Psychologisch aspect

Om succes te hebben moet obesitas aangepakt worden als een ziekte. Eerst en vooral zal de diëtiste de eigenaar en alle leden van de familie ervan overtuigen van het nut van de behandeling en ze vootbereiden om mee te helpen.
Hierbij gaan we concrete richtlijnen volgen. De diëtiste zal je helpen om de vermageringskuur vol te houden door concrete en duidelijke instructies mee te geven over het type en hoeveelheid voer, aantal maaltijden en tijdsduur van de behandeling.
Een vermageringskuur is een ernstige behandeling en mag niet onderschat worden. Een hond van 12 kg moet tenminste 10 dagen volledig vasten om 1 kg vet te verliezen. Daarom is het belangrijk om alle aspecten van de behandeling gelijktijdig toe te passen en strikt te respecteren. Het verwaarlozen van één van deze drie aspecten kan het succes van de behandeling in het gedrang brengen.

2. Dieet zelf

De diëtiste zal een berekening maken aangepast aan jouw huisdier.

Een goed vermageringsdieet voldoet aan 3 kenmerken:

1) Energiedichtheid:
De beste manier om de energiedichtheid van een voer te verminderen is het vetgehalte te verminderen.

2) Verzadigingsgevoel:
Dit kan bereikt worden door de samenstelling van het voer, de frequentie van voederen en de manier van voeren. De beste manier om te vermijden dat een hond aan tafel komt bedelen is door de hond te voeren nadat de eigenaar heeft gegeten, dit stelt de hond op een lager hiërarchische plaats t.o.v. de eigenaar, waardoor het dier minder geneigd is voedsel te gaan opeisen. Het is ook belangrijk om op dezelfde tijdstippen te eten. Het respecteren van deze twee vuistregels helpt ook bij het overschakelen op een nieuw voer, en kan ook bij andere gelegenheden toegepast worden.

3) Evenwichtige voeding:
Een goed geformuleerd dieet helpt om de vermagering beter te laten verlopen en het risico op verwikkelingen te voorkomen. Zo moet ernaar gestreefd worden om vetweefsel te verliezen met behoud van de spiermassa. Een goed vermageringsdieet moet daarom voldoende rijk zijn aan eiwit, en de gepaste gehalten mineralen en vitaminen bevatten.
Indien je als eigenaar absoluut snacks wil geven, moet men strikt bepalen hoeveel snacks kunnen gegeven worden. Een andere benadering is als de diëtiste een droog vermageringsdieet voorschrijft en de berekende totale dagelijkse hoeveelheid aantal korrels apart houden als snack. De aantrekkelijkheid van snacks voor het dier ligt niet in de smakelijkheid, maar in het feit dat het aandacht krijgt en in het spel-element (zie gedrag).

3. Lichaamsbeweging

Zoals eerder aangehaald is het héél belangrijk dat je je hond uitlaat! Hierbij zal het energieverbruik door spieractiviteit stijgen en door het energieverbruik zal het basaal metabolisme verbeteren. Beide effecten resulteren in een verhoogd energieverbruik echter zonder dat daarom het hongergevoel en de voederopname worden gestimuleerd. Bij zeer dikke dieren moet de activiteit zeer geleidelijk worden opgedreven.

Hoe gaat de diëtiste te werk?

  • Eerst en vooral wordt de eigenaar overtuigd van de voordelen van gewichtsverlies tegenover de risico’s van extreme zwaarlijvigheid.
  • Het optimale gewicht wordt bepaald van de hond of kat.
  • Het metabole gewicht wordt berekend o.b.v. het streefgewicht
  • De Daily Energy Requirement (DER) wordt berekend o.b.v het optimale gewicht
  • Een specifiek voeder wordt uitgekozen voor je huisdier. Indien gelijktijdig andere aandoeningen aanwezig zijn, zal de keuze van het voer hieraan worden aangepast.
  • De dagelijkse hoeveelheid voer wordt berekend.
  • Mogelijke snacks worden besproken, vb. voor het geven van de medicatie.
  • Het wekelijks gewichtsverlies wordt berekend.
  • De duur van de behandeling. Hierbij wordt ook een afspraak gemaakt voor een volgend bezoek omdat de hond op regelmatige tijdstippen moet terugkomen. Dit laat toe de behandeling te evalueren en eventueel bij te sturen.

Preventie van obesitas

Preventie van obesitas is natuurlijk de beste behandeling. De eigenaar moet op de predisponerende factoren voor obesitas gewezen worden. Risicogroepen moeten preventief op een aangepast voer gezet worden.

Vooral op jeugdige leeftijd is het belangrijk zwaarlijvigheid te vermijden. Het aantal vetcellen ligt reeds op jonge leeftijd vast, indien pups te kampen hebben met overgewicht, zal het aantal vetcellen hoger zijn en zullen zij later dus makkelijker problemen hebben met overgewicht.

Als eigenaar is het belangrijk om zoveel mogelijk snacks te vermijden en de activiteit van je hond te stimuleren.

dierenkliniek Causus - Oudenburg (Belgium)

correctie op vorige mail: Dierenkliniek Causus, Oudenburg ligt wel degelijk in België
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door mailgroep om 14:35 Reageer op dit bericht

Dier en gezondheid: houdt u van uw hond? Bescherm hem dan!


Dier en gezondheid: houdt u van uw hond? Bescherm hem dan!

Dankzij een aantal eenvoudige preventieve maatregelen kunt u uw viervoeter beschermen tegen heel wat virale, parasitaire en bacteriële aandoeningen. Of hoe u uw hond een lang en comfortabel leven kunt bezorgen!

Vaccinaties en dierengeneeskunde

Een jaarlijks vaccin beschermt uw hond tegen virussen en bacteriën. Bovenop de vaccinatie is een regelmatig bezoek aan de dierenarts een uitstekende gelegenheid voor een check-up. Zo kunnen eventuele gezondheidsproblemen zo snel mogelijk opgespoord worden.
Vaccins beschermen uw huisdier tegen het virus van de ziekte van Carré, infectieuze hepatitis, parvovirose, het parainfluenza- virus (een van de verwekkers van kennelhoest) en hondsdolheid. De bacteriën die verantwoordelijk zijn voor kennelhoest (bordetella bronchiseptica) en ook leptospirose kunnen voorkomen worden door vaccinatie.
Als uw hond in risicogebieden leeft of soms verblijft, dan kunt u de viervoeter laten vaccineren tegen een infectie van de rode bloedcellen (babesia) die verantwoordelijk is voor piroplasmose.

Antiparasitaire behandeling: eenvoudig en noodzakelijk!

Er zijn verschillende antiparasitaire behandelingen (in de vorm van een pipet) om uw huisdier te beschermen. Ze hebben niet allemaal dezelfde werking en ook niet dezelfde doeltreffendheid (al dan niet afstotend), maar uw dierenarts kan zeggen welk middel het meest geschikt is voor uw vriend. De meeste behandelingen beschermen hem tegen vlooien die verantwoordelijk kunnen zijn voor huidallergieën en de transmissie van wormpjes. Andere behandelingen hebben dan weer een tekenwerend effect. De parasieten kunnen, in functie van de streken waarin ze voorkomen, een aantal ziekten overdragen waaronder de ziekte van Lyme, piroplasmose en ehrlichiose. Wat de behandeling niét doet is het controleren van de huid van uw hond op de eventuele aanwezigheid van teken, na een wandeling bijvoorbeeld. Andere behandeling zijn doeltreffend tegen flebotoom (zandvliegje dat leeft in het zuiden van Europa, Azië, Afrika en Zuid-Amerika). De vliegjes kunnen uw hond dirofilariose (hartwormpjes) bezorgen en leishmaniose.

Jacht op wormpjes

Honden kunnen darmwormpjes krijgen via besmette stoelgang, vlooien, kleine knaagdieren en ook van de moeder via de placenta of de melk. Er zijn twee soorten wormpjes die van elkaar verschillen qua uiterlijk: sommige zijn cilindervormig (toxocara, ankymlostoma, trichuris) terwijl andere plat zijn (dipilydium, taenia, echinoccocus). Al die wormpjes kunnen voorkomen of verwijderd worden met wormverdrijvende middelen in de vorm van sliktabletten. De aanwezigheid van wormpjes kan onopgemerkt blijven, maar het kan ook diarree veroorzaken, een opgezette buik, braken, een doffe vacht en gewichtsverlies. Sommige wormpjes kunnen ook overgedragen worden op de mens. Ook daarom is preventie en een goede handhygiëne noodzakelijk!


22/03/2010
Anne Pensis, dierenarts

(e-gezondheid.be)

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 13:18 Reageer op dit bericht

Uw hond en insectenbeten


Insectenbeten: het kan ook uw hond overkomen!Ook gezelschapsdieren kunnen last hebben van insectenbeten ! Die insecten kunnen vliegende insecten zijn (bijen, wespen, muggen...), op de grond leven (mieren) of op planten of andere dieren ( teken , vlooien ). Ze wachten gewoon tot uw hond langskomt en slaan dan toe!-

Uw hond en insectenbeten


Uw hond kan het jaar rond door insecten gestoken of gebeten worden, maar 's winters zijn er minder en uw huisvriend zit allicht ook meer buiten tussen het voorjaar en het najaar. In die periode moet u dan ook extra op uw hoede zijn.

De ernst van een insectenbeet hangt af van welk insect er gestoken heeft, van hoe sterk uw hond reageert op het speeksel van de boosdoener en van welke lichaamszone getroffen is.

Zo is een insectenbeet op de rug of op de buik vaak minder ernstig dan een beet op een poot - wat het stappen kan bemoeilijken - of, erger nog, een beet rond de muil of de keel, wat tot ademhalingsproblemen kan leiden!


Beten van vliegende insecten...


Wespen, bijen, horzels en muggen zijn in Europa overal te vinden en vormen vooral een probleem als uw hond ermee wil gaan spelen of ernaar hapt. Een insectenbeet op de huid kan pijnlijk zijn of felle jeuk veroorzaken en uw hond kan door het hevige likken nog een bijkomend letsel doen ontstaan. Algemene allergische reacties komen zelden voor, maar kijk er toch voor uit want ze zijn niet onschuldig. Als uw hond er na een insectenbeet bijvoorbeeld zwakjes bijloopt of moeizaam ademt, of als zijn huid over een groot oppervlak ontstoken is, moet u meteen naar een dierenarts. Die zal hem de gepaste medicatie geven.

En beten van insecten op de grond en op planten!


Bij wandelingen in de natuur of bij contact met andere dieren kan uw hond besmet raken met teken of vlooien. Onderzoek uw vriendje dus na elke wandeling in het bos of elders in de natuur en haal eventuele teken weg met een speciaal daarvoor bestemd pincet. Als u het insect volledig hebt verwijderd, verschijnt er soms een harde, rode bobbel van enkele millimeter doorsnee op de plaats waar de kop van het insect zat. Dat is een normale reactie. Meestal verdwijnt ze binnen een week nadat u de teek hebt verwijderd. Vlooien worden heel makkelijk overgedragen van het ene dier op het andere en de beten veroorzaken vaak jeuk over het hele lichaam van het slachtoffer. Het speeksel van vlooien kan ook een allergische reactie veroorzaken, wat nog meer jeuk zal geven.

Hou de insecten tegen!


Als uw huisdier een pijnlijke insectenbeet van een bij of een wesp heeft, kunt u enkele ijsblokjes in een dunne handdoek wikkelen en die op de wonde leggen. Dat verzacht de pjjn. In sommige gevallen kan een ontstekingwerende zalf op de wonde te hevig likken of krabben voorkomen. Als u de indruk hebt dat uw dier een algemene allergische reactie heeft, gaat u best zo snel mogelijk naar uw dierenarts.

Anne Pensis, dierenarts
(e-gezondheid.be)


Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door mailgroep om 13:15 Reageer op dit bericht

Restjes die je hond of kat zeker niet mag eten

Restjes die je hond of kat zeker niet mag eten

17 mei 2010, 12:26

Restjes die je hond of kat zeker niet mag eten

Te veel op je bord? Geen nood. Hond- of katlief smult de restjes wel op. Want ze verdienen toch af en toe een extraatje? Kijk toch maar uit met wat je onder de tafel dropt. Sommige voedingsmiddelen verteren hond en kat niet, andere zijn zelfs ronduit giftig voor hen. 8 killers volgens WebMD.
1) Perziken en pruimen bevatten pitten en zaden die een ontsteking in de kleine darm of constipatie veroorzaken. De pitten bevatten ook cyanide, wat giftig is voor mensen én dieren.

2) Heb je een hond? Geef hem dan niet te veel zout. Hij krijgt er dorst van en moet meer plassen. Het kan zelfs leiden tot vergiftiging, met symptomen als overgeven, diarree, depressie, rillingen, verhoogde temperatuur en aanvallen. Bij een zeer ernstige vorm kan je hond er ook aan sterven.

3) Heb je katten rondlopen thuis? Laat dan geen teentjes look en bieslook rondslingeren. Ze kunnen je kat zware darmproblemen geven.

4) Kijk ook uit met uien. Ze kunnen je hond vergiftigen, waardoor hij kan overgeven, diarree krijgt, geen eetlust meer heeft, moeilijk ademt of er verdwaasd bijloopt. Bij katten worden de rode bloedcellen afgebroken, wat kan leiden tot bloedarmoede en problemen met de darmen.

5) Volwassen katten en honden verteren geen zuivelproducten. Geef ze dus geen melk, yoghurt, kaas en ijs. Want het kan diarree en voedselallergie veroorzaken.

6) Chocolade is giftig voor katten en honden. Katten kunnen er van sterven, maar gelukkig zijn de meeste katten niet dol op chocolade. Spelbreker is de stof theobromine. Katten en honden die toch chocolade eten, kunnen overgeven, diarree krijgen of extreem veel dorst hebben. Het kan ook hartritmestoornissen, beroertes en trillingen veroorzaken. Soms met de dood tot gevolg.

7) Let op voor rauw vlees en rauwe vis. Bepaalde vissen bevatten soms een parasiet die bij honden een visvergiftiging kan veroorzaken. Als die onbehandeld blijft, bestaat de kans dat je hond binnen de twee weken sterft. De eerste symptomen zijn overgeven, koorts en gezwollen klieren. Kook alles goed voor je het aan je hond geeft. Katten moeten dan weer wegblijven van rauwe vis.

8) Tot slot een klassieker. Hoeveel baasjes geven met veel plezier de restjes vlees aan hun trouwe viervoeter? Geen goed plan nochtans. Vetrandjes en botten zijn zeer gevaarlijk, of ze nu gekookt of gebakken zijn of niet. Het lijkt de gewoonste zaak van de wereld, maar een bot kan je hond of kat doen stikken. De splinters kunnen de organen beschadigen en de darmen verstoppen.


bron:  MF
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door mailgroep om 21:24 Reageer op dit bericht

Meer van mailgroep huisdieren

↑ Terug naar de berichten