Naar de inhoud

mailgroep huisdieren

akke.beakke.be
Hallo bezoeker, welkom op het blog van de Mailgroep Huisdieren, een hechte groep Dierenvrienden-SeniorenNetters, die er zijn voor, door en met elkaar. Op dit blog kunnen jullie kennismaken met onze dieren, tips vinden over de verzorging en de gezondheid van de dieren, dierengedichten en dierenartikels lezen, werkjes in verband met dieren bekijken, enz. Veel kijk- en leesplezier!

Berichten van 1 februari 2007 tot 28 februari 2007

Poezen en katers steeds jongere vruchtbaar. (Okidoki)

Poezen en katers steeds jongere vruchtbaar.
(September 2005)

VROEGCASTRATIE VAN KATTEN, HET OP JONGERE LEEFTIJD CASTREREN VAN POES EN KATER.
Er valt een verontrustend verschijnsel waar te nemen: poezen en katers worden op steeds jongere leeftijd vruchtbaar. Katten kunnen op een leeftijd van 5 maanden of eerder al geslachtsrijp zijn. Veel mensen zijn er nog steeds niet van doordrongen, dat een poes al jongen kan krijgen als ze zelf nog maar net geen kitten meer is. Men denkt te vaak dat ze nog wel even tijd hebben, om vervolgens voor de tweede keer te worden verrast door hun superpoes! Tja? En dan zit je, met een mand of doos vol met zulke schattige donsjes van een week of tien. Waar laat je ze dan? De asiels zitten er inmiddels ook al vol mee, zij bieden hun kittens uit noodzaak zelfs op internet aan. Naarmate de tijd verstrijkt, zijn het geen kittens meer, maar katten, waar er al heel veel van zijn.

De asiels zouden vroegcastratie, vóór herplaatsing in overweging moeten nemen. Voor nieuwe eigenaren een hele zorg minder! De beslissing om op tijd te laten castreren werd al voor hun genomen. Het zwerfkattenprobleem wordt op deze manier ook effectief aangepakt. Van huis geraakte katten planten zich immers niet meer voort.

Stichting Castraatje, belde met 25 dierenartsenpraktijken. We vroegen wat de beste leeftijd is voor castratie van de kater en de poes. De dierenartsen in de grote steden gaven een gemiddelde leeftijd op van 6 maanden. Buiten de grote steden was het advies 8 of 10 en zelfs 12 maanden! Ook vroegen we, of we een afspraak konden maken voor castratie van onze kater, die met sproeien was begonnen en onze poes, die plaste bij deuren en op matten, beide 4 maanden oud. Mispoes!

Vroegcastratie, wordt door dierenartsen in Nederland, nauwelijks of niet gedaan, ook niet bij onzindelijkheidsproblemen. Op onze vraag wat daar de reden van was kregen we geen duidelijk antwoord! Zo krijg je veel onzindelijksheidsklachten, een reden maar al te vaak om een kat te dumpen én ongewenste nestjes!

De dierengezondheidszorg is de laatste tien jaar enorm vooruit gegaan, maar de zeer uiteenlopende leeftijdsadviezen landelijk gezien voor castratie van katers en poezen zijn absoluut onaanvaardbaar.

In Noord Amerika gebeurt vroegcastratie op leeftijd van 13 weken, al meer dan 25 jaar zonder problemen. In 1993 bevestigde de American Veterinary Medical Association, dat ze vroegcastratie steunen en sindsdien hebben velen zich daarbij aangesloten en is er meer onderzoek gedaan. Wij kijken te lang de kat uit de boom. De meeste negatieve opmerkingen worden gemaakt door mensen, die zich niet in de materie verdiept hebben en vasthouden aan oude gewoontes, bakerpraatjes of totaal achterhaalde informatie. De hoop, is dan ook gevestigd op jonge dierenartsen die oog en interesse hebben voor de vele voordelen die pleiten voor vroegcastratie.

Het is U misschien nog niet opgevallen, maar als u in het donker goed om u heen kijkt, bijvoorbeeld in de Amsterdamse Bijlmermeer, kunt u veel zwerfkittens zien, die door honger gedreven massaal op zoek gaan naar eten. Kittens, die als ze blijven leven, zullen opgroeien tot wilde katten. Het probleem groeit en groeit. De katten kunnen het niet helpen. Wij mensen moeten veranderen en onze verantwoordelijkheid nemen. Vroeger castreren, is een stap in de goede richting ter voorkoming van erger.

Stichting Castraatje
Neutralisatie - programma Amsterdam e.o.
www.castraatje.nl

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door mailgroep om 15:23 Reageer op dit bericht

De paardenfluisteraar van Waalwijk (Simone1)

De paardenfluisteraar van Waalwijk

door Kees Klijn

Zaterdag 24 februari 2007 - WAALWIJK - Lusteloos en bijna niet vooruit te branden. Zo gedroeg de toen driejarige ruin Nikos zich wanneer ruiter Gertjan Bekkers tijdens het rijden ging doorzitten. "Ik vond het zó vreemd, heb allerlei dierenartsen bezocht. Maar die konden niks vinden." Via, via kwam Bekkers, die onder meer clinics met Anky van Grunsven verzorgt, acht jaar geleden in contact met de paranormaal begaafde Anja Reijns.

Obsolete_414557h.jpg
Anja Reijns. Foto Marc Bolsius
"Ik heb haar een foto gestuurd. Meer niet, dus zonder informatie. Anja kwam tot de conclusie dat Nikos een ontsteking in de darmen had, in de buurt waar het zadel ligt." Reijns: "Als er iets mis is met mens, dier, of zelfs planten, voel ik dat en vang ik beelden op. Bij Nikos waren dat dus zijn darmen." De Waalwijkse zocht Nikos en Bekkers persoonlijk op, bij manege de Vughtse Hoeve. "Ik wil mens en ruiter zien, zodat ik de combinatie kan beoordelen. Want als er geen klik is of onbegrip, is het belangrijk om paard en ruiter te begeleiden en daardoor eventuele blessures te voorkomen.".De ruin knapte na de instraalsessies wonderwel op. De pijn werd weggenomen, het paard was meer in balans. Anja blijft echter Nikos helpen. "Het is een aangeboren kwaal, daar komt hij niet meer vanaf. Maar hij heeft nu bijna geen behandelingen meer nodig." Opvallend is dat twee jaar geleden bij een scan inderdaad een ontsteking in de dikke darm werd geconstateerd.
Gertjan was sceptisch toen hij Anja leerde kennen. "Baat het niet, dan schaadt het niet. Zo stond ik er tegenover. Maar ik ben er nu van overtuigd dat het werkt." Meer ruiters delen zijn mening. Zoals Edward Gal. Zijn Risky Business had al lang last van een dik been. Alles aan gedaan, niets hielp. In laten slapen was het advies.
Bekkers: "Edward was zo aan dit paard gehecht, hij wilde er niet vanaf. En dus is Anja erbij gekomen. Het been is zichtbaar dunner geworden en hij geniet nu bij Edward van een mooie oude dag." In de wereld van de dierenartsen is er twijfel over de gaven van Reijns. Maar niet bij iedereen. "Ik ben hier een keer langs de stallen gelopen. Bij paarden die wat mankeerden vertelde ik wat er aan de hand was. Er liep toen ook een dierenarts mee. En die zei dat het klopte." Bekkers maakt ook gebruik van Reijns gaven als hij meedoet aan een dressuurwedstrijd. "Mijn paarden worden dan rustiger, meer ontspannen. Dat levert dan ook betere resultaten op."

'Iets mis met mens of dier, of zelfs planten, dan voel ik dat en vang ik beelden op


Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door mailgroep om 14:19 Reageer op dit bericht

Grenzen van dierenmanieren, deel 2 (Simone1)

26-02-2007: In het vorig deel werd uitgelegd dat een eenvoudige papegaaiende papegaai qua vaardigheden overeen kan komen met een kind van zes jaar. Om het maar even cru te plaatsen: een papegaai kan cognitief beter zijn dan een mentaal gehandicapte. Vanzelfsprekend zijn dit soort vermogens relatief en laat ik cruheid verder in het midden...

Net zoals deel 1 bevat deze blog een kleine selectie van onderzoek of nieuws dat duidt op een zelfbeeld bij dieren. Zo gek is dat niet, maar 't is wel iets waar u en ik maar weinig bij stilstaan. We beginnen bij de vis, altijd lekker, die een logisch redenerend vermogen blijkt te hebben.

Een cichlide
Een cichlide
( Een cichlide )

Als u ooit wel eens in een fysiek gevecht bent verwikkeld dan zult u vast wel weten dat u niet de grootste dreiging gaat uitzoeken. Als u de keuze heeft tussen een teddybeer en een grizzly dan is de kans groot dan teddy's vel verkocht wordt. De cichlide, de vis die u hierboven op foto ziet, denk daar hetzelfde over.
"Deze resultaten tonen aan dat vissen wel degelijk redeneren om te bepalen waar ze zich bevinden op de sociale ladder. En dat nog wel alleen door naar andere mannetjes te kijken," aldus deskundige Russel Fernald.

Zelfbeeld herkennen?

Hoe valt eigenlijk te zeggen of mens of dier een zelfbeeld heeft? Eén van de mogelijke signalen is zelfherkenning. Als u in een reflecterend object kijkt, men neme een spiegel, en u heeft geen flauw idee wie die dame of kerel is die zo dom staat te kijken, dan is de kans groot dat het matig met uw zelfbeeld is gesteld.

Aziatische olifanten zouden het in dat geval stukken beter doen. De mastodonten weten zichzelf namelijk prima te herkennen, blijkt uit een onderzoek op drie olifantenwijfjes uit de Bronx zoo van New York. Een PDF van de studie vindt u via deze link.
Vanzelfsprekend zijn het niet alleen olifanten die tekenen van een zelfbeeld vertonen. Ook Dolfijnen, mensapen (het kon uw buurman zijn) en andere onderzochte vissen vertonen hetzelfde patroon.

Dumbo geen dombo

De pratende olifantZelfbeeld hebben, dus begrip van de omgeving, betekent ook communicatie. De huisdierenliefhebber zal weten dat katten, honden of vogels met elkaar 'praten'. Het gaat natuurlijk om (voor ons) onverstaanbare klanken, maar dat maakt het niet minder een taal.

Daar houdt het echter niet bij op. Wat dacht u van een olifant die echt kan praten, in mensentaal? Een Zuid-Koreaanse dikhuid was de eerste waarvan dit officieel werd geregistreerd. U ziet het bewuste dier links op foto.

De mannelijke olifant uit de dierentuin van Everland, het grootste amusementspark van Zuid-Korea, begon in 2004 menselijke klanken uit te stoten. De grote grijze doet dat door zijn slurf in zijn bek te stoppen en die tijdens het uitademen heen en weer te bewegen.
Eerder was al een Keniaanse olifant bekend die een vrachtwagen nabootste. In geen van de gevallen weten wetenschappers of de olifanten ook weten wat ze zeggen, maar het onderzoek blijft duren.

De truckende Keniaanse olifant
( De truckende Keniaanse olifant )

En nu? Pootjes geven?

Wat u hier allemaal van moet denken maakt u natuurlijk lekker zelf uit. Dit is hoe dan ook pas deeltje 2 van deze reeks en u hebt er hierna nog minstens één te goed. Daarin zult u kunnen genieten van onze broer de chimpansee.

Net zoals bij het vorige blog mag ik u graag oproepen om in de reactiemogelijkheid eigen links te plaatsen die duidelijk maken dat dieren minstens even beestig als mensen zijn.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door mailgroep om 14:15 Reageer op dit bericht

Wat is er mis met mijn konijn of mijn cavia ? (Cis-ka)

Konijnen: eigenlijk geen knaagdier maar een haasachtige. Dit omdat konijnen achter hun voortanden nog 4 kleine stifttandjes hebben staan en echte knaagdieren deze niet hebben.
Malaise: een konijn wat zich terugtrekt en stilletjes in een hoekje zit is ziek! Controleer zo snel mogelijk of er afwijkingen te zien zijn (gebit, diarree, gespannen buik, vermagering). Wacht niet te lang met langskomen.
Gebit: De tanden en kiezen groeien het hele leven door en slijten doordat alles perfekt op elkaar staat. Een veel voorkomende afwijking bij konijnen is een verkeerde stand van de tanden. Hierdoor slijten ze niet goed af en zullen de boventanden afw.%20gebit%20konijn.JPG naar binnen groeien (op de foto duidelijk te zien) en de ondertanden naar buiten (olifantslagtanden). Uiteraard heeft zo'n konijn problemen met eten, zal vermageren en vaak een natte kin hebben tgv. speekselen. Het is mogelijk deze tanden te knippen (gemiddeld eens per 2 maanden), een andere (betere) oplossing is om ze te trekken! Dit klinkt wellicht raar doch dit is eigenlijk wel de veiligste oplossing. De kiezen kunnen problemen geven als er haken op ontstaan die in het wangslijmvlies prikken. Dit veroorzaakt pijn en een konijn met pijn heeft stress en zal daardoor niet eten.
Voeding: voldoende vezels in de vorm van hooi zijn een noodzaak voor konijnen. Indien een konijn te veel bix krijgt en daardoor te weinig hooi eet, zal er diarree optreden. Een vuistregel is: 20 gram bix per kg lichaamsgewicht per dag (liefst over 2 porties). Een konijn van 2 kg mag dus 2 x daags 20 gram krijgen. Weeg dit af op een keukenweegschaal; het is maar heel weinig! Hooi moet altijd te beschikking staan.
Scheve kop (torticollis): kan o.a. veroorzaakt worden door middenoorontsteking, hersenvliesontsteking of herseninfarct. Afhankelijk van de bevindingen bij het onderzoek zal de therapie worden ingesteld. Meestal herstellen ze probleemloos, doch een aantal konijnen zal wel een lichte scheve stand blijven houden.
Vacht: kaal plukken wordt vaak bij voedsters gezien. Meestal ontstaat tgv schijndracht de behoefte tot het bouwen van een nest. Heeft het konijn echter een schilferige vacht met kale plekken dan wijst dit op luis. Ook vlooien komen voor bij konijnen. Let op: behandel een konijn nooit met Frontline! Reeds meerdere konijnen zijn hieraan gestorven. Laat U zich dus goed voorlichten, voordat U een konijn gaat behandelen.
Voortplanting: konijn hebben natuurlijk een reputatie hoog te houden! Zorg er dus op tijd voor om rammelaars en voedsters te scheiden. De castratie van een rammelaar is een relatief kleine ingreep. Na een castratie moeten konijnen nog minimaal 1 maand gescheiden blijven. Het is ook zinnig om vrouwtjes te laten helpen, omdat zij vaak op latere leeftijd baarmoedertumoren krijgen. Een operatie bij een jong vrouwtje is daarom aan te bevelen. Een bijkomend voordeel dat gesteriliseerde vrouwtje vaak een stuk liever worden.
Diarree: het is normaal dat konijn 's morgens plakkerige ontlasting hebben. Deze ontlasting eten ze zelf op en is een onmisbare bron van Vit B. Diarree (waterige ontlasting) is niet normaal en kan veel problemen geven. Veel voorkomende oorzaken: voedingsfouten (zie bij voeding), coccidose en wormen, gebitsproblemen. Diarree bij konijnen is eigenlijk een spoedgeval. Probeer ook wat ontlasting mee te nemen voor onderzoek. 

Cavia: dit uit Zuid-Amerika afkomstig knaagdiertje is zowel binnen als buiten goed te houden. De meeste mensen zijn er echter van overtuigd dat het tere diertjes zijn die slecht tegen kou kunnen. Dat dit niet zo is, blijkt wel uit het feit dat bij dierenartsen Ebeli en assistente Anita de caafs bij -15°C (februari 2005) nog lekker buiten aan het rondscharrelen waren. Beschutting tegen zon, wind en regen is wel erg belangrijk. Een middagje in de zon op het grasveld kan door oververhitting snel fataal zijn! Hieronder enkele wetenswaardigheden.
De zieke cavia: herken je aan vuile oogjes, geen eetlust (zeer afwijkend dus!), terugtrekken. Wacht niet te lang met langskomen. Een zieke cavia is erg kwetsbaar. Niet eten leidt tot fatale uitdroging. 
Voeding: hooi (van goede kwaliteit) en knaagdiervoer ( 25 gram per dag) aangevuld met vit C tabletjes opgelost in het water zijn de basis van de voeding. Groenvoer (witlof, andijvie, wortelen, paprika) moet ook dagelijks worden gegeven. 
Huisvesting: cavia's zijn onderzoekende beestjes. Geef ze dus een flinke kooi. Een cavia in zijn eentje in een bakje van 40 bij 60 cm is ronduit zielig. Een huisje om in weg te duiken en wilgentakken geven speelmogelijkheden. Als bodemstrooisel kan het beste zaagsel worden gebruikt.
Huidproblemen: zien we bijna dagelijks bij cavia's. Vooral schurft geeft grote problemen: de cavia krabt zich helemaal kapot op de flanken en nek. Schimmel zien we vaak aan de kop en oortjes (en bij de verzorgers, omdat het behoorlijk besmettelijk is voor mensen). Luizen komen we ook regelmatig tegen, doch deze geven minder problemen (en zijn niet overdraagbaar op mensen). Vettige talgklonten op de achterzijde van de rug zien er soms vervelend uit, doch geven zelden problemen. Kortom; heeft uw caaf een huidaandoening, laat hem dan controleren.
Gebit: zowel tanden als kiezen kunnen afwijkend doorgroeien. Een cavia die plots mager wordt, speekselt en moeite heeft met eten moet goed in de bek gekeken worden.  Op de foto afw.%20gebit%20cavia.JPG is te zien dat de boventanden te lang zijn en binnen de ondertanden vallen.
Tumoren: komen relatief weinig voor bij cavia's. Zwellingen bij cavia's zijn vaker cystes (bijv talgkliercyste op de rug of eierstokcyste in de buik).
Diarree: kan bijvoorbeeld veroorzaakt worden door voedingsovergang.  Wacht niet te lang met langskomen, want diarree die langer dan 24 uur aanhoudt kan dodelijk zijn.
Nagels: zeker aan de voorpootjes kunnen deze krulsgewijs doorgroeien en soms zelfs ingroeien. Korthouden dus.

(Dierenkliniek Buitenmere) 




We zijn er voor, door en met elkaar ! https://blog.seniorennet.be/mailgroephuisdieren/ 3y4e6qc.jpg
Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door mailgroep om 13:02 Reageer op dit bericht

De cavia: alles wat je moet of wil weten! (Cis-ka)

De cavia: alles wat je moet of wil weten…

 

Cavia%2520Peruviana.jpg  

Een cavia aanschaffen

Een cavia kan je in de dierenwinkel kopen, maar ook bij kinderboerderijen, particulieren en asielen. Cavia's kosten meestal zo rond de 7 €, waarbij de gladharigen meestal goedkoper zijn als de borstelharigen. Neem de tijd om de cavia die je op het oog hebt goed te observeren. Het moet gezond zijn, schoon en zonder verwondingen of afwijkingen. Kijk bijvoorbeeld ook naar hoe het verblijf waar je het diertje wil kopen er uit ziet en hoe de cavia omgaat met soortgenoten en of hij een levendige indruk maakt. Koop nooit impulsief dieren! Zorg dat je het verblijf thuis klaar hebt staan en goed geïnformeerd bent over de cavia, de benodigdheden en de kosten die hieraan verbonden zijn. Denk ook aan dierenartskosten die mogelijk aan de orde kunnen komen. Qua karakter maakt het niet veel uit of je een mannetje (beer) of vrouwtje (zeug) koopt. Een beer wordt wel groter en ruikt meer dan een vrouwtje. Mensen met verstand van cavia's kunnen makkelijk direct na de geboorte het geslacht bepalen.

Eten en drinken voor uw cavia

Naast hooi hebben cavia's hardvoer nodig dat je bij de supermarkt of in een dierenwinkel kan kopen. Je kan hierbij kiezen tussen geperste graskorrels of gemengd voer. Een nadeel bij gemengd voer is dat de cavia het lekkerste eruit pakt en de rest laat liggen, waardoor hij niet alle voedingsstoffen binnen krijgt, omdat elk verschillend stukje voer een andere samenstelling heeft. Vaak wordt reclame gemaakt dat er extra vitamine C is toegevoegd aan het voer. Dit is dan wel zo, maar dit is echter nog niet toereikend voor de behoefte van de cavia. Om er zeker van te zijn dat de cavia voldoende vitamine C binnen krijgt, kan je elke dag een vitamine C tablet geven van 50 mg. Buiten het hardvoer kan je je cavia ook lekkernijen tussendoor geven, zoals wortel, andijvie, sla, komkommer etc. Doe dit niet te veel anders krijgt de cavia last van zijn buikje door overmatig vocht. Ook kan je knaagdierenlekkernijen in de dierenwinkel kopen, zoals een liksteen, knaagstangen e.d. Geef nooit snoep, koek, chips e.d! Zorg bovendien altijd voor vers, schoon en voldoende water. Het liefst in een fles, zodat de cavia het niet zelf kan bevuilen.

Huisvesting en buitenverblijf

Huisvesting

Voor een cavia dient het verblijf minstens 60 x 45 x 40 cm. (L x B x H) te zijn. Voor twee cavia's 90 x 45 x 40 cm. en voor drie cavia's 110 x 45 x 40 cm. Het is aan te bevelen een verblijf te nemen met een ruif, zodat de cavia altijd beschikt over schoon hooi. Als bodembedekking kan je bijvoorbeeld eerst een laag kranten neerleggen. Zorg hierbij wel voor dat de cavia deze niet kan opeten i.v.m. giftige inkt! Hierover kan je een laag kattenkorrels leggen die de urine absorbeert. Ikzelf leg hierover nog een laag houtzaagsel heen, zodat de cavia zacht kan lopen en liggen. Er moet altijd voldoende schoon hooi aanwezig zijn. De darmen van de cavia moeten namelijk altijd bezig zijn (tegen verrotting) en het eten van hooi zorgt hiervoor. Bovendien kan de cavia zich verstoppen in het hooi en zacht en warm liggen. Cavia's vinden het ook fijn als er een huisje of iets dergelijks aanwezig is waar het zich kan terugtrekken of verstoppen. Het beste is om overdag het huisje uit het verblijf te halen. Dan worden cavia's sneller tam en vluchten ze niet telkens als je ze wilt aanhalen en/of oppakken. Zeker bij een nieuwe cavia is dit erg belangrijk. Het verblijf dient 1 a 2 maal per week te worden schoongemaakt.

Buitenverblijf

Als het wat warmer wordt (boven 10 a 15 graden) kan de cavia best lekker buiten staan. Zorg er wel voor dat de cavia veilig is voor andere dieren zoals katten, roofvogels etc. De cavia moet ook tochtvrij staan en voldoende hooi, voer en water tot zijn beschikking hebben. Zet nooit de cavia in de volle zon! Hij kan hierdoor uitdrogen of een zonnesteek oplopen wat fataal kan zijn. Pas ook op dat de cavia niet kan ontsnappen door kieren in het verblijf en geen giftige planten kan eten. Een cavia kan je niet, zoals een hond, mee naar buiten nemen aan de lijn. Ten eerste zijn de straatstenen veel te grof en hard voor de voetzooltjes van je cavia. Ten tweede zijn er veel te veel gevaren zoals hollende kinderen en verkeer. Ten derde kan de cavia zo bang worden, waardoor hij nooit meer in zijn gewone doen en laten zal komen.

Verdraagzaamheid en karakter

Cavia's zijn groepsdieren, maar kunnen desondanks alleen worden gehouden. Als cavia's in een groep worden gehouden, zal er altijd een bepaalde rangorde zijn onderling. Bij geslachtsrijpe beren kunnen er nogal eens problemen ontstaan, omdat zij gaan concurreren met elkaar om met de zeugjes te paren. Hierbij kunnen zij elkaar behoorlijk verwonden. Soms echter gaat het houden van twee mannetjes wel goed. Twee vrouwtjes houden gaat meestal beter. Elke cavia heeft zijn eigen persoonlijkheid en als het niet klikt, dan gaat het fout.

Cavia's zijn van nature zachtaardig en zullen nooit zomaar bijten. Dit gebeurt enkel als ze pijn hebben of er te hardhandig met ze om wordt gegaan. Jonge cavia die pas nieuw zijn in huis, zullen schuw zijn en vaak wegrennen. Benader cavia's altijd van de zijkant i.p.v. de bovenkant. De roofvogel is een van de natuurlijke vijanden en deze valt de cavia van bovenaf aan. De cavia zal jou als een bedreiging zien en wegrennen. Plaats tijdens de wenperiode geen huisje in het verblijf. De cavia zal zich hier vanwege angst in terugtrekken en wordt minder snel handtam.

 

Cavia-geluiden

Cavia's kunnen vele verschillende geluiden produceren. Maar wat wil nu welk geluid zeggen.


Aandacht vragen: als de cavia aandacht wil of krakende plastic zakjes hoort die hij associeert met eten, zal hij hard gaan piepen. Dit piepen lijkt een beetje op fluiten.

Boos zijn: als de cavia kwaad is, zal hij gaan klappertanden. Dit gebeurt voornamelijk onder soortgenoten.

Zich goed voelen: als de cavia zich op zijn gemak voelt, zal hij een soort van zachte knorrende en piepende geluidjes maken.

Pijn hebben
: als de cavia pijn heeft zal hij gaan kreunen en piepen.

Geïrriteerd zijn: als een cavia vervelende geluiden hoort zal hij een kort gebrom maken.


(Al deze geluiden kan je beluisteren op de webiste van http://www.huisdierinfopunt.be/Algemeen.htm   waar je ook de foto's vindt die bij de verschillende kleurslagen en rassen hieronder  horen.


Verschillende kleurslagen

Agoutie : lijkt het meest op de wilde soortgenoten van de cavia en wordt daarom ook wel "wildkleur" genoemd.

Zwart : intens zwart. Men houdt erg van deze kleurvariant en er wordt veel mee gefokt.

Chocolade : de kleur van bittere chocolade. De ogen zijn donkerbruin, maar met bepaalde lichtinval verschijnt er een rode gloed.

Lilac : een lichtblauwe pelskleur met een rossige gloed.

Wit : hebben rode of donkere ogen (bruin of blauw)

Schildpad : heeft blokken op het lichaam met verschillende kleuren zoals het schild van de schildpad.

Hollander : twee gekleurde kopplaten met over de neus een witte bes. Heeft ook een bandtekening op het lichaam.

Rus : wit met rode ogen, maar heeft zwarte neus, oren en pootjes.

Beige : donker roomkleurige vachtkleur.

Rood : een warme kastanje rode pels. Met 9 maanden tot een jaar is de definitieve kleur vast te stellen, omdat de jongen bruin worden geboren en soms daarna erg licht worden.

Goud : mooie rode ogen. De pelskleur is warm oranje.

Buff: lijkt op donkergeel oker. Donkerbruine ogen.

Blauw: een nieuwe kleur. Is een grijze cavia.

Creme : roomkleurig met bruine oortjes.       

Japanner: heeft rood met zwarte banden om het lichaam. De Japanner is moeilijk te fokken en komt dan ook sporadisch voor.

Brindle: zwart met bruine kleurtekening

Dalmatiner: genoemd naar het hondenras. Donker gekleurde kop en op het lichaam zwarte vlekken.

Schimmel: de schimmel heeft een bepaalde kleur dat vermengd is met wit. De witten haren moeten voldoende en gelijkmatig aanwezig zijn, behalve op kop en pootjes. Schimmels zijn in de standaard enkel erkend als borstelhaar.

 

 

Paren / Dracht / Geboorte / Jongen

Een zeugje wordt eens in de 16 dagen bronstig gedurende 20 tot 24 uur. Tijdens de bronst breekt er een vlies in de vagina waardoor de dekking plaats kan vinden. De paring gebeurd heel discreet en meestal niet in het openbaar. Nadat de beer de zeug gedekt heeft sluit hij haar vagina af met een wasachtige prop, zodat het sperma er niet uit kan lopen. Deze prop laat vanzelf weer los.
Drachtige cavia's kunnen flink in gewicht aankomen (50 tot 75 %), maar je kan dit pas echt zien als de dracht al voor driekwart verstreken is. De dracht duurt 65 a 70 dagen. Laat het vrouwtje i.v.m. stress zo veel mogelijk met rust. De zeug heeft behoefte aan extra vitamine C tijdens haar zwangerschap. Geef haar dus elke dag (als je het al niet doet) 50 mg hiervan.
De geboorte kan gewoon in het verblijf plaatsvinden en in principe kan de beer er ook bij aanwezig zijn. Hij zal zich weinig van de bevalling aantrekken. Wees er wel van bewust dat de zeug al 24 uur na haar bevalling weer paringsbereid is! Ze kan dus meteen weer gedekt worden door de beer. Hierom kan het dus aan te bevelen zijn om de beer even ergens apart te zetten. Gewoonlijk verloopt de bevalling vlot en binnen een kwartier zijn de jongen op de wereld. Als een jong is geboren likt de moeder het vruchtvlies open en bijt de navelstreng door. Raak de jongen niet aan, want hierdoor krijgen ze een vreemde geur en zullen ze verstoten worden!
De jongen komen volkomen ontwikkeld op de wereld: behaard en met de oogjes en oortjes al open. Ook kunnen ze al snel na de geboorte lopen. Zo kunnen ze al meteen vluchten voor gevaar. Hoewel hun maag al meteen ingesteld is op vast voedsel, drinken de jongen nog ongeveer een maand bij de moeder. Hierna worden de jongen verstoten door haar en moeten ze zelf op pad.

Verschillende rassen

Gladhaar : glad haar met een lengte van ca. 3 cm. over het hele lichaam.

Gekruind : lijkt veel op de gladhaar, maar heeft een kruin op zijn kop. Komt in twee soorten: Engels en Amerikaans . Bij Engels gekruinde cavia's heeft de kruin dezelfde kleur als de rest van de vacht en bij Amerikaans gekruinde cavia's heeft de kruin juist een andere kleur dan de rest van de vacht.

Borstelhaar of abessijn : een borstelhaar heeft over het hele lichaam kruinen. De haarlengte is ca. 3,5 cm. Door alle kammen en rozetten is deze cavia minder aaibaar.

Langhaar : er zijn drie verschillende langhaarcavia's: de peruvian , de sheltie en de coronet . Peruvian: Heeft lang haar dat moet worden bijgeknipt. Op de achterhand heeft de peruvian twee rozetten. Borstelen, kammen en wassen is nodig tegen klitten en huidproblemen. Sheltie: onstaan uit de peruvian. Bij de Sheltie zijn de twee rozetten niet aanwezig. Op de snuit is korte beharing, waardoor de ogen goed zichtbaar zijn. Coronet: vrij vertaalt "gekroonde cavia". De cavia is zo genoemd door de rozet die op zijn kop zit. Verder het zelfde lange haar als de peruvian en de sheltie.

Merino : vacht van de Tessel en de kruinen van de Peruvian.

Naakt : Dit zijn haarloze cavia's en hebben dus geen vacht.

Satijn : een van de nieuwste rassen. Deze cavia heeft een holle haarschacht en hierdoor weerkaatst lichtinval terug. Het haar is net als bij de gladhaarcavia ca. 3 cm. lang.

Rex : deze cavia's zijn veelal grote cavia's die wat zwaarder zijn en wat meer tegen een stootje kunnen. De vacht lijkt op die van een teddybeer.

US Teddy : lijkt op de Rex, maar is zachter en de vacht op zijn buik is glad.

Tessel : het nieuwste caviaras in Nederland. De tessel is een kruising tussen de sheltie en de rex. De vacht is mooi gekruld en dicht ingeplant.

Alpaca : vacht is net als de Tesselcavia met een rozet op het voorhoofd

Cuye : reuze cavia die 50 cm. kan worden en 4 kg kan wegen. Een Cuye wordt ongeveer 2-3 jaar oud en is erg schuw.

Dank aan: De Cavia Tuin

 

Ziektes en ongemakken

Abortus/miskraam
Aborteren is het verliezen van jongen. Als dit gebeurd voor de zesde week zijn er meestal geen gevolgen. Het is dan beter om de zeug weer onmiddellijk te laten dekken, want vaak gaat de volgende dracht wel goed. Abortus op een later tijdstip kan gevolgd worden door een ontsteking. Dit kan met antibioticum worden verholpen. Dit geld ook bij een baarmoederontsteking. Als de baarmoeder er uitkomt tijdens de bevalling, kan deze, mits het onbeschadigd is, weer door de dierenarts worden teruggestopt

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 19:24 1 reactie Reageer op dit bericht

Bezige bijen (Cis-ka)

Bezige bijen door zachte winterweer
A7_tilleman.MM.jpg
Aantal imkers stijgt de jongste jaren, ook in de steden

Roeselare - Het zachte winterweer haalt de bijen vroeger dan normaal uit hun winterrust. ,,Samen met de flora die in bloei komt. Het is eind februari en de bijen keren al naar hun kasten terug met stuifmeel aan hun pootjes'', bevestigt imker Henri Tilleman.

Bijen vliegen uit als de thermometer een twaalftal graden Celsius haalt. Dat is meestal rond begin april het geval. Het is nu al zo warm en dus ontdek je nu al bijen in de tuin, op zoek naar stuifmeel. Deze drukte zo vroeg in het jaar is geen probleem. Maar ik hoop dat we dit voorjaar dan geen reeks koude dagen meer krijgen. Dat zou de voortplanting kunnen verstoren. Mooi weer is ook belangrijk voor een goede honingproductie. Op dat vlak ziet het er voorlopig goed uit. Maar het mag niet té droog worden'', weet imker Henri Tilleman.

De voorzitter van De Mandelbie woont in een Roeselaarse woonwijk. De moderne imkerij is niet langer het alleenrecht van plattelandsbewoners. ,,Het aantal imkers in de steden ging er de jongste jaren duidelijk op vooruit'', bevestigt Henri Tilleman. ,,Voor veel mensen is het de ideale manier om een stukje natuur in het stadsleven te integreren. Ook meer vrije tijd en de groeiende aandacht voor gezondheid en voeding spelen een rol. In tegenstelling tot wat men zou kunnen verwachten, levert een bijenvolk dat in de stad actief is doorgaans meer honing dan op het platteland. Op de buiten vermindert het aantal wilde bloemen, bossen en struiken. De monocultuur in de land- en tuinbouw, het gebruik van gewasbeschermende producten of onkruidbestrijders is daar niet vreemd aan.''

Minder steeklust

,,In de stad is weliswaar minder groen dan op het platteland, maar doordat almaar meer steden stadsparken en groene pleinen aanleggen, is er een inhaalbeweging bezig. Daarbij wordt een bredere plantenvariatie aangeplant. Bovendien zorgt de aanplanting van vooral lindebomen, wilde kastanjebomen of acacia's ervoor dat de aanmaak van honing bijna het hele seizoen doorgaat. Imkers zijn dan ook heel blij als de lokale overheid kiest voor deze boomsoorten bij de aanleg van een groene oase.''

Niet alleen de flora is sterk veranderd. Ook de bijen zijn niet meer dezelfde als weleer. ,,Door de verstedelijking zijn de buren nooit ver weg. Bijen die om de haverklap de buurt op stelten zetten, passen niet meer in onze samenleving. De moderne imkerij houdt daarom een zachtaardige bij met minder steeklust en aangepast aan ons klimaat.''

,,Een goede imker moet er ook voor zorgen dat de bijen voldoende ruimte hebben in de kast. Als er overbevolking dreigt, gaan de bijen uitzwermen en kunnen ze voor overlast zorgen. De moderne imkerij vraagt duidelijk om opleiding. Een hobbyist zonder professionele kennis loopt vroeg of laat tegen de lamp'', besluit Henri Tilleman.

In het Praktijkcentrum voor Land- en Tuinbouw (PCLT), Zuidstraat 25 start op zaterdag 3 maart een cursus beginnennd imker. Tien lessen telkens van 9 tot 12 uur. Info: henri.tilleman@telenet.be of pclt@skynet.be

  Herwig Willaert23/02/2007

     



We zijn er voor, door en met elkaar ! https://blog.seniorennet.be/mailgroephuisdieren/ 3y4e6qc.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 10:59 Reageer op dit bericht

Grenzen van dierenmanieren (Simone1)

Grenzen van dierenmanieren, deel 1
shim.gif
Klik hier om meer van dit soort blogs te bekijken 22-02-2007: Dieren, met uitzondering van ons eigen mensenras, werden lang voor domme eetbare zool versleten. Honden zijn rechtlijnig trouw; papegaaien konden slechts nabootsen en geen enkel ander dier vertoont intelligentie. Mens als kroon op de schepping, u kent het fabeltje wel...
Ook de God uit de christelijke bijbel vertelt dat dieren er slechts zijn als instrument van de mens.  Als Hij het al zegt; wie zijn wij als kroon dan? Het antwoord is eenvoudig: zoekend en onwetend. Een kroon zijn is ook niet alles...

Een kort artikel uit een oude Kijk geeft u misschien een indruk waat ik naartoe wil. Leest u even mee?

Afrikaanse grijze roodstaart papegaai
Afrikaanse grijze roodstaart papegaai

Vogels hebben niet een aangeboren talent om mooi te zingen. Nieuw onderzoek toont aan dat ze heel precies naar hun eigen gefluit luisteren om het helemaal goed te ‘tunen’.

Ornithologen gebruiken vaak het geluid van een vogel om te kunnen identificeren om welke soort het gaat. Studie van de Universiteit van Californië in San Francisco toont aan dat zangvogels niet zijn voorgeprogrammeerd met een specifiek geluid, maar dit tijdens hun leven ontwikkelen.

Na hun geboorte beginnen de vogels met een soort ‘fluiterig’ gebrabbel. Ze verbeteren hun zangkwaliteiten met de hulp van een leraar. Wanneer ze eenmaal een eigen geluid hebben ontwikkeld gebruiken ze dit om hun territorium af te bakenen of een soortgenoot te verleiden. Kleine verschillen in de melodie onderscheidt de ene zangvogel van de andere. En het kost ze dan ook veel moeite om hun eigen sound hun hele leven vast te houden.

Om tot deze conclusies te komen hebben de wetenschappers verschillende proeven met zangvogels gedaan. Eén hiervan was het niet laten functioneren van het gehoor. Hieruit bleek dat na een tijdje het geluid van de vogel steeds verder afweek van het oorspronkelijke deuntje.

Volgens de onderzoekers gebruiken vogels dezelfde manieren om hun geluid te produceren en terug te horen als wij. De resultaten van hun studie kunnen hierdoor nieuw licht werpen op het onderzoek naar stotteren bij mensen.

(JvdK, 25-09-2006)

Met andere woorden: vogels zijn slim of leren hoe dan ook van situaties op een manier die van een zelfbeeld spreekt. Vooralsnog houd ik het even bij één soort vogel: de papegaai.

Jaco kon uw kind zijn.

Ander onderzoek uit 2006 wijst uit dat papegaaien ook al veel slimmer zijn dan gedacht. Daar kwam men achter door bijna 30 jaar de hersenactiviteit van de Afrikaanse grijze roodstaart papegaai te observeren. Niet voor niets dat die Jaco's bijna zijn uitgestorven. Hoe dan ook blijken de communicatieve vaardigheden van de papegaai overeen te komen met die van een tweejarig kind. Op het gebied van rekenen en herkennen van kleuren en vormen valt zelfs een vergelijking te maken met een kind van vijf á zes jaar.
"De allerslimste van de drie vogels waarmee Pepperberg de jongste tijd werkte, de 29-jarige Alex, kan zeven verschillende kleuren benoemen, vijf vormen onderscheiden en tot vijf tellen. Hij herkent, vraagt of weigert zo'n 1000 verschillende voorwerpen en doet ook veel meer dan napraten," aldus de nieuwssite Het Laatste Nieuws.

Humor vereist intelligentie?

Men zegt wel eens dat slechts slimme mensen in staat zijn tot humor; dat het iets te maken heeft met snel schakelen en het associatief vermogen. Wat dan te denken van een moppen tappende papegaai? Alweer een Afrikaanse grijze roodstaart papegaai is in staat om 950 woorden te herkennen en gebruiken.

"Hij formuleert zelfstandig woorden en zelfs hele zinnen als hij met nieuwe situaties wordt geconfronteerd waarin zijn vocabulaire nog niet voorziet. Toen een andere papegaai ondersteboven aan z´n stokje hing riep het beest z´n baasje toe om even snel een fototoestel te pakken. Later lieten de onderzoekers de gevleugelde grappenmaker een foto zien van een dierenverzorger met een aap op z´n arm. Toen daarna de verzorger, nu zonder aap, kwam binnenlopen vroeg de wondervogel waar de verzorger z´n aap had gelaten," aldus Fok.nl.

De grote vraag?

Dit is natuurlijk slechts deel 1. In een volgend deel breng ik u een verzamelijk van leuke dierenmanieren die tonen dat dieren soms menselijker zijn dan u denkt. De grote vraag is: hoe menselijk precies?

Bron grenswetenschap.nl

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door mailgroep om 18:13 Reageer op dit bericht

Waarom eet mijn hond poep (Cis-ka)

Waarom eet mijn hond poep
spacer.gif

Mensen vinden dit een vies gezicht. Maar ontlasting bevat nog voeding. Hoe eiwitrijker de ontlasting des te lekker deze voor de hond is. Bovendien zijn konijnenkeutels en paardenmest rijk aan de vitaminen  B, C en K.

Poep eten is dus niet ongezond, mits de ontlasting niet van een ziek dier is. De hond kan wel met het eten van ontlasting van andere dieren zich besmetten met eieren van wormen.
Voor Bobtails, Canadeze herdershonden, Collies en Shelties is het ook beter dat in de paardenmest niet het wormdodend middel ivermectine zit.

Hoe onfris het er ook uit ziet, een hond eet poep voor de lekkere trek en kan hier dik van worden.

Poep eten kan

  • een aangeleerd gedrag zijn,
  • een vorm van aandacht vragen zijn,
  • een uiting van verveling zijn,
  • een uiting van stress zijn,
  • ten gevolge van een extreem hongergevoel na castratie of 'sterilisatie',
  • ten gevolge van een extreem hongergevoel door bepaalde medicijnen
    (b.v. corticosteroïden, phenobarbital of valium) of
  • soms een lichamelijk oorzaak hebben.

Voorbeelden van een lichamelijke oorzaak zijn:

  • hormonale stoornissen in de bijnieren (de ziekte van Cushing), de schildklieren (hyperthyreoïdie) en de alvleesklier ( suikerziekte ),
  • een tekort aan eiwitsplitsende enzymen van de alvleesklier,
  • aandoeningen van het maagdarmkanaal (b.v. een ernstige spoelworminfectie ),
  • een verminderde nierfunktie,
  • een verminderde leverfunktie of
  • aandoeningen aan het centrale zenuwstelsel (b.v. een hersentumor).
Wat te doen tegen het eten van poep?

Zorgen dat de hond er niet bij kan, dus aan de lijn uitlaten. En als de hond los loopt er goed op letten, dat niet stiekem gesnoept wordt. Vooral goed opletten, dat ù het lekkers eerder ziet. En de hond direct aanlijnen zónder dat deze de kans krijgt er een hapje van te nemen. Het duurt maanden, eer uw hond zijn snoepgewoonten verandert.

Ook wordt wel geprobeerd uitwerpselen, die men straks met de hond gaat passeren, tijdens het uitlaten onaangenaam te maken door er bijvoorbeeld zout of een misselijkheid oproepende stof (LiCI) tevoren in aan te brengen, zodat 'voedselvermijdingsleren' kan optreden.

Afbeelding van een hond met zijn neus in de kattenbak, die poep op eet.

 




We zijn er voor, door en met elkaar ! https://blog.seniorennet.be/mailgroephuisdieren/ 3y4e6qc.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 20:14 Reageer op dit bericht

Glasvleugelvlinder (Jeedeeke, en vertaling van Cis-ka)

Glasvleugelvlinder

Leeft in Zuid-Amerika

Vlinders met doorzichtige vleugels zijn zeldzaam en prachtig. De regenwoudspecialisten beschouwen de aanwezigheid van deze zeldzame vlinder, die even breekbaar is als fijn geblazen glas, als een duidelijke ecologische aanwijzing dat het leefmilieu waarin hij leeft een hoog habitatniveau heeft, en zijn dood waarschuwt hen voor ecologische veranderingen.

De lichtdoorlatende vleugels van de glasvleugelvlinder rivaliseren met de verfijnde schoonheid van glasramen, wanneer de zon hen doet schitteren in hun glimmende turkooise, oranje, groene of rode pracht.

Mooi dingen moeten niet kleurvol zijn om opgemerkt te worden; dat wat in het leven onopgemerkt blijft heeft de grootste kracht.  (Tekst vertaald door onze mentor Cis-ka uit het engels). Klik op het plaatje om het groter te zien.


 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 00:15 Reageer op dit bericht

Nieuwe vogelsoort (Cis-ka)

Nieuwe vogelsoort ontdekt
   
Hier zie je hem nog eens
Het is de atlapetes latinuchus yariguierum of ook Yariguiesvink genoemd , een nieuwe ondersoort van de atlapetes latinchus (oef wat een naam!!!)


We zijn er voor, door en met elkaar !

https://blog.seniorennet.be/mailgroephuisdieren/

3y4e6qc.jpg







SeniorenNet Mailgroepen http://www.SeniorenNet.be
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 17:07 Reageer op dit bericht

Olifant niet van de grond door menselijk haar (Cis-ka)

Olifant niet van de grond door menselijk haar

large_345028.jpg
In Taiwan is het plan om een olifant op te tillen met menselijk haar niet doorgegaan omdat er te veel protest op kwam. Het museum voor technologie en wetenschap heeft meer dan 6.000 euro gespendeerd om 1,6 miljoen haren aan elkaar te knopen tot een touw dat 8 ton kon optillen.

Het was de bedoeling om de olifant op te tillen zodat hij op een platform kon gaan staan. Omdat er veel protest opkwam, heeft de Zoo besloten het op een andere manier aan te pakken.

(HLN)


We zijn er voor, door en met elkaar ! https://blog.seniorennet.be/mailgroephuisdieren/ 3y4e6qc.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 14:31 Reageer op dit bericht

De optimale groei van puppies van grote rassen (Cis-ka)

De optimale groei van puppies van grote rassen


Vergeleken met andere diersoorten en de mens vertoont het groeiproces bij honden in een relatief korte tijd opmerkelijke veranderingen. In het bijzonder bij grote rassen is de groei in de lengte (groei van lange botten) spectaculair. Op de leeftijd van 16 tot 18 maanden hebben deze honden hun uiteindelijke lichaamsomvang (niet hun uiteindelijke gewicht) bereikt.

kourosalsfotomodel.jpg  Kouros, onze hond, net volwassen geworden.

Groeischijven


De groei van botten in de lengte vindt plaats in de groeischijven. De botten groeien niet willekeurig, maar alleen in deze groeischijven van kraakbeen, die zich bevinden aan de uiteinden van de botten. Tijdens het groeiproces wordt het kraakbeen gemineraliseerd en omgezet in bot. Dit proces gaat door totdat het bot zijn uiteindelijke lengte heeft bereikt.

Verstoringen die zich tijdens dit proces kunnen voordoen leiden tot skeletaandoeningen die kreupelheid en misvorming van botten tot gevolg hebben. In de meeste gevallen doen deze aandoeningen zich voor in de schouder- en ellebooggewrichten. Ook het kniegewricht, het enkelgewricht en het heupgewricht kunnen worden aangetast.

sharpei2.jpg    Een Shar Pei met zijn rechter pootje die niet helemaal recht      groeit.

Skeletaandoeningen


Onderzoek bij honden van grote rassen in Zweden, de Verenigde Staten, Duitsland, Australië en Nederland heeft aangetoond dat deze aandoeningen het gevolg zijn van abnormale ontwikkeling van het kraakbeen in het gewricht. Deze aandoening bij honden staat bekend als osteochondrose (OC) of osteochondritis dissecans (OCD). Aan de andere kant kan overbelasting van de gewrichten door een te hoog gewicht eveneens tot problemen leiden. Het bekendste voorbeeld hiervan is heupdysplasie (HD).

heupdysplasiedobberman.jpg  Erge heupdysplasie bij een dobberman van 6 jaar oud.

Osteochondrose (OC) en heupdysplasie (HD) zijn aandoeningen die zich ontwikkelen tijdens de groei. Ze zijn erfelijk van aard en kunnen worden beïnvloed door omgevingsfactoren, zoals trauma. HD wordt gekenmerkt door een slecht in elkaar passend heupgewricht, door de vorm van de dijbeenkop of van de kom of van beide. Wanneer een hond geen HD heeft wanneer zijn skelet volgroeid is, zal hij dit nooit krijgen. In het geval dat een hond HD heeft, maar dit niet gediagnosticeerd is toen hij nog jong was, kan dit later gediagnosticeerd worden aan de hand van de daarop volgende artrose. Hetzelfde geldt voor OCD.

In verscheidene studies (waarbij genetische invloeden werden uitgesloten), is aangetoond dat bij opgroeiende puppies een relatief hoog gewicht door overmatige voeding (de puppy is te zwaar ten opzichte van het gewicht dat hij gezien zijn leeftijd zou moeten hebben) een aanzienlijke toename van klinische HD tot gevolg heeft. Een puppy slank grootbrengen geeft een significant resultaat en vanuit orthopedisch gezichtspunt heeft een slanke puppy de voorkeur boven een zwaarlijvige puppy. Overmatig gewicht veroorzaakt misvorming van het heupgewricht (in feite: verhoogt het het risico van HD). De algehele omvang (hoogte aan de schouder) wordt niet beïnvloed door de puppy zo te voeden dat hij slank blijft. Niet de omvang van de puppy groeit langzamer, maar het lichaamsgewicht, wat beter is.

Het risico van een te hoge calciuminname


Calcium is nodig voor de ontwikkeling van gezond botweefsel. Uit uitgebreid onderzoek is gebleken dat calcium de grootste risicofactor is voor de ontwik-keling van OCD. Een te hoge calciuminname verhoogt het risico van de ontwik-keling van klinische aandoeningen bij de hond. Overmatige calciuminname kan zich voordoen a) wanneer calciumsupplementen worden toegevoegd aan een complete en uitgebalanceerde voeding, b) wanneer het dier een complete voeding met een te hoog calciumgehalte krijgt of c) wanneer de eigenaar teveel calcium toevoegt aan een door hemzelf bereide voeding. Toevoeging van calcium aan complete en uitgebalanceerde voedingen dient onder alle omstandigheden vermeden te worden, omdat de hoeveelheid calcium in deze voedingen zorgvuldig is gereguleerd.

Het gevaar van een te hoog caloriegehalte


De ontwikkeling van heupdysplasie (HD) is niet gerelateerd aan de groei van botten in de lengte, maar wordt in hoge mate beïnvloed door voeding. Overmatige voeding (calorieën) tijdens de groei heeft een groter risico op de ontwikkeling van HD tot gevolg. Dit wordt veroorzaakt door de snelle toename van het lichaamsgewicht en het relatief onvolgroeide skelet dat dit lichaamsgewicht moet dragen.

Bij de geboorte bestaat het skelet grotendeels uit kraakbeen, dat geleidelijk wordt omgevormd tot bot. In vergelijking met bot is kraakbeen flexibel en kan en zal van vorm veranderen wanneer dit wordt belast. Wanneer het onvolgroeide skelet, en dus het onvolgroeide heupgewricht, overbelast wordt door het overmatige lichaamsgewicht van de hond (ten opzichte van zijn leeftijd), bestaat het gevaar dat de vorm van zijn heupgewrichten zich daaraan aanpast, wat dysplasie tot gevolg heeft.

kussendepups1.jpg

HD is echter een erfelijke ziekte en wanneer de genen niet voorkomen in de foklijn, zal een overmatig lichaamsgewicht voor een gegeven leeftijd nooit HD tot gevolg hebben. Aan de andere kant is aangetoond dat, wanneer in de foklijn het risico van HD bestaat, overmatig voeden van de puppy de frequentie en de ernst van de aandoening sterk kan verhogen.

Hetzelfde geldt voor het relatieve risico van OCD en de groep aandoeningen die elleboogdysplasie (ED) genoemd worden. Een te snelle toename van het lichaamsgewicht verhoogt het risico dat deze aandoeningen zich voordoen. Evenwichtige groei in samenhang met een gereguleerde toename van het lichaamsgewicht geeft een optimaal eindresultaat: een gezonde, fitte hond. De juiste dagelijkse hoeveelheid voeding verzekert dat de hond zijn uiteindelijke omvang als volwassen hond bereikt en een optimale lichamelijke conditie verkrijgt.

Het eiwitgehalte heeft geen invloed


Onderzoek naar de groei van de Duitse Dog (Nap RC, Nederland) heeft aangetoond dat het eiwitgehalte in een voeding geen significante invloed heeft op de ontwikkeling van het skelet. Een hoge eiwitinname heeft geen verhoogd risico op de ontwikkeling van OCD of HD tot gevolg en heeft geen invloed op de lengtegroei van bot.

Speciale voeding voor de groei


Gegeven de hoge mate van skeletaandoeningen bij honden van grote rassen, is het goed nieuws dat er voeding beschikbaar is die speciaal is samengesteld om te voorzien in de behoeften van snel groeiende puppies van grote rassen. In deze producten zijn de resultaten van de laatste studies verwerkt, waarin calcium is aangewezen als de grote risicofactor in de voeding van grote rassen en ook verlaging van de algehele energie-inname wordt aanbevolen om gereguleerde groei te bewerkstelligen. Eukanuba Puppy & Junior Grote Rassen is speciaal samengesteld om de hond een lager caloriegehalte en een aangepaste verhouding tussen calcium en energie te bieden om een gezonde groei te ondersteunen. Deze voeding geeft iedere puppy van een groot ras optimale voedingsondersteuning!

© 2003 - dierenkliniek Causus - Oudenburg


We zijn er voor, door en met elkaar ! https://blog.seniorennet.be/mailgroephuisdieren/ 3y4e6qc.jpg



Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 13:59 Reageer op dit bericht

Loopband speciaal voor de hond (Cis-ka)

image.serendipityThumb.jpgWandelen met de hond is toch heerlijk. Oké soms heb je misschien geen zin maar het is altijd gezond voor je. Dus als je je er even overheen zet, is het echt zo erg nog niet. Zeker niet als je eenmaal aan het wandelen bent. Minimaal drie keer per dag zo'n twintig minuutjes. Dat is wat onze Angel krijgt... soms wat meer en soms wat minder. Het hangt ook een beetje van haar eigen bui af en of we gebald of geskeelerd met haar hebben. Dan heeft die gekke hond meer dan genoeg energie kwijt gekund, geloof me maar. Soms is het voor wat oudere mensen niet meer mogelijk om lange wandelingen te maken of soms zijn mensen gewoon lui. Vergeet dan niet dat je hond wel zijn energie kwijt moet kunnen en investeer je geld in een honden loopband. Op die manier hoef jij niet de deur uit maar krijgt je hond toch de nodige beweging. Ik persoonlijk vind het verschrikkelijk hoor. Dat arme beest moet lekker vrij kunnen rennen, ravotten, met andere honden spelen en lekker achter de bal aankunnen. Waar men in Japan al niet oplossingen voor bedenkt. Onvoorstelbaar... oh ennuh... als je hem wilt bestellen mag je wel eerst je Japans even bijspijkeren Bron: Honden.Blogo.nl

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 23:35 Reageer op dit bericht

Europees dierenpaspoort (Cis-ka)

Europees dierenpaspoort

Reizen met je huisdier binnen de Europese Unie is sinds oktober 2004 gemakkelijker geworden.  De Europese Unie heeft een beslissing goedgekeurd voor een verplicht paspoort dat elke hond, kat of fret moet vergezellen die zich binnen de lidstaten verplaatst (met uitzondering van Ierland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk).  Dit paspoort is een diergeneeskundig document en vervangt het oude vaccinatieboekje.

 

In België zal het paspoort ook steeds meer gebruikt worden binnen de eigen landsgrenzen, dit is als identificatiebewijs en als registratie van de honden.  Voor de katten en de fretten is het paspoort enkel noodzakelijk als je buiten België reist.

 

Wat bevat het?

Naast alle gegevens van de eigenaar en de beschrijving van het dier levert het paspoort het bewijs dat het beest gevaccineerd geweest is tegen hondsdolheid, (dit moet duidelijk door de dierenarts vermeld worden dat het dier antistoffen heeft tegen hondsdolheid) en dat het geïdentificeerd is (via een microchip ingeplant onder de huid, door de dierenarts). 

Het kan ook inlichtingen bevatten over andere vaccinaties, ook degene die niet verplicht zijn, alsook informatie over de algemene medische toestand en eerdere ingrepen van het beest.

Het paspoort wordt afgeleverd op het ogenblik van de identificatie ofwel bij de vaccinatie tegen de hondsdolheid en deze kan enkel plaatshebben na de controle van de identificatie van het dier.

 

In de praktijk:

Geef uw paspoort aan de bevoegden, die zullen je dier scannen om te zien of het nummer van de chip overeenkomt met het nummer dat op het paspoort staat.  Aan de jonge dieren die nog niet gevaccineerd mogen worden, wordt toegestaan dat ze reizen zonder deze vaccinatie.

 

Waar is het geldig?

In alle lidstaten, uitgezonderd in het Verenigd Koninkrijk, in Ierland  en in Zweden waar de nationale wetgeving nog van toepassing is.  De niet E.U. buurlanden (zoals Zwitserland of Noorwegen) waar de situatie tegenover hondsdolheid dezelfde is als die in de Europese Unie passen dezelfde regels toe als ons.

 

Uitzonderingen:

Het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Zweden laten eerst een test ondergaan die meet hoeveel antistoffen je dier heeft aangemaakt en dit meerdere maanden na zijn vaccinatie, vooraleer ze toe te laten op hun grondgebied.  Deze test controleert de doeltreffendheid van de inenting.

Het Verenigd Koninkrijk en Ierland eisen daarboven nog een behandeling tegen teken en wormen.  Zweden gebruikt verschillende procedures afhankelijk van het land van herkomst.  Aarzel niet om informatie in te winnen bij de ambassade.

 

En voor de dieren afkomstig uit een land buiten de Europese Unie?

Dieren uit landen waar hondsdolheid nog heerst, moeten 3 maanden voor hun verplaatsing eerst een test ondergaan.  Voor het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Zweden wordt de afzondering gehandhaafd.  In landen waar geen hondsdolheid is of waar ze onder controle is, is de vaccinatie de enigste vereiste.  Voor het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Ierland wordt een onderzoek vereist zes maanden voor de verplaatsing.

De honden moeten bovenop de identificatie en de vaccinatie verplicht geregistreerd worden bij de BVIRH (Belgische Vereniging voor Identificatie en Registratie voor Honden).

Waarom is de registratie nuttig?

  • Om je hond terug te kunnen bezorgen na verlies of diefstal
  • Om te bewijzen dat de hond je toebehoort
  • Om de persoon die je de hond verkocht terug te vinden
  • Om de hondenhandel makkelijker te kunnen controleren

 

Wat moet je doen?

Als je een dier adopteert, laat het identificeren (door een chip) en indien het een hond is, laat het dan ook registreren bij de BVIRH, vòòr de leeftijd van 4 maanden (documenten geleverd door de fokker of de dierenarts).  Indien jij je dier aan een derde persoon wenst te geven en het is nog niet geïdentificeerd (en geregistreerd voor de honden), moet je het zo snel mogelijk laten doen.

Als je hond geregistreerd is na 07/06/04, moet je in het bezit zijn van een paspoort.

P.s.: Vergeet niet alle wijzigingen in verband met je hond aan de BVIRH te melden: adres, overlijden, verlies of diefstal.

 

Papieren niet in orde?

Neem dit ernstig aan.  Volgens het land kan je dier afgenomen worden, in quarantaine gezet worden of teruggestuurd worden naar het land van herkomst.  In de ernstige gevallen kan het dier geëuthanaseerd worden.  De kosten zijn ter jouw laste.

Controleer de chip voor je vertrekt.  De chip kan beschadigd zijn en het wordt onmogelijk om het te scannen.  Bovendien kunnen de Europese scanners niet alle chips van buiten Europa lezen.  Prettige vakantie!

(huisdierinfopunt) 




We zijn er voor, door en met elkaar ! https://blog.seniorennet.be/mailgroephuisdieren/ 3y4e6qc.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 23:33 Reageer op dit bericht

Hoe verhuis ik mijn kat ? (Cis-ka)

Hoe verhuis ik m ijn kat?

Er wordt nogal eens gezegd: "een kat is meer gehecht aan het huis dan aan z'n baasje" .
Gelukkig is dit niet helemaal waar maar het geeft wel aan hoe katten zich aan hun woonomgeving hechten!
Een kat moet liefst 2 weken binnen blijven in zijn nieuw huis, zodat hij helemaal gewend is, voordat hij naar buiten mag gaan.

We verhuizen naar een woning met tuin
Nadat uw kat minimaal 2 weken binnen is geweest mag hij voor het eerst naar buiten.
Het beste tijdstip is een 1/2 uur voordat hij z'n eten krijgt zodat als u hem roept hij weer snel naar binnen komt.
Blijf wel de eerste paar keer dat hij naar buiten gaat bij hem om een oogje in het zeil te houden.
Sommige katten doen alsof het de normaalste gang van zaken is dat ze naar buiten gaan.
Mocht uw kat erg onzeker zijn dwing hem dan niet om naar buiten te gaan. Laat dan ook altijd de deur op een kiertje staan zodat hij weer snel naar zijn vertrouwd plekje kan gaan.
U kunt uw kat in het begin ook aan een riempje in de tuin uit laten. Laat hem echter nooit alleen in de tuin achter.
Met riempjes zien we op de kliniek erg veel problemen.
Laat uw kat chippen!
Bij uw dierenarts kunt u bij
uw kat een microchip laten aanbrengen met een uniek identificatienummer
meer info
Katten kunnen zich niet goed verdedigen tegenover andere katten en ze kunnen zichzelf ophangen. Met de zogenaamde "veilige" tuigjes zien we ook deze problemen.

We verhuizen van een woning met tuin naar een flat.
Ook al is Uw kat een echte buitenkat dan kunt u zonder problemen naar een flat verhuizen .
Uw kat is gewend om buiten veel te ondernemen zoals spelen, klimmen en z'n nagels krabben.
U moet daarom voor voldoende afleiding zorgen. Speeltjes en een goede krabpaal (liefst een model die bijna tot het plafond gaat) mogen natuurlijk niet ontbreken.
Mocht u meerdere katten hebben dan kan een verhuizing naar een kleinere ruimte problemen geven. Katten zijn gesteld op hun privacy, ze hebben een eigen territorium nodig. Mocht hun territorium te klein worden dan leidt dit tot veel vechtpartijen en stress. Laat de katten daarom in alle woonruimtes toe om zodoende een zo groot mogelijk leefgebied te creëren.

(dierenkliniek de beemd.nl)

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 17:50 Reageer op dit bericht

Eens iets meer te weten komen over een "wilde hond"? Veel leesplezier! (Cis-ka)

Eens iets meer te weten komen over een "wilde hond"? Veel leesplezier!
Afrikaanse wilde hond         

foto.jpg


Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Carnivora (Roofdieren)
Familie: Canidae (Hondachtigen)
Geslacht: Lycaon 
 
De Afrikaanse wilde hond of hyenahond (Lycaon pictus) is een wilde hondachtige uit de orde der roofdieren (Carnivora). Alhoewel de soort veel lijkt op de hond, zijn de twee geen nauwe verwanten. De hond is meer verwant aan de wolf en de jakhalzen dan aan de hyenahond.

Uiterlijke kenmerken
De Afrikaanse wilde hond is een grote, gevlekte hond met een lang, slank lichaam en lange poten, grote afgeronde oren en een lange, volle staart. De kop is vrij kort en breed, met krachtige kaken. Hij heeft een donkerbruine tot zwarte vacht met onregelmatige roomkleurige, witte en geelbruine vlekken. Het vlekkenpatroon en de kleur van de vlekken verschilt zeer per individu, maar onder verwante dieren en dieren uit dezelfde regio zijn gelijkenissen te vinden. De staartpunt is bijna altijd wit, en de snuit meestal zwart. Jonge dieren zijn meer zwart van kleur met verspreid enkele witte vlekken, voornamelijk op de poten.

De Afrikaanse wilde hond heeft een sterke, herkenbare geur. De gemiddelde Afrikaanse wilde hond heeft een kop-romplengte van 76 tot 112 cm, een staartlengte van 30 tot 41 cm en weegt zo'n 15 tot 36 kg.

Verspreiding en leefgebied
De Afrikaanse wilde hond leeft in savannes, licht beboste streken, steppen en graslanden, zowel in laagland als in bergen. Hij kwam oorspronkelijk algemeen voor in een groot deel van Afrika ten zuiden van de Sahara, in alle gebieden met voldoende prooidieren. Hij ontbrak enkel in de dichte bossen in West- en Centraal-Afrika. Door toedoen van de mens is zijn leefgebied echter versnipperd geraakt. Deze versnippering is een grote bedreiging voor deze diersoort, die namelijk veel ruimte nodig heeft.

Voedsel     

65349472.rStOFU2B.jpg

De Afrikaanse wilde hond jaagt voornamelijk op middelgrote antilopen als impala, Thomsongazelle, blauwe gnoe en grote koedoe. Hij is echter ook in staat grotere dieren als zebra's te doden. Afrikaanse wilde honden jagen gezamenlijk op hun prooi. Ze jagen voornamelijk in de schemering. Hun specialiteit is niet zozeer snelheid maar uithoudingsvermogen. Hij kan over een afstand van vijf kilometer een gelijkmatig tempo van 48 km/u volhouden. In een korte sprint kunnen ze snelheden van 60 km/u bereiken.

De troep achtervolgt een prooi en hapt naar de achterzijde en de flanken van het prooidier totdat deze vermoeid raakt. In tegenstelling tot katachtigen zoals de leeuw grijpen de Afrikaanse wilde honden hun prooi niet bij de keel maar in de buik. Ze rukken de ingewanden eruit en hierdoor komen de prooidieren niet door verstikking maar meestal door een shocktoestand om het leven. Dit klinkt barbaars en daarom werden Afrikaanse wilde honden tot in het recente verleden beschouwd als verderfelijk. Recent onderzoek heeft echter aangetoond dat de prooien van Afrikaanse wilde honden sneller overlijden dan die van leeuwen en luipaarden.

Sociaal gedrag en voortplanting
Het zijn zeer sociale dieren, die een strikte hiërarchie in hun groep hebben. De kern van een groep is een dominant paartje. Enkel het dominante paartje mag zich voortplanten en het territorium met urine markeren. Andere volwassen dieren helpen mee met de zorg voor de jongen, onder andere door voedsel op te braken.

Een groep bestaat tegenwoordig meestal uit ongeveer zes volwassen mannetjes en vier volwassen vrouwtjes. Vroeger waren groepen veel groter, en zijn er groepen waargenomen van enkele honderden wilde honden. Grotere groepen hebben grotere territoria dan kleinere groepen. Ook hebben welpen in grotere groepen een hogere overlevingskans. Het territorium van een groep kan zeer groot zijn, 200 tot 2000 km². In groepsverband doorkruizen ze het territorium.

De Afrikaanse wilde hond is meestal zwijgzaam. Als contactroep dient een laag, doordringend en herhalend krassend geluid, bij opwinding in de groep laat hij een staccato gepiep horen.

Een volwassen Afrikaanse wilde hond vertoont in zijn omgang met andere wilde honden binnen een groep opvallend vaak infantiel gedrag als bedelen. Op deze manier kan een wilde hond bij een potentieel agressief dier meer zorgzame reacties teweegbrengen, waardoor dit niet zal aanvallen.

De Afrikaanse wilde hond krijgt van alle hondachtigen de grootste worpen: gemiddeld tien welpen per worp. De meeste welpen worden geboren aan het einde van de regentijd in een ondergronds hol, meestal het verlaten hol van een aardvarken. De welpen zijn bij de geboorte blind en hulpeloos. Na een maand komen ze voor het eerst buiten het hol. Na vijf weken gaan ze van moedermelk over op opgebraakt voedsel. Na negen weken gaan ze met de andere volwassen honden mee op jacht, en na een jaar zijn ze volgroeid.

Na het ontwaken, vroeg in de ochtend of laat in de middag, ontstaat er een soort samenkomstceremonie, waarbij jonge wilde honden samenscholen en andere dieren lastigvallen door om ze heen te cirkelen. Dieren die niet lastiggevallen willen worden sluiten tijdelijke vriendschappen met andere dieren, waarbij ook zij samenscholen in grotere groepen. Deze ceremonie zorgt voor het mobiliseren en verbinden van individuele dieren in een jachttroep.

De Afrikaanse wilde hond wordt meestal niet oud: veel dieren sterven voor hun tiende levensjaar.

Bedreiging
Van alle grote Afrikaanse roofdieren is de verspreiding van de Afrikaanse wilde hond de laatste jaren het sterkst afgenomen. Een belangrijke bedreiging is het afnemen van geschikte habitat door de oprukkende landbouw, met versnippering tot gevolg. Behalve de versnippering van het leefgebied heeft hij ook veel te lijden van ziekten die zij opdoen van de gedomesticeerde hond, en wordt er op de soort gejaagd omdat hij wel eens vee vangt. Er zijn niet meer dan 2500 volwassen exemplaren over en de soort wordt tegenwoordig als bedreigd beschouwd.

(Wikipedia)


We zijn er voor, door en met elkaar !

https://blog.seniorennet.be/mailgroephuisdieren/

3y4e6qc.jpg

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 17:34 Reageer op dit bericht

Tien tips om dierenharen te verwijderen (Simone1)

Tien tips om dierenharen te verwijderen
Met een stofzuiger zuig je niet alle haren van kat- of hondlief op. Daarom leggen wij je uit hoe je dierenharen het best verwijdert van de vloer, het tapijt, meubelen, kledij... Daarnaast hebben we oog voor enkele preventieve acties.

leeg.gif

·                  Veeg dierenharen op een stenen of vinylvloer op met een natte dweil.

 

·                  Achtergebleven haren op het tapijt verwijder je met een borstel met kunststof haar dat elektrostatisch geladen is.

 

·                  Nog een hulpmiddel om met statische energie je tapijt of meubelen met stof zuiver te krijgen is een rubberen handschoen.

 

·                  Op meubels met stof kan je ook een vochtig microvezeldoekje gebruiken. Soms lukt het eveneens met een vochtig washandje.

 

·                  Op meubels zonder stof zoals kasten kan je met een vochtige spons haren weghalen.

 

·                  Dierenharen op kleren verwijder je met een kledingborstel: de variant met tape of die waarbij je tegen de richting in moet borstelen.

 

·                  Voor dierenharen op wollen kleding gebruik je een kledingborstel die eerst in spiritus gedoopt is.

 

·                  Preventie is ook belangrijk: borstel je hond of kat geregeld buiten. Al die haren kunnen alvast niet meer in je huis verdwalen. Hoe vaak je je huisdier best borstelt, hangt af van het ras: korthaar of langhaar.

 

·                  Maak de wasmand dierenproof: zorg ervoor dat je trouwe viervoeter niet op het vuile en zeker niet op het propere wasgoed  kan gaan  liggen.

 

·                  Is je huisdier toch in de wasmand geraakt? Droog dan je kleren in de droogkas in plaats van buiten of op een droogrek. De honden- en kattenharen blijven dan in de stoffilter achter. Ook handig als je de mand, de knuffel of het dekentje van je huisdier moet wassen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 13:54 Reageer op dit bericht

Vaccinatie op maat voor uw hond (Tante Lotte)

Vaccinatie op maat  

Het is verstandig om waar mogelijk dieren tegen ziektes te beschermen d.m.v. regelmatige vaccinatie: voorkomen is altijd beter dan genezen!

Wij adviseren om gericht te vaccineren en per hond in kaart te brengen welke vaccinaties er echt noodzakelijk zijn. Vaccinatie is maatwerk en we zoeken samen met u naar het optimale vaccinatieschema voor uw huisdier.

Jonge hond

Volwassen hond

6 wkn

9 wkn

12 wkn

16 wkn

1 jaar

2 jaar

3 jaar

4 jaar

Etc.

Hondenziekte

vink.bmp

vink.bmp

vink.bmp

vink.bmp

Leverziekte

vink.bmp

vink.bmp

vink.bmp

Parainfluenza

vink.bmp

vink.bmp

vink.bmp

Weil

vink.bmp

vink.bmp

vink.bmp

vink.bmp

vink.bmp

vink.bmp

parvo

vink.bmp

vink.bmp

vink.bmp

vink.bmp

vink.bmp

vink.bmp

vink.bmp

Kennelhoest

vink.bmp

vink.bmp

vink.bmp

vink.bmp

vink.bmp

vink.bmp

Rabies

Advies: minimaal 30 dagen voor vertrek naar het buitenland

Tekenziekte

Als u meerdere keren per jaar naar het buitenland gaat

Voorafgaand aan de jaarlijkse vaccinatie vindt een gezondheidscontrole plaats waarvan de bevindingen vermeld worden in het dierenpaspoort van uw hond.

Tijdens deze gezondheidscontrole kijken we onder andere naar:

  • een foto wordt gemaakt voor in het dierenpaspoorteen foto wordt gemaakt voor in het dierenpaspoort.  Dierenkliniek Wilhelminapark in Utrecht
  • de tanden (tandsteen wordt gelijk verwijderd)
  • de oren
  • er wordt naar het hart geluisterd
  • de buik wordt nagevoeld
  • de huid wordt bekeken
  • het gewicht van de hond wordt bekeken
  • eventuele gezondheidsklachten van uw hond worden besproken
  • indien uw hond het nodig heeft wordt een voedingsadvies gegeven
  • er wordt een digitale foto gemaakt voor in het paspoort van uw hond

In overleg met uw dierenarts worden de componenten van de jaarlijkse vaccinatie bepaald. Hierbij spelen de leefomstandigheden van uw hond een belangrijke rol: de leeftijd en het zwemgedrag van uw hond, de infectiedruk (pension, hondenschool, tentoonstelling) en een bezoek aan het buitenland. Ook wordt de bestrijding van parasieten (teken, wormen en vlooien) met u besproken.

Naar het buitenland met uw hond: denk dan aan het volgende

Als uw hond meegaat naar het buitenland is een rabiesvaccinatie verplicht. Ook een chip (of tatoeage) en een officieel Europees dierenpaspoort zijn verplicht.
Let op: de rabiesvaccinatie moet vaak minimaal 1 maand voor vertrek worden toegediend!.

Daarnaast hebben sommige landen (oa Engeland, Noorwegen, Zweden) nog aanvullende eisen, zoals bloedonderzoek, ontworming of een teken behandeling.
Voor Zwitserland is een gezondheidsverklaring vereist die niet ouder is dan 30 dagen.







Image Hosted by ImageShack.us 


In samenwerken met dierenartsen en asielen 
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 14:07 Reageer op dit bericht

Babbelen met paarden ? (Simone1)

42w2g3r.jpg

Babbelen met paarden

Een praatje maken met een edele viervoeter? Als het aan de bedenkers van het Equine Vocalization Project ligt is dat binnenkort dagelijkse praktijk.

De onderzoekers zijn bezig met het opzetten van een database waarin verschillende vormen van gedrag en 'taal' van paarden in zijn verzameld. Zij willen onderzoeken hoe deze samenhangen met de hoeveelheid stress die een paard voelt.

Deze informatie zou duidelijk kunnen maken hoe andere paardachtigen als zebra's en ezels met elkaar communiceren. Daarnaast kunnen dierenartsen, fokkers en andere mensen die met paarden werken de 'paardentaal' gebruiken om beter met de dieren om te gaan.

arrow.gif Bron zibb nl


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 12:48 Reageer op dit bericht

Hoe weet een mier wat ze moet doen? (Cis-ka)

Hoe weet een mier wat ze moet doen?

NBN_LF2_MIER2_PN.MM.jpg
Mieren staan bekend als ijverige werkers. Of liever: werksters, want mannetjes zijn maar korte tijd aanwezig in de kolonie.

De krioelende massa ziet er misschien chaotisch uit, toch doet iedere mier wat het best is voor het collectieve huishouden. Maar hoe weet zo'n mier wat ze moet doen? De natuur heeft haar eigen methoden om de taken te verdelen. ,,Ook bij andere sociale insectensoorten zoals bijen en wespen'', zegt Johan Billen, onderzoeker aan de KU Leuven.

Bij veel mierensoorten is duidelijk te zien dat niet iedereen dezelfde rol heeft. Struis uitgevallen exemplaren met grote kaken zijn de 'soldaten'. Zij zijn vooral buiten in de weer en verdedigen het nest. Gewone werksters zijn een stuk kleiner, en kunnen onderling ook nog van afmetingen verschillen. ,,Bij parasolmieren bijvoorbeeld, die boomblaadjes naar hun nest voeren, knippen de mediums de blaadjes. Binnen in het nest knippen nog kleinere werksters, de minima, de blaadjes verder in stukjes en voegen ze toe aan een schimmelkweek in de mierenhoop, die voedsel oplevert voor de mieren en hun larven.''

De mieren die gespecialiseerd zijn door hun afmetingen, doen hun hele leven dezelfde taak. ,,Of een mier een kleine werkster of een grote soldaat wordt, hangt louter af van de voeding die ze krijgt als larf.''

Bij sommige mierensoorten is de taakverdeling tussen de werksters niet door de lichaamsgrootte bepaald. Naargelang hun leeftijd doen ze ander werk. Jonge werksters voeden de larven of poetsen het nest. Pas later gaan ze in 'buitendienst' om voedsel te zoeken of water te halen. De meest ervaren mieren doen de gevaarlijkste taak, de verdediging. ,,Een mier die sneuvelt tijdens haar eerste dag in buitendienst, heeft dan toch al een periode nuttig werk geleverd binnen.''

,,Welke taak een mier vervult, is tenminste deels afhankelijk van uitwendige omstandigheden.'' Als onderzoekers bij experimenten een groep buitenwerksters 'ontvoeren', worden de scheve verhoudingen in de kolonie snel hersteld. ,,Binnenwerksters scholen zich om en worden sneller buitenwerksters. De mieren weten deels instinctief wat ze moeten doen, maar ze volgen ook een leerproces. Bosmieren die aan hun nest bouwen, leggen de dennennaalden precies zó neer dat regendruppels van de hoop rollen en niet in het nest binnendringen. Als een jonge werkster de naald verkeerd legt, wordt ze gecorrigeerd door een oudere.'' (kidr)
(NB)
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 13:54 Reageer op dit bericht

Een hond is niet graag alleen (Cis-ka)

Een hond is niet graag alleen
Het is heel normaal en natuurlijk dat honden niet graag alleen zijn. Een hond is een sociaal dier dat van oorsprong in groepen (roedels) leeft. Wel kan met wat inzet van de eigenaar worden bereikt dat de hond het alleen zijn leert accepteren als een "normaal" onderdeel van zijn leven. Uitingen van verlatingsangst zijn onder meer vernielen, onzindelijk zijn en janken en blaffen wanneer de hond alleen thuis is.
foto-vernielzucht.jpgHondeneigenaars worden regelmatig geconfronteerd met vernielzucht van hun dier. De hond gaat voorwerpen te lijf, zoals schoenen, ondergoed en meubilair. Meestal vertoont de hond dit gedrag enkel wanneer hij alleen thuis is. Op zo'n momenten voelt de hond zich 'eenzaam' en zoekt afleiding in grommen, blaffen en zijn behoefte doen.
Tenslotte gaat hij met bepaalde voorwerpen rondlopen, zoals met een 'prooi'. Hij schudt ze dood, waarna hij ze vernielt en opeet. Dit probleem doet zich bijvoorbeeld veel minder voor bij katten, die van nature zonder problemen alleen kunnen zijn. Een hond verlangt echter voortdurend gezelschap, zodat hij effectief moet leren om 'alleen' te zijn !
In feite heeft de eigenaar van de hond daar onbewust een hand in, want als je een puppy in huis haalt is die meestal nog niet zindelijk. De eigenaar verliest hem dan natuurlijk geen moment uit het oog en loopt hem zelfs achterna. Op die manier leert een puppy heel snel om zindelijk te worden, maar hij leert ook heel snel dat hij 'nooit alleen is' ! De puppy, die intussen gewoon is dat de baas hem overal volgt, denkt automatisch dat hij de baas is en zich dus wat kan veroorloven. Op een bepaald moment ontdekt de puppy echter dat hij alleen thuis is en hij slaat in paniek. Hij doorzoekt het hele huis, maar vindt nergens z'n baas. Dan gaat hij vanalles uitproberen waarmee hij normaal gezien de aandacht van z'n baas kan trekken ... deugniet-streken dus. Plots komt de baas binnen en ziet dat de puppy op de 'verniel-toer' gegaan is .... die krijgt dus een uitbrander. Maar wat de baas niet beseft is dat de puppy denkt "wanneer ik dit gedrag vertoon, dan komt mijn baas thuis" ! De jonge hond zal zijn 'truuk' niet vlug vergeten, dus het vervolg van dit verhaal kunnen jullie beslist zelf invullen ... .

Vernielen ... wat kan je eraan doen ?
De vernielzucht van een hond kan vele oorzaken hebben.  Allereerst heeft een hond 'gezelschap ' nodig. Een hond is dus geen ideaal huisdier voor een eigenaar die een fulltime betrekking heeft, tenzij hij aan deze situatie een mouw probeert te passen, zoals het houden van een tweede huisdier.  Een andere hond, een kat of zelfs een dwergkonijn kunnen de 'wachttijd' voor de hond een stuk aangenamer maken. Jonge honden dienen verschillende keren per dag gevoed te worden en moeten ook meermaals hun behoefte doen. Voor eigenaars die een ganse dag afwezig zijn kan dit bijvoorbeeld opgelost worden door aan vrienden of buren te vragen om de hond eten te geven en ermee te gaan wandelen.
De hond moet ook beschikken over een eigen plaats, zoals een eigen mand of een deken. Wanneer jouw hond nog niet rustig kan zijn terwijl jij in een andere kamer bent, dan is het nog te vroeg om de hond alleen thuis te laten.
Zelfs een radio is een middel om die eenzaamheid te beperken ... door de aanwezigheid van menselijke stemmen voelt de hond zich minder eenzaam. Raar maar waar ... proeven hebben uitgewezen dat honden rustiger worden van 'klassieke muziek'. Dit is trouwens een gebruikte methode in veebedrijven, waar koeien minder stress vertonen en meer melk geven bij het horen van klassieke muziek ! Een ander middel voor jouw hond is het laten afspelen van een opname van jullie 'familiegesprek'.  De hond herkent effectief jullie stemmen en dit geeft hem het gevoel niet helemaal alleen te zijn. Sommige eigenaars laten zelfs de tv aan tijdens hun aanwezigheid .... voor sommige honden kan dat helpen.
Een ander veel voorkomend feit is het opspringen tegen de deur. Een jonge hond die tegen de deur springt wanneer hij z'n behoefte moet doen, wordt vaak door z'n baas beloond voor z'n 'propere ingesteldheid'. De baas beloont hem dan door hem zo vlug mogelijk buiten te laten. Ook dit is een signaal wat de hond vlug heeft begrepen, zodat hij tijdens je afwezigheid tegen de deur zal springen, omdat hij uit ervaring weet dat jij dan komt opdagen en hem buiten laat !
En dan heb je nog het janken, blaffen of huilen als de eigenaar weg gaat. Hier moet je als eigenaar beslist en resoluut ingrijpen, want de hond moet leren dat dit niet mag. De eigenaar dient een paar minuten te wachten, voordat hij definitief van huis weggaat. Hoort hij de hond blaffen, dan moet hij onmiddellijk terugkeren en de hond boos terug naar z'n plaats sturen. Dan pas mag je het huis verlaten, maar zonder lovend woord of zonder extra aandacht voor je hond.
Een goed hulpmiddel tegen eenzaamheid is speelgoed. Let wel dat je de hond niet overlaadt met speelgoed ... het is niet de hoeveelheid, maar wel de 'kwaliteit' van het speelgoed wat voor de hond telt, m.a.w. het plezier dat de hond aan het stuk speelgoed
beleeft. Honden zijn hierin net als kinderen ... nieuw speelgoed is altijd véél interessanter.  Je hoeft daarom niet elke dag een nieuw stuk speelgoed te kopen, je kan ook gewoon al het speelgoed wat je hebt verdelen in verschillende pakketten. Geef dagelijks één pakket speelgoed aan je hond, en zorg dat het speelgoed van de vorige dag weggeborgen is. Door het speelgoed dagelijks te veranderen, blijft het nieuw en interessant. Zo'n speelgoedpakket bevat minstens een viertal zaken : één voorwerp dat rolt, één voorwerp dat lawaai maakt als het weggeduwd wordt, één voorwerp wat uitnodigt tot knabbelen en één voorwerp met een opvallende kleur.
Daarnaast wil ik jullie graag wijzen op het bestaan van
D.A.P. (Dog Appeasing Pheromone), een electrische verdamper met een rustgevend effect. Feromoon is een stof die door zogende teven wordt uitgescheiden zo'n drie tot vijf dagen nadat de jongen zijn geboren. Deze geruststellende stof wordt bij de hond geproduceerd door de talgklieren bij het melkpakket.  Uit onderzoek is gebleken dat er een sterke relatie bestaat tussen de productie van het feromoon en de binding van de kleintjes aan hun moeder. De resultaten zijn verbazend : na één maand stopt 72 tot 85 procent van de honden met vernielen en blaffen wanneer ze alleen worden gelaten.  Gedurende de eerste week van het gebruik zijn er reeds resultaten merkbaar. Deze verdamper is veilig voor mens en dier en is verkrijgbaar bij uw dierenarts.  Persoonlijk heb ik enkele klanten die D.A.P. toepassen, en inderdaad met succes !

Waar moet je zeker op letten
Een hond associeert vrij goed, met andere woorden hij legt vlug een verband tussen jouw handelingen en een feit.  Wanneer de eigenaar voor z'n vertrek bijvoorbeeld telkens dezelfde handelingen doet, heeft de hond vlug door dat hij na die handelingen alleen gelaten wordt. Op die manier raakt een hond extra opgewonden en z'n geestdrift leidt dan wel eens tot vernielzucht. Het is dus heel belangrijk als eigenaar, dat je geen signalen gebruikt die voor de hond betekenis hebben ! Het spreekt voor zich dat een stevige wandeling voor je vertrek een fantastische uitlaatklep is voor de overtollige energie van de hond. Hij heeft het daarna minder moeilijk om alleen thuis te blijven. Geef tijdens de wandeling of voor je vertrek geen extra aandacht aan de hond en vooral ... wees rustig ! Een beloning of extra aandacht maken het voor de hond juist interessant om met de baas mee te gaan.
Ook zijn er bepaalde belangrijke zaken wanneer je terugkeert . De eigenaar moet zijn best doen om steeds opgewekt thuis te komen, zelfs al is er schade aangericht ! Dat is niet zo gemakkelijk, maar je moet weten dat de hond de schade wellicht heeft aangebracht de eerste vijftien minuten na je vertrek, zodat hij dan ook niets begrijpt van een boze reactie zo'n drie uur later ! Indien de straf niet direct volgt op het verkeerde gedrag, kan de hond die associatie niet maken. Boosheid van de baas kan er in dit geval enkel toe leiden dat de hond bang wordt van zijn baas.
Tenslotte doe je er als eigenaar goed aan om je hond extra aandacht te geven bij je thuiskomt.  Jouw lievelingsdier heeft tenslotte effectief op jou gewacht en hij verdient dan ook die portie aandacht !



http://www.worldwidebase.com/doggybase/verlatingsangst_en_vernielzucht_van_de_hond.shtml

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 15:08 Reageer op dit bericht

Vaccinatie voor katten (Tante Lotte)

Vaccinatie op maat  

Het is verstandig om waar mogelijk katten tegen ziektes te beschermen d.m.v. regelmatige vaccinatie: voorkomen is altijd beter dan genezen!

Wij adviseren als dierenarts om gericht te vaccineren en per kat in kaart te brengen welke vaccinaties er echt noodzakelijk zijn. Vaccinatie is maatwerk en we zoeken samen met u naar het optimale vaccinatieschema voor uw kat.

Onderstaand schema is ons basis vaccinatieschema, voor een uitleg hiervan lees verder .....

Jonge kat

Volwassen kat

9 wkn

12 wkn

1 jaar

2 jaar

3 jaar

4 jaar

Etc.

Kattenziekte

vink.bmp

vink.bmp

vink.bmp

Niesziekte

vink.bmp

vink.bmp

vink.bmp

vink.bmp

vink.bmp

vink.bmp

Rabies

Advies: minimaal 30 dagen voor vertrek naar het buitenland.

Voorafgaand aan de jaarlijkse vaccinatie vindt een gezondheidscontrole plaats waarvan de bevindingen vermeld worden in het dierenpaspoort van uw kat.

Tijdens deze gezondheidscontrole kijken we onder andere naar:

  • een foto wordt gemaakt voor in het dierenpaspoorteen foto wordt gemaakt voor in het dierenpaspoort
  • de tanden (tandsteen wordt gelijk verwijderd)
  • de oren
  • er wordt naar het hart geluisterd
  • de buik wordt nagevoeld
  • de huid wordt bekeken
  • het gewicht van de kat wordt bekeken
  • eventuele gezondheidsklachten van uw kat worden besproken
  • indien uw kat het nodig heeft wordt een voedingsadvies gegeven
  • er wordt een digitale foto gemaakt voor in het paspoort van uw kat

In overleg met uw dierenarts worden de componenten van de jaarlijkse vaccinatie bepaald. Hierbij spelen de leefomstandigheden van uw kat een belangrijke rol: de leeftijd van uw kat en de infectiedruk (pension, binnen- of buitenkat, tentoonstelling) en een bezoek aan het buitenland. Ook wordt de bestrijding van parasieten (teken, wormen en vlooien) met u besproken.

Naar het buitenland met uw kat: denk dan aan het volgende

Als uw kat meegaat naar het buitenland is een rabiesvaccinatie verplicht. Ook een chip (of tatoeage) en een officieel Europees dierenpaspoort zijn verplicht.
Let op: de rabiesvaccinatie moet vaak minimaal 1 maand voor vertrek worden toegediend!.

Daarnaast hebben sommige landen (oa Engeland, Noorwegen, Zweden) nog aanvullende eisen, zoals bloedonderzoek, ontworming of een teken behandeling.
Voor Zwitserland is een gezondheidsverklaring vereist die niet ouder is dan 30 dagen.


In samenwerken met dierenartsen en dierenasiels

Image Hosted by ImageShack.us
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door mailgroep om 13:06 Reageer op dit bericht

Training met de bench en de kong

Dit is een artikeltje van Martin Gaus

Een bench, oftewel kamerkennel of hondenbox, is een metalen kooi die speciaal voor honden is bedoeld. Hoewel een bench helaas niet echt goedkoop in aanschaf is, loont de aanschaf ervan vaak toch de moeite. Het gebruik van de bench kan erg nuttig zijn bij de zindelijkheidstraining en bij het voorkomen van probleemgedrag bijvoorbeeld wanneer de hond alleen is. Het gebruik van de bench maakt een mand overbodig.

Wat zijn nu de voordelen van het gebruik van een bench?

Uw hond zal zich prettiger voelen in de bench wanneer hij alleen thuis moet blijven. De bench is voor de hond een soort hol waarin hij veilig is, zoals honden in het wild ook een veilig hol hebben. De kans dat hij de de hele buurt bij elkaar jankt is daarom ook een stuk kleiner!

Uw hond krijgt de kans niet om "rottigheid" uit te halen terwijl u weg bent. Toch prettig natuurlijk wanneer u zeker weet dat uw hond zich niet tegoed zal doen aan uw bankstel of uw vloerbedekking!

Wanneer uw hond nog niet (helemaal) zindelijk is, vergroot het gebruik van de bench de kans dat het toch "droog" blijft terwijl u weg bent (ook 's nachts!). Een hond zal namelijk zijn eigen hol niet graag bevuilen. Alleen in uiterste nood (en zo lang blijft u natuurlijk niet weg) zal de hond in zijn eigen bench plassen of poepen. Niet alleen scheelt u dit een hoop dweilen; het is ook belangrijk dat het proces waarin het een gewoonte wordt om alleen buiten te plassen en te poepen niet te doorbreken. Ideaal bij de zindelijkheidstraining van een puppy.

Voordat u de hond in de bench opsluit wanneer hij alleen thuis moet blijven, moet u ervoor zorgen dat de hond de bench als een prettige, veilige, ligplaats gaat beschouwen. U zet de bench in de woonkamer, op een tochtvrije plek. Het liefst op een plek van waaruit de hond de kamer goed kan overzien (de meeste honden vinden dit prettig). In de bench legt u een deken of iets dergelijks, zodat de ondergrond aangenaam is om op te liggen.

Om de hond te wennen aan de bench geeft u hem een lekkere kluif die hij in de bench op mag eten of een gevulde KONG . Het deurtje van de bench blijft open, maar als de hond zijn kluif of KONG wil meenemen naar een andere plek brengt u hem rustig terug naar zijn nieuwe "plaats". Dit houdt u een aantal dagen vol; iedere kluif of ander lekkers die de hond krijgt laat u hem in de bench opeten. U kunt het beste pas doorgaan met de volgende stap wanneer de hond geen aanstalten meer maakt om zijn kluif mee te nemen naar een andere plek, maar rustig in de bench blijft liggen totdat hij is uitgekloven.

Is de hond eenmaal zover, dan gaat u door met de volgende stap. Iedere keer wanneer de hond wil gaan slapen, bijvoorbeeld na een wandeling of een spelletje, dan brengt u de hond rustig naar zijn bench. Als de hond in de bench gaat liggen (al dan niet op uw aanwijzing) beloont u de hond door hem een speeltje of iets lekkers in de bench te geven. Wanneer de hond een mand, een ligbed of iets dergelijks had, maak het de hond dan gemakkelijker door deze (in elk geval voorlopig) weg te halen. Past de mand of het ligbed in de bench, dan kunt u die daarin natuurlijk goed gebruiken! Wanneer de hond uit zijn bench komt met de bedoeling om op een andere plek te gaan slapen, brengt u hem, net zoals eerst met de kluif, weer rustig terug naar zijn plaats.

Is de hond zover, dat hij zonder problemen in de bench wil liggen slapen en deze zelfs regelmatig zelf opzoekt, dan sluit u als de hond gaat slapen voor een tijdje het deurtje. U geeft hem hierbij de eerste keer weer een kluif of een KONG. U gaat nog niet weg, dat is pas de laatste stap. Mocht uw hond nu toch onrustig worden en/of gaan janken of blaffen, dan is het heel belangrijk dat u juist nu goed reageert. Dat wil zeggen: zolang de hond onrustig is, negeert u hem volkomen! U mag hem vooral niet troosten of geruststellen, want dan voelt de hond zich beloond voor zijn onrustige gedrag en zal hij dit dus blijven herhalen. Ook kunt u beter niet op hem mopperen, want ook dan krijgt hij toch aandacht van u en dat is precies waar hij om vraagt. Zodra de hond stil is, ook al is het maar even, gaat u op dat moment naar hem toe. Wees niet uitbundig, maar open gewoon het deurtje alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Laat de hond direkt gewoon zijn eigen gang gaan; het is niet de bedoeling dat u door uw gedrag de indruk wekt alsof er iets heel bijzonders is gebeurd.

Pas wanneer de hond rustig in de bench blijft liggen met het deurtje dicht, terwijl u thuis bent, neemt u de laatste stap. Als u (eerst voor korte tijd) weggaat, sluit u de hond op in de bench. Geef hem de eerste keer weer een kluif of KONG.

Een extraatje om de hond zover te krijgen dat hij uit zichzelf met plezier in de bench gaat is nog het volgende. Leg regelmatig een paar hondenbrokjes of ander lekkers achterin de bench, op een moment dat de hond niet ziet dat u dit doet. De hond zal het al gauw de moeite vinden om telkens weer in zijn bench te gaan kijken of er misschien wel weer "zo maar" wat lekkers ligt.

Misschien denkt u, als u dit verhaal gelezen heeft, dat een goede bench-training erg veel tijd en moeite zal kosten. In de meeste gevallen kunt u de omschreven stappen echter al binnen één tot twee weken allemaal nemen. Wel is het belangrijk dat u de hond echt stap voor stap aan de bench laat wennen en dat u daar zoveel tijd voor neemt als bij uw hond nodig is. Het resultaat moet namelijk zijn, dat de hond probleemloos alleen kan blijven in de bench, omdat hij dit als zijn eigen veilige ligplaats ziet. U mag de hond daarom ook nooit voor straf in zijn bench sturen (want dan wordt het juist een vervelende plek)! Als u kinderen heeft zult u erop moeten letten dat zij de hond als deze in zijn bench ligt ook nooit storen of lastigvallen. De bench moet juist een plek zijn waar de hond zich rustig terug kan trekken.

Tenslotte: laat een hond NOOIT de halsband om in de bench: wanneer de hond door allerlei rare bewegingen met de halsband ergens achter blijft haken, kan hij stikken!

(site van Martin Gaus)

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 17:38 Reageer op dit bericht

Ontwikkeling (Cis-ka)

Ontwikkeling

Als een kind in zijn eerste levensjaar met minstens 2 huisdieren in contact staat, ontwikkelt hij veel minder allergieën.

Katten zouden mysterieus en onberekenbaar zijn. De meeste katten hebben echter een vast patroon, waar ze niet snel van afwijken.

Onder katten hebben de poezen het altijd voor het zeggen. In een kolonie accepteren ze slechts een kater die voor het behoud van de kolonie (het nageslacht) moet zorgen.

Als je 2 of meer katten hebt, hoef je geen rekening te houden met hetzelfde ras. Vaak kunnen raskatten beter met de "gewone" huiskat opschieten dan met hun eigen ras.

Gecastreerde katers die in een gezin leven met kittens, zijn meestal betere en meer geduldige opvoeders dan de moeder.

SjimmieKatten in het wild zoeken vlak voor de bevalling een goed beschermde plek op, het liefst zo ver mogelijk bij de mensen vandaan.
Huiskatten zoeken de mens op als het zover is.

50% van de huiskatten en 67% van de raskatten wachten met bevallen tot hun baas naast ze zit.
Veel poezen roepen zelfs om hulp of komen elke keer van het kraambed om de baas op te zoeken.

Als de kittens eenmaal geboren zijn, hebben de poezen niet meer zoveel hulp nodig.
Ze hebben genoeg te doen met het verzorgen van de jongen. Slechts 1 op de 3 katten heeft dan nog behoefte aan gezelschap van de mens.

Ongeveer 10% van de katers is aanwezig en helpt bij de geboorte en opvoeding.
In het wild levende katers gaan er direct na de dekking weer vandoor.

Volgens een onderzoek behoren blauwe katten, Siamezen en Karthuizers tot de nieuwsgierigste van alle rassen, die niet rusten voordat ze alles te weten zijn gekomen.

Tijdens de schemering is de kat van nature actief.

Katten kunnen handelingen observeren en met elkaar verbinden. Dit wordt altijd weer opnieuw onderstreept door verrassende prestaties van de kat. Zo bracht een kater zijn baas iedere keer een handdoek als hij van een natte wandeling thuis kwam. Een ander ging altijd op de schoenen van de baas zitten als hij naar buiten wilde. Het mooiste voorbeeld is een kat die met een blikopener tegen de kast met voorraad bonkte als ze honger had.

Adrenaline is voor katten heel nuttig, omdat het verhindert dat ze ziek worden van verveling of bij gebrek aan bezigheden. Alleen als er teveel geproduceerd wordt, komen er problemen. Je hoeft dus geen schuldgevoelens te hebben als de kat van schrik omhoog stuitert omdat de deur met een knal dichtvalt of omdat hij tijdens een luidruchtig feestje wegkruipt. Voor buitenkatten zijn dergelijke situaties normaal.

Geef je kat altijd weer moeilijke opdrachten om haar hersencellen actief te laten blijven. Wie voortdurend in luilekkerland leeft en nooit uitgedaagd wordt, diens instincten verwateren.

Als een kat niet naar buiten mag en nooit in aanraking komt met soortgenoten, kan ze zich erg eenzaam gaan voelen. In het ergste geval kan het een verandering in de persoonlijkheid veroorzaken.

Dit betekent natuurlijk niet dat je de kat altijd maar buiten moet laten, want dan heb je grote kans dat anderen last van je kat hebben. Bovendien zit een ongeluk in een klein hoekje.

Bepaalde prikkels stimuleren de kat tot activiteiten. Constant aanhoudende stress zorgt echter voor katten die altijd moe lijken en een apathische indruk maken. In veel gevallen heeft dit te maken met te veel dieren in een beperkte ruimte.

Op pootjes terecht Katten reageren sterk op verandering van de luchtdruk en de luchtvochtigheid. Ze weten dus precies wanneer er regen op komst is.

Bij een vrije val kan de kat de snelheid tot hooguit 60 km/uur reduceren.

Dankzij een bepaalde reflex komen katten bij een val altijd op hun vier poten terecht. Hierdoor kunnen ze de val optimaal opvangen. Breuken komen dan ook weinig voor.

Voor een kat is de vensterbank even interessant als de tv voor de mens. Het is dus verstandig om hem een vast plekje te geven. De andere spullen op de vensterbank worden zo gespaard.

poes-raam-wast.gif
Katten houden van sportuitzendingen, natuurseries en misdaadfilms. Talkshows en informatieve uitzendingen worden als sloom beschouwd. Anders dan honden proberen ze niet de oorsprong van het geluid te achterhalen, door om de televisie heen te lopen. Katten nemen het geluid en het beeld voor wat het is en genieten gewoon. Veel katten proberen zelfs springende kikkers of ballen te pakken.

katbijtv.gif
Tijdens koele en duistere dagen willen de meeste katten niet eens bij het raam zitten en naar buiten kijken: ze zijn op de warmste plek van de woning te vinden. Heel snel hebben ze door dat de strijkplank, nadat ze is gebruikt, tot verwarmingsdeken kan worden omgetoverd. Ook de televisie, radio en computer stralen zoveel warmte uit dat de meeste katten het harde oppervlak voor lief nemen. Gevaarlijke attracties zijn wasmachine en vaatwasser. Deze mogen nooit open blijven staan.

Als een kat op een te hete radiator gaat liggen, kan hij een schijnbare epilepsie-aanval krijgen. Hou dit dus in de gaten en raak niet in paniek als je kat dus merkwaardig reageert.

http://www.dekatzijnviool.com/uitgeverij.htm Een kat trekt zich graag terug op een beschutte plaats. Vaak is dat een doos of een speelgoedhuis. Hij voelt zich dan veilig en geborgen.

Veel katten vinden het fijn om iets over zich heen te hebben. Een niet te zware deken kan heel goed als zodanig dienen.

Katten houden eigenlijk niet van open vlaktes. Meestal lopen ze langs een heg of een muur.

Open haard, kaarsen en het fornuis hebben een grote aantrekkingskracht op katten. Zelfs als ze zich al een keer pijn hebben gedaan, trekt warmte of licht hen nog aan. Om de kat van deze drang te genezen moeten we haar een alternatief speeltje bieden: een glinsterende kleine metalen kogel die aan een elastiekje aan de tafel bengelt.

Wie katten heeft moet eigenlijk geen open haard aan hebben als er niemand is om op de kat te letten. De open haard beschermen we het beste met een hoog hek, kaarsen kunnen we beter ergens in zetten.

Voor een gewone kat is een omgevingstemperatuur van 22° Celsius optimaal. Ze verdragen echter ook een temperatuur die ligt tussen het vriespunt en 35°. Op het gezicht na is het lichaam van de kat betrekkelijk ongevoelig voor temperatuurverschillen.

De meeste katten houden niet van water. De Turkse Van daarentegen is wel gek op water. Deze Turkse kat ontstond rond het Vanmeer en voedde zich voornamelijk met vis uit dit meer. Hierdoor kunnen ze goed duiken en zwemmen.

Bij een telling in 1997 bleken er nog slechts honderd in het wild levende katten over te zijn.

Bij verwondingen kan de ene kat heel zielig doen en zichtbaar pijn hebben. Een andere kat reageert heel anders en kan zelfs genoeglijk gaan spinnen.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door mailgroep om 14:16 Reageer op dit bericht

Kennismaken met andere huisdieren. (Cis-ka)

Kennismaken met andere huisdieren.
Als er nog meer huisdieren, zoals een hond of een andere kat, aanwezig zijn, is extra voorzichtigheid geboden bij de kennismaking, want een onverwachte ontmoeting kan tot blijvende vijandschap leiden. Het is het beste om het reeds aanwezige huisdier ergens op te sluiten terwijl de nieuwe kat alles kan bekijken en gewend raakt aan de geur van de ander. Na een uurtje pakt u de kat rustig op en laat het eerste dier los, zodat het de geur van de nieuwkomer kan onderzoeken. Blijf met de nieuwkomer een tijdje apart zitten. De eerste introductie kan omstreeks etenstijd plaatsvinden, wanneer elk dier een apart bakje hoort te krijgen op een vaste plaats. Als alles goed gaat, zullen ze eerst alle aandacht aan hun eten wijden, voor ze opkijken en hun nieuwe buur ontdekken. Wel is het goed om er bij te blijven, want een ruzie is niet onmogelijk, hoewel de getoonde agressie meestal bij wat blazen zal blijven. Leg een deken klaar om over de dieren heen te gooien als ze daadwerkelijk gaan vechten.
De introductie van een kitten in het territorium van een gesteriliseerde poes verloopt doorgaans zeer rustig, maar als twee volwassen, ongecastreerde katers aan elkaar worden voorgesteld, is een bloedig treffen bijna onvermijdelijk. Deze combinatie is dus niet erg verstandig. Wees bijzonder voorzichtig bij het voorstellen van een kitten aan een volwassen hond die al een tijd bij je is. Een volwassen hond kan in één hap een katje doden. Mochten zich bij de introductie toch moeilijkheden voordoen, dan kan de nieuwkomer in het begin in een speelkooi van kippengaas of een bench worden gehouden, zodat de reeds aanwezige huisdieren de kat op hun gemak kunnen bekijken zonder dat het kwaad kan. Een dergelijke bench is bovendien handig als men het diertje een poosje veilig wil opbergen. (Kattenweetjes/Nl)

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 14:14 Reageer op dit bericht

Ontwormen is een noodzaak (Cis-ka)

Hallo lieve dierenvrienden,

Ik heb jullie onlangs twee vaccinatieschema's voor jullie honden op gestuurd en vond daarnet nog een interessant artikel over "wormen" , neen geen aardwormen , maar die ongewenste indringers bij onze dieren en soms ook bij de mens. Veel leesplezier en fijne avond nog!  Ciska


Ontwormen is een noodzaak - 10/02/2007

  Een besmetting met wormen doet uw huisdier geen deugd. Bovendien kan de worm overgaan op de mens. Preventieve ontworming is daarom even belangrijk als de jaarlijkse enting of de ontvlooiing.

Bij honden en katten komen rondwormen en lintwormen voor. De rondworm heeft zijn naam te danken aan zijn ronde vorm. Alleen de vrouwelijke exemplaren kunnen eitjes leggen. Rondwormen worden verdeeld in drie families: spoelwormen, haakwormen en zweepnormen.

Spoelwormen komen het meest voor. Je herkent ze aan de ,,spaghetti-achtige'' vorm. Bij katten zijn ze 5 tot 10 cm lang, bij de hond 10 tot 20 cm. Een besmette hond kan andere honden besmetten omdat eitjes met hondenpoep mee naar buiten komen. In ieder eitje ontwikkelt zich een larve. Er liggen honderden miljoenen eitjes verspreid over stoepen, velden op hun kans te wachten. Ze zijn kleiner dan 1/10 mm en dus met het blote oog niet te zien. Ze zijn kleverig en blijven gemakkelijk aan de poten of vacht van een (andere) hond of mens zitten. Als een hond zo'n eitje oplikt, raakt hij besmet.

Vanuit de maag en de dunne darm komen de larven in het bloed terecht. Het bloed vervoert ze eerst naar de lever en daarna naar de longen. Vanuit de longen kunnen de larven, bijvoorbeeld door hoesten, weer in de bek komen, waarna ze weer worden ingeslikt en nog een keer in de maag komen. Bij deze tweede reis door de maag zijn ze al verder ontwikkeld en als ze weer in de dunne darm zijn, groeien ze uit tot volwassen wormen die eitjes gaan leggen.

Lintwormen leven in de darm van honden en katten. Ze kunnen enkele millimeters tot enkele meters lang worden. Ze bestaan uit een kop, een hals en een groot aantal schakels. Lintwormen herken je aan de ,,rijstkorrelachtige'' structuren die aan de anus van uw huisdier kunnen vastplakken. De lintwormschakels, gevuld met tientallen eitjes, worden opgenomen door een ander dier, een ,,tussengastheer'', waarin de eitjes zich ontwikkelen tot lintwormlarven. Voorbeelden van tussengastheren bij de kat zijn vlooien en muizen, bij de hond zijn dat vlooien en konijnen. Een pup of kitten besmet zichzelf door het oplikken van besmette vlooien.

Symptomen

Wormen verminderen de conditie van uw huisdier. Een milde tot matige infectie beperkt zich meestal tot één of meerdere van volgende klachten: diarree, braken, opgezet buikje, zwakte, bloedarmoede, vermagering, soms te veel eten, groeiachterstand, doffe vacht, met achterste op de grond wrijven (sleetje rijden). Wanneer diarree en braken lang aanhouden, bestaat er gevaar voor uitdroging en ondervoeding, en mogelijk sterfte.

Soms zal de dierenarts een microscopisch ontlastingsonderzoek doen om de wormeitjes te kunnen onderzoeken.

Risico voor mensen

Spoelwormen zijn ook besmettelijk voor de mens. Vooral kinderen lopen een groot risico op besmetting. Een eenvoudig contact met dierlijke uitwerpselen kan voldoende zijn. In tegenstelling tot dieren ontwikkelen de spoelwormen zich bij mensen niet tot volwassen wormen. De larven doorboren de darmwand en verspreiden zich via de bloedbaan in het menselijk lichaam, waar ze kleine ontstekingen veroorzaken. Een aantal organen, zoals de lever en de longen, maar ook de ogen of de hersenen, kan op deze manier aangetast worden. Dit uit zich in griepachtige verschijnselen zoals koorts, buikpijn en hoesten.De lintworm die wordt overgedragen door de vlo is besmettelijk voor de mens, maar niet echt gevaarlijk. Na toevallige opname van een vlo kan een kleine volwassen lintworm zich in de darm van de mens ontwikkelen en zo aanleiding geven tot lichte buikklachten.

Hygiëne is heel belangrijk om onszelf te beschermen tegen worminfecties. Met de gebruikelijke schoonmaakmiddelen en desinfectantia worden spoelwormeieren niet gedood. Daarom moeten we zorgen dat er zo min mogelijk contact is met besmettelijke eieren.

Antiwormmiddelen

Ze zijn er in zeer veel soorten van diverse fabrikanten, tegen sterk uiteenlopende prijzen. Ook de werkzaamheid wisselt. De meeste zijn wel werkzaam voor spoelwormen, maar de effectiviteit tegenover lintwormen valt wel eens tegen. Het is aan te raden alleen producten te gebruiken die door uw dierenarts zijn voorgeschreven. Middeltjes in dierenwinkels zijn onbetrouwbaar. Het is verstandig uw huisdier te ontwormen op 4 weken, 6 weken, 8-9 weken en 13-14 weken leeftijd, daarna elke 2 maanden tot het 1 jaar oud is, vervolgens 2x per jaar. Van alle dieren zijn drachtige dieren en hun jongen het meest kwetsbaar. Bij drachtige dieren komen namelijk de bij iedere hond en kat aanwezige ingekapselde larven weer tot ontwikkeling en deze worden op de pups en kittens overgedragen.

Roel Vandecasteele  (NB)

47jg3sg.jpg
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door mailgroep om 23:21 Reageer op dit bericht

Dag hond, dag kat (Tante Lotte)

42nai50.jpg

Dag hond  <>   Dag kat

----------------------------------------- 

 

 

Bedankt voor de mooie jaren

Dat wij samen waren

Jou liefde en oprechtheid

kan niemand evenaren.

 

Hoe graag zou ik je

Nog eens belonen

Maar een engeltje

  heeft u meegenomen

 

 

bedankt voor de mooie jaren

dat wij samen waren.

 

Geschreven door Patsy

  ©        02 Februari. 2006     






Image Hosted by ImageShack.us
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 14:08 Reageer op dit bericht

Zijn radiografieën, bloeduitslagen, e.d. eigendom van de dierenarts of van de eigenaar van het dier? (Cis-ka)

Goedemorgen iedereen!

Ik wil jullie vandaag gelijk een vraag, mét antwoord, voorleggen dat jullie je waarschijnlijk ook al wel eens gesteld hebben.

Zijn radiografieën, bloeduitslagen, e.d. eigendom van de dierenarts of van de eigenaar van het dier?

Antwoord van de Nederlandstalige Gewestelijke Raad van de orde der Dierenartsen:

Een DA mag röntgenopnamen (verder RX genoemd) in zijn archief bijhouden als dit door middel van een brief – uitgehangen op een zichtbare plaats – aan de eigenaar wordt kenbaar gemaakt.

Kopieën moeten meegegeven worden aan wie erom vraagt.

Indien de eigenaar de originele RX wenst mee te nemen dan kan dit nadat hij een formulier voor ontvangst heeft ondertekend. Dit document wordt in het dossier van de patiënt bewaard.

 

Wat het bekend maken van bloeduitslagen betreft, is de Raad van mening dat met het oog op het uitvoeren van een diergeneeskundige handeling de eigenaar van het dier het recht heeft op de bloeduitslagen, maar dat de DA steeds als eerste moet worden geïnformeerd. M.a.w. : het interpreteren van een bloeduitslag is een diergeneeskundige handeling, dus de DA ontvangt de bloeduitslag.

 

De DA dient zijn klant volledig te informeren, dus ook resultaten van labo-onderzoeken mee te delen. Dit “meedelen” kan op vraag van de klant gebeuren via het afleveren van Kopieën van verslagen en foto’s. De klant kan zelfs een afdruk vragen van de patiëntenfiche die de DA al dan niet op computer bijhoudt. De DA heeft wel het recht om voor het afleveren van kopieën kosten aan te rekenen.

 

Je kan ook stellen dat een deel is van goed praktijkmanagement. Een medisch dossier is maar volledig als alle gegevens in dit dossier bewaard blijven voor een bepaalde periode. Die gegevens moeten dan natuurlijk wel ter inzage blijven voor bijvoorbeeld een tweede advies.




29ur915.gif
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 14:03 Reageer op dit bericht

Oriëntatie in het dierenrijk < Naturalis (Tante Lotte)

 

Dieren leven en bewegen zich in een driedimensionale ruimte. Om te kunnen functioneren moeten ze weten waar ze zijn en hoe ze ergens kunnen komen. Voor vastzittende dieren lijkt dit minder belangrijk, maar ook die hebben vaak een vrij levend stadium (bijvoorbeeld zeeanemonen). Kortom, dieren moeten zich kunnen oriënteren.

Hoe onthoud ik een plek?

Dieren moeten allerlei plaatsen terug kunnen vinden, zoals hun nest of een goede voedselplaats. Ze leveren daarbij soms prestaties die haast bovennatuurlijk lijken. Probeer maar eens een nest terug te vinden in een overvolle kolonie jan-van-genten. Als oriëntatiepunten gebruiken dieren soms zeer onopvallende zaken. Vogels die op zandige of stenige vlaktes nestelen en eieren met camouflagekleuren hebben, zoals bontbekpleviertjes, gebruiken schelpjes en kleine steentjes als geheugensteuntje. De grote Nederlandse gedragsonderzoeker Niko Tinbergen deed proeven over het oriëntatievermogen van graafwespen. Deze insectengraven een gang in het zand, waarin prooidieren en eieren worden gelegd. Die gang wordt bij het verlaten dichtgemaakt ter camouflage. De wesp vliegt één keer een rondje over de directe omgeving, wat genoeg blijkt om later de nestgang weer terug te vinden. Worden opvallende kenmerken rond het nest (zoals gevallen dennenappels) verlegd, dan is de wesp in grote problemen.

Hoe vind ik de weg?

Als we ergens nooit eerder zijn geweest, gebruiken we hulpmiddelen zoals de positie van de zon en de stand van de sterren. Dieren doen hetzelfde. Daarbij kunnen zij dingen waarnemen die wij niet kunnen. Bijen bijvoorbeeld gebruiken de polarisatie van het zonlicht. Trekvogels gebruiken een inwendig kompas, dat zich op zonnestand, sterrenconstellatie en zelfs het aardmagnetisch veld richt. Hoe vogels dat aardmagnetisch veld waarnemen, is nog onbekend. Nu geeft een kompas wel de richting, maar nog niet een plek aan. Om te weten tot hoever ze moeten doorvliegen, zit er informatie over de lengte van de trekroute in de vogels opgeslagen. Ook zonder uitwendige prikkels kunnen dieren vaak koers houden. Duizendpoten bijvoorbeeld, die door een obstakel uit de juiste richting zijn gebracht, corrigeren de omweg zodra het obstakel is gepasseerd. Ze gaan, eenvoudig gezegd, net zover naar rechts als dat ze naar links moesten.

Wat is boven en wat beneden?

Wij noemen 'beneden' alles wat dichter bij de aarde is, en 'boven' alles wat verder van de aarde af is. Ook met de ogen dicht weten we dat verschil nog heel goed. Dat komt doordat we de richting van de zwaartekracht kunnen waarnemen. Voor veel dieren is het waarnemen van de zwaartekracht van groot belang. De meest voorkomende oplossing is de ontwikkeling van zogenaamde statolietorganen. In zo'n orgaan rust een zwaarder voorwerp (de statoliet) op zintuigharen die gevoelig zijn voor druk. De statoliet is soms een klein, door het lichaam gevormd korreltje, bij bepaalde kreeftachtigen een uit de omgeving opgenomen zandkorreltje. Bij bijvoorbeeld zoogdieren bestaat het uit een groep, door omringende cellen afgescheiden, kristallen van calciumcarbonaat. Bij de gewervelde dieren is het statolietorgaan ingebouwd in het oor. Insecten gebruiken kussentjes van zintuigharen die drukverschillen tussen de geledingen van het lichaam waarnemen.    <  naturalis >




Image Hosted by ImageShack.us 
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 13:55 Reageer op dit bericht

Vaccinatieschema voor honden (Cis-ka)

Hallo iedereen,

met de hulp van een dierenarts heb ik jullie een vaccinatieschema gemaakt voor de basisvaccinaties en de jaarlijkse vaccinaties van jullie honden. Ik plak ze hieronder en zet ze ook in bijlage.


BASIS VACCINATIESCHEMA
Ziekten 6 weken 8-9 weken 12 weken 1 jaar
Hondenziekte             x             x           x
Parvo             x             x             x           x
Ziekte van Weil             x             x           x
Besmettelijke leverziekte             x           x
Kennelhoest             x
Hondsdolheid * vanaf 12 weken
* ten minste 21 dagen vóór vertrek naar buitenland


JAARLIJKS    VACCINATIESCHEMA
Ziekten 2e jaar 3e jaar 4e jaar 5e jaar 6e jaar 7e jaar 8e jaar
Hondenziekte   x             x
Parvo             x             x
Ziekte van Weil             x             x             x             x             x             x             x
Besmettel.leverziekte             x             x
Kennelhoest             x             x             x             x             x             x             x
Hondsdolheid           Elke 3 jaar voor landen binnen de Europese Unie



Hopelijk kunnen jullie er iets mee doen!  groetjes,

Ciska

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 22:10 Reageer op dit bericht

Soorten vogels in de tuin. (Cis-ka)

Soorten vogels in de tuin. 

Tijdens de anders zo stille en doodse wintermaanden zorgen de vele soorten vogels toch voor heel wat leven in de Kijken en luisteren naar vogels vanachter het warme keukenraam met een kopje thee in de hand kan zeer rustgevend zijn.

De volgende soorten vogels kan men tijdens de winter in de tuin aantreffen:

koolmees (Parus Major) Gele buik met zwarte lengtestreep, witte kaken met zwarte pluimen boven de ogen.

2-koolmees.JPG

pimpelmees (Parus Caeruleus) De zwarte oogstreep en het blauw op de kop en vleugels vallen goed op.

pimpelmees.jpg

staartmees (Aegithalos caudatus) Valt erg op door de zeer lange staart (8 tot 10 cm). Ze vertoeven meestal in groepjes.

PDR-Staartmees.jpg

kuifmees (Parus cristatus) De kuifmees is door het zwartwitte koppatroon met opvallende kuif  zeer eenvoudig van andere mezensoorten te onderscheiden.

kuifmees1klein0089.jpg

boomklever (Sitta europaea) De  boomklever klimt schoksgewijs in bomen en klimt in alle richtingen.

1_boomklever_Lat.naam_Sitta_europaea.jpg

winterkoning (Troglodytes Troglodytes) Zeer klein, zenuwachtig vogeltje. Kan zijn staartje opvallende rechtop zetten zoals op de foto.

winterkoning%2520troglodytes.jpg

goudhaantje (Regulus Regulus) een frequent bezoeker van tuinen waar veel naaldbomen staan, het kleinste vogeltje van Europa.

goudhaantje.jpg

roodborstje (Erithacus Rubecula) Een vrij nieuwsgierig vogeltje die U bij Uw tuinwerk volgt.

roodborstje.gif

huismus (Passer domesticus) Meest voorkomende mus.

lisamu87.jpg

ringmus (Passer montanus) Deze kun je onderscheiden van de huismus door de zwarte vlek op de wangen en de doorlopende grijze ring rond de nek.

ringmus%25201.jpg

heggenmus (Prunella modularis) Iets groter dan een huismus. Heeft een nogal verdoken levenswijze.

Heggemus_Prunella-modularis.jpg

houtduif (Columba palumbus) De grootste inheemse duif. Ze hebben een opvallende witte halsring.

Houtduif.jpg

Turkse tortel (Streptopelia decaocto) Een klein duifje met fijn zwart bekje en zwarte halsring.

turkse%2520tortel.jpg

grote bonte specht (Dendrocopos major) Opvallende rode onderstaartdekveren.

soorte16.jpg

vink (Fringilla Coelebs) Lijkt veel op een gewone mus maar heeft opvallende veel wit aan de vleugels.

Vink_Fringilla-coelebs.jpg

groenling (Carduelis chloris) Groenachtige gele vogels die meestal in groep rondvliegen.

groenling_groot.gif

sijs (Carduelis spinus) De wijfjes van de Sijs zijn grijzig bruin, bijna zonder geel, behalve aan de staartbasis en gestreepte witachtige onderdelen. De mannetjes zijn geelgroen met een zwart petje en kin en veel geel in vleugel en staart.

soorte18.jpg

merel (Turdus merula) De mannetjes zijn zwart en hebben hebben een oranje snavel. De vrouwtjes zijn bruin met bruine snavel.

Merel_Turdus-merula.jpg

zanglijster (Turdus philomelos) Net iets groter dan een merel met een bruine rug en witte borst met bruine vlekken.

zanglijster.jpg

spreeuw (Sturnus vulgaris) ± even groot als de merel. Zwart van kleur met opvallend gespikkelde rug en borst. Ze leven in groep.

spreeuw.gif

ekster (Pica pica) Grote vogel met lange staart. Zwarte kop en vel wit aan de onderborst en vleugels.

ekster.jpg

kraai (Corvus corone) Nog groter dan de ekster. volledig zwart.

pour-des-dents-kraai.jpg

kauw (Corvus monedula) Kleiner dan de kraai met opvallende grijze hals.

kauw.jpg

Vlaamse gaai (Garrulus Glandarius) Even groot als de kauw met mooi opvallend blauw op de vleugels.

vlaamse%2520gaai.jpg

Auteur: Vossaert Kurt,
webmaster: www.tuinadvies.be

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 17:46 Reageer op dit bericht

Hoeveel muizen vangen onze katten ? (Cis-ka)

3z255hc.jpg


Hoeveel muizen vangen onze katten?

Het Hoekschewaards Landschap (HWL) gaat onderzoeken hoeveel muizen onze katten vangen.


Veel katten maken er een sport van muizen te vangen. Omdat de katten vaak goed doorvoed zijn, eten ze de muizen niet op, maar nemen ze mee naar huis.


De meeste mensen gooien de trofeeën van hun huisdieren weg, maar voor het Hoekschewaards Landschap zijn de muizenkadavers van grote waarde. Ze kunnen helpen bij het verkrijgen van een beeld van de in Nederland voorkomende muizen.


De vereniging voor natuurbehoud, milieu en historisch dorpsschoon in de Hoeksche Waard vraagt streekgenoten de muizenlijkjes naar natuurbezoekerscentrum Klein Profijt aan het Zalmpad in Oud-Beijerland te brengen. Wie dat ’onfris’ vindt, kan een foto maken en die e-mailen naar kantoor@hwl.nl . Belangrijk is dat het lijf, kop en staart op de foto staan.


Deze manier van inventariseren is in voorgaande jaren al toegepast in Limburg, zegt Merijn van den Hoogenhoff van het HWL. In Limburg kwam met name informatie over soorten die niet gemakkelijk met de gebruikelijke vallen en kooien waren te vangen. Het is de bedoeling dat de resultaten van het kattenkwaad als aanvulling dienen op de zogeheten zichtwaarnemingen.


(AD)

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 16:00 Reageer op dit bericht

Mijn honden vechten (Tante Lotte)

2s6owgw.jpg 

Mijn honden vechten

Agressie-problemen tussen honden in een gezin worden vaak veroorzaakt door rangorde-problemen tussen de honden. Duidelijkheid over de onderlinge rangorde is voor honden van groot belang. Maar ook wanneer deze rangorde eenmaal bepaald is, wil dat niet zeggen dat dat blijvend is. Afhankelijk van het karakter van de honden en de situatie kan op gezette tijden de rangorde opnieuw worden bevestigd of opnieuw worden bepaald.

Op de rangorde tussen meerdere honden binnen een gezin, zijn veel factoren van invloed.

1. Het karakter van de honden
De mate waarin een hond de natuurlijke neiging heeft om binnen de roedel hoog in rang te komen is afhankelijk van het karakter van de hond. Een dominante/zelfverzekerde hond heeft sterk de neiging om zo hoog mogelijk in rang te zijn. Een deemoedige hond neemt al snel genoegen met zijn ranglagere positie.

2. De leeftijd van de honden
Wanneer een pup van 8 weken binnen een gezin komt waar reeds een oudere hond aanwezig is, zal over het algemeen deze pup in eerste instantie alles worden toegestaan. Wanneer de pup echter circa 12 weken oud is, zal de pup echter geleidelijk worden duidelijk gemaakt wat zijn rangorde-positie binnen de roedel is. In eerste instantie via rangorde-spelletjes (spelletjes met een serieuze ondertoon!), maar later ook door de pup terecht te wijzen wanneer hij (te) dominant gedrag vertoont. >BR>
Vrijwel altijd bekleedt de pup in eerste instantie de laagste positie binnen de roedel en zal de pup dat ook accepteren. Afhankelijk van het karakter van de pup (zie ook punt 1) zal de pup echter zijn rangorde-positie opnieuw willen bepalen wanneer hij in de pubertijd komt. De leeftijd waarop een pup gaat puberen is afhankelijk van het ras maar verschilt soms ook tussen honden van hetzelfde ras. Over het algemeen begint een hond te puberen vanaf 6 - 18 maanden. Vanaf deze leeftijd begint de hond, afhankelijk van zijn karakter, pogingen te ondernemen om hoger in rang te komen.

3. Castratie of sterilisatie
Door castratie of sterilisatie verandert de geur en (soms) het karakter van een hond. Dit heeft tot gevolg dat een hond na castratie of sterilisatie opnieuw zijn plaats binnen de rangorde zal moeten bepalen. Het kan dus heel goed zo zijn dat twee honden al geruime tijd in volstrekte harmonie (de onderlinge rangorde is duidelijk) met elkaar leven maar na castratie of sterilisatie met elkaar gaan vechten. Wanneer de rangorde echter opnieuw bepaald is, zal de harmonie weer terugkeren.

4. Uw houding t.o.v. de honden.
Honden bepalen onderling hoe de rangorde tussen hen is. Hoe meer u zich bemoeit met de rangorde-bepaling tussen uw honden, hoe meer onrust u zult krijgen. Straf bijvoorbeeld de ranghogere hond dus nooit, als hij/zij de ander eens hardhandig op zijn plaats wijst. Negeer het hele gebeuren en mopper alleen op de ranglaagste en stuur deze weg. Geef de ranghoogste eventueel een aai wanneer de rust is weergekeerd. Houd ook rekening met de rangorde bij zaken als eten geven, begroeten bij thuiskomst enzovoort. Trek de ranghoogste hond bij alles voor, hoe "onmenselijk" dat soms misschien lijkt. Uiteindelijk is het ook in het belang van de ranglaagste wanneer u zo handelt, omdat het effect duidelijkheid en dus rust in de roedel met zich meebrengt.

5. Inprenting en socialisatie van de honden
Honden leren 'sociale vaardigheden' door onderlinge contacten met andere honden. Als pup leert een hond hoe hij, wanneer hij het nest heeft verlaten, rangorde gevechten moet houden. Ook leert de pup hoe en wanneer hij het gevecht kan stoppen wanneer hij het rangordegevecht verliest. Een hond die weinig sociale contacten heeft met andere honden (anders dan een andere hond binnen de roedel) kan daardoor weinig sociale ervaring opdoen. Soms zien we dat dat soort honden bij een rangorde gevecht niet opgeeft, maar (tegen beter weten in) gewoon door vecht met alle vervelende gevolgen van dien.

6. Uw appèl over de honden
Wanneer het voor de hond absoluut duidelijk is dat de baas de hoogste is in rang, kan de baas ook aan de honden duidelijk maken dat hij/zij niet tolereert dat er gevochten wordt binnen de roedel. In die situatie kunt u als baas uw honden dus verbieden om te vechten. Dit biedt echter geen oplossing wanneer de honden niet in uw aanwezigheid zijn. Een roedelleider kan zijn 'onderdanen' niet verbieden te vechten wanneer hij niet aanwezig is.

Door voldoende appèl te hebben over de honden kunt u de honden wanneer u aan ziet komen dat ze willen vechten, bijvoorbeeld het commando geven om direct te gaan liggen (en te blijven liggen). Pas wanneer de spanning tussen de honden is verdwenen, mogen ze weer van hun plaats (natuurlijk eerst de ranghoogste).

Tenslotte:
Natuurlijk komen er tussen twee honden in een gezin wel eens wat conflicten voor. Op zich is dat geen probleem. De honden lossen het meestal zelf wel op een binnen de korste keren is er weer rust aanwezig. De honden hebben dan de onderlinge rangorde naar elkaar weer bevestigt. Maar wanneer twee honden in een gezin regelmatig (heftige) conflicten met elkaar hebben, is helaas in veel gevallen de einge oplossing van het probleem de honden of voortdurend van elkaar gescheiden te houden, of een van de honden te herplaatsen. Hardnekkige conflicten tussen honden zullen veel eerder steeds meer escaleren, dan dat zo'n probleem zich vanzelf oplost!



Image Hosted by ImageShack.us 
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 15:35 Reageer op dit bericht

De oorsprong van de huiskat (Tante Lotte)

 
   

De oorsprong van de huiskat


  5eb22242422da4bd41d6eab728afe974Q29weSBvZiBrYXRqZXMuZ2lm.gif


Voor de oorsprong van de kat moeten we terug naar ZuidOost Azië, vermoedelijk liggen hier de wortels van ons zo beminde huiskat. En niet alleen van onze huiskat, alle katten zijn volgens hetzelfde anatomische model geschapen en men neemt dan ook aan dat deze 'oerkat' kat zich evolueerde tot ondermeer onze huiskat maar ook de leeuw, tijger jaguar etc. Dat onze kat een gezamelijke voorvader heeft valt op te maken uit het anatomische model dat bij alle katten exact gelijk is. Uitzondering hierop is de Pampaskat met 18 chromosomenparen, de rest heeft er allemaal 19.

Onderzoekers delen de kat op in 2 groepen, tot de een behoren de Jachtluipaarden, leeuwen, luipaarden. deze groep kenmerkt zich doordat ze haar klauwen niet kan intrekken. De 2e groep waarin onze huiskat valt word weer opgedeeld in kleine en grotere rassen.

Behalve het niet in kunnen trekken van de klauwen verschilt de eerste groep ook nog op een ander punt van de groep tot waar onze huiskat toebehoort en dat is brullen.. Dit brullen word de eerste groep mogelijk gemaakt door het verbeende tongbeen Dit stukje extra kraakbeen heeft echter ook weer tot gevolg datze alleen bij het uitademen kunnen spinnen. de veel grotere poema die zowel bij het inademen als het uitademen kan spinnen behoort dan ook tot de zelfde groep als onze huiskat.

afstamming van de huiskat:
Onze huiskat komt dus voort uit groep 2 en onderzoekers stellen dat slechts een uit deze groep de voorvader van onze huiskat is nl de Afrikaanse izabelkat (felis silvestris lybica). Alhoewel in een later stadium inmenging van de wilde boskat (felis silvestris silvestris) en de steppekat (feils silvestris ornata) niet uitgeloten word.

Waarneer onze huiskat precies beloot dat de mens een goed partner was is niet helmaal duidelijk vermoed word dat dit omstreeks 2000 v. Chr. is geweest. de tijd dat de mens grote voedsel voorraden ging aanlegen om de winter te overbruggen. Grote voorraad schuren met graan trokken ongedierte zoals muisen en ratten aan en vormden voor de kat een prima plek om te vertoeven, dankbaar dat de kat hun van de indringers 'verloste' begon de mens de aanwezigheid van de kat te koesteren. De Egyptische Mau vindt zijn oorsprong in het oude Egypte. 4000 jaar terug werd hij daar vereerd als een god. ‘Mau’ is in het Egyptisch ‘kat’ of ‘zon’. In het begin was hij bijna de beschermer van de mensen omdat hij muizen (graandieven) en slangen doodde. Wanneer iemand een kat doodde of slecht behandelde, dan kreeg hij de doodstraf. De Mau was een lid van de familie, kreeg goed eten en had een hoog aanzien.

Dat de kat ook minder rooskleurige tijden heeft gekend bewijst de vondst van Archeologen, zij vonden enorme grafvelden, zoals die van Beni Hassan, waar meer dan 300.000 geofferde katten lagen begraven. Ook later in de Middeleeuwen werd om onder het mom van duivelse verafgoding veel katten levend verbrand.

Zeelieden
Ook vandaag de dag hebben heel wat schepen een 'scheepskat' Ook zeelieden moeten hun voedselvoorraden beschermen tegen ongedierte. zo rond 1000 voor Chr. gingen waarschijnlijk de eersten huiskatten naar het Midden-Oosten, wat nu Italië is en vanaf daar verspreidde ze zich langzamerhand over heel Azië en Europa. Doordat ze nog steeds aan boord van schepen werden genomen, bereikten ze ook de Nieuwe Wereld toen rond 1600 ontdekkingsreizen en handel steeds belangrijker werden.

Azië
Om heilige geschriften tegen muizen te beschermen werden zij vaak in tempels gehouden. Ook hielden ze ratten en muizen ver van de kostbare zijdecocons vandaan. De zijdehandel was van een enorm economisch belang voor China en Japan. Australië: Katten gingen zich in de hele wereld thuisvoelen, behalve in Australië: het was pas de huiskat die als eerste van de katachtigen het vijfde continent betrad.

Raskatten
het bewust fokken van rassen is pas vrij recentelijk ontstaan. Het was dhr Harrison Weir die op het lumineuze idee kwam een kattententoonstelling te organiseren op 13 juli 1871. Tevens stelde hij de eerste "Points of Excellence" op, de voorloper van de huidige rasstandaarden. Vele mensen raakten toen besmet met de "kattenkoorts" en na deze eerste tentoonstelling voor katten zijn er nog velen gevolgd. Ook het bewust fokken van verschillende rassen nam een aanvang; men stelde standaarden op en ging aan de slag. Zo werd de kat gepromoveerd van muizenvanger tot elegante salonheld(in). Omdat katten, anders dan honden, niet geschikt zijn voor de jacht, vechtsporten, bewaken enz., concentreerde men zich bij het fokken op het uiterlijk van het dier. De kattententoonstellingen waren (en zijn) daarom uitsluitend schoonheidswedstrijden omdat de katten nagenoeg uitsluitend op hun uiterlijk worden beoordeeld. Het karakter en de gezondheid van het dier zijn hierbij van ondergeschikt belang. Na de 2e W.O. kwam het fokken en houden van raskatten pas echt van de grond. Was het voorheen een hobby uitsluitend weggelegd voor de 'happy few', door de toenemende welvaart konden meer en meer mensen zich deze hobby permitteren. Ook het feit dat er inmiddels een vaccin was tegen de zo gevreesde kattenziekte gaf aan het fokken een flinke impuls.

Door selectie op bepaalde kenmerken ontstonden er vele nieuwe rassen naast de (van oorsprong) "natuurlijke" rassen zoals o.a. de Siamees, de Blauwe Rus en de Turkse Angora. Ook de natuurlijke rassen werden "vervolmaakt" d.m.v. selectie. Slechts weinig rassen hebben hun oorspronkelijke uiterlijk behouden; de (Blauwe) Rus is hiervan een voorbeeld.




Image Hosted by ImageShack.us 



 
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 15:13 Reageer op dit bericht

Gevaarlijke honden moeten een muilkorf dragen" (Cis-ka)

Gevaarlijke honden moeten een muilkorf dragen" 43ae97c4-4b92-4403-8ff5-9371b2125e9f.jpg

Maar liefst 74% van de surfers van Gazet van Antwerpen vindt dat de wetgeving in België over gevaarlijke honden hetzelfde moet worden zoals die van Duitsland.

Ongeveer 1400 mensen vinden dat gevaarlijke honden zoals de pitbull terriër een muilkorf moeten dragen, gecastreerd en gesteriliseerd moeten worden. In Duitsland is dit al opgenomen in de wetgeving.

Toch waren er nog andere voorstellen om gevaarlijke honden aan te pakken. Velen stelden voor om een cursus te geven voor de baasjes. Die weten immers dikwijls niet hoe ze moeten omgaan met hun hond.




Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 15:47 1 reactie Reageer op dit bericht

Hond is goed voor de gezondheid (Tante Lotte)

Hond is goed voor de gezondheid

LONDEN - Mensen die aan hun gezondheid willen werken, doen er goed aan een hond aan te schaffen. Hondenbezitters hebben vaak een lager cholesterolgehalte en een lagere bloedruk dan mensen die geen viervoeter in huis hebben. Dat blijkt uit onderzoek van Deborah Wells, medewerker van het centrum voor hondengedrag van de universiteit Queen's in Belfast. De Britse kranten The Daily Telegraph en The Independent berichtten maandag over de onderzoeksresultaten van Wells.

Volgens Wells kunnen honden hun bazen en bazinnen behoeden voor stress en stimuleren de dieren hun eigenaars meer fysieke inspanningen te leveren. Wells concludeerde dat mensen na aanschaf van een hond minder vaak verkouden werden of minder vaak hoofdpijn kregen.

Bron: De Telegraaf




Image Hosted by ImageShack.us 
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 13:10 Reageer op dit bericht

De kattenbak. (Tante Lotte)

De kattenbak.


Kattenbak.jpg                    Europet_rand_recht.jpg


Waaraan moet een goede kattenbak voldoen?

De meest ideale kattenbak is groot. De kat moet zich gemakkelijk kunnen omdraaien, een goede plek kunnen zoeken en in het kattengrit kunnen krabben.
Hij moet overdekt zijn en heeft een geurfilter en een klapdeurtje. Dit om geurtjes te voorkomen. Ook voorkomt een dichte bak het uitkrabben van kattengrit.
Hij moet een hoge rand hebben, om uitlopen van kattengrit tegen te gaan. Ook is een hoge rand prettig omdat sommige katten, zowel katers als poezen, de gewoonte hebben om tegen de rand aan te plassen in plaats van in een kuiltje in het grit
En eigenlijk is daar alles mee gezegd.
Bezwaren zijn eigenlijk niet te maken tegen deze soort kattenbakken. Op de foto ziet u een voorbeeld van een goede kattenbak. Weliswaar geen deurtje maar wel ruimte voor een koolstoffilter bovenop. Deze filters zijn uiterst effectief in het absorberen van geurtjes.
De grit rondom de bak is uitloop. In deze bak zit een lichte soort klontvormende kattenbakvulling. Die blijft vanwege zijn gewicht aan de pootjes hangen en valt dus buiten de bak op de grond.


self%2520cleaning%2520litter%2520box.jpg




Andere systemen.

Nu zijn er natuurlijk nog veel meer systemen. Zoals zelfreinigende kattenbakken, kruip-door-sluip-door-systemen in plaats van deurtjes, kortom, te veel om op te noemen. De meeste van dergelijke systemen zijn vrij prijzig en hebben allemaal hun eigen voordelen en nadelen.

Handleiding voor het in gebruik nemen van een nieuwe kattenbak.

Laat in het begin de kap eraf. Maak een nieuwe bak eerst schoon met bleekwater. Dat neemt de nieuwe geurtjes weg en de geur stimuleert katten om daar te gaan plassen. Wel goed uitspoelen, want teveel chloor is giftig voor de kat en kan zijn longen beschadigen!
Voor de zekerheid kunt u een beetje kattengrit erin doen, dat de kat al eens heeft gebruikt. Hij zal dan zeker van de bak gebruik gaan maken. Ook kunt u zijn oude bak er nog even bij laten staan. U gebruikt voor 1 kat toch ook 2 bakken?
Nadat de kat gewend is aan zijn nieuwe bak, kunt u de kap erop doen.
De laatste stap is het deurtje. Als u dan eenvoudig aan uw kat laat zien, dat het deurtje open en dicht kan, dan zal hij misschien in het begin nog even moeite hebben, maar uiteindelijk zal hij toch door het deurtje gaan.
Wilt uw kat toch niet van zijn bak gebruik maken, doet u dan een stapje terug en haalt u het deurtje er weer uit en probeert u het een paar dagen later nog eens. Wil het dan nog niet lukken, dan laat u het deurtje er gewoon uit.

Het schoonmaken van de kattenbak.

Wanneer alles goed is gegaan komt het moment, dat u de kattenbak moet schoonmaken. Hoe vaak u dat moet doen hangt af van de soort kattenbakvulling die u gebruikt: klontvormige minder vaak dan "gewone" kattengrit.
U kunt daar allesreinigers voor gebruiken maar ook gewoon soda. Bleekmiddel is voor kattenbakken bij uitstek geschikt, omdat katten de neiging hebben te gaan plassen op de plaats waar bleekwater is gebruikt.
Vermijdt u echter het gebruik van schoonmaakmiddelen met citroengeur. Een kat heeft daar een hekel aan en u loopt dan de kans, dat hij een andere plaats zal kiezen.

Schoonmaken als u zwanger bent.

Maakt u, als u in verwachting bent echter niet de bak schoon. U kunt dat beter aan uw partner overlaten. In de ontlasting van uw kat zit een diertje, een parasiet, die toxoplasmose kan veroorzaken. Dat is normaal gesproken een volstrekt ongevaarlijke ziekte, die je maar één keer kunt krijgen, daarna heeft het lichaam antistoffen aangemaakt. Maar voor het ongeboren kind kan die ziekte ernstige gevolgen hebben, zoals een waterhoofd of blindheid, als de moeder geen antistoffen heeft.
Wanneer uw partner de bak schoonmaakt en direct daarna zijn of haar handen wast, loopt uw ongeboren kind echter volstrekt geen gevaar. Toxoplasmose krijgt u via de mond, dus mocht u kattenontlasting hebben aangeraakt, wast u dan de handen. U kunt zich daarna veilig voelen. Ook van het aaien van een kat wordt u niet ziek.
Maakt u zich zorgen over uw gezondheid, zoekt u dan eens wat artikelen op internet op. Of nog beter: laat u zich voorlichten door de huisarts. U zult merken, dat u gerustgesteld het spreekuur verlaat!

Kattenbakvulling oftewel kattengrit.


981938.jpg



Waar je op moet letten als je kattenbakvulling koopt.

Er zijn veel soorten kattenbakvulling. Allemaal met hun eigen eigenschappen. We zullen proberen om ze allemaal te bespreken. Maar we zullen er zeker enkele vergeten.
Graag horen wij aanvullingen van u.
In ieder geval is het met alle kattenbakvulling zo, dat het van materiaal gemaakt is, dat bacteriegroei tegengaat en geur en vloeistof goed absorbeert. Daarnaast is het ook belangrijk, dat de kattengrit stofvrij is wat per merk nogal eens kan verschillen. Uw kat heeft er namelijk een hekel aan om in wolken stof te gaan zitten krabben. Bovendien is dat slecht voor zijn longen.
Als je dan de soorten wil gaan vergelijken dan zal bij het ene merk de bacteriegroei beter worden tegengegaan, terwijl bij het andere de geur beter wordt geabsorbeerd. Het ene merk heeft geparfumeerde korrels terwijl het andere merk claimt, dat hun product langer meegaat. Vergelijken wordt daadoor eigenlijk een moeilijke zaak.
Mocht u van merk willen veranderen, dan is het goed om de eerste dagen een beetje van de oude kattenbakvulling te mengen met de nieuwe.

Lichte en zware korrels.

Wanneer de kat de kattenbak verlaat, zullen er altijd wat korrels aan zijn poten blijven hangen. Hoe zwaarder de korrel, hoe minder rommel want de korrels vallen dan eerder van zijn pootjes af.
Helaas zijn de zakken, die u dan moet verslepen ook zwaarder. En als u de kattenbak moet gaan verschonen en u moet met 1 hand een zware bak vasthouden, met de andere hand een deur open doen, terwijl u tegelijkertijd met uw voet 3 katten moet tegenhouden die proberen te ontsnappen, dan kiest u daarna misschien wel voor lichte vulling. U merkt, wij hebben praktijkervaring.

Kleine en grote korrels.

In het algemeen is een grote korrel zwaarder dan een kleine korrel van hetzelfde materiaal. Dus grote korrels zullen niet zo snel aan de pootjes blijven hangen. Het nadeel van deze korrels is wel, dat deze wat minder makkelijk aan een keutel blijven hangen, waardoor de kans op poepgeurtjes groter is.

Verschillende soorten materiaal.

Er zijn biologisch afbreekbare materialen, natuurlijke materialen en kunststof.
Biologische afbreekbare materialen zijn stro, hout en papier. Deze materialen zijn bewerkt om geschikt te maken voor de kattenbak. Het kattengrit zou dan in de "groene container" kunnen worden gedeponeerd.
Hier zijn 2 waarschuwingen op zijn plaats. Niet alle gemeenten staan toe om mest van huisdieren in de groene container te doen. En dat heeft te maken met parasieten en bacteriën en andere microörganismen die in de mest kunnen zitten die schadelijk zijn voor de mens. Gooit u dus geen mest van uw huisdieren op uw eigen composthoop. Als u dan later die compost zou gebruiken in uw groentetuin, dan krijgt u gevaarlijke bloemkolen.
Natuurlijke materialen zijn bijvoorbeeld bentonietkorrels. Een kleisoort met een buitengewoon absorptievermogen die onder andere in Frankrijk wordt gewonnen.
Kunststof korrels zijn gemaakt van materialen met een groot absorptievermogen, zowel voor geur als voor vocht.

Gewone en klontvormende kattengrit.

Klontvormende kattenbakvulling vormt klompjes van natte korrels. Dus als een kat geplast heeft, dan blijft er een bal van aan elkaar klevende korrels over. Deze ballen zijn heel eenvoudig te verwijderen met een speciaal daarvoor bestemd schepje. De procedure is als volgt:
1 maal per dag verwijdert u de urineballen en de drollen. U doet dat door de bak heen en weer te bewegen. Daardoor worden de ballen zichtbaar en kunt u ze met een schepje verwijderen.
Dit heeft de volgende voordelen:

  • De bak stinkt minder, want de urine wordt elke dag verwijderd;
  • Bacteriegroei verloopt minder snel;
  • De grote schoonmaak van de bak met al het gesjouw hoeft slechts, als de bak bijna leeg is of als er zoveel gruis is ontstaan, dat de klontvormende werking is afgenomen;
  • De dagelijkse hoeveelheid is klein en daardoor is het gewicht per schoonmaakbeurt laag;
  • Het kattengrit is uiterst zuinig in gebruik.

De nadelen van klontvormende kattenbakvulling:

  • De hoge prijs van het grit;
  • U moet elke dag de bak schoonmaken in plaats van eens in de zoveel dagen;
  • Sommigen vinden het onprettig om naar "drollen te zoeken". (Dat went overigens!)

Daar tegenover staat de gewone kattengrit. U doet daarvan een laag in de kattenbak en als hij vol is, gooit u de gehele inhoud weg. U vervangt de kattengrit wanneer u ziet, dat de absorberende werking afneemt. Ook bij deze soort vulling kunt u overigens de drollen er dagelijks uitscheppen. Dat scheelt stank en bacterie- of parasietenopbouw.

Voordelen:

  • Het grit is goedkoop;
  • U hoeft minder vaak schoon te maken. Handig als u een keer een paar dagen de zorg van uw kat aan iemand anders overlaat.

De nadelen:

  • Doordat de ontlasting langer in de bak blijft, ontstaat er grotere bacterieopbouw;
  • De hoeveelheden die moeten weggegooid worden zijn groter;
  • De bak moet meerdere maken per week grondig worden schoongemaakt.

Toevoegingen en extra's

Er zijn een aantal middelen op de markt die u helpen met het voorkomen van geurtjes en het bestrijden van bacteriën.
In de eerste plaats zijn er producten in de handel die aan de kattenbak bacteriën toevoegen, om uitwerpselen af te breken en daardoor geurtjes te voorkomen.
Verder zijn er parfums speciaal voor de kattenbak, die er voor zorgen, dat urinegeur wordt bestreden en bacteriën worden doodgemaakt. Vaak zijn deze deodorants op basis van chloor en zijn dan niet te gebruiken met bovengenoemde bacteriëntoevoeging. Op internet is weinig te vinden over dit soort toevoegingen. U moet daarom maar eens in de schappen van de betere dierenspeciaalzaak "neuzen". Daar vindt u beslist iets wat u zoekt.

Milieuoverwegingen.

Een paar aandachtspunten:

  • Zware korrels kosten veel energie om te vervoeren;
  • Kleikorrels worden gewonnen op een manier, die soms het landschap aantast;
  • Kleikorrels worden vaak van ver gehaald. Het vervoer is vervuilend;
  • Lichte korrels zijn er verkrijgbaar in biologisch afbreekbaar afvalmateriaal;
  • Bij de fabricage worden soms hulpstoffen gebruikt, zoals kleefstoffen voor de klontvormende kattengrit. Vraag eens na,welke kleefstoffen dit zijn en in hoeverre deze stoffen belastend zijn voor het milieu;
  • Kunststof korrels kunnen van afvalmateriaal worden gemaakt, waarbij de benodigde energie minimaal is. Het nadeel is de biologische afbreekbaarheid.

Surft u voor meer informatie eens op het internet rond. Er is genoeg gespecialiseerde informatie over milieutechnische aspecten te krijgen.

Conclusie.

Er is geen "beste" kattenbakvulling. Alle producten hebben wel een nadeel. En wat voor de één een voordeel is, is voor iemand anders een probleem: iemand met rugklachten zal liever een lichte soort grit nemen en het stofzuigen op de koop toe nemen.
Het beste advies wat wij u kunnen geven is, dat u een aantal merken uitprobeert. U zult zien, dat als u eenmaal een merk gevonden hebt, dat u goed bevalt, u na een half jaar toch weer iets anders wilt proberen, omdat het toch niet zo ideaal was als dat u dacht. Kijkt u ook eens op de pagina over Kattenbakken, waar u naast informatie over de kattenbak ook tips over het schoonmaken vindt.

< in samenwerking met  dierenasielen>




Image Hosted by ImageShack.us 
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 13:02 Reageer op dit bericht

Kattentaal. (Tante Lotte)

Kattentaal.

cat24.gif


Katten brengen - net als mensen - geluid voort. En hoewel katten niet echt kuddedieren zijn, gebruiken ze dat geluid om met elkaar en met de mens te communiceren.

Van alle geluiden die de kat gebruikt is het miauwen dat voor de mens bestemd is het meest divers: hij maakt gebruik van vele verschillende klanken, met verschillende geluidssterkte en verschillende toonhoogten. En al die geluiden betekenen allemaal wat anders.
Nu vindt de kat, dat de mens hem eigenlijk niet goed begrijpt. En hoe minder wij hem begrijpen, hoe harder het geluid zal zijn.
Zo kunnen kat en baas een binnen het gezin heel eigen taaltje ontwikkelen, waar niemand,

Ook de buurtkatten niet. Hieronder vindt u een overzicht van de verschillende kattengeluiden en hun globale betekenis.

Spinnen

Dit klinkt, als een naaimachientje. De kat voelt zich lekker.
Ook spinnen ze als ze pijn hebben of als ze zich erg ziek voelen.

Miauwen

De kat gebruikt dit geluid hoofdzakelijk in zijn communicatie tot de mens. Je ziet katten eigenlijk nauwelijks naar elkaar miauwen. Sterker nog, ze gebruiken eigenlijk nauwelijks geluid. Of heel zacht, zoals een moeder tegen haar kittens en andersom. "Prrrrt" is universeel en betekent voor de mens zowel als voor andere katten een begroeting.
Als een kitten haar moeder roept kan het geluid overigens ook behoorlijk luid zijn.
Als een kitten zich in gevaar waant, dan is het "piew-piew" van hoog naar laag een veel gehoord geluid. Zet hem maar eens in een reismandje en neem hem in de auto mee naar de dierenarts. Dan weet u hoe dat klinkt!

Kekkeren

Kekkeren doet een kat wanneer hij niet bij een vliegende vogel kan, terwijl hij hem toch zo graag zou willen vangen. Daarbij maakt hij geluid dat klink als: "kek-kek-kek" heel snel achter elkaar.

Blazen

Met het blazende geluid dat hij produceert, probeert hij zijn tegenstanders af te schrikken of te intimideren. In feite is het echter angst.

Grommen

Grommen is een dreigement: Pas op, als je niet aan de kant gaat doe ik je wat aan. Degene, die het beste gromt wint vaak het gevecht. Het komt vaak niet tot echte vijandelijkheden.

Gillen

Grommen gaat vaak over in gillen, waarbij angst en dreiging elkaar afwisselen. Vaak worden hierbij rake tikken uitgedeeld.

Schreeuwen

Gebruikt, als de katten krols zijn. Een doordringend geluid, dat in de wijde omtrek wordt gehoord.





 

 

  cat14.gif

 

 

 

 

 

 

 

 

  Lichaamstaal van de kat.


cat38.gif

Hoe een kat zich voelt, wat een kat aan het doen is, is vaak af te lezen aan zijn houding en bewegingstempo.
Het meest opvallende signaal is de staart. Hangend naar beneden, in een boog van de kat af betekent, dat de kat relaxed is, niet bijzonder geprikkeld en waarschijnlijk op weg naar niets in het bijzonder, dan wel zijn slaapplek of voerbak. Als hij hem iets hoger houd maar wel in dezelfde stand, zal hij wèl ergens mee bezig zijn, hij is dan bij voorbeeld op weg naar het kattentoilet.
De staart in een boog met de punt naar beneden betekent, dat hij het geweldig druk heeft. Hetzij met spelen, hetzij met hard weglopen. Hij is dan geschrokken.
In relatie tot u zal de kat zijn staart recht omhoog houden als zijn relatie met u goed is. Als hij u plotseling ziet, dan schiet zijn staart omhoog en zegt hij "prrrrt". Zijn manier om te zeggen: hee, hallo, leuk je te zien, ik houd van je.
Als een kat langs u heen loopt, staat zijn staart niet alleen omhoog, maar is ook opzij naar u toe gebogen. Een manier om contact te bewaren. Dat doen katten overigens ook onderling. Als het staartje dan ook nog daarbij trilt, dan is dat het grootste compliment, dat een kat u kan geven. Wat hem betreft bent u de liefste kat van de wereld.

Natuurlijk is er aan de houding van de rest van het kattenlichaam ook van alles af te lezen. Zo kan een kat zich niet goed voelen (dat hoeft overigens niet altijd zo te zijn!) als hij op zijn buik ligt met zijn voor- en achterpoten onder zich gevouwen. Hij heeft dan soms buikpijn.
Laten we eens kijken naar de verschillende emoties:

Woede

Oren: rechtop en naar achteren.
Snorharen: naar voren.
Ogen: wijd open en de pupillen zijn spleetjes.
Staart: zwiept heen en weer.

Angst

Oren: opzij en plat tegen de kop.
Snorharen: naar achteren, plat tegen de kop.
Ogen: pupillen zijn groot.
Staart: naar beneden en dik.
Lichaam: hoge rug.

Opwinding

Oren: rechtop naar voren.
Snorharen: naar voren en wijd uit.
Ogen: ogen zijn wijd open en pupillen staan ook open, maar niet zover als bij angst.
Staart: Zwiept heen en weer, maar niet zo hard als bij woede. Soms gaat alleen het staartpuntje heen en weer.

Schrik is geen emotie, maar eerder het gevolg van een aantal emoties. Zo kan hij in zijn spel een dikke staart krijgen, een hoge rug opzetten, maar als hij onderbroken wordt en aangehaald onmiddellijk goedmoedig reageren.

Er is nog veel meer te zeggen over kattengedrag. Kijk u daarvoor eens op onze pagina over gedrag. Kijkt u ook eens in een bibliotheek. Daar zijn prachtige boeken over dit onderwerp te vinden. U zult dan uw kat beter leren begrijpen.

 

< in samenwerking met  dierenasielen>




Image Hosted by ImageShack.us
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 13:00 Reageer op dit bericht

Voedingssupplementen voor honden en katten: wanneer zijn ze nuttig? (Simone1)

Gezondheid Huisdieren

 
Voedingssupplementen voor honden en katten: wanneer zijn ze nuttig? giftrans.gif

Voedingssupplementen voor honden en katten: wanneer zijn ze nuttig?

In de handel zijn tegenwoordig vitamines, mineralen, kraakbeenbeschermende middelen, aminozuren en essentiële vetzuren te koop voor honden en katten. Ze zijn te krijgen in poedervorm, als siroop of als capsules. Maar in welke gevallen is hun gebruik aangewezen?

Gevoelige huid en doffe vacht

Klik hier !
Als uwhond of kat gezond is maar zijn vacht is dof en/of hij verliest heel
veel haren, zal een vitaminekuur hem goed doen. Een kuur van vitamine A, B2, B5, B6
en PP heeft een beschermende invloed op de huid. Biotine of vitamine H bevordert de
haargroei en houdt de opperhuid gezond. Essentiële vetzuren maken de vacht weer
zacht en stralend, en voorkomen dat de huid uitdroogt. Zink, jodium, koper en het
aminozuur L-cystine ten slotte stimuleren de aanmaak van keratine (hoornstof).


Ondersteuning voor dieren op leeftijd

Als uw huisdier al een jaartje ouder is, is het belangrijk dat zijn lichaamscellen
beschermd worden tegen de werking van de vrije radicalen. Die versnellen immers het
verouderingsproces. De vitamines van de C- en E-groep, en selenium zorgen voor die
bescherming. Choline en arginine ondersteunen dan weer de functie van de lever en de
nieren. Zaadjes van psyllium (vlozaad) zorgen ervoor dat de darmpassage normaal blijft
en voorkomen fenomenen zoals stuwing of een te snelle darmpassage, een veel
voorkomend fenomeen bij oudere dieren.


Dieren in de groei

Teefjes en kattinnen hebben geen voedingssupplementen nodig als ze
een complete, evenwichtige en aan hun ras aangepaste voeding krijgen. Extra kalk
innemen kan zelfs schadelijk zijn en voor problemen zorgen bij de ontwikkeling van het
beendergestel van uw jonge vriend.


Bescherming van het kraakbeen

Dieren met gewrichtsproblemen, of ze nu jong zijn of iets ouder, kunnen hun voordeel
doen met voedingssupplementen op basis van chondroïtinesulfaat of glucosamine,
samen vaak « kraakbeenbeschermers » genoemd. Ze remmen de artrosevorming af
doordat ze de aanmaak van bouwstoffen stimuleren die essentieel zijn voor het goed
functioneren van de gewrichten en die de structuur van het kraakbeen verbeteren.


Dunne stoelgang en winderigheid

Heeft uw hond of kat vaak diarree of laat hij vaak slecht ruikende
winden? U kunt een eventuele behandeling van de diarree combineren met een kuur
van supplementen op basis van enzymen (amylases, lipases en proteases) en van
vitamines B1 en B2. op die manier wordt de werking van de verteringsenzymen versterkt.
Er bestaan ook bacteriën die een regulerende werking hebben op de darmflora
(lactobacillus acidophilus).


Ondersteuning voor zieke dieren

Bij chronische nierinsufficiëntie kunt u uw dier voedingssupplementen geven die
calciumcarbonaat bevatten en een stof genaamd chitosan. Deze binden de fosfaten in
de voeding en absorberen de afvalstoffen (ureum). Op die manier kan het ziekteproces
van uw dier wat worden vertraagd. Bij leverinsufficiëntie is het aangewezen om uw dier
methionine (een aminozuur) en sorbitol toe te dienen. Deze stoffen bevorderen de
leverfunctie en activeren de contractie van de galblaas. Bij bloedarmoede ten slotte
zorgen vitamine B12 en ijzer voor een goede werking van de rode bloedcellen.

06/02/2007
Anne Pensis, dierenarts

 


e-gezondheids nieuwsbrief


Simone
   
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 11:48 Reageer op dit bericht

Stress bij katten (Tante Lotte)

Stress bij katten

Katten kunnen, net als mensen, lijden aan stress. Dit kan veroorzaakt worden door verschillende factoren, namelijk: omgevingsfactoren, fysieke factoren en mentale/geestelijke factoren. Onderstaand zal ik de verschillende stress veroorzakende factoren toelichten.

Omgevingsfactoren
Misschien zou u er van opkijken hoe angstig en nerveus katten kunnen reageren op veranderingen in hun leefomgeving. Katten zijn, meer dan enig ander dier, voornamelijk gewoontedieren. En ze kunnen het heel vervelend vinden als hun dagelijkse routine noodgedwongen veranderd.

Stressfactoren in de leefomgeving van de kat:
Verhuizen Teveel andere dieren in het huishouden waar de kat toe behoort Onvrijwillige opsluiting Gebrek aan frisse lucht of daglicht. Dit geldt vooral voor katten die voorheen buitenshuis mochten komen Veranderingen in de dagelijkse routine

Stressfactoren die de fysieke gezondheid kunnen beïnvloeden:
Zwaarlijvigheid Ziekte Psychisch trauma Chirurgische ingrepen Vlooien, wormen en andere parasieten

Stressfactoren van emotionele aard:
Verveling en eenzaamheid Het overlijden van een menselijk of dierlijk familielid Angst Rivaliteit / jaloezie

Andere veranderingen in de samenstelling van het huishouden Katten kunnen op veel verschillende manieren hun onrust kenbaar maken. Hier volgen een aantal symptomen die op stress kunnen wijzen

Indicaties van stress:
Overdreven vachtverzorging of juist helemaal geen vachtverzorging meer Het weigeren van eten Kauwen op oneetbare zaken zoals kleding Het doen van de behoefte in huis, terwijl de kat dit normaal gesproken altijd keurig op de kattenbak deed

De oplossing die u kunt kiezen, hangt erg af van de oorzaak van de onrust. Probeer, om te beginnen, de oorzaak van de onrust te achterhalen, en, weg te nemen. Natuurlijk zullen sommige stressgevende factoren na verloop van tijd de kat niet meer beïnvloeden, omdat hij er simpelweg aan gewend is geraakt. Zo kunt u bijvoorbeeld verder ook weinig veranderen aan een scheiding of de komst van een baby.

Laat uw kat in elk geval even nakijken door de dierenarts om een lichamelijke oorzaak uit te sluiten. En/of om eventueel een plan van aanpak te bespreken tegen de zwaarlijvigheid, of eventuele wormen, vlooien of parasieten.

Mocht de oorzaak van de stress liggen in rivaliteit / jaloezie ten opzichte van een andere dierlijke huisgenoot, haal deze dieren dan tijdelijk uit elkaar en geef ze op verschillende tijden aandacht en eten. Het introduceren van een nieuw huisdier is een proces dat tijd en geduld in beslag neemt. Het kan weken tot maanden duren voor een kat aan een nieuw huisdier in zijn leefomgeving gewend is.

Als uw kat ineens zijn behoefte doet op andere plaatsen in huis dan op de kattenbak, en u hebt het vermoeden dat deze stress gerelateerd is, doordat er recentelijk een nieuwe kat is bijgekomen, kunt u er een kattenbak bijkopen. Ook kunt u experimenteren met verschillende soorten kattenbakken. De algemene regel is dat iedere kat zijn eigen kattenbak tot zijn beschikking heeft.

Als uw kat tekenen van stress vertoont, en hij is de enige kat in uw huishouden, dan kan het zijn dat hij gewoon eenzaam is. Een kat erbij nemen kan de oplossing zijn. Maar mocht het zo zijn dat u niet in de gelegenheid bent om er een kat bij te nemen, of als een tweede kat door u niet gewenst is, zorg dan dat uw kat voldoende speeltjes heeft om zich mee te vermaken. Geef uw kat voldoende aandacht en maak regelmatig tijd vrij om met uw kat te spelen. Sommige katten vinden het prettig als u de radio of televisie aanlaat als u zelf niet thuis bent.

Ongeacht het aantal katten dat u hebt: katten vinden het erg fijn om een plekje in huis te hebben vanwaar zij naar buiten kunnen kijken, en zien wat daar allemaal gebeurt. Ook vinden katten het prettig om lekker in het zonnetje te kunnen liggen, of slapen. Dus met een vrij plekje op de vensterbank doet u uw kat meestal een groot plezier!

Indien u alles heeft geprobeerd om de stressgevende factoren weg te nemen, (en u hebt door een bezoek aan de dierenarts een lichamelijke oorzaak uitgesloten), en uw kat vertoont nog steeds tekenen van stress, kunt u wellicht een consult bij een goede kattengedragsdeskundige overwegen. Hij/zij is gespecialiseerd in de psyche en het gedrag van de kat, en samen kunt u wellicht tot een oplossing komen om uw kat weer een tevreden lid van uw huishouden te maken.


Image Hosted by ImageShack.us 
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 11:57 Reageer op dit bericht

Waarom is uw kat agressief ? (Cis-ka)

Gezondheid Huisdieren Waarom is uw kat agressief? Uw kat krijgt alle aandacht die ze maar nodig heeft en toch bijt en krabt ze u? De eerste stap naar verzoening met uw poes is proberen achter de oorzaak van haar agressiviteit te komen. Verdediging van haar territorium In de natuur is de kat een solitair dier dat haar territorium actief verdedigt. Ook bij u thuis voelt ze zich op haar eigen terrein en verdedigt ze soms haar domein door haar soortgenoten aan te vallen. Dat gedrag is over het algemeen minder uitgesproken tegenover mensen. Niet gecastreerde of gesteriliseerde katten dulden andere katten trouwens gemakkelijker in hun buurt in de periodes dat ze loops zijn. Het gedrag van gesteriliseerde katten wordt meer bepaald door het karakter van de dieren en hun sociale kwaliteiten. Een geboren jager Jagen is een van de favoriete bezigheden van uw kat en als ze geen andere prooien kan krijgen, keert ze zich soms tegen u! Ze nestelt zich dan in een donker hoekje in afwachting dat u langskomt en bijt u dan onverwacht in de kuit. Dit gedrag kan verergeren als uw vriend niet genoeg kans heeft om zich uit te leven, als ze bijvoorbeeld geen kleine nepprooien heeft waarmee ze kan spelen of als ze honger heeft (beperkte toegang tot voedsel, concurrentie tussen katten om het te verwerven…). Ook kattenvoer van ondermaatse kwaliteit met te weinig dierlijke eiwitten zal het jachtinstinct van uw kleine vleeseter versterken. U streelt haar en zij bijt u Allicht streelt u uw poes af en toe, gewoon om te laten zien dat u haar mag. Maar tot uw grote verbazing bijt ze u daarop. Dit vrij frequente gedrag heeft te maken met het feit dat katten in de natuur buiten de voortplantingsperiode weinig fysiek contact hebben. Als uw vriend niet verdraagt dat u haar aanraakt, kan het gebeuren dat ze u dat duidelijk maakt door u te bijten. U kunt dit soort reacties voorkomen door haar te observeren: voor een poes bijt, heeft ze over het algemeen sterk verwijde pupillen en beweegt ze haar staart. Stop dan onmiddellijk met haar te strelen en laat uw slechtgehumeurde huisgenoot even met rust! Onschuldig slachtoffer! Als u in de buurt van uw poes bent, kan het gebeuren dat ze u zonder aanwijsbare reden aanvalt en dan op de loop gaat. Dit gedrag kan voorkomen als uw kat zenuwachtig is of is opgeschrikt door een geluid of een individu dat ze kan zien of horen, maar waar ze niet bij kan. Haar agressiviteit zal zich dan richten op degene die toevallig en het dichtst in haar buurt is: u! Wettige zelfverdediging Als uw kat zich bedreigd voelt, verdedigt ze zich soms door te krabben en te bijten. Maar wanneer katten zich terecht aangevallen voelen (slechte behandeling), of niet gewend zijn om vastgepakt te worden en een stukje van hun vrijheid af te staan, beschouwen ze de routinehandelingen van alledag (verzorging…) soms als een vorm van agressie en dan zijn ze moeilijk in het gelid te houden. Probeer uw poes daarom vanaf haar eerste levensdagen vertrouwd te maken met dit soort beperkingen. Agressiviteit en ziekte Een ongewone agressiviteit zonder verklaarbare reden wijst er vaak op dat uw poes ziek is. Een pijnlijke wonde, een ontsteking of een vaataandoening in de hersenen, of bepaalde inwendige aandoeningen zoals hyperthyroïdie (ziekte van Graves-Basedow) kunnen ertoe leiden dat uw kat snel geïrriteerd raakt en agressief wordt. (A. Pensis, dierenarts)
33v2cnp.jpg


Cis-ka
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 21:39 Reageer op dit bericht

Relatie mens huisdier (Tante Lotte)

Relatie mens - huisdier

uitlaten19.gif

1. Heeft het huisdier een invloed op de ontwikkeling van het kind?

Een dier houden is goed voor een kind. Het helpt zijn karakter ontwikkelen.

Een mening die veel ouders en opvoeders hebben en waarvan ze ook overtuigd zijn. Het gezelschapsdier - en vooral de hond - is een ideale vriend voor het kind.
De hond heeft aandacht voor zijn gevoelens, aanvaardt ze en verdraagt heel veel van het kind: zowel zijn woede als zijn liefkozingen. Het dier is gevoelig voor zijn gemoedstoestand, zijn vreugde en zijn verdriet. Het is een geduldige gesprekspartner die luistert en nooit een oordeel velt. Door zijn aanwezigheid en zijn activiteit, prikkelt het dier de zintuigen van het kind en stimuleert het zijn motoriek. Ten slotte wekt het ook zijn interesse op voor de natuur en is het een aansporing om "verantwoordelijk" te worden.


Het huidige onderzoek.

Nochtans bestaan er momenteel weinig objectieve studies die zich over de wetenschappelijke realiteit van dergelijke uitspraken hebben gebogen of een nauwkeurige en gedetailleerde analyse maakten van de rol die het gezelschapsdier kan hebben bij de ontwikkeling van het kind in zijn dagelijkse omgeving. Onder de wetenschappers die zich interesseren voor de veelzijdige aspecten van de relatie tussen mens en dier, zijn er twee die momenteel, in hun land, een experimentele studie doen naar de relatie tussen het kind en zijn huisdier.
Jean-Louis Millot (Frankrijk) en Nienke Endenburg (Nederland).

Ethologia heeft hen uitgenodigd voor een reeks voordrachten in Belgische universiteiten waar ze de huidige resultaten van hun werk zullen voorstellen aan de studenten en professoren van de faculteiten van psychologie en diergeneeskunde en aan alle geïnteresseerde specialisten. Gemeenschappelijk in hun beide uitgangspunten is dat ze alle twee het kind in zijn relatie met zijn eigen hond hebben gekozen voor het experimentele deel van hun onderzoek.


De ethologische benadering.

Jean-Louis Millot is lector op de Departement Gedragsbiologie en Ecofysiologie (Faculté des Sciences et des Techniques) van de Universiteit van Franche-Comité te Besançon. Daar neemt hij deel aan een onderzoek naar de relationelen systemen tussen het kind en zijn huisdier (hond), in functie van zijn sociale omgeving (gelijken, opvoeders, ouders,....) en de inrichting van de opvangvoorzieningen (crèche, kinderopvang).

Door de spontane interactie tussen het kind en zijn hond te filmen en te observeren, heeft Jean-Louis Millot de gedragingen van beiden kunnen definiëren en in de cijfers omzetten voor wat de manier van communicatie betreft (begroeting, bedreiging,agressie,....). En zo kon hij de wijzingen evalueren die optreden naargelang het kind (leeftijd, geslacht, aantal broers en zussen,...) en de hond (leeftijd, geslacht, adoptiedatum, ras,....).

Zijn observaties tonen het belang aan van zintuiglijke prikkelingen (snuffelgedrag van de hond, geluiden, houdingen, gebaren en mimiek van het kind). Deze werden afzonderlijk bestudeerd of tesamen op experimentele wijze (uitzenden van geluid van het kind opgenomen op cassette, voorleggen aan de hond van kleding doordrongen van geuren van het bekende kind en van onbekende kinderen).


Het psycho - pedagogisch standpunt.

Als psycho-pedagoge aan de Universiteit van Utrecht heeft Nienke Endenburg haar doctoraat behaald met een thesis over het thema "Dieren als gezelschap-demografische, motivationele en ethische aspecten van het houden van gezelschapsdieren". Sinds 1991 zet zij haar onderzoek verder naar de invloed van honden op de ontwikkeling van het kind en hun plaats in het gezin, in samenwerking met een multidisciplinair team van dierenartsen, psychologen, een methodoloog en een ethicus.

Het project van Nienke Edenburg loopt over een lange periode, want de studie die zij zo'n twee jaar geleden ondernam, duurt er meer dan acht in totaal! En terecht, want in haar onderzoek worden 900 kinderen van 3, 8 en 13 jaar betrokken, bij wie de gedragingen met hun eigen hond zullen geanalyseerd worden bij het begin van het onderzoek, na 2.5 jaar en na 5 jaar. Elke leeftijdscategorie is onderverdeeld in twee groepen. Een experimentele groep van kinderen met een hond en een controlegroep die er geen heeft.

Hoe beïnvloedt de hond de ontwikkeling van het kind of hoe niet, varieert deze invloed naargelang het gaat om een jongen of een meisje, hun leeftijd... allemaal aspecten waarover het onderzoek gaat.

De eerste fase van de studie heeft al resultaten opgeleverd die bemoedigend zijn voor de voortzetting ervan, want het bleek namelijk op een formele manier, dat de kinderen die een positieve ervaring hadden met het dier minder introvert en bang zijn in de dagelijkse situaties.

Nienke Endenburg is bovendien geïnteresseerd in de opleiding van de toekomstige dierenartsen, die zich, zoals zij vaststelt, onvoldoende bewust zijn van de relatie tussen de bezitteer (m.a.w. de cliënt) en zijn dier (de patiënt). Zij stelt hen daarom rollenspellen voor met de welwillende medewerking van haar eigen hond.



2. Een gezelschapsdier voor bejaarden? De Belgische geriaters raden het aan.

Verschillende studies in het buitenland en vooral in de Angelsaksische landen, hebben de positieve invloed van de aanwezigheid van een gezelschapsdier bij bejaarden aangetoond. En dit zowel op sociaal, affectief en psychologisch als op fysiologisch vlak: verantwoordelijkheidszin, sociabiliteit, beweeglijkheid, daling van de bloeddruk, enz... Toch blijkt deze positieve invloed nog niet voldoende gekend te zijn, en wordt hij zeker niet benadrukt.

Wat de bejaardeninstellingen erover zeggen.

Met dit als uitgangspunt heeft Ethologia-de Belgische Vereninging voor Studie en Informatie over de Relatie Mens-Dier- een enquête gedaan bij de directie van de bejaardentehuizen, om zo te bepalen welke plaats het gezelschapsdier er inneemt. Daartoe richtte ze zich schriftelijk tot 1.000 instellingen, van alle soorten en alle statuten, representatief voor heel België.

De toegestuurde antwoorden waren gematigd. Want terwijl een meerderheid van de homes hun bewoners toelaten gezelschapsdieren (hond, kat, vissen, vogels) te houden, hebben ze er meestal veel bedenkingen bij: in de Vlaamse Gemeenschap, is de reglementering ertegen en in heel het land zijn er motieven om te weigeren zoals "hygiënische problemen" of "bepaalde inwoners zijn ertegen".

Nochtans blijken de motieven van diegenen die er categoriek tegen zijn, hoofdzakelijk te steunen op het niet kennen van de voordelen van deze aanwezigheid en de onwetendheid over de manier waarop het dier geïntegreerd kan worden (plaats, verzorging, opvoeding....). En toch weet men wat een drama het kan zijn voor een bejaarde, alleenstaand, soms ziek of gehandicapt, die bij zijn opname in een instelling, waar hij waarschijnlijk tot het einde zal verblijven, zijn laatste vriend en vertrouweling niet mag meebrengen.
De echte kosten van deze "depressie" kunnen ongetwijfeld uitgedrukt worden in stijgende medische kosten en een vermindering van zelfstandigheid die, in instellingen die er zich van bewust zijn, de lichte investering voor een aangepaste infrastructuur voor één of meerdere dieren, ten volle verantwoorden.

Daarom heeft Ethologia, zonder te willen pleiten voor een overdreven enthousiasme rond het toelaten van dieren, onlangs de aandacht van de verantwoordelijken van bejaardeninstellingen getrokken op het belang van het opnemen van huisdieren in een algemeen animatieprogramma ten voordele van de inwoners. Een programma waarin een geriater, dierenarts, kinesitherapeut of om het even welke andere specialist nuttig kunnen betrokken worden.


... en wat de geriaters ervandenken.

Om de gegrondheid van deze aanbeveling te controleren, heeft Ethologia een bijkomende studie gedaan bij diegenen die het best geplaatst zijn om de steun van het dier op de gezondheid van de ouderlingen in te schatten: de geriaters.
Hun antwoord is unaniem en duidelijk: 95 % van hen raadt deze aanwezigheid aan en doet zelfs een sterke aanbeveling. De geriaters vinden zelfs dat dit een positieve invloed heeft op de gezondheid van de bejaarden. Een invloed die zich zowel of fysiek (motoriek) en op moreel vlak (psychisch, sociaal, affectief, emotioneel) als op de gezondheid in het algemeen, toont. De nadelen, zoals zoönosen (ziekten overdraagbaar door het dier), beten en allergieën worden zelden aangehaald.

In geval van ziekte of weduwschap wordt het gezelschapsdier bovendien beschouwd als een belangrijke morele steun waarmee de senior deze moeilijke tijd beter kan doorkomen. Hierbij aansluitend, willen we u ook herinneren aan de recente studies die gedaan werden in de Verenigde Staten, Groot Britannië en Australië, waaruit bleek dat het dier een rol kan spelen in het therapeutisch proces: zijn aanwezigheid "catalyseert" het genezingsproces -fysiek of mentaal- en kan het zelfs versnellen.

Welke dieren raden de geriaters aan? Een grote meerderheid kiest voor de hond,op voorwaarde dat hij klein is (de beperkte mobiliteit omwille van hun leeftijd laat niet veel ouderlingen toe een groot dier uit te laten) en een goed karakter heeft. Katten staan op de tweede plaats in de "hitparade" van de geriaters, die in mindere mate vogels en vissen aanbevelen. Hamsters, ten slotte, krijgen geen vermelding.

Volgens de opiniepeiling kan het soms nagatieve gedrag van bepaalde directeurs van bejaardeninstellingen verklaard worden door het feit dat ze bijna nooit vragen stellen aan de geriaters over de gevolgen die de scheiding met hun dier kan hebben voor de bewoners of het opnemen van een dier in de instelling. Evenmin worden er vragen gesteld over de risico's of de voordelen van deze aanwezigheid. Waardoor veel duidelijk wordt.

Ethologia houdt natuurlijk de resultaten van deze twee studies ter beschikking van de verantwoordelijken van bejaardeninstellingen en kan hen eventueel begeleiden bij een project waarbij een viervoeter wordt ingeschakeld in hun animatieprogramma.



3. Wanneer het dier actief deelneemt aan de therapie.

"Dieren toegelaten": een "pluspunt" voor de instellingen.

Een voor te bereiden integratie.

Stel u eens een instelling voor (ouderlingentehuis, ziekenhuis, rusthuis), waar patiënten en huisdieren goed kunnen samenleven. "Absurd en onverantwoord" zullen sommigen denken. Nochtans lijkt de idee, als men het wat van dichterbij bekijkt, de goede richting uit te gaan, want zo reconstrueert men trouw het milieu waarvan de patiënt vaak gevoelsmatig verbonden is. En juist daar hebben de instellingen met een dilemma te kampen: hoe de imperatieven vereningen die uit hun opdracht voortvloeien en hun wens om de patiënten een aangename en gastvrije omgeving te bieden, aangepast aan hun fysisch en psychologisch welzijn?

Het volstaat niet de ruimte herin te delen, de vertrekken zo in te richten dat er wat plaats is voor de huisdieren. Men moet er ook op letten dat hun aanwezigheid meer genoegen dan problemen met zich brengt, door hun integratie zorgvuldig voor te bereiden. Vele pogingen waren al tevergeefs door een gebrek aan kennis, aan organisatie of aan opvolging. Maar één keer dat deze voorwaarden vervuld zijn, zal de nieuwe omgeving andere, soms onverwachte, maar altijd positieve perspektieven bieden.


Dier voor communicatie.

Laten we het Canadees voorbeeld nemen van een belangrijk rusthuis in Montreal, waar de verantwoordelijken beslist hebben voor de oudere personen vogels in te voeren (kanaries en parkieten). De meest validen zorgen voor de voeding en het onderhoud van de kooien, terwijl de anderen navraag komen doen naar de gezondheid van de vogeltjes of met hen komen praten als lotgenoten. Al spoedig mondde deze eerste communicatie spontaan uit in een rijker samenleven: kleine groepjes van gepensioneerden vormden zich rond de kooien, er ontstonden informele conversaties en er werden zelfs kleine zithoekjes in de buurt van de kooien geïnstalleerd.

Dier voor genezing.

Maar de heilzame gevolgen van de aanwezigheid van een dier, vinden ook een verlenging in het therapeutisch proces: de psychiater, de psycholoog of de kinesist benutten het dier als een ideaal medium, waardoor een dialoog makkelijk op gang komt en die toelaat de therapeutische behandeling te starten. Op psychisch vlak bezorgt het dier de patiënt geborgenheid, maakt de therapeutische confrontatie minder dreigend en vergemakkelijkt zo ook het verloop van de behandeling.

De Britse vereniging voor dierenbescherming "Pro-Dogs National Charity" biedt hospitalen of ouderlingentehuizen het bezoek van één van haar 5.000 huisdieren (meestal honden) aan die, vergezeld van hun baasje, de namiddag komen doorbrengen bij de zieken. De vereninging ondervindt reeds de grootste moeilijkheden om aan de vraag te voldoen: de toestand van sommige patiënten verbetert aanzienlijk en de artsen beginnen zelfs dieren voor te schrijven om de zieken, die het lachen verleerd hadden, op te monteren.
Kinesisten kunnen op hun beurt profiteren van de medewerking van huisdieren die de patiënt makkelijk aanzetten tot eenvoudige, geïntegreerde, fysieke oefeningen en tot kinesitherapeutische behandelingen. Met een poes spelen of ze aaien, met een hond gaan wandelen, hem een bal werpen, enz... blijven heel eenvoudige bewegingen die het psycho-motorisch evenwicht van de zieken verbetert.


Het dier heilzaam voor iedereen.

Talrijke therapeuten (dokters, pediaters, geriaters, psychiaters, psychologen, kinesisten...) zijn tegenwoordig overtuigd, door experimenten, van de fysieke en psychologische weldaden van de aanwezigheid van het dier in de instellingen. Maar het zijn niet de enige professionelen die van de aanwezigheid van gezelschapsdieren profiteren. Talrijke studies hebben aangetoond dat het dier, door de aandacht van de patiënten te trekken, bijdraagt tot de ontspannen sfeer in een instelling. De onnodige oproepen verminderen en het verplegend personeel, dat minder gevraagd wordt, blijft nu meer ter beschikking voor de gevallen die echt een interventie nodig hebben. Andere aanwezigheden, andere sfeer,...

Al zijn deze experimenten voor de intergratie van het dier in instellingen nog in volle uitbreiding, toch blijven ze momenteel nog teveel het initiatief van de Angelsaksische landen. We merken nochtans op dat vele instellingen in Frankrijk op de voet volgen. Op weg naar de geheimen die de mens en het dier harmonisch samenvoegen.



(info: o.a. Ethologia)




Image Hosted by ImageShack.us 
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 16:28 Reageer op dit bericht

Zoonosen of ziekten die van de dieren naar de mens overgaan (4) (Tante Lotte)


Toxoplasmose

Ziekteverwekker

Een eencellige parasiet, Toxoplasma gondii, veroorzaakt de zeer algemeen voorkomende infectieziekte toxoplasmose. Vrijwel alle diersoorten en de mens kunnen besmet raken.
De parasiet maakt verschillende stadia door gedurende zijn levenscyclus.
Katachtigen, wild en gedomesticeerd, zijn eindgastheer. Zij zijn de enigen waarbij een stadium van de parasiet voorkomt waarbij oöcysten (een soort eitjes) gevormd kunnen worden.
Alle andere dieren, inclusief de mens, zijn tussengastheren. Zij kunnen besmet raken met de parasiet, en de parasiet kan ook aan andere dieren overgedragen worden doordat de dieren elkaar opeten. In geen van deze tussengastheren kunnen echter oöcysten gevormd worden.
Uiteindelijk zijn de katachtigen altijd het oorspronkelijke reservoir van Toxoplasma.

Besmettingsbron en wijze van overdracht

Het oöcyste producerende stadium van Toxoplasma bevindt zich in de darmwand van katten. De oöcysten komen met de kattenmest in het milieu terecht, waar zij heel lang kunnen overleven.
De tussengastheer neemt de oöcysten op. Dit kan op vele manieren gebeuren : doordat voeding besmet raakt (bijvoorbeeld sla uit de moestuin), doordat men in de tuin werkt en de eitjes uit de aarde op de handen blijven zitten, doordat de eitjes in een waterreservoir terecht gekomen zijn waaruit geput wordt om voeding te bereiden of te wassen etcetera. Voornamelijk jonge katten scheiden, als ze zelf besmet zijn, enige tijd eitjes uit .
In de tussengastheer, dit kan de mens zijn, komen er uit de eitjes een soort banaanvormige eencellige vormen van de parasiet, tachyzoiet genaamd, die zich door het lichaam naar alle weefsels verspreiden. Door de afweerreactie die in het lichaam optreedt, lopen deze tachyzoïeten uiteindelijk ergens vast en er komt een kapsel omheen. Dit stadium heet een bradyzoiet. Deze bradyzoïeten vermenigvuldigen zich niet meer en blijven op hun plek. Ze kunnen jaren, tot levenslang, overleven.
Als een tussengastheer een andere tussengastheer opeet (bijvoorbeeld een vos eet een muis, of een mens eet lamsbout, biefstuk of ander vlees) dan worden deze bradyzoïeten weer ‘actief’. Het worden weer tachyzoïeten die zich in het lichaam van de volgende tussengastheer gaan verspreiden, net zo lang tot ze ergens in het weefsel vastlopen.
Alle dieren en de mens kunnen zich besmetten met deze beide vormen van de parasiet (de oöcyste die door de kat uitgescheiden wordt en de bradyzoiet in het vlees van een tussengastheer).
In uitzonderlijke gevallen kunnen ook tachyzoïeten die in de melk van lacterende dieren uitgescheiden worden voor een besmetting zorgen.

Mensen kunnen de besmetting niet op elkaar overdragen (tenzij bij transplantatie het donororgaan besmet is), BEHALVE zwangere vrouwen. Bij hen kan Toxoplasma door de placenta heen naar de ongeboren baby gaan, en daar ernstige schade aanrichten, afhankelijk van het moment in de zwangerschap waarop dit gebeurt.

Ziekteverschijnselen bij de mens

Een Toxoplasma-infectie bij de mens, door opname van oöcysten of besmet vlees, wordt vaak niet opgemerkt, aangezien de infectie zelden tot ziekteverschijnselen leidt. Eventuele tekenen van infectie zijn weinig specifiek: moeheid, lusteloosheid, soms wat koorts. Bij een minder frequente vorm, die sterk doet denken aan de ziekte van Pfeiffer, worden daarnaast ook vergrote lymfeknopen gezien, evenals spierpijn, lever- en miltvergroting. Soms vertoont de patiënt een ernstiger ziektebeeld, dat is vooral het geval als er sprake is van een verminderde afweer. Ernstige oogontstekingen, longontsteking en hersenvliesontsteking kunnen dan optreden. Bij 10 procent van de Europese HIV geïnfecteerde patiënten veroorzaakt een Toxoplasma-infectie hersenabcessen en hersenontstekingen.

Infectie tijdens de zwangerschap
In principe zal bij vrouwen die al eens in hun leven (ongemerkt) met Toxoplasma besmet zijn geraakt geen besmetting van het ongeboren kind optreden. De moeder heeft antilichamen tegen de parasiet in haar bloed en de parasiet zal geen kans zien om zich in het moederlichaam te vermenigvuldigen en om door de placenta heen naar het kind gaan.
Bij een eerste infectie tijdens de zwangerschap vindt tot ongeveer 40 procent van de gevallen overdracht van moeder op kind plaats. De verschijnselen bij het kind zijn dan afhankelijk van het stadium van de zwangerschap.
Infecties vroeg in de zwangerschap leiden, gezien de kwetsbaarheid van zich ontwikkelende orgaansystemen, veelal tot ernstige afwijkingen. Een miskraam zal vaak het gevolg zijn. Bij de geboorte ziet men dan onder andere een waterhoofdje, verkalkingen in de hersenen en ontwikkelingsstoornissen (te klein hoofd, blindheid).
Latere infecties kunnen leiden tot vroeggeboorte, waarbij de baby’s heftige verschijnselen van een infectieuze ziekte hebben: koorts of instabiele temperatuur, uitslag, bloedarmoede, geelzucht en lever- en miltvergroting. Ook doodgeboorte kan ten gevolge van toxoplasmose voorkomen. Vaak is de infectie bij de geboorte echter nog niet zichtbaar. Verschijnselen kunnen dan veel later nog optreden, waarbij alsnog ernstige schade wordt veroorzaakt, met name in het oog. Ten gevolge van ontsteking en steeds verdere beschadiging van het netvlies treedt gezichtsverlies op.

 

Ziekteverschijnselen bij het dier

Bij dieren zien we vrijwel geen symptomen ten gevolge van een Toxoplasma-infectie. Hetzelfde geldt voor katten. Een enkele keer worden wel bij jonge katjes ziekteverschijnselen gezien (diarree, hersenvliesontsteking, leverontsteking, longontsteking). Een relatief veel voorkomend probleem bij landbouwhuisdieren, met name bij schapen, is het optreden van abortus.

Preventie

Allereerst moet vlees altijd goed gaar worden gegeten want hitte maakt bradyzoïeten onschadelijk. Verder moet men vermijden dat katten kunnen komen op plaatsen waar veel kinderen spelen (door bijvoorbeeld een deksel op de zandbak te leggen). Was groenten en fruit (uit eigen tuin) altijd heel goed en draag handschoenen bij het tuinieren.
De kattenbak dient iedere dag schoongemaakt te worden (de eitjes worden pas na 48 uur infectieus).
Zwangere vrouwen kunnen beter geen kattenbakken verschonen. Was altijd goed de handen na contact met aarde, zand, vuil, stro of kuilvoer.
Zorg voor een perfecte hygiëne rond het afkalven of rond de geboorte (of abortus) van geitjes en lammetjes: zorg dat eventuele bezoekers niet te dichtbij komen, draag beschermende kleding (ook lange plastic handschoenen), vermijd contact tussen handen en gezicht.

  In samenwerking met dierenartsen en klinieken

 




Image Hosted by ImageShack.us
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 15:54 Reageer op dit bericht

Meer van mailgroep huisdieren

↑ Terug naar de berichten