Naar de inhoud

mailgroep huisdieren

akke.beakke.be
Hallo bezoeker, welkom op het blog van de Mailgroep Huisdieren, een hechte groep Dierenvrienden-SeniorenNetters, die er zijn voor, door en met elkaar. Op dit blog kunnen jullie kennismaken met onze dieren, tips vinden over de verzorging en de gezondheid van de dieren, dierengedichten en dierenartikels lezen, werkjes in verband met dieren bekijken, enz. Veel kijk- en leesplezier!

Categorie: Paard

Dieren op de weide tijdens de vrieskou: wat kan er?

Dieren op de weide tijdens de vrieskou: wat kan er?

 
Tijdens een koudegolf hebben mensen meer aandacht voor dieren in de weide. De Inspectiedienst Dierenwelzijn van de FOD Volksgezondheid heeft de afgelopen dagen heel wat ongeruste telefoontjes gekregen, vooral over schapen en paarden. Maar onder bepaalde voorwaarden kunnen sommige dieren gerust tijdens vriesweer op de weide blijven staan. Een woordje uitleg…

Om dieren tijdens de vrieskou buiten te kunnen laten staan, moeten ze eerst en vooral in goede gezondheid verkeren. Ze mogen niet te mager zijn, want een laagje vet isoleert goed. Piepjonge maar ook oudere dieren horen niet thuis op een weide als het vriest. De dieren moeten een goede wintervacht hebben.

Vers drinkwater is onontbeerlijk. Het water moet regelmatig vervangen worden zodat het niet kan bevriezen. Voldoende voeding is nog belangrijker dan in normale omstandigheden. Hoe kouder het wordt, hoe hoger de energiebehoefte van het dier is. Bij -10°C verbruikt een dier al snel 35% meer energie.

Een schuilhok is nodig zodat de dieren op de weide zich kunnen beschermen tegen neerslag en wind en een droge ligplaats hebben. Wind doet de gevoelstemperatuur gevoelig dalen en vochtigheid zorgt voor een hoger energieverbruik bij de dieren.

Niet alle dieren zijn even geschikt om op de weide te staan tijdens vriesweer. Schapen en geiten zijn iets minder koudebestendig dan runderen en paarden en worden bij extreem lage temperaturen best binnengehaald.

Als u een probleem ondervindt met een dier op de weide, kunt u de Inspectiedienst Dierenwelzijn contacteren ( dierenwelzijn.gent@gezondheid.belgie.be ). Gezien de hoge werklast, vraagt de inspectiedienst om de situatie zo goed mogelijk te beoordelen voor u contact neemt. Een groot aantal klachten blijken na controle immers ongegrond en staan zo noodzakelijker controles in de weg.

(FOD Volksgezondheid)

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 23:14 Reageer op dit bericht

Peesproblemen bij paarden

PEESPROBLEMEN

EEN LANGE WEG NAAR HERSTEL

Tekst: Tim Samoy (Dierenkliniek De Morette)
Foto's: Dierenkliniek De Morette/ Karin Gillain

Vele paardeneigenaars worden zenuwachtig bij het vaststellen van een peesletsel bij één van hun paarden. Peesletsels worden in de paardenwereld vaak in één adem uitgesproken met een langdurige rustperiode, intensieve opvolging door de dierenarts en een grote kans op herval.

Paarden die presteren op topniveau zijn onderhevig aan enorme krachten inwerkend op hun ledematen. Dit vraagt een enorme belasting van zowel gewrichten als van weke delen waaronder ligamenten en pezen.

ANATOMIE

De meest voorkomende peesletsels komen voor ter hoogte van de buigpezen van de voorbenen. De verschillende buigpezen bevinden zich aan de achterzijde van het pijpbeen, waarbij van achter naar voren, de oppervlakkige buiger, diepe buiger, check ligament en interosseuspees gelegen zijn.

De meest oppervlakkige gelegen pezige structuur is de oppervlakkige buiger. Deze maakt de verbinding tussen enerzijds de buigspieren en anderzijds de achterzijde van het kroon- en kootbeen. Onder deze oppervlakkige buiger bevindt zich de diepe buiger, die de verbinding vormt tussen buigspieren en het hoefbeen. Het distale check ligament is een ligamentaire structuur tussen het bovenste gedeelte van het pijpbeen en de voorzijde van de diepe buiger. Tegen de achterzijde van het pijpbeen bevindt zich de interosseuspees. Deze vertrekt aan de bovenzijde van het pijpbeen tussen de beide griffelbeenderen en hecht zich vast door middel van twee schenkels op de beide sesambeenderen ter hoogte van de kogel.

De verschillende pezen hebben enerzijds als doel de kogel te ondersteunen om doorzakken te vermijden. Anderzijds staan ze in voor het overbrengen van de krachten van de spieren naar het skelet, wat een voorwaartse beweging mogelijk maakt.

Een pees bestaat uit een grote hoeveelheid van vezels die gegroepeerd liggen, allen georiënteerd in dezelfde richting. Dergelijke opbouw zorgt voor een optimale treksterkte en elasticiteit. De pees vormt de verbinding tussen enerzijds de spierbundel en de botstructuren. De interosseuspees en het check-ligament zijn hier echter een uitzondering op. De interosseuspees vormt de verbinding tussen het bovendeel van het pijpbeen en de beide sesambeenderen onderaan. Het check-ligament vormt de verbinding tussen het pijpbeen en de diepe buigpees.

ONTSTAAN VAN PEESLETSELS

Tijdens de normale beweging zijn de verschillende peesstructuren onderhevig aan een welbepaalde belasting. Bij een zeer intensieve arbeid benadert de lengte van de verschillende vezels vaak maximale uitrekking. Bij repetitieve benadering van deze fysiologische limiet vergroot de kans dat er verschillende vezels gaan scheuren. Door het doorscheuren van deze vezeltjes gaat de gehele pees inboeten aan treksterkte en elasticiteit. In de normale situatie worden de beschadigde vezels op zichzelf hersteld, maar bij intensieve arbeid krijgen dergelijke vezels onvoldoende tijd om zich te gaan recuperen, waardoor steeds een groter percentage aan vezels beschadigd geraakt. Dit kan dan aanleiding geven tot een ernstig peesletsel. Peesletsels zullen zich voornamelijk manifesteren in het middelste centrale gedeelte van de pees. Door het grote aantal vezels die aangetast geraken, treedt er tevens een ontsteking of inflammatie op ter hoogte van het letsel.
Het optreden van een acuut peestrauma ten gevolge van een slag van een ander paard is zelden, maar niet onbestaande.
Aangetaste pezen hebben een groter risico voor het optreden van recurrente problemen.

Foto's : links zie je bovenaan een landkaartvormige donkere zone in de oppervlakkige buigpees; rechts zie je hetzelfde letsel op een longitudinale peesscan.

PREDISPONERENDE FACTOREN

Het ontstaan van een peesletsel kan vaak gepaard gaan met predisponerende factoren.

Conformationele afwijkingen:
Standafwijkingen brengen een groter risico met zich mee bij het ontstaan van peesletsels. Zo zullen holle knieën, waarbij de voorknie meer naar achter toe gebogen is, een grotere kans op peesletsels geven. De continue krachten die hierdoor op de verschillende peesstructuren werken zijn veel groter in vergelijking met een rechte beenstand. Bijkomend veroorzaken een lage hielconformatie of een lange teen eveneens een grotere belasting op de buigpezen. Men benadrukt hierbij nog eens het grote belang aan een goed hoefbeslag.

Onvoldoende trainingsopbouw:
De elasticiteit van de verschillende pezen kan geoptimaliseerd worden door een goed trainingsprogramma te volgen. Het geleidelijk opbouwen van arbeidsintensiteit is uitermate belangrijk in het voorkomen van zowel peesaandoeningen als gewrichtsproblematiek. Bijkomend is de dagelijkse opwarming alvorens aanvatting van de effectieve training eveneens essentieel. Weefselmoeheid ten gevolge van onvoldoende uithouding en/of conditie kan aanleiding geven tot sneller optreden van een peesletsel. Te snelle hervatting van de training na een peesaandoening verhoogt het risico op herval. Dergelijk herval is vaak meer uitgebreid en prognostisch minder goed.

Slechte trainingsomstandigheden:
Een aangepaste ondergrond voor het werken met paarden is zeer belangrijk in het voorkomen van peesletsels. Een te harde bodem, zal minder efficient de verschillende krachten opvangen. Bij impact van een grote hoeveelheid kracht is de vervorming van de bodem bij steunname één van de factoren die verlichtend werkt op de verschillende weke delen van de paarden. Een te zachte of onregelmatige bodem is echter eveneens niet goed. Bij het aanleggen van de pistebodem moet men een evenwicht vinden tussen enerzijds een veerkrachtige bodem die een vlotte beweging van het paard mogelijk maakt en anderzijds voldoende structuur in de bodem. Het aanleggen van een goede bodem zal steeds een vakmanschap blijven.

Te strakke bandagering:
Recentelijk werd aangetoond dat het te strak bandageren van pezen een significante verhoging van de lokale temperatuur veroorzaakt. Door deze sterke temperatuursverhoging krijgt men een invloed op de bloedvloei ter hoogte van de benen waardoor schade sneller kan optreden. Bij het gebruik van beenbeschermers is het van cruciaal belang ze niet te strak aan te spannen en ze eveneens na de training onmiddellijk te verwijderen. Op deze manier verkleint men de kans op het induceren van vezelzwakte en peesletsels.

SYMPTOMEN:

Peesletsels worden vaak opgemerkt door het optreden van een zwelling aan de achterzijde van het pijpbeen. Dergelijke zwelling is pijnlijk bij palpatie. Niet alle peesletsels zijn noodzakelijk geassocieerd met een kreupelheid. Bij verderzetting van werk kan kreupelheid ontstaan.
Bij het opmerken van een zwelling ter hoogte van de verschillende buigpezen is het steeds aangewezen een echografisch onderzoek te laten uitvoeren. Op deze manier kan de inwendige structuur van de verschilende pezen in 2 richtingen bekeken worden. Door middel van de echografie kan de oriëntatie van de verschillende peesvezels bekeken worden. Bij acute peesletsels kan men echografisch in het inwendige deel van de pees een zwarte vlek opmerken. Naargelang het herstel kan men een geleidelijke terugkeer van vezels ter hoogte van het letsel zien. Men ziet het frequentst een aantasting van de oppervlakkige buiger.

MOGELIJKE BEHANDELINGSSTRATEGIE:

De essentiële sleutel tot een volledig herstel van een opgelopen peesletsel is het inbouwen van een adequate rustperiode, waarbij het paard in geen geval in vrijheid mag bewegen. Deze rustperiode is kan oplopen van enkele weken tot verschillende maanden en dient te worden aangepast op basis van de grootte van het letsel. Afhankelijk van de uitgebreidheid van het letsel wordt geopteerd voor een strikte boxrust of het onmiddellijk starten van gecontroleerde beweging onder de vorm van dagelijks stapwerk. Afkoelingstherapie geeft een duidelijke meerwaarde bij de behandeling van peesletsels. Dit is enkel van belang in het acute stadium voor het kalmeren van het initiële onstekingsproces. Deze therapie kan op verschillende manieren worden ingevuld waaronder het afspuiten met koud water en/of het gebruik van Ice-Packs. Heden ten dage zijn er verschillende commerciële produkten op de markt die het diepe afkoelen van het peeswefsel tot doel hebben. Een voorbeeld hiervan zijn speciale ontwikkelde cryo-compressen.
Sinds verschillende jaren zijn nieuwe technieken ontwikkeld voor het optimaliseren van een goede heling, waaronder stamceltherapie en Platelet enriched plasma (PRP).,.


STAMCELTHERAPIE:

Stamcellen zijn ongedifferentieerde cellen die zich kunnen omvormen in verschillende typen van weefsels, afhankelijk van het weefsel waarin ze zich bevinden. Dergelijke cellen bieden heel wat voordelen in zowel de humane - als in de diergeneeskunde.

De stamcellen kunnen afkomstig zijn uit enerzijds een embryonaal stadium of anderzijds van het volwassen individu. Het collecteren van stamcellen gebeurt door afname van vetweefsel. In een gespecialiseerd labo kunnen vanuit het vetweefsel de stamcellen gekweekt worden. Het voordeel van dergelijke afname is dat de kweek van de stamcellen weinig tijd in beslag neemt en de collectie geen risico met zich meebrengt. Onder rechtstaande sedatie, lokale verdoving en na steriele preparatie wordt net naast de staartbasis een kleine incisie van een tiental cm gemaakt.






Foto's : vetstaalname via een kleine chirurgische ingreep naast de staartbasis laat kweken van stamcellen in het labo toe. Het litteken is minimaal.
Het vetweefsel wordt zorgvuldig weggesneden. Een hoeveelheid vet ( ca. Een koffielepel) laat ons toe in 8-10 dagen twintig miljoen stamcellen te cultiveren. De stamcellen die bewaard worden in een fysiologische oplossing worden zo snel mogelijk naar een met ons samenwerkend labo doorgestuurd. Hier worden de stamcellen verder gekweekt en na 8-10 dagen opnieuw op onze kliniek geleverd waar ze onmiddellijk dienen te worden ingespoten ter hoogte van het letsel. De inspuiting van de stamcellen ter hoogte van het peesweefsel gebeurt onder echografische begeleiding om ervoor te zorgen dat ze op de exacte plaats ingebracht worden. Er bestaat tevens een tweede manier voor het verzamelen van stamcellen waarbij door een beenmergpunctie ter hoogte van het borstbeen stamcellen geïsoleerd en verder gekweekt worden.
Het revalidatieprograma is strikt afhankelijk van de ernst van het letsel en kan verschillende maanden in beslag nemen. Echografische opvolging elke 4 weken wordt geadviseerd voor het accuraat aanpassen van de revalidatie. De gecontroleerde bewegingen die dienen uitgevoerd te worden stimuleren de correcte orïentatie van de verschillende peesvezels.

PLATELET RICH PLASMA (PRP):

PRP-behandeling is eveneens een nieuwere techniek voor het behandelen van pees- en/of ligamentletsels. Bijkomend kan het een positieve invloed hebben op de heling van uitgebreide wonden. De afkorting PRP staat voor Platelet Rich Plasma. Hierbij bedoelt men het plasma van het paard dat door verwerking van het totale bloed een verhoogde concentratie aan bloedplaatjes bezit. Deze bloedplaatjes bevatten op hun beurt een groot arsenaal aan groeifactoren die de heling van pezen, ligamenten en wonden kan bevorderen. Na bloedname worden de verschillende fracties van het bloed gescheiden waardoor men het plasma met bloedplaatjes overhoudt.Dit dient dan vervolgens onmiddellijk onder echografische begeleiding geïnjecteerd te worden ter hoogte van het letsel. Door de injectie hiervan bekomt men een bepaalde activeringsreactie die de heling bevordert.

PREVENTIEVE MAATREGELEN:

Verschillende maatregelen kunnen worden genomen om peesletsels te voorkomen. Hierbij is het in eerste instantie van groot belang een aangepast en opbouwend trainingsschema te volgen. Dagelijkse controle van de verschillende pezen door grondig onderzoek op temperatuursverhoging, zwelling en/of pijnlijkheid kunnen bepaalde zaken aan het licht brengen, die aanwijzen dat er zich bepaalde problemen ontwikkelen. Bij een goede opvolging hiervan kunnen heel wat grotere problemen in de toekomst vermeden worden.

BESLUIT:

Het voldoende aandacht schenken aan de trainingsomstandigheden kan heel wat frustaties en problemen op vlak van de gezondheid van het beendergestel van de paarden vermijden. Bij een vroege herkenning van een probleem kan snel en adequaat ingegrepen worden, waardoor de verdere sportcarrière minder gevaar loopt.




Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door mailgroep om 14:12 Reageer op dit bericht

Diergeneeskundige keuring van het paard

Diergeneeskundige keuring van het paard

De aankoop van een nieuw paard is vaak een weg met vele hindernissen. Het aanbod is groot en de zoektocht lang naar het vinden van het geschikte paard op gebied van type, exterieur, afstamming, sportaanleg, karakter en prijs. Eenmaal de ideale kandidaat gevonden vormt het diergeneeskundig onderzoek de laatste horde naar de nieuwe stal. In dit driedelig dossier bespreken we de diergeneeskundige keuring van het paard. In het eerste deel richten we ons op het klinisch onderzoek. Het tweede deel staat in het teken van het radiografisch onderzoek en in het laatste deel belichten we verder aanvullend onderzoek zoals bijvoorbeeld endoscopie en echografie en geven we meer concrete voorbeelden.

DEEL 1 : HET KLINISCH ONDERZOEK


Een paard is een levend wezen en de aanschaf ervan houdt inherent een risico in. Toch wordt via een keuring een zekere garantie gevraagd voor de toekomt. Geen sinecure, want de diergeneeskunde is niet zwart-wit en er zijn heel veel individuele variaties tussen verschillende paarden. Ook eventuele ziekte of orthopedische aandoeningen kunnen zeer grillig en onvoorspelbaar verlopen. Een diergeneeskundige keuring is aldus een momentopname van de gezondheidstoestand van het paard.

Het klinisch onderzoek is het belangrijkste en vormt de basis . Via aanvullend onderzoek zoals radiografie en endoscopie wordt een zo'n volledig mogelijk beeld geschept en wordt een soort van risicoanalyse gemaakt. Alle bevindingen van de dierenarts tijdens het keuringsonderzoek worden opgetekend in een keuringsrapport , waarna na interpretatie van alle gegevens een advies wordt geformuleerd. Het is uiteindelijk aan de koper om de knoop door te hakken.

GEBRUIKSDOEL

Het klinisch onderzoek begint met een controle van het signalement. Ofwel wordt het signalement opgetekend, ofwel gecontroleerd aan de hand van het stamboekbewijs. Tegenwoordig dienen te paarden te zijn gechipt en wordt bijkomend het chipnummer afgelezen en vermeld op het keuringsdocument. Het protocol van elk keuringsonderzoek is in principe gelijk, maar naargelang het gebruiksdoel wordt een verschillend gewicht gegeven aan de gevonden bevindingen. Keuringsadviezen zijn om die redenen niet zomaar herbruikbaar bij eventuele latere doorverkoop. De waardeparameters bij de aankoopkeuring van een recreatiepaard zullen verschillen van deze van een Grand-Prix paard. Een onderscheid dient eveneens gemaakt te worden tussen een keuring voor de fokkerij (keuring als dekhengst, G-label keuring BWP) en keuring als sportpaard. Beide keuringen overlappen op vele gebieden, maar zijn niet identiek. Elk stamboek in België heeft zijn eigen verantwoordelijke keuringsinstantie (vb. Faculteit diergeneeskunde van Merelbeke voor het BWP, de faculteit van Luik voor het SBS en Dr. Leo De Backer voor Zangersheide). Hun advies is bindend voor het betreffende stamboek. Bij de keuring als dekhengst ligt de nadruk op de detectie van eventueel overerfbare aandoeningen. Het radiografisch onderzoek met o.a. controle op OCD fragmenten is dus zeer belangrijk. Een gunstig/ongunstig advies als dekhengst betekent dus niet noodzakelijk een gunstig/ongunstig advies als sportpaard of omgekeerd.
INSPECTIE/PALPATIE

Na controle van het signalement wordt het paard grondig bekeken en volledig afgetast op stand. Elk lichaamsdeel van de neus tot aan de staart wordt geïnspecteerd. Enkel de afwijkingen of klinisch belangrijke malformaties worden vermeld. Normale anatomische variaties worden niet noodzakelijk vermeld op het rapport. Er wordt gezocht naar eventuele littekens, zwellingen, warmte, gevoeligheden en gebreken. Het gebit wordt gecontroleerd op over- of onderbeet. Uitzonderlijke afwijkingen aan het hoofd kunnen zijn een niet volledig ontwikkeld traankanaal thv de neus of een chronische fistel aan de oorbasis tengevolge een ectopische tand.

De ogen moeten een mooi heldere cornea hebben en de pupil dient vlot te verkleinen onder invloed van licht. Het hart en de longen worden geausculteerd met een stethoscoop. Sommige bijgeruisen op het hart zijn fysiologisch en dienen onderscheiden te worden van de pathologische. Aanvullend onderzoek is hier soms noodzakelijk (zie deel III). Standafwijkingen van de ledematen worden genoteerd. Een erg vlaamse of franse stand hoeft niet noodzakelijk manken te geven, maar het belang op lange termijn wordt vermeld. Symmetrie bij beoordelen van afwijkende bevindingen is belangrijk. Een lichte opzetting van de sesamschede op beide achterbenen (galletjes) zijn minder belangrijk dan een opzetting van één enkele sesamschede. De voorvoeten zijn liefst symmetrisch in hoogte en vorm. Een milde asymmetrie wordt getolereerd, maar vraagt om alertheid. Een paard met een langdurige sluimerende pijn ontlast vaak subtiel het been. Bij langdurige ontlasting groeit de ene voet iets steiler en hoger uit dan de andere. We spreken van een onder- en overbelast patroon. Er dient opgemerkt te worden dat deze exterieurkeuring van het paard vanuit een diergeneeskundig standpunt gebeurt. Paarden met een matig exterieur kunnen perfect gezond zijn en aldus geen diergeneeskundige opmerkingen krijgen.

BEWEGINGSONDERZOEK

Het paard wordt bekeken in stap en draf op de harde bodem op rechte lijn en op volte naar links en rechts . Daarnaast wordt het paard gelongeerd op zachte bodem in draf en galop

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 22:42 Reageer op dit bericht

Hoe goed kunnen paarden tegen de koude ?

Hoe goed kunnen paarden tegen de koude, en hoe doen ze dat? Het komt neer op drie A's: Aanpassing, Acclimatisatie, Acclimatisering.

Aanpassing

Paarden zijn geëvolueerd in een veel kouder klimaat dan de mens. Het menselijk lichaam is gebouwd om warmte snel te kunnen afstaan, het lichaam van het paard is gemaakt om warmte te produceren en vast te houden. Een aantal opvallende aanpassingen zijn: Het enorme spijsverteringsgestel van het paard, uitgerust om zeer vezelrijk voedsel te verteren, produceert een enorme hoeveelheid warmte. (Zie ook Natuurlijke Voeding voor meer informatie daarover).
Het paard heeft een groot relatief rond lichaam, met een grotere inhoud/oppervlakte verhouding dan dat van de mens, en raakt dus per kilo lichaamsgewicht veel minder warmte kwijt dan wij. Maar ook de ledematen van het paard zijn heel fraai aangepast aan de koude: De benen van een paard bevatten veel minder spieren dan die van de mens, dus de benen hebben veel minder bloed nodig en koelen het bloed dus ook minder af. Vanwege het lagere metabolisme in de benen hebben de cellen in de benen ook minder moeite met lagere temperaturen. Menselijke tenen "bevriezen" vrij snel, maar paarden hebben zelden bevroren benen! Onze neuzen zijn meer gemaakt om de lucht te filteren dan om ze op te warmen, maar paardeneuzen zijn speciaal uitgerust om de lucht op te warmen. Paarden verliezen dan ook weinig warmte via de longen.

Acclimatisatie

Pilo-erection
Een voorbeeld van "pilo-erection".
Op deze koude februari-dag heeft Jack zijn vacht rechtop gezet zodat deze meer isolerende lucht omsluit. Op deze manier krijgt hij het niet koud.

Een deken zou dit onmogelijk maken omdat daarmee de vacht wordt platgedrukt.

Als de aanpassing of acclimatisering onvoldoende blijkt heeft het paard een heel scala aan "noodvoorzieningen" om snel de lichaamstemperatuur omhoog te krijgen.

  • Bibberen (of rillen). Bibberen is niets anders dan snel opeenvolgende spiercontracties. Spiergebruik produceert veel warmte, en met hun enorme spiermassa's zijn paarden uitstekende "bibberaars". Ze kunnen dit makkelijker en efficienter dan de mens.
  • Countercurrent heat exchange . Normaal gesproken stroomt het bloed vlak onder de huid alvorens naar de longen te gaan. Tijdens koud weer echter worden de bloedvaten vlak onder de huid afgesloten en stroomt het bloed dieper door de huid, de teruggaande bloedstroom wordt bovendien omgeleid en stroomt om de slagaderen heen (waardoor het bloed stroomt dat uit het hart komt). Het gevolg is dat het terugkerende bloed eerst wordt opgewarmd alvorens het terug gaat naar hart en longen.
  • Pilo-erection . Het paard zet (bijna onzichtbaar) de vachtharen ietwat rechtop, zodat ze meer isolerende lucht omsluiten.
  • Circulation shunts . Om de benen tegen bevriezing te beschermen, en tegelijkertijd het warmteverlies te beperken, kan het paard het bloed van de slagaderen rechtstreeks naar de aderen laten terugstromen. De lichaamscellen in de benen krijgen dan tijdelijk geen voeding meer (een paard kan dat doen omdat er in de benen zelf nauwelijks spieren zitten), het bloed wordt dan alleen gebruikt om de benen op te warmen, en zodra de benen weer warm genoeg zijn stroomt het bloed weer gewoon via de haarvaten.
  • Verhoogd metabolisme . Blijft het koud, dan produceert het paard meer cortisol, de bloeddruk, hartslag, en algeheel metabolisme gaat omhoog.

Acclimatisering

De hierboven beschreven noodvoorzieningen werken prachtig, maar kosten veel energie. Voor de langere termijn (het winterseizoen) treft het paard andere maatregelen. In de herfst maakt het paard een wintervacht, die in dikte wordt aangepast aan het temperatuurverloop. Deze wintervacht kan tot midden December nog worden aangepast aan de heersende temperaturen.
De wintervacht van een paard overtreft onze beste winterkleding! Er zitten verschillende soorten haren in de vacht: Fijne haren om te isoleren, stugge haren om de fijnere isoleerharen overeind te houden, haren om de regen te weren. Een paard waarbij de structuur van de vacht niet door borstelen wordt verwoest, en waarbij de vetlaag niet door shampo's en dergelijke wordt weggespoeld is zeer goed bestand tegen regen en zorgt ervoor dat de huid altijd droog blijft.
Wanneer de temperatuur omlaag gaat krijgt het paard meer honger. Hij gaat een isolerend vetlaagje opbouwen, en bovendien gaat zijn metabolisme langzaam omhoog.
Het resultaat is een juweeltje van temperatuurregulatie: Het paard gaat meer warmte produceren en bouwt tegelijkertijd een paar extra lagen isolatie.

Zweten, gevaarlijk of niet?

zwetengevaarlijkofniet.gif

Een hardnekkig misverstand is dat paarden kou vatten als ze bezweet de wei op gaan. Waarom is dat een misverstand en hoe is dit misverstand de wereld in gekomen?

Om dit goed te kunnen uitleggen is het nodig om stil te staan bij enkele natuurkundige feiten:

  • Iets dat nat is is nog niet per definitie koud. Kou ontstaat pas wanneer een vloeistof overgaat in een gas; verdamping dus.
  • Verdamping gaat sneller wanneer er een luchtstroom is. Denk aan wasgoed dat sneller droogt wanneer er een windje staat.
  • Iets dat nat is maar niet kan verdampen koelt niet af. Hierop berusten de zogenaamde natpakken die surfers en duikers dragen; die pakken lopen vol water maar omdat het water niet verdampt koelt het ook niet af.
  • Drogen kan op verschillende manieren: Dit kan door verdamping maar ook door het afvoeren van het water. Wanneer je een handdoek gebruikt droog je ook, maar zonder de afkoeling die je zou krijgen wanneer je droogt door verdamping.
  • Vocht heeft de neiging zich te verplaatsen naar nauwe ruimten. Zo drogen handdoeken omdat het vocht tussen de draadjes van de stof kruipt. We noemen dit de capillaire werking. Vacht heeft ook een capillaire werking: De nauwe ruimten tussen de haartjes zuigen vocht op.

Ok, wat heeft dit met paarden te maken? Nee, wacht nou even, laten we eerst eens kijken wat er gebeurt als wij mensen bezweet buiten gaan rondlopen:
Onze huid is nat en door de wind wordt onze huid gedroogd. De drogende factor is hier dus verdamping, en verdamping zorgt voor afkoeling. Als wij mensen nat buiten staan koelen we in een rap tempo af. Die afkoeling gaat zo snel dat we kou kunnen vatten.

021201p.jpg

Nu eindelijk naar de paarden. Wat gebeurt er als een paard zweet?
Als een paard zweet wordt allereerst de huid nat. Aangezien de huid niet bloot is vindt er echter geen rechtstreekse verdamping en dus afkoeling plaats. In plaats daarvan wordt het zweet door de capillaire werking van de vacht naar buiten getransporteerd. Het is aan de buitenkant van de vacht waar de verdamping en dus de afkoeling plaatsvindt.

Wat gebeurt er nu wanneer we een bezweet paard "zomaar" buiten neerzetten?
Zolang het paard het nog te warm heeft zal hij blijven zweten. Zolang je het te warm hebt kan zweten geen kwaad; mensen worden ook niet ziek als ze uit de sauna komen en in de vrieskou gaan staan.
Na een tijdje heeft het paard het echter niet meer te warm en houdt dus op met zweten. Wat er dan gebeurt is totaal verschillend van wat er bij mensen gebeurt: De huid droogt dan op, maar niet door de verdamping maar door de capillaire werking van de vacht. Die zuigt het zweet op (zoals een handdoek je opdroogt, dus zonder afkoeling) en het zweet verdampt aan de buitenkant van de vacht. Omdat we te maken hebben met verdamping koelt het daar natuurlijk wel af, maar dat is aan de buitenkant van de vacht!

Alle voorzorgen om paarden te beschermen tegen te snelle afkoeling zijn dan ook gebaseerd op antropomorfisme : Omdat wij mensen ziek worden als we bezweet in de wind gaan staan denken we dat dit dus ook wel voor paarden zal gelden. Maar niets is minder waar!

! Dat paarden kunnen zweten is niet zo vanzelfsprekend: De meeste dieren kunnen niet zweten! (honden, katten, konijnen, etc.) Het paard is blijkbaar speciaal geëvolueerd om te kunnen zweten en het is dan ook tamelijk merkwaardig om te veronderstellen dat hij daar niet tegen zou kunnen!

Dit gebrek aan natuurkundig inzicht en het daaruit volgende antropomorfisme doet mensen besluiten om dan maar een deken op het paard te leggen en daarmee de fantastische temperatuurregulatie van het paard te saboteren... En dat brengt ons op het volgende onderwerp.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 20:10 Reageer op dit bericht

Genoom van paard en mens verrassend verwant

Een genoom =
dubbel stel gelijke chromosomen normaal voor diploïede cellen;alle erfelijke factoren tezamen die in een individu aanwezig zijn
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/vertaal/NL/NL/genoom


Genoom van paard en mens verrassend verwant 


Een internationaal team van wetenschappers heeft het genoom van het paard ontrafeld.

Een opvallende vaststelling daarbij is dat het genoom van het paard grote gelijkenissen vertoont met dat van andere zoogdieren, zoals de mens, die genetisch dichter bij het paard staat dan bij de hond, zo schrijft het wetenschappelijk tijdschrift Science .

Zo zijn 17 van de 32 chromosomen bij paarden vergelijkbaar met die van mensen. Paarden zijn ook vatbaar voor meer dan 90 erfelijke ziekten die gelijkenissen vertonen met die van de mens. "Daardoor zou de identificatie van de genen die verantwoordelijk zijn voor deze ziekten ook het begrip ervan moeten verbeteren, zowel bij de mens als het paard", zo verklaart Kerstin Lindblad-Toh, hoofdauteur van het onderzoek en directrice wetenschappen aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT) en Harvard.

Het genoom van het paard bevat 2,7 miljard "letters" - de moleculen die het DNA vormen - en dat is net iets meer dan de hond en iets minder dan de mens (2,9 miljard letters).

Tot nog toe hadden wetenschappers al het genoom ontrafeld van het vogelbekdier, de muis, de rat, de chimpansee, de resusaap en natuurlijk de mens.

(Knack-Wetenschappen)

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 19:06 Reageer op dit bericht

Poe is met 2m05 het grootste paard ter wereld

Poe is met 2m05 het grootste paard ter wereld

In het Canadese Tupperville loopt dezer dagen het grootste paard ter wereld rond. Volgens metingen zou het dier 2m05 (van hoef tot schouder) groot zijn en meer dan 1.300 kilogram wegen. Daarmee steekt de tienjarige Poe het Texaanse paard Remington, dat 2m03 meet, de loef af. "Binnenkort hoop ik de jongens van het Guinnes Book of World Records naar hier te halen", zegt eigenares Shereen Thompson in de Daily Mail.

Iedereen wil tegenwoordig de immens populaire Poe, genoemd naar auteur Edgar Allen Poe, zien. Daarom schuimt Thompson de ene beurs na de andere af. "Toch houden de toeschouwers afstand, want zo'n kolos kan keihard uithalen. Ik heb het al mogen ondervinden. Toen hij een keertje wou spelen, sleurde hij me meters ver mee. Poe'tje kent zijn eigen krachten niet." (dea)

Bekijk de foto's hier
29/09/09 16u07
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 16:26 Reageer op dit bericht

Over paarden

Als niet paardenkenners hoor je die paardenliefhebbers hier (ja, want die edele viervoeter is toch ook een "huisdier") misschien wel eens van die vreemd klinkende woorden gebruiken. Daarom even iets meer over dat paardenjargon. En een blauwe klik leert je nog meer. Prettige ontdekkingsreis !

Anatomie

  • achterhand - dat deel van het paardenlijf achter het zadel
  • appelschimmel - grijs paard met donker gekleurde 'appels' (cirkels)
  • behang - lange beenbeharing aan de koten
  • benen - de poten van een paard worden door sommige paardenliefhebbers 'benen' genoemd, omdat ze vinden dat paarden 'edele dieren' zijn.
  • borst - gedeelte aan de voorkant tussen de voorbenen.
  • bruin paard - paard met bruin lijf en met zwarte manen, zwarte staart en zwarte onderbenen
  • droge benen - 'vel over been' op de benen, de gewrichten, spieren en aderen zijn goed zichtbaar; dit wordt erg gewaardeerd; men spreekt wel over 'glashard beenwerk'
  • hoef - harde hoorn om de laatste anderhalve vinger/ teenkootjes. Te vergelijken met de menselijke nagel.
  • hoefgewricht - het gewricht binnen in de hoef tussen het 2e en 3e vinger/teenkootje
  • hoofd - kop van een paard (zie opmerking bij 'benen')
  • koffer - het gedeelte van het lichaam tussen de voorhand en de achterhand, bijvoorbeeld: een paard kan 'een diepe koffer' hebben, d.w.z. een brede borstkas.
  • koot - onderste gedeelte van het been nèt boven de hoef, anatomisch gezien twee vinger- of teenkootjes
  • kogel - gewricht, plm. 10 cm boven de hoef (bij een mens: de knokkels tussen handrug en vingers/ voet en tenen)
  • koudbloed - zwaargebouwd trek- of werkpaard met een rustig (koelbloedig) temperament
  • maantop - langere haren (manen) vooraan boven op het hoofd en tussen de oren
  • manen - rij langere haren in de mediaanlijn van de nek tot de schoft.
  • mond - de bek (zie opmerking bij 'benen')
  • nek - een gedeelte van ongeveer vijf centimeter net achter het hoofd; de rest van de nek heet bij een paard 'de hals'. Het is het gewricht tussen schedel en eerste halswervel.
  • schoft - de kleine welving waar de rug overgaat in de hals, 'schouderhoogte'.
  • schofthoogte - afstand van de grond tot de schoft, ook stokmaat genoemd.
  • schimmel - wit paard dat donker geboren is
  • spronggewricht - gewricht halverwege het achterbeen; de 'enkel' van het paard, aan de achterbenen. Veel leken zouden dit de knie noemen maar dit gewricht buigt de andere kant op. De achterknie zit hoger, tegen de romp aan. Paarden lopen in feite op de toppen van hun tenen.
  • volbloed - paard met edelste kenmerken van de 'arabier' (woestijnpaard), slank en lichtvoetig. Renpaarden noemt men Engelse volbloeden.
  • voorhand - voorste ledematen, dat deel van het paardenlijf voor het zadel
  • voorknie - de pols van het paard halverwege het voorbeen. De elleboog zit weer hoger.
  • vos - roodbruin paard, ook aan de benen en de staart. (maar zie: bruin paard).
  • warmbloed - tussen koud- en volbloed in; een veelvoorkomend en veelzijdig kruisingsproduct, bijvoorbeeld gebruikt in de springsport , de mensport en in de dressuur
  • zweetvos - vos met blonde manen en staart.

Gangen

  • stap(voets) - gewoon lopen
  • draf
  • galop
  • linker galop , rechter galop
  • gestrekte galop
  • tact : dressuurterm, die vaak met 'snelheid' wordt verward. De tact is het ritme waarin de hoeven op de grond komen. Een dribbelstap heeft een hoge/ snelle tact, maar omdat het stap is, een relatief lage snelheid. Kalmeert het paard, dan kan de snelheid gelijk blijven, maar met de ruimere passen krijgt het dier een correcte, lagere tact.
  • telgang - gang waarbij twee benen links tegelijk worden verplaatst, gevolgd door twee benen rechts, zoals ook bij kamelen.
  • tölt

Medisch

Parafernalia

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 00:00 Reageer op dit bericht

Hoefijzer

Hoefijzer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie. Met een "klik" op de woorden in het blauw krijg je daar ook meer uitleg over. Veel leesplezier!

Hoefijzer
Passen van het hoefijzer.
Beslaan van het paard.
En netjes afwerken.
Hoefnagels
Smidse met hoefstal

Een hoefijzer is een metalen bescherming voor de hoeven van een hoefdier (meestal een paard of ezel ). Het is een vlak stuk ijzer met gaten, waardoorheen door een hoefsmid spijkers worden geslagen (hoefnagels genoemd) om het ijzer onder de hoef te bevestigen. Dit werk heet beslaan . De vorm van een hoefijzer volgt de rand van de hoef, met aan de achterzijde een opening.

Hoefijzers voorkomen dat de hoeven worden beschadigd. Vooral in streken met een vochtige grond die de hoeven relatief zacht maakt, voorkomen ze beschadigingen die tot infectie zouden kunnen leiden.


Types

Er zijn speciale hoefijzers voor verschillende functies. Er bestaan hoefijzers met punten aan de onderzijde, waarmee een paard op het ijs kan lopen en zo een slede of ar over het ijs kan voorttrekken. Het paard komt dan "goed beslagen ten ijs", iets wat in een Nederlands gezegde is verwerkt.

Materialen

Ieder paard heeft zijn eigen soort beslag. Er kunnen voor de hoefijzers verschillende materialen worden gebruikt. De materialen die gebruikt worden hebben allemaal een eigen functie. Het meest gebruikte materiaal

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 14:28 Reageer op dit bericht

Speciaal middel moet paardeneczeem bestrijden

Speciaal middel moet paardeneczeem bestrijden

 
Paarden kunnen ook flink last hebben van eczeem.

Paarden kunnen ook flink last hebben van eczeem.

ETTEN-LEUR - Jos van Melick uit Etten-Leur denkt de oplossing te hebben gevonden voor paarden-eczeem. Hij ontwikkelde een speciaal kruidendrankje.

Ecxeem is niet alleen een mensenkwaal. Ook paarden kunnen er last van hebben. De dieren hebben vooral last van eczeem rond de staart en manen. Dat kan voor flinke jeuk zorgen. Soms is die jeuk zo erg dat sommige paarden hun huid tegen bomen en hekken open schuren.  Jos van Melick denkt dat zijn middel uitkomst kan bieden.

Klik op het video-icoontje voor de reportage.


Een paard wordt met het middel van Jos van Melick behandeld.

Bron : Omroep Brabant
Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door mailgroep om 00:12 Reageer op dit bericht

Meer van mailgroep huisdieren

↑ Terug naar de berichten