Naar de inhoud

mailgroep huisdieren

akke.beakke.be
Hallo bezoeker, welkom op het blog van de Mailgroep Huisdieren, een hechte groep Dierenvrienden-SeniorenNetters, die er zijn voor, door en met elkaar. Op dit blog kunnen jullie kennismaken met onze dieren, tips vinden over de verzorging en de gezondheid van de dieren, dierengedichten en dierenartikels lezen, werkjes in verband met dieren bekijken, enz. Veel kijk- en leesplezier!

Berichten van 1 maart 2007 tot 31 maart 2007

De alpha hond (Tante Lotte)

De alpha hond

Wie is hier nou eigenlijk de baas?

Waarom toont mijn hond zo weinig respect?
Vraag: Help! Onze één jaar oude hond heeft totaal geen respect voor ons. We hebben een cursus in gehoorzaamheid met hem gevolgd, maar hij luistert nog steeds maar zelden naar ons. Hij heeft gewoon een eigen willetje en ondanks dat we hem erg veel aandacht geven, lijkt het wel of het nooit genoeg is. Hij duwt steeds tegen ons aan, en in zijn haast om het eerst buiten te zijn, drukt hij ons zelfs opzij met zijn lichaam als we door de voordeur gaan. Hij weigert van de bank af te gaan. Echt: alles moet op zijn manier gebeuren! Het is een schat van een hond, maar we hebben hem niet meer onder controle. Wat kunnen we nog doen?

Antwoord: U hebt helemaal gelijk, dit is een groot probleem. Het lijkt er op dat uw hond een probleem heeft met dominantie, en hij is hard op weg om bij u thuis de leider van het gezin (zijn roedel) te worden. Uw hond heeft de adolescentieleeftijd bereikt en gaat nu, net als een tiener, zijn grenzen opzoeken. Dit is de ideale leeftijd om deze problemen de kop in te drukken.

In de natuur
Honden leven van nature volgens een strikte rangorde. De groep honden waar hij in leeft noemen we zijn roedel. De roedelleider is de “alpha.” De alpha krijgt overal het beste van: hij krijgt het beste eten, de beste slaapplaats, het beste speeltje enz. De alpha mag ook alles als eerste doen: hij mag het eerst eten, hij mag als eerste weggaan en hij krijgt als eerste aandacht. Alle andere honden in de roedel respecteren de wensen van de alpha. Een alpha hond vraagt niet eerst als hij iets wil: hij eist het gewoon. En hij laat op niet mis te verstane manier weten dat hij iets wil.

Bij u thuis
Uw familie is de roedel van uw hond. De meeste honden voegen zich zonder veel problemen in een lagere positie in de rangorde van de familie. Ze doen wat u van ze verlangt en ze betwisten uw autoriteit zelden of nooit. Andere honden hebben meer problemen om zich aan te passen aan uw autoriteit. Soms omdat ze van nature een “leider” zijn. Soms omdat ze van nature een “sociale klimmer” zijn. Een sociale klimmer zoekt altijd naar manieren om te stijgen in de rangorde. Deze honden kunnen veel problemen veroorzaken als zij in een familie terecht komen die geen idee heeft van hun natuurlijke rangorde instincten. Gezinsleden kunnen soms ongewild hun hond aanmoedigen om de roedelleider te worden binnen het gezin. Ze behandelen de hond als gelijke, en niet als lagere in rang. Ze geven de hond speciale privileges, zoals toestemming om op de bank te liggen. Of ze laten de hond zelfs op hun bed slapen. Ze staan toe dat de hond ongehoorzaam is en niet naar hun bevelen luistert. In de natuur zou alleen de alpha hond deze behandeling krijgen. In de natuur moet een hond het niet wagen op de plek van de alpha te gaan slapen, of om bevelen te negeren: de hond zou genadeloos afgestraft worden.

U bent roedelleider
Honden hebben leiding nodig. Sterker nog: de meeste honden willen dit ook graag! Ze hebben een instinctieve behoefte om in hun roedel te passen. Ze hebben de zekerheid nodig van de wetenschap dat ze hun plaats weten en kennen. De meeste honden willen helemaal geen alpha hond zijn. Ze willen dat een ander de beslissingen neemt en ze willen dat iemand anders hun bevelen geeft. Maar als zijn mensen de leiding niet op zich nemen, zal de hond de rol van leider zelf op zich nemen. Om voor uzelf en uw gezinsleden de rechtmatige plaats van roedelleiders terug te krijgen, moet uw hond leren om onderdanig te zijn, en geen gelijke. Ooit wist hij dit wel, toen hij nog een kleine pup was. Ooit leerde hij dit namelijk van zijn moeder. Zij liet hem al vroeg in zijn leventje zien dat zij de alpha was, en dat hij haar diende te respecteren. Nu is het tijd om zijn geheugen op te frissen!

Hoe wordt u alpha?
Voordat u de hond van zijn alpha positie kan verdrijven, moet u eerst zelf alpha worden en zijn respect verdienen. Alpha is een houding. Het houdt in dat u zelfverzekerd bent, waardig en intelligent. Ook moet u een air van autoriteit uitstralen. Uw hond voelt zo’n houding vrijwel direct aan. Dit is immers hoe zijn moeder tegen hem deed. Kijk maar eens naar goede honden trainers: zij staan rechtop en gebruiken hun ogen en stem om de honden het idee te geven dat ze capabel genoeg zijn om te krijgen wat ze willen. Ze zijn kalm en rechtvaardig, liefdevol maar toch streng. De meeste honden zijn direct onderdanig als zij zo’n persoonlijkheid tegenover zich krijgen, omdat ze een alpha meteen herkennen en respecteren zodra ze ermee geconfronteerd worden.

Sta dus rechtop, met uw schouders naar achteren. Maak uzelf lang. Oefen een nieuw stemgeluid, één die diep en krachtig is. Vraag uw hond niet om iets te doen (of laten): vertel het hem! Hier zit een verschil tussen, en uw hond zal dit opmerken. Als alpha bent u gerechtigd om de regels op te stellen en om orders uit te delen. Uw hond zal dit instinctief begrijpen.

Neem de tijd
Omdat u hond er aan gewend is geraakt dat alles op zijn manier gebeurt, is het hoogstwaarschijnlijk dat er meer voor nodig is dan alleen een verandering in uw houding, om hem gehoorzamer te maken. De verandering zal in eerste instantie schokkend voor de hond zijn, maar u zult er versteld van staan hoe de hond de verandering van rangorde oppikt, en hoe graag hij u terwille zal zijn.

Gebruik commando’s
Uw hond kent het “zit” commando al. Nu moet u elke keer dat de hond iets wil (hetzij eten, hetzij een wandeling, hetzij aandacht, enz.) tegen de hond zeggen (niet vragen dus) dat hij eerst moet gaan zitten. Als de hond hieraan gehoor geeft, prijst u hem (“goedzo!”) dan geeft u hem het “vrij” commando en hetgeen waar hij om vroeg als beloning. Als de hond weigert te gaan zitten, loopt u weg en u negeert hem verder. Niet zitten: geen beloning! Als u denkt dat de hond het zit commando niet begrijpt, zult u hem meer training moeten geven, ook kunt u (nog eens) een cursus gehoorzaamheid met uw hond volgen. Als de hond niet doet wat u wilt, negeer hem dan. Geef hem niet wat hij wil en beloon hem op geen enkele manier.

Laat hem gaan zitten voordat u hem zijn eten geeft, laat hem zitten voordat u hem uitlaat. Laat hem voor u zitten voordat u hem gaat aaien, laat hem zitten voordat u hem zijn speeltje geeft. Is het uw gewoonte om gedurende de hele dag iets te eten voor uw hond te hebben staan? Stop hier dan mee! Geeft hem niet vaker dan twee keer per dag te eten, op tijden die u bepaalt. Haal de restjes weg. Wil uw hond niet gaan zitten voordat u hem eten geeft: geen eten! Loop weg en negeer hem. Haal het eten later weer tevoorschijn en zeg weer dat hij moet gaat zitten. Als u er zeker van bent dat uw hond donders goed begrijpt wat hij moet doen als hij het “zitcommando” hoort, zeg het dan niet vaker dan eenmaal. Hij heeft u de eerste keer heus wel gehoord. Geef de commando’s terwijl u staat en met een diepe, ferme stemklank.

Om te voorkomen dat hij tegen u aanduwt in de deuropening, voordat u samen de deur uitloopt, doet u hem een halsband om. Laat hem zitten terwijl u de deur opent en geef hem toestemming om naar buiten te lopen. “ Ok, of: Vrij!”

Aanraken
Alpha honden zijn het gewend om veel aangeraakt te worden. In een echt hondenroedel wordt hij voordurend aangeraakt, gelikt en verzorgd door de honden die lager in rang staan. Dit is een teken van respect en onderdanigheid. Totdat uw hond zijn houding heeft verbeterd, kunt u hem beter minder vaak knuffelen en aaien. Wanneer hij aandacht wil, laat u hem eerst zitten. Hierna kunt u hem prijzen en even kort aaien. Maar niet te lang. Ga gewoon verder met waar u mee bezig was en negeer hem verder. Blijft hij u lastig vallen, zeg dan op ferme toon: “Nee!” En negeer hem verder. Aai de hond wanneer u daar zin in hebt en niet alleen omdat de hond erom vraagt. Ga hierbij niet op u knieën zitten en ga zeker niet naast hem op de grond liggen. Dat is namelijk een teken van onderdanigheid voor uw hond. Aai, prijs en beloon de hond altijd vanuit een positie waarbij u hoger dan hem geplaatst bent.

Wilde spelletjes
Worstel niet met de hond als u met hem speelt. Speel ook geen wilde spelletjes. Sta ook niet toe dat andere mensen dit met uw hond doen. Dergelijke wilde spelletjes moedigen uw hond aan om mensen fysiek te domineren. In een nestje of in een roedel, betekenen dit soort spelletjes meer dan alleen spel; ze helpen, gebaseerd op fysieke kracht, om de rangorde te bepalen. U hond is al sterker en sneller dan u bent. Wilde, lichamelijke spelletjes bewijzen dit alleen maar aan hem.

Uw domein
Waar slaapt uw hond? Niet in uw slaapkamer en zeker niet in uw bed! Uw slaapkamer is uw speciale plek. Een alpha hond zal zichzelf als uw gelijke beschouwen als u hem toestaat om op uw slaapplaats te slapen. Uw slaapkamer moet verboden terrein voor uw hond zijn, in iedere geval zeker tot het moment dat uw hond zijn “alpha” problemen tot het verleden behoren. Het zelfde geldt voor het slapen / liggen op uw bank. Kunt u de hond er niet van weerhouden op de bank te gaan zonder dat dit een strijd wordt tussen u en hem: verbiedt hem dan (tijdelijk) om in de kamer te komen waar de bank staat.

Teken van succes
Als uw alpha training succesvol verloopt, zal uw hond in afwachting van uw goedkeuring en / of instructies naar u kijken, voor hij bepaalde dingen doet. Hij zal laten zien dat hij u graag pleziert. Kijk hoe uw hond u benadert en begroet. Komt hij met zijn kop en zijn oren omhoog op u af? Dit ziet er misschien mooi uit, maar betekent wel dat uw hond zich nog steeds “alpha” gedraagt, en dat u nog steeds problemen heeft! Een hond die mensen accepteert als zijn meerdere, zal u benaderen met zijn hoofd licht gebogen en met zijn oren naar achteren of opzij wijzend. Hij zal zijn hele lichaam een beetje laten “krimpen” als zichtbaar teken van onderdanigheid. Kijk hoe hij de rest van de familie begroet. Als hij sommige gezinsleden op de onderdanige manier begroet en sommige niet, dan moeten de gezinsleden waarbij hij dit niet doet harder werken aan hun “alpha technieken.”

Na de training
Wanneer uw hond zijn nieuwe manier van leven en zijn nieuwe positie binnen het gezin eenmaal geaccepteerd heeft, is het verstandig om (nog eens) een gehoorzaamheidstraining met hem te volgen, onder leiding van een gekwalificeerde trainer. Gehoorzaamheidstraining is een proces dat een leven lang duurt. Gehoorzaamheidscommando’s moet u regelmatig blijven oefenen en toepassen. Ook in een echt roedel herinnert de alpha hond zijn roedel er regelmatig aan dat hij de leider is, om zijn autoriteit nog eens te bevestigen. Bepaalde commando’s, zoals: zit en blijf, zijn erg geschikt om de hond er van tijd tot tijd aan te herinneren wat zijn plaats is binnen uw gezin, en wie er de baas is. Een goedgetrainde, gehoorzame hond die zijn plaats weet, is zelfverzekerd en zit lekker in zijn vel. Hij weet wat er van hem verwacht wordt. Hij kent zijn grenzen en weet wie zijn leiders zijn. Hij is vrij om uw geliefde gezelschap te zijn en niet uw baas!

*Noot van de vertaalster: Voor de leesbaarheid is dit artikel in de “hij” vorm geschreven. Vanzelfsprekend kan “hij” en “hem” overal vervangen worden door “zij” en “haar.”

 

  < Oorspronkelijk geschreven door: Vicky DeGruy >

 




Image Hosted by ImageShack.us
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 19:40 Reageer op dit bericht

De oorsprong van de huiskat (Tante Lotte)

De oorsprong van de huiskat

                                                      katten/92.gif

Voor de oorsprong van de kat moeten we terug naar ZuidOost Azië, vermoedelijk liggen hier de wortels van ons zo beminde huiskat. En niet alleen van onze huiskat, alle katten zijn volgens hetzelfde anatomische model geschapen en men neemt dan ook aan dat deze 'oerkat' kat zich evolueerde tot ondermeer onze huiskat maar ook de leeuw, tijger jaguar etc. Dat onze kat een gezamelijke voorvader heeft valt op te maken uit het anatomische model dat bij alle katten exact gelijk is. Uitzondering hierop is de Pampaskat met 18 chromosomenparen, de rest heeft er allemaal 19.

Onderzoekers delen de kat op in 2 groepen, tot de een behoren de Jachtluipaarden, leeuwen, luipaarden. deze groep kenmerkt zich doordat ze haar klauwen niet kan intrekken. De 2e groep waarin onze huiskat valt word weer opgedeeld in kleine en grotere rassen.

Behalve het niet in kunnen trekken van de klauwen verschilt de eerste groep ook nog op een ander punt van de groep tot waar onze huiskat toebehoort en dat is brullen.. Dit brullen word de eerste groep mogelijk gemaakt door het verbeende tongbeen Dit stukje extra kraakbeen heeft echter ook weer tot gevolg datze alleen bij het uitademen kunnen spinnen. de veel grotere poema die zowel bij het inademen als het uitademen kan spinnen behoort dan ook tot de zelfde groep als onze huiskat.

afstamming van de huiskat:
Onze huiskat komt dus voort uit groep 2 en onderzoekers stellen dat slechts een uit deze groep de voorvader van onze huiskat is nl de Afrikaanse izabelkat (felis silvestris lybica). Alhoewel in een later stadium inmenging van de wilde boskat (felis silvestris silvestris) en de steppekat (feils silvestris ornata) niet uitgeloten word.

Waarneer onze huiskat precies beloot dat de mens een goed partner was is niet helmaal duidelijk vermoed word dat dit omstreeks 2000 v. Chr. is geweest. de tijd dat de mens grote voedsel voorraden ging aanlegen om de winter te overbruggen. Grote voorraad schuren met graan trokken ongedierte zoals muisen en ratten aan en vormden voor de kat een prima plek om te vertoeven, dankbaar dat de kat hun van de indringers 'verloste' begon de mens de aanwezigheid van de kat te koesteren. De Egyptische Mau vindt zijn oorsprong in het oude Egypte. 4000 jaar terug werd hij daar vereerd als een god. ‘Mau’ is in het Egyptisch ‘kat’ of ‘zon’. In het begin was hij bijna de beschermer van de mensen omdat hij muizen (graandieven) en slangen doodde. Wanneer iemand een kat doodde of slecht behandelde, dan kreeg hij de doodstraf. De Mau was een lid van de familie, kreeg goed eten en had een hoog aanzien.

Dat de kat ook minder rooskleurige tijden heeft gekend bewijst de vondst van Archeologen, zij vonden enorme grafvelden, zoals die van Beni Hassan, waar meer dan 300.000 geofferde katten lagen begraven. Ook later in de Middeleeuwen werd om onder het mom van duivelse verafgoding veel katten levend verbrand.

Zeelieden
Ook vandaag de dag hebben heel wat schepen een 'scheepskat' Ook zeelieden moeten hun voedselvoorraden beschermen tegen ongedierte. zo rond 1000 voor Chr. gingen waarschijnlijk de eersten huiskatten naar het Midden-Oosten, wat nu Italië is en vanaf daar verspreidde ze zich langzamerhand over heel Azië en Europa. Doordat ze nog steeds aan boord van schepen werden genomen, bereikten ze ook de Nieuwe Wereld toen rond 1600 ontdekkingsreizen en handel steeds belangrijker werden.

Azië
Om heilige geschriften tegen muizen te beschermen werden zij vaak in tempels gehouden. Ook hielden ze ratten en muizen ver van de kostbare zijdecocons vandaan. De zijdehandel was van een enorm economisch belang voor China en Japan. Australië: Katten gingen zich in de hele wereld thuisvoelen, behalve in Australië: het was pas de huiskat die als eerste van de katachtigen het vijfde continent betrad.


fgf1.jpg


Raskatten
het bewust fokken van rassen is pas vrij recentelijk ontstaan. Het was dhr Harrison Weir die op het lumineuze idee kwam een kattententoonstelling te organiseren op 13 juli 1871. Tevens stelde hij de eerste "Points of Excellence" op, de voorloper van de huidige rasstandaarden. Vele mensen raakten toen besmet met de "kattenkoorts" en na deze eerste tentoonstelling voor katten zijn er nog velen gevolgd. Ook het bewust fokken van verschillende rassen nam een aanvang; men stelde standaarden op en ging aan de slag. Zo werd de kat gepromoveerd van muizenvanger tot elegante salonheld(in). Omdat katten, anders dan honden, niet geschikt zijn voor de jacht, vechtsporten, bewaken enz., concentreerde men zich bij het fokken op het uiterlijk van het dier. De kattententoonstellingen waren (en zijn) daarom uitsluitend schoonheidswedstrijden omdat de katten nagenoeg uitsluitend op hun uiterlijk worden beoordeeld. Het karakter en de gezondheid van het dier zijn hierbij van ondergeschikt belang. Na de 2e W.O. kwam het fokken en houden van raskatten pas echt van de grond. Was het voorheen een hobby uitsluitend weggelegd voor de 'happy few', door de toenemende welvaart konden meer en meer mensen zich deze hobby permitteren. Ook het feit dat er inmiddels een vaccin was tegen de zo gevreesde kattenziekte gaf aan het fokken een flinke impuls.


Door selectie op bepaalde kenmerken ontstonden er vele nieuwe rassen naast de (van oorsprong) "natuurlijke" rassen zoals o.a. de Siamees, de Blauwe Rus en de Turkse Angora. Ook de natuurlijke rassen werden "vervolmaakt" d.m.v. selectie. Slechts weinig rassen hebben hun oorspronkelijke uiterlijk behouden; de (Blauwe) Rus is hiervan een voorbeeld.

 

                                                                                                < bron: huisdieren info >


Image Hosted by ImageShack.us
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 19:25 Reageer op dit bericht

De geschiedenis van de hond (Tante Lotte)

De geschiedenis van de hond

 

Er was eens "De wolf" (Canis Lupus)
Orde: Carnivoren
Onderorde: Arctoidea (honden, marters, beren en wasberen)
Familie: Canidae


wolf.jpg


In het Paleoceen (zo'n 60 miljoen jaar geleden) verschijnen de primitieve voorouders van de latere hoger ontwikkelde hoefdieren, roofdieren en primaten.
Zij liepen op 5 tenen en hadden deels intrekbare klauwen.

In het Oligoceen (37-38 miljoen jaar geleden) ontwikkelen zich de voorouders van de hedendaagse honden, katten en beren.

In het Mioceen (zo'n 26 miljoen jaar geleden) zijn er duidelijke verschillen in de twee groepen voorouders van de latere hond en kat.
Met het verstrijken van de tijd werden de poten van de wolf langer, zijn hersenen groter en zijn tanden scherper.

In het Pleistoceen (zo'n 1,5 miljoen jaar geleden) Ziet de wolf er ongeveer uit zoals wij hem nu kennen.

Zo'n 10.000 tot 15.000 jaar geleden begint de relatie mens - wolf.
De mensen uit het stenen tijdperk waren voedselverzamelaars en jagers.
De belangrijkste elementen van hun leefgebied waren water, beschutting en voedsel. Ideaal dus ook voor de wolf.
De mens tolereerde de aanwezigheid van de wolf waarschijnlijk om zijn waakzaamheid, terwijl de wolf aangetrokken werd door voedselresten en warmte.

De wolf is een erg sociaal dier en leeft net als de mens in groepsverband (roedel).
Deze roedel heeft een strenge sociale rangorde, waarbij de alfawolf het leiderschap op zich neemt. Dit leiderschap wordt gehandhaafd door wederzijds respect. Iedere wolf kent zijn/haar plaats inde roedel. Wie zich hier niet aan houdt, wordt onverbiddelijk gestraft.

Een nest verlaten wolvenjongen zou het begin kunnen zijn geweest van de domesticatie van de wolf. De jonge wolf accepteert het leiderschap van de mens.
De wolf werd gebruikt bij de jacht, voor het bijeenhouden van de kudde en het waarschuwen voor gevaar.
Gaandeweg begon men eisen aan het uiterlijk en gedrag van de wolf te stellen.
Zoals er verscheidenheid is bij mensen, zo is dat ook bij wolven. Gelet op klimaat en geologie.
De tamme wolf werd gekruist op zijn eigenschappen, afzijdig gehouden van zijn wilde soortgenoten en werd huishond.
Blafte de hond? Dan werd hij gebruikt als waakhond. Was de hond stil en snel? Dan was deze weer goed voor de jacht.
Zo werd de basis gelegd voor het ontstaan van de verschillende rassen.

De oudst herkenbare hondenrassen zijn de windhonden en de dogachtigen.
Er zijn afbeeldingen gevonden in het oude Egypte en westelijk Azië die waarschijnlijk dateren uit 8000 voor Christus.

In de middeleeuwen gingen de mensen de hond als een soort statussymbool beschouwen. Het aantal hondenrassen begon enorm toe te nemen.
Honden werden gefokt op grootte, lengte, kleur, kop, aaibaarheid enzovoort.
Zo komen we van de primitieve carnivoren uit het Oligoceen tot de hond van nu.

Willen wij onze hond of dat nu een Maltezer is of een Bernasenner goed begrijpen, dan moeten wij eerst eens kijken naar zijn voorouder "de wolf".


  De diverse fasen in het leven van de hond:

De vegetatieve fase (of neonatale fase)- 0-2 weken
De pups zijn nog helemaal blind en doof.
Het reukorgaan is echter wel al helemaal ontwikkeld. Hierdoor kunnen de tepel vinden om te zorgen dat ze in de eerste dagen goed groeien.
De neus wordt ook gebruikt om soortgenoten te leren herkennen aan hun geur.

De overgangsfase- 3-4 weken
Ogen en gehoorgangen gaan open en stelt de pup instaat om te reageren op zijn/haar omgeving.
Binnen de beschermende omgeving van het nest leert de pup de eerste sociale gedragspatronen te herkennen.



De primaire socialisatiefase - 4-12 weken ook wel onderverdeeld in:

  • Inprentingsfase - 4-7 weken
    De zintuigen van de pup zijn volledig ontwikkeld. Alles wordt besnuffeld en onderzocht. Ook de tandjes worden gebruikt bij dit onderzoek. De pup staat open voor alles wat nieuw is (voorwerpen, dieren, geluiden). Nieuwsgierigheid wint van de neiging tot vluchten. De pup heeft in deze periode een enorm incasserings- en leervermogen.
  • socialisatiefase - 8-12 weken
    De pups maken kennis met alle leden van de roedel en leren wat wel en niet mag. Prima periode voor wisseling van "mensenroedel".
    En onthoudt ja is ja en mag altijd; en nee is nee!

Maak gebruik van de nieuwsgierigheid en neem de pup overal mee naartoe. 

De secondaire socialisatiefase - 12 weken tot ongeveer een half jaar
ook wel de juveniele fase genoemd welke weer is onderverdeeld in:

  • De fase van de rangorde - 12-16 weken
    De pup krijgt zijn plaats in de roedel. In de "mensenroedel" heeft de pup een duidelijke roedelleider nodig.
  • De samenwerkingsfase
    In deze fase leert de wolf, eerst spelenderwijs, samen met zijn ouders op jacht te gaan. De wolf leert te overleven en samen te werken binnen de roedel.

Deze lange fase wordt ook wel eens aangeduid als angstfase. De natuurlijke nieuwsgierigheid is overgegaan in een natuurlijke neiging tot vluchten.
Alles kan nu ineens weer eng zijn. Het herstelvermogen op nare ervaringen is behoorlijk afgenomen. Traumatische ervaringen laten een stevige indruk achter.
Neem de pup dus overal mee naartoe en laat hem/haar merken dat er niets veranderd is en dat hij/zij dus nog steeds niet bang hoeft te zijn.


De pubertijd (duur: 1-3 maanden)
De pup gaat testen of er geen hogere plaats binnen de rangorde beschikbaar is.
De pup laat ongehoorzaam en onbehouwen gedrag laten zien en commando's die eerst goed werden uitgevoerd lijken nu ineens vergeten.
Blijf consequent en vasthoudend.




wolf.jpg

 

De hond in de mensenroedel - Rangorde bevestigende handelingen

  • Ga niet naar je hond toe, laat de hond naar jou toekomen, ook met begroeten.
  • Laat je hond niet springen/rijden op mensen.
  • Laat de hond niet op de bank, stoel of op je bed.
  • Stoei nooit liggend met je hond op de grond.
  • Geef je hond een eigen slaapplaats.
  • Begin zelf een spelletje en eindig zelf het spel. Niet wachten tot hij/zij geen zin meer heeft.
  • Borstel en betast je hond elke dag even. Vergeet ook het gebit niet.
  • Eerst zelf de deur door, dan pas je hond.
  • Handhaaf consequent de gestelde regels.
  • Gebruik regelmatig het commando los.
  • Stel je zelfverzekerd op, niet aarzelen.
  • Negeer of verbiedt opdringerig gedrag zoals pootjes geven, aandacht vragen of een speeltje komen brengen.
  • Leg je hand over de snuit van je hond en duw zijn/haar kop omlaag richting zijn/haar borst.
  • Maak met je hele gezin afspraken over de regels waar de hond zich aan moet houden.
  • Ga regelmatig over je hond heen staan (stappen).
  • Pas op met trekspelletjes.
  • Zorg ervoor dat jij tijdens de wandelingen de route bepaalt en niet je hond.
  • Zorg ervoor dat een commando ook wordt uitgevoerd. >
  • Til de voorkant van de hond op door je handen onder zijn borst te vouwen.
  • Jij neemt altijd en overal het initiatief!
  • Beloon onderdanig gedrag.
  • Gebruik een lage stem voor de commando's en een hoge stem voor de beloning. >
  • Straf je hond nooit op zij/haar eigen ligplaats.
  • Bedenk iedere keer leuke opdrachten voor je hond

Indien er kinderen in het gezin zijn let dan op het volgende:

  • Laat kinderen nooit alleen met de hond. Dit mede om te voorkomen dat ze één van de volgende regels overtreden.
  • De etensbak, waterbak of speeltjes zijn alleen van de hond. Het kind mag hier dan ook niet aankomen.
  • Het uitlaten van de hond door een kind mag alleen onder begeleiding.
  • Kinderen mogen een hond geen dominante commando's geven. 
    Wel voorzichtig de hond verzorgen zoals b.v. borstelen.
  • Trek- of stoeispelletjes met de hond zijn uit den boze. Wel kunnen er zoek- of apporteerspelletjes worden gedaan.
  • Een etende of slapende hond mag niet gestoord worden en zeker niet door kinderen.
  • Laat je kind nooit op een vreemde hond toelopen.

Een hond zal elk kind onder de 7 jaar per definitie beschouwen als ranglagere. Daarom accepteert hij/zij geen commando's of dominante gedragingen.

< bron: klik hier >

Image Hosted by ImageShack.us


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 19:16 Reageer op dit bericht

Fretkat (Martina1)

Fretkat

Van Wikipedia

Ga naar: navigatie , zoek

De fretkat of fossa (Cryptoprocta ferox ) is het grootste inheemse roofdier op het Afrikaanse eiland Madagaskar . Hoewel hij uiterlijk op een kat lijkt, behoort de fretkat tot een andere familie, de Madagaskarcivetkatten (Eupleridae). Het is de enige levende soort van de onderfamilie Cryptoproctinae , maar in het Pleistoceen leefde er nog een tweede soort, Cryptoprocta spelaea .

Zoals de naam al aangeeft, lijkt de fretkat enigszins op een katachtige. Hij heeft een lang, slank lichaam, ronde oren en grote, naar voren gerichte ogen. Het dier wordt 60 tot 90 centimeter lang en 7 tot 14 kilogram zwaar. De staart is met een lengte van 55 tot 90 centimeter bijna net zo lang als de rest van het lichaam. Het dier heeft een dichte, korte vacht, die roodbruin tot donkerbruin van kleur is. De fretkat is een zoolganger . Hij kan zijn nagels intrekken.

De fossa leeft enkel in de bossen van Madagaskar. Het is een solitair roofdier, dat in de bomen op lemuren en vogels jaagt. Ook eet hij vogeleieren. Ook op de grond is hij een goede jager. Hier jaagt hij onder andere op parelhoenders , tenreks en slangen . De fretkat staat op Madagaskar aan de top van de voedselketen . In de bomen beweegt hij zich behendig voort; hij is een goede klimmer en springt makkelijk van tak naar tak. De fossa jaagt voornamelijk 's nachts, maar ook overdag. Rusten doet hij in een holle boom of een hol in de grond. Hier eet hij ook zijn prooidieren op.

Fretkatten leven solitair. Enkel in de paartijd , in september en oktober, leven fossa's in tijdelijke groepjes. Tijdens de paartijd houdt een vrouwtje zich hoog in de bomen op, waaronder zich verscheidene mannetjes verzamelen, die luidruchtig vechten en roepen om te mogen paren met het vrouwtje. Het vrouwtje paart uiteindelijk met meerdere mannetjes. De paring zelf duurt vrij lang, soms meer dan 2½ uur, en het mannetje blijft, net als bij huishonden , vastzitten. Na een week neemt een ander vrouwtje haar plek in, dat met de gebleven mannetjes paart.

Na een draagtijd van 10 weken werpt het vrouwtje in een holle boom of tussen rotsen twee tot vier jongen. De jongen wegen bij de geboorte 80 tot 100 gram. De ogen openen zich pas na 16 tot 25 dagen. Na drie maanden eten ze voor het eerst vast voedsel, en na vier maanden worden ze gespeend. De fossa is na twee jaar volgroeid, en geslachtsrijp als hij ongeveer vier of vijf jaar oud is.

Vrouwelijke fossa's ondergaan tijdens het opgroeien een "masculine" periode: tijdens de adolescentie groeit de clitoris flink, wordt gesteund door een botje en er groeien stekels op, vergelijkbaar met de penis van een volwassen mannelijke fretkat. Ook scheiden klieren op de onderzijde van het lichaam een oranje vloeistof af, net als volwassen mannetjes. Bij volwasen vrouwtjes ontbreken deze eigenschappen. De fossa is de enige diersoort waarvan een dergelijke "mannelijke" fase bekend is.

De fossa wordt bedreigd door boskap en bejaging door boeren, die hun pluimvee willen beschermen. Ook wordt het vlees als een delicatesse beschouwd.


Streel wat niet kan helen, Martine en
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 22:52 Reageer op dit bericht

Allergieën: wat als u de haren van uw huisdier niet verdraagt? (Ereli)

Gezondheid Huisdieren

 
Allergieën: wat als u de haren van uw huisdier niet verdraagt? giftrans.gif

Allergieën: wat als u de haren van uw huisdier niet verdraagt?

Nogal wat mensen zijn allergisch voor honden of katten . Door enkele voorzorgsmaatregelen te nemen kunt u het risico beperken dat u een allergie zou ontwikkelen en uw huisdier niet meer kunt houden.

Allergisch voor honden en katten

Klik hier !
U bent dol op honden of katten , maar zodra u ze vastpakt of in hun buurt
komt, krijgt u jeuk, uw ogen beginnen te prikken, u krijgt huiduitslag of astma-aanvallen.
De oorzaak van deze onaangename en vaak gevaarlijke reacties zijn de
allergene stoffen die aanwezig zijn in het speeksel, de huidschilfers, de vacht en
de urine van de dieren. Bij katten is het eiwit FeLd-1 de belangrijkste
allergene stof die verantwoordelijk is voor heel wat allergieën voor
katten . De allergie voor deze allergene stoffen manifesteert zich
pas na enkele weken, soms pas na enkele maanden. De meest gebruikelijke oplossing
is dat men zijn huisdier wegdoet!


Hoe het risico op een allergie verminderen?

Door enkele maatregelen te nemen kunnen we het risico op een allergie voor
onze viervoetige vrienden aanzienlijk verminderen. Alle dieren dragen
allergene stoffen met zich mee, maar de keuze van het ras is al een belangrijk
criterium. Sommige katten (naaktkatten, Siamese katten) en honden
(Chinese naakthonden, poedels, krulharige leeuwtjes) verliezen namelijk minder haar of
hebben er geen of heel weinig! Ook regelmatig borstelen en kammen van de vacht, en
voor sommige honden een scheerbeurt bij de hondenkapper, vermindert de
hoeveelheid haar op het dier, waardoor er ook minder allergene stoffen
vrijkomen en worden verspreid. Ook de hygiëne in huis kan de hoeveelheid
allergene stoffen helpen verminderen. Maak regelmatig tapijten, vloer,
gordijnen, beddengoed, dekens en kussens schoon. Zo verwijdert u meteen het
speeksel, de huidschilfers en de haren van uw huisdier. Als u uw hond of kat de toegang
tot bepaalde kamers - zoals de slaapkamer - verbiedt, zult u ook in een omgeving met
minder allergene stoffen leven.

Hypoallergene kat
De Amerikaanse firma « Allerca » heeft onlangs « hypoallergene » katjes op de markt
gebracht. Daarmee wil ze de kattenliefhebbers helpen die door hun allergie hun
passie niet kunnen uitleven. De firma gaat uit van de hypothese dat niet alle
katten dezelfde hoeveelheid van het eiwit FeLd-1 produceren. De
hypoallergene poesjes die nu te koop worden aangeboden, zijn het eindproduct van
een lange reeks van kruisingen tussen katten waarvan de genen dit eiwit maar
heel zwak vertonen. Het fokken van deze hypoallergene katten is dus, aldus de
firma, gebaseerd op een kunstmatige selectie uit talrijke generaties van katten
en niet op wijzigingen van het genoom van de kat via genetische manipulatie. Maar dat
betekent niet dat u nu overhaast moet overgaan tot de aanschaf van zo'n « allerca »
poesje. Enkele bedenkingen: de prijs van zo'n poesje schommelt tussen 4950 en 9950
euro en het risico op een allergie is niet nihil. De gevoeligheid voor de
allergene stoffen varieert immers heel sterk van mens tot mens en er is nog niets
bekend over de schadelijke invloed van deze katten op lange termijn!

06/03/2007
Anne Pensis, dierenarts

 
   
I
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 12:58 Reageer op dit bericht

Merels houden zich vooral op de grond op (Simone1)

Merels houden zich vooral op de grond op
 
omdat ze daar gewoonlijk hun voedsel vinden. Buiten het winterseizoen, als ze veel bessen eten, leven ze voornamelijk van plantaardig voedsel, zoals zaden, en van bodemdieren, waaronder vooral regenwormen.

In het bos zoeken ze die tussen het afgevallen boomblad dat ze daarbij opzij schoffelen. Zoeken ze wormen in een pas gemaaid gazon, dan gaan ze anders te werk. Ze hippen rond, onderwijl met scheef gehouden kop aandachtig luisterend, waar zich de wormen onder de grond bevinden. Ze horen exact waar een pier zich voortbeweegt. Merels foerageren nooit in lang gras.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 14:45 Reageer op dit bericht

Allergie en voedseltolerantie (Tante Lotte)

      Allergie en voedselintolerantie

Gastro-intestinale aandoeningen

Gastro-intestinale aandoeningen bij honden en katten

Honden en katten met gastro-intestinale (maagdarm-)aandoeningen kunnen lijden aan braken, oprispingen, winderigheid, zwakte en/of diarree of constipatie. Op grond van elk van deze symptomen kan uw dierenarts de diagnose van een gastro-intestinale (GI) aandoening stellen. Raadpleeg uw dierenarts indien deze symptomen zich bij uw huisdieren openbaren.

GI-aandoeningen tasten de maag en darmen aan en zijn vaak pijnlijk. Ze kunnen ook andere problemen veroorzaken. Er zijn verschillende soorten GI-aandoeningen, waaronder colitis, constipatie/diarree, gastro-enteritis en pancreatitis.

Dierenartsen zijn bekend met vele mogelijke typen en oorzaken van GI-aandoeningen, waaronder:

colitis

Wordt meestal veroorzaakt door zweepwormen (een parasiet), tumoren of poliepen, een verandering van voedsel, allergieën (waaronder die voor voedsel), ingeslikte objecten anders dan voedsel en een aantal andere ziekten.

constipatie

Wordt meestal veroorzaakt door onvoldoende vezel- en wateropname, het eten van haar, botten of andere vreemde objecten, veroudering, tumoren, trauma of breuken, prostaataandoeningen, ruggemergaandoeningen, zenuwaandoeningen aan de dikke darm, stofwisselings- of endocriene aandoeningen en verzwakking.

diarree

Wordt veroorzaakt door infecties, inwendige parasieten, stress, verandering van voedsel, restjes of vette snacks, eten uit de vuilnisbak en disfunctie van lichaamsorganen.

gastro-enteritis

Tot de oorzaken behoren het eten van ranzig eten of eten dat niet meer goed is, het inslikken van vreemde objecten, het eten van giftige planten, inwendige parasieten, stress, voedselallergieën en ziekte.

pancreatitis

De oorzaken zijn vaak onbekend. Mogelijke oorzaken zijn een vetrijk dieet of vette restjes, infectie, ziekte of trauma.

Dierenvoer kan een grote invloed hebben op de gezondheid van het maagdarmkanaal. Dierenartsen raden goed verteerbaar voer aan om irritatie van de gevoelige maag en darmen te voorkomen. Ook voedsel met veel oplosbare en onoplosbare vezels in combinatie met een gematigde hoeveelheid vet ondersteunt een goede darmfunctie. Omdat een deel van deze aandoeningen permanent kan zijn, kan het nodig zijn de ziekte langdurig nutritioneel te behandelen.



                                f4a2396ca5357bee963727d91fdf1a93bGlqbi00MlsxXS5naWY=.gif




Allergie en voedselintolerantie bij honden en katten

Voedselallergieën en -intolerantie kunnen braken of diarree, huidirritatie, een slechte vachtconditie en/of haarverlies bij uw hond of kat veroorzaken. Indien uw huisdier één of meer van deze symptomen heeft, zal uw dierenarts een allergie vermoeden en meer specifiek een allergische reactie op het voer dat u uw dier geeft. Ingrediënten in voer dat uw huisdier niet kan verdragen, kunnen een groot aantal verschillende negatieve reacties veroorzaken. Allergie en voedselintolerantie wordt ook "een negatieve reactie" op voedsel genoemd en kan blijvende problemen met de huid en het spijsverteringskanaal tot gevolg hebben.

Er zijn vele oorzaken voor voedselallergieën bij honden en katten mogelijk. Enkele ingrediënten die de meest voorkomende problemen veroorzaken, worden echter aangetroffen in dagelijkse dierenvoeders.

Bij honden zijn de meest voorkomende oorzaken van negatieve reacties: rundvlees, zuivelproducten, granen, kip en varkensvlees.

Bij katten zijn de meest voorkomende oorzaken van negatieve reacties: rundvlees, zuivelproducten, vis, granen en kip.

Het kan maanden of zelfs jaren duren voordat een dier een allergische reactie op een specifieke voeding ontwikkelen. Als zich eenmaal een negatieve reactie op een bepaald ingrediënt voordoet, zal uw huisdier echter bijna altijd allergisch zijn voor die voedingsbron. Omdat allergische reacties op voedsel meestal worden geassocieerd met eiwitbronnen, is het mogelijk dat u uw huisdier een eiwitbron moet geven die hij nog niet eerder heeft gekregen. Tot de meest gebruikte "nieuwe"eiwitten ("nieuw" omdat uw huisdier ze waarschijnlijk nog niet eerder heeft gegeten) behoren ei, eend, zalm, lam en witvis. In bepaalde gevallen kan middels een eliminatieproces worden ontdekt dat uw huisdier allergisch is voor al deze eiwitbronnen. In dat geval is voeding nodig met speciale afgebroken eiwitten.  Raadpleeg steeds uw dierenarts bij elk vermoeden van een ziekte….beter  voorkomen dan genezen….< bron GZT >

 


 

Image Hosted by ImageShack.us
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 14:30 Reageer op dit bericht

Goede voeding voor de hond (Yradja)

Goede voeding voor de hond.

Waaruit is goede voeding samengesteld?

Een evenwichtige voeding dient in correcte hoeveelheden te zijn samengesteld uit volgende bestanddelen:
  • Eiwitten: zijn noodzakelijk voor de opbouw spieren, organen en andere weefsels. Groei = hogere behoefte aan eiwit van hoge biologische waarde. Vooral de samenstelling en de kwaliteit van het eiwit, het zogenaamde aminozurenpatroon, zijn belangrijk. Een aantal van die aminozuren is voor de hond essentieel, dwz hij heeft ze nodig en kan ze zelf niet maken. Deze ess. aminozuren dienen via het voedsel te worden verstrekt. Er zijn "goeie" en slechte eiwitverstrekkers, spiervlees (stoofvlees) is een voorbeeld van een "goeie" , organenvlees (lever, pens en niertjes behoren tot de "slechte", wat niet betekent dat die helemaal taboe zijn). U zult meteen ook al ten dele het prijsverschil begrijpen tussen "dure" en "goedkope" commerciële voeding. Voor de vegetariërs onder de lezers: eiwitten uit soja en peulvruchten (bijv) zijn voor de hond veel slechter verteerbaar maar soms wordt het wel gebruikt bij honden met voedingsallergie.
  • Vetten: leveren energie die oa belangrijk is voor de werking van de spieren en de lichaamsorganen. Bovendien levert de verbranding van vetten energie waarmee de hond zijn lichaamstemperatuur op peil kan houden. Net als bij eiwitten is de samenstelling van vetten van belang. Vetten zijn oa opgebouwd uit vetzuren, waarvan sommige essentieel zijn. Deze kan de hond niet zelf aanmaken. Een voorbeeld hiervan is linolzuur, dat van belang is voor de goede conditie van huid en haar. Juist deze vetzuren en lecithine (belangrijk voor het zenuwstelsel) moeten in voldoende mate in het voedsel aanwezig zijn. Onverzadigde vetzuren (komen het meest voor in plantaardige vetten) zijn goed voor de huid.
  • Koolhydraten: komen voor in de vorm van zetmeel en suikers. Bijna alle voedingsstoffen bevatten koolhydraten. Koolhydraten zijn energieleveranciers net als de vetten. De hond heeft hier slechts in geringe mate wat van nodig. De meeste voedingsstoffen waarin koolhydraten voorkomen bevatten ruwe celstof. Daarvan zal in een goede balansvoeding maar weinig voorkomen, omdat de hond dit moeilijk kan verteren.
  • Vitaminen: Net als mensen hebben honden behoefte aan verschillende vitaminen. Elke vitamine heeft zijn eigen functie in het hondenlichaam. Zo is bijvoorbeeld vit A (in yoghurt, vis, ei) noodzakelijk voor het goed werken van de slijmvliezen en werkt vit D (ook in yoghurt, vis, eierdooier) eraan mee dat het beenderstelsel van de hond goed wordt ontwikkeld, maar zowel teveel als te weinig vit D geeft rachitisachtige verschijnselen (misvorming van de botten). Een mens kan vit D synthetiseren uit zonlicht een hond kan dit niet. Vit E (tegenwoordig "hot item" tegen vroegtijdige celveroudering samen met selenium) zit in plantaardige oliën, goed dus voor celwanden. Vit C maakt de hond zelf aan in de darmen, en dit in tegenstelling tot de mens, met als gevolg dat groenten en fruit geen noodzaak zijn voor de vit C toevoer. Vit B complex voor o.a. het zenuwstelsel en de aanmaak van rode bloedcellen: zit in ei, brood, aardappelen, gist. Over vitaminen bestaan veel misverstanden o.a. dat de hond in de wintermaanden een extra dosis nodig heeft, niet dus!!! Opgelet: de in vet oplosbare vit A,D,E en K worden opgeslagen in het lichaam en kunnen een gevaar opleveren als er teveel wordt van gegeven. Dus weerom: in een evenwichtige voeding zijn alle vitaminen in een correcte hoeveelheid aanwezig: niet te weinig maar dus ook niet te veel!
  • Mineralen en spoorelementen: Sommigen bevorderen de groei, de stofwisseling (zoals ijzer, jodium, koper en zink), andere spelen een rol bij de botvorming (bijvoorbeeld calcium en fosfor) en spier- en zenuwfuncties; weer andere zijn belangrijk bij het reguleren van de waterhuishouding (kalium en natrium). Puur vlees bevat bv te weinig calcium voor de opbouw van het skelet, dus als je zelf kookt: calcium en eventueel vit. D bijgeven (maar opgelet: te veel calcium is net zo slecht: het saboteert de opname van andere essentiële voedingselementen en is schadelijk voor de nieren). Calcium en fosfor moeten bovendien in correcte verhoudingen gegeven worden, die zijn: 1.2:1 à 1.4:1. In vlees zit ook fosfor. Bij een nierbeschermend dieet zal geopteerd worden voor calciumcarbonaat (geen extra fosfor) evenals bij kattenvoeding omdat die via het vele vlees al voldoende fosfor binnenkrijgen. Bij de hond kiest men voor dicalciumfosfaat.
    Wederom, aan een "complete" commerciële voeding van goede kwaliteit hoeven geen mineralen te worden toegevoegd, ook niet voor opgroeiende honden. Meer nog: het is af te raden. Let wel dat het gaat om complete voeding , er zijn ook voedingen op de markt die bv enkel vlees bevatten en die nog moeten aangevuld worden met andere ingrediënten.

    Waarmee moet verder rekening worden gehouden?
  1. De leeftijd en de grootte van het ras:
    Als pup heeft uw hondje de juiste voedingstoffen nodig om essentiële organen, spieren, botten en afweerstoffen op te bouwen.. Eenmaal volwassen zijn deze bouwstenen belangrijk voor hun herstellende en onderhoudende functie.
    Puppies
    Hierbij dient onderscheid gemaakt te worden tussen de honden die behoren tot de reuzenrassen en andere honden. Honden die behoren tot de reuzenrassen (+ 45kg) krijgen bij voorkeur een speciale voeding met name: large breed = grote rassen (bv.van Hillls, Eukanuba...). Als ze die voeding niet krijgen mag u slechts tot de leeftijd van 3 maand een gewone puppyvoeding geven.
    De reden hiervoor is: gewoon puppyvoer bevat te veel vet, calcium, fosfor en calorieën. Dat is bij grote honden gevaarlijk: een te hoge energie en calciumopname kan leiden tot skeletaandoeningen. Vlugge groei is niet = evenwichtige groei.
    Het gewicht van kleine hondjes neemt relatief minder toe dan grote rassen (die soms hun gewicht vervijftigvoudigen).
    De eerste drie weken krijgt de pup uitsluitend moedermelk. Tussen 3 en 5 weken begint hij vast voedsel te eten en tussen 5 en 8 weken wordt hij gespeend. Alle puppies hun energiebehoefte is in verhouding tot hun gewicht 3 à 4 x zo groot als bij volwassen hond.
    Tot wanneer puppyvoeding geven: maximum tot 9 maand voor middelgrote honden (15-25 kg) of 1 jaar voor grote honden (tot 45 kg) max 18 maanden voor reuzenrassen die de speciale voeding krijgen (opgelet niet alle large breed voedingen mogen tot 18 maanden gegeven worden, sommige maar tot 12: kijk op de verpakking).
    Hoe groter de hond hoe langer het duurt voor hij volgroeid is maar eens volwassen zijn de rollen omgedraaid: kleine hondjes worden trager ouder en bereiken een hogere leeftijd dan grote.
    Adult
    of volwassen voeding, vanaf 3-18 maanden (zie hierboven) en tot de leeftijd van 5 of 7 jaar (vanaf dan gaan ze tot de senioren behoren)
    Senior
    Op de leeftijd van 5 jaar (grote honden) of 7 jaar (andere rassen) is het aan te bevelen over te schakelen op een goede senioren voeding. Deze voeding is beperkt in eiwit, calcium, fosfor en natrium om o.a. hart en nieren te sparen.
  2. De aanleg
    Labradors hebben bijvoorbeeld de neiging om snel te dik te worden, eens volwassen is bij hen zeker een light voeding aan te bevelen. Dit werkt enkel preventief, eens uw hond te dik is moet die echt wel op een speciaal "afvaldieet" (om te vermageren dus), elders op deze website vindt u ook hierover informatie. Minder van de gewone voeding geven is niet het zelfde immers :

    • Minder gewone voeding geven betekent dat uw dier honger zal lijden. Met dieetvoeding is dit niet of zeker veel minder het geval want hierin zitten onverteerbare vezels die het volume verhogen en een verzadigd gevoel geven.
    • Minder gewone voeding geven betekent ook dat uw dier te weinig vitaminen en andere bouwstoffen binnenkrijgt. Bij speciaal dieetvoer is ingecalculeerd dat de hond "minder" krijgt dan een normale portie.
  3. De mate van activiteit
    Performance jacht- en werkhonden hebben meer calorieën nodig.
    Er is dan nog een verschil tussen honden die energie nodig hebben voor langdurige activiteit (bv sledehonden) en voor kortdurende explosieve activiteit (bv renhond, greyhound): de eerste hebben energie nodig uit vetten, de andere uit koolhydraten (suikers).
  4. Ziekte
    Er bestaan tal van speciale diëten, die de levensduur en levenskwaliteit van uw ziek dier kunnen verbeteren. Daar gaan we het straks nog even over hebben.
  5. Het temperament
    Erg rustige of juist erg drukke dieren, het metabolisme is voor elk individu verschillend, een druk dier dat continu in de weer is verbruikt uiteraard veel meer energie dan eentje dat de ganse dag ligt te slapen.
  6. De omgeving
    hitte, koude, vochtigheid het speelt allemaal een rol. Denk bijv. maar aan Huskies in Alaska, die zullen uiteraard veel meer energie nodig hebben, om zich op te warmen en om de slede te trekken.
  7. Fokken
    na ca 5 weken zwangerschap en gedurende lactatie geeft u het moederdier best puppy- of kittenvoer om te voldoen aan haar gestegen energiebehoefte.
  8. De pels
    langharige honden hebben iets minder calorieën nodig dan kortharige, ze hebben immers een "pelsenjasje" aan.

    Wanneer, hoe, hoe vaak en hoeveel voederen?
    Daarover verschillen de meningen: ofwel op het ogenblik dat u zelf aan tafel gaat om bedelen te voorkomen, of juist consequent (de groepsleider, en dat bent u, eet eerst) dus na u, de pup moet dan wel uit de buurt van de tafel gehouden worden zodat hij niet kan gaan bedelen of snoepen van stukjes die op de grond vallen. In een roedel eten de dominante dieren altijd eerst. De reden hiervoor is dat bij hongersnood enkel de sterksten in leven blijven en zich kunnen voortplanten. Hou er rekening mee dat na de maaltijd de hond net als wij minder dynamisch is door het verteringsproces: dus het eerste uur niet gaan wandelen. Bij grote hond extra belangrijk: maagkanteling voorkomen!! Daar hebben we het straks nog even over.
    Ideaal voor grote honden is een in de hoogte verstelbare eetbak. Als de bak hoger staat eten ze rustiger, slokken minder, happen dus minder lucht binnen en de kans op maagkanteling daalt.
    Het diertje wel leren dat de baas steeds de kluif of het etensbakje mag wegnemen of zijn hand erin stoppen. Hoe leert u dat? de kluif vragen, en iets lekkers er voor in ruil geven, daarna de kluif direct terug geven.
    Wat het eten betreft, het zelfde systeem: bakje wegnemen, iets extra lekkers er voor in ruil geven of in het bakje leggen. Dit kan later agressie helpen voorkomen als bv een kindje het eten van de hond afpakt.
    Regelmaat: op de zelfde plaats op het zelfde uur 2 tot 4 maaltijden per dag
    Net gespeende pups 4x/dag om de 4uur gedurende 16 uur, 's nachts dus 8 uur niets.
    Frequent voederen geldt zeker voor puppies van 6-12 weken van kleine rassen, wegens makkelijk voorkomen van hypoglycemie (suikertekort) oa door onderkoeling (geringe lichaamsgewicht dus ze koeler veel vlugger af)
    Pups van 3 tot 6 maanden: 3x/dag
    Pups na 6 maanden minstens 2 maal per dag.
    Pas indien de hond volledig volgroeid is mag eventueel overgeschakeld worden op 1 maaltijd per dag, maar lang niet iedereen is het hiermee eens, persoonlijk bevelen wij het niet aan.
    Eten max.15 min laten staan en dan bakje wegnemen.
    Zogende teven en hard werkende honden moeten de hele dag kunnen eten of anders 3 voedingen per dag krijgen. Ideaal voor volwassen honden en zeker voor grote honden is 2 voedingen per dag.

    Hoeveelheid hangt af van het gewicht, de activiteit, het klimaat.
    Opgelet voor overvoederen: te snelle groei leidt tot skeletafwijkingen. Vooral pups van de grootste rassen mogen de eerste 6 maanden van hun leven niet te veel voer krijgen. Een hond met aanleg voor HD die tijdens de groeifase te veel gevoederd is, vertoont in ernstiger mate de aandoening dan de hond die volgens de norm is gevoed.
    Drachtige teef pas op het einde van de dracht en tijdens de lactatie meer geven. Dit betekent de laatste 3 à 4 weken van de zwangerschap de voeding geleidelijk aan opvoeren tot 130 % (+30 %).
    Bot-, gewrichts- en bewegingsproblemen: soms duurt het jaren voordat uw hond er last van krijgt maar de basis wordt tijdens de groei gelegd.
    Denk er ook aan dat overgewicht bijdraagt tot :hart, lever en gewrichtsaandoeningen... en hiermee komen we in een vicieuze cirkel te recht: pijn dus minder stappen dus nog dikker worden. Dus jong geleerd is oud gedaan: niet overvoederen.
    Tip voor commerciële voeding: eerst als leidraad wat er op de verpakking staat en indien de hond te zwaar of te mager wordt aanpassen.

    Droogvoer, blik of zelf koken?
    Droogvoer vertraagt de tandsteenvorming. Speciale voedingen zijn verkrijgbaar, de krijgen dan de benaming "oral care" toegevoegd. Dit is voeding bestaande uit extra grote brokken, de hond/kat moet kauwen en schuurt aldus de tanden.
    Sommige honden vormen tandsteen bij welke voeding dan ook: poetsen kan hier soelaas bieden. Laat in elk geval minstens 1x/jaar het gebit controleren want slechte tanden hebben invloed op de gezondheid, gezien bacteriën via de mond in de rest van het lichaam terecht kunnen komen.

    Indien u blikvoer geeft zorg dan voor harde speeltjes. Geef uw hond zeker geen kattenvoer dit is veel te eiwitrijk!! In elk geval is uw kat hondenvoer geven nog erger dus dit zeker niet doen.
    Als u voeding van goede kwaliteit geeft hoeft u niets aan de voeding toe te voegen, tenzij de dierenarts het voorschrijft.
    Oppassen met plots wisselen van voeding: bij veel dieren veroorzaakt dit diarree. Dus de voedselwissel spreiden over een periode van minstens 1 week.
    Een goede commerciële voeding is evenwichtig dus gelieve er geen extra vlees, noch vitamines of mineralen aan toe voegen: dit geldt zowel voor blik als voor droogvoer.
    Het is niet zo dat in blik meer vlees zit, blik is gewoon duurder omdat er ca 70 % vocht inzit, in tegenstelling tot de ca 10 % bij droogvoer. Dat vocht moet in blik verpakt worden en getransporteerd en mits het volume veel groter is, is de verkoopprijs navenant.
    Nog een kleine opmerking: u heeft de gewoonte van korrels te weken? Dat mag maar denk er dan wel aan die voeding geen uren te laten staan want anders ontwikkelen zich bacteriën, net als indien u een biefstuk een paar uur op het aanrecht zou laten liggen. Gewone droge korrels mogen wel blijven staan natuurlijk.

    U wenst zelf te koken?
    Zie dan hier een recept dat voldoet aan de voedingsbehoeften van uw hond:
    Voor pupjes 140 gr vlees, 70 gr rijst, 30 gr lever, 3 theelepel beenmeel, 1 theelepel koolzaadolie (omega 3) en ½ theel jodium- of kaliumzout (of mengeling) en dit is voldoende voor een ganse dag voor een pupje van 6.6 kg.

    Eens volwassen wordt het 140 gr rijst en 70 gr vlees, 30 gr lever, 3 theelepel beenmeel, 1 theel. koolzaadolie en ½ theel. jodium- of kaliumzout (of mengeling) en is deze hoeveelheid voldoende voor een hond van 10 kg.

    Bij puppies ligt de voedsel behoefte dus op 150 % (50% hoger),om vanaf 4 maanden geleidelijk aan te verminderen tot 100 % op volwassen leeftijd.

    Verlangen naar variatie is menselijk aangeleerd en hoeft dus niet. Een hond mag dus gerust zijn hele leven hetzelfde eten, als het maar de juiste bestanddelen bevat. Meer nog, vaak is het zo dat bij verandering van voeding juist problemen gaan ontstaan zoals bv. diarree.

    Nog een woordje over dure en goedkope voeding: de "dure" is vaak helemaal niet zo duur! Op maandbasis uitrekenen is de boodschap. Kwalitatief hoogstaande voeding bevat veel meer (nutritionele componenten) voedingsstoffen, en minder water en balaststoffen die toch uitgescheiden worden, dus: je moet er minder van geven.

    Kan de voeding de kans op maagtorsie bij voorbeschikte rassen vergroten?
    Ja, volumineus, slecht verteerbaar voer kan, vooral als het als één grote maaltijd gegeven wordt, de weefsels waar de maag mee vast zit uitrekken, waardoor hij kan draaien. Hierbij is natuurlijk het gasvolume belangrijk!!
    Hoe zie je dit: willen braken en niet kunnen, zich plots heel ellendig voelen, heel onrustig, enorm opzwellen...
    Te hoog calciumgehalte kan ook leiden tot veranderingen in de maag die mogelijk verband houden met een maagtorsie.

    Dus wat kunnen we doen om het risico te verkleinen ?
  9. goed verteerbaar en uitgebalanceerd voedsel zonder extra calcium geven
  10. eten opsplitsen in 3 maaltijden per dag met regelmatige tussenpozen
  11. opwinding en beweging gedurende één uur na de maaltijd en net voor de maaltijd beperken
  12. het voer nat maken
  13. de etensbak hoog zetten (of verstelbare)

    Hapjes als beloning?
    Natuurlijk mag u uw hond belonen! Maar dat hoeft u niet noodzakelijk met een hondensnoepje te doen. Te veel tussendoortjes kunnen overgewicht veroorzaken. Want juist die lekkere dingen bevatten vaak te veel energie. Om een dier te belonen kun je net zo goed een aai, vriendelijke woorden of een spelletje gebruiken. Geen tafelrestjes en mijd koekjes: ze trekken de voeding uit zijn evenwicht, en veroorzaken bedelgedrag. Geeft u een toch een beloning onder de vorm van voer zorg dan dat die niet groter is dan een flinke "kruimel", bv een brokje voeding van een andere merk.
    Opgepast met botten: kleine kunnen vastraken in de bek of darmen, grote kunnen tanden breken maar helpen anderzijds ze wel die schoon te houden!
    Best namaakbotten uit buffelhuiden maar niet mee overdrijven, ze verteren perfect, beschadigen de tanden niet maar kunnen wel diarree veroorzaken. Denk er ook aan dat puppies vooral tussen de 3 en 6 maanden enorm knagerig zijn, als tanden en kiezen wisselen!! Een touwspeeltje is zeker een goed alternatief, zodat ze niet aan rondslingerende schoenen en dergelijk gaan knagen.

    Enkele zaken die nooit mogen.
  14. rauw of te weinig gekookt varkensvlees: Aujezsky virus = dodelijk voor hond en kat
  15. veel rauwe eieren: vit. B afbraak
  16. koud voedsel: diarree
  17. veel rauwe vis: vit.A afbraak
  18. botjes die makkelijk splinteren bv wild, gevogelte, kotelet: darmperforaties
  19. wel grote botten: steeds koken (1/4 uur)
  20. koemelk of kaas: diarree (lactose = melksuiker is niet verteerbaar voor kat en hond), integenstelling tot yoghurt (daarin is de lactose is immers al vergist) en cottage cheese, die in sommige diëten wordt gebruikt als vervanger van vlees.
  21. veel rauwe lever: hypervitaminose A, (koken zal vit A afbreken)
  22. chocolade: ( zelfs in kleine hoeveelheden) hartritme stoornissen bij de hond
  23. ajuin, brocolli: anemie (rode bloedcellen afbraak)


    En tot slot
    De meeste blik en droogvoeders in de handel zijn compleet, dwz: ze bevatten alles wat u hond nodig heeft: zowel vlees en vet als koolhydraten (rijst/brood/deegwaren) en andere noodzakelijke ingrediënten.
    Droogvoer is zeker evenwaardig aan blikvoer, enkel is hier de hoeveelheid water drastisch verminderd. Door het lagere gewicht is het goedkoper in transportkosten en de verpakking kost ook minder wat natuurlijk zijn weerslag heeft op de prijs.
    Dit betekent dus ook dat u naar believen droog- en blikvoer mag mengen, maar tevens dat commercieel voer (droog- of blikvoer) mengen met bv rijst, of extra brood bijgeven eigenlijk niet zo verstandig is omdat uw dier dan te veel koolhydraten binnenkrijgt en te weinig andere voedingsstoffen. Wat vlees bijvoegen betreft geldt net hetzelfde natuurlijk, te veel eiwitten kunnen, vooral nier- en leverproblemen veroorzaken.




    Met dank aan Arlette Strubbe, assistente en voedingsdeskundige in Dierenkliniek VvD.



Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 17:20 Reageer op dit bericht

Meer van mailgroep huisdieren

↑ Terug naar de berichten