Haringen en maatjes
‘t eeuwige vislied
verhief stembanden
uit volle borst
die ’r balkon lieten deinen
als reddingsboeien
vastgeklonken aan
loerende mannenblikken
zwierige rokken
boven houten klompen
die kletterden op kasseien
gaven fraaie beelden
van draaiende heupen
achter een volgeladen kar
prees ze haringen
tot neusje van de zalm
in haar kielzog kwijlende
jagers die hongerige en
lustige blikken wierpen
onvermoeibaar tot het
avondrood was waren zij
haar allerbeste maatjes...
die katers en kattinnen











6 reacties op dit bericht
prachtig
..
Hi ik dacht
Sjoeke'swereld
Hoi Marina
Prachtig verwoord!!!
mooi