Bij het " uitmesten " van de kasten een tijdje terug, botste ik op geboortekaartjes die ik bijhoud. Als ik de tekstjes erop lees dan stel ik vast dat die veel ludieker zijn dan vroeger.
Ik herinner mij nog een geboortekaartje dat ik ooit bij ons ma zag, een geboortekaartje uit de jaren 50, daar stond op te lezen:
“Zouden we honger lijden om een mondje meer?” Bleek dat dit gezegde gewoon was voor die tijd.
Daarmee werd de derde, vierde en soms vijfde of zesde spruit in het gezin welkom geheten. De ouders hadden immers de oorlog meegemaakt en wisten wat honger was.
In onze samenleving wordt geen honger meer geleden, althans niet door zeker tachtig procent van de bevolking. Er komen ook geen "mondjes meer" bij in de gezinnen. Men houdt het meestal bij twee, want "eentje is geentje". Een derde kan er af en toe nog bij en heel soms nog een vierde. Daarna houdt men het voor bekeken.
Gelijk hebben ze, de huidige moeders die een job, gezin en kinderen maar moeten zien te combineren. Hoe onze grootmoeders het vroeger deden zal voor velen onder ons een raadsel blijven. Soms was het al zonder " koters" behelpen geblazen en al zeker met een mondje meer in huis. Dat mondje meer moest immers niet alleen gevuld worden, het bracht ook hopen werk mee.
Alleen al de wekelijkse was bracht een verpletterende rompslomp mee! Elektriciteit was toen enkel voor de lampen, een wasmachine was lang onvoorstelbaar voor een doorsnee gezin.
Mijn grootmoeder en ma hadden - toen ik klein was- elke week minstens een volle dag werk aan de was. Het exemplaar dat jullie hier zien is nog zo'n oeroude wasmachine die je met de hand moest draaien, intussen heeft die een betere bestemming gevonden
Pas later ontdekten ze de wasserij.
Ik snap nog altijd niet hoe ze aan die bezigheid geen tenniselleboog overhielden want dat zwengelen aan "de wasmachine" viel niet te onderschatten want het degelijk ouderwets katoen woog tonnen als het nat was en moest daarna zelfs met de hand uitgewrongen worden.( ik zie meter en ma nog staan met een nat laken tussen hen in en beiden draaiend in tegengestelde richting om het water er uit te wringen). Maar tennissen was toen voor de rijkelui en iemand als mijn grootmoeder of ma konden
daarom zoiets nooit krijgen!
Strijken gebeurde met loodzware gietijzeren bouten, die beurtelings op de heetgestookte kachel werden opgewarmd. Mijn ma heeft zo ook ettelijke jaren lang elke week verschillende uren aan gewichtheffen gedaan.
Als je dan bedenkt dat zo’n baby per dag minstens 6 katoenen luiers vuil maakte en meestal meer, dan kan je uitrekenen wat dat mondje meer aan extra werk meebracht.
Stofzuigers bestonden ook niet, zeker niet voor het doorsnee gezin met het mondje meer. En wie ooit een baby in huis heeft gehad weet uit ervaring hoeveel stof zo’n hummel produceert.
En dan de voeding! Hoe meer monden aan tafel hoe arbeidsintensiever het koken was . Met een ketel soep kwam je hooguit twee dagen toe. Die maakte je ook niet in een handomdraai in een stoomkoker. Diepvriezers en koelkasten waren er niet dus kon je de maaltijd ook niet vooraf klaarmaken om dan later even op te warmen.Je kon hooguit de koude kelder als bewaarplaats gebruiken.
Wij waren nog bij de gelukkigen want we hadden wel de inmaak. Elke zomer werden de groenten van het seizoen geplukt, ontpit, gedopt of van de stelen ontdaan en gesneden. Dat was een hoogst vervelend karwei, waarbij het hele gezin werd ingeschakeld. Daarvoor waren de mondjes meer - éénmaal het "
larvenstadium" ontgroeid - wel handig!!
Daarna werden de weckpotten gevuld en zorgvuldig in de steriliseerketel gestapeld. Die stond dan te sissen en te schudden dat horen en zien verging. De keuken leek wel een sauna. Maar je kon wel trots zijn op het resultaat. Regelmatig gingen mijn grootouders en ook mijn ouders tevreden de netjes gerangschikte wintervoorraad in de kelder bewonderen: de bokalen spinazie, worteltjes, boontjes, erwtjes, appelmoes en later ook fruit dat volop uit de " fruitbogaard" te plukken viel, werd in weckpotten opgelegd. Lekker in de winter! De confituurpotten werden nauwkeurig gemerkt op datum en inhoud.
Alles werd vooral zuinig aangepakt, want voedsel was kostbaar en duur. Niets werd weggegooid, alles kon nog dienen.
Hoe anders gaat het er nu aan toe!
De supermarkten puilen uit van de voedingswaren. Ze komen niet meer alleen uit eigen streek, maar worden per vliegtuig met tonnen aangevoerd. Verse groenten zijn er het hele jaar door in alle verscheidenheid, exotisch fruit is voor een prijsje te koop. Voor onze dagelijkse kost hoeven we zelfs niet eens meer de handen uit de mouwen te steken. Kant en klare gerechten hoef je enkel nog in de microgolf op te warmen.
Nu hebben we volautomatische wasmachines en droogkasten zelfs stoomstrijkijzers waarmee je bij wijze van spreken alleen nog naar het wasgoed hoeft te kijken om het glad te krijgen. Luiers zouden daarom een akkefietje moeten zijn maar moderne baby’s worden nu in wegwerpluiers gestopt.
Met stofzuigers en stoomreinigers gaan we in huis te keer.. Geen huismijt die het overleeft. Sokken met gaten gaan onverbiddelijk de vuilnisemmer in. Aan verstelwerk besteden we al lang geen moeite meer noch tijd. Nieuwe kleren worden gekocht en zijn niet meer het product van huisvlijt.
We leven in een luilekkerland. We zouden mondjes en mondjes meer aankunnen en nog altijd op overschot leven. De rekken in de supermarkt barsten uit hun voegen, de winkelwagens met torenhoog opgestapelde waren, die men voor de helft niet nodig heeft, worden met vereende krachten naar de auto gesleurd. De gemiddelde West-Europeaan eet zich bijna letterlijk het graf in.
En ze komen, de mondjes. Maar ze zijn niet meer van eigen kweek. Ze komen van heinde en ver, uit andere contreien, aangelokt door ons aards paradijs, het land van melk en honing. Ze zien het op de televisie, die wij met het oog op snelle winst gauw hebben geëxporteerd. Voor wie elke dag met veel moeite zijn kostje bijeen moet scharrelen, heeft dit een onweerstaanbare aantrekkingskracht. In heel West-Europa leven massa’s weldoorvoede burgers die zwelgen in overvloed en bij wie de honger naar meer nooit overgaat.
Ik weet het wel, andere tijden andere zeden, andere noden, andere stijlen. Er is hard voor onze welvaart gewerkt. Toch kan het soms knagen zeker na de ervaring van 8 jaar Afrika.
In een tijd van schaarste en moeite kon een mondje meer er altijd bij. Nu is er overschot en hoeven we ons niets te ontzeggen, maar de geboortekaartjes met die bepaalde welkomstgroet: "
Zouden we honger lijden om een mondje meer" zijn op....
7 reacties op dit bericht
Hallo Natoken
Liev egroetjes en een fijne avond
en ...hoe was het ? vertel !!!
Lieve midweekgroetjes....
veel liefs en een warme knuf Gita.
Midweek groetje uit Retie
deze toch tot deze middag ik ben eens benieuwd wat ze deze middag te vertellen heben van het nieuwe klasje met de gele lijnen (klasje hoger voor ons kleinste sterretje november 4)
de grootste op 12 september 15 jaar keek er ook naar uit
al waren er van haar richting enkele vriendinnekes die een andere richting uitgingen
en toch zal ik ze missen...niks can can vandaag vind dat altijd zo raar die eerste dag !!!
ik kijk er zelf ook wel naar uit dat ik maandag weer men schoolvriendinnekes terug zie !
al hebben we mekaar onder de vakantie gezien bij een tasje koffieklets
Fijne woensdag mateke, ze beloven het droog te houden!
en wat je ook doet geniet van je dagje
Veel liefs en groetjes Jeske
..
Toch nog een zomergroet van
Nestje & Lipske!
goede dag
Twijfel aan de zon en de maan...
twijfel aan sterren in hun baan...
twijfel aan de waarheid en de trouw...
maar twijfel nooit aan m'n vriendschap voor jou!
Lieve groetjes van Freddy en Patty
en een dikke knuffel van onze drie rakkertjes
Hallo
Ik denk dat er morgen wel menige traantjes zullen vloeien bij vele kindjes
in de stilte van de nacht
schuilen daar twee kleine elfjes
als je goed luistert hoor je hun vleugeltjes wapperen
ze dansen zachtjes op het ritme van de viool
een elfje zingt zacht
welterusten en slaap zacht
xxx