Morgen wacht weer een beurt bij de tandarts om mijn “ bieterkens” een onderhoudsbeurt te geven. Door de problemen met mijn tandvlees “mag “ ik elke 3m op bezoek .
De tandartspraktijk is de enige plek op aarde waar je vrijwillig betaalt om horizontaal in een felle schijnwerper te liggen, terwijl een wildvreemde met een soort mini-hogedrukreiniger je privacy gijzelt.
Ik probeer om een humoristische ontleding te geven van het onvermijdelijke tandartsbezoek.
Het drama begint al in de wachtkamer. De sfeer is er een van een milde uitvaartplechtigheid, maar dan met slechtere achtergrondmuziek en tijdschriften die al lang vervallen zijn.
Iedereen staart plichtsgetrouw naar zijn telefoon om het angstzweet te negeren.
De beruchte boor hoor je vaag op de achtergrond janken als een op hol geslagen cirkelzaag.
Een patiënt komt lijkbleek naar buiten en kijkt je aan met een blik van: Red jezelf nu het nog kan.
Je naam wordt geroepen en plotseling voelen je benen als natte spaghetti.
Eenmaal in de behandelkamer word je achterover gekanteld tot in een positie waarin de zwaartekracht al je waardigheid opeist.
Een halogeenlamp schijnt zo fel dat je spontaan je zonden wil opbiechten.
Je mond wordt opengezet met twee wattenrollen, een speekselzuiger die aan je tong kleeft en drie vingers van de tandarts.
Het meest fascinerende ritueel is de tandarts die op dit exacte moment besluit een diepgaand gesprek met je aan te knopen.
"En, nog plannen voor de zomervakantie?"
"Aaa-gug-buh-neen niet in de zo-zo-mer."
De tandarts knikt begrijpend: "Ah, in de winter misschien."
Dan een lichte reprimande "Ik zie dat we achterin nog iets beter moeten flossen," zegt hij, “voor de rest ziet het er goed uit we gaan gewoon wat tandsteen verwijderen.”
Geen boren dus goddank! Het echte boren gebeurt pas bij de balie, waar de assistente met een strakke glimlach de factuur overhandigt. Je verlaat het pand met een kwijlspoor op je bloes en een lege bankrekening. Maar hé, je mag over drie maanden alweer terug komen