
Er zijn weinig koren in Vlaanderen die het eenvoudige ‘Het was er te nacht’ niet op hun repertoire hebben. Elk koor laat wel eens die fiere nachtegaal zijn lied aanheffen met zijn wilder tongen.
Dit Oudnederlandse volkslied, een minneklacht van 2 geliefden, werd schitterend, stemmig en sfeervol bewerkt door Florimond Van Duyse.
Maar wie was deze componist van wie we misschien ook nog zijn bewerking van ‘Het waren twee conincxkinderen’ en ‘Jan de mulder’ kennen? Veel verder reikt onze kennis wellicht niet.
Welnu, Florimond Van Duyse was de zoon van de dichter Prudens Van Duyse.
Hij werd in Gent geboren op 4 augustus 1843.
Zijn secundaire studies deed hij aan het college van Veurne en het Genste Koninklijk Atheneum.
Aan de Gentse universiteit studeerde hij rechten (1867) en werd daarna advocaat en krijgsauditeur in Antwerpen, Bergen en Gent (1882).
Maar zijn eerste liefde was de muziek.
Als zevenjarige studeerde hij viool en in 1853 studeerde hij al aan het Gentse conservatorium bij Karel Miry, de toondichter van o.a. ons Vlaams Nationaal volkslied en op dat ogenblik dirigent van de Gentse opera. Hij behaalde er prijzen voor harmonie (1859) en contrapunt (1861 en 1862). Op zijn 15de begon hij te componeren. Hij schreef een tiental opera’s, operettes, koorwerken, cantates, twee suites voor orkest en talrijke liederen en volksliedbewerkingen. In 1873 behaalde hij een tweede Prijs van Rome met de cantate ‘Torquato Tasso’s dood’.
Maar naast de compositie besteedde hij veel tijd aan studiewerk.
Tijdens zijn verblijf in Antwerpen van 1876 tot 1879 kwam hij in contact met de ideeën van Peter Benoit. Hij liet de muziekopleiding beginnen bij het aanleren van het volkslied. Dat betekende meteen de start voor veel opzoekwerk naar het Oudnederlands volkslied.
Van Duyse bestudeerde ondermeer de Souterliedekens, Geuzenliederen, liederen uit het Gruuthuse-handschrift en het Antwerps liedboek. Daarbij bestudeerde hij eerder studiewerk van o.a. Jan Bols, Edmond De Coussemaker en Jan-Frans Willems. Deze laatste verweet hij echter eigenhandig wijzigingen aan teksten en melodieën aangebracht te hebben of van bepaalde wijzigingen de bronnen niet vermeld te hebben. Iets wat Hoffmann Von Fallersleben wel deed.
Van Duyse maakte er in zijn werk een punt van om alle versies en bronnen van de volksliederen te vermelden.
Zo publiceerde Van Duyse o.a. in 1896 ‘Het eenstemmig Frans en Nederlands wereldlijk lied in de Belgische gewesten’, in 1902 ‘De melodie van het Nederlandse lied en hare rhythmische vormen’ en van 1903 tot 1908 publiceerde hij het driedelig werk ‘Het Oude Nederlandse lied’. In dat werk behandelde hij 714 liederen betreffende tekst en melodie. Hij werd meermaals bekroond voor zijn musicologisch werk door de Koninklijke Academie en werd in 1905 zelf lid van de Academie.
In 1903 richtte hij de ‘Liederavonden voor het volk’ op in de geest van Peter Benoit.
Van 1895 tot zijn dood was hij secretaris van de bestuurlijke commissie van het Genste conservatorium. Benoit en Van Duyse gingen onderling soms in de clinch. Benoit verweet Van Duyse te weinig de klemtoon te leggen op het Vlaamse lied en Van Duyse verweet Benoit een slecht bestuurder van de muziekschool te zijn. Maar ze deelden wel de passie voor het zingen van het eigen volks(e) lied.
Op 18 mei 1910 –precies 100 jaren geleden- overleed Van Duyse in zijn geboortestad, Gent.
Zijn belang als muziektheoreticus kan nauwelijks overschat worden. Dat staat buiten kijf.
Maar zijn composities zijn vandaag de dag zeer miskend, op enkele koorwerkjes na.
Daarom is het de plicht van onze koren om –elk op zijn plaats en niveau- wat aandacht te schenken aan de koorwerken van Van Duyse.
We vermeldden reeds zijn ‘Het was er te nacht’. Zeer eenvoudig, melodieus en stemmingsvol. Het is een strofisch lied met refrein. De zetting volgt volledig de originele melodie. Er is een afwisseling van eenstemmigheid en meerstemmigheid.
De partituur is opgenomen in het Vlaams Romantisch Koorboek van het ANZ.
We verwijzen ook naar de bundel ‘6 Oude Nederlandse liederen’ in een bewerking van Van Duyse. Naast ‘Het was er te nacht’ vind je er ook ‘Heer Halewijn’, ‘Het daghet in den Oosten’, ‘Er was een maegdetje’ (voor dameskoor), ‘T’wijl in de nacht’ en ‘Willen wij ’t haesken jagen’ (voor mannenkoor) met telkens een harmoniumbegeleiding.
Deze suite is gratis te downloaden op de WIMA-site: icking-music-archive.org .
Veel zingplezier!