BORSBEEK
BORSBEEK
Borsbeek wordt voor het eerst vermeld in 1191. Het maakte toen deel uit van de uitgestrekte parochie Deurne waarvan het in 1264 werd afgescheiden. De heerlijkheid Borsbeek, aanvankelijk behorend tot het vorstelijk domein van de hertogen van Brabant, werd in de 16de eeuw verpand of verkocht. Aanvankelijk was er slechts één schepenbank voor Mortsel, Edegem en Borsbeek. Rond 1640 kreeg Borsbeek zijn eigen schepenen.
Een zegel gehecht aan een document uit 1779 stelt het gevierendeelde wapen de Villegas voor. Dit wapen stemt overeen met dat van Diego (alias Jacobus) Ferdinand de Villegas, laatste heer van Borsbeek.
Het wapen van de Spaanse familie de Villegas, afkomstig uit de omgeving van Burgos, heeft in de loop der tijden heel wat wijzigingen ondergaan.
Het huidige wapen gaat terug op een beschrijving van het familiewapen de Villegas in een adelbrief uit 1672 waarbij de Spaanse koningin-regentes Maria Anna Diego Ferdinand de Villegas, schepen van de stad Antwerpen, de persoonlijke titel van ridder en een wapenvermeerdering verleende.
Gevierendeeld 1. in zilver een geledigd leliekruis van sabel en een zoom van keel, beladen met acht ketels van goud
2. nogmaals gevierendeeld a. en d. in keel een springende windhond van zilver
b. en c. in goud 3 molenijzers van lazuur
3. in zilver 2 boven elkaar geplaatste wolven van sabel en een zoom van keel, beladen met 7 schuinkruisjes van goud
4. nogmaals gevierendeeld a. en d. in keel een adelaar van zilver
b. en c. gedwarsbalkt van 6 stukken van keel en van goud.
{ het schild getopt met een helm van zilver, getralied, gehalsband, omboord en gekroond van goud, gevoerd en gehecht van keel, met dekkleden van goud en van keel. Helmteken: een rechterarm geharnast van zilver, houdend een zwaard van hetzelfde met gevest van goud.
Schildhouders: 2 aanziende leeuwen van goud }



