MORTSEL
MORTSEL
Mortsel voert nog steeds het wapen van de Berthouts dat haar in 1880 werd toegekend.
De geschiedenis van Mortsel is nauw verbonden met de vesting Cantincrode, die mogelijk al uit de 11de eeuw dateert. Op het einde van de 13de eeuw werd ze door Willem III Berthout, heer van Berchem en Ranst, uitgebouwd tot een machtige versterking.
De heren van Canticrode waren aanvankelijk geen heren van Mortsel. Dit veranderde toen Costen van Ranst in 1387 van hertogin Johanna van Brabant de volledige heerlijke macht over Edegem en Mortsel ontving in ruil voor de heerlijkheden Boechout en Hove. Edegem en Mortsel vormden voortaan samen de heerlijkheid Cantecroy.
In de 2de helft van de 15de eeuw gebruikten de schepenen van Mortsel en Edegem een zegel met een schild met 3 palen, getopt met een afbeelding van Sint-Benedictus, patroonheilige va Mortsel. Op grond daarvan werd in 1880 aan Mortsel een wapen toegekend van goud met 3 palen van keel, getopt met een Sint-Benedictus. Het gaat om een wapenschild van de Berthouts, de oudste heren van Canticrode, waarbij Sint-Benedictus diende om het wapen van Mortsel te onderscheiden van dat van andere gemeenten die eveneens het Berthoutwapen voerden.
In goud 3 palen van keel. Het schild overtopt met een Sint-Benedictus houdende een boek en een staf, alles van natuurlijke kleur.



