WESTERLO
WESTERLO
Ansfried, graaf van Hoei en bisschop van Utrecht, schonk rond het jaar 1000 een deel van zijn goederen, waaronder Westerlo, aan de kapittels van Onze-Lieve-Vrouw en van Sint-Martinus van Utrecht. In het begin van de 13de eeuw gaven deze Westerlo en omliggende goederen in erfpacht aan de heren van Wezemaal. In de 2de helft van de 14de eeuw werd Westerlo betwist tussen de afstammelingen van Jan 1 van Wezemaal, en die van zijn zwager, Rikalt 1 de Merode. Uiteindelijk gaven de Utrechtse kapittels Westerlo in 1417 in erfpacht aan de Merodes. Desondanks liet Jan II van Wezemaal, die geen wettige afstammelingen had, deze goederen in 1460 bij testament na aan Filips de Goede, hertog van Bourgondië en van Brabant. Na de dood van, diens opvolger, Karel de Stoute (1477) kregen de Merodes in 1488 de goederen in handen waarvoor ze sinds 1417 de pachtsom betaalden.
In 1626 werd Westerlo tot markizaat verheven. De familie de Merode behield Westerlo tot op het einde van het Ancien Régime en heeft nog steeds een nauwe band met de gemeente.
De schepenbank van Westerlo wordt voor het eerst vermeld in 1624. Haar 17de-18de-eeuwse zegels vertonen een kasteel met 4 hoektorens en een geopende poorttoren met neergelaten valbrug, waar achter links een slanke torenspits uitkomt. Het gaat duidelijk om de woning van de familie de Merode. Heraldisch rechts staat aan de voet van de hoektorens een schild met 4 palen en een uitgeschulpte zoom, het wapen de Merode. Dit schild is getopt met een kroon waarop 3 (onduidelijke) fleurons staan. Aan de voet van de linker hoektorens prijkt een schild met een Sint-Maarten met bedelaar, het wapen van het Sint-Martinuskapittel van Utrecht. De kroon waarmee dit schild is gedekt, vertoont 11 parels waarvan 3 verheven, en is dus een gravenkroon.
In lazuur een gemetselde burcht met 4 hoektorens en een geopende poorttoren met neergelaten valbrug, waarachter links een slanke torenspits uitkomt, alles van goud, aan de voet van de rechter hoektorens een wapenschild: in goud 4 palen van keel en een uitgeschulpte zoom van lazuur, het schild getopt met een kroon met 3 fleurons van elkaar gescheiden door 2 groepen van 5 parels, waarvan één verheven, van goud; aan de voet van de linker hoektorens een wapenschild in goud een Sint-Martinus van lazuur, het schild getopt met een kroon met 11 parels waarvan 3 verheven van goud.

