WUUSTWEZEL
WUUSTWEZEL
De gemeente koos na de fusie voor een gedeeld schild van 1. Wuustwezel en 2. Loenhout, met een kleine aanpassing.
De heerlijkheid Wuustwezel behoorde tot 1287 aan de heren van Breda. Vanaf 1645 tot op het einde van het Ancien Régime was ze in handen van de familie de Vinck, laatste feodale heren van Wuustwezel.
De schepenbank van Wuustwezel gebruikte een zegel met daarop 3 vinken, die in de schildvoet staand op een grond. Mogelijk was dit wapen afgeleid van dat van de familie de Vinck. Zeker is dit echter niet.
Het grondgebiet van Loenhout was verdeeld over 2 heerlijkheden. Popendonk werd gehouden van de hertog van Brabant, Loenhout eerst van de heren van Breda en later van die van Hoogstraten. Vanaf de 16de eeuw waren beide heerlijkheden in handen van dezelfde heer.
Vanaf de 16de tot de 18de eeuw gebruikte Loenhout een zegel met daarop een schild met een hoofdletter “L” en een geschaakte dwarsbalk van 3 rijen er overheen. Het gaat om het wapen van de familie van der Marck, heren van Loenhout van 1465 tot 1575. De letter L was omdat de familie nog andere heerlijkheden bezat waarvan de schepenbank eveneens met haar wapen zegelde.
Het wapen dat in 1902 aan Loenhout werd toegekend, gaat terug op dit schepenzegel, en is in het huidige wapen van Wuustwezel opgenomen in de 2de helft. De “L” werd weggelaten.
Gedeeld 1. in lazuur 3 vinken van goud
2. in goud een dwarsbalk geschaakt van 3 rijen van zilver en van keel.

