KAPELLEN


KAPELLEN
Aanvankelijk was het huidige Kapellen een deel van Ekeren. Rond 1250 werd op het gehucht Hoogenschot een kapel opgetrokken ten behoeve van de boeren die zich op de pas ontgonnen poldergronden hadden gevestigd. Deze kapel, toegewijd aan Sint-Jacob de Meerdere, werd omstreeks 1277 verheven tot afzonderlijke parochiekerk. De nieuwe entiteit, die in 1795 een zelfstandige gemeente werd, noemde men tot oi de 18de eeuw Capelle in den Hoogenschot. De naam Kapellen raakte pas in de 19de eeuw ingeburgerd.
Op institutioneel vlak behoorde Kapellen samen met Hoevenen en Brasschaat tot de heerlijkheid Ekeren, die sinds de 16de eeuw deel uitmaakte van het graafschap en later hertogdom Hoogstraten.
De schepenbank van Kapellen had geen eigen zegel en gebruikte steeds het zegel van zaken van de schepenen van Ekeren. Daarop stond een sprekend embleem, namelijk een schild met 3 emmers of akers.
In 1963 werd aan Kapellen een wapen toegekend van lazuur met 3 emmers van goud. Om het te onderscheiden van het identieke wapen dat Ekeren reeds sinds de Hollandse tijd voerde, werd het geplaatst voor een gouden Sint-Jacob de Meerdere, patroon van de parochie. Als bijkomend attribuut draagt deze op de linkerhand een kapel, verwijzend naar Capelle in den Hoogenschot.
In lazuur 3 akers van goud. Het schild geplaatst voor een Sint-Jacob de Meerdere als pelgrim, houdend een kapel op de linkerhand, alles van goud.


