BEERSE
BEERSE
Beerse behoorde tot het domein van de hertogen van Brabant en maakte samen met enkele omliggende dorpen deel uit van het Land van Turnhout, in 1356 gecreërd als dotatie voor Maria van Brabant, hertogin van Gelre.
In 1626 werd Beerse-Vosselaar opnieuw verpand, ditmaal aan Jan (de) Proost, pandheer van Vlimmeren, Wecheldezande, Lille en Gierle, raadsheer bij de Raad van Brabant, die in 1642 verheven werd in de adelstand. Vanaf de Vrede van Münster (1648) werd Beerse-Vosselaar weer bij het Land van Turnhout gevoegd, toestand die bleef bestaan tot op het einde van het Ancien Régime.
De schepenbank van Beerse-Vosselaar had haar eigen zegel.
Voor een wapen van de fusiegemeente Beerse (met Vlimmeren) opteerde de gemeente voor het wapenschild van de familie (de) Proost die niet alleen Beerse in pand hield maar ook Vlimmeren. Als herinnering aan het wapen van de voormalige gemeente Beerse werd het zwaard achter het schild geplaatst, de 2 beren die verwijzen naar de naam van de gemeente fungeren als schildhouders.
In lazuur een beurtelings gekanteelde dwarsbalk van goud, vergezeld van 3 achtpuntige sterren van hetzelfde. Het schild gehouden door 2 beren van goud, geklauwd en getongd van keel, en geplaatst voor een zwaard{van zilver} met gevest van goud.



