TURNHOUT
TURNHOUT
Turnhout ontstond op het kruispunt van 2 belangrijke handelswegen. In de onmiddelijke nabijheid lagen een kasteel en het Grotenhoutbos, jachtterrein van de hertogen van Brabant. In 1209-1213 werd de nederzetting door hertog Hendrik 1 verheven tot stad en Vrijheid. Het Land van Turnhout ontstond in 1356 door de dotatie aan Maria van Brabant. De laatste heren waren de graven de Pestre (1768-einde Ancien Régime)
Het oudst bekende zegel van de stad en schepenen van Turnhout (1259,1261) stelt in het veld een springend hert voor, gevolgd door een jager die op een hoorn blaast, vergezeld door een hond. Dit zegel werd gebruikt tot in de 17de eeuw. Het jachttafereel verwijst ongetwijfelt naar het hertogelijk jachtgebeid Grotenhout vlakbij de stad, waar reeds in de middeleeuwen 2 jachtrechtbanken waren gevestigd.
In de 18deeeuw verschijnt een zegel van zaken dat bijna uitsluitend als stadszegel werd gebruikt. Het stelt in het veld een springend hert op een grond voor, met aan zijn hals een schild met een paal. Dit schild, in zilver een paal van lazuur, was het echte wapen van de Vrijheid Turnhout. In 1819 plaatsten de Nederlanders het hert op een schild. Om onbekende redenen en onterecht kreeg het schildje om de hals van het dier een zoom van lazuur. Het schild topten ze met de klassieke gouden markiezenkroon. De Turnhoutenaars zagen er echter liever een hertogelijke kroon van de Zuidelijke Nederlanden in. Emmanuel Tellez de Sylva Menezes e Castro van de graven van Tarouca kreeg in 1735 de titel van hertog, samen met de toezegging dat gelijk welke heerlijkheid die hij in de Zuidelijke Nederlanden zou verwerven , tot hertogdom zou worden verheven. Toen hij in 1753 het Land van Turnhout kreeg van keizerin Maria Theresa, werd dit dus een hertogdom, zij het alleen ten persoonlijken titel. Turnhout werd dus opnieuw een graafschap toen het in 1768 aan de familie de Pestre werd verkocht. Het Land van Turnhout is dus nooit een markizaat geweest, maar wel een hertogdom gedurende slechts 15 jaar. Voor de gemeente was dit voldoende om de kroon te beschouwen als een hertogelijke kroon.
Een besluit uit 1838 bekrachtigde het wapen uit 1819.
In zilver een springend hert van natuurlijke kleur op een grasgrond met aan de hals, hangend aan een koord van keel, een schild van zilver met een paal en zoom van lazuur. Het schild getopt met een hertogskroon.

