RUMST
RUMST
Na de fusie koos de gemeente voor een combinatie van de bestaande wapens, in een gedeeld van 1. Rumst en 2. Reet, waarbij het deelwapen Rumst ook Terhagen symboliseert, dat tot 1874 een gehucht was van Rumst.
Rumt is ontstaan rond een burcht bij de samenvloeing van Nete en Dijle in de Rupel, die op het einde van de 9de eeuw werd gebouwd tegen de Noormannen. Het was oorspronkelijk in handen van de Berthouts en kwam later in het bezit van de families van Grimbergen (einde 12de eeuw-1250) en van Perwez. In 1290 werden Rumst (met Terhagen), Boom, Willebroek en Heindonk afgesplitst van het Land van van Grimbergen. Voortaan vormden ze het Land van Rumst. Tussen 1290 en de 14de eeuw was deze heerlijkheid in handen van het huis van Vianden en tot in de 17de eeuw achtereenvolgens van meer dan 10 verschillende families. Rumst zelf behoorde van 1690 tot het einde van het Ancien Régime toe aan de familie de Ligne.
Het wapen dat in 1925 aan Rumst werd teogekend, gaat terug op een zegel van de schepenen van buten de vryheit van Rumst dat hangt aan een akte uit 1375. Het schild daarop vertoont een dwarsbalk en een barensteel, zoals het ook voorkomt op een zegel van Filips van Vianden, heer van Rumst in 1304. Vianden voerde in keel een dwarsbalk van zilver.
Reet was oorspronkelijk een gehucht van Kontich en werd in 1307/08 een zelfstandige parochie. Het behoorde tot het Land van Mechelen en was van de 16de tot de 18de eeuw achtereenvolgens in het bezit van een tiental families.
Het wapen van Reet vormt de 2de helft van het huidige wapen van Rumst, namelijk (in keel) 3 palen (van goud) en een schildhoofd (van zilver).
Gedeeld 1. in keel een dwarsbalk van zilver vergezeld in het schildhoofd van een barensteel met 5 hangers van goud
2. in keel 3 palen van goud en een schildhoofd van zilver.


