Naar de inhoud

TEMPO DOELOE (Vroegere tijden)

Herinneringen aan mijn geboorteland
akke.beakke.be
Ik werd in 1938 geboren in het toenmalige Nederlands-Indië, in Batavia. In 1956 ben ik met mijn ouders, broer en zuster naar Nederland gerepatrieerd. De verhalen op deze weblog gaan over herinneringen aan mijn LAND VAN HERKOMST. (Door op de foto's bij de artikelen te klikken worden deze enigszins vergroot)

Archief

Tandjong Priok

Tandjong Priok

 

Tandjong Priok  ( Tandjoeng Priok, Tanjung Priok , is het havencomplex en de thuisbasis voor de vissersvloot. Dit havengedeelte werd  in 1877 enkele kilometers ten oosten van het toenmalige Batavia aangelegd.

Deze haven werd  praktische overwegingen aangelegd, omdat voor die tijd Batavia slechts een kleine haven had (bij Pasar Ikan), waar grotere schepen niet konden komen en vracht moest worden overgeladen  en. passagiers moesten overstappen in kleine schepen om aan wal te kunnen komen. De zee was hier zeer ondiep.  Bovendien werden  de schepen, bijvoorbeeld die van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij, maar ook de passagiersschepen steeds groter en volstonden kleine afhaalbootjes niet meer.

De haven is verbonden met Batavia door een kanaal en een spoorweg. Die havenwerken hadden 17 millioen gekost en waren in eigen beheer zonder tussenkomst van aannemers in vijf jaar voltooid onder de energieke leiding van den hoofdingenieur van den waterstaat J. de Gelder.

In het havencomplex stonden in de jaren ’50 oa. de kantoorgebouwen van de SMN (Stoomvaartmaatschappij ‘Nederland’, de Rotterdamsche Lloyd en de Droogdokmaatschappij

 

Er werd in Tandjong Priok ook een jachthaven aangelegd, maar deze was (net als de sociëteit “De Harmonie” in de stad ) voor Indonesiërs verboden.

Ook Indo’s kwamen daar niet (niet echt welkom)  en gingen voor hun dagje aan zee naar Zandvoort, een strandje in de buurt.

Ook wij gingen af en toe naar Zandvoort, waarschijnlijk vernoemd naar de Nederlandse plaats Zandvoort (aan Zee)

Als we gingen, dan gingen we meestal met de jeep, die mijn vader van zijn werkgever, de Gemeentelijke Openbare Werken van de Gemeente Batavia , te leen had gekregen.

We reden dan van de Vliegveldlaan, via Marinelaan en Goenoeng Sari naar de Priokweg/ Antjolweg richting Zandvoort en zongen dan uit volle borst:

 

 We gaan naar Zandvoort, al aan de zee
we nemen lempers  en koffie mee
o, het is zo'n heerlijkheid
als je zo naar Zandvoort rijdtt
we gaan naar Zandvoort, aan  de zee



23-e649607b06ead86d4e09dc13f4fea286.jpg

23-2d3a4ca2b75c5f69d9a676125614ed0b.jpg
Geschreven door rene persijn om 16:10

De eerste A-A-conferntie

De eerste A-A-conferntie

 

Toen de eerste A-A (Aziatisch-Afrikaanse)-conferentie werd gehouden in Bandung  in 1955 zat ik op de CAS (HBS-B) aan de Lapangan Merdeka (vroegere Koningsplein), Batavia..

Onze geschiedenisleraar, de heer Van den Berg, was toen al een heel jaar met ons bezig met een project, dat hij “History in Making” noemde. Hierbij kregen we de opdracht om dagelijks de kranten te lezen en eventuele belangrijk berichten op politiek en/of cultureel gebied uit te knippen en ( voorzien van ons eigen commentaar) in een plakboek in te plakken. Regelmatig keek hij ons werk na en gaf ons daarvoor een cijfer.

 

Ik vond het bijzonder interessant en ook leerzaam en had al goede cijfers gekregen toen een bericht in de krant (Java-Bode, Nieuwsgier) verscheen met de aankondiging, dat de eerste Aziatisch-Afrikaanse Conferentie in Indonesia zou worden gehouden, namelijk in Bandung.

Ik besloot de berichten over deze conferentie elke dag te lezen, eventueel uit te knippen en op te nemen in mijn werkstuk “Histiory in making”. 

Ik kreeg van de heer Van den Berg na inlevering niet alleen een goed cijfer, maar ook nog een dikke reep (Hollandse!)  chocola!

 

De deelnemers aan de conferentie, waaronder Abdul Nasser (Egypte), Jahawaral Nehru (India) , Mohamad Ali (Pakistan), Zhou Enlai  ( Chinese Volksrepubliek),  U Nu  (Birma)

zouden per vliegtuig op Kemajoran aankomen (wij woonden toen aan de Jalan Garuda, voorheen Vliegveldlaan, vlak bij het vliegveld)) , door president Soekarno op het paleis worden ontvangen en per auto doorreizen naar Bandung.

 

Ik had toen, helaas, nog geen fotocamera (en zeker geen digitale!), maar ik stond wel elke keer langs de weg bij het vliegveld te kijken als er weer zo’n hoogwaardigheidsbekleder in een open auto voorbij kwam rijden, op weg naar het paleis aan de Lapangan Merdeka. Op het vliegveld werden ze vaak verwelkomd door de Indonesische premier Ali Sastroamijojo of door de minister van Buitenlandse Zaken, Ruslan Abdulgani.

 

 De Conferentie, die bekend zou worden als de Bandungconferentie vond plaats van 18 tot 24 april 1955  in Bandung in de voormalige sociëteit “Concordia” aan de Grote Postweg.

Het gebouw waar de conferentie werd gehouden is een aan deze gebeurtenis gewijd museum geworden en omgedoopt in Gedung Merdeka (Vrijheidsgebouw). De straat daarvoor die Grote Postweg heette, heet sindsdien Jalan Asia-Africa .( Azië-Afrikaweg)

 

 

Aziatische en Afrikaanse naties die kort ervoor onafhankelijk waren geworden namen aan deze conferentie deel.

 Doelen van de conferentie waren het stimuleren van economische en culturele samenwerking tussen Afrikaanse en Aziatische landen en het tegenstand bieden aan kolonialisme of neo-kolonialisme van de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie of andere naties, zoals Nederland..

Negenentwintig landen, die gezamenlijk meer dan de helft van de wereldbevolking vertegenwoordigden, stuurden afgezanten.



21-b9d2d44b82aabbe3e9e56361625c9cba.jpg

21-7b41051fa759fba93dfe62abcb3e1ab6.jpg

21-4dfabee9e25c615db11b864e6d19e6ca.jpg
Geschreven door rene persijn om 16:11

Pasar Senen

Pasar Senen

 

In de Bersiap-priode ( zie het artikel “De Bersiap” op in deze weblog)  na de Japanse bezetting, toen Indonesische vrijheidstrijders het Nederlandse leger bestreden, werd vooral vanuit het Senen-gebied  de Nederlanders, die hun basis aan het Waterlooplein hadden, bestookt.  Het gebied van Senen was een brandhaard van nationalistisch verzet tegen het Nederlandse leger en voor Nederlanders bijzonder onveilig.

Toen wij in Batavia (Vliegveldlaan 56) woonden reed ik niet alleen (voor nieuwe Dick Bos boekjes)  naar Pasar Baroe.,maar bracht ik ook graag een bezoek aan Pasar Senen, dat toen weer redelijk veilig was, althans als je de ‘tjopets’ (zakkenrollers) niet meerekende. 

Dan reed ik de Vliegveldlaan  (Jalan Garuda) af richting de marinekazerne, waarbij ik de Defensielijn van den Bos kruiste, reed door de Marinelaan en reed dan linksaf de Goenoeng Sariweg op en dan rechtdoor naar Pasar Senen.

Pasar Senen was een drukke, gezellige buurt, waar veel kleine kraampjes stonden, zowel met ‘food’ (eettentjes) als met ‘non-food’.

Een bekend eethuis was in de 50er jaren o.a. het Padangs restauranrt ‘Merapi”, achter Toko Avon.

De grootste toko op Senen was toen Toko “Babah Gemuk” ( Dikke Chinees).

Tegenover Toko Avon had de Chinees  Tjio Wie Tay zijn boekhandel “Thay San Kongsi”, en  later  “Gunung Agung” (die eerst op Kwitang had gestaan).

Op Pasar Senen haalden we ook altijd de ‘kah’ (Chinese houtlijm) voor het maken van glasdraad voor de vechtvliegers, en de  ‘dedek kasar  ’ (grove rijstkafjes) , voer voor onze kippen en eenden.

En niet te vergeten het garen voor de glasdraad van de vechtvliegers, tjap (merk) GADJAH (Olifant). En niets anders!

 

 

Geschreven door rene persijn om 20:32

De Bersiap-periode

De Bersiap-periode

 

De Bersiap-periode (‘Bersiap’ betekent ‘Weest Paraat’) loopt van 15 september 1945 tot 1 december 1946: en is de meest gewelddadige periode in de geboorte van de Indonesische Staat, als onderdeel van hun nationale revolutie.

De Bersiap-periode is de periode na de Capitulatie van Japan (15 augustus 1945) en na de Onafhankelijkheidsverklaring (17 augustus 1945), waarin de Pemoeda's   een hoofdrol speelden.

Pemoeda betekent letterlijk jongeren.. De ‘Pemoeda Indonesia’ was een al  in de jaren twintig van de 20ste eeuwdoor de Algemeene Studieclub te Bandoeng gestichte nationalistische jeugdorganisatie in toenmalig Nederlands-Indië.

Tijdens de Japanse bezetting speelden de Japanners in op de nationalistische gevoelens van de zogenaamde "pemoeda's": Die term werd inmiddels gebruikt als aanduiding voor verschillende jongerengroeperingen op Java.

Deze groeperingen stelden zich geleidelijk aan steeds radicaler en onafhankelijker op, en toen Japan op 14/15 augustus 1945 capituleerde verzetten de "pemoeda's" zich hevig tegen de terugkeer van de Nederlanders. Kort hierna riep Soekarno op 17 augustus 1945 onder druk van de pemoeda's de onafhankelijkheid van de Republik Indonesia uit.

De  acties van de pemoeda’s  waren gericht tegen alles wat Nederlands was of sympathiseerde met de Nederlanders. Hierbij werden vaak de Indo’s , die daar geboren waren en de taal van het volk spraken, maar de Nederlandse nationaliteit hadden, als verraders beschouwd.

 

Ook Batavia kreeg uiteraard met de Bersiap te maken.

De tegenstanders van de Pemoeda’s waren aanvankelijk strijdgroepen, bestaande uit oudere ex-KNIL-militairen, Indo-jongeren en Nederlandse jongeren.

Pas na de verschijning van luitenant-admiraal  Conrad Emil Lambert Helfrich,( Semarang 11-10- 1886 – 's-Gravenhage 20-09- 1962),  werd de strijd georganiseerd.

Helfrich keerde op 1 oktober 1945 terug in Nederlands-Indië, waar hij tot 24 januari 1946 het bevel over de Nederlandse strijdkrachten in Nederlands-Indië voerde.

Hij kon gebruik maken van vijf ingevlogen en ingevaren KNIL-compagnieën (ca. 1000 man), 100 mariniers van Hr.Ms. Tromp, een groeiend aantal ex-KNIL-krijgsgevangenen en Molukse ex-militairen.

De Britten voerden van 27 december 1945 tot 4 januari 1946 'Operatie Pounce' uit in Batavia, waarbij de meeste Pemoeda's werden verdreven of gevangengenomen. Nederlandse troepen dreven daarna Indonesische militairen steeds verder van het centrum weg, ondanks protesten van de Britten.  

Het gebied van Pasar Senen was een brandhaard van nationalistisch verzet van de Indonesische vrijheidstrijders tegen het  Nederlandse leger, dat als bezettingsleger werd gezien.

In Batavia werd het  Xe Bataljon gevormd uit Indo-jongeren en Ambonezen.

Tegen Indonesische jongeren werd buitengewoon wreed opgetreden. Voor elke gedode Nederlander werden drie Indonesiërs doodgeschoten. Het geheel had de karaktertrekken van een verbeten burgeroorlog

Pas in  de eerste maanden van 1946 werd eindelijk onderhandeld tussen Nederlanders en Republikeinen, onder zware Britse druk. De Indonesiërs begonnen met de evacuatie van Japanners uit hun zelfinterneringskampen, en van de geïnterneerden in de bersiap-kampen( waaronder mijn moeder, broer en ik) . De Japanse evacuatie was in juli 1946 afgehandeld, die van de geïnterneerden zou doorlopen tot mei 1947. Vanaf maart 1946 werden weer Nederlandse troepen toegelaten tot Java. De eigenlijke Bersiap is daarmee wel afgelopen.

 

 
Geschreven door rene persijn om 17:22

Waterlooplein

Waterlooplein

 

Toen we na de oorlog met Japan  in Batavia woonden en ik naar de HBS van de CAS aan het Koningsplein (Lapangan Merdeka) ging, fietste ik elke dag van de Vliegveldlaan waar we woonden naar school.

Hierbij reed ik vaak langs het Waterlooplein ( Lapangan Banteng). Het Waterlooplein werd vernoemd naar de Slag bij Waterloo. Ter ere van de overwinning op Napoleon werd op het plein een zuil gebouwd met daar bovenop een leeuw (inmiddels al lang verdwenen).

Aan het Waterlooplein lag ook het brede gebouw dat bedoeld was als paleis van gouverneur-generaal  Daendels, ook wel het Witte Huis (Geding Putih) genoemd. De bouw werd voltooid in 1828 en het ontwerp was van luitenant-kolonel J.C. Schultze.

Momenteel is daarin het Ministerie van  Financiën ondergebracht.

Aan het waterlooplein stonden nog andere min of meer markante gebouwen, zoals het voormalige Vrijmetselaarsloge ( Loge “Ster van het Oosten”), het hooggerechtshof, het gebouw van de Volksraad.

Maar indrukwekkend stond aan het Waterlooplein ook de kathedraal ( Kerk  van Onze Lieve Vrouwe ten Hemelopneming)  met zijn gietijzeren torenspitsen uit Nederland en gebouwd naar een ontwerp van architect C.J. Hulswit.De Kathedraal werd op 21 april 1901 ingezegend door Mgr. Edmundus Sybrndus  Luypen SJ, vicaris van Batvaia.

 

Met de sportvereniging van de Haantjeskerk (Pasar Baroe) hebben we op het Waterlooplein vaak getraind (voetbal, volleybal, kastie).

Op de fiets naar school stak ik het plein vaak diagonaal over om tijd te winnen. Dan reed je wel door en over een veld van  kruidje-roer-me- nietjes (Mimosa pudica), maar dat verhoogde alleen de pret als je de blaadjes zag dichtklappen.

 

Op dit plein heeft in de 50-er jaren de Amerikaanse evangelist Billy Graham diverse massameetings gehouden.

 

 



16-1dc4b7e5b7e10900e703fa5f5f421a99.jpg

16-a68094931df9a9d1c9b3a7c5f7d3a9ac.jpg
Geschreven door rene persijn om 10:19

Pasar Baroe

Pasar Baroe

 

Eén van de voor mij markante wijken in het voormalige Batavia was Pasar Baroe  ( Nieuwe Markt, opgericht ca 1820) en dan vooral de drukke winkelstraat die je, komend vanuit de richting van de Stadschouwburg, via de brug bereikte.

Als ik weer wat geld had, bijvoorbeeld door de verkoop van lege flessen aan de ‘toekang botol’ (opkoper van lege flessen), fietste ik wel eens vanaf de Vliegveldlaan waar we woonden , via de Marinelaan langs de kali (rivier)  richting Postweg en de Schouwburg, naar Pasar Baroe.

 

Aan het eind van de winkelstraat aan de linkerkant van de weg stond een markthal, waarin heel veel kraampjes stonden. Zo stond er een kraampje waar ze messen en dolken verkochten, maar er stond ook een man, die speelgoed verkocht, gemaakt van afvalmateriaal. Zo had hij van die kleine wajangpoppen gemaakt  van gevlochten alang-alanggras, autootjes gemaakt uit oude conservenblikken, maar ook bewegelijke, gevaarlijk uitziende  slangen van bamboe.

Maar meestal ging ik naar een kraampje achterin de markthal, aan de linkerkant.

Daar werden namelijk stripboeken verkocht. De verkoper had een groot assortiment, zoals  Dick Bos (mijn favoriet), De Moker, Bob Crack, Lex Brand, Tom Welsh, maar ook stripboeken met meer tekst zoals Eric de Noorman, De avonturen van kapitein Rob

De Dick Bosjes kostten in die tijd (ongeveer 1950)  50 cent per stuk.

In die tijd werd de jeugd  het lezen van stripboeken ontraden, omdat dat  de leesvreugde  niet zou bevorderen, maar omdat ik bij de bibliotheek van de Haantjeskerk (Pniëlkerk) elke week ‘gewone’ boeken leende en las en ook via de schoolbibliotheek regelmatig boeken leende ( zoals “Paddeltje, de scheepsjongen van Bontekoe”, een hele dikke ‘pil’), was ik zo vrij om dit pedagogisch bedoeld advies naast me neer te leggen.

 

Ik herinner me Pasar Baroe als een gezellige en drukke winkelstraat met stoffenzaken, kleermakers, die steevast de aanduiding ‘Tailor’  in hun naam hadden, schoenenzaken, maar ook terrasjes, waarop je dikwijls Nederlandse KL-militairen zag zitten, die door een rondtrekkend orkestje werden verrast met een Indonesische versie van “Daar bij die molen” of “Waar de orchideeën bloeien”.

Kortom, ik was daar graag!

 

 

 

 

Geschreven door rene persijn om 16:59

De Stadsschouwburg (Batavia)

De Stadsschouwburg (Batavia)

 

Na het verblijf in een Bersiapkamp in Cheribon (zie het artikel “In het kamp” op deze weblog) werden wij (mijn moeder, broer en ik) op  26 april 1946 per trein onder begeleiding  van leden van de RAPWI (Recovery of Allied Prisoners of War and Internee)  geëvacueerd naar Batavia waar we  werden herenigd met vader Johan, die heelhuids uit de Japanse internering was teruggekeerd.

We woonden eerst op de Tjemaralaan 25 en verhuisden vandaar naar Vliegveldlaan nr. 56, waar we bleven wonen tot aan onze repatriëring naar Nederland in 1956.


Batavia, later Djakarta en nog later Jakarta, had veel markante wijken (waaronder Kemajoran waar wij woonden), straten, gebouwen etc. Van wat ik me hiervan nog kan herinneren wil ik graag met u delen.

 

In Batavia  was er bijvoorbeeld de Stadsschouwburg, vlak bij Pasar Baroe, aan de Postweg. Dit  gebouw passeerde ik dagelijks wanneer ik naar school fietste  ( de HBS van de CAS aan het Koningsplein).

Deze schouwburg  werd in 1821 geopend.. Tot die tijd had er een bamboeloods gestaan, bestemd voor amateur-voorstellingen. Het beheer van de schouwburg werd aanvankelijk uitgevoerd door de 'Bataviaasche Toneelsociëteit'. In 1911 werd de Stadsschouwburg overgenomen door de gemeente Batavia De indrukwekkende ingang (eenderde van de gehele lengte van het gebouw!)  had een aparte toegang voor de Gouverneur-generaal.

Het gebouw, dat in 1987 geheel werd gerenoveerd, heet nu  'Gedung Kesinian' (  Jalanl. Gedung Kesenian No. 1, Pasar Baru, Jakarta).

In de Schouwburg heb ik in 1955 in schoolverband, in het kader van de lessen Nederlands, onder meer geluisterd naar de Nederlandse voordrachtskunstenaar Albert Vogel jr., een broer van de in Nederland bekende actrice Ellen Vogel.

Ook het Radio Philharmonisch.Orkest met  dirigent Yvon Baarspul trad daar regelmatig op alsmede het Cosmopolitain orkest onder leiding van  Jos Cléber met een wat lichter genre muziek.

Het was ook in deze schouwburg, dat de in het voormalige Nederlands-Indië bekende pianist-bandleider Charlie Overbeek Bloem (1912-2004) als zesjarige jongen zijn eerste stap naar roem deed door  het “menuet in G” van Paderewski te spelen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geschreven door rene persijn om 15:48

Societeit "De Harmonie"

Societeit “De Harmonie”

 

Een ander markant gebouw in Batavia was dat van de sociëteit “ De Harmonie” aan de Rijkswijkstraat, nu Jalan Veteran.

In 1985 werd het gebouw afgebroken

De  sociëteit te Batavia was een ontmoetingsplaats voor Europeanen. Overal waar in de kolonie Europeanen woonden, stonden sociëteiten, plekken waar (veelal blanke) Europeanen elkaar ontmoetten. Om er te drinken, te roken, te kletsen en te kaarten. Later, toen er ook Europese vrouwen naar Indië emigreerden, werd er ook gedanst.

De bouw van Sociëteit “De Harmonie”startte in de tijd van Daendels.

Het gebouw had een deftig, bijna aristocratisch interieur

De Duitse schei-en natuurkundige en bioloog  Heinrich Burger (1804-1858) was van 1850 tot 1853 bestuurslid van Sociëteit "De Harmonie" te Batavia

Geschreven door rene persijn om 00:00

KEMAJORAN, Vliegveldlaan 56

Kemajoran, Vliegveldlaan 56


Zo vlak na de oorlog was er in Batvia/ Djakarta/ Jakarta, mede door de grote toestroom van evacué’s, een enorm tekort aan woonruimte.

Toen we dan ook een definitieve woning kregen toegewezen en zo verder gevrijwaard  werden  van het gepest van de hondenpoepman  op de Tjemaralaan 25 ( zie het artikel “Terug naar Batavia” op deze weblog) , kwamen we in een huis waar ook al andere families in woonden: een Javananase KNIL-militair, namelijk de soldaat Salimin met zijn vrouw en zijn schoonzuster Aminah,een knappe Javaanse met een westers aandoende sensuele uitstraling, een KL militair van de Aan- en Afvoertroepen ( de heer van Oorschot), die uit Dordrecht kwam  met zijn Siamese vrouw en een werknemer van de KLM  met vrouw en kind. Dit laatste gezinnetje had een andere woonruimte elders in de stad gekregen en wij konden die vrijgekomen ruimte bewonen. We kregen de voorgalerij, een slaapkamer aan die galerij, de eetkamer en een slaapkamer, uitkomend op die eetkamer.

In de loop der jaren wisselde het huis vaak van bewoners.

Het huis lag aan de Vliegveldlaan , nr. 56, in de wijk Kemajoran, de wijk waar ik bijna 8 jaar daarvoor was geboren.

 

Toen ik op de dag van verhuizing bij mijn vader achterop de fiets bij de woning arriveerde (mijn moeder en broer reden mee met de verhuiswagen) en ik tegen mijn vader zei dat ik even in de buurt wilde rondlopen om die te verkennen, knikte hij .Begreep hij mijn beter dan ik mezelf begreep? Want ik voelde me op dit moment wel echt senang (blij, goed in mijn vel) , maar kon daar rationeel toch geen verklaring voor vinden. Eerst later begreep ik dat het gevoel iets te maken moest hebben met ‘thuiskomen’, met afronding van een fase in je leven. Maar toen ik daar de omgeving van ons nieuwe huis verkende hield ik me niet bezig met dit soort filosofisch overpeinzingen, maar vond ik het gewoon prettig dat we hier gingen wonen.

Ik wilde de geuren gulzig opsnuiven van de oude huizen, de stoffige straten, de bomen en struiken, de paggers (heggen) , de sloten, waarin het water de geur van rottende bladeren, van zeep en urine verspreidde. Ik liet alle indrukken ongecensureerd en onbewerkt naar binnen komen. Ik genoot intens zoals alleen een kind van zijn omgeving kan genieten.

Speelde onbewust toch een gevoel van ‘eindelijk thuis’ mee?

 

 

Heel veel later heb ik over mijn ‘thuiskomst’ in Kemajoran nagedacht nadat ik iets meer te weten ben gekomen over deze bijzondere wijk van Batavia.

 

Geschreven door rene persijn om 10:55

Terug naar Batavia

Terug naar Batavia

 

Na het verblijf in het Bersiapkamp in Cheribon (zie het artikel “in het kamp” op deze weblog) werden wij (mijn moeder, broer en ik) op  26 april 1946 per trein onder begeleiding  van leden van de RAPWI (Recovery of Allied Prisoners of War and Internee)  geëvacueerd naar Batavia waar we aankwamen op het station Manggarai.

In Batavia werd ons gezinnetje door bemiddeling van het Rode Kruis weer herenigd met vader Johan, die heelhuids uit de Japanse internering was teruggekeerd.

Bij aankomst in Batavia kregen we wit brood met aardbeienjam. Naar ik later vernam was dit brood gebakken van inferieure ‘oorlogsmeel’, maar in mijn beleving was dit, na al die tijd in het kamp waterplanten en stijfsel te hebben gegeten, het lekkerste brood dat ik in heel mijn leven heb gegeten.

 

We kregen tijdelijke woonruimte aan de Tjemaralaan, op nr. 25, waar al een gezin woonde, een echtpaar en een zoon, Wim. Een oudere zoon, David studeerde in Delft De heer des huizes vond het kennelijk maar niets dat er nog een gezin in het huis werd ondergebracht. Hij probeerde ons weg te pesten door elke dag een emmer water, waarin hij hondenpoep had geroerd onder de deur door naar ons woongedeelte te gooien, dit tot groot ongenoegen van zijn vrouw, die mijn ouders elke keer weer haar verontschuldiging aanbood, waarna ze iedere keer weer door haar man werd uitgescholden.

 

 

Mijn broer en ik gingen toen in die tijd naar de  Lagere school op de  Javaweg 66. Ik kwam in een zogenaamde normaal-klas en mijn broer in een herstel-klas (vanwege de achterstand die hij toch nog had opgelopen door de kampperiode ).

Op uitnodiging van de toen in  Batavia heel bekende Hans Oosterhof ( Suhandi) werd er vanuit deze school ook wel eens klassikaal een bezoek gebracht aan het radiostation van de Wereldomroep aan het Koningsplein (later Lapangan Merdeka) waar ten behoeve ven het (Nederlandse ) thuisfront onder begeleiding van een piano Vaderlands liederen werden gezongen, zoals ‘Neerland vlag, je bent mijn glorie’, ‘Waar de blanke top der duinen’’ en ‘Wier Neerlands bloed door de aderen vloeit, van vreemde smetten vrij-ij-ij… (gezongen door kinderen waarvan méér dan 80% gemengd bloed had!)

 

Op deze school deed ik ook aan het eind van de 6de klas het schriftelijk en mondeling eindexamen, ook in de taalvakken Engels en Frans. Ik werd toegelaten tot de HBS (Hogere Burgerschool), die een A- en een B-kant kende . Ik koos de B-kant. De HBS volgde ik op de CAS  ( Carpentier Alting Stichting) aan het Koningsplein.

Mijn broer zat toen al op de S.M.P.( Sekolah Menengah Pertama), vergelijkbaar met de toenmalige MULO  (Middelbaar Uitgebreid Lager Onderwijs), waar het B.I. ( Bahasa Indonsia) de voertaal was. Op de CAS was de voertaal het Nederlands. Het Bahasa Indonesia was daar één van de verplichte taalvakken.

 

Op 11 april 1947 (toen we nog op Tjemaralaan 25 woonden) werd zusje Yvonne Louise geboren. Ik was toen 8 en broer Johan ( voor mij: Boengke= broer)  10 jaar.

 

 

 
Geschreven door rene persijn om 17:26

Meer van TEMPO DOELOE (Vroegere tijden)

↑ Terug naar de berichten