Naar de inhoud

TEMPO DOELOE (Vroegere tijden)

Herinneringen aan mijn geboorteland
akke.beakke.be
Ik werd in 1938 geboren in het toenmalige Nederlands-Indië, in Batavia. In 1956 ben ik met mijn ouders, broer en zuster naar Nederland gerepatrieerd. De verhalen op deze weblog gaan over herinneringen aan mijn LAND VAN HERKOMST. (Door op de foto's bij de artikelen te klikken worden deze enigszins vergroot)

Archief

1948 Leve de Koningin!

Leve de Koningin 1948

Werd de verjaardag van  Koningin Wilhelmina  in Indië (en dus ook in Batavia) uitbundig gevierd, dit gebeurde uiteraard in nog meerdere mate ter gelegenheid van haar 50-jarige ambtsperiode  in 1948.

We woonden toen in Batavia en maakten de festiviteiten daar mee. Ze zou in datzelfde jaar troonafstand doen ten gunste van haar dochter Juliana en dat maakte de viering waarschijnkijk ook tot een soort afscheid van de koningin die al die jaren  ook  vorstin was van Nederlands-Indië en dus ook van Batavia!.

Er was immers  ook een park in Batavia  naar haar vernoemd, het Wilhelminapark, ingesloten tussen de Citadelweg, de Willemslaan en Waterlooplein-West.

 

Net als ter gelegenheid van haar verjaardag was ook nu de stad versierd maar nu wat uitbundiger en ook nu  waren op diverse plaatsen erebogen opgericht, prachtig versierd met bloemen, slingers en vlaggen.

 

Er was een aubade van schoolkinderen voor het paleis van de Gouverneur-Generaal  van Mook, een militaire parade van landmacht, marine en luchtmacht op het Koningsplein (waar ik met mijn vader ook naar toe was gegaan), en luchtvaartshow op Tjililitan, een dropping van parachutisten, een optocht van versierde wagens en auto’s in Weltevreden, waaraan ook padvinders deelnamen, maar ook bedrijven, zoals de KLM.

In Rijswijk en Noordwijk was er Pasar Malam, die door de patih van Batavia werd geopend met een toespraak, waarna de echtgenote van de burgemeester een lint doorknipte. Daarna kon men het terrein betreden.

’s Avonds kon men genieten van de feeërieke verlichting in de stad, vooral op Noordwijk en Rijswijk, de vele standjes langs de straten met allerlei lekkernijen, speelgoed en vele verleidelijk hebbedingetjes.En ’s avonds zagen we  pas goed  dat ook het paleis van de gouverneur-generaal aan het Koningsplein  feestelijk geïllumineerd was.

 

Het was een groot feest, maar tevens een afscheid, afscheid van een koningin, maar ook afscheid van een tijdperk.

Want hoe betrekkelijk alles was bleek wel in 1950, toen het Wilhelminapark in Batavia moest plaats maken voor de Istiqlal Moskee .

Geschreven door rene persijn om 19:27

Op de CAS

Op de CAS

 

Aan het Koningsplein, aan de oostzijde stond in de 50-er jaren het scholencomplex van de CAS (Carpentier Alting Stichting). Hier ging ik na mijn lagere schooltijd naar toe ( zie ook het artikel “Fietsend naar school” op deze weblog).

Helemaal achterin op het terrein stond de MULO (Meer Uitgebreid Lager Onderwijs) en vooraan het Lyceum.

Het Lyceum had een onderbouw van twee jaar, waarna je kon kiezen tussen Gymnasium, HBS ( Hoger Burgerschool) en MMS (Middelbare Meisjesschool).

Op het Gymnasium kon je later nog kiezen tussen een Alpha en een Beta kant en op de HBS tussen een A en een B-kant. Ik zou de HBS-B kant opgaan.

Het idee achter dit schooltype  was dat het vóór de puberteit niet duidelijk was of leerlingen meer aanleg voor exacte vakken of voor (klassieke) talen hadden. De onderbouw was dus een voorloper van de  tegenwoordige (anno 2008)  brugklas, met dien verstande dat niet naar het niveau, maar naar de richting van de leerlingen gekeken werd. Het lyceum als geheel kan gezien worden als een vroege vorm van de huidige (anno 2008)scholengemeenschap.

 

Toen ik daar op school ging was de heer H. Stam de rector. Hij woonde met zijn gezin (vrouw, twee dochters en een zoon) aan de Theresiakerkweg. De zoon, Herman, zat bij mij in de klas.

 

Helaas kan ik me niet meer de namen van alle docenten herinneren. Een paar kan ik hier nog wel noemen.

De heer Stam (Rector en docent Nederlands), de heer drs.  J. Arntz ( Con-rector en docent Geografie),  de heer L. van Meesche (docent tekenen), de heer D. Ruys (docent Frans en Nederlands)( naar ik me herinner was hij nog familie van de Nederlandse acteur/regisseur Cor Ruys), Mevr. Steenberghen ( docent Frans) ( zij vertrok later uit Indonesia om in Zuid-Frankrijk te gaan wonen), de heer ir. Burgemeestre ( docent Scheikunde) ( hij vetrok later naar Brazilië om daar te werken bij een oliemaatschappij),

de heer van Hemert ( docent Bahasa Indonesia, een verplicht taalvak in de onderbouw) (hij was Warga Negara, Indonesisch staatsburger en in de tijd ook lid van het Indonesisch parlement), de heer van Swamborn (docent biologie) , de heer Stuiver (docent wiskunde)  de heer Ir. Tan (docent wis- en natuurkunde kunde) (door zijn bijzondere lessen  kreeg ik later interesse in zaken als relativiteit en kwantumfysica) , de heer Fouraschen en Van den Berg ( beiden docent geschiedenis) en mej. drs. Fischer (docent Duits).

 

Zij waren stuk voor stuk bijzondere leraren  met liefde voor hun taak en vakgebied, die in staat waren je te boeien  en belangstelling voor hun vak op te wekken.

 

Enkele leerlingen met wie ik in de klas heb gezeten waren:

 

Meiske Allaert (een heel stil maar bijzonder intelligent meisje), Eefje Bakker (toen ik in 1979 in Indonesia was ontmoette ik haar in Jakarta, waar ze nog woonde. Toen we nog op de CAS zaten woonden we in dezelfde straat. de Vliegveldlaan. Haar vader was aannemer ), Heidi van Barnau Sijthoff, Peter Bax, Leo Blanken,

Don Boellaert van Tuyll (Is later koopvaardijofficier geworden en heeft een tijd in Oosterbeek in Gelderland gewoond), Henk Duistermaat, May Engelen ( zij zat  bij mij ook al op de lagere school (zie ook het artikel “Lopend naar school”op deze weblog),  Micki Grosz, Tan King Han, Lily Hana, Margy Keesberry (was ik heel even heimelijk verliefd op geweest. Vertrok uit Indonesië met haar ouders), Marlies Konings, Elly Moerman, Marcel Neumann., Steven Peek, Judith Pelaupessy, Leo Peters, Mieke Piekaar, Eddy Slamet (zoon van de destijds bekende professor Slamet, woonde in 2007 nog in Jakarta),

Herman Stam ( zoon van de rector. In 2007 kreeg ik in Nederland contact met hem. Hij is samen met zijn vrouw nog op bezoek geweest. Hij werd in Nederland docent tekenen ), Thelma Tan, Wiesje Tan, Cathelien de Vlieger,  Wim Vredevoogd (Zoon van de enige echte ‘Sinterklaas’die elk jaar op Kemajoran met het vliegtuig aankwam, zogenaamd uit Spanje) , Els Wevelaar en Gerry de Wilde.

 

Geschreven door rene persijn om 10:42

Gang Scott ( Anno 2008: Jalan Budi Kemuliaan)

Gang Scott ( Anno 2008: Jalan  Budi Kemuliaan)

 

Gang Scott ( Scottweg) was een niet zo lange weg, maar wel een weg met een rijk verleden.

Deze weg werd aangelegd door de Schotse koopman en later inspecteur bij de opiumpacht Robert Scott, een achterneef van Sir Walter Scott, de dichter en schrijver (van o.a. Ivanhoe). Robert Scott legde deze weg aan toen hij zelf  aan het Koningsplein woonde.

 

Gang Scott herinnerde ook aan de Nederlandse dichter-schrijver Leo Vroman, die in 1940 naar Nederlands-Indie vertrok en daar in Batavia aan de Gang Scott een kamer betrok bij mevrouw Wijmer  om zijn in Utrecht begonnen biologiestudie voort te zetten aan de Geneeskundige Hoogeschool te Batavia.

Toen de Japanners Nederlands-Indië binnengevallen waren, werd hij geïnterneerd en verbleef in verschillende kampen.

 

Ook de schrijver Arthur van Schendel ( o.a. “Een zwerver verliefd”) , die in 1874 in Batavia werd geboren heeft in de gang Scott gewoond.

Zo lezen we in zijn “Ongepubliceerde jeugdherinneringen” :” Wij liepen over gras onder donkere bomen, het Koningsplein…… Wij woonden in de Gang Scott.”

 

Aan de Gang Scott stond ook in de 50-er jaren de Armeense Kerk, gebouwd door E, Chaulan, Deeleman & Co , begonnen in 1852 en opgeleverd in december 1854, vlak bij de hoek, gevormd door Koningslein-Zuid en Koningsplein-West. Dit gebouw werd in 1964 gesloopt.

 

 

Geschreven door rene persijn om 15:27

Dick Bos, de held uit mijn jeugd

Dick Bos, de held uit mijn jeugd

 

Toen we nog op de Vliegveldlaan 56 in Kemajoran (Batavia) woonden en ik op de CAS naar school ging (zie ook het artikel “Fietsend naar school” op deze weblog) was Dick Bos  mijn held.

Dick Bos, de  hoofdfiguur in de stripboeken van Alfred Mazure ( 1914-1974).

Hij was niet alleen fysiek behendig (beoefenaar van Oosterse vechtsporten), hij was ook heel slim en dat bleek uit zijn speurwerk, want hij was ook een intelligente  speurder, een bestrijder van de misdaad.

Voor de figuur van Dick Bos in zijn wervelende acties stond de jiujitsubeoefenaar Maurice van Nieuwenhuizen (gestorven in 1998) model.

 

Als ik weer wat geld had werd er weer een stripboek gekocht. Het geld  verkreeg ik  vaak  door de verkoop van lege flessen aan de ‘toekang botol’, de opkoper van lege flessen) of door voor mijn vader ( die ouderling was in de protestantse gemeente van de “Haantjeskerk”, zie ook het artikel “De Haantjeskerk” op deze weblog) de kerkbijdrage te innen bij kerkleden die in onze wijk woonden. Zakgeld kregen we niet, dus moest je wel op een inventieve wijze aan geld zien te komen. Was het niet voor een stripboek, dan wel om te ‘djadjan”( snoepen in de ruimste zin van het woord, van een snoepje tot een hele portie gado-gado met lontong of roedjak!).

 

Had ik eenmaal besloten om het geld uit te geven aan een (voor mij ) nieuw boekje van Dick Bos, dan was  Pasar Baroe de aangewezen plaats om het geld in natura om te zetten. Soms ging ik op de fiets, maar ook vaak lopend. Het nadeel van lopen was wel dat je onderweg wel eens zou kunnen stilstaan  bij een stalletje met lekkernijen en je het geld al kwijt was voordat je op Pasar Baroe aankwam..Maar ja, soms moet je in het leven wel risico’s nemen en je kunt je ook wapenen tegen de verleidingen, ja toch?

Als ik ging lopen, dan nam ik nadat ik de Vliegveldlaan en Marinelaan was uitgelopen bij Goenoeng Sari aangekomen de voetgangersbrug (door mij steevast “kippenbrug” genoemd) over het kanaal en liep dan langs Postweg-Noord richting Pasar Baroe, terwijl links van me het kanaal (Tjiliwoeng) liep met aan de overkant daarvan de Schoolweg-Noord.

Aangekomen bij de Pasar Baroe-brug sloeg  ik dan rechtsaf de drukke winkelstraat van de Pasar Baroe in. Deze straat leidde  naar Krekot - Pintoe Besi.

Bijna aan het einde van de winkelstraat aan de linkerkant was een markthal, waarin veel kraampjes stonden. Maar helemaal achterin de hal aan de linkerkant, daar moest ik zijn. Want daar had de stripboekenman zijn stalletje!

Hij had stripboeken van De Moker, Tom Welsh, Bob Crack, Lex Brand en natuurlijk mijn favoriete stripboeken van Dick Bos. In die tijd kostten de nieuwe boekjes in de echte boekwinkel 50 cent per stuk, maar op de pasar kon je afdingen.  De wat oudere boekjes verkocht mijn ‘leverancier’ voor 10 of 20 cent, afhankelijk van de ouderdom van de boekjes..

Ik keek tussen de boekjes of er nog waren die ik nog niet had of nog niet had gelezen, probeerde altijd nog te tawarren (afdingen), wat meestal wel lukte, betaalde de afgesproken prijs en ging tevreden weer naar huis, al mijmerend:  “Ik heb door het tawarren nog wat geld over. Dus vanavond een lekker portie roedjak kopen bij de ‘toekang roedjak’  en dan al smullend mijn nieuwe Dick Bos lezen”.

 

Jongens, wat een leven. Ik leek wel een ‘toean besar’ ( grote heer).



31-06785e25e528b37918969bff435efd34.jpg

31-ef95b2b10aeaac453d1e7af8d94c0ed9.jpg

31-9506da2af8d410eaae66b85d7e802908.jpg

31-cc02936c05802266f5d536a6374fdbab.jpg
Geschreven door rene persijn om 10:10

Lopend naar school

Lopend naar school

 

Toen we na de kamptijd in Cheribon naar Batavia werden getransporteerd kregen we een tijdelijke woning in de Tjemaralaan, op nr. 25. We kregen 1 kamer toegewezen  en de voorgalerij. In de rest van de woning woonde reeds de familie De Costa.( zie ook het artikel “Terug naar Batavia” in deze weblog).

 

Ik ging in die tijd naar de lagere school en kwam in een ‘normaalklas’, in tegenstelling tot mijn broer Boengke (Johan), die in een zogenaamde ‘herstelklas’ werd geplaatst. De herstelklassen waren bedoeld voor kinderen die vanwege verblijf in een kamp of vanwege andere gevolgen van de oorlog en leerachterstand hadden.

Onze school lag aan de Javaweg, op nr. 66. Het was van de Tjemaralaan uit niet zo ver om naar school te lopen, want de Tjemaralaan liep iets meer naar het Westen praktisch parallel aan de Javaweg. De kortste weg voor ons was Tjemaralaan - Nieuw Tamarindelaan - Javaweg.

Ik werd ’s morgens altijd opgehaald door twee meisjes. May Engelen ( met 2 lange vlechten en een poppengezicht) en haar nicht Judith van Krieken. ’s Morgens als mijn moeder in de voorgalerij bezig was  en de twee meiden langskwamen hoorde je hun vrolijke stemmen:”Dag, mevrouw! Is René al klaar?” En dan riep mijn moeder naar me: “Adeetje ( zo noemde ze me ), jouw meisjes zijn daar…”

En dan wandelden we met ons drietjes naar school.

 

Toen ik later naar de HBS ging van de CAS op het Koningsplein, bleek dat May op dezelfde school was ingeschreven. Waar Judith naar toe was gegaan wist en weet  ik niet.

 

Het was ook in de tijd dat we op de Tjemaralaan woonden, dat onze zuster  Yvonne werd  geboren op 11 april 1947.

 

 De Kanarilaan maakte een  scherpe hoek met de Tjemaralaan. En precies op die hoek stond in de tijd dat we daar woonden een warong , waar ze “gado-gado lontong” verkochten. Volgens kenners de lekkerste en beste van héél Batavia!.

Of dat zo was weet ik niet, maar heerlijk was die gado-gado lontong wel!

Toen we in 1979 in Indonesia terugwaren (voor een vakantie) en in de Gondangdia Kecil in een guesthouse bij mevrouw Pandowo logeerden, heb ik onze gastvrouw verteld van de gado-gado lontong van de Tjemaralaan. En die werd, volgens haar,  daar nog steeds verkocht en was ook nog altijd  de beste van de stad.

De volgende dag kregen we bij de lunch van haar ….. gado-gado lontong van de Tjemaralaan geserveerd. Die had ze laten halen.

Terima kasih, ibu Pandowo!



29-882f354b63dd21e4f3866cab609db000.jpg

29-e04c7e3eeedad644db939d8d35665579.jpg
Geschreven door rene persijn om 00:00

Fietsend naar school

Fietsend naar school

 

Toen we op de Vliegveldlaan 56 in Kemajoran ( Batavia/Djakarta/ Jakarta) woonden (tot 1956)  ging ik op school (HBS-B) op de CAS aan het Koningsplein.

Ik fietste dan elke dag naar en van school.

Mijn fiets was eigenhandig samengesteld uit onderdelen van diverse gevonden of gekregen fietswrakken van even zo veel verschillende merken. Een soort ‘monster van Frankenstein’. En zo gedroeg mijn fiets zich af en toe dan ook: onberekenbaar en soms levensgevaarlijk.Maar……mijn stalen ros was een zogenaamde ‘doortrapper, dus in die dagen behoorlijk hip.
 

Als ik ’s morgens ons huis verliet reed ik de Vliegveldlaan westwaarts af, voorbij de spoorwegovergang (bij station Kemajoran), passeerde de kruising met de Defensielijn van den Bos(ch) waarna de Vliegveldlaan overging in de korte Marinelaan. Deze Marinelaan kruiste dan de brede en drukke Goenoeng Sari.

Zou ik daar RECHTS afslaan en doorrijden naar nr. 54 (Goenoeng Sari) dan zou ik bij het huis komen van de familie van den Bos met de zonen Ben, Fred en Rob en de dochters Zus, Truus, Baby (Ruth), Puck (Lydia) en Hadassa .

Maar ik moest naar school, dus aan het einde van de Marinelaan LINKSsaf de Goenoeng Sari op. Dan doortrappen tot aan de eerste weg naar rechts Je kwam dan in de Vrijmetselaarsweg en langs het gebouw van het Hooggerechtshof . Via de Vrijmetselaarsweg kwam ik dan aan het Waterlooplein. Ik pakte dan de noordkant van het plein en ging voorbij de grote Kathedraal linksaf naar  Waterlooplein-West, dan rechtsaf de Willemslaan in tot aan de Willemskerk aan mijn linkerhand. Dan draaide ik linksaf Koningsplein-Oost op, reeds langs het gebouw van de KPM naar (iets verderop) het gebouw van de CAS.

CAS, afkorting van Carpentier Alting Stichting), mede opgericht door door Albertus Samuel Carpentier Alting, geboren te Purmerend op 30 december 1837 en predikant in o.a. Colmschate, Dokkum (1865), Hoorn (1882) en Padang (op Sumatra) en overleden in ’s Gravenhage op 4 april 1915. Hij was naast medeoprichter van de Nederlandse Protestantenbond ook (in Nederlands-Indië) actief in de Vrijmetselarij

In 1902 stichtte hij in Batavia een H.B.S. voor meisjes, die later zou uitgroeien tot de Carpentier  Alting Stichting. Deze school had dus (wist ik later pas) een Vrijmetselaarsachtergrond.

Toen ik daar op school zat  was er een H.B.S. (Hogere Burger School), een Gymnasium, een MULO (Meer Uitgebreid Lager Onderwijs) en een M.M.S. (Middelbare Meisjes School. In die tijd was de heer Stam rector en de heer Arntz de con-rector.

De heer Stam, toen dus rector, was in 1944 nog één van de overlevenden van de Junyo Maru, het Japans vrachtschip met 4200 Indonesische dwangarbeiders en 2500 krijgsgevangen ( waaronder de heer Stam) aan boord, die door een Engelse onderzeeboot werd getorpedeerd.

Mevrouw Stam en haar drie kinderen, waaronder Herman, die bij mij in de klas zat, hebben nog in het Tjidengkamp gezeten.

Het Tjidengkamp was een Japans interneringskamp in  Batavia  voor vrouwen en kinderen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

 

Soms nam ik van huis naar school fietsend een alternatieve route. Aan het eind van de Marinelaan reed ik dan niet linksaf, maar rechtdoor de brug over langs de Schoolweg-Noord ( met de kali aan de rechterkant), voorbij de Schouwburg aan de linkerkant en Pasar Baroe aan de rechterzijde reed ik dan de Postweg op, voorbij het Wilhelminapark, langs de Citadelweg (waaraan  ijssalon ‘Ragusa’ met Italiaans ijs!, de ‘Black cat’-Club, het Parkhotel)  richting Koningsplein-Oost.

 

Had ik meer tijd, dan nam ik ook nog andere (sluip)routes via smalle weggetjes (zogenaamde ‘gangs’). Zo leerde ik de straten kennen.



28-782de57d103af181ae8fc17ef6c3fee5.jpg

28-bd5ce8eab5efb050d9b0ae9c18c6078a.jpg
Geschreven door rene persijn om 00:00

De Haantjeskerk

De Haantjeskerk

 

Toen we op de Vliegveldlaan (Jalan Garuda) 56 in Kemajoran (Batavia) woonden was mijn vader enkele jaren jeugdouderling in de Protestantse gemeente van de Pniëlkerk aan de  Pintoe Besi bij Pasar Baroe.

 

Bij de Batavianen was deze kerk beter bekend als de “Haantjeskerk”. (Geredja Ajam)

Op de torenspits prijkte immers een grote haan als windwijzer om  de gelovigen te herinneren aan de haan die drie maal kraaide nadat Petrus zijn heer had verloochend en hen zo op te roepen om waakzaam te blijven. .

 

Het eerste kerkgebouw op deze plek werd gebouwd in 1856 en werd in gebruik genomen door het Genootschap van In- en Uitwendige Zending (GIUZ).

In 1913 werd dit gebouw vanwege de slechte staat waarin het verkeerde afgebroken en werd een nieuwe kerk op dezelfde plaats gebouwd.

 

De nieuwe kerk werd heropend in 1915 en dat was het gebouw dat ik kende van mijn tijd in Kemajoran  (Batavia). De architect was M.J.  Hulswit van het Architectenbureau Cuypers en Hulswit.

Hij ontwierp de kerk in de neo-Romaanse stijl met het hoofdgebouw geflankeerd door twee torens . In de voorgevel waren drie deuren aangebracht. De middelste deur was de hoofdingang, de andere 2 (boog)poorten werden in de linker- en rechtertoren aangebracht.

 

De naam “Pniëlkerk” voor dit gebouw dateerde van 1953.

 

Toen mijn vader daar ouderling was en ik daar naar de zondagschool ging  hadden we in de “Haantjeskerk” een vrouwelijke predikant, namelijk dominee Stegeman. Toen ze terugkeerde naar Nederland werd ze opgevolgd door dominee Maitimoe, die, voor zover ik me kan herinneren, een Menadonees was.

Links van de kerk was een bejaarden-/verzorgingscomplex, dat onder beheer stond van de diaconie van de ‘Haantjeskerk”. Twee (Hollandse) diaconessen, die ik me nog herinner waren zuster Koot en zuster Van Gheel Gildemeester. Toen ook zij naar Nederland vertrokken werd hun plaats ingenomen door zuster Abel, een Indische dame.

 

Ik had destijds een jongen leren kennen op de Zondagschool, Bert Peransi. Zijn oudste zuster, die blind was, was de organiste van de kerk. Ik heb me altijd verwonderd dat zij ondanks haar handicap zo prachtig orgel kon spelen. Maar muziek zat kennelijk in haar bloed, want hun vader ( ze woonden op Pintoe Besi, schuins tegenover de kerk) was een in die tijd bekende vioolbouwer.



27-9f2ec783c5d258e02b88271e43efed04.jpg

27-860be0411dabec63236c2219fd4355b6.jpg

27-9d537f2ee77db0c4cfe5c216c5021f4d.jpg
Geschreven door rene persijn om 17:51

Oedjan deres!!.

Oedjan deres…….

 

Na de oorlog met Japan woonden we aan de Jalan Garuda (voorheen: Vliegveldlaan) in Jakarta  ( Batavia) tot aan onze repatriëring naar Holland in 1956  (ik was toen 17 jaar).

De regentijd, ongeveer van november tot maart, bracht soms flinke buien, die in een mum van tijd de straten blank legden ( Zie ook het artikel  “De straten stonden blank” op deze weblog) . Ook in de tuinen liep je soms tot aan je kuiten in het water, vooral als de riolering het vele regenwater niet kon verwerken, wat in Kemajoran, de wijk waar we woonden,  maar al te vaak gebeurde.

Alsof het niet genoeg regende riep ik tijdens zo’n bui vaak heel hard ”Oedjan deres!”. Deze woorden had ik geleerd van mijn (Madoerese) oma. Ze vormden een soort ‘bezweringsformule’ waarmee je het nog harder kon laten regenen. En hoe harder het regende, hoe hoger het water in de tuin en in de straten stond en dus hoe meer lol je had om met je vrienden in de regen te spelen, ja toch? En vaak hielpen die woorden ook nog, althans dat was  mijn ervaring.

Als het heel hard goot, dan liepen ook de dakgoten behoorlijk vol en stroomde het water soms in een dikke straal kletterend uit de dakgoot op de grond. In zo’n geval wachtte ik tot het water schoon was en er dus geen bladeren of andere vuiligheid (bijvoorbeeld vogelpoep) met het water meekwam, trok mijn kleren uit en ging in de waterstraal staan. Gratis douchen met fris, natuurzuiver water…..Ik gebruikte dan de zeep die in maar weinig  Indische huishoudens ontbrak: Life Boy. Die rode zeep rook zo lekker, vond ik. Ik liet me door de flinke waterstraat masseren. Regenwater, Life Boy zeep, watermassage, gezonder kon niet, toch? Ik genoot dan ook met volle teugen van zo’n douche en waande  me een soort Tarzan , een natuurmens  in Gods vrije natuur, en liet dan ook af en toe een ijselijk  gebrul horen ‘aoeaaaa’, dit meestal tot grote hilariteit van de baboe, op wie een poedelnaakte jongen in de stromende regen toch al een vreemde indruk maakte

(… besef ik nu pas…).

Op een keer was het weer zo hevig aan het regenen en stond ik me heerlijk te douchen onder zo’n harde waterstraal die uit de dakgoot stroomde. Ik had me rijkelijk  ingezeept (met Life Boy!), mijn hele lichaam zat onder een laag geurend schuim  en besloot me af te spoelen . Maar plotseling ging de regen over in een soort motregen en werd de ‘douchestraal’ niet meer dan een dun sijpelend straaltje waarmee ik de zeep niet van mijn lichaam kon krijgen.

Er was geen “kraan” om de straal groter te maken, dus besloot ik ten einde raad  maar heel hard te roepen: “Oedjan deres!...”.En geloof het of niet, er klonk een flink grommel in de lucht, daarna echode  een flinke donderslag tussen de donkere wolken  en de regen kletterde weer als voorheen uit de lucht. Mijn ‘douche’ stroomde weer volop als voorheen en ik kon me naar hartelust afspoelen. Oma, nog bedankt!

 

Geschreven door rene persijn om 15:27

De straten stonden blank!.

 

De straten stonden blank….

 

Vanaf 1946 tot 1956 (repatriëring naar Holland) woonden we in de wijk Kemajoran in Batavia.

In de regentijd  (november tot april) stonden de straten in deze wijk na een echte tropische regenbui wel eens blank, dit tot grote ergernis van de volwassenen maar voor ons, kinderen, een situatie die met gejuich wordt begroet.

Als de straten op rivieren lijken is het immers leuk om op zelfgemakte vlotten ( gemaakt van de poreuze stam van een bananenboom)  door de straten te peddelen.

En als het niet hard genoeg regent om de straten onder water te zetten, dan brulden we hard “Oedjan deres”, een soort bezweringsformule om het nog harder te laten regenen. En meestal werkte die kreet  ook nog…..

.

Mijn vader werkte in die tijd als technisch hoofdopzichter bij de BOW (Burgerlijke Openbare Werken) van de gemeente Batavia. In de volksmond werd BOW tot Batavia Onder Water, aangezien ze daar kennelijk niet in staat waren de afvoer van de moessonregens effectief te regelen.

Vergeten werd dat de Nederlandse kolonisten hun Batavia in een moerassig gebied bouwden en dat een aanzienlijk deel van Batavia onder de zeespiegel ligt.

 

Maar wij, kinderen, hadden hier geen boodschap aan en vermaakten ons best op straat, nou ja straat…..

 

Als het water in de straten niet al te hoog stond riepen we wel eens een betjak (fietstaxi) aan en vroegen we aan de betjakbestuurder of hij ons eventjes wilde rondrijden. Omdat ze tijdens de felle regenbuien toch haast geen klandizie hadden deden ze dat maar al te graag, omdat ze er kennelijk ook plezier in hadden om door het water te fietsen met hun voertuigen. En ach, een paar kleine (onbetaalde) passagiers erbij….

 

En als de regenbui voorbij was, dan leken de planten en bomen nog groener dan voorheen, rook de natte aarde zo lekker en waren de stoffige wegen schoongespoeld.



24-9f05b1c89b94d26765ceb471942598bb.jpg

24-4b2b98d296faf2e0c64ab17cdf97bd5f.jpg

24-2fbfaa611674ed4cb64e33af49c1532b.jpg
Geschreven door rene persijn om 07:29

Decapark, recreatiepark.

Decapark, recreatiepark.

 

In de jaren ’50, toen we nog op de Vliegveldlaan 56 (Kemajoran,Batavia; Djakarta) woonden ging ik wel eens met Hendrik Jellema, die toen bij ons inwoonde, naar het Decapark om naar bokswedstrijden te kijken.

Bekende boskers uit die tijd waren o.a. de gebroeders Bobby en Jacky Njo, Fighting Mick, een zeeman uit Soerabaja, en de Indische bokser Marcel Vodegel.

Het Decapark was een soort recreatiepark aan de Noordzijde van het Koningsplein. Er bevonden zich in dat park o.a. sportvelden, een bioscoop en een sporthal  Met broer Boengke (Johan) bracht ik wel eens een bezoek aan de bioscoop in het park, bijvoorbeeld toen daar de film werd vertoond  “The  fLying saucers have landed”. Lekker griezelen…..

 

Voor zover ik me kan herinneren was het Decapark ook de thuishaven van voetbalclub “Hercules”.

 

Het DEcapark werd in 1915 opgericht door J.F.de Calonne. Hert Decapark ontleende dan ook zijn naam (DECA) aan de naam DE CAlonne.

J.F. de Calonne werd in Meester Cornelis geboren en heeft vrijwel zijn hele leven in Batavia gewoond. Hij had ook nog grootse plannen voor reen amusementspark in Laan Trivelli, maar daar is door zijn overlijden niets van terecht gekomen. Op 21 september 1930 overleed hij namelijk tengevolge van een auto-ongeluk In “Het Vaderland” van zondag 19 oktober 1930 werd hiervan melding gedaan. Hij was met zijn echtgenote, jongere broer een de heer de Jong met de auto op weg naar Boebang, waar de drie heren zouden uitkomen in het cricketteam van de Bataviasche Sportclub. Het ongeluk gebeurde 8 km. voor Tjikampek. Hij overleed  in het Zendingshospitaal te Poerwakarta

Met hem ging een heel  bekende Bataviaan heen.

Geschreven door rene persijn om 00:00

Meer van TEMPO DOELOE (Vroegere tijden)

↑ Terug naar de berichten