Woensdag 4 mei 2011
De rover Schinderhannes
| De rover Schinderhannes - Een Achterhoeks volksverhaal over een beruchte roverhoofdman - |
| Willem van der Veur was nog niet zo lang in Neede als dominee en leraar werkzaam toen op een donkere winteravond op de pastoriedeur geklopt werd. Hij opende de deur en zag een man van middelbare lengte voor zich staan. Hij dacht dat het een vader was, die een kind voor de doop kwam aangeven en hij liet hem daarom in zijn studeervertrek. Daar gekomen deelde de bezoeker mee dat hij Schinderhannes was. Zoals begrijpelijk: de dominee stond als door de bliksem getroffen, want Schinderhannes was de beruchtste rover van die tijd. "Wees niet bang," sprak de boef, toen hij de angst op dominees gezicht las. "Ik breng geen leed over uw huis," vervolgde hij, "doch ik wil een voorstel doen. Ik word door agenten achtervolgd. Niemand heeft me hier binnen zien gaan en als u me een paar dagen wilt verbergen, geef ik u de verzekering dat uw gemeente nimmer last van mijn bende zal hebben." Door de nood gedwongen nam de dominee het voorstel van de rover aan. Schinderhannes bleef drie dagen in de Needse pastorie verborgen en vluchtte daarna in stilte. Later is hij op dezelfde wijze nog enige malen de 'gast' van de predikant geweest bij wie hij zelfs in de huiskamer de eenzame winteravonden met gezellige kout opvrolijkte. In bijzijn van de predikantsvrouw zweeg hij echter over zijn grootste boevenstreken. Maar op de studeerkamer met dominee alleen kwam de tong los en werd 't ene verhaal na 't andere over zijn avonturen verteld. Mogelijk wel 't verhaal over Schinderhannes en de Achtkantige boer… Schinderhannes en de Achtkantige boer - ook een beruchte boef - hadden elkaar eens ontmoet. De laatste, geweldig sterk, maar niet zo slim, ontnam Schinderhannes alle geld. "Wat mo'k noo zeggen a'k straks in hoes komme?" sprak deze: "Scheet miej duur mienen jas." Dit gebeurde. "Noo nog duur miene klompe, dan kunt ze zeen da'k kwelleke 't léven der of ebrach hebbe." - "Noo zal 't wal good wezen," sprak de Achtkantige boer. "Ik hebbe ok gin kogels meer." - "Ikke wal," sprak Schinderhannes en haalde zijn pistool voor de dag en richtte die op de Achtkantige boer. De beide bandieten sloten echter vrede met elkaar en volvoerden later samen hun boevenstreken. Wat daarvan waar is kan moeilijk achterhaald worden. Maar een feit is dat het dorpje Neede nooit last heeft gehad van zijn roversbende. * * * EINDE * * * |
|
| Bron : - "Land en volk van de Achterhoek" door Hendrik Odink. Twents-Gelderse Uitgeverij W.G. Witkam, Enschede, 1971, p. 191-192. - www.beleven.org |
|
Geschreven door saagje om 00:25
Reageer op dit bericht



Hij floot het liedje tot het einde toe uit en begon dan weer overnieuw. "Dat is de boef! Dat is die schurk die het mooiste liedje van de wereld gestolen heeft!" zei de sneeuwgors. Hij ging zitten op een tak van dezelfde boom, spande de boog en schoot een pijl af. De pijl ketste af op de harde veren van de vleugel. De raaf had er niets van gemerkt en zelfs de ogen niet geopend. Hij kweelde al maar door.
2 reacties op dit bericht
nou nu dus wel saagje hahahaha mooi hoor
aarbei ateletiek
Lieve groetjes dikke knuffel lieverd
Groetjes Diana