Naar de inhoud

'VOLKSVERHALEN'

seniorennet.beseniorennet.be
Problemen
Er zijn nogal wat problemen met het lezen van de teksten, daarom volgende tip :
Met de muis links klikken en over de tekst schuiven.
De tekst verschijnt duidelijk leesbaar.

Categorie: fabels

Het geitje Pak-me-dan

Het geitje Pak-me-dan
Het geitje Pak-me-dan
- Een fabel over een geitje dat niet sterk maar slim is -

't Was nog vroeg in het voorjaar toen een eigenwijs geitje alleen op stap ging om de wereld te verkennen. Toen het na een paar dagen nog niet terug was veroorzaakte dit grote onrust in de kudde. "Had dan ook op haar gelet," mekkerde de bok. "Heb ik mijn handen al niet vol aan de andere kinderen?" protesteerde de moedergeit. "Jij kan ook wel eens wat doen. Je laat het allemaal alleen aan mij over. 't Zijn ook jouw kinderen!" Zo ruzieden de ouders van het geitje. Maar dit hielp niets. Het geitje was weg en het bleef weg.

En toen na een week was het geitje er opeens weer. Doodgemoedereerd kwam het de kudde binnengewandeld. "Dag!" zei het blij. "Dag allemaal, hier ben ik weer!" - "Waar ben jij al die tijd geweest, stoute meid?" vroeg de moeder streng. "Wij hebben hier doodsangsten uitgestaan. Hoe haal je het in je hoofd om zonder iets te zeggen op stap te gaan? Waar heb je gezeten?"

"Overal en nergens," antwoordde het geitje, nauwelijks onder de indruk van de ongerustheid, die nog uit haar moeders woorden klonk. "Ik wou wat van de wereld zien. En toen dacht ik: dan zal ik maar eens gaan kijken."

"En hèb je wat gezien?" vroeg de bok, die toch wel belangstellend was naar de avonturen van zijn dochter. "En of! Een wolf bijvoorbeeld." - "Een wolf?" vroegen haar broertjes en zusjes in koor. "In een kooi zeker?" - "Niks daarvan. Gewoon in het wild. En ik heb ook met hem gepraat," vertelde het geitje trots, "in een bos." - "Niet te geloven! Zo'n kleine meid alleen in een bos - met een wolf! Niet te geloven!" dacht de bok.

"Deed hij dan niks?" vroeg moeder geit. "Een wolf is vreselijk gevaarlijk! Juist voor kleine geitjes." - "Dat zei hij zelf ook, dat hij gevaarlijk was," antwoordde het geitje. "Hij zei dat hij me wilde opeten. En toen heb ik gezegd, dat hij dat maar niet moest doen."

"En toen deed hij het niet? Simpel als dat? Kind je fantaseert!" Moeder geit geloofde er niets meer van. "Ik heb nog nooit van een wolf gehoord, die zich door een klein geitje wat laat zeggen." - "En toch is het waar. Heus waar! Ik heb hem gezegd, dat hij het in de herfst nog maar eens moest proberen, omdat ik nu veel te mager was en in de herfst misschien veel dikker en dus ook veel lekkerder."

Met ogen bol van verbazing luisterden de omstanders toe. Een tante van het geitje kwam naar voren en vroeg: "Heb jij dat echt zo gezegd? En de wolf was het daar meteen mee eens? Dat moet dan ook een domme wolf geweest zijn!"

"Niks hoor! Zo dom was hij niet. Toen ik afscheid van hem nam en weg wilde lopen, vroeg hij: 'Hoe heet je eigenlijk?' En toen zei ik: 'Mijn naam is Pak-me-dan. En de uwe?' Maar die wou hij niet zeggen. Dat was veel te gevaarlijk, zei hij. Ik ben toen maar weer op huis aan gegaan. En nu ben ik dan weer hier," besloot het geitje haar verhaal.

Weken lang bleef het wonderlijke avontuur van het eigenwijze geitje nog op ieders lippen. Maar toen de herfst aanbrak was men het vergeten.

Het zal op een dag in oktober zijn geweest toen de kudde werd opgeschrikt door een wolf die uit het bos kwam aangeslopen. De geiten sloten zich nauw aaneen. De moeders en kinderen in het midden, de bokken daar om heen. "Hela, kleintje, kom je!" riep de wolf plotseling. Hij bleef staan, als durfde hij niet dichterbij te komen.

Wat zou de wolf bedoelen, vroegen de geiten zich af. Welk kleintje? Maar daar klonk al een hoog stemmetje uit het midden van de kudde: "Domme wolf! Weet je niet meer hoe ik heet? Ik heet toch Pak-me-dan? Weet je nog wel? Nou, pak me dan!" De wolf droop af. Dat hij door een klein geitje beetgenomen was, dat heeft hij zijn leven lang niet meer vergeten.

Het geldt nog steeds voor groot en klein, dat wie niet sterk is slim moet zijn.

* * * einde * * *

Bron : - "Dierenfabels; de wereld rond" opnieuw verteld door Johan van Nieuwenhuizen.
           Uitgeversmaatschappij Holland, Haarlem, 1977. ISBN: 90-251-0311-1
           - www.beleven.org
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 08:11 7 reacties Reageer op dit bericht

De jakhals en de patrijs

De jakhals en de patrijs
De jakhals en de patrijs
- Een fabel uit India over het kenmerk van echte vriendschap -

De jakhals en de patrijs hadden eeuwige vriendschap gesloten. Maar de jakhals was erg veeleisend en jaloers. "Jij doet niet half zoveel voor mij als ik voor jou," zei hij steeds, "en jij praat maar over vriendschap. Weet je, mijn idee van een vriend is iemand die me kan laten lachen en huilen, me goed te eten geeft en als het nodig is, mijn leven redt. Dat kan jij nooit!"

"Laten we eens kijken..." zei de patrijs. "Loop jij maar eens een klein eindje achter mij aan, en als ik je niet gauw aan het lachen maak, mag je me opeten."

Hij vloog weg. Daar ontmoette hij twee reizigers, die voortsjokten. Ze hadden pijnlijke voeten en ze waren doodmoe. De eerste droeg een bundeltje aan een stok over zijn schouder. De andere liep met zijn schoenen in zijn hand. Licht als een veertje vloog de patrijs boven op de stok van de ene. Hij merkte er niets van, maar de andere man zag het wel. Wat een buitenkansje voor ons avondeten, dat dier is tam. Hij gooide zonder bedenken een schoen naar de patrijs. Het dier vloog op en de schoen wipte de tulband van het hoofd van zijn vriend.

"Wat ben jij een pestkop," schreeuwde deze boos. "Waarom gooi je je schoenen naar mijn hoofd?"

"Reiskameraad," zei de ander vriendelijk, "wees niet nijdig. Ik gooide die schoen niet naar jou! Er zat een patrijs op je stok. Daar smeet ik naar."

"Op mijn stok? Ben je gek!" schreeuwde de man woedend. "Vertel me geen sprookjes. Eerst beledig je me en dan lieg je me nog wat voor. Ik zal je wel een lesje geven."

Hij vloog op hem af en begon te vechten. De ander liet dat niet op zich zitten en sloeg terug. Ze vochten tot ze niet meer uit hun ogen konden kijken, het bloed uit hun neuzen stroomde en hun kleren aan flarden hingen.

De jakhals lachte zich half dood.

"Ben je tevreden, vriend?" vroeg de patrijs.

"Zeker, ik heb me kapot gelachen. Maar nu moet je me laten huilen. Het is makkelijk voor clown te spelen, maar het is heel wat moeilijker de hogere gevoelens op te roepen."

"Nou, je zult het zien," zei de patrijs een beetje in zijn wiek geschoten. "Daar komt een jager met zijn honden aan. Kruip jij maar even in die holle boom en kijk uit je ogen. Als je niet gaat huilen heb je geen gevoel in je lijf."

De jakhals deed wat hem gevraagd werd en keek naar de patrijs, die ging fladderen in de struiken tot de honden hem in de gaten kregen. Toen vloog hij naar de holle boom waarin de jakhals zich verstopt had. De honden roken hem natuurlijk onmiddellijk. Ze begonnen te keffen en te krabben tot de jager kwam. Deze trok de jakhals aan zijn staart uit de boom en gooide hem voor de honden, die naar hartelust met hem vochten tot hij voor dood bleef liggen. Na een poosje deed hij zijn ogen open, want hij had maar gedaan of hij dood was.

De patrijs zat boven hem op een boomtak. "Heb je gehuild?" vroeg hij, "heb ik je hogere gev..."

"Hou je bek!" grauwde de jakhals. "Ik ben bijna doodgegaan van angst."

Daar lag de jakhals bij te komen van zijn builen. Ondertussen kreeg hij honger. "Zo, nu wordt het tijd dat je eens toont dat je een goede vriend bent," zei hij tegen de patrijs. "Haal me eens een lekker hapje en dan zal ik je mijn echte vriend noemen."

"Al goed, al best," riep de patrijs. "Kijk maar goed naar me, en eet als het zover is."

Net op dat moment kwam er een groepje vrouwen voorbij die eten naar het land brachten voor hun mannen. De patrijs begon klagelijk te roepen en fladderde van struik tot struik, alsof hij gewond was. "Een gewonde vogel, een gewonde vogel!" riepen de vrouwen. "Die kunnen we gemakkelijk pakken!"

Ze renden allemaal achter hem aan en die slimme patrijs haalde duizend trucjes uit tot ze zo opgewonden waren dat ze hun bundeltjes op de grond zetten om vlugger te kunnen lopen. De jakhals zag zijn kans schoon, en rende weg met heel wat lekker eten.

"Ben je nu tevreden?" vroeg de patrijs.

"Nou,"zei de jakhals, "je hebt me een lekker maaltje gegeven, je hebt me laten lachen, en huilen, uchum... Maar, en dat is de echte test, je moet nog een keer mijn leven redden."

"Misschien lukt me dat niet," antwoordde de patrijs treurig. "Ik ben zo klein en zwak. Maar het wordt al laat. Laten we naar huis gaan, het is een lange weg om langs het ondiepe stuk in de rivier te gaan. Weet je wat, we steken hier de rivier over en dan vragen we aan de krokodil, mijn goede vriend, ons over te zetten."

Ze liepen naar de rivier. De krokodil wilde het wel doen dus gingen ze op zijn brede rug zitten, en hij zette hen over. Maar toen ze midden in de stroom waren zei de patrijs: "Ik geloof dat die krokodil van plan is ons te bedriegen. Stel je voor dat hij je hier in het water gooit."

"Voor jou is dat ook niet leuk!" zei de jakhals, die wit om zijn neus werd.

"Voor mij is dat niet erg. Ik kan toch vliegen, maar jij niet."

De jakhals rilde van angst en toen de krokodil zei dat hij honger had en trek had in een goed maal, kon de jakhals geen woord uitbrengen. "Poeh!" riep de patrijs. "Geen grapjes hoor! Ik kan toch wegvliegen en mijn vriend de jakhals is niet zo stom dat hij zijn leven meeneemt op deze tochtjes. Dat laat hij thuis in een gesloten kast."

"Is dat zo?" vroeg de krokodil verbaasd.

"Ja hoor!" zei de patrijs. "Probeer hem maar op te eten. Het zal je slecht bekomen!"

"Dat is toch raar!" riep de krokodil, en hij zwom door tot de jakhals aan de andere oever kwam.

"Nou, ben je tevreden?" vroeg de patrijs.

"Zeker mijn beste. Je hebt me aan het lachen gemaakt, je hebt me laten huilen, je hebt me lekker te eten gegeven en je hebt mijn leven gered. Maar je bent me te slim voor een echte vriendschap," zei de jakhals. "Goeiendag!"

Hij ging ervandoor en de patrijs heeft hem nooit weer gezien

* * * einde * * *

Bron : - "Volksverhalen uit kleurrijk Nederland. Dieren. Dierenverhalen uit de Chinese, Joodse, Nederlandse,
           Indiase, Turkse, Surinaamse, Marokkaanse en Indonesische verteltraditie" Lemniscaat, Rotterdam, 1990.
           - www.beleven.org
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 05:53 1 reactie Reageer op dit bericht

De opschepper

De opschepper
- Tijger en Awari -

"Zullen we een keer samen gaan jagen?" stelde Buidelrat Awari aan Tijger Tigri voor. "Want jij bent een goede jager en ik weet ook mijn mannetje te staan. Ik vind dat wij compagnons moeten worden." - "Dat van die compagnons weet ik niet," bromde Tijger Tigri, "maar kom me morgen maar halen."

Buidelrat Awari kon bijna niet slapen van opwinding en de volgende dag klopte hij voor dag en dauw bij Tijger Tigri aan. "Ik slaap nog!" brulde Tijger Tigri, maar omdat hij nu toch wakker was, kwam hij zijn bed uit. "Wat kom je zo vroeg doen?" - "We zouden toch samen gaan jagen?" - "Het is nog donker," protesteerde Tijger Tigri. "Maar straks is het licht,' zei Buidelrat Awari opgewekt.

Dat wist Tijger Tigri ook wel, dus rekte hij zich maar eens flink uit, sprong een paar keer op en neer - "even m'n ochtend-gymnastiek doen" - en tenslotte scherpte hij zijn nagels aan de drempel. De beide jagers trokken het bos in. "Ho!" fluisterde Tijger Tigri opeens en hij wees in de richting van een omgevallen holle boom. "Een konijn!" zag Buidelrat Awari. Konijn Konkoni verdween in de holle boomstam.

"Ik blijf hier," zei Buidelrat Awari, "en jij port hem eruit. Zodra hij naar buiten vlucht, vang ik hem." - Tijger Tigri nam een lange stok en porde in de holle boomstam. "Au!" schreeuwde Konijn Konkoni en hij vloog eruit. "Konkoni, ik heb je!" riep Buidelrat Awari en sprong boven op hem.

"Mis!" lachte Konijn Konkoni en hij rende weg. "Hoe is het mogelijk!" verbaasde Tijger Tigri zich. "Je miste hem! Wat ben jij een slechte jager!" - "Sorry," zei Buidelrat Awari, "dat kan iedereen overkomen." - "Let op... daar!" Een gordeldier schoot voor hun voeten langs zijn hol in. "Die is voor ons," zei Buidelrat Awari, en hij pakte een dikke tak. "Jaag hem er maar uit en ik geef hem zo een tik op zijn kop."

Zo gezegd, zo gedaan. Tijger Tigri porde in het hol. Gordeldier Kapasi kwam eruit. Buidelrat Awari sloeg. Mis! Tijger Tigri zei niets maar zijn gezicht sprak boekdelen. Toen ze even later een bosvarken zagen, zei hij: "Ik zal je laten zien hoe het moet, ga jij maar porren."

Buidelrat Awari joeg Bosvarken Pingo op en het duurde niet lang of Tijger Tigri had hem gevangen tussen zijn scherpe klauwen. "Zo moet dat," zei hij smalend tegen Buidelrat Awari. "Niks aan," zei Buidelrat Awari en toen er weer een konijn opdook, riep hij: "Laat mij maar!" en daarna... "Ik weet niet wat er vandaag met mij is." - "Laat maar," zei Tijger Tigri en hij nam de leiding over en ving nog twee bosvarkens en een konijn.

Toen ze bij Tijger Tigri thuis de buit verdeelden, begon Buidelrat Awari op te scheppen over zijn rol in de jachtpartij. Het leek wel of hij al het wild had verschalkt en Tijger Tigri bijna niets. "We moeten het morgen nog maar een keer proberen," besloot hij.

De volgende dag zei Tijger Tigri dat hij zich ziek voelde. Misschien wilde Buidelrat met zijn dochter gaan jagen? Buidelrat Awari kon moeilijk weigeren en zo gebeurde het dat de geschiedenis zich herhaalde: Buidelrat miste alles en Zus Tijger, Sa Tigri, ving drie bosvarkens en een konijn.

Toen ze thuiskwamen en Buidelrat Awari weer wilde gaan opscheppen, werd Tijger Tigri zo kwaad dat hij Buidelrat Awari een pak slaag wilde geven. Razendsnel klom Buidelrat Awari een boom in... Tijger Tigri zat hem op de hielen en hap... zijn tanden gleden over Buidelrats staart. Buidelrat Awari slaagde erin naar boven te klimmen, maar sinds die dag heeft hij geen haar meer op zijn staart.


                                          * * * einde * * *
Bron : - "Volksverhalen uit kleurrijk Nederland. Dieren. Dierenverhalen uit de Chinese, Joodse, Nederlandse,
           Indiase, Turkse, Surinaamse, Marokkaanse en Indonesische verteltraditie" Lemniscaat, Rotterdam, 1990.
           - www.beleven.org
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 09:57 1 reactie Reageer op dit bericht

De kikker die even groot ...

De kikker die even groot als een os wilde zijn
- Een fabel van Jean de La Fontaine over waan en nijd -
Een os stond in de wei te dromen bij een beek
En zag hoe daar vlakbij een kikker hem bekeek.
Hij was zichtbaar jaloers, niet groter dan een ei,
Maar kwaakte kwaad:
"Kijk, kijk! 'k Word net zo groot als jij!"
De os sloeg met zijn staart en stond zich te verbazen.
De kikker rekte zich, begon zich op te blazen.
Hij blies en blies, hield zich even in
En vroeg: "Is dit geen goed begin?
Ben ik op weinig tijd niet reuze aangekomen?"
De os zei: "Boe!" En bleef maar voor zich uit staan dromen.

De kikker wond zich op, begon met nieuwe moed
Hij voelde alles spannen. "Is het nu nog niet goed?"
"Boe!" deed de os bedroefd. "Het lijkt er echt niet op.
Niet groter dan een pad, maar met een dikke kop!"
Nu werd de kikker woest, hij duwde, blies en balde
Zijn spieren plots zo hard dat hij aan flarden knalde

De wereld barst van waan en nijd
Om wie de snelste auto rijdt
Het grootste huis. De verste reis.
Ach, is dat allemaal wel wijs?


                                          * * * einde * * *
Bron : - http://www.lafontaine.net/
           Oorspronkelijke titel : La Grenouille qui veut se faire aussi grosse que le Boeuf
           - www.beleven.org
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 13:22 2 reacties Reageer op dit bericht

De reuzenkrab

De reuzenkrab
- Een boeddhistische fabel over een olifant en een reusachtige krab -
Er was eens een meer in de bergen en in dat meer leefde een geweldige krab. Ik denk, dat je wel eens krabben gezien hebt, die gekookt waren en op je bord gelegd werden om te eten; misschien heb je ze ook wel eens aan het strand schuin weg zien kruipen op de bodem van een plas. Soms wordt een jongen of een meisje bij het baden in zee geknepen door een krab en dan hoor je schreeuwen en gillen. Maar onze krab was veel groter; het was de grootste krab waarvan je ooit gehoord hebt; hij was groter dan een eetkamertafel en zijn scharen waren even groot als een leunstoel. Stel je voor hoe het moet zijn om een kneep te krijgen van zulke scharen!

Wel, deze reusachtige krab leefde helemaal alleen in het meer. Nu kwamen de verschillende dieren die in de wilde bergen leefden altijd naar dat meer om te drinken; herten en antilopen, vossen en wolven, leeuwen en tijgers en olifanten. En wanneer zij het water in liepen om te drinken, lag de grote krab altijd op de loer en minstens een van hen kwam nooit meer het water uit. De krab greep hem dan met een van zijn geweldige scharen, trok hem naar beneden en dan verdronk het arme beest en was een heerlijk maaltje voor de grote krab.

Dit ging zo een hele tijd door, de krab werd elke dag groter en groter, en werd vet van de dieren die daar kwamen drinken. Op het laatst waren alle dieren bang om in de buurt van dat meer te komen. Dat was jammer, omdat er heel weinig water in de bergen was, en de schepsels wisten niet wat zij moesten doen, wanneer zij dorst hadden.

Tenslotte besloot een grote olifant een einde te maken aan de krab en zijn streken. Hij en zijn vrouw spraken dus af, dat zij een kudde olifanten naar het meer zouden brengen om te drinken, en dat zij, terwijl de andere olifanten aan het drinken waren, op de uitkijk zouden staan naar de krab.

Zij deden wat zij hadden afgesproken. Toen de kudde olifanten bij het meer kwam, gingen deze beiden het eerst het water in en bleven er het verst in, op de uitkijk naar de krab; en de anderen dronken en trompetterden en wasten zichzelf vlakbij de oever.

Al gauw hadden ze genoeg gehad en begonnen ze uit het water te gaan; en toen voelde de olifant maar al te duidelijk een verschrikkelijke kneep in zijn poot. De krab was onder water aan komen kruipen en had hem stevig beet. Hij knikte tegen zijn vrouw, die dapper aan zijn zij bleef; en toen begon zij.

"Beste meneer Krab!" zei ze, "laat u alstublieft mijn man los!"

De krab stak zijn ogen uit het water. Je weet, dat de ogen van een krab op een soort steekje groeien en deze krab was zo groot, dat zijn ogen eruit zagen als twee dikke boomstammen, met een kanonskogel op ieder ervan. Nu hield deze krab erg van koketteren, of liever daar hield hij vroeger erg van, maar de laatste tijd had hij niemand om mee te koketteren, omdat hij alle schepsels opgegeten had die bij hem in de buurt kwamen. Mevrouw olifant was een prachtige olifant, met een glanzende bruine huid en sierlijke flaporen en een krullende slurf en twee witte slagtanden die twinkelden als zij lachte. Toen de grote krab deze prachtige olifant zag, dacht hij, dat hij graag een kus zou willen hebben en hij sprak op vleiende toon:

"Lief olifantje! Wil je me een kus geven?"

Toen deed mevrouw olifant, alsof dit haar veel plezier deed; ze hield haar hoofd schuin en zwaaide met haar staart; en ze zag er zo lief en verleidelijk uit, dat de krab de andere olifant losliet en langzaam naar haar toe begon te kruipen, terwijl hij ondertussen zijn ogen op en neer zwaaide.

Al deze tijd had meneer Olifant veel pijn gehad van de kneep van de schaar van de krab; hij had geen kik gegeven, want hij was een heel dappere olifant. Maar hij was niet van plan om zijn vrouw ook maar iets te laten overkomen; vast niet! Het was allemaal een onderdeel van hun list. En zodra hij voelde, dat zijn poot vrij was, trompetterde hij luid en lang en sprong bovenop de rug van de krab!

Krak, krak! ging het schild van de krab; want, al was hij nog zo groot, een olifant was te zwaar voor hem om te dragen. Krak, krak, krak! De olifant sprong op en neer op zijn rug en in heel korte tijd werd de krab tot mosterd gestampt.

Wat waren de dieren blij, toen zij zagen, dat de krab vermorzeld was! Van heinde en verre kwamen ze om hun dank te betuigen aan de olifant en zijn vrouw en ze maakten hen tot koning en koningin van alle dieren in de bergen.

Wat de krab betreft, er bleef niets van hem over behalve zijn scharen, die zo hard waren, dat niets die ooit zou kunnen kraken; zij bleven dus achter in de poel. En in de herfst kwam er een grote overstroming en de scharen spoelden mee naar de rivier; de rivier droeg ze honderden mijlen weg, naar een grote stad, waar de zonen van de koning ze vonden en er twee enorme trommels van maakten, waarop zij altijd slaan, wanneer zij ten strijde trekken; en alleen het geluid van deze trommels al is genoeg om de vijand af te schrikken.


                                          * * * einde * * *
Bron : - "Boeddhistische sprookjes uit de jataka, afkomstig uit het oude India" uit het Pali vertaald en bewerkt door W.H.D. Rouse, met illustraties van W. Heath Robinson.
           Vertaald door Chris Mouwen © 1980. Uitgeverij Sirius en Siderius, Den Haag, 1981. ISBN: 90-6441-019-4
           - www.beleven.org
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 00:36 2 reacties Reageer op dit bericht

Kompa Nanzi en de teerpop

Kompa Nanzi en de teerpop
- Een Anansi-verhaal uit Curaçao -
Er was eens een koning. Achter zijn paleis had hij een zeer mooie en grote tuin met allerlei soorten bloemen en bomen, vooral fruitbomen. Iedere morgen maakte de koning een wandeling in zijn tuin en het was hem opgevallen, dat hij de laatste tijd voortdurend fruit miste. Er moest diefstal in het spel zijn.

De koning ging tekeer tegen zijn hofbewakers, dat ze niet beter uit hun ogen keken. Waar had hij ze anders voor aangesteld? Ze konden erop rekenen, dat ze hun betrekking verloren, als er geen eind kwam aan die diefstallen!

Het hielp allemaal niets, want de dief was slimmer dan de bewakers, die hem maar niet konden snappen.

Op zekere dag had de koning zelf een list bedacht. Hij liet een pop maken, zo groot als een volwassen mens, van stro en pek. Hij gaf hem de houding van een soldaat met een geweer in de hand. De pop werd bij de put in de tuin neergezet.

's Nachts kwam de dief, die niemand anders was dan Kompa Nanzi, weer in de tuin van de koning en zag op een gegeven ogenblik een soldaat onbeweeglijk bij de put staan. Nanzi echter kende uit ondervinding de geringe moed van de soldaten van de koning en riep: "Maak dat je weg komt, lelijke bullebak!" Maar de soldaat verroerde geen spier.

Dat vond Nanzi wel een beetje sterk. Hij sloop naderbij en riep nog eens: "Je moet niet denken, dat ik bang voor je ben; ruk in, of ik zal je mores leren!"

De soldaat bleef onbeweeglijk. Dat was voor Nanzi te veel. Woedend vloog hij op de soldaat af en gaf hem een oplawaai, waar een kind aan gestorven zou zijn. Maar dat viel Nanzi niet mee, want zijn hand bleef aan de teerpop vastplakken. Toen gaf hij met zijn andere hand de pop een oorvijg, die klonk als een klok, maar daarmee zat tevens zijn tweede hand gevangen. Nanzi werd er bepaald zenuwachtig van en zei: "Als je soms denkt, dat ik nu machteloos ben, dan heb je het toch mis," en hij gaf de pop een kopstoot die een woedende stier niet kwaad gestaan zou hebben. Het vreselijke gevolg was echter, dat nu ook zijn hoofd aan de pop bleef vastzitten, want de teer plakte geweldig.

Toen verloor Nanzi elke zelfbeheersing. Hij ging tekeer met armen en benen en zat weldra zo vast, dat hij bijna bewegingloos op de grond viel.

Toen Nanzi tot bezinning kwam, en hij begreep dat hij zich met geen mogelijkheid kon loswerken, en dat als de dag aanbrak voordat hij bevrijd was, men hem zou grijpen en naar de koning zou brengen, begon hij de pop te smeken om hem toch maar te laten gaan. Hij beloofde van alles, maar het spreekt vanzelf dat dat niets hielp.

Al vroeg in de morgen kwamen er soldaten aan, die Nanzi vonden en hem met pop en al voor de koning brachten. Wat moesten de mensen lachen om Nanzi toen ze hem zo zagen, vastgekleefd aan de teerpop. Toen men genoeg gelachen had, gaf de koning bevel Nanzi naar de gevangenis te brengen en hem de volgende dag te doden.

"Het heeft er nog nooit zo lelijk voor me uitgezien; het lijkt erop dat het met me is afgelopen," zei Nanzi, "maar laat ik er nog eens rustig over nadenken, of er geen middel meer is om me uit dit penibele geval te redden."

Na lang peinzen, smeekte Nanzi de koning hem als gunst toe te staan dat zijn vrouw Shi Maria bij hem op bezoek mocht komen. Dit werd toegestaan.

Huilend verscheen Shi Maria. "Hoe kom je toch in zo'n toestand," snikte ze. "Het is nu geen tijd om erover te redeneren, hoe ik erin gekomen ben," zei Nanzi, "maar help me liever een middel te verzinnen om er weer uit te komen."

"Zelf heb ik al iets bedacht," zei hij, "en bedenk zelf of het goed is: vannacht, als het donker is, moet je heimelijk komen en een gat in de grond graven dicht bij de slaapkamer van de koning; in het gat moet je onze jongste spruit verbergen, die even bijdehand belooft te worden als zijn vader, en je moet het gat met gras bedekken, zodat niemand kan vermoeden dat er op die plek een gat is. Dan moet je de jongen een paar liedjes leren, die ik je zal voorzeggen, en die hij in de vroege morgen moet aanheffen, maar met treurende, klagende stem."

Shi Maria beloofde alles te zullen doen, zoals Nanzi het haar geleerd had. Zij leerde de liedjes van buiten en nadat ze zeer bedroefd afscheid genomen had van Nanzi - naar ze dacht voor altijd - ging ze naar huis.

Nauwelijks begon de morgen aan te breken, of daar hoorde men een klaaglijke stem, die uit de grond scheen te komen, het volgende zingen:
"Als Nanzi gedood wordt,
zal het niet meer regenen!
Als Nanzi gedood wordt,
zal de zon niet meer opgaan!
Als Nanzi gedood wordt,
zal koning Shon Arey sterven!
Als Nanzi gedood wordt,
zal het kind van de koning sterven!
Als Nanzi gedood wordt,
zal de koningin sterven!
Als Nanzi gedood wordt,
zal al het vee van de koning sterven!
Als Nanzi gedood wordt,
zullen alle planten en bomen in de tuinen van de koning verdrogen!"
De klaagzangen hadden de koning gewekt en een grote vrees beving hem langzamerhand bij het horen van die stem, waarvan niemand de herkomst wist, en die zulke slechte dingen voorspelde.

Ten slotte voelde de koning er zich zo ongelukkig onder, dat hij bevel gaf Nanzi maar te laten lopen.

Op die manier ontliep Nanzi een welverdiende straf.


                                          * * * einde * * *
Bron : - "Westindische sprookjes" samengesteld door Bert Oosterhout.
           Elmar, Rijswijk, 1994. ISBN: 90-389-027-19
           - www.beleven.org
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door saagje om 00:31 2 reacties Reageer op dit bericht

Hoe de kraanvogel de...

Hoe de kraanvogel de vos leerde vliegen
- Een fabel uit Finland over een stoïcijnse kraanvogel -
Het was tijdens een winter waarin de kraanvogel besloten had nu eens niet de enorme trek naar het zuiden te ondernemen, doch rustig in zijn noordelijk territorium te blijven, dat hij op een goede dag de vos tegenkwam, die belangstellend informeerde: "Zo, vriend kraanvogel, en hoe staat het leven?"

De kraanvogel haalde enigszins gelaten zijn gevederde schouders op en antwoordde: "Tja, wat zal ik zeggen? Het houdt niet over, natuurlijk. Schraalhans is hier keukenmeester in dit kille jaargetijde. Veel te eten valt er niet te versieren."

De vos dacht hier even over na en sprak toen: "Ik heb een voorstel. Als jij mij nu eens leert vliegen, dan zorg ik ervoor dat je de hele winter aan je natje en je droogje komt."

De kraanvogel zag dat wel zitten en ging met het voorstel van de vos akkoord, en die hele lange winter voorzag zijn gepluimstaarte makker op een meer dan voortreffelijke wijze in zijn levensonderhoud.

Toen echter de lente aanbrak en het langzaam zomer begon te worden, klopte de vos bij hem aan om zijn verdiende loon.

"Oké," sprak de kraanvogel. "Ik ben niet iemand die zich niet aan z'n beloftes houdt. Klim maar op mijn rug, dan zal ik je eens een lesje geven!"

Met krachtige slagen van zijn enorme vleugels verhief de kraanvogel zich met de vos op zijn rug in het luchtruim en wiekte naar hogere sferen.

Steeds hoger steeg hij, tot de onder hen wegzinkende aarde de aan dit soort perspectieven niet gewende vos als een soort miniatuur speeltuin in de diepte voorkwam.

Zonder voorafgaande waarschuwing wipte de kraan de argeloze vos nu plotseling van zijn rug, zodat het verbijsterde dier machteloos omlaag tuimelde en bij zijn landing op aarde een poot brak.

Enkele ogenblikken later streek de kraanvogel naast hem neer en informeerde zonder een spier van zijn toch al vrij expressieloze kop te vertrekken: "En, vriend vos, hoe is je eerste vlucht je bevallen?"

"Ach," antwoordde de ietwat verpletterde viervoeter, "dat vliegen is wel aardig, daar wil ik niets over zeggen, maar ik heb er wel een gebroken poot aan overgehouden."

"Tja," sprak de kraanvogel. "Vliegen zonder vleugels is nu eenmaal een hachelijke onderneming, en gebroken is gebroken!"


                                          * * * einde * * *
Bron : - "Sprookjes uit Finland en Estland" bijeengebracht door August von Löwis of Menar. A.W. Bruna & Zoon, Utrecht/Antwerpen, 1979.
           Oorspronkelijke titel: Finnische und Estnische Märchen © 1962 Eugen Diederichs Verlag Düsseldorf-Köln. ISBN: 90-229-3311-3
           - www.beleven.org
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 00:59 1 reactie Reageer op dit bericht

De wolf en de vos

De wolf en de vos
- Een fabel van Grimm -
De wolf had de vos bij zich op bezoek. En wat de wolf wilde, moest de vos doen, want de vos was de zwakste, en de vos zou zijn heer graag kwijt zijn geweest. Nu gebeurde het eens, dat ze allebei door een bos liepen, en toen zei de wolf: "Rooie vos, geef me wat te eten, anders eet ik jou op." Toen antwoordde de vos: "Ik weet een boerderij, daar zijn een paar jonge lammetjes, als je er zin in hebt, dan zullen we er wel eentje halen." Dat vond de wolf goed.

Ze gingen erheen, en de vos stal het lammetje, bracht het de wolf, en maakte zich uit de voeten. De wolf verschalkte het, maar hij was nog niet voldaan, hij wilde er het andere bij hebben, en ging het halen. Maar omdat hij zo onhandig was, merkte de moeder van het lammetje het, en begon verschrikkelijk te schreeuwen en te blaten, zodat de boeren eraan kwamen lopen. Ze vonden de wolf, en sloegen hem zo erbarmelijk, dat hij hinkend en huilend bij de vos aankwam. "Daar heb je me mooi beetgehad," zei hij, "ik wou het andere lam halen, maar de boeren kregen me te pakken en hebben me murw geslagen." De vos antwoordde: "Je bent ook zo'n veelvraat."

De volgende dag gingen ze weer samen uit, en de gierige wolf zei nog eens: "Rooie, geef me wat te eten of ik eet jou ook op." De vos gaf ten antwoord: "Ik weet een boerderij, daar bakt de vrouw vanavond pannenkoeken. Daar zullen we er een paar van halen." Ze gingen, de vos sloop om het huis, keek en speurde zolang, tot hij erachter was, waar de schotel stond. Toen trok hij er zes pannenkoeken af en bracht ze naar de wolf. "Hier heb je wat," zei hij tegen hem, en hij ging zijns weegs.

De wolf had de pannenkoeken in een oogwenk opgeslokt en zei: "Die smaken naar meer," hij ging erheen en gooide de hele schotel op de grond, zodat hij in stukken sprong. Dat gaf een geweldig lawaai, zodat de vrouw naar buiten kwam. En toen ze de wolf zag, riep ze om hulp en allen snelden toe en gaven hem een pak slaag, zodat hij met twee kreupele poten luid huilend bij de vos in 't bos terugkwam. "Wat je me nu weer geleverd hebt!" riep hij, "de boeren hebben me te pakken gekregen en me de huid volgeranseld." Maar de vos antwoordde: "Je bent ook zo'n veelvraat!"

De derde dag gingen ze samen een beetje wandelen, en de wolf hinkte maar moeilijk voort - maar hij zei toch weer: "Rooie, zorg dat ik eten krijg, of ik eet jou óók op!" De vos antwoordde: "Ik weet een boer die net geslacht heeft, en 't gezouten vlees ligt in 't vat, in de kelder. Dat zullen we halen." De wolf zei: "Dan ga ik meteen maar mee, want je moet me helpen, als ik niet weg kan." - "Mij best," zei de vos en wees hem de sluipgangen en omwegen waarlangs ze ten langen leste toch bij de kelder aankwamen. Daar was nu een overvloed van vlees, en de wolf begon dadelijk te eten, en dacht: "Voordat ik uitschei, kan 't nog wat lijden."

De vos smulde ook, maar keek intussen aldoor op en om, en liep telkens naar het gat, waardoor ze de kelder waren ingekomen, en probeerde of hij nog dun genoeg was, om erdoor te kunnen. De wolf zei: "Beste vos zeg nu eens, waarom ren je zo heen en weer en aldoor naar buiten en terug?" - "Ik moet toch kijken, of er niemand aankomt," antwoordde de slimme vos, "eet jij maar niet te veel." De wolf zei: "Ik ga niet weg, voor 't hele vat leeg is."

Intussen kwam de boer, die de vos had horen springen, naar de kelder. Toen de vos hem zag, was hij in één sprong door het gat naar buiten: de wolf wilde ook, maar hij had zo'n dikke buik van 't eten, dat hij er niet meer door kon, maar middenin bleef steken. Daar kwam de boer met z'n knuppel, en sloeg hem dood. Maar de vos hupte 't bos in en was blij, dat hij de oude veelvraat kwijt was.


                                          * * * einde * * *
Bron : - "De sprookjes van Grimm; volledige uitgave" vertaald door M.M. de Vries-Vogel.
           Unieboek BV - Van Holkema & Warendorf, Weesp, 1984.
           - www.beleven.org
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 00:19 2 reacties Reageer op dit bericht

Anansi - Een half dorp...(2)

Anansi - Een half dorp voor twee kippen(vervolg)
- Meester Superspin Anansi -
In het dorp dat hij later die middag aandeed, eiste hij dat de varkens van de Gouverneur bij de koeien werden ondergebracht. Toen dat was gebeurd, wilde hij wel feestvieren, eten, drinken en dansen. Tegen twaalf uur wilde hij nog even naar zijn varkens kijken; nee, niemand hoefde met hem mee. Toen hij terugkwam, zei Anansi dat ze het goed maakten en dat hij nu ging slapen want hij moest weer vroeg op. Ze maakten het helemaal niet goed, die twee varkens. Anansi had ze gedood! Zo kon hij de volgende ochtend weer zijn toneelstuk opvoeren dat hij nog zo gezegd had, dat... dat de Gouverneur niet alleen hem maar het gehele dorp zou straffen... dat die varkens vannacht om twaalf uur nog kerngezond waren... dat het hun schuld was: hij had willen doorvaren, zij hadden zo nodìg feest willen vieren.

"U kunt twee andere varkens krijgen!" - "Wàt twee andere varkens. Als het nou nog een koe was!" En zo voer Anansi weg met de vetste koe van het dorp. Maar dat viel tegen... Met dat dikke beest in zijn bootje kwam Anansi nauwelijks vooruit, hoe hij ook pagaaide en pagaaide... En wat was dat? Er kwam water in zijn korjaal! Snel peddelde Anansi naar de oever. "Eruit!" gilde bij tegen de koe die het bos in vluchtte. "Donkedam!" vloekte Anansi. "Stomme koe! Maar wat moet ik nu doen?"

Terwijl hij somber voor zich uit staarde, vingen zijn oren het gehuil van een begrafenisstoet op. Anansi kroop achter een boom en wachtte tot de begrafenis voorbij was. Toen iedereen weg was, rende hij naar het graf en groef de kist op, waarin hij een kinderlijkje aantrof. Dood is dood, dacht Anansi, maar ik moet verder.

Het schemerde reeds toen Anansi met het zieke zoontje van de Gouverneur het volgende dorp bereikte. Dat zei hij, ja, dat de Gouverneur hem had opgedragen diens zieke zoontje naar de dokter verderop te brengen. Omdat het al donker begon te worden, wilde hij wel in dit dorp overnachten, als zij hem en het zieke kind een rustige hut gaven.

Het was doodstil in het dorp, iedereen liep op zijn tenen en probeerde niet te hoesten of te kuchen. Fluisterend vroeg de vrouw van het Dorpshoofd of het kleintje van de Gouverneur niet een beetje bananenmeel-pap lustte. "We kunnen, het proberen," zei Anansi. "Breng maar een grote kom, dan zal ik hem hapje voor hapje voeren." Wat was iedereen blij toen Anansi even later een lege kom buiten zette. "Het smaakte hem," zei Anansi en hij loog niet; het had hèm gesmaakt!

Een uurtje later kwam de vrouw van het Dorpshoofd een bord je tajer-soep brengen. Ook dat at Anansi smakeliik op, maar intussen zag hij wel zijn kans. Je hebt namelijk eetbare èn giftige tajers, net zoals bij paddestoelen. Dus gilde Anansi even later dat het zoontje van de Gouverneur was overleden en dat het door de soep kwam. "Maar hij was toch al ziek..." probeerde het Dorpshoofd nog.

Anansi beet zo hard op zijn onderlip dat die opzwol. "Dan was mijn lip zeker ook ziek? Hoe denkt u dat ik aan deze dikke lip kom? Dat is gebeurd toen ik proefde of de soep niet te heet voor het kind was." Nu begon het Dorpshoofd Anansi te smeken: "Wat moeten we doen? Wat zal de Gouverneur doen als hij hoort dat zijn zoontje in ons dorp is overleden? Help ons, Anansi, zeg ons wat we moeten doen!"

Anansi deed of hij nadacht: "Het is jullie schutd... Jullie zullen het kind moeten begraven." Natuurlijk zouden ze dat doen. "En dan... dan zullen jullie de Gouverneur iets moeten aanbieden." - "Hij kan krijgen wat hij wil," riep het Dorpshoofd. "Het halve dorp als hij wil!" Anansi fronste zijn wenkbrauwen: "Wat zegt u daar? Herhaalt u dat eens." - "Ons halve dorp," herhaalde het Dorpshoofd. "Zou hij dat aannemen?"

"We kunnen het proberen," zei Anansi, "ik zal het opschrijven, dan kunnen jullie het tekenen." Zo vertrok Anansi weer, met in zijn zak een papier waarop alle dorpsbewoners hun handtekening hadden gezet. "Ons halve dorp geven wij hierbij aan de Gouverneur" stond op het papier. Nog eenmaal klonk zijn lied op de rivier:
"Pagaai, doe je werk
Anansi is niet sterk
Anansi is een slimme spin
Iedereen trapt erin
Waarin
Daarin
Anansi krijgt zijn zin."
"Zo, ben je terug, Anansi. Waar is dat halve dorp van je?" Met deze woorden ontving de Gouverneur Anansi. "Wat dacht u? Dat ik het in mijn zak had gestopt?" zei Anansi op vrijpostige toon. "Zegt u mij eerst maar eens hoe u mij gaat belonen." - "Belonen waarvoor?" - "Hiervoor!" En Anansi overhandigde het papier met het halve dorp aan de Gouverneur.

De Gouverneur dacht razendsnel na. Hij was blij met het halve dorp, maar hij werd ook een beetje bang: Waar moet dat naartoe als alle spinnen halve dorpen gaan veroveren en... ze niet aan mij geven? "Een bezem!" besliste de Gouverneur. "Ik beloon je met een bezem!" Toen Anansi dat hoorde, rende hij weg. Hij vertrouwde het zaakje niet. Daarom gaan spinnen er nog steeds snel vandoor, als je begint te bezemen.


                                          * * * einde * * *
Bron : - "Volksverhalen uit kleurrijk Nederland. Dieren. Dierenverhalen uit de Chinese, Joodse, Nederlandse,
           Indiase, Turkse, Surinaamse, Marokkaanse en Indonesische verteltraditie"
           Lemniscaat, Rotterdam, 1990.
           - www.beleven.org
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht

Anansi - Een half dorp...

Anansi - Een half dorp voor twee kippen
- Meester Superspin Anansi -
Heel lang geleden wilde Meester Superspin Anansi de Gouverneur van zijn land verrassen met een half dorp. "Als u mij twee kippen geeft, kom ik terug met een half dorp," zei hij. "Dat wil ik wel eens zien," lachte de Gouverneur. "Is dat alles wat je nodig hebt? Twee kippen?" - "Nou nee..." aarzelde Anansi. Daar heb je het al, dacht de Gouverneur. "Doet u er maar een van uw jassen bij, en eh... een van uw steekhoeden, en eh... een van uw sabels en een van eh..." - "Mijn medailles?" vroeg de Gouverneur spottend. "Zuiver," zei Anansi, "een van uw medailles en een van uw boten. Dat is alles."

De Gouverneur vond dat het meeviel en de volgende ochtend peddelde Anansi weg in een kleine roeiboot die ze in Suriname korjaal noemen. De zon scheen, de rivier was spiegelglad en langs beide oevers luisterden groene bomen naar een zingende spin, die twee kippen in zijn bootje had:
"Pagaai, doe je werk
Anansi is niet sterk
Anansi is een slimme spin
Iedereen trapt erin
Waarin
Daarin
Anansi krijgt zijn zin."
Tegen twee uur had hij er genoeg van. De zon was beter en beter geworden en hij had lamme armen gekregen van het roeien. Ik moet me maar eens laten uitnodigen, dacht Anansi, hier moet ergens een dorp liggen. Hij begon extra hard te zingen en trok op die manier de aandacht van de dorpsbewoners. "De Gouverneur! De Gouverneur!" riepen ze enthousiast. "Komt u bij ons op bezoek?" - "Geen tijd!" schreeuwde Anansi over het water. De mensen sprongen in hun korjalen en pagaaiden naar hem toe. "Welkom, Gouverneur! Kom alstublieft aan wal. U bent zo lang niet bij ons op bezoek geweest."

"Zien jullie niet dat ik de Gouverneur niet ben," mopperde Anansi. "Ik ben zijn adjudant en ik moet deze kippen naar een vriend van hem brengen. Die woont verderop en zijn zoon is ziek en hij kan slechts genezen als hij kippesoep eet."

Maar de dorpsbewoners hielden aan en uiteindelijk liet Anansi zich overhalen. "Is er iemand die voor de kippen van de Gouverneur kan zorgen?" Natuurlijk wilde iederéén voor ze zorgen. "Maar dit zijn heel bijzondere kippen," legde Anansi uit. "Ze slapen alleen maar bij ganzen."

Geen probleem! De kippen bij de ganzen; eten, drinken, een dansfeest, een eigen hut voor Anansi! Toen het feest zijn hoogtepunt bereikte en iedereen op de dansvloer was, sloop Anansi naar het ganzenhok, greep de twee kippen en draaide ze de nek om. Terug op het feest zei hij dat hij moe was en ging slapen. Hij wilde de volgende morgen vroeg vertrekken.

Om zes uur stond Anansi al bij zijn boot en riep: "Wie haalt mijn kippen voor me?" Iedereen schrok zich dood toen een jongetje met twee dode kippen aan kwam zetten. Anansi deed of hij flauwviel. "Ik ben verloren!" riep hij dramatisch. "Er is nog niets verloren," zei iemand, "we kunnen u twee andere kippen geven." Anansi begon te razen en te tieren: "Ik wil m'n eigen kippen, de kippen van de Gouverneur. Hoe kunnen jullie me twee van jullie kippen aanbieden... Als het nou nog ganzen waren!"

Ganzen? Wilde Anansi liever twee ganzen? Maar natuurlijk kon hij twee van hun ganzen krijgen. Zo vertrok de slimme spin met twee ganzen in zijn korjaal en weer klonk zijn lied:
"Pagaai, doe je werk
Anansi is niet sterk
Anansi is een slimme spin
Iedereen trapt erin
Waarin
Daarin
Anansi krijgt zijn zin."
In de middag bereikte hij een ander dorp en weer liet Anansi zich smeken om aan wal te komen. "Als jullie niet goed voor mijn ganzen kunnen zorgen, blijf ik niet. Het zijn heel bijzondere ganzen," legde hij uit, "ze zijn van de Gouverneur en ze slapen alleen bij varkens." En wat brachten ze hem de volgende morgen? Twee dode ganzen! Anansi wist zogenaamd van niets, Anansi viel flauw, Anansi raasde en tierde totdat... hij twee varkens kreeg. Toen vertrok hij.

                              * * * er komt nog een staartje * * *
Bron : - "Volksverhalen uit kleurrijk Nederland. Dieren. Dierenverhalen uit de Chinese, Joodse, Nederlandse,
           Indiase, Turkse, Surinaamse, Marokkaanse en Indonesische verteltraditie"
           Lemniscaat, Rotterdam, 1990.
           - www.beleven.org
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 00:37 1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van 'VOLKSVERHALEN'

↑ Terug naar de berichten