Naar de inhoud

'VOLKSVERHALEN'

akke.beakke.be
Problemen
Er zijn nogal wat problemen met het lezen van de teksten, daarom volgende tip :
Met de muis links klikken en over de tekst schuiven.
De tekst verschijnt duidelijk leesbaar.

Archief

De vogeltrek (slot)

De vogeltrek (slot)
- Een Russisch dierenverhaal over waarom de vogels jaarlijks trekken -
De adelaar vertrok naar de noorderzon en precies na een jaar kwam hij weer terug. Hij vertelde de verenigde vogels zonder omwegen dat hij in het Noorden ruimte voor allen had gevonden, prachtige broedplaatsen, eten in overvloed, een mild klimaat en geen spoor van roofvogels van het soort die de kraanvogel zou hebben gezien.

Bij het horen van dat goede nieuws wilden de verzamelde vogels geen uur meer in het ongezonde klimaat blijven. Met algemene stemmen werd besloten met zijn allen af te reizen naar het Noorden. Alles werd voorbereid voor de grote vogeltrek.

Plotseling strompelde het dwergeendje huilend naar voren en zei: "Mag ik nog een klein woordje spreken? Jullie weten allemaal nog hoe ik werd toegetakeld door de kraanvogel, vandaag is dat op de kop af een jaar geleden. Jullie weten nu ook dat ik niets anders had misdaan dan het vertellen van de waarheid en het aantonen dat de kraanvogel een leugenaar was. Nu gaan jullie de grote trek naar het Noorden beginnen. Betekent dat dat ik hier op mijn dooie eentje moet achterblijven, zodat ik gauw het dooie eendje zal zijn? Dat wilde ik graag even weten! Ik ben nog steeds niet in staat om verder dan twee meter te vliegen. Dankzij de kraanvogel die straks rustig meetrekt naar het Noorden. Is dit rechtvaardig? Dat wilde ik even vragen!"

"Ze heeft gelijk!" riepen de vogels in koor. "Ze is nog te zwak om te vliegen. Als wij er niet meer zijn, zal ze zeker niet in leven blijven. Het is allemaal de schuld van de kraanvogel. Daarom moet hij ieder jaar tijdens de vogeltrek naar het Noorden het dwergeendje op zijn rug dragen; eerst heen en als we na een half jaar weer naar het Zuiden gaan, weer terug."

En zo trokken de vogels voor de eerste keer naar het Noorden - de kraanvogel met het dwergeendje op zijn brede rug. Na een half jaar, toen de winter in het Noorden zich aankondigde, vlogen de vogels weer terug naar het Zuiden. Ieder jaar herhaalt zich dit nog. De kraanvogel vindt het dwergeendje op den duur wel wat zwaar en dat is de reden dat hij nooit al te ver naar het Noorden vliegt.


                                          * * * einde * * *
Bron : - "Sprookjes en vertellingen uit Rusland" vertaald en bewerkt door Hans Werner.
           Deltos Elsevier, Amsterdam/Brussel, 1972. ISBN: 90-10-30122-2
           - www.beleven.org
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 00:18 8 reacties Reageer op dit bericht

De vogeltrek (vervolg)

De vogeltrek (vervolg)
- Een Russisch dierenverhaal over waarom de vogels jaarlijks trekken -
Intussen had de koekoek allang een goed heenkomen gezocht. Hij was snel naar de dwergeend gevlogen. Dat was zijn nicht en een vreselijke kletskous.

"Heb je het al gehoord?" begon de koekoek, "de kraanvogel is terug!"

"Nou en?" vroeg de dwergeend.

"Hij wil ons allemaal in de maling nemen! Ik heb het hem net horen vertellen aan zijn vrouw toen ik luistervinkje speelde onder hun nest. Hij vertelde dat het Noorden in alle opzichten een paradijs voor vogels is, tenminste in de zomermaanden, en vervolgens dat hij dat niet aan de vergaderde vogels wil vertellen. Omdat hij er geen zin in heeft dat we daar met zijn allen heentrekken. Nee, hij wil het Noorden voor zichzelf en zijn vrouw alleen!"

"Wat een lelijke oplichter," snaterde de dwergeend. "Daar zal ik een stokje voor steken. Ik heb die kraanvogel altijd al onbetrouwbaar gevonden. Al vanaf de dag dat hij opmerkte dat mijn snavel nooit stilstaat!"

De volgende dag bracht de kraanvogel aan de vergaderde vogels verslag uit. Hij begon met een uitgestreken gezicht te oreren: "Ik bezocht alle windstreken en vond nergens een plaats waar het beter is dan hier. Vooral het Noorden is bar en boos, altijd koud, altijd mist, altijd grauwe wolken en uit die wolken dalen wrede roofvogels neer, eierdieven en vogelvreters! Nee, in het Noorden hebben we niets te zoeken!"

"Hoe komt het eigenlijk dat je niet verslonden bent door de vogelvreters in het Noorden?" snaterde de dwergeend.

De kraanvogel deed of hij niets had gehoord en oreerde gewichtig verder. De dwergeend viel hem echter voor de tweede keer in de rede: "Vogels, geloof hem niet! Hij neemt jullie ertussen! Zijn vrouw heeft hij vannacht een heel ander verhaal verteld! Hij wil alleen voorkomen dat we allemaal naar het Noorden vliegen! Dan heeft hij daar het rijk alleen! Vogels, ik vertel jullie de zuivere waarheid. De kraanvogel liegt!"

"Hoe durf je met je brutale snep mijn rede te verstoren!" riep de kraanvogel kwaad. Hij wierp zich woedend op de dwergeend. Voordat een van de andere vogels het kon beletten, had de kraanvogel de dwergeend half doodgeslagen. Op het nippertje kwamen een paar ordelievende vogels tussenbeide. Een koor van vogelstemmen ging nu op: "Wat valt ons dit tegen! We dachten dat verkenners alleen maar goede daden deden en nooit liegen! En kijk nu eens wat je hebt gedaan! Het dwergeendje half dood geslagen! Je moest je schamen. We hebben al ons vertrouwen in je verloren!"

Beschaamd en wrokkend trok de kraanvogel zich terug uit de vergadering. Staande de vergadering werd een nieuwe verkenner gekozen; deze keer de adelaar die voor geen roofvogel opzij ging. Hij zou naar het Noorden gaan, daar het terrein verkennen en na een jaar verslag uitbrengen. De kraanvogel, zo besloot de vergadering, moest het dwergeendje verplegen tot het diertje weer helemaal beter zou zijn.


                                    * * * wordt vervolgd * * *
Bron : - "Sprookjes en vertellingen uit Rusland" vertaald en bewerkt door Hans Werner.
           Deltos Elsevier, Amsterdam/Brussel, 1972. ISBN: 90-10-30122-2
           - www.beleven.org
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 00:11 10 reacties Reageer op dit bericht

De vogeltrek

De vogeltrek
- Een Russisch dierenverhaal over waarom de vogels jaarlijks trekken -
Heel lang geleden, toen de wereld nog nieuw was, woonden de vogels die nu iedere zomer naar het Noorden komen het hele jaar in het Zuiden. In de zomermaanden was daar de hitte ondraaglijk. Op een dag vergaderden de vogels dan ook om te overleggen wat hen te doen stond. Een wijze secretarisvogel sprak: "Wij allen weten hoe heet de zomermaanden hier zijn. Onze eieren worden al voor ze uitkomen door de zon gekookt. Jonge vogels worden er niet geboren. We zullen in de zomer naar koelere streken moeten gaan of anders hier blijven en uitsterven."

"Zo is het," viel een ekster de spreker bij. "We moeten een verkenner uitsturen. Die moet op onderzoek gaan en ons bij terugkomst vertellen welk land hem het meest geschikt lijkt om er de zomer door te brengen."

Daarmee waren alle vogels het roerend en koerend en kraaiend en fluitend eens. Met algemene stemmen werd de kraanvogel aangesteld als verkenner. Hij stond bekend als een verstandige en voorzichtige vogel; hij was een goede vlieger en ook snel ter been. Dus kreeg de kraanvogel de opdracht om naar Oost en West en Noord te vliegen en na drie jaren terug te komen om verslag uit te brengen.

De kraanvogel sprak een kort woord van dank - hij beschouwde het als een hele eer tot verkenner te zijn gekozen - en ging zonder uitstel op reis.

Nauwelijks was hij vertrokken of een koekoek maakte de vrouw van de afwezige kraanvogel het hof. Het was een levenslustige koekoek en hij viel bij de vrouw van de kraanvogel dadelijk in de smaak. Ze was niet standvastig genoeg om haar man die verre streken verkende, trouw te blijven. Al spoedig nam de koekoek bij haar zijn intrek en de twee vogels deelden met elkaar wat ze hadden: lief en leed, wormpjes en hapjes en kleine grapjes.

De drie jaren vlogen om. Vroeger nog dan hij verwacht werd, keerde de kraanvogel terug op zijn nest - in het holst van de nacht. De koekoek had amper de tijd om zich onder het nest te verstoppen.

De kraanvogel streek neer naast zijn vrouw en begon te vertellen: "In het Noorden is ruimte en voedsel te over! En puike broedplaatsen! We kunnen daar onze eieren uitbroeden in een mild klimaat. Maar dacht je dat ik dat morgen aan de vergaderde vogels ga vertellen? Vergeet het maar! Ik zal ze vertellen dat het Noorden bar en boos is. Daarna, als je me volgen kunt, vliegen we er samen heen. Dan hebben we daar het rijk alleen!"

"Koekoek!" riep de koekoek die zijn lachen niet langer kon houden en hij vloog weg van het nest waar hij zich nu niet meer welkom voelde.

"Wat was dat?" vroeg de kraanvogel aan zijn vrouw.

"Lieveling," zei de vrouw van de kraanvogel, "al een hele tijd is het hier niet pluis. Sinds je wegging heb ik geen nacht ongestoord kunnen slapen. De stilte wordt steeds weer verbroken door vreemd geroep. Ja, het is hier een vreemde toestand geweest!"

"Daar hoor ik van op," zei de kraanvogel. "Ik wil daar wel het mijne van weten."


                                    * * * wordt vervolgd * * *
Bron : - "Sprookjes en vertellingen uit Rusland" vertaald en bewerkt door Hans Werner.
           Deltos Elsevier, Amsterdam/Brussel, 1972. ISBN: 90-10-30122-2
           - www.beleven.org
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 00:10 17 reacties Reageer op dit bericht

De leeuw is los!

De leeuw is los!
- Een gedicht van Annie M.G. Schmidt over een ontsnapte leeuw -
De leeuw is los! De leeuw is los!
Hij wandelt al door de straten.
Hij wil naar 't Amsterdamse bos,
dat heb ik wel in de gaten.
Hij bromt en hij briest en hij brult
en iedereen schrikt zich een bult.
Daar is ie al op de Postzegelmarkt,
daar loopt ie al over het Singel!
De tram blijft staan en klingelt hard
van klingeldeklingeldeklingel.
Het hele verkeer staat stil...
en de tramconducteur geeft een gil!
Nu is hij op de Overtoom!
We worden hoe langer hoe banger...
En iedereen klimt in z'n eigen boom,
de timmerman en de behanger.
O! roept de pianostemmer,
waar blijft nou die leeuwentemmer!
O kijk, daar komt een jongetje aan,
o, zou z'n moeder dat weten?
Tjee, kijk dat jongetje daar eens staan!
Straks wordt ie opgevreten!
Wie is dat jongetje dan?
Warempel, het is onze Jan...!
Hij haalt een klontje uit z'n zak,
wat gaat hij toch beginnen?
De leeuw wordt mak! De leeuw wordt mak!
De leeuw begint te spinnen!
Hij aait hem eens over zijn rug
en brengt hem naar 't circus terug. Hoi!
En brengt hem naar 't circus terug. Hoera!!!!
Bron : - www.beleven.org
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 00:00 9 reacties Reageer op dit bericht

De Geertruivogel

De Geertruivogel
- Een religieus getint Noors volksverhaal over een gierige vrouw -
In de goede, oude tijd toen Onze-Lieve-Heer en Petrus nog op aarde wandelden, kwamen ze ook eens bij een vrouw, die zat te bakken. Zij heette Geertrui, en had een rode muts op haar hoofd.

Daar zij al een eind hadden afgelegd en honger hadden, vroeg Onze-Lieve-Heer haar vriendelijk om een lefse* te mogen proeven. Ja, dat mocht. Ze nam een beetje deeg en rolde het uit. Toch werd het nog zo groot, dat het het hele ronde bakblik besloeg. Nee, die lefse werd te groot; die kreeg hij niet. Ze nam nu wat minder deeg; maar toen ze dat uitgerold en op het bakblik had gedaan, was die lefse ook te groot, ook die mocht hij met hebben. De derde maal nam ze nog minder deeg, een heel, heel klein stukje; maar ook deze keer werd de lefse te groot. "Ja, dan heb ik jullie niets te geven," zei Geertrui. "Jullie moeten maar weggaan, want de lefsen worden allemaal te groot."

Toen werd Onze-Lieve-Heer toornig en zei: "Omdat je mij zo weinig hebt gegund, zul je een vogel worden en je droge voedsel tussen schors en hout vandaan halen, en alleen maar te drinken krijgen wanneer het regent."

En meteen nadat hij de laatste woorden had gezegd, veranderde ze in de Geertruivogel**, en vloog van de deegplank door de schoorsteen weg. En nog heden ten dage kun je haar met haar rode mutsje en pikzwarte lijfje - omdat de pijp haar zwart had gemaakt - zien rondvliegen. Ze hakt en pikt maar in de bomen naar voedsel, en fluit als het gaat regenen: want ze heeft altijd dorst, en dan weet ze, dat ze drinken krijgt.


                                          * * * einde * * *

* Een lefse is een schilferachtig dunne, zachte, ronde plak ongegist brood van grof meel, die twee aan twee worden gegeten met stroop of boter en suiker er tussen. Min of meer een lekkernij
** Gjertrudsfuglen, Geertruivogel is de zwarte specht.
Bron : - "Noorse volkssprookjes uit de verzameling van Asbjørnsen en Moe" gekozen en vertaald door
           Greta Baars-Jelgersma.
           Uitgeversmaatschappij W. de Haan, Utrecht, 1944
           - oorspronkelijke titel : Gjertrudsfuglen
           - www.beleven.org
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 00:39 7 reacties Reageer op dit bericht

Wolga en zijn bondgenoot Mikoela (einde)

Wolga en zijn bondgenoot Mikoela (einde)
- Een Russische sage over hard optreden tegen opstandige steden -
De droezjina en ook Wolga zelf waren met stomheid geslagen. Zij hadden al vele gevechten meegemaakt, niet alleen met gewone mensen, ook met reuzen en tovenaars, en zij hadden steeds de moed en de kracht van hun leider bewonderd. Maar wat deze eenvoudige boer presteerde, dat hadden zij nog nimmer aanschouwd.

De troep trok verder en bereikte al spoedig een onstuimige rivier, waarachter zich de hoge wallen bevonden van de sterke vesting Goertsjevjets. Aan de overzijde van de rivier en boven op de wallen stonden alle weerbare mannen van de vesting in volle wapenrusting opgesteld om de aankomende vijand weerstand te bieden. Wolga gaf het sein tot de aanval en in volle draf galoppeerden zijn ruiters naar de houten brug die toegang tot de veste gaf. De inwoners van de stad hadden dit wel voorzien en zij hadden daarom de palen, waarop de brug rustte, doorgezaagd. Toen de ruiters halverwege de brug waren gekomen, stortte deze met donderend geraas in, alles wat zich daarop bevond met zich mee slepend. De zwaar geharnaste krijgers werden in hun bewegingsvrijheid gehinderd en konden zich niet redden. Zij werden evenals de paarden door de wild stromende rivier meegesleurd en kwamen jammerlijk om.

Wolga en Mikoela die achteraan reden, zagen met verbijstering hoe de droezjina de dood vond in de wilde golven. Een onuitsprekelijke haat maakte zich van hen meester. Zij gaven hun paard de sporen en vlogen met één sprong over de rivier. Als een stormwind wierpen de twee helden zich op de vijand. Wolga trok zijn zwaard en maaide ieder om zich heen in blinde woede neer. Mikoela, die niet over een zwaard beschikte, rukte een oude eikenboom uit de grond en doodde daarmee iedereen die in zijn nabijheid kwam. Ook de paarden namen deel aan het gevecht en beten de vijanden met hun vlijmscherpe tanden, of zij vermorzelden hen onder hun hoeven. De strijd was hevig en lang. Duizenden vijanden lagen ontzield ter aarde en de overlevenden werden door zo'n panische angst bevangen dat zij zich schielijk naar de wallen begaven. Van daaruit riepen zij naar beneden: "Genade en erbarming, machtige Wolga Boeslavlevitsj! Spaar ons, spaar onze vrouwen en kinderen! Wij onderwerpen ons geheel aan uw wil!"

Langzaam en waardig reden de twee helden door de stadspoort naar binnen. Vol ontzag wees men naar Mikoela en fluisterde tegen elkaar: "Dat is die man die gisteren met ons heeft gevochten en met zijn enorme knots honderden van ons heeft geveld." Iedereen boog het hoofd toen de twee passeerden en zij bogen zo diep dat hun haar de grond raakte. Toen kwam de legeraanvoerder naar voren, maakte een diepe buiging en sprak: "Wees welkom, machtige bogatyrs! Wees welkom en neem van ons zoveel schatting als u nodig hebt, maar spaar ons leven!" Vervolgens kwam de burgemeester naar voren en deze vertelde dat de bewoners blij waren de beroemde held eindelijk van aangezicht tot aangezicht te kunnen zien. Hij zei ook dat zijn stedelingen de afgezanten van Wolga Boeslavlevitsj altijd met eerbied en respect zouden ontvangen en zij op tijd aan hun verplichtingen zouden voldoen. Wolga stelde zich tevreden met de schatting die hem toekwam en beval hun dat deze binnen twee weken moest zijn ingeleverd. Toen reden zij beiden weg. Mikoela begeleidde Wolga tot zij bij diens paleis kwamen; met geschenken overladen keerde hij naar huis terug.

En hoe verging het die andere opstandige stad, Orjechovjets? De gebeurtenissen bij Goertsjevjets waren snel in de gehele omtrek bekend geraakt en de inwoners van de eerstgenoemde stad wisten niet hoe gauw zij hun schatting moesten inleveren. Wolga kon dus tevreden zijn over zijn veldtocht, hoewel hij het verlies van zijn trouwe kameraden zijn hele verdere leven bleef betreuren. Maar hij vatte het filosofisch op en zei altijd: "Wanneer men veel wint, moet men dikwijls ook veel verliezen." Hij heeft nooit meer een nieuwe droezjina gevormd en werd trouwens ook te oud om nog ten strijde te trekken. Er heersten vrede en eendracht, zolang hij regeerde..


                                    * * *tent* * *
Bron : - "Russische heldensagen" door M.A. Prick van Wely.
           Fibula, Houten, 1989. ISBN: 90-269-4416-0
           - www.beleven.org
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 00:19 6 reacties Reageer op dit bericht

Wolga en zijn bondgenoot Mikoela (vervolg)

Wolga en zijn bondgenoot Mikoela (vervolg)
- Een Russische sage over hard optreden tegen opstandige steden -
"Och, Wolga Boeslavlevitsj, wat zal ik u zeggen. De inwoners van die steden zijn je reinste rovers. Ik ben er gisteren nog geweest om zout in te kopen. Ik kocht er drie grote balen, laadde die op mijn merrie en ging zelf boven op de vracht zitten. Zo wilde ik naar huis rijden, toen ik plotseling zag dat de weg door een slagboom werd versperd. Meteen sprongen er een paar van die rovers naar voren en hielden mijn paard bij het bit vast. Zij eisten tolgeld en om van hen af te zijn en geen moeilijkheden te veroorzaken, gaf ik het hun. Maar daarna kwamen er weer andere mannen opdagen die eveneens tolgeld eisten, en weer andere, totdat ik door een gehele menigte was ingesloten. Dadelijk nemen zij mijn zout ook nog in beslag, dacht ik, het wordt nu toch tijd om korte metten met hen te maken. Ik greep mijn knots en gaf dat stelletje van katoen. Die knots heeft nog nooit de dienst geweigerd en op dat moment ook niet. Iedereen die erdoor getroffen werd, was op slag dood. Toen er een paar honderd lijken op de grond lagen - ik heb ze eerlijk gezegd niet geteld, maar het kunnen er ook duizend geweest zijn - kozen de overige aanvallers het hazenpad en kon ik ongehinderd mijn weg vervolgen."

Wolga die het verhaal aandachtig had beluisterd, zei ten slotte: "Het ziet ernaar uit dat je niet op al te goede voet staat met de bewoners van Goertsjevjets en Orjechovjets. Misschien voel je er iets voor om ons op onze tocht te vergezellen?"

"Dat zal ik maar al te graag doen!" antwoordde de boer die zich bekend maakte als Mikoela Seljaninovitsj. Hij nam het tuig van zijn paard af, leidde het van de akker en sprong toen op haar rug. Ook de andere mannen bestegen hun paarden en reden voort in gestrekte draf.

Nadat zij al een eindje op weg waren, herinnerde Mikoela zich ineens dat hij de ploeg onbeschermd had achtergelaten. Dus vroeg hij Wolga toestemming te mogen terugkeren om zijn ploeg op een veilige plaats op te bergen. "Dat is helemaal niet nodig," vond Wolga. "Ik zal een paar van mijn sterkste mannen erheen sturen en wij zullen hier wachten tot zij zijn teruggekeerd." Zo gebeurde het, maar hoe die mannen ook aan de ploeg trokken, deze bewoog zich geen centimeter. Zij vertelden het bij terugkomst aan hun leider en die zei: "Dan gaan wij allemaal maar terug." Met zijn dertigen trokken en trokken zij zonder enig resultaat aan het werktuig, tot zij totaal uitgeput waren.

Waarop Mikoela sprak: "Dappere Wolga Boeslavlevitsj! Zijn dat nu uw dappere krijgers die de opstandelingen moeten bedwingen? Wat wilt u met dit stelletje zwakkelingen bereiken tegen een veel grotere vijand?" Nadat hij dit gezegd had, sprong de boer van zijn paard, liep naar de ploeg en trok deze met één hand uit de kluitige aarde. Met een geweldige zwaai wierp hij haar in de lucht en het gevaarte viel met een enorme dreun tussen het kreupelhout waar het tot aan de handvaten in de aarde wegzakte.


                          * * *wordt vervolgd* * *
Bron : - "Russische heldensagen" door M.A. Prick van Wely.
           Fibula, Houten, 1989. ISBN: 90-269-4416-0
           - www.beleven.org
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 00:14 6 reacties Reageer op dit bericht

Wolga en zijn bondgenoot Mikoela

Wolga en zijn bondgenoot Mikoela
- Een Russische sage over hard optreden tegen opstandige steden -
Nadat Wolga het rijk der Turken overwonnen had, voerde hij nog vele oorlogen en veroverde hij vele vestingen met behulp van zijn almaar groeiende krijgsmacht. Maar de kern van zijn leger werd gevormd door zijn droezjina die zich als een ondoordringbare muur van staal om hem heen groepeerden en hem tegen elke aanval beschermden. De angst voor deze dappere krijgsschaar was zó groot dat, wanneer deze naderde, iedereen de vlucht nam. De overwonnen stammen betaalden altijd trouw de hun opgelegde schatting.

Het rijk van Wolga Boeslavlevitsj werd groter en groter en daarom zond hij zijn gezanten naar alle windhoeken van het land om de schatting op te halen. Zij kwamen terug met grote kudden vee, honderden paarden en een groot aantal wagens gevuld met pelzen, graan, tarwe, rogge en andere veldgewassen. Op een keer keerden de gezanten met lege handen terug. De inwoners van de steden Goertsjevjets en Orjechovjets hadden geweigerd de poorten van hun stad te openen en de schatting te leveren. De leiders van Wolga's leger gaven hem de raad met een grote krijgsmacht tegen de opstandige steden op te trekken om hun een lesje te leren. Wolga besliste echter anders. Hij begaf zich alleen met zijn droezjina naar de twee steden om ze te dwingen de opgelegde schatting af te leveren. Zo reden zij dagenlang door de onmetelijke steppen. Terwijl de paarden als valken door de lucht vlogen en men alleen maar 's nachts halt maakte om uit te rusten, was men nog geen levende ziel tegengekomen.

Na een paar dagen gereden te hebben hoorden de mannen ergens in de verte het gekraak van een ploeg en het schuren van het ploegijzer over stenen. Daarbij hoorden zij een lied zingen:
"Ploeg maar voort,
ploeg maar voort,
mijn dapper paardje,
over het land dat mij behoort."
"Niet onverdienstelijk gezongen," merkte Wolga op, "maar waar zit die man die het zingt?" De ruiters spiedden de hele horizon af, maar konden nergens iemand ontdekken.

De volgende morgen hoorden zij weer hetzelfde geluid, begeleid door hetzelfde lied. Ook ditmaal zagen zij niemand in de verre omtrek. "Eigenaardig," merkte Wolga op, "het lijkt hier te spoken."Tegen de middag van de derde dag galmde het lied van de ploeger andermaal over de velden, terwijl het ploegijzer over stenen schuurde. Toen zagen zij eindelijk de man die zo lang onzichtbaar was gebleven. Het was een forse boer die zijn paard vriendelijk toesprak. Hij liep achter een eikenhouten ploeg, waarvan de zilveren ploegschaar met gouden spijkers was beslagen. De ploeg scheurde boomstronken los en wierp grote aardkluiten en stenen de lucht in. Zij waren zo zwaar dat zelfs de sterkste man ze niet zou kunnen optillen. Vol bewondering keken Wolga en zijn mannen naar de rijzige gestalte van de boer die dit werk een peulenschilletje scheen te vinden.

"Moge God je helpen bij dit zware werk!" zei Wolga tegen de boer die zijn arbeid nu onderbrak en hem antwoordde: "Wees gegroet, dappere Wolga Boeslavlevitsj! Mag ik vragen waarheen uw tocht voert?"

"Zeker, beste man, dat is u toegestaan. Wij rijden naar de steden Goertsjevjets en Orjechovjets, waarvan de inwoners geweigerd hebben de poorten voor mijn afgezanten te openen en mij de schatting te betalen die mij toekomt."


                          * * *wordt vervolgd* * *
Bron : - "Russische heldensagen" door M.A. Prick van Wely.
           Fibula, Houten, 1989. ISBN: 90-269-4416-0
           - www.beleven.org
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 02:50 6 reacties Reageer op dit bericht

De aap Lawaaischopper en de maïskolven

De aap Lawaaischopper en de maïskolven
- Een Mexicaans kettingsprookje over de ontdekking van de maïs -
We hebben ons laten vertellen dat de nieuwsgierige aap Lawaaischopper de maïskolven gevonden heeft. Hij bekeek en besnuffelde ze net zo lang tot hij de gele korrels vond. Oh, dat was heerlijk! De aap keek voorzichtig naar alle kanten of iemand hem ook gezien had, maar alleen de oude palmboom groeide stakerig naast hem in de grond. "Een paar van deze heerlijke dingen verstop ik voor mijn avondeten!" riep de aap plotseling en hij gooide zand over de maïskolven. Toen rende hij het oerwoud in en nog voor iemand tot drie had kunnen tellen was er niets meer van hem te zien.

De oude palm was niet zo slaperig als hij er uit zag. Toen de aap verdwenen was trok hij met zijn wortels, die net vangarmen waren, de maïskolven naar zich toe en verstopte ze achter zijn stam.

's Avonds stormde de aap Lawaaischopper uit het oerwoud en groef naar zijn maïskolven. Hij groef en groef - maar tevergeefs! Driftig schudde hij de palmboom: "Je hebt mijn maïskolven gestolen! Waar heb je ze verstopt?" De palm zweeg. "Wacht maar!" dreigde de aap. "Ik zal je wel leren praten!" En hij rende naar het vuur: "Vuur, alsjeblieft help me en verbrand de palm. Hij heeft mijn maïskolven gestolen!"

Maar het vuur zweeg en stak zelfs niet eens zijn gloeiende tong naar hem uit. "Ik ga naar het water en vraag het om je te blussen," riep de aap. "Wacht maar, ik zal je wel laten praten!" En hij ging naar het water.

Maar ook het water luisterde niet naar de aap Lawaaischopper en daarom rende hij naar de tapir, die het water moest opdrinken. De tapir was zo slaperig, dat hij voor de opgewonden bezoeker helemaal geen aandacht had.

"Ik zal de hond op je afsturen! Wacht maar, ik krijg je wel aan het praten!"

En de aap Lawaaischopper ging naar de hond: "Ga gauw mee, dan doden we de tapir, maar we hebben geen tijd te verliezen. Hij ligt hier vlak bij en hij zal je goed smaken."

"Maak je geen zorgen om mijn volle maag," mopperde de hond en trok de schouders op.

"Wacht maar, daar zal je voor boeten," riep de aap en rende naar een jaguar.

Hij bleef op een afstand staan, want helemaal veilig voelde hij zich niet bij de jaguar en hij riep: "Ik weet een vette buit, die je goed zal smaken. Kom vlug mee, ik loop wel voor je uit, de vette buit ligt maar een klein eindje verder op!"

"Ho-ho - een aap wil mij goede raad geven!" gromde de jaguar.

"Dat is jouw stommiteit! Wacht maar, als je niet wilt luisteren, stuur ik de jagers achter je aan!"

En de aap Lawaaischopper rende naar het dorp. "Een jaguar, een jaguar!" riep hij al van verre, "kom vlug, ik breng jullie wel bij hem!" De Indianen gingen hun hutten in en haalden pijl en boog. De beste schutter spande zijn boog alvast en allemaal liepen ze met de aap Lawaaischopper mee.

Nauwelijks had de jaguar de jagers gezien of hij gehoorzaamde de aap en rende naar de hond en de hond rende naar de tapir en de tapir rende naar het water en het water liep naar het vuur en het vuur rolde met zijn gloeiende tong naar de oude palm. De palm slaakte een kreet van pijn: "Laat dat, laat dat, je doet me pijn! Ik zal de aap zijn maïskolven teruggeven."

En met zijn wortels trok hij de kolven te voorschijn en gaf ze aan de aap.

De aap nam de maïskolven en deelde ze met de jagers. Zo kwamen de Indianen aan hun maïs.


                                          * * * einde * * *
Bron : - "Sprookjes van de Indio's. Mythen, sprookjes en legenden van de Indianen uit Midden- en Zuid-Amerika"
           door Vladimir Hulpach, vertaald door Anke Eggink.
           Uitgeverij Ankh-Hermes, Deventer, 1979. ISBN: 90-202-0044-5
           - www.beleven.org
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door saagje om 00:21 17 reacties Reageer op dit bericht

Het zuiderkruis en zilver op het water-vervolg

Het zuiderkruis en zilver op het water (vervolg)
- Een sprookje van de Guarayu-Indianen (Bolivia) -
Toen Moroti de volgende morgen nog steeds niet in het dorp terug was en het opperhoofd hoorde wat er was gebeurd, ging hij naar de rivier. Zijn dochter was nergens te zien maar op het water bloeiden bloemen, die hij nooit tevoren gezien had - bloemen waarvan de bloembladeren aan de randen glansden als zilver.

"Pita en uw dochter Moroti leven in het water. Door hun liefde is hier vannacht de bloem Irupe gaan bloeien, opperhoofd." Het was de oude sjamaan uit het dorp die had gesproken. Hij legde een hand op de schouder van het opperhoofd en vervolgde: "Gentsera houdt ze allebei in haar hol gevangen en ze zal ze vrijwillig nooit laten gaan."

"Dan zal ik voor ze vechten!" riep het opperhoofd en draaide zich om. Maar de sjamaan schudde zijn hoofd.

"Als u in het water zou springen, heeft Gentsera ook macht over u, daarom geef ik u een andere raad. Vele mijlen van hier ligt in de zee een klein eiland. Daar rust Gentsera vaak uit en daar kan u met haar vechten, omdat haar kracht op het vasteland niet groter is dan die van een Indiaan."

"Zeg me, waar dat eiland ligt!" riep het opperhoofd.

"Je boot zal je er heen brengen, maar vergeet niet, dat de toverkol het water nooit verlaat zonder haar lans uit walvisbot. Ik geef je er net zo een - verdedig je daarmee!"

Het opperhoofd bedankte de sjamaan. Daarna liep hij een stukje langs de rivier, klom in zijn boot en stootte hem van de oever. De golven speelden met de boot alsof het een eierschaal was, maar hij stuurde onbeschadigd verder.

Eindelijk, op een nacht, bereikten ze het eiland. Het opperhoofd sprong met de lans in de hand aan land en Gentsera - die de boot op het water al lang had ontdekt, riep met krijsende stem: "Daar ben je dan eindelijk Tacu, ik verheug me er nu al op, dat jij straks ook voor eeuwig in mijn hol zult zitten."

Dan lichtte het in het duister en het opperhoofd zag, hoe een lange, witte lans op hem af kwam. Hij hanteerde zijn wapen, maar de witte lans sloeg hem de zijne uit zijn handen. Beide lansen werden echter ogenblikkelijk als door een onzichtbare kracht opgetild en meegedragen, in de nachtelijke hemel omhoog. Tacu merkte het niet want Gentsera stortte zich met een schelle kreet op hem.

De hele nacht vochten de toverkol en het opperhoofd op leven en dood. Beiden verloren meer en meer hun krachten en toen de dag aanbrak, lieten Gentsera en de dappere Tacu hun leven.

Korte tijd later liep de oude sjamaan naar de rivier, naar de plaats waar hij wist dat Gentsera's hol moest zijn. Het water was rustig, maar toen de bloemen van de Irupe zich sloten, zodat ze er weer als tranen uitzagen, verhief zich een hoge, grote golf. Ze sloeg over en spoelde voor de voeten van de sjamaan. Uit de golf kwamen Moroti en Pita te voorschijn.

"Je hebt ons bevrijd!" riep Moroti, gelukkig en mooier dan ooit.

"Ik niet, maar je vader, de dappere Tacu deed het," zei de sjamaan en toen vertelde hij, dat hij het opperhoofd had aangeraden met zijn boot naar Gentsera te varen.

"Wat is er verder gebeurd?" wilde Pita weten.

"Ik weet het niet, maar kijk eens naar die gekruiste lansen aan de hemel. De langste is van Gentsera en de korte van Tacu. De lansen aan de hemel tonen dat er gevochten is en jullie zijn het bewijs dat het opperhoofd de toverkol heeft overwonnen!"

Aldus is het verhaal dat de Indianen vertellen over de mooie bloem Irupe en over het zuiderkruis, dat ze de naam gekruiste lansen gaven.


                                          * * * einde * * *
Bron : - "Sprookjes van de Indio's. Mythen, sprookjes en legenden van de Indianen uit Midden- en Zuid-Amerika"
           door Vladimir Hulpach, vertaald door Anke Eggink.
           Uitgeverij Ankh-Hermes, Deventer, 1979. ISBN: 90-202-0044-5
           - www.beleven.org
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 00:53 13 reacties Reageer op dit bericht

Meer van 'VOLKSVERHALEN'

↑ Terug naar de berichten