Naar de inhoud

'VOLKSVERHALEN'

akke.beakke.be
Problemen
Er zijn nogal wat problemen met het lezen van de teksten, daarom volgende tip :
Met de muis links klikken en over de tekst schuiven.
De tekst verschijnt duidelijk leesbaar.

Archief

Odysseus en de Laistrygonen

Odysseus en de Laistrygonen
- Een verhaal uit de Griekse oudheid over mensenetende reuzen -
Na een moeizame tocht vol wind en storm kwamen Odysseus en zijn metgezellen bij het land van de Laistrygonen. De haven was prachtig gelegen, omringd door rotsen die tot in de hemel reikten. De bemanningen loodsten hun schepen door een nauwe toegang tussen de rotsen en meerden de schepen dicht tegen elkaar af.

Alleen Odysseus bleef buiten de haven liggen, gekweld door een donker voorgevoel meerde hij daar zijn schip aan de rotsen. Meteen beklom hij de hoge rotsen om te kijken of er mensen waren. Maar er was niemand te bekennen; hij zag alleen rook ten hemel stijgen. De held stuurde daarom verkenners uit om zo te weten te komen wat voor mensen dit land bewoonden.

De verspieders van Odysseus gingen over een weg waar met hout beladen wagens vanuit de bergen naar de stad reden. Vlak bij de stad ontmoetten ze een meisje dat voor de poorten van de stad water putte uit de bron Artakia. Het was de reusachtige dochter van Antifates, de koning der Laistrygonen. Vriendelijk vroegen ze het meisje wie koning was van dat land, en over welk volk hij heerste. De koningsdochter wees hun het huis van haar vader.

Toen de metgezellen van Odysseus het prachtige paleis van de koning betraden, was alleen de vrouw van de koning aanwezig. Zij was een reuzin, zo groot als een bergwand. De vrienden van Odysseus werden door ontzetting en afschuw bevangen. De koningin stuurde echter meteen boden uit om haar gemaal naar het paleis te laten komen.

Toen de afschrikwekkende koning het paleis binnenstormde greep hij meteen een van de bezoekers en verslond hem met huid en haar. De overige metgezellen van Odysseus vluchtten snel weg, terwijl Antifates met bulderende schreeuwen zijn volk bij elkaar riep. Van alle kanten kwamen toen de Laistrygonen aangesneld en achtervolgden met hun koning de vreemdelingen tot aan de haven.

Daar aangekomen slingerden ze vanaf de hoge rotsen enorme rotsblokken naar de schepen die beneden in de haven gevangen lagen. Er ontstond een verschrikkelijk gedrang. Met luid gekraak werden de schepen verpletterd door de rotsblokken die de reuzen naar beneden slingerden. Vervolgens stortten de Laistrygonen zich in de haven en spiesden de wegzwemmende mannen van Odysseus als vissen en namen ze mee naar huis om ze daar te verorberen.

Odysseus sneed snel het touw door waarmee hij zijn schip aan de rots buiten de haven had gemeerd en liet zijn bemanning met al hun kracht aan de riemen trekken. Doodsbang voor een dood in de muilen van de menseneters doorkliefden zij het water. Zo ontsnapte alleen het schip van Odysseus omdat de held uit voorzichtigheid zijn schip niet in de haven had gemeerd.

Alle andere schepen waren met hun bemanningen verloren gegaan.


                                      * * * EINDE * * *
Bron : - "Sprookjes uit de Griekse oudheid" bewerkt door Erich Ackermann.
           Uitgeverij Elmar, Rijswijk, 1994. ISBN: 90-389-02697
           - www.beleven.org
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 00:41 7 reacties Reageer op dit bericht

Het oudejaarsverhaal

Het oudejaarsverhaal
- De ontaarde verloren zoon -
Er was eens een verloren zoon die Gerrit heette. Gerrit was volkomen de weg kwijt en compleet dwalende. Maar dat had hij niet door. Hij dacht in zijn narcisme dat hij goed bezig was. Gerrit verloochende al uren, dagen, maanden, jaren zijn afkomst en vloog als een schaap door het veen.

Op een goede dag, het was eind december en iedereen bleef thuis uit angst voor de ijzel, kreeg Gerrit een visioen. Hij zag zijn oude moeder in een riant landhuis op sterven liggen, terwijl ze zich mompelend afvroeg: 'aan wie moet ik toch al mijn miljarden nalaten? Mijn enige nazaat, m'n zoon Gerrit is verloren. Ik denk dat butler James alles maar moet erven. Hij is me altijd trouw gebleven.' Gerrit schrok op uit z'n dagdroom die verdomd echt had geleken. Naast tranen sprongen eurotekens in zijn ogen vanwege de verspilling van zoveel geld aan een onnozele bediende.

Hij besloot terstond z'n moeder op te gaan zoeken. Dat vergde nogal wat speurwerk, want hij had haar minstens dertig jaar geleden voor het laatst gezien en wist niet waar ze zich in de tijd opgehouden had. Maar uiteindelijk stond hij voor de deur van het pand waar zij woonde, zo had men hem verteld. Het was 31 december, vijf voor twaalf. Gerrit bekeek het huis met gemengde gevoelens. Het leek in de verste verte niet op een landhuis. Eerder op een gesticht. Maar de miljarden euro's vertroebelden zijn beoordelingsvermogen en hij belde vastberaden aan.

Een oude, in lompen gehulde vrouw opende de deur. Ze keek de goedgeklede, deftig ogende man wantrouwend aan. 'Gerrit???' stamelde ze. 'Ben jij het echt????' 'Jawel moeder', sprak Gerrit. 'Ik ben het. Hoe gaat het met je miljarden?'

De blik van de oude vrouw veranderde van verwondering in pure woede. Ze pakte haar wandelstok en mepte er op los. 'Jij grote klootzak!!! Jij minkukel, leugenaar en machtswellusteling van het bovenste water!' Ze sloeg en mepte met al haar kracht. 'Jij enorme grote zeikerd!! Ik wou dat ik je nooit op deze wereld had gezet!!! Laat z'n eigen moeder wegrotten in een tochtend, lekkend gesticht dat rijp is voor de sloop, en waar ze met tien doodzieke lotgenoten op één kamer moet slapen.' Ze spuugde hem in het gezicht. 'Ik heb niet eens geld om WC-papier te kopen, laat staan om m'n kont te krabben, en ik lees in de krant dat jij zegt dat er geen armoede in dit land is!!! Rot op, jij ontaarde verloren zoon. Jij hebt je ziel verkocht aan de duivel. Ik wil je nooit meer zien!!!' En na een laatste zwieperd met haar stok smeet ze de deur dicht.

Op de brancard onderweg naar het ziekenhuis bedacht Gerrit twee dingen voor hij in vergetelheid wegzakte. Ten eerste had hij ontdekt dat visioenen schijnbaar niet altijd kloppen. En ten tweede was hij tot de conclusie gekomen dat moeder Zalm best nog wel enorm veel kracht had voor zo'n klein wijfie.


                                      * * * einde * * *
Bron : - www.mosterman.com
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 00:21 10 reacties Reageer op dit bericht

Akkes-Kil

Akkes-Kil
- Een heksenverhaal uit de Waddeneilanden -
Akkes-Kil was een echte heks en ze woonde in het dorpje de Waal op Texel.
Ze was beslist niet zo goedaardig als de Sommeltjes van de Sommeltjesberg.
Ze wachtte lang niet altijd tot het avond was voor ze te voorschijn kwam om haar nare streken uit te halen, hoewel ze zich in het nachtelijk donker, als de wind de takken van de bomen deed kreunen, wel op haar best voelde.

Ze had de gewoonte om over haar onderdeurtje te hangen, zo'n groen half deurtje met zo'n mooie koperen klink eraan.
Dat deurtje en die klink zagen er onschuldig genoeg uit, maar als je Akkes-Kil zag, wist je meteen dat iets loos was.

Ze stond daar zoals heksen wel vaker doen, haar armen over elkaar en haar scherpe neus vooruitgestoken.
Ze had een paar ogen boven die enorme neus die je niet gewoon aankeken, nee, die keken dwars door je heen.
Naast haar zaten altijd twee witte katten op het randje van de onderdeur, elk aan een zijde.
Die katten hadden ogen om bang van te worden en ze zetten kromme ruggen en dikke staarten om van te griezelen.
Wanneer er dan per ongeluk iemand langskwam, begon Akkes-Kil haar kunsten te vertonen.
Ze keek de ongelukkige scherp aan met haar heksenogen en als hij zo bang was dat zijn benen trilden, begon ze hem te bekogelen met de loden gewichten van haar klok.
Van die grote gewichten zoals ze aan een staande Friese klok hingen, dus dat kwam hard aan.

Nee Akkes-Kil was beslist een hele slechte heks.


                                         * * * EINDE * * *
Bron : - Uit Verhalen van de Waddeneilanden, uitg. HMP Voila 2002
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 00:06 13 reacties Reageer op dit bericht

De gierige koopman en de zon

De gierige koopman en de zon
- Een Russisch volksverhaal over een man die de dagen te kort vindt -
Er was eens een gierige koopman. Hij at en dronk de hele dag, maar werken deed hij nooit. Hij sliep liever en liet zijn knechten werken tot ze er bij neervielen en dan klaagde hij nog dat de dagen zo kort waren.

Hij ging op zoek naar een wijze man die hem zou kunnen leren de dagen te verlengen. Hij zocht en zocht en tenslotte vond hij een wijze man, die de naam had dat hij een goede kijk had op de zon en op alles wat onder de zon was.

Hij legde de wijze man uit: "De dagen zijn mij te kort. Zelfs in de zomer vliegen de dagen als zwaluwen voorbij. Nauwelijks zijn mijn knechts begonnen met werken of het wordt alweer donker. Leer mij de dag langer te maken."

De wijze man dacht even na en zei toen: "Trek zeven hemden aan, daar overheen een bontjas, zet een pelsmuts op, trek aan je voeten dikke wollen sokken en warme pantoffels, neem een zak vol proviand op je rug en klim dan in de hoogste boom die je vinden kunt. Neem ook een hooivork mee. Prik die hooivork stevig in de zon en houd de zon dan vast, alsof het een ronde koek is! Op die manier belet je de zon onder te gaan en de dag zal niet eindigen."

De koopman schonk de wijze man honderd roebel als beloning en ging terug naar huis, vast van plan nog diezelfde dag te verlengen. Hij trok zeven hemden aan, daaroverheen een bontjas, hij zette een pelsmuts op zijn hoofd, deed sokken en pantoffels aan zijn voeten, nam een zak met proviand en een hooivork en klom in de hoogste boom die hij vinden kon. Boven aangekomen prikte hij de zon aan de hooivork en ging zitten wachten op een tak.

"Denken jullie er wel om," riep hij omlaag naar zijn knechts, "jullie blijven werken tot de zon ondergaat!"

Een uur ging voorbij. De koopman kreeg het warm. Nog een uur ging voorbij. De koopman stikte bijna. Weer een uur later dreef de koopman van het zweet. Hij was zo uitgeput dat hij met moeite de hooivork kon vasthouden. "Luisteren jullie eens," riep hij omlaag naar zijn knechts, "jullie kunnen nu wel naar huis gaan om te slapen. De zon gaat straks onder. Ik houd het niet langer vol!"

De hooivork glipte uit zijn hand, de zon ging onder, de koopman viel als een overrijpe peer uit de boom. Gelukkig dat hij zo dik gekleed was. Nu kwam hij er vanaf met blauwe plekken. En hij had een goede les geleerd: "Een koopman moet er niet al te warmpjes bij willen zitten. Genoeg is genoeg en gierigheid is een ondeugd."


                                        * * * EINDE * * *
Bron : - "Sprookjes en vertellingen uit Rusland" vertaald en bewerkt door Hans Werner.
           Deltos Elsevier, Amsterdam/Brussel, 1972. ISBN: 90-10-30122-2
           - www.beleven.org
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 00:16 11 reacties Reageer op dit bericht

Het verhaal van de vleermuis-vervolg

Het verhaal van de vleermuis (vervolg)
- Een Chinees verhaal over waarom de vleermuis verschilt van de vogels -
De feniks is de koning der vogels en toen hij begreep dat de kraai en de ekster in onmin leefden wilde hij hen met elkaar verzoenen. Op een zekere ochtend kwamen alle vogels bijeen: de leeuwerik, de lijster, de koekoek..; allemaal; ook de vleermuis was gekomen en als laatste kwamen de kraai en de ekster. Zodra die twee elkaar zagen, puilden hun ogen van woede uit hun kassen. Toen de feniks zag dat alle vogels verzameld waren, beval hij de kraai en de ekster om eerst eens te vertellen waarom ze zo'n ruzie hadden opdat men daarna gezamenlijk een oordeel zou kunnen vellen. De kraai vertelde dat ze ruzie hadden gemaakt om een korenaar en dat de ekster hem had uitgemaakt voor én zwart, én lelijk, en bovendien een domkop. Terwijl hij dit hele verhaal deed, kon de ekster zich niet langer beheersen, zodat hij tegen hem uitvoer met de woorden: "Ik heb hem helemaal niet uitgescholden! Maar hij heeft mij uitgemaakt voor een deugniet die niets waard is, en bovendien wil hij mij doodbijten!" De kraai zei daarop: "Als jij niet begonnen was met schelden zou ik jou toch niet hebben uitgescholden?" De ekster zei dat hij hem nooit had uitgescholden en de kraai zei dat hij dat wel had gedaan en ze schreeuwden tegen elkaar met een dikke nek en rood aangelopen gezicht.

Toen de feniks hen had aangehoord bepaalde hij dat zij beide getuigen moesten vinden om hun verklaringen te bewijzen. De kraai en de ekster riepen als uit één mond: "De vleermuis is getuige!" Ieders blik richtte zich toen op de vleermuis, in afwachting van wat hij te zeggen zou hebben. Maar de vleermuis besefte dat zijn doortrapte rol aan het licht zou komen en hij wist geen woord uit te brengen. Iedereen drong er bij hem op aan dat hij toch iets zou zeggen, maar wat moest hij zeggen? Hij wist alleen maar met gebogen hoofd, vuurrood van schaamte, stilletjes weg te vliegen.

Toen eerst begreep iedereen de ware toedracht: dat de kraai en de ekster zulke vijanden waren geworden door het gestook van de vleermuis! De kraai en de ekster hadden spijt dat ze naar de vleermuis hadden geluisterd en sloten weer vriendschap. Vanaf dat moment wisten alle vogels dat de vleermuis niet te vertrouwen was en niemand wilde meer iets met hem te maken hebben.

De teruggekeerde vleermuis voelde zich erg beschaamd. Omdat hij de vogels niet meer wilde ontmoeten, trok hij weg uit het bos om voortaan onder de overstekende daklijsten van huizen te wonen. Overdag is hij bang de vogels tegen te komen en houdt hij zich schuil. Pas tegen de avond, wanneer de vogels zijn teruggevlogen naar het bos, vliegt hij uit om alleen maar wat rond te fladderen in de directe omgeving van zijn nest, op jacht naar insecten. Omdat hij bang is dat de vogels zijn stem kunnen horen zingt hij ook nooit meer een lied. Tot op de dag van vandaag verschilt het leven van de vleermuis radicaal van dat van de vogels.


                                          * * *einde* * *
Bron : - "Volksverhalen uit kleurrijk Nederland. Dieren. Dierenverhalen uit de Chinese, Joodse, Nederlandse, Indiase,
             Turkse, Surinaamse, Marokkaanse en Indonesische verteltraditie" uitgegeven door Lemniscaat, Rotterdam, 1990.
             - www.beleven.org
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 00:32 11 reacties Reageer op dit bericht

Het verhaal van de vleermuis

Het verhaal van de vleermuis
- Een Chinees verhaal over waarom de vleermuis verschilt van de vogels -
Heel lang geleden woonde de vleermuis samen met de vogels in het bos, en elke dag zodra de zon opging vloog hij zijn nest uit om te zingen en dan naar voedsel te zoeken. Op een zekere dag kregen de kraai en de ekster ruzie om een korenaar. De kraai zei dat hij hem als eerste had gezien en dat hij hem dus mocht opeten, en de ekster zei dat hij hem had gevonden en dat hij hem niet aan de kraai kon laten. Geen van tweeën wou wijken voor de ander, zij scholden elkaar verschrikkelijk uit en later raakten zij zelfs slaags. Ze bleven vechten tot buiten het bos en geen van tweeën kwam ertoe om de korenaar op te eten.

Terwijl de kraai en de ekster ruzie maakten, zat de vleermuis juist in een boom daarnaast wat uit te rusten. Toen hij zag dat zij ver weg waren, daalde hij haastig neer en maakte zich met de korenaar uit de voeten.

Nadat de vleermuis zo zijn buikje vol en rond had gegeten, vloog hij vrolijk en opgewekt door het bos op en neer terwijl hij het hoogste lied zong. Aangekomen bij het nest van de kraai zag hij dat deze zo'n pak slaag had gekregen dat zijn neus bont en blauw was en zijn kraaigezicht gezwollen. Terwijl de kraai nog niet bekomen was van zijn woede, kroop de vleermuis dicht tegen hem aan en fluisterde: "Broer kraai, broer kraai, wij zijn oude vrienden en vanwege die goede vriendschap ben ik speciaal hierheen gekomen om je wat te vertellen. Die ekster schold je zoëven toch uit! Hij zei dat jij én zwart én lelijk bent, en een domkop. Bovendien zei hij dat jij zijn korenaar niet had mogen stelen." Toen de kraai dat hoorde werd hij zo kwaad dat hij luid op de ekster begon te schelden: "Wie denkt hij wel dat hij is? Hij is zonneklaar een deugniet! Zolang ik hem niet heb doodgebeten heb ik mijn woede niet gekoeld!" Ook de vleermuis deed of hij heel erg verontwaardigd was en nadat hij wat onaangename dingen over de ekster had gezegd vloog hij weg.

De vleermuis vloog toen naar het nest van de ekster en zei: "Broer ekster, broer ekster, wij zijn oude vrienden en vanwege die goede vriendschap ben ik speciaal hierheen gekomen om je iets te vertellen. Die kraai scheldt jou toch uit! Hij zegt dat jij een deugniet bent en hij zegt dat jij niets voorstelt; bovendien zegt hij dat hij je dood wil bijten!" Toen de ekster dat hoorde was hij zo kwaad dat hij geen woord kon uitbrengen. De vleermuis sprak voor de schijn wat sussende woorden, schold nog eens op de kraai en vloog toen weg.

Vanaf dat moment waren de kraai en de ekster gezworen vijanden. Maar beide beschouwden ze de vleermuis als hun beste vriend en vroegen ze hem regelmatig te gast.


                                    * * *wordt vervolgd* * *
Bron : - "Volksverhalen uit kleurrijk Nederland. Dieren. Dierenverhalen uit de Chinese, Joodse, Nederlandse, Indiase,
             Turkse, Surinaamse, Marokkaanse en Indonesische verteltraditie" uitgegeven door Lemniscaat, Rotterdam, 1990.
             - www.beleven.org
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 00:00 9 reacties Reageer op dit bericht

De godin Benten en de draak

De godin Benten en de draak
- Een Japanse legende over de godin van het geluk -
Wat een verrukkelijk oord is Enoshima! Het is een groen eiland, omgeven door een diepblauwe zee en geheel bedekt met prachtige bossen. Hier en daar vindt men theehuizen waar de bezoekers, gezeten op gevlochten matten, zich vergapen aan de schoonheid van het schilderachtige landschap. Men mag Enoshima niet verlaten zonder een bezoek gebracht te hebben aan de grot die aan de godin Benten is gewijd. Benten is een van de zeven godheden van het Geluk. Zij is de patrones van de literatuur, de muziek en de rijkdom. Zij wordt dikwijls afgebeeld met de Japanse luit, de biwa, en haar heiligdommen bevinden zich veelal langs de zeekust. Uit de volgende legende zal blijken waarom.

Vijftien eeuwen geleden bestond Enoshima nog niet. Er was toen op die plek alleen maar een grot die slechts voor een klein gedeelte boven het water uitstak. Daarin woonde een draak, de meest verschrikkelijke van alle draken. Hij kon zwemmen, maar zich ook over land voortbewegen. Uit zijn enorme muil staken honderden, puntige tanden. Zijn lievelingsspijs was het zachte vlees van jonge kinderen.

Hij zwierf altijd langs de kusten op zoek naar kinderen die aan het baden waren. Dan dook hij plotseling uit het water op, greep zijn slachtoffer en verslond het. De moeders gilden van ontzetting wanneer zij het zagen, maar het was al te laat, het monster was weer in de diepte verdwenen. Er heerste rouw in de familie van het slachtoffer. De ouders besloten beter op te letten en enkele van hen lieten hun kinderen zelfs helemaal niet meer in zee baden. Maar dan zocht de draak weer andere, verafgelegen plekken uit om zijn prooi te vangen.

De godin Benten was dit een doorn in het oog. Zij wil immers dat alle mensen gelukkig zijn en niet door monsters bedreigd worden. Zij dacht erover na op welke manier zij een einde zou kunnen maken aan de wreedheid van de draak.

Op een goede dag was de grot waarin het monster huisde helemaal door wolken omhuld. Op een ervan daalde de godin neer. Door haar wil rees de drakengrot uit de golven op en verscheen geheel boven het water. Daaromheen groeide de aarde en werd bedekt met grote bossen. Zo ontstond het eiland Enoshima.

De draak lag voor de grot en zag het wonder gebeuren. Hij zag dat de godin uit de hemel neerdaalde en naar hem toekwam, terwijl zij haar liefste glimlach ten toon spreidde. Zij richtte het woord tot hem: "Woon je helemaal alleen in deze grot? Verveel je je dan niet? Is er niemand die zich om je bekommert? Wat moet je je dan ongelukkig voelen! Waarom zouden wij eigenlijk niet met elkaar trouwen? Wij zouden gelukkig met elkaar kunnen worden en wij zouden ook kinderen kunnen krijgen... Je zou dan echt van je kinderen gaan houden, en... en... je zou er niet meer over denken om kinderen van anderen te verslinden."

Zo sprak Benten nog lange tijd. En werkelijk de draak liet zich bepraten en gaf zijn toestemming tot een huwelijk.

Niet dat het nu direct een gelukkig huwelijk werd - daarvoor waren de verschillen te groot - maar zeker is, dat de draak het van toen af wat rustiger aan deed en dat de kinderen niets meer van hem te vrezen hadden.


                                * * * EINDE * * *
Bron : - "Japanse sagen en verhalen" door M.A. Prick van Wely.
           Fibula-Van Dishoeck, Haarlem, 1979. ISBN: 90-228-3346-1.
           - www.beleven.org
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 00:11 4 reacties Reageer op dit bericht

Een kerstverhaal-slot

Een kerstverhaal (slot)
- Paul Biegel vertelt over een driftige keizer die van zijn troon valt -
Jawel, totdat er voetstappen klonken in de gang, de deur geopend werd en een oude soldaat binnenkwam. Hij droeg versleten schoenen en een grote vaalgrijze jas hing over zijn schouders. "Geen mens bij de poort," sprak hij, "geen mens bij de achterdeur, geen mens bij de binnendeur, geen mens in de keuken, niemand in de gang, dus ik dacht..."

"Scheer je weg," riep de keizer

"Maar ik wou vragen of..."

"Verdwijn, mars," schreeuwde de keizer."

...onderdak en een hapje in de keuken," stamelde de oude soldaat.

"D'r uit. Ik bedoel kom hier!" bulderde de keizer. "Kom hier en vertel het kerstverhaal."

De soldaat strompelde tot voor de troon. Hij keek de keizer aan en zweeg lange tijd. Toen sprak hij: "Och Sire, wat wilt u van een oude soldaat die moe is van de oorlog en moe van het marcheren? Het kerstverhaal? Ik heb een heel leven achter de rug van gaan en staan, van slapen in het koude veld en van dode kameraden. Ik heb het zoete geproefd van de overwinning en het bittere van de nederlaag. Wilt u van mij het kerstverhaal? Mijn schoenen zijn gebarsten en mijn jas is versleten. Hoe kan ik vertellen over wollen schaapjes en zingende engeltjes?" Het was doodstil geworden in de troonzaal.

"Maar wat is het kerstverhaal?" vervolgde de oude soldaat. "U bent een machtig keizer. U beveelt en ieder doet wat u zegt. Ik zie ze hier allemaal staan met hun neus tegen de muur, als gehoorzame onderdanen en zie: het kerstverhaal gaat ook over een keizer. Over de keizer des keizers, over de allerhoogste, die van zijn troon afkwam om mens te worden onder de mensen."

"Maar," ging de soldaat verder, "is dat een verhaal? Als u mij vraagt: en toen? dan zeg ik: kom van uw troon af, machtig keizer en word mens onder de mensen. Dan zult u het kerstverhaal kennen."

De soldaat zweeg en even bleef 't stil in de troonzaal. Toen greep de keizer naar zijn gouden kroon en smeet hem met zoveel kracht op de vloer als hij nog nooit gedaan had. Alle hovelingen langs de muur keken ontzet om. "Brutale luis," schreeuwde de keizer, "hoe durf je zo tegen mij te spreken? Verdwijn van hier, onmiddellijk. In looppas."

De soldaat haalde de schouders op. "Schiet op, mars," bulderde de keizer. De soldaat haalde opnieuw zijn schouders op, keerde zich om en begon langzaam naar de deur te strompelen. "Donder en bliksem," brulde de keizer, "ik zei: looppas." Maar de soldaat scheen het niet te horen en opeens kwam de keizer als een woedende stier overeind, sprong de drie treden van zijn troon af en rende de soldaat achterna om hem het paleis uit te schoppen.

"Dat zal je voelen," riep hij, maar vreemd genoeg kon de keizer hem niet te pakken krijgen. Telkens wanneer hij meende de soldaat een schop of stoot te kunnen geven, was deze juist iets verder dan hij dacht.

"Ik zal je," schreeuwde de keizer door de lange gang. Hij gooide zijn zware hermelijnen mantel af om zich beter te kunnen bewegen en vloog de strompelende soldaat achterna. Maar deze ging door de keuken, door de achterdeur en de poort uit, zonder dat de keizer hem zelfs had kunnen aanraken.

In machteloze woede holde de keizer verder, de grauwe, schimmige figuur achterna, maar hoe harder hij liep, hoe groter de afstand tussen hen werd en tenslotte verdween de strompelende soldaat geheel uit het gezicht. Toen bleef de keizer hijgend staan. Een koude wind blies door zijn dunne onderkleren en hij begon te bibberen en te klappertanden en met zijn knieën te knikken.

"Ik heb het koud," schreeuwde hij. Maar niemand hoorde hem. "Breng mijn mantel," schreeuwde hij. Maar niemand kwam. Hij begon weer te lopen en dwaalde verder en verder. Hij werd kouder en kouder en zijn woede koelde. Toen struikelde hij en viel.

Het was de versleten jas van de soldaat die op zijn weg lag. "Ai," mompelde de keizer, "ai, ik ben gevallen. Van mijn hoge troon ben ik gevallen."

Het duurde een hele tijd voor hij weer opstond en omdat het zo bitter koud was, nam hij de soldatenjas, klopte het stof en zand eruit, sloeg hem om zijn schouders en strompelde langzaam terug naar het paleis.

De eerste, de tweede en de derde lakei, de oude keukenmeid, de hofdames, de kamerdienaren, de poetsknechten en alle andere hovelingen stonden nog steeds tegen de muur toen de keizer weer in de troonzaal verscheen. En omdat er geen schreeuwend bevel klonk, draaiden ze één voor één voorzichtig en nieuwsgierig het hoofd om. Daar stond hun heer en meester, de lastige en nukkige keizer, gehuld in een grauwe, versleten soldatenjas. Hij sprak: "Het is kerstavond. Ik wens het feest met u allen aan één tafel te vieren en ikzelf zal het kerstverhaal vertellen."

Zo gebeurde. En welk verhaal dat was, weet ieder die ooit van zijn eigen troon gevallen is.


                                          * * * Einde * * *
Bron : - "Een engel zonder vleugels. Kerstverhalen" samengesteld door Els de Jong-van Gurp.
             La Rivière & Voorhoeve, Kampen, 1994. ISBN: 90-384-0746-7
             - www.beleven.org
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 00:01 7 reacties Reageer op dit bericht

Een kerstverhaal-vervolg

Een kerstverhaal (vervolg)
- Paul Biegel vertelt over een driftige keizer die van zijn troon valt -
Toen werd de lijfwacht opgetrommeld. De kapitein verscheen aan het hoofd van zijn manschappen; stelde zich op voor de troon, salueerde en sprak: "Present Majesteit."

"Ik wens het kerstverhaal," beval de keizer. "Ga het onmiddellijk zoeken."

"Het kerstverhaal zoeken," antwoordde de kapitein, "jawel Majesteit." Hij salueerde opnieuw en marcheerde met zijn mannen de troonzaal uit. Nu doorzocht de lijfwacht het gehele paleis. Niet alleen de bibliotheek maar ook alle verdere vertrekken en ook alle kamers. Van de hofdames, van de poetsknechten, van de vatenwasmeiden, van de kamerdienaren, van de koks en van de stalmeesters, werden de kamers doorzocht. Alle boeken waar een kerstverhaal in stond, werden verzameld en in optocht naar de keizer gebracht. "Lees voor," snauwde de keizer.

De kapitein salueerde en begon in het eerste boek. Maar dat verhaal ging over een kerstpudding en de keizer rukte de kapitein het boek uit de handen en smeet het tegen de muur. De kapitein salueerde en nam het volgende verhaal. 'De kerstkrans' heette dat en de keizer schopte het boek tegen het plafond. Zo ging het maar door. De kerstroos, de kerstkaars, de kerstman, alle boeken werden door de keizer weggesmeten. "Namaak! Ik wil het echte, ga het zoeken, onmiddellijk. Ik wens het vanavond te horen!" - "Vanavond te horen," antwoordde de kapitein en marcheerde saluerend weg. Maar in de deur botste hij tegen de oude keukenmeid en die riep: "Waar blijven de lakeien om de soep op te dienen?" - "Soep," bulderde de keizer. "Wie durft daar over soep te spreken? Ik wil geen soep. Ik wil het kerstverhaal!"

De oude keukenmeid kon niet lezen of schrijven. Ze droeg een vette voorschoot, ze had glimmende wangen en dikke ronde armen. "Nou, nou," zei ze, "het kerstverhaal." Ze waggelde naar voren. "Bedoelt u Maria en Jozef in de stal met het kind in de kribbe en de herders er omheen?" vroeg ze. "Aha," zei de keizer, "vertel het me!" - "Nou," zei de keukenmeid, "dat... kent u toch zeker?" - "Vertel het me," brulde de keizer en de lijfwacht drukte keukenmeid op het gouden krukje met de geborduurde zitting. "Nou, Maria en Jozef moesten naar Bethlehem," begon de dikke meid bevend. "Maar het was overal vol en zo kwamen ze in de stal en daar kreeg zij haar kindje en ze legde het in een kribbe op een beetje stro want ze had niets anders en toen kwamen de herders en toen..."

"En toen?" vroeg de keizer.

"Nou toen... toen niks," stamelde de keukenmeid. "Dat is 't."

"Het hele verhaal?" riep de keizer. De keukenmeid knikte. "Lijkt nergens naar!" schreeuwde de keizer. "Ga in de hoek staan!" De keukenmeid ging in de vierde hoek van de zaal staan met haar neus tegen de scheurkalender. "Zoek een andere verteller!" beval de keizer schreeuwend. "Onmiddellijk Mars."

De lijfwacht marcheerde weg en kwam even later terug met een hofdame, die dadelijk ging zitten en begon te vertellen. Ze had een mooie stem en weidde lang uit over de mooie blauwe sjerp van Maria en het prachtige gezang van de engelen. "En het kindje lachte zo lief," sprak ze. "En toen?" vroeg de keizer. De hofdame schokte overeind. "Vond u het niet mooi?" vroeg ze. "Nee," antwoordde de keizer. "Tegen de muur. De volgende."

Nu verscheen een kamerdienaar die uitvoerig beschreef hoeveel moeite Jozef deed om toch een plaats in een der herbergen te krijgen, hoe koud het was in de stal en hoe dikke tranen over de verweerde rimpels van de herdersgezichten biggelden. "En toen?" vroeg de keizer knorrig. "De geschiedenis is uit, Majesteit," sprak de kamerdienaar plechtig. "Tegen de muur," brulde de keizer, "zoek een volgende verteller."

De volgende was een poetsknecht die het alleen maar over de herders had en hen ruwe dingen liet zeggen en daarna kwam er een hofdame die het in dichtvorm deed maar telkens vroeg de keizer: "En toen?" Dan kwam er geen antwoord en ze werden tegen de muur gezet. Tenslotte verscheen er een groepje hovelingen, dat gauw een kerstspel had ingestudeerd. Ze voerden het op met een echte os en een echte ezel, maar de keizer riep: "Kwatsch! Namaak. 't Lijkt er niet naar. Tegen de muur met jullie. De volgende."

Maar er was niemand meer in het paleis. De hele hofhouding stond in de troonzaal met de neus tegen de muur, de lijfwacht stond stram in de houding, met de kapitein saluerend aan het hoofd en het bleef doodstil. "Het kerstverhaal!" brulde de keizer, "het echte." Maar het bleef doodstil.

                      * * * wordt vervolgd * * *
Bron : - "Een engel zonder vleugels. Kerstverhalen" samengesteld door Els de Jong-van Gurp.
             La Rivière & Voorhoeve, Kampen, 1994. ISBN: 90-384-0746-7
             - www.beleven.org
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door saagje om 00:00 13 reacties Reageer op dit bericht

Een kerstverhaal

Een kerstverhaal (begin)
- Paul Biegel vertelt over een driftige keizer die van zijn troon valt -
De keizer was een lastige keizer. Nukkig, driftig en schreeuwerig. Het vorig jaar wilde hij Kerstmis al in oktober vieren, met een kerstboom die iets heel bijzonders moest zijn. Daartoe hadden de lakeien een danseres als boom opgetuigd en het arme meisje heeft zo de hele avond doodstil op één been moeten staan. Wat zou het dit jaar worden?

Gelukkig niets in oktober. Niets in november, nog niets op tweeëntwintig december... maar toen, op de avond van de vierentwintigste, beukte de keizer met zijn zware gouden kroon op de eikenhouten tafel en riep: "Ik wil het kerstverhaal horen!"

"Maar Sire," antwoordde de eerste lakei bevend, "dat kent u toch al?"

"Kennen?" riep de keizer, "kennen? Ik wil het horen!"

"Pardon Sire, welk kerstverhaal bedoelt u eigenlijk?" vroeg de tweede lakei onderdanig.

"Versta je me niet?" schreeuwde de keizer. "Het kerstverhaal zei ik."

"Maar-maar-maar welk is hèt-hèt-hèt?" stotterde de derde lakei lijkbleek.

De keizer smeet zijn gouden kroon op de spiegelgladde vloer, zodat het ding kletterend door de zaal vloog en in een hoek tegen het gordijn plofte. "Ga het zoeken!" bulderde de keizer. De lakeien vlogen naar de hoek, raapten gedrieën de kroon op en kwamen er op een deftig draf je mee aanzetten. "Ik bedoel het verhaal," schreeuwde de keizer, purper van woede. "Zoek het kerstverhaal en vertel het me. Onmiddellijk. Mars." De lakeien zetten de kroon neer en verlieten achteruitlopend de zaal, diepe buigingen makend, zodat ze buiten in de gang over elkaar heen vielen. "Phoe," sprak de eerste. "Boe," sprak de tweede. "Foei, foei, foei," stotterde de derde. Daarop begaven ze zich naar de keizerlijke bibliotheek en begonnen in alle kerstboeken te bladeren om hèt kerstverhaal te vinden.

Een uur later klopte de eerste lakei bescheiden aan de deur van de troonzaal en trad binnen. Hij plaatste een gouden krukje met geborduurde zitting op enige afstand van de troon, ging erop zitten, sloeg een groot boek open en legde het op zijn satijnen knieën. "Houd op met al die poespas en begin!" beval de keizer. De lakei zette een lorgnet op de neus en begon statig te lezen: "Het was een bitter koude nacht. De sneeuw viel in dikke vlokken omlaag en het vroor dat het kraakte. Over het eenzame bospad liep een rendier en trok hijgend een zware slee, waarop de kerstman..."

"Kwatsch!" riep de keizer. "Ik wil kerst en geen kerstman. Ga in de hoek staan." De eerste lakei verloor zijn deftigheid niet. Hij legde het boek neer, nam zijn lorgnet af, stond op en schreed met waardige passen naar een hoek van de zaal waar hij in de houding ging staan, met zijn neus in het gordijn.

Enkele minuten later klopte de tweede lakei aan, trad binnen, ging op het krukje zitten, sloeg zijn boek open en begon te lezen: "Er was eens een boompje dat had groene blaadjes die in de herfst rood werden en daarna geel en tenslotte afvielen. Toen werd het boompje toch zo treurig. Het dacht: had ik toch naalden, dan zou ik in de winter niet kaal zijn en een kerstboom kunnen..."

"Kwatsch!" riep de keizer. "Ik wil kerst en geen kerstboom. Ga in de hoek staan." Ook de tweede lakei stond gehoorzaam op en liep naar de tweede hoek.

Daarop verscheen de derde lakei. Hij had een klein stoffig boekje gevonden: hij bleef staan en begon meteen voor te lezen: "Lang ge-geleden leefde er eens een boe-boerenzoon en die had in zijn hoe-, hoe-, hoenderstal een heleboel dieren. Maar toen het december was, dacht hij ineens: ik heb geen kerst-, geen kerst-, geen kerst-"

"Ah," sprak de keizer. "Net als ik. Dat begint er op te lijken. Ga door."

"Geen kerst-, geen kerst-, geen kerstgans."

De keizer werd paars. "In de hoek," brulde hij. En ook de derde lakei ging stram in de hoek staan, met zijn neus tegen het schilderij van de vorige keizer.

                        * * * wordt vervolgd * * *
Bron : - "Een engel zonder vleugels. Kerstverhalen" samengesteld door Els de Jong-van Gurp.
             La Rivière & Voorhoeve, Kampen, 1994. ISBN: 90-384-0746-7
             - www.beleven.org
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 00:16 12 reacties Reageer op dit bericht

Meer van 'VOLKSVERHALEN'

↑ Terug naar de berichten