Naar de inhoud

'VOLKSVERHALEN'

akke.beakke.be
Problemen
Er zijn nogal wat problemen met het lezen van de teksten, daarom volgende tip :
Met de muis links klikken en over de tekst schuiven.
De tekst verschijnt duidelijk leesbaar.

Archief

De valse bruid

De valse bruid (1/2)
- Een Italiaans sprookje over een oude vrouw en een jonge man -
Aan een druk kanaal woonden lang geleden eens drie ongehuwde zussen die zesenzestig, vijfenzeventig en vierennegentig jaar oud waren. In de vloer van hun balkon zat een gaatje, zodat ze onopgemerkt konden bekijken wie er beneden langs hun huis liep.

Op een dag zag de vierennegentigjarige een aantrekkelijke jongeman aankomen. Snel nam ze een beetje welriekende marmelade in haar mond en spuwde dit door het gat, precies op de hand van de jongeman. De vreemdeling, die niemand anders was dan de zoon van de koning, bleef staan en snoof er nieuwsgierig aan. "Wat een heerlijke geur. Dit moet afkomstig zijn van een lieftallig meisje."

Hij wendde zich naar het huis en klopte op de deur. Een van de zussen stak haar hoofd naar buiten. "Beste vrouw, woont hier ook een jong meisje, als ik het vragen mag?"

"Er wonen er hier twee," luidde het antwoord.

"Doe me dan een plezier en breng me bij degene aan wie ik dit kleine geschenk te danken heb. U zult er geen spijt van krijgen."

"Dat is volstrekt onmogelijk. In deze deftige familie krijgt men de dochters eerst in de huwelijksnacht te zien."

De prins had inmiddels zijn zinnen al gezet op de ongetwijfeld beeldschone onbekende. "Laat haar dan weten dat ik beslist met haar wil trouwen. Ik wil het alleen nog eerst aan mijn ouders meedelen."

Terug aan het hof sloeg hij alle waarschuwingen in de wind en de volgende dag was hij alweer ter plaatse. "Bent u haar grootmoeder?" vroeg hij de oude vrouw.

"Ja, dat ben ik."

"Dan verzoek ik u me ten minste een vinger van uw kleindochter te laten zien."

"Wat denkt u wel? Vandaag gaat dat in elk geval niet. Kom morgen nog maar een keer terug."

Direct na het vertrek van de prins liep de jongste zus naar een handschoenenmaker en liet een kunstvinger maken met een valse nagel. Daar druppelde ze een geurig parfum over.

De volgende ochtend stond de prins al in alle vroegte voor de poort.

"Kijk naar het sleutelgat," klonk een stem vanuit het huis. "Meer mag u vandaag niet verwachten." En daar verscheen een sierlijk vingertje door de smalle opening. De verliefde aanbidder bedekte het met vurige kussen en schoof er een kostbare zegelring omheen. "Het woord van een koning is heilig. Morgen wil ik mijn aangebedene al naar het altaar leiden."

"Regel dan uw zaken," antwoordde de stem, "dan regelen wij de onze."

En zo gebeurde het. In allerijl werd een schitterend bruiloftsfeest voorbereid. Vlak voor de huwelijksplechtigheid betrad de bruid, gehuld in zeven dichte sluiers, aan de arm van haar zussen de kerk. Na de plechtigheid wilde de bruidegom direct naar het feest, maar de twee zussen hielden hem tegen. "Majesteit, sta uw vrouw toe zich terug te trekken. Al die opwinding is gewoon te veel voor haar."

Of hij wilde of niet, hij moest zich er wel in schikken, maar de hele lange dag verlangde hij ernaar zijn bruid in de armen te sluiten. Toen hij eindelijk laat in de avond de echtelijke slaapkamer betrad, had men zijn vrouw al in haar nachtgewaad gekleed en naar bed gebracht. Bij het verlaten van de kamer vergaten haar zussen niet de lamp mee te nemen. De bruidegom ontstak een licht en klom in bed.


                                  * * * wordt vervolgd * * *
Bron : - "Venetiaanse sprookjes" verzameld door Herbert Boltz.
           Uitgeverij Elmar, Rijswijk. ISBN: 90-389-0855-5
           - www.beleven.org
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 00:21 17 reacties Reageer op dit bericht

Hoe de roos op de wereld kwam

Hoe de roos op de wereld kwam
- Een verhaal over de liefde van de roos voor de nachtegaal -
Hoeveel dichters zullen de liefde van de nachtegaal voor de roos al niet bezongen hebben! Maar de liefde van de roos voor de nachtegaal, daar hoor je niet over.

Het begon allemaal in een prachtig land. Daar woonde eens een jongeman die David heette. Hij was groot en fors, had een eerlijk gezicht en prachtig golvend haar. En de meisjes uit het dorp konden hun ogen niet van hem afhouden. Alle meisjes keken naar hem, behalve één. Dat ene meisje heette Sasja.

De jongens waren allemaal een beetje verliefd op Sasja en een van hen wilde graag zijn leven met haar delen. Dat was David; zelfs zijn leven zou hij voor haar willen geven. Maar Sasja wilde daar niets van horen: "Dat zijn maar woorden," lachte ze iedere keer als David dat zei en ze liet hem staan. Maar David meende het ernstig: "Het zijn niet alleen maar woorden," zei hij op een keer tegen Sasja, toen ze hem weer afgewezen had. "Zeg me, wat ik moet doen om het te bewijzen!"

En toen wees Sasja naar de woeste waterval, die van de rotsen naar beneden kletterde. "Als je jouw leven voor mij wilt geven, spring dan in de rivier."

David deed wat ze hem gezegd had en zonder aarzelen sprong hij in de woeste stroom. Maar de goden wilden zijn dood nog niet. Nauwelijks had hij het water aangeraakt, of hij veranderde in een kleine bruine vogel. Sinds die tijd hoorde men in het kreupelhout het gezang van een nachtegaal. En hij zong zo ontroerend en lief, dat zelfs de trotse Sasja er door geraakt werd.

Toen de lente voorbij was en de nachtegaal zijn lied niet meer zong, veranderde Sasja in een honderdbladige roos. Vanaf die tijd ontbrak er niets meer aan haar geluk. Iedere lente zingt de nachtegaal over zijn liefde voor de roos en iedere lente omringt de roos hem met haar heerlijke, geurende bloemblaadjes.


                                      * * * einde * * *
Bron : - "De betoverde tuin" door Marie Mrstikova. Nederlandse vertaling van Els Nuijen.
           Uitgeversmaatschappij Holland, Haarlem, 1978. ISBN: 90-251-0297-2
           - www.beleven.org
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 00:20 10 reacties Reageer op dit bericht

De weg naar Samarra

De weg naar Samarra
- Een Arabisch verhaal over een man die opgehaald wordt door de Dood -
Een koopman uit Bagdad stond op een dag in zijn tuin te werken, toen zijn lievelingsbediende naar hem toe kwam. Het gezicht van de man was lijkbleek, zijn handen trilden en hij stond te wankelen op zijn benen.

De koopman liep vlug naar de bediende toe. Hij bracht hem naar een bank in de schaduw, haalde water voor hem uit de fontein en ging naast hem zitten.

"Wat scheelt eraan?" vroeg hij. "Ben je ziek?" De bediende schudde zijn hoofd. "Wat is er dan? Zeg het maar als je kunt."

Ten slotte begon de man praten. "Meester," zei hij, "vanmorgen stuurde u me naar de markt om eten te kopen voor vanavond."

De koopman knikte. "Dat klopt. Ben je geschrokken van iets op de markt?"

De man huiverde. "Ik zag daar de Dood staan. Hij keek me recht in mijn ogen! Meester, leen me een paard zodat ik weg kan rijden van hier, ver weg, naar een plek waar de Dood me niet zal vinden." De koopman mocht zijn dienaar graag, dus bracht hij er niets tegenin. Hij zei: "Haal het beste paard van stal. Rij waarheen je wilt en blijf er zo lang het je daar bevalt. Maar waar ga je heen?"

"Ik heb een neef in Samarra," zei de bediende. "Daar ga ik heen. Dat is ver genoeg."

De koopman bracht zijn dienaar naar de stal en hielp hem zijn mooiste paard zadelen, want de handen van de man trilden zo erg dat hij het in zijn eentje niet zou hebben klaargespeeld. De koopman gaf zijn bediende eten en geld voor onderweg en zwaaide de man uit toen die in galop naar Samarra vertrok waar de Dood hem niet zou vinden.

De koopman ging naar de markt en zag dat de Dood zich nog steeds in de menigte bevond. Hij zag dat niemand hem durfde aan te kijken en dat de mensen met een grote boog om hem heen liepen.

De koopman was een wijze man en niet bang om oog in oog met de Dood te staan. Hij ging naar hem toe en vroeg: "Waarom heb je mijn bediende zo bang gemaakt toen hij vanmorgen hier kwam?"

De Dood glimlachte. "Heb ik hem bang gemaakt?" vroeg hij. "Het spijt me, ik wilde hem niet recht in zijn ogen kijken. Maar ik was zo verbaasd dat ik hem hier in Bagdad zag, terwijl ik wist dat ik hem vanavond in Samarra moest halen."


                                          * * * EINDE * * *
Bron : - "De ruiter zonder hoofd en andere griezelsprookjes" naverteld door Maggie Pearson.
           Uitgeverij De Eekhoorn, Oud-Beijerland, 2001. ISBN: 90-6056-851-6
           - www.beleven.org
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 00:13 10 reacties Reageer op dit bericht

Het verlies van verdriet

Het verlies van verdriet
- Een boeddhistisch verhaal over treuren om vergankelijkheid -
Eens werd de Bodhisattva geboren in het huis van een landeigenaar. Knaap Sujata noemden ze hem. Toen hij al een grote jongen was, stierf zijn grootvader.

Sujata's vader, na de dood van zijn vader overmand door verdriet, haalde de beenderen van de verbrandingsplaats. Hij richtte in zijn eigen park een lemen grafheuvel op en na de beenderen daar begraven te hebben tooide hij telkens als hij daar kwam de grafheuvel met bloemen.

Niet bij machte zijn gedachten te verzetten jammerde hij, hij baadde niet en wreef zich niet in met oliën, hij at niet en behartigde zijn zaken niet. Hem aanziende dacht de Bodhisattva: "Mijn vader wordt sinds de dood van m'n grootvader gekweld door verdriet. Ik ben de enige die hem daarvan kan genezen, ik zal hem met een list van zijn verdriet verlossen."

Toen hij buiten de stad een dode koe zag liggen, haalde hij gras en drinkwater, legde dat de koe voor en zei: "Eet, eet! Drink, drink!" Voorbijgangers die hem zagen, zeiden: "Beste Sujata, ben je niet goed wijs, je geeft gras en water aan een dode koe!" Hij zei geen woord terug. Daarop gingen die mensen naar zijn vader en zeiden: "Je zoon is gek geworden, hij geeft gras en water aan een dode koe." Toen hem dat bericht werd, verdween het verdriet van de landeigenaar om zijn vader en rees er bezorgdheid over zijn zoon. Hij snelde toe en zei: "Lieve Sujata, ben je niet bij je verstand, waarom geef je gras en water aan een dode koe?" en hij sprak twee verzen:
"Waarom dan toch maai je haastig het groene gras af,
Momp'lend: eet, eet, tegen een oude koe
waaruit het leven geweken is?
Want door geen voedsel of drank
kan een dode koe zich verheffen
En je praat vergeefs tegen haar - zó dom ben jij!"
Daarop antwoordde de Bodhisattva met de verzen:
"Zoals vroeger is daar nog het hoofd,
zijn er de voor- en achterpoten en de staart,
En zijn daar nog de oren: me dunkt - de koe kan opstaan!
Van mijn grootvader is geen hoofd,
zijn geen handen en voeten meer te zien -
Gij, die jammert op een lemen grafheuvel - zijt gij niet dom?"
Dit horende dacht de vader van de Bodhisattva: "Mijn zoon is wijs, hij weet de juiste houding ten opzichte van deze wereld en de wereld van de overzijde - om mij tot rede te brengen haalde hij dit stukje uit!" En hij zei: "Lieve, verstandige Sujata, ik begrijp nu dat al wat ontstaan is ook voorbijgaat, van nu af aan zal ik niet meer treuren. Iemand als jij mag met recht heten: een zoon die zijn vaders verdriet wegneemt!" En daarop zong hij zijn zoons lof:
"Waarlijk, mij die brandde gelijk een met botervet begoten vuur
Als met water besprenkelend, doofde je heel mijn verdriet.
Waarlijk, de pijl, die in mijn hart was gestoken, trok je uit,
Jij die mij, toen ik boordevol verdriet was,
van het verdriet om de vader genas.
Nu de pijl is verwijderd, ben ik vrij van verdriet en zorgeloos,
Ik treur noch jammer meer, naar jou luisterend, knaap.
Zo handelen wijzen, die vol mededogen zijn,
Zij helpen anderen af van verdriet, zoals Sujata zijn vader."
                                          * * * EINDE * * *
Bron : - "Ongrijpbaar is de Ganges; verhalen uit het Pali" vertaald en ingeleid door Tonny Scherft.
           Meulenhoff, Amsterdam, 1981, De Oosterse Bibliotheek, deel 18.
           - www.beleven.org
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 00:15 18 reacties Reageer op dit bericht

Hoe een Ethiopische vrouw haar man temde

Hoe een Ethiopische vrouw haar man temde
- De liefde van de man gaat door de maag -
Er was eens een vrouw die zich veel zorgen maakte over haar man. Hij had haar niet langer lief. Hij verwaarloosde haar en hij scheen er zich weinig om te bekommeren of zij gelukkig was of bedroefd. Daarom wendde de vrouw zich met haar moeilijkheden tot de plaatselijke toverdokter. Zij deed haar verhaal, vol medelijden met zichzelf en haar trieste omstandigheden. "Kun je me een tovermiddel geven, opdat hij mij weer zal liefhebben?" vroeg zij verlangend.

De toverdokter dacht een ogenblik na en antwoordde: "Ik zal je helpen, maar eerst moet je me drie haren brengen van de manen van een levende leeuw. Die moet ik hebben voordat ik een tovermiddel voor je kan maken." De vrouw bedankte de toverdokter en ging heen. Toen zij dichtbij huis was gekomen zette zij zich op een rots en begon na te denken. "Hoe zal ik dat voor elkaar brengen? Er is een leeuw, die dikwijls in de buurt van mijn dorp komt, dat is waar. Maar hij is woest en hij brult huiveringwekkend." Toen dacht zij opnieuw na en tenslotte wist zij wat zij doen zou.

En zo stond zij de volgende morgen vroeg op, nam een jong lammetje mee en begaf zich naar de plek waar de leeuw zich gewoonlijk vertoonde. Zij wachtte vol ongeduld. Eindelijk zag zij de leeuw naderbij komen. Nu was het ogenblik gekomen. Vlug stond zij op en, terwijl zij het lammetje op het pad achterliet, ging zij naar huis. En zo vervolgens stond de vrouw iedere morgen vroeg op en bracht de leeuw een lammetje. Weldra leerde de leeuw de vrouw kennen, want zij was iedere dag op dezelfde tijd op dezelfde plaats aanwezig met een mals jong lammetje dat zij voor genoegen daar bracht. Zij was werkelijk een vriendelijke, zorgzame vrouw.

Het duurde niet lang of de leeuw begon te kwispelstaarten als hij haar zag en dan kwam hij naderbij en liet toe dat zij hem over de kop streek en op de rug klopte. En elke dag opnieuw bleef de vrouw rustig de leeuw aaien, zachtjes en liefkozend. En toen op een dag dat zij er zeker van was dat de leeuw haar volkomen vertrouwde trok zij voorzichtig drie haren uit zijn manen en bracht die vol vreugde naar de hut van de toverdokter.

"Kijk eens," zei ze triomfantelijk bij het binnenkomen, "hier zijn ze!" En ze gaf hem de drie haren uit de manen van de leeuw. "Hoe heb je dat zo slim voor elkaar gekregen?" vroeg de toverdokter verbaasd. En toen vertelde de vrouw hem het gehele verhaal hoe zij met geduld de haren van de leeuw had verworven. Een glimlach verspreidde zich over het gelaat van de toverdokter en, zich voorover buigend, zei hij: "Op dezelfde manier als je nu de leeuw hebt getemd, zal je ook je man kunnen temmen."


                                          * * * Einde * * *
Bron : - "Negerverhalen" samengesteld, vertaald en ingeleid door Margrit de Sablonière.
           Prisma-boeken, Utrecht / Antwerpen, 1961.
           - www.beleven.org
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 00:10 7 reacties Reageer op dit bericht

De ontaarde stiefmoeder

De ontaarde stiefmoeder
- Een Estlands sprookje over een jaloerse stiefmoeder -
Een man verloor zijn vrouw en bleef alleen met twee kinderen achter. Omdat de kinderen nog piepklein waren besloot hij opnieuw een vrouw te kiezen, en trad ten tweeden male in het huwelijk. Al gauw bleek echter dat zijn nieuwe eega gevoelloos en barbaars met de kinderen omsprong, en ze meer slaag dan eten gaf, en toen zij na verloop van tijd zelf ook een paar kinderen had gekregen, hadden de twee halfwezen helemaal geen leven meer.

Het zwaarst had het jongste kind 't te verduren, omdat hij nog niet werken kon: de haatgevoelens van de boosaardige stiefmoeder richtten zich dan ook vooral op hem. Zonder aflaten zon ze op gemeenheden om het kleine jochie, dat in haar zieke brein alleen maar een hinderlijke uitvreter was, het leven zo zuur mogelijk te maken.

Op een kwade dag, toen haar man in het woud bezig was hout te kappen, werd de vrouw thuis door de duivel bezocht, die haar gretig assisteerde bij het uitbroeden van een satanisch plan. De vrouw bedacht dan ook iets afschuwelijks! Ze greep het jongste kind bij de lurven, slachtte het, sneed het in handzame stukken en begon het vlees tot een smakelijke maaltijd te bereiden.

Toen de man die avond moe gewerkt thuiskwam diste de vrouw hem het vlees van zijn eigen kind op. Haar niets vermoedende echtgenoot viel er hongerig op aan en vroeg met volle mond, smakkend van verlekkering: "Dat smaakt, zeg! Waar heb je dat heerlijke vlees vandaan? En wat heb je daar een verrukkelijk knapperige bout van gebraden!" De vrouw antwoordde bescheiden: "Ik dacht, kom, laat ik voor de verandering eens een lekker mals biggetje slachten!" De man schranste tot hij geen pap meer kon zeggen - zo goed smaakte het hem - zonder natuurlijk ook maar een moment te bevroeden dat hij het vlees van zijn eigen kind zat weg te kauwen.

Het wat oudere kind, dat alles gezien en gehoord had en dus volledig op de hoogte was van de gruwelen die hier plaatsgrepen, zat er bleek en afgetrokken bij, maar durfde geen mond open te doen tegen haar vader uit angst voor de verschrikkelijke represailles die haar stiefmoeder haar in het vooruitzicht had gesteld.

Na de maaltijd vroeg de man waar het kleine ventje was. "Die bengel is ook altijd zoek," verzuchtte de vrouw, "de duivel mag weten waar dat joch nu weer uithangt!" en naarstig begon ze het kind overal te zoeken.

Inmiddels ruimde het oudere meisje de botten van haar kleine broertje van tafel, bond ze met een touwtje bij elkaar, wikkelde er een lint omheen en begroef het afgekloven overschot onder een wilg die achter het huis stond.

Met het verstrijken der dagen begon er aan de wilg een harp te groeien, en enige tijd later weerklonk er van tussen het gebladerte een droefgeestige stem, die de harp deed klinken en klaaglijk zong:
"Mijn moeder heeft mij omgebracht, Mijn vader mij gegeten; Mijn zuster, die dit goed bedacht, Omwond mijn kaal gebeente. Een stuk blauw touw en mooi rood lint Sieren wat rest van dit mensenkind."
Keer op keer hoorde de vader dit huiveringwekkende lied, tot tenslotte een afgrijselijk vermoeden zich van hem meester maakte. Hij trommelde wat buren op, en gewapend met spaden begonnen ze een grootscheepse zoekactie onder de wilg. Ze hoefden niet lang te spitten voor ze op het trieste hoopje botten stieten, en nu dus zonneklaar was komen vast te staan dat het jochie geen natuurlijke dood was gestorven, werd de ontaarde stiefmoeder onverwijld opgeknoopt.

                                      * * * einde * * *
Bron : - "Sprookjes uit Finland en Estland" bijeengebracht door August van Löwis of Menar.
           A. W. Bruna & Zoon, Utrecht/Antwerpen, 1979. ISBN: 90-229-3311-3
           - www.beleven.org
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 00:15 11 reacties Reageer op dit bericht

De betovering die geen heil bracht

De betovering die geen heil bracht
- Een Indiaas sprookje over een muis die in een meisje verandert -
Er leefde eens een kluizenaar die tevens een groot tovenaar was. Op een dag vond hij een jong muisje, dat zich uit de klauwen van een roofvogel had weten te bevrijden. Uit medelijden veranderde hij het diertje in een meisje. Hij nam haar bij zich in huis en voedde haar zelf op.

Na een paar jaar zag hij dat zij rijp was voor het huwelijk en hij nam zich voor om een bijzondere echtgenoot voor haar te vinden. Hij riep de zonnegod en sprak:
"O zon, trouw met mijn dochter. Het is mijn wens dat een machtig persoon, zoals jij, haar bruidegom zal zijn."
Daarop antwoordde de zon: "De wolken zijn nog machtiger dan ik. Zij zijn degenen die mij in een oogwenk kunnen bedekken." Toen de kluizenaar dit hoorde, stuurde hij de zon weg en riep de god van de wolken.
"O wolk, trouw met mijn dochter. Het is mijn wens dat een machtig persoon, zoals jij, haar bruidegom zal zijn."
De god antwoordde: "De wind is nog machtiger dan ik. Zoals het hem belieft, blaast hij mij in elke richting van de vier windstreken." De kluizenaar riep de god van de wind en deed hem hetzelfde aanzoek. "De berg is nog machtiger dan ik. Hij duwt mij met gemak omhoog," was zijn antwoord.

Toen richtte hij zijn aanzoek tot de berggod Himalaya. "De muis is nog machtiger dan ik," sprak deze, "hij graaft zijn hol in mijn zijde en maakt daar zijn nest." Na deze reeks afwijzingen riep de kluizenaar een veldmuisje en zei: "Trouw met mijn dochter."

"Ik wil best met haar trouwen," zei het muisje, "maar vertel mij eerst hoe ik haar mee naar huis moet nemen. Zij zal nooit in mijn hol passen." De kluizenaar dacht: "Het is beter dat zij terugkeert naar haar muizenleven." Hij veranderde haar terug in een muis en gaf haar aan degene die wel met haar wilde trouwen.


                                      * * * einde * * *
Bron : - "Volksverhalen uit kleurrijk Nederland. Betoverd. Verhalen over mensen die in dieren veranderen (en omgekeerd) uit de Chinese, Joodse, Nederlandse, Indiase, Turkse, Surinaamse, Marokkaanse en Indonesische verteltraditie"
           uitgegeven door Lemniscaat, Rotterdam, 1991. ISBN: 9060697219
           - www.beleven.org
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 00:14 16 reacties Reageer op dit bericht

Lugh, de meester in alle kunsten

Lugh, de meester in alle kunsten
- Een Keltische mythe over Lugh, Tara en het volk van de godin Danu -
Op een dag werd er een grote bijeenkomst gehouden in Tara, waar de Tuatha Dé Danann - het volk van de godin Danu - samenkwam. Koning Nuada vierde zijn terugkeer op de troon met een feest. Toen het feest op zijn hoogtepunt was, kwam er een vreemdeling, gekleed als koning, bij de paleispoort aan. De poortwachter vroeg hem zijn naam en zijn missie.

"Ik ben Lugh," antwoordde de vreemdeling. "Ik ben de kleinzoon van Diancecht via Cian, mijn vader, en de kleinzoon van Balor via Ethniu, mijn moeder."

"Ja, ja," zei de poortwachter ongeduldig, "maar ik vroeg niet naar je afstamming. Wat is je beroep? Want niemand komt hier binnen tenzij hij een meester is in een of andere kunst."

"Ik ben een timmerman," zei Lugh.

"We hebben geen behoefte aan een timmerman. We hebben al een hele goede; zijn naam is Luchtainé," zei de poortwachter.

"Ik ben een goede smid," zei Lugh.

"Wij willen geen smid. We hebben een hele goede; zijn naam is Goibniu," zei de poortwachter.

"Ik ben een professioneel krijger," zei Lugh.

"Daar hebben we geen behoefte aan. Ogma is onze kampioen," zei de poortwachter.

"Ik ben een harpspeler," zei Lugh.

"We hebben al een buitengewoon goede harpspeler," zei de poortwachter.

"Ik ben een krijger die zich onderscheid door behendigheid. Meer dan alleen door kracht," zei Lugh.

"Zo'n man hebben we al," zei de poortwachter.

"Ik ben dichter en verhalenverteller," zei Lugh.

"Daar hebben we geen behoefte aan," zei de poortwachter. "We hebben een zeer bekwame dichter en verhalenverteller."

"Ik ben een tovenaar," zei Lugh.

"Wij willen er geen. We hebben verschillende tovenaars en druïden," zei de poortwachter.

"Ik ben een arts," zei Lugh.

"Diancecht is onze arts," zei de poortwachter.

"Ik ben hofdienaar," zei Lugh.

"Daar hebben we er al negen van," zei de poortwachter.

"Ik ben een bronswerker," zei Lugh.

"We hebben geen behoefte aan jou. We hebben al een bronswerker. Zijn naam is Credné," zei de poortwachter.

"Vraag dan aan de koning," zei Lugh, "of hij al iemand heeft die meester is in al deze kunsten tegelijkertijd, want als dat zo is, dan is het voor mij niet nodig om naar Tara te komen."

De poortwachter ging naar binnen en vertelde de koning dat er een man voor de deur stond die zichzelf Lugh Ioldanach noemde - wat 'meester in alle kunsten' betekent - en dat hij beweerde alles te weten. De koning stuurde zijn beste schaker om tegen de vreemdeling te spelen. Lugh won, omdat hij een nieuwe zet uitvond: 'Lughs omsingeling'. Toen nodigde de koning hem uit. Lugh kwam binnen en nam plaats op de stoel die de 'wijze stoel' genoemd werd, speciaal bestemd voor de meest ontwikkelde man.

De kampioen, Ogma, toonde zijn kracht door een steen te verplaatsen waar normaal gesproken vier spannen met ossen voor nodig zouden zijn om er beweging in te krijgen. De steen, zo groot als het was, was slechts een afgebroken stuk van een nog grotere steen. Lugh nam hem in zijn handen en plaatste hem op zijn plek terug. Toen vroeg de koning hem op de harp te spelen. Lugh speelde een 'slaapliedje' en de koning viel met het hele hof in slaap en ze werden pas een dag later op hetzelfde tijdstip weer wakker. Vervolgend speelde Lugh een ontroerende melodie en allen huilden. En toen speelde hij een maat waarvan iedereen uitzinnig vrolijk werd.

Toen de koning al deze talenten zag, realiseerde hij zich dat iemand die zo begaafd was van groot belang kon zijn voor zijn volk. Dus ging hij met de anderen in overleg en liet de troon voor dertien dagen aan Lugh. En Lugh werd de oorlogsleider voor de Tuatha Dé Dannan.


                                      * * * Einde * * *
Bron : - "The Mythic Journey. The Meaning of Myth as a Guide for Life" door Liz Greene en Juliet Sharman-Burke. Fireside, New York, 2000.
           Vertaald door Jeroen Vink, 25 november 2009.
           - www.beleven.org
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door saagje om 00:00 12 reacties Reageer op dit bericht

Heksen op de koffie

Heksen op de koffie
- Een grappig verhaaltje over heksen die bij een schrijver verhaal komen halen -
Meneer Mijermans was schrijver. Hij schreef al heel lang verhalen over heksen en kabouters. Iedereen was dol op zijn verhalen. Zijn grootste fan was nog wel zijn poes, Wips. Meneer Mijermans las, als hij een verhaal af had, altijd zijn verhaal voor aan Wips. Wips wist zeker dat meneer Mijermans geen leugens schreef. Hij moest het wel zelf gezien hebben, want hij wist altijd alle details. Wips was trots op zijn baas. Want niet veel poezen hebben een baas die heksen en kabouters kent!

Op een avond lag Wips lekker in zijn mandje. Mijermans zat te schrijven. Ineens werd er op de deur geklopt. Nog voor Mijermans kon opstaan om open te doen, vloog de deur open en stonden er ineens twee kleine heksen in de kamer. Ze hadden een bezem onder hun armen.

Meneer Mijermans trok wit weg in zijn gezicht. De heksen zeiden: "We willen eens even zeggen dat we het zat zijn dat jij zoveel onzin over ons vertelt! Al die verhalen, die slaan helemaal nergens op!" Wat was de schrijver bang. Hij kroop onder een tafel. "Ga weg, ga toch weg!" riep hij bang.

Nu snapte Wips wat er aan de hand was. Zijn baas wist helemaal niks over heksen en kabouters. Hij had het allemaal verzonnen. En nu waren de heksen natuurlijk boos geworden!

De heksen gingen nog niet weg en om meneer Mijermans nog een beetje extra te pesten kropen bij hem onder de tafel. "Gezellig hè, Jutta, zo met zijn allen onder de tafel?" zei de ene heks tegen de andere. "Nou, dan moet meneer wel luisteren. Zullen we nu maar beginnen dan Julla?" - "Begin jij dan maar, dan ga ik even een kopje koffie zetten in de keuken. Ik heb wel dorst gekregen van dat vliegen!"

Jutta kroop onder de tafel vandaan en Julla ging meneer Mijermans vertellen wat allemaal niet waar was. "We eten geen spinneweb-pannenkoek en zeker eten we geen jonge lammetjes! Hoe kom je er toch bij. We dansen op feesten nooit de heksenpolka, maar de heksenwals. Dus dat wil ik ook nooit meer in één van je boeken zien!" Toen kwam Jutta uit de keuken terug. "Hij heeft niet eens keutelbonenkoffie, alleen maar gewone. Die lust ik niet!"zei ze een beetje verontwaardigd. Ze kroop, zonder koffie, weer onder de tafel. Om meneer Mijermans nog een beetje te pesten trokken ze om beurten aan zijn benen, zijn armen en zijn haar. Meneer Mijermans was nog nooit zo bang geweest.

Wips de poes zag alles vanuit zijn mandje. Hij zag best dat de heksen helemaal niet gemeen waren. Hij snapte niet dat meneer Mijermans zo bang was.

Opeens schoot meneer Mijermans onder de tafel vandaan en kroop onder de bank. De heksen moesten heel hard lachen, omdat ze nog nooit zo'n bang mens hadden gezien. "Mijermans, we gaan zo weg hoor," zei Julla, terwijl ze samen met Julla onder de tafel vandaan kwamen en onder de bank kropen, lekker dicht tegen meneer Mijermans aan. "Maar eerst moeten we nog even zeker weten dat je niet nog meer onzin gaat vertellen!" Mijermans stamelde dat hij dat beloofde. De heksen waren tevreden en lachend kropen ze onder de bank vandaan. Ze pakten hun bezems en weg waren ze.

Wips kroop onder de bank, waar meneer Mijermans nog steeds lag te bibberen van angst. "Goh, wat moet je nou gaan schrijven?" vroeg Wips aan zijn baas. "Wips, kun je praten?" vroeg Mijermans verbaasd. Dat had hij niet geweten. "Weet je wat," zei Wips, "als je nu eens poezenverhalen ging schrijven, dan kan ik je mooi helpen." Dat was een reuze goed idee.

Vanaf toen maakte Mijermans de mooiste poezenverhalen. De heksen waren er ook blij mee. Ze zijn in elk geval nooit meer op de koffie geweest.


                                      * * * EINDE * * *
Bron : - www.beleven.com
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 00:23 6 reacties Reageer op dit bericht

De zeemeermin van Edam

De zeemeermin van Edam
- Een Middeleeuwse sage uit Noord-Holland -
In de tijd dat hertog Albrecht van Beieren over Holland regeerde, kwam het bericht dat in het Purmermeer een zeemeermin was gevangen. Zij had geleefd in de Zuiderzee, en ze had zich steeds verborgen als de vissers kwamen. Zij haatte de mensen. Zij hield alleen van het spel tussen golven en zonneglans, als ze zwemmende niet wist, of het schuim der zee was of warm licht, waartussen haar blanke armen kliefden.

De storm kwam op, en de wilde zee brak de dijken. De vloed voerde haar mee, en zij dreef het Purmermeer binnen, willoos, als was ze een stuk hout. Ze kon de weg niet meer terug vinden, en ze dook, om voedsel te vinden. Met mos en zuiver wier was ze bekleed.

Men herstelde de dijken, en de Zuiderzee trad binnen haar gebied terug, onmachtig tenslotte tegen de mensen.

Telkens moest de zeemeermin boven komen; en ze zwom dan rustig voort, totdat mensen naderden. Dan dook ze, zolang ze kon, en ze werd angstig, als de mensen - meest waren het vrouwen, die boten met vee voort roeiden - haar konden zien. Ze wist niet, dat ook de mensen bang voor haar waren, al was hun nieuwsgierigheid even groot als hun vrees. Telkens dichter kwamen de vrouwen en maagden met haar boten bij de plaats waar zij zwom, en ze bemerkten dat het slechts een arme, weerloze zeemeermin was, en ze kon niets dan plassen en ploeteren in het water.

Eindelijk hadden ze moed genoeg om heel dichtbij haar te komen, en met sterke armen hieven ze haar, hoe ze zich ook verzette, binnenboord. Ze voeren met haar in de stad Edam, en iedereen verwonderde zich over haar wezen. Ze trachtte zich verstaanbaar te maken, en men deed moeite haar woorden te begrijpen: deze waren echter zo vreemd, dat het geen taal van mensen kon zijn.

Men maakte haar schoon van het wier en het mos, dat haar als een lange, golvende mantel dekte, en men trok haar vrouwenkleren aan. Ook leerde men haar het voedsel der mensen eten: zij verzadigde er zich aan. Toch verlangde zij ernaar, om weer in het vrije water te leven, en met wind en golven, haar vrienden te spelen. Telkens liep ze naar buiten, om zich in het meer te werpen met grote moeite hield men haar tegen.

Veel volk kwam haar bezien, en men sprak allerwegen van haar. Ook de bewoners van Haarlem - een machtige stad - hoorden van het wonder vertellen en ze zonden burgers uit, om haar in levende lijve te aanschouwen. Ze keerden terug en zeiden: "Het is een mooie zeemeermin, die men ons in Edam getoond heeft." - "Wanneer het een mooie zeemeermin is," mompelde een burger, "dan komt ze Haarlem méér toe dan Edam."

Toen keerden zij, die haar gezien hadden, naar het kleine stadje aan de Zuiderzee terug, en ze vroegen, of Haarlem de zeemeermin bezitten mocht.

De Edammers waren hierover zeer bedroefd. Zij gingen tot de burgers der trotse stad en vroegen: "Wilt ge haar hebben?" - "Ja. " - Er was geen keus. De Haarlemmers voerden de blanke buit met zich mee, en ze deed haar intocht in Sint Bavo's veste.

Daar leerde men haar spinnen op een spinnewiel... rrr! deden de raderen. Ze leefde er vele jaren lang, en nadat ze was gestorven, begroef men haar op het kerkhof der mensen, want dikwijls had ze het teken van het Kruis gemaakt.


                                      * * * EINDE * * *
Bron : - "Nederlandsche sagen en legenden" door Josef Cohen met 32 illustratiën in kleurendruk en zwart door Pol Dom.
           Eerste deel, derde gewijzigde druk. Zutphen, W. J. Thieme & Cie, 1921.
           - www.beleven.org
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 00:20 4 reacties Reageer op dit bericht

Meer van 'VOLKSVERHALEN'

↑ Terug naar de berichten