Naar de inhoud

'VOLKSVERHALEN'

akke.beakke.be
Problemen
Er zijn nogal wat problemen met het lezen van de teksten, daarom volgende tip :
Met de muis links klikken en over de tekst schuiven.
De tekst verschijnt duidelijk leesbaar.

Archief

Pochen

Pochen
- duivels -
Een jongeman pochte de hele tijd dat hij nergens bang voor was.

De jongen werd door zijn vrienden uitgedaagd om voorbij het Duivelskruis te gaan.

Zodra de jongen vertrokken was, nam één van zijn vrienden een berenvel en ging bij het Duivelskruis staan.

Toen de dappere jongen de vreemde verschijning zag, sloeg hij met een mestvork zijn vriend dood.

De dode moet een weerwolf zijn geweest, want het berenvel bleek later met zijn lichaam te zijn vergroeid.


regio : Riksingen                                               verzamelaar - M.Dreezen -
Bron : Vlaamse Volksverhalenbank
                                                 © Seminarie voor Volkskunde K.U.Leuven
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door saagje om 14:52 4 reacties Reageer op dit bericht

Geestenkoets

Geestenkoets
- luchtgeest -
In Kozen stond een hoeve waar het zo erg spookte dat niemand er 's avonds durfde voorbijlopen.

De boer die er vroeger woonde, Xander, kwam na zijn dood in de buurt van de hoeve spoken.
De ene keer werd hij vergezeld door twee honden die ogen hadden zoals vuur.
De andere keer reed Xander rond in een geestenkoets die werd getrokken door vier paarden.
Soms liep Xander helemaal in het zwart gekleed van het kasteel van Wijer tot aan het kerkhof van Kozen.

Op een nacht werden de mensen wakker van het geluid van de koets.
De geestenkoets stopte bij de hoeve en er stapten wel tien mensen uit.
De mensen zijn naar binnen gegaan en hebben in de hoeve een groot feest gehouden.

Uiteindelijk heeft men een pater laten komen, die Xander voor negenennegentig jaar heeft verbannen naar een woestenij in Alken.


regio : Kozen                                                         verzamelaar - F.Beckers -
   Bron : Vlaamse Volksverhalenbank
                                               © Seminarie voor Volkskunde K.U.Leuven
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 19:26 1 reactie Reageer op dit bericht

De ogen van de jaguar

De ogen van de jaguar
Los ojos del jaguar

- Een Colombiaans volksverhaal over de nieuwe ogen van de jaguar -
Op een dag zag de jaguar hoe de schildpad Jabuti een tapir in een aarden pan kookte. De jaguar sloop dichterbij en omdat de heerlijke geur van het vlees zo verlokkend was, begon hij met de schildpad te onderhandelen. "Geef me toch een stuk, een klein stukje maar! Als ik iets vang, geef ik jou daar wat van!"

"Ho-ho," lachte Jabuti, "wat jij vangt, verslind je direct. Je zou me nog niet aan een klein botje laten likken. Ik ken je toch, jij eeuwige hongerhals..."

De jaguar praatte met zoveel mooie woorden op de schildpad in, dat het een steen nog zou hebben vervormd, maar de schildpad bleef hard. Hij nam de pan van het vuur en stak de stukken vlees aan een tak, die hij daarna onder luid gesmak in zijn mond stak.

Dat was te veel voor de jaguar! Met een sprong was hij bij de pan. Maar toen hij een stuk vlees wilde pakken nam de schildpad een steen en gooide die in het kokende water. Dat spatte de jaguar in zijn ogen en maakte hem blind. De jaguar sleepte zich jammerlijk klagend voort en de schildpad trok gezichten achter zijn rug.

Toen de andere dieren hoorden, wat er gebeurd was, vielen ze de jaguar aan zonder medelijden met hem te hebben. De papegaaien pikten hem in zijn vel en de apen gooiden zo veel stenen naar hem dat hij nauwelijks verder kon.

Alleen de gier had medelijden. Met zijn klauwen en zijn snavel verdreef hij de aanvallers. En toen het nacht werd, was de jaguar veilig onder zijn vleugels.

Tegen de morgen zei hij: "Wees niet bang, ik breng nieuwe ogen voor je! Hoog in de bergen, zo hoog dat er zelfs geen mos meer groeit, maar alleen de snijdende wind rond waart, daar bloeit iedere nacht de konomemura-bloem. Zodra de eerste stralen van de zon haar bereiken schitteren haar zaden als glimwormpjes. Twee zaadkorreltjes van deze bloem breng ik voor je mee en zet die in de holten van je ogen. Wacht hier op mij. Ga niet van deze plaats."

Zo gezegd zo gedaan.

De hele nacht door vloog de gier hoger en hoger en toen de zaden van de konomemura-bloem als groene sterren afvielen, was hij op de plaats van bestemming. Hij nam twee zaadkorreltjes, stopte ze voorzichtig in zijn veren en begon aan de terugweg. De hele dag vloog hij lager en lager en toen het avond werd, was hij bij de jaguar, die ongeduldig op hem wachtte.

"Waarom ben je zo lang weg gebleven? Ik heb niet eens water gedronken, om van mijn honger maar niet te spreken."

"Klaag niet!" zei de gier. "Onderdruk je honger en houd je zo lang stil totdat ik je nieuwe ogen er in heb gezet." Toen legde hij de zaadkorrels van de konomemura-bloem in de lege oogkassen en in het donker gloeiden de nieuwe ogen als twee groene lantaarns. "Oeaa, ik kan zien, ik kan zien!" riep de jaguar.

Nadat hij een tijdje van vreugde in het rond gesprongen had, ging hij meteen weer op jacht.

Terwijl hij joeg, sliep de gier op een tak zijn vermoeidheid van de lange vlucht weg... Hij werd pas wakker toen de zon al hoog boven het oerwoud stond. En wat hoorde hij toen?

Onder de boom lag een tapir en naast de tapir likte de jaguar begerig zijn muil, blikkerde met zijn groene ogen en riep hem toe: "Broer gier, kom ontbijten, je hebt vast ook erge honger!" De gier liet zich dat niet twee keer vragen. Hij vloog naar de grond en zij lieten zich alle twee de maaltijd goed smaken.

Sinds die tijd nodigt de jaguar de gier iedere dag uit voor het ontbijt, als dank voor zijn twee prachtige groene ogen... ogen die in de nacht net zo lichten als de zaden van de konomemura.

                                      * * * EINDE * * *
Bron : "Sprookjes van de Indio's. Mythen, sprookjes en legenden van de Indianen uit Midden- en Zuid-Amerika"
          door Vladimir Hulpach, vertaald door Anke Eggink.
          Uitgeverij Ankh-Hermes, Deventer, 1979. ISBN: 90-202-0044-5
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door saagje om 17:17 4 reacties Reageer op dit bericht

Oud en nieuw in Hongarije

Oud en nieuw in Hongarije
- Boldog újévet -
In Hongarije heet de Oudejaarsavond 'Silvester-avond'. Meestal wordt het feest met vrienden gevierd en gaat men dansen.
Dit kan thuis zijn, maar                    er worden ook diner dansants georganiseerd.                    Iedereen dirkt zich op, koopt champagne en                        gaat naar een feestlokatie.
Om middernacht wordt                 de televisie aangezet om naar het volkslied te luisteren en ook mee te zingen. Ieder jaar is dat weer een heel plechtig moment. Vervolgens proost men met champagne en volgen de 'gelukkig nieuwjaar'-wensen. Daarna rent iedereen de straat op en trekt naar het stadscentrum. Er worden rotjes gegooid en er is beperkt vuurwerk. Men zoent iedereen die men tegenkomt. Men drinkt uit elke fles champagne die wordt aangeboden.

                                      * * * EINDE * * *
Bron : Stichting Beleven
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door saagje om 14:41 8 reacties Reageer op dit bericht

Oud en nieuw in Schotland

Oud en nieuw in Schotland
- Bliadhna mhath ur (Gaelic) -
In sommige dorpen vullen ze vaten met teer en steken die aan en laten ze door de straten                rollen. Op deze manier wordt het oude jaar opgebrand                en mag het nieuwe jaar beginnen. De Schotten                     geloven dat de eerste persoon die je huis                              binnenkomt in het nieuwe jaar je ofwel geluk of                    geen geluk brengt. Het meeste geluk zal een bezoeker met donker haar brengen die ook nog iets meebrengt. Dit gebruik wordt 'first-footing' genoemd. Het nummer, 'Auld Lang Syne' wordt gezongen als de klok 12 uur slaat tijdens de jaarwisseling.

Dit gebruik komt in veel landen over de hele wereld voor. Tijdens de jaarwisseling worden er veel feesten gegeven die tot laat in de nacht duren. Het is een gebruik geworden dat iedereen een groet uitbrengt om 12 uur middernacht en dat de eerste minuten van het nieuwe jaar worden doorgebracht met familie en/of vrienden. Mensen dansen,                zingen en brengen een toost uit op het nieuwe jaar.                    Na deze viering is het tijd om voornemens te maken                       voor het nieuwe jaar. Dit is een lijst over hoe je                              zal gaan leven in het komende jaar.
Deze traditie gaat terug naar de vroege Babylonische tijd. Vroeger was het bekendste voornemen: 'het teruggeven van geleende goederen' en dan met name die goederen die met de landbouw te maken hadden .

                                      * * * EINDE * * *
Bron : Stichting Beleven
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 18:58 2 reacties Reageer op dit bericht

Oud en nieuw in Spanje

Oud en nieuw in Spanje
- Feliz Año Nuevo -
Op oudejaarsavond - Noche Vieja - blijven vele Spanjaarden tot middernacht thuis. Daarna is het feesten buiten de deur, met name voor de jongere                       generaties.
In Spanje kennen ze                       een traditie die uit het begin van de 20e eeuw stamt.
Deze traditie heet                       'Las Uvas de la Suerte' ('druiven voor geluk'). Iedereen krijgt een schaaltje met twaalf druiven.
Op het moment dat de klok op de Puerta del Sol in Madrid 12 uur begint te slaan, wordt er druifgehapt. Eén druif per klokslag.
Dit moet geluk en voorspoed geven voor het nieuwe jaar.
Het idee ontstond toen er aan het begin van de 20e eeuw een keer een erg omvangrijke druivenoogst was.
Vanaf dat moment is het uitgegroeid tot de traditie zoals hier beschreven. De klok op de Puerta del Sol is op de televisie te zien.
Nadat de druiven naar behoren zijn verwerkt, wordt er getoost op het nieuwe jaar. Met                   heerlijke, Spaanse champagne (Cava).
En dan wordt er uitbundig                gefeest tot de vroege ochtend.

                                      * * * EINDE * * *
Bron : Stichting Beleven
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door saagje om 23:52 10 reacties Reageer op dit bericht

Oud en nieuw in Europa

Oud en nieuw in Europa
In Rome werd in 153 v. Chr. het begin van het jaar op 1 januari gezet, maar aanvankelijk werd deze dag niet gevierd en had alleen een administratieve functie. Het Midwinterfeest vond plaats tijdens de laatste 12 of 13 dagen van het oude jaar. Pas in de vierde eeuw, nadat het christendom zijn intrede had gedaan, werd de Kalendae Januariae ingesteld, een vijfdaags feest om de geboorte van het kindje Jezus op 6 januari in te luiden. Nog in dezelfde eeuw ging de kerk ertoe over de geboorte van Jezus op 25 december te plaatsen en deed men al het mogelijke om de snel gegroeide populariteit van de Kalendae Januariae in te dammen. De eerste drie dagen van januari werden door de Synode van Tours uitgeroepen tot vastendagen en het werd op straffe van excommunicatie verboden aan de 'heidense' nieuwjaarsviering deel te nemen.

Ook werden er diverse pogingen gedaan een andere datum als nieuwjaar te bestempelen. In de oosterse kerk rekent men vanaf de Middeleeuwen 1 september als begin van het jaar. In de westerse wereld werden diverse nieuwjaarsdata na elkaar en soms tegelijkertijd gehanteerd: 1 september, 24 september, Kerstmis, 1 maart, 25 maart, Pasen.

Het kerkelijk nieuwjaar werd, zoals gezegd, in 480 n. Chr. vastgesteld op het begin van de advent.

Gedurende de gehele Middeleeuwen bleef de nieuwjaarsdag afhankelijk van regionale gebruiken, waarbij op één plaats vaak twee of meer data tegelijkertijd als nieuwjaar golden. In de vijftiende en zestiende eeuw gingen de meeste staten in Europa er toe over het nieuwjaar op de eerste januari te vieren, maar de verwarring bleef nog lang doorwerken. Tussen 1660 en 1669 veranderde Samuel Pepys, bijvoorbeeld, in zijn dagboeken het jaartal op 25 maart en zette toch 'New Year' bij de eerste januari.

Voorzover 1 januari als nieuwjaar gevierd werd, ontstonden op deze datum gebruiken die vergelijkbaar zijn met die van andere dagen in de heidense midwintertijd. Het feest begon, zoals alle Germaanse en Keltische feesten, op de vooravond, die in het Engels nog steeds New Year's Eve heet. Naar de heilige aan wie deze dag gewijd is werd vroeger ook wel van Silvesteravond gesproken, een naam die in Duitsland nog steeds gebruikt wordt. Sylvester was een paus uit de vierde eeuw; zijn feest valt op 31 december, vandaar.

Toen de heiligenverering tijdens de Reformatie werd afgeschaft ontstond de gewoonte van Oudejaarsavond te spreken. Het knallen van vuurwerk bij het begin van het nieuwe jaar en allerlei gebruiken om de gevestigde orde op haar kop te zetten zijn een algemeen verschijnsel tijdens de heidense joel (midwinter)tijd.

                                      * * * EINDE * * *
Bron : Stichting Beleven
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door saagje om 23:57 5 reacties Reageer op dit bericht

Nieuwe hoeden voor het nieuwe jaar

Nieuwe hoeden voor het nieuwe jaar
- Een Japans verhaal over het vieren van oud en nieuw -
Er waren eens een vriendelijke oude man en vrouw die in een klein huisje in de bergen van Japan woonden. Het waren goede mensen, maar ze hadden het heel erg arm. De man verdiende de kost door het vlechten van rieten hoeden tegen de zon en de regen, maar hij verdiende er niet veel mee.

Op een koude winteravond, tegen het einde van het jaar, zei de oude vrouw tegen haar man: "Lieve man, straks is het nieuwjaar, en we hebben niets te eten in huis. Hoe kunnen we nieuwjaar vieren als we zelfs geen pot rijst hebben?" Ze keek naar haar lege voorraadkast en ze slaakte een diepe zucht.

Maar haar man sloeg zijn arm om haar schouders en zei: "Maak je maar geen zorgen. Ik zal wat rieten hoeden maken, en morgen ga ik naar het dorp om ze te verkopen. Met het geld koop ik dan vis en rijst voor ons nieuwjaarsfeest."

Op de dag voor nieuwjaar vertrok de oude man met vijf strohoeden naar het dorp. Het was verschrikkelijk koud, en al vanaf de vroege morgen sneeuwde het onafgebroken. De oude man bibberde van de kou, maar hij dacht aan de warme rijst en de vis die boven het kolenvuurtje knapperig bruin zou worden. Hij moest wat geld verdienen. Hij trok zijn wollen das wat dichter om zijn nek en ploeterde voort door de sneeuw.

Toen hij in het dorp was aangekomen, liep hij door de nauwe straten op en neer en riep: "Rieten hoeden te koop! Rieten hoeden te koop!"

Maar iedereen had het veel te druk met de nieuwjaarsvoorbereidingen om aan strooien hoeden te denken. Ze liepen hem voorbij, en kochten liever zeebrasem en kuit en rode bonen voor hun nieuwjaarsmaal. Er was niemand die een blik op de oude man of op zijn hoeden wierp.

Er kwam steeds meer sneeuw uit de hemel gevallen, en de oude man begreep dat het geen zin had nog langer rond te lopen. Langzaam maar zeker begon het alweer donker te worden, en de oude man keek vol verlangen naar de uitgestalde vis in de kraampjes. "Kon ik maar een klein stukje voor mijn vrouw kopen," dacht hij verdrietig. Maar zijn beurs was al even leeg als zijn maag.

Er zat niets anders op dan met zijn vijf onverkochte hoeden weer naar huis te gaan. Vermoeid beklom de oude man de berg waar hij woonde. De felle wind sneed hem in het gezicht. Terwijl hij langzaam voortliep kwam hij langs zes beelden van Jizo, de beschermer van kinderen. Ze stonden langs de weg, half met sneeuw overdekt.

"Mah, mah, jullie zitten helemaal onder de sneeuw," zei de oude man tegen de beelden. Hij legde zijn pak met hoeden neer in de sneeuw en begon de beelden schoon te vegen. Juist wilde hij weer doorlopen, toen hij een goed idee kreeg. "Ik heb alleen maar wat rieten hoeden bij me die niemand wou kopen," zei hij. "Maar misschien houden ze jullie hoofden droog." En voorzichtig bond hij elk Jizo-beeld een hoed op.

"Ik heb er eigenlijk één te weinig," mompelde de oude man, terwijl hij naar de rij van zes beelden keek. Maar toen bedacht hij zich: hij deed zijn eigen hoed af en bond die op het zesde beeld.

"Kijk eens," zei hij tevreden. "Jullie zullen geen last meer hebben van de sneeuw." Toen boog hij voor de beelden ten afscheid, want nu moest hij echt gaan. "Gelukkig nieuwjaar!" riep hij vrolijk. Daarna ging hij haastig weer op weg.

Toen de oude man thuiskwam wachtte zijn vrouw hem al vol ongeduld op. "Heb je de hoeden verkocht?" vroeg ze. "Heb je wat vis en rijst kunnen kopen?"

De oude man schudde zijn hoofd. "Ik heb er niet één verkocht," antwoordde hij. "Maar ik heb er wel een heel goede bestemming voor gevonden." En hij vertelde zijn vrouw hoe hij de Jizo-beelden van hoeden had voorzien.

"Dat is goed gedaan," zei zijn vrouw. "Ik zou hetzelfde gedaan hebben." En ze maakte hem helemaal geen verwijten dat ze nu niets te eten hadden. Ze maakte een pot thee en deed nog een extra stukje houtskool op het vuur, zodat haar man zich kon warmen.

Die nacht gingen ze vroeg naar bed, want er was nu helemaal geen houtskool meer. Het was erg koud geworden in het huisje. Buiten sneeuwde en sneeuwde het, en de oude man en zijn vrouw kropen diep onder hun deken om warm te blijven. "We mogen van geluk spreken dat we een dak boven ons hoofd hebben, met dit vreselijke weer," zei de oude man. "Dat is zeker," antwoordde de vrouw. En daarna vielen ze in slaap.

Bij het aanbreken van de dag, toen de hemel nog helemaal grijs was, werd de man wakker. Er klonken stemmen buiten. Hij schudde zijn vrouw wakker. "Luister eens," zei hij. "Wat is dat? Wie zijn dat?" vroeg zijn vrouw. Ze hielden allebei hun adem in en luisterden. Het klonk als een groep mannen die een zware last sjouwden.

"Yoi-Sah! Hoi-Sah! Yoi-Sah! Hoi-Sah!" riepen de stemmen. Ze kwamen al dichter en dichter bij.

"Wie kunnen dat zijn, zo vroeg in de morgen?" zei de oude man verbaasd. Toen begonnen de stemmen te zingen.

"Waar woont die goede oude man
Die onze hoofden bedekte?
Waar woont die goede oude man
Die ons hoeden heeft gegeven?"
De oude man en zijn vrouw renden naar het raam en keken naar buiten: daar kwamen de zes Jizo-beelden aangelopen door de sneeuw. Ze hadden de rieten hoeden nog op hun hoofd, en ze droegen alle zes een zware zak.

"Yoi-Sah! Hoi-Sah! Yoi-Sah! Hoi-Sah!" riepen ze, en ze kwamen steeds dichterbij.

"Ik geloof dat ze naar ons huisje komen!" zei de oude man verbijsterd. De oude vrouw stond verstomd. Voor hun verbaasde ogen kwam elk Jizo-beeld naar hun deur gelopen, en zette voor de drempel zijn zak neer.

De oude man deed snel de deur open, en de zes grote zakken tuimelden de kamer binnen. In de zakken zaten rijst en tarwe, vis, bonen, wijn en bonenkoeken en nog een heleboel andere lekkere dingen waar ze altijd naar verlangd hadden.

"Er is genoeg om het hele jaar feest mee te vieren!" riep de oude man opgewonden uit.

"Dit wordt het mooiste nieuwjaarsfeest dat we van ons leven hebben gevierd!" riep de oude vrouw.

"Ojizo sama, dank u!" riep de oude man.

"Ojizo sama, hoe kunnen we u ooit voldoende bedanken?" riep de oude vrouw.

Maar de zes beelden waren alweer vertrokken. Langzaam verdwenen ze in het wit van de vallende sneeuw. Na een tijdje waren alleen hun voetsporen nog zichtbaar.

                                      * * * EINDE * * *
Bron : "FeestVerHalen" door Jos van Hest en Saskia van der Valk.
           Gottmer, Haarlem, 1996. ISBN: 90-257-2845-6
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 19:15 1 reactie Reageer op dit bericht

Het meisje met de zwavelstokjes

Het meisje met de zwavelstokjes
- Het beroemde sprookje van Andersen over een arm meisje -
Het was afschuwelijk koud, het sneeuwde en het begon donker te worden. Het was ook de laatste avond van het jaar, oudejaarsavond.

In die kou en in dat donker liep er op straat een arm, klein meisje, zonder muts en op blote voeten. Ze had wel pantoffels aangehad toen ze van huis ging, maar dat hielp niet veel: het waren heel grote pantoffels, haar moeder had ze het laatst gedragen, zo groot waren ze, en het meisje had ze bij het oversteken verloren, toen er twee rijtuigen vreselijk hard voorbijvlogen. De ene pantoffel was niet te vinden en met de andere ging er een jongen vandoor: hij zei dat hij hem als wieg kon gebruiken als hij later kinderen kreeg.

Daar liep dat meisje dus op haar blote voetjes, die rood en blauw zagen van de kou. In een oud schort had ze een heleboel zwavelstokjes en één bosje hield ze in haar hand. Niemand had nog iets van haar gekocht, de hele dag niet. Niemand had haar ook maar een stuivertje gegeven.

Hongerig en koud liep ze daar en ze zag er zo zielig uit, dat arme stakkerdje! De sneeuwvlokken vielen in haar lange, blonde haar, dat zo mooi in haar nek krulde, maar aan dat soort dingen dacht ze echt niet. Uit alle ramen scheen licht naar buiten en het rook overal zo lekker naar gebraden gans; het was immers oudejaarsavond en daar dacht ze wel aan.

In een hoekje tussen twee huizen, waarvan het ene een beetje vooruitstak, ging ze in elkaar gedoken zitten. Haar beentjes trok ze onder zich op, maar ze kreeg het nog kouder, en naar huis durfde ze niet, want ze had geen zwavelstokjes verkocht en ook geen stuivertje gekregen. Haar vader zou haar slaan en thuis was het trouwens ook koud. Ze woonden vlak onder het dak en daar blies de wind doorheen, ook al waren de ergste kieren met stro en oude lappen dichtgestopt.

Ze had bijna geen gevoel meer in haar handjes van de kou. O, wat zou een zwavelstokje lekker warm zijn! Zou ze er eentje uit het bosje durven trekken en het tegen de muur afstrijken om haar handen te warmen?

Ze trok er een uit. "Ritsss..." Wat vlamde dat, wat brandde dat! Het gaf een warm, helder vlammetje, net een kaarsje, toen ze haar handen eromheen hield.

Een wonderlijk licht gaf het. Het meisje dacht dat ze voor een grote, ijzeren kachel zat met glimmende koperen ballen en een koperen trommel. Het vuur brandde zo heerlijk, het was zo lekker warm.

Maar wat was dat? Het meisje strekte haar voetjes al uit om die ook te warmen - toen ging de vlam uit, de kachel verdween - en zij zat met een stompje van het afgebrande zwavelstokje in haar hand.

Ze stak er nog een aan. Het brandde, het gaf licht en waar het schijnsel op de muur viel, werd die doorzichtig, net als een sluier. Ze keek zo de kamer in, waar de tafel gedekt was met een spierwit tafelkleed, met het fijnste porselein. De gebraden gans, gevuld met pruimen en appeltjes, stond heerlijk te dampen. En wat het aller-heerlijkst was, de gans sprong van de schaal en waggelde met een vork en mes in zijn rug over de grond. Hij kwam recht op het arme meisje af; toen ging het zwavelstokje uit en was alleen de dichte, koude muur er nog.

Ze stak er nog een aan. Toen zat ze onder de mooiste kerstboom, nog groter en nog rijker versierd dan de boom die ze door de glazen deur bij de rijke koopman had gezien, vorig jaar met Kerstmis. Er brandden wel duizend kaarsjes aan de groene takken, en gekleurde prentjes, zoals je die in etalages ziet, keken haar aan. Het meisje strekte haar beide handen uit - toen ging het zwavelstokje uit, de vele kerstkaarsjes gingen de lucht in en veranderden in sterren, zag ze. Eentje viel er en liet een lange streep van vuur achter aan de hemel. "Nu gaat er iemand dood," zei het meisje. Want haar oude grootmoeder, de enige die lief voor haar was geweest, maar die nu dood was, had gezegd: "Als er een ster valt, gaat er een zieltje naar God."

Ze streek weer een zwavelstokje af tegen de muur, het gaf licht en in het schijnsel stond haar oma, heel duidelijk, heel stralend, heel vriendelijk en lief. "Oma!" riep het meisje. "O, neem me mee! Ik weet dat je weg bent, als het zwavelstokje uitgaat. Weg, net als de warme kachel, de gebraden gans en die prachtige, grote kerstboom."

Haastig streek ze de rest van de zwavelstokjes uit het bosje af, want ze wilde oma vasthouden. De zwavelstokjes gaven zoveel licht dat het klaarlichte dag leek. Oma had er nog nooit zo mooi en zo groot uitgezien. Ze nam het kleine meisje op haar arm en ze vlogen, stralend en blij, heel, heel hoog. Er was geen kou, geen honger, geen angst - ze waren bij God.

Maar in het hoekje bij het huis zat in de koude wintermorgen het kleine meisje met de rode wangen, met een glimlach om haar mond - dood, doodgevroren op de laatste avond van het oude jaar.

Het werd nieuwjaarsochtend en de kleine dode zat daar met haar zwavelstokjes, waarvan een bosje bijna was opgebrand. Ze heeft zich willen warmen, zeiden ze. Niemand wist wat voor moois ze had gezien, hoe stralend ze met oma de vreugde van het nieuwe jaar was ingegaan.

                                      * * * EINDE * * *
Bron : "Hans Christian Andersen - Sprookjes en verhalen"
           uit het Deens vertaald door Dr. Annelies van Hees. Uitgeverij Lemniscaat, Rotterdam, 1997.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 17:48 3 reacties Reageer op dit bericht

Tijl Uilenspiegel als bakkersknecht

Tijl Uilenspiegel als bakkersknecht
- Een Vlaams verhaal waarin Tijl bijzondere kerstbroden bakt -
Eens had Tijl zich in Leuven kort voor de Kerstdagen als bakkersknecht verhuurd. De bakker was blij, dat hij voor deze drukke tijd een knecht had en zei al de tweede dag: "Het deeg is klaar, ik neem 'es een dag vrij om kennissen op te zoeken, jij moet vandaag maar bakken."

"Goed baas. Maar wat moet ik eigenlijk bakken?"

"Wat is dat nou voor een vraag," zei de baas, kwaad om zoveel onnozelheid, "bak voor mijn part apen en konijnen, halve gare grappenmaker, als je maar zorgt, dat de boel vanavond klaar is!" En hij stapte weg, nog mompelend: "Wat-ie bakken moet, wat-ie bakken moet, nota bene!"

Uilenspiegel zei niets, maar kneedde van het deeg niets anders dan apen- en konijnenfiguren, en schoof het zaakje in de oven. Dat vond hij veel aardiger dan al die doodgewone broden.

's Avonds kwam de baas thuis en werd razend, toen hij in plaats van broden al die rare baksels zag. Hij nam Uilenspiegel bij z'n nek en dreigde hem zijn armen en benen kapot te slaan. Tijl werd bang, want de bakker was een stevige kwant.

"Genade!" riep hij, "ik zal u de koste van het deeg wel betalen, als u me maar even loslaat om m'n beurs te pakken."

De bakker dacht: "Dat moest ik maar doen, dan heb ik nog de minste schade," en hij vroeg vijf gulden vergoeding.

"Akkoord," zei Tijl en betaalde.

"En maak nou maar gauw dat je weg komt, zo'n malle knecht kan ik niet gebruiken hoor," zei de bakker.

"Ja," zei Tijl, "maar nou is het baksel toch mijn eigendom?"

"Neem het hele zootje maar mee, ik kan er toch niks mee beginnen, de mensen zouden me vragen of ik gek was, als ik ze zulk brood leverde. Hier, neem die oude mand maar en ruk uit met je apen en je konijnen. En gauw maar een beetje, of..."

Tijl pakte de baksels in de oude mand en maakte dat hij de deur uit kwam. Hij liep regelrecht naar de markt en bood daar zijn dieren te koop aan. Menigeen vond het wel aardig, tegen de feestdagen zo'n aap of konijn voor de kinderen mee naar huis te nemen en in een wip had Tijl al z'n vreemde broden voor een kwartje per stuk verkocht. Hij verdiende er nog dik aan en liet de lege mand onverschillig op de markt achter.

Intussen had de bakker gehoord, dat zijn rare knecht op de markt goeie zaken maakte en hij trok er op af om nu ook nog vergoeding te eisen voor het gebruik van zijn oven en zijn brandstof. Maar toen hij op de markt aankwam, vond hij daar de lege mand: Tijl was al weg!

                                      * * * EINDE * * *
Bron : "Boek van de jeugd" Amsterdam, Arbeiderspers, 1937.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 15:50 3 reacties Reageer op dit bericht

Meer van 'VOLKSVERHALEN'

↑ Terug naar de berichten