Naar de inhoud

'VOLKSVERHALEN'

akke.beakke.be
Problemen
Er zijn nogal wat problemen met het lezen van de teksten, daarom volgende tip :
Met de muis links klikken en over de tekst schuiven.
De tekst verschijnt duidelijk leesbaar.

Categorie: duivels

Het oudejaarsverhaal

Het oudejaarsverhaal
- De ontaarde verloren zoon -
Er was eens een verloren zoon die Gerrit heette. Gerrit was volkomen de weg kwijt en compleet dwalende. Maar dat had hij niet door. Hij dacht in zijn narcisme dat hij goed bezig was. Gerrit verloochende al uren, dagen, maanden, jaren zijn afkomst en vloog als een schaap door het veen.

Op een goede dag, het was eind december en iedereen bleef thuis uit angst voor de ijzel, kreeg Gerrit een visioen. Hij zag zijn oude moeder in een riant landhuis op sterven liggen, terwijl ze zich mompelend afvroeg: 'aan wie moet ik toch al mijn miljarden nalaten? Mijn enige nazaat, m'n zoon Gerrit is verloren. Ik denk dat butler James alles maar moet erven. Hij is me altijd trouw gebleven.' Gerrit schrok op uit z'n dagdroom die verdomd echt had geleken. Naast tranen sprongen eurotekens in zijn ogen vanwege de verspilling van zoveel geld aan een onnozele bediende.

Hij besloot terstond z'n moeder op te gaan zoeken. Dat vergde nogal wat speurwerk, want hij had haar minstens dertig jaar geleden voor het laatst gezien en wist niet waar ze zich in de tijd opgehouden had. Maar uiteindelijk stond hij voor de deur van het pand waar zij woonde, zo had men hem verteld. Het was 31 december, vijf voor twaalf. Gerrit bekeek het huis met gemengde gevoelens. Het leek in de verste verte niet op een landhuis. Eerder op een gesticht. Maar de miljarden euro's vertroebelden zijn beoordelingsvermogen en hij belde vastberaden aan.

Een oude, in lompen gehulde vrouw opende de deur. Ze keek de goedgeklede, deftig ogende man wantrouwend aan. 'Gerrit???' stamelde ze. 'Ben jij het echt????' 'Jawel moeder', sprak Gerrit. 'Ik ben het. Hoe gaat het met je miljarden?'

De blik van de oude vrouw veranderde van verwondering in pure woede. Ze pakte haar wandelstok en mepte er op los. 'Jij grote klootzak!!! Jij minkukel, leugenaar en machtswellusteling van het bovenste water!' Ze sloeg en mepte met al haar kracht. 'Jij enorme grote zeikerd!! Ik wou dat ik je nooit op deze wereld had gezet!!! Laat z'n eigen moeder wegrotten in een tochtend, lekkend gesticht dat rijp is voor de sloop, en waar ze met tien doodzieke lotgenoten op één kamer moet slapen.' Ze spuugde hem in het gezicht. 'Ik heb niet eens geld om WC-papier te kopen, laat staan om m'n kont te krabben, en ik lees in de krant dat jij zegt dat er geen armoede in dit land is!!! Rot op, jij ontaarde verloren zoon. Jij hebt je ziel verkocht aan de duivel. Ik wil je nooit meer zien!!!' En na een laatste zwieperd met haar stok smeet ze de deur dicht.

Op de brancard onderweg naar het ziekenhuis bedacht Gerrit twee dingen voor hij in vergetelheid wegzakte. Ten eerste had hij ontdekt dat visioenen schijnbaar niet altijd kloppen. En ten tweede was hij tot de conclusie gekomen dat moeder Zalm best nog wel enorm veel kracht had voor zo'n klein wijfie.


                                      * * * einde * * *
Bron : - www.mosterman.com
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 00:21 10 reacties Reageer op dit bericht

Het sprookje van de boze vrouw

Het sprookje van de boze vrouw
- Een Russisch duivelsprookje over een man die zijn vrouw dumpt -
Een boze vrouw leefde slecht met haar man en luisterde nooit naar hem. Als hij zei dat ze vroeg moest opstaan, dan sliep ze drie etmalen achtereen. Maar als hij wilde dat ze sliep, dan deed ze geen oog dicht. Als haar man zei dat ze pannenkoekjes moest bakken, dan kreeg hij te horen: "Je bent geen pannenkoeken waard, dief!" Als de man zei: "Bak geen pannenkoeken, vrouw, als ik ze niet waard ben," dan bakte ze meteen twee emmers vol en zei: "Eet, schooier, dan komen ze tenminste op." Als hij zei: "Doe vandaag maar geen moeite om te koken of te maaien," dan zei ze: "Nee, leegloper, ik ga juist maaien en jij gaat mee."

Dikwijls raakten ze slaags, hij sloofde zich uit, en tenslotte ging hij van ellende naar het bos om bessen te zoeken. Daar ontdekte hij onder een bessenstruik een heel diep, bodemloos gat. Hij keek er in en dacht: "Waarom leef ik met die kwaadaardige vrouw en doe ik zo m'n best? Ik ga haar in dit gat stoppen, dat zal een les voor haar zijn."

Hij kwam thuis en zei: "Vrouw, ga geen bessen zoeken in het bos." - "Nu ga ik juist, sufferd." - "Ik heb een bessenstruik gevonden; pluk daar niet van." - "Nu ga ik er juist heen en pluk er wel van. En jij krijgt geen enkele bes." De man ging naar het bos, de vrouw liep achter hem aan. Toen hij bij de bessenstruik was gekomen, schreeuwde de vrouw: "Blijf eraf, dief, of ik sla je dood!" Ze sprong naar voren, kwam midden in de struik terecht, en - boems - daar lag ze in de diepe, bodemloze kuil.

De man ging vrolijk naar huis, en er verliepen drie dagen. Op de vierde dag ging hij eens kijken. Hij nam een lang touw mee, liet het in de kuil zakken en... haalde er een duiveltje uit op! Verschrikt wilde hij het weer in de kuil laten vallen, maar het duiveltje hief een luid gehuil aan, en smeekte hem: "Boer, stoot me niet terug in de kuil, maar laat me los in de wereld. Daar beneden is de boze vrouw gekomen en ze gaat er tekeer! Ze knauwt en bijt ons, ze rukt en trekt aan ons - ik ben er misselijk van! En jou zal ik goed behandelen." De boer liet hem los in Gods wereld, in het heilige Rusland. En het duiveltje zei tegen hem: "Kom, boer, ga met me mee naar de stad Wologda. Daar ga ik de mensen plagen, dan kun jij hen genezen."

Het duiveltje had het gemunt op de vrouwen en dochters van de rijke kooplui. Het voer in hen en ze werden gek of ziek. Maar dan kwam de boer in het huis waar iemand ziek geworden was, en dreef de duivel uit. Er heersten daar dan weer rust en vrede, en allen wisten dat het de boer was die geholpen had. Ze gaven hem geld en trakteerden hem op piroggen, en op deze wijze bemachtigde de boer een onmetelijke som. Toen zei het duiveltje: "Nu is het genoeg, boer. Ben je nog niet tevreden? Ik ga nu naar de dochter van een bojaar, maar zorg ervoor dat je die niet geneest. Anders eet ik je op." De dochter van de bojaar werd ziek; ze werd zo krankzinnig, dat ze mensen eiste om op te eten.

De bojaar liet zoeken naar de boer die haar kon genezen. Deze kwam bij de bojaar en zei: "Laten alle inwoners van de stad en alle koetsiers met hun voertuigen zich in de straat tegenover uw huis verzamelen; en geef dan bevel dat de koetsiers allemaal met hun zwepen moeten klappen, en dat alle mensen zo hard ze kunnen, moeten schreeuwen: 'Daar is de boze vrouw! De boze vrouw is gekomen!'"

Intussen ging de boer naar de kamer van de dochter; toen werd het duiveltje woedend en riep: "Waarom ben je hier gekomen? Ik eet je op." De boer antwoordde: "Waarom zou je dat? Ik ben niet gekomen om je te verdrijven, maar alleen uit medelijden, want ik moet je vertellen dat de boze vrouw hierheen is gekomen." Het duiveltje sprong naar het raam, sperde zijn ogen wijd open en hoorde alle mensen brullen: "Daar is de boze vrouw! De boze vrouw is er!" - "Boer," jammerde het duiveltje, "waar moet ik heen?" - "Ga terug naar de kuil - daar komt zij zeker niet meer terug." De duivel rende weg en verdween in de kuil, waar de boze vrouw in zat. Als beloning liet de bojaar zijn dochter met de boer trouwen. Maar de boze vrouw zit nog steeds in de kuil, in de tartarus.


                                      * * * einde * * *
Bron : - "Russische Volkssprookjes" door A.N. Afanasjew.
           Uitgeverij Het Spectrum, Utrecht/Antwerpen, 1964.
           - www.beleven.org
Foto : - Anoniem, mogelijk Pieter Hendricksz. Schut
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door saagje om 00:14 4 reacties Reageer op dit bericht

Hoe een oude man zijn gezwel kwijtraakte

Hoe een oude man zijn gezwel kwijtraakte
- Een Japans volksverhaal over dansende demonen -
Er was eens een oude man met een gezwel op zijn rechterwang. Deze misvorming zat hem erg dwars en hij gaf veel geld uit om er vanaf te komen. Hij gebruikte allerlei medicijnen en smeerde zich in met vele soorten zalf, maar het gezwel verdween of verminderde niet; integendeel, het werd er alleen maar groter door. Op een dag, toen de man vanuit het bos naar huis ging met op zijn rug een grote lading brandhout, werd hij overvallen door een vreselijk onweer, en hij moest schuilen in een holle boom. Toen de storm afnam en hij zijn tocht wilde voortzetten, hoorde hij vlakbij vrolijke geluiden. Hij gluurde vanuit zijn schuilplaats naar buiten en zag tot zijn verbazing een groot aantal demonen die bezig waren met dansen, zingen en drinken. Ze dansten zo vreemd, dat de oude man al zijn voorzichtigheid vergat; hij barstte in lachen uit, en uiteindelijk stapte hij de holle boom uit om die vertoning beter te kunnen zien.

Terwijl hij zo stond te kijken, zag hij dat een van de demonen helemaal alleen danste, en bovendien dat de aanvoerder van het gezelschap tamelijk ontstemd was over zijn onhandige, lompe bewegingen. Ten slotte riep de leider: "Genoeg! Is hier niemand die beter danst dan deze figuur?" Toen de oude man deze woorden hoorde, leek het wel of hij weer even jong was, en omdat hij in zijn jonge jaren een uitstekend danser was geweest, bood hij aan zijn vaardigheden te tonen. En zo danste de oude man voor deze vreemde bijeenkomst van demonen, die het prachtig vonden. Ze juichten hem toe, boden hem een glas sake aan, en daarna smeekten ze hem om nog meer voor hen te dansen. De oude man was bijzonder in zijn nopjes met de manier waarop hij werd behandeld, en toen de aanvoerder van de demonen hem vroeg om ook de volgende avond voor hen te komen dansen, ging hij onmiddellijk akkoord.

"Dat is mooi," zei de aanvoerder, "maar je moet wel een onderpand achterlaten. Ik zie dat je een gezwel op je rechterwang hebt, en dat zou een geweldig onderpand zijn. Sta mij toe om die van je af te nemen." Zonder dat het enige pijn deed verwijderde de aanvoerder van de demonen het gezwel, en nadat hij dit sterke staaltje had verricht verdwenen hij en zijn makkers van het ene moment op het andere. Terwijl hij naar zijn huis liep bleef de oude man maar aan zijn rechterwang voelen, en hij kon nauwelijks geloven dat hij na vele jaren het geluk had gehad om dat lelijke, pijnlijke gezwel kwijt te raken. Uiteindelijk kwam hij aan bij zijn nederige hut, en zijn vrouw was niet minder blij met zijn belevenis in het woud.

Nu woonde er naast dit goede echtpaar een slechte en afgunstige oude man. Al jarenlang had hij last van een gezwel op zijn linkerwang, en ook bij hem had de misvorming iedere poging tot genezen weerstaan. Toen hij hoorde van het geluk van zijn buurman ging hij naar hem toe en luisterde goed naar zijn vreemde avonturen bij de demonen. De goede man vertelde hem waar hij de holle boom kon vinden, en raadde hem aan om zich daar net voor zonsondergang te verstoppen als hij de demonen wilde ontmoeten. De slechte oude man vond de boom en ging naar binnen. Hij had zich er pas een paar minuten verscholen, toen hij tot zijn vreugde de demonen zag verschijnen. Een van de demonen merkte op: "De oude man is laat. En ik had ons nog zo ervan verzekerd dat hij zijn belofte zou houden." Bij deze woorden kroop de oude man uit zijn schuilplaats, ontvouwde zijn waaier, en begon te dansen. Maar helaas, hij wist helemaal niets van dans, en zijn stuntelige bewegingen leidden ertoe dat de demonen luidkeels begonnen tot morren. "Je danst verschrikkelijk slecht," zei de aanvoerder, "en hoe eerder je ophoudt, hoe liever het ons is; maar voordat je vertrekt zullen we je het onderpand teruggeven dat je gisteravond bij ons hebt achtergelaten. Toen hij dit gezegd had, smeet de demon het gezwel naar de rechterwang van de oude man, waar het stevig vast bleef zitten. Het kon niet meer verwijderd worden. En zo vertrok de slechte oude man, die had geprobeerd de demonen te misleiden met op elke wang een gezwel.


                                      * * * einde * * *
Bron : - "Japanse sprookjes - Sprookjes uit de wereldliteratuur"
           Uitgeverij Elmar BV te Rijswijk ISBN: 90-389-06-463
           - www.beleven.org
Foto : - Angel of light - George Grie.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 00:00 15 reacties Reageer op dit bericht

Hoe de duivel een ziel vangt

Hoe de duivel een ziel vangt
- Een Fins volksverhaal over een rijk geworden boer -
Een arm boertje dat hout wilde hakken, legde zijn brood even op een boomstronk. De duivel pikte het achter zijn rug weg en schrokte het in een hap op. De arme boer sprak: "Wie mijn brood heeft opgegeten, moet mijn knecht worden!" En de duivel bekende: "Ik heb 't opgegeten." - "Als dat zo is, dan moet je drie jaar lang bij mij als knecht werken." - "Best," zei de duivel, "maar dan moet ik eerst wel even naar huis om mijn vader te vragen wat die ervan vindt."

Z'n vader adviseerde hem: "Ga er maar heen en dien hem tot hij, rijk geworden, aan de drank te gronde gaat!" De duivel kwam terug bij de armoedzaaier en zei: "Dat is voor elkaar. Vanaf heden ben ik je knecht. "Maar de vrouw van de arme boer krijste: "Wat moeten wij met een knecht? We hebben niet eens genoeg te eten voor onszelf en alle kinderen!" De duivel suste de zaak en zei tegen de boer: "Dit jaar moeten we beginnen met een boel veengrond te ontginnen en rogge te verbouwen." Hij brandde een heel turfmoeras af, dat daardoor veranderde in vruchtbare grond, waar uitstekend rogge op gezaaid kon worden. Toen ging hij bij zijn vader een bom duiten halen en leende die aan de onbemiddelde boer, zodat ze inderdaad op al het nieuw gewonnen land konden gaan zaaien. Ze zaaiden de rogge, en het gewas tierde zo welig dat ze schuurruimte tekort kwamen om de oogst te bergen.

Het jaar daarop wilde hij een ander stuk land afbranden en ontginnen, maar dat ging niet door, want het veen was te nat dat jaar. Desalniettemin overtrof de oogst hun stoutste verwachtingen. Dit was het moment waarop de duivel gewacht had. Hij zei tegen de boer: "Wat zullen we doen met al die rogge? Laten we er brandewijn van stoken, dan kunnen we die weer met een stevige winst verkopen!" Dat leek de boer wel wat en ze bouwden een knappe stokerij en stookten fantastische hoeveelheden brandewijn, zoveel als ze maar konden. Tegen het eind van dat derde jaar had de geheel aan zijn brouwsel verslingerde boer zich doodgezopen. De knecht ging ervandoor met de ziel van de man.

Ouder en wijzer geworden kwam hij bij zijn vader terug en sprak: "Aan de armen heeft de duivel geen moer, die doen geen mens kwaad, maar de rijken doen hun hele leven alleen maar kwaad, en daar schieten wij duivels tenminste iets mee op, want als die creperen krijgen wij hun ziel!"


                                          * * * einde * * *
Bron : - "Sprookjes uit Finland en Estland" bijeengebracht door August von Löwis of Menar. A.W. Bruna & Zoon, Utrecht/Antwerpen, 1979.
           Oorspronkelijke titel: Finnische und Estnische Märchen © 1962 Eugen Diederichs Verlag Düsseldorf-Köln. ISBN: 90-229-3311-3
           - www.beleven.org
Foto : - Rasbak.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 00:12 14 reacties Reageer op dit bericht

De duivel in de notedop

De duivel in de notedop
- Een Noors sprookje van Asbjørnsen en Moe -
Er was eens een jongen die aan de wandel was en ondertussen noten kraakte. Plotseling ontdekte hij er een die wormstekig was, en op hetzelfde ogenblik stond de duivel voor hem. "Is het waar wat de mensen zeggen," vroeg de jongen, "dat je je zo klein kunt maken, dat je door het oog van een naald kunt glippen?" - "Ja," antwoordde de duivel. "Laat me dan eens zien, dat je ook in deze noot kunt kruipen," zei de jongen.

En de duivel deed dat. Toen hij door het gaatje van de wormsteek gekropen was, drukte de jongen er een klein houtsplintertje in. "Nu heb ik je," zei hij en stak de noot in zijn zak.

Nadat hij een eindje gelopen had, kwam hij bij een smederij, trad binnen en vroeg de smid om de noot voor hem te kraken. "Dat zal zo'n kunst niet zijn," antwoordde de smid. Hij greep zijn kleinste hamer, legde de noot op het aambeeld en sloeg.

Maar de noot ging niet kapot en de smid nam een wat grotere hamer. Maar die kon ook niet genoeg kracht verschaffen. Hij nam een nog grotere, waar hij ook geen resultaat mee had. Nu werd de smid zo kwaad, dat hij zijn grote voorhamer greep. "Ik zal je breken, kost wat het kost," zei hij en hij sloeg zo hard als hij kon.

En eindelijk viel de noot in tweeën, maar met zo'n klap, dat het halve dak van de smederij naar beneden kwam en het wel leek of zijn hele smidse ineenstortte. "Ik geloof beslist, dat satan zelf in die noot zat," zei de smid. "Dat zat hij ook," antwoordde de jongen.


                                      * * * einde * * *
Bron : - "Noorse sprookjes" verzameld door P. Chr. Asbjørnsen en Jørgen Moe.
           Veraling: Greta Baars Jelgersma. Uitgeverij Elmar, Rijswijk, 1993, p. 34.
           - www.beleven.org
Foto : - A.A.G.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 01:01 6 reacties Reageer op dit bericht

Het rotwijf

Het rotwijf
- Een Fins sprookje over een kenau waar zelfs de duivel bang voor is -
Er was eens een man die een rotwijf had. Het was zo een kolerelijdster dat hij het gewoonweg niet meer bij haar uithield. De dingen die ze doen moest deed ze niet, en wat ze per se niet moest doen deed ze juist wel. Zo'n type was dat. Het zal dan ook niemand verbazen dat hij op een gegeven moment besloot haar uit de weg te ruimen.

Hij trof voorbereidingen om het bos in te trekken en zei tegen zijn vrouw: "Jij gaat dit keer niet mee het bos in." De vrouw antwoordde: "Ik ga toch mee." - "Als je met alle geweld mee wilt, laat die zak dan thuis!" - "Die neem ik dus mee," antwoordde ze. "Als je die zak meeneemt, stop er dan in ieder geval geen stenen in," zei de man. "Dat zal jij niet beslissen," zei de vrouw, "dat doe ik wel!"

Zo gingen ze samen het bos in en kwamen bij een moeras. Ze volgden de oever van het moeras tot ze bij een bron kwamen. "Buig je niet over die bron," zei de man tegen zijn vrouw. Maar dat deed ze natuurlijk juist wel, en zo tuimelde ze hals over kop de bron in en werd door de stenen naar de bodem getrokken. De man aanvaardde de thuisreis.

Thuisgekomen verkneukelde hij zich drie dagen lang over het welslagen van zijn operatie. Maar toen begon hij wroeging te krijgen en zei tot zichzelf: "Ik ga erheen om haar te zoeken."

Hij nam een eind touw en een bijl mee en trok het woud in. Bij de bron gekomen bond hij het touw aan de bijl vast en liet die zo naar beneden zakken. Voorzichtig probeerde hij te trekken...

Hij had iets te pakken! Langzaam trok hij het touw op tot hij kon zien wat het was - wie schildert zijn ontzetting toen hij merkte dat hij de duivel aan de haak had geslagen!

Geschrokken wilde hij hem laten vieren, maar de duivel smeekte: "Laat me niet zakken, laat me niet zakken, haal me hier alsjeblieft uit! Ik zal je rijkelijk belonen als je me eruit trekt."

De onbestorven weduwnaar trok hem eruit. Een van de hoorns van de duivel was verbrijzeld, dat had dat rotwijf met 'r zak stenen gedaan, en hij vertelde de man: "Daar kwam me toch een kenau naar beneden, erger is er op de ganse aardkloot niet. Die feeks ramde zo-even m'n ene hoorn aan gruzelementen!"

De duivel beloofde de man dat hij hem heel rijk zou maken. "Maar," zei hij, "dat kan ik alleen als ik eerst in de koningin treed en haar goed ziek maak. Dan kun jij komen en haar weer gezond maken!"

Een meevallertje was dat de man op dit gebied een zekere reputatie genoot, want hij had in het verleden al vaker mensen genezen die jarenlang ziek waren geweest...

Zo geschiedde het dat de koningin onwel werd, maar noch de hofchirurgijn, noch de andere heelmeesters wier hulp werd ingeroepen slaagden erin haar te genezen.

Nadat alle pogingen om de koningin te genezen ijdel waren gebleken, diende zich iemand aan die wist te vertellen dat er aan gene zijde van het woud een man woonde die hare majesteit haar gezondheid terug kon geven.

Terstond werd de man aan het hof ontboden, waar ze hem vroegen: "Kun jij haar inderdaad weer gezond maken?" De duivel fluisterde hem in: "Zeg maar ja, dat je het kunt!" En de man sprak: "Jawel, ik kan haar genezen." Hij behandelde haar dagen achtereen. Toen verliet de duivel de koningin en knapte zij zienderogen op. Als beloning schonk de koning de man een klein kapitaaltje, zodat hij op slag binnen was.


                                      * * * einde * * *
Bron : - "Sprookjes uit Finland en Estland" bijeengebracht door August van Löwis of Menar.
           A. W. Bruna & Zoon, Utrecht/Antwerpen, 1979. ISBN: 90-229-3311-3
           - www.beleven.org
Foto : - Anoniem, mogelijk Pieter Hendricksz. Schut
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 00:12 7 reacties Reageer op dit bericht

De ontaarde stiefmoeder

De ontaarde stiefmoeder
- Een Estlands sprookje over een jaloerse stiefmoeder -
Een man verloor zijn vrouw en bleef alleen met twee kinderen achter. Omdat de kinderen nog piepklein waren besloot hij opnieuw een vrouw te kiezen, en trad ten tweeden male in het huwelijk. Al gauw bleek echter dat zijn nieuwe eega gevoelloos en barbaars met de kinderen omsprong, en ze meer slaag dan eten gaf, en toen zij na verloop van tijd zelf ook een paar kinderen had gekregen, hadden de twee halfwezen helemaal geen leven meer.

Het zwaarst had het jongste kind 't te verduren, omdat hij nog niet werken kon: de haatgevoelens van de boosaardige stiefmoeder richtten zich dan ook vooral op hem. Zonder aflaten zon ze op gemeenheden om het kleine jochie, dat in haar zieke brein alleen maar een hinderlijke uitvreter was, het leven zo zuur mogelijk te maken.

Op een kwade dag, toen haar man in het woud bezig was hout te kappen, werd de vrouw thuis door de duivel bezocht, die haar gretig assisteerde bij het uitbroeden van een satanisch plan. De vrouw bedacht dan ook iets afschuwelijks! Ze greep het jongste kind bij de lurven, slachtte het, sneed het in handzame stukken en begon het vlees tot een smakelijke maaltijd te bereiden.

Toen de man die avond moe gewerkt thuiskwam diste de vrouw hem het vlees van zijn eigen kind op. Haar niets vermoedende echtgenoot viel er hongerig op aan en vroeg met volle mond, smakkend van verlekkering: "Dat smaakt, zeg! Waar heb je dat heerlijke vlees vandaan? En wat heb je daar een verrukkelijk knapperige bout van gebraden!" De vrouw antwoordde bescheiden: "Ik dacht, kom, laat ik voor de verandering eens een lekker mals biggetje slachten!" De man schranste tot hij geen pap meer kon zeggen - zo goed smaakte het hem - zonder natuurlijk ook maar een moment te bevroeden dat hij het vlees van zijn eigen kind zat weg te kauwen.

Het wat oudere kind, dat alles gezien en gehoord had en dus volledig op de hoogte was van de gruwelen die hier plaatsgrepen, zat er bleek en afgetrokken bij, maar durfde geen mond open te doen tegen haar vader uit angst voor de verschrikkelijke represailles die haar stiefmoeder haar in het vooruitzicht had gesteld.

Na de maaltijd vroeg de man waar het kleine ventje was. "Die bengel is ook altijd zoek," verzuchtte de vrouw, "de duivel mag weten waar dat joch nu weer uithangt!" en naarstig begon ze het kind overal te zoeken.

Inmiddels ruimde het oudere meisje de botten van haar kleine broertje van tafel, bond ze met een touwtje bij elkaar, wikkelde er een lint omheen en begroef het afgekloven overschot onder een wilg die achter het huis stond.

Met het verstrijken der dagen begon er aan de wilg een harp te groeien, en enige tijd later weerklonk er van tussen het gebladerte een droefgeestige stem, die de harp deed klinken en klaaglijk zong:
"Mijn moeder heeft mij omgebracht, Mijn vader mij gegeten; Mijn zuster, die dit goed bedacht, Omwond mijn kaal gebeente. Een stuk blauw touw en mooi rood lint Sieren wat rest van dit mensenkind."
Keer op keer hoorde de vader dit huiveringwekkende lied, tot tenslotte een afgrijselijk vermoeden zich van hem meester maakte. Hij trommelde wat buren op, en gewapend met spaden begonnen ze een grootscheepse zoekactie onder de wilg. Ze hoefden niet lang te spitten voor ze op het trieste hoopje botten stieten, en nu dus zonneklaar was komen vast te staan dat het jochie geen natuurlijke dood was gestorven, werd de ontaarde stiefmoeder onverwijld opgeknoopt.

                                      * * * einde * * *
Bron : - "Sprookjes uit Finland en Estland" bijeengebracht door August van Löwis of Menar.
           A. W. Bruna & Zoon, Utrecht/Antwerpen, 1979. ISBN: 90-229-3311-3
           - www.beleven.org
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 00:15 11 reacties Reageer op dit bericht

De vrouw die door een duivel verslonden werd

De vrouw die door een duivel verslonden werd
- Een Japans griezelsprookje over een meisje dat alle mannen afwijst -
Lang geleden leefde er in het dorp Amoetsji in de provincie Yamato een zeer rijke familie. Hun familienaam was Kagamisoekoeri no Myatsoeko, wat ook voor een Japanner een mondvol is. Hun volwassen dochter heette kortweg Yorozoenoko, wat niet minder betekent dan 'een kind uit duizenden'.

Het meisje was niet alleen buitengewoon knap, maar ook nog maagd. Geen wonder dus dat mannen van rang en stand naar haar hand dongen, maar Yorozoenoko wees hen allen af. Of zij waren niet rijk genoeg, of er was wel iets op hun uiterlijk of hun gedrag aan te merken. De aanbidders sleten de houten trappen uit die naar de villa van de koopman voerden, maar zij keerden allemaal onverrichterzake terug. Zo verliepen er enige jaren en het begon er op te lijken dat Yorozoenoko ongetrouwd zou blijven.

Op een goede dag hield er een lange stoet stil voor het huis van de rijke koopman. Voorop reed een samoerai te paard, zo knap en fier van uiterlijk dat elk meisje op slag verliefd op hem zou worden. Achter hem volgde een aantal bedienden en drie wagens die waren volgeladen met de fijnste zijden stoffen en allerlei snuisterijen. Dit maakte ongetwijfeld indruk op Yorozoenoko's vader die zich uitsloofde om zijn gast zo goed mogelijk te ontvangen. Wat zijn dochter zelf betrof, haar hart en haar zinnen raakten volkomen van streek bij het zien van deze indrukwekkende aanbidder. Het gevolg was dat Yorozoenoko, tot grote opluchting van haar vader, haar jawoord gaf.

De edele samoerai was een voortvarend type. Nog dezelfde avond legde hij zich met zijn toekomstige bruid te ruste.

Midden in de nacht hoorden de ouders hun dochter hartverscheurend kreunen en kermen.

"Dat heeft niets te betekenen," zei de vader geruststellend tegen zijn vrouw. "Het kind heeft helemaal geen ervaring. Dat gaat allemaal wel weer over, heus, ik bezweer het je."

De ouders sloegen er verder geen acht meer op en vielen in slaap.

De volgende ochtend werden zij later dan gewoonlijk wakker, maar er was nog niets te horen in de kamer van hun dochter. De moeder klopte aan de deur, maar kreeg geen antwoord. Zij klopte nog eens en nog eens, en opende toen de deur.

Vol ontzetting deinsde zij terug. De kamer was leeg en alleen op het bed lagen een paar vingers van Yorozoenoko. Dat was alles wat er nog van haar over was...

Even later kwam een bediende vertellen dat het paard van de gast verdwenen was en dat op de plaats waar het gestaan had alleen een bos stro lag. De prachtige zijden stoffen en de andere geschenken waren in dierenbeenderen veranderd. De wagens waren stukken stinkend wrakhout geworden.

De ouders deden hun rouwkleren aan en treurden nog lang over het verlies van hun enige dochter.


                                    * * * EINDE * * *
Bron : - "Japanse sagen en verhalen" door M.A. Prick van Wely.
           Fibula-Van Dishoeck, Haarlem, 1979. ISBN: 90-228-3346-1
           - www.beleven.org
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 00:05 14 reacties Reageer op dit bericht

Hoe de tabak in de wereld kwam

Hoe de tabak in de wereld kwam
- Een Duits sprookje over de duivel en een slimme vrouw -
De duivel was de eerste in de wereld die tabak verbouwde, toen nog geen mens de naam van die plant kende. Hoe is het dan mogelijk dat nu iedereen, van kleuter tot grijsaard, weet wat het is? Dat overal bekend is wat allemaal van tabak wordt gemaakt en dat het zowel een genotmiddel als een ziekteverwekker is? Luister!

Eens kwam een boer langs een groot stuk land en zag daar de duivel bezig met het uitzetten van jonge plantjes. De boer die niet jong meer was en veel wist van de verschillende gewassen, liep naar hem toe en vroeg nieuwsgierig: "Wat ben je daar nu aan het planten, duivel?"

"Dat raad je van je levensdagen niet!" riep de duivel triomfantelijk.

"Nogal brutaal," antwoordde de boer geërgerd. "Denk je werkelijk dat jij meer weet dan ik?"

"Jazeker," zei de duivel zelfbewust, "zullen we wedden?"

De boer knikte toestemmend.

"Goed," vervolgde de duivel, "als jij binnen drie dagen de naam van deze plantjes raadt, is dit hele stuk land met alles wat erop staat jouw eigendom. Lukt het je niet, dat behoor je mij toe, met lichaam en ziel."

De boer nam de weddenschap aan. Maar onderweg naar huis zonk het hart hem in de schoenen. Treurig ging hij aan tafel zitten, maar liet de maaltijd onaangeroerd.

"Wat is er gebeurd?" vroeg zijn vrouw bezorgd.

"Ach beste," antwoordde hij triest, "het is een heel nare geschiedenis." En hij vertelde haar wat er gebeurd was.

De boerin lachte. "Vadertje, vadertje, als het anders niet is," en zij legde geruststellend haar hand op de zijne, "eet jij maar lekker op wat ik je voorgezet heb en de naam van dat plantje vertel ik je binnen drie dagen. Alles komt goed, hoor!"

De volgende dag kleedde zij zich helemaal uit en kroop spiernaakt in de teerton. Toen knipte zij het tijk van haar veren bed los, zodat de veertjes de hele vloer bedekten en rolde daarop net zolang heen en weer tot haar lichaam op dat van een grote vogel leek.

Zo liep zij naar het stuk land van de duivel, stapte langzaam tussen de rijen plantjes door en boog nu en dan het hoofd, alsof zij de blaadjes een lekker hapje vond.

Nauwelijks had de duivel haar ontdekt of hij rende zijn huis uit om de reusachtige vogel, die kennelijk een aanval op zijn kostbare planten deed, te verjagen. Hij klapte hard in zijn handen en schreeuwde: "Ksss, ksss, ellendige vogel! Wil jij wel eens van mijn tabaksplanten afblijven! Ksss, ksss!"

De vrouw had aan die paar woorden al genoeg. Zij liep zo vlug zij kon naar huis en vertelde haar man hoe dat wonderbaarlijke plantje van de duivel heette.

Het was de derde dag. De duivel wreef zich al in de handen, blij dat hij voor de zoveelste maal een mensenziel in zijn bezit kreeg.

"En, hoe heten mijn planten?" vroeg hij, toen de boer voor hem stond.

"Het is tabak," klonk het korte antwoord.

Ja, nu had de duivel de weddenschap verloren. Hij ging naar huis, zonder de ziel van de boer. Maar die had onverwacht een mooi stuk land in bezit gekregen met alle tabaksplanten. En dat was het allereerste begin van de tabaksplantages die nu op heel wat plaatsen van de wereld te vinden zijn.


                                    * * * EINDE * * *
Bron : "Er was eens... een vrouw. 34 sprookjes over bewonderenswaardige vrouwen" verzameld door Ilse Korn.
           Voor Nederland bewerkt en van een nawoord voorzien door Marijke van Raephorst.
           Kosmos, Amsterdam/Antwerpen, 1981.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 02:54 9 reacties Reageer op dit bericht

Het visioen en de soldaat

Het visioen en de soldaat
- Een verhaal met zwarte magie uit Estland -
Het was in de nacht van oud op nieuw dat een meisje, zonder dat iemand hier weet van had, een verlaten vertrekje betrad, waar ze op een tafeltje een spiegel neerzette met ter linker- en rechterzijde daarvan een kruik vuurwater. Ze bekeek de opstelling kritisch, en kwam tot de slotsom dat er niets aan mankeerde en ging vervolgens voor de spiegel zitten, waar ze met starre blik in staarde om aldus een visioen van haar toekomstige bruidegom op te roepen.

Toen haar geconcentreerde blik iets verwezens begon te krijgen, doemde daar plotseling een soldaat voor haar op, die haar met getrokken degen recht in de ogen blikte.

Het meisje schrok zich een hoedje en sprong onthutst overeind om zich uit de voeten te maken. De soldaat in de spiegel wierp haar zijn degen na, die de jurk van het meisje doorkliefde en in de zoom bleef hangen. Hierop verdween het visioen en bleef het meisje alleen met de degen achter. Ze bukte zich om het wapen uit haar jurk te trekken en verstopte de degen op een veilige plaats.

Een jaar later trouwde het meisje - hoe bestaat het even goed? - inderdaad met een afgedankte soldaat, waar ze een tijdlang gelukkig en niet zonder resultaat (ze schonk hem een zoon) mee samenleefde.

Toen, op een kwade dag, vond de soldaat, die iets aan het zoeken was, bij toeval de degen die zijn vrouw destijds verstopt had. Hij snelde naar beneden en vroeg haar met een ijzingwekkende blik in zijn ogen waar ze dat wapen vandaan had.

Aanvankelijk durfde zijn vrouw het hem niet te vertellen, maar toen hij meedogenloos bleef aandringen kwam ze tenslotte snikkend met het hele verhaal voor de draad.

Nu werd de man pas goed kwaad, en ziedend brulde hij haar toe dat het verlies van zijn degen hem zoveel kommer en kwel had bezorgd dat hij gezworen had de persoon bij wie hij zijn wapen aantrof ter plekke te zullen vermoorden. Hij trok de degen, reeg eerst zijn vrouw aan het blanke metaal, en sloeg vervolgens de hand aan zichzelf.


                                      * * * Einde * * *
Bron : "Sprookjes uit Finland en Estland" bijeengebracht door August van Löwis of Menar.
           A. W.Bruna & Zoon, Utrecht/Antwerpen, 1979. ISBN: 90-229-3311-3
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door saagje om 01:00 4 reacties Reageer op dit bericht

Meer van 'VOLKSVERHALEN'

↑ Terug naar de berichten