Naar de inhoud

Terugblikken

seniorennet.beseniorennet.be

Koen



Koen

Koen, maak je me schoen?
ja, juffouw, ik zal 't dadelijk doen
Koen, maak je 'm sterk?
ja, juffrouw, dat is mijn dagelijks werk.

Koen, is mijn schoen al klaar?
ja, juffrouw, betaalt U maar
Koen, ik heb geen geld ontvangen.
nu, dan blijft uw schoen daar hangen
want op klanten zonder geld
ben ik niet gesteld.

dag, Koen
dag, juffrouw zonder schoen.

Maneschijn



Maneschijn

Die klare, heldre maneschijn,
Wat houdt hij trouw de wacht!
Ik kruip maar achter mijn gordijn
En slaap den heelen nacht.

Kijk vrij door 't venster met uw licht,
Gij allerliefste maan!
Ik knijp maar bei mijn oogjes dicht
En laat je buiten staan.

Als morgen vroeg de zon opgaat,
Spring ik weer voor den dag;
En wensch dan, beste kameraad!
Dat je ook eens slapen mag.

J.P. Heije

Kiespijn



Kiespijn

Kleine Jantje heeft zo'n kiespijn
kleine Jantje heeft verdriet
ach, hij kan niet eens meer lachen
en hij eet óók bijna niet.

O, 't is maar een heel klein gaatje
in de zere kies van Jan
hoe is 't moog'lijk, zou je vragen,
dat hem dit zó plagen kan.

Maar straks gaat ons Jantje even
naar de tandarts met zijn moe
en die maakt dat nare gaatje
wel weer keurig netjes toe.

En als Jantje dan weer thuis is
wel, dan huilt hij héél niet meer
want dan is de kiespijn over
en... hij lacht als vroeger weer.

De bakker



De bakker

Bakker, bakker, bolleman,
Bak een broodje, als je kan;
Bak een broodje, lekker rond,
Voor mijn broertje's kleine mond.

Bakker, bakker, bolleman
Stook je vuurtje nog wat an!
Stook je vuurtje met wat hout,
Want je deeg dat is nog koud.

Haal je brood en je beschuit
Nu maar gauw den oven uit.
"Dank je baas! Nu met mijn vracht
Naar mijn broertje, die lang al wacht."

Pietje



Pietje

Pietje stond eens met zijn makker,
Bij den landman op den akker.
Toen die daar met gulle hand,
Boontjes zaaide op het vette land.

Pietje sprak: "Wat domme man,
Zeker weet hij nergens van.
Want had hij enig overleg,
Dan gooide hij geen boontjes weg."

Landman sprak nog onder 't zaaien:
"Kind na 't zaaien komt het maaien.
Ieder boontje op dit land,
Geeft er zeker naderhand,
veertig, vijftig of nog meer
In den blijde oogsttijd weer."

Pietje sloeg zijn oogjes neder
En het ventje zal nooit weder,
Bij het werk van ouderliën,
Zo bedillend nederzien.

Jarig Jetje



Jarig Jetje

Jarig Jetje zou tracteren
alle kinderen van de klas
Jetje had wat uitgekozen
waar ze zelf zo dol op was.
ulevellen bracht ze mee
ieder kreeg er minstens twee.

Maar jawel, een stroom vriendinnen
kwam ons Jetje tegemoet
met de allerbeste wensen
werd de jarige begroet
en ze vroegen, nog al glad
wat of Jet in 't zakje had.

Ulevellen ? even proeven
eentje kwam er niet op aan
nog één……. Jetje's ulevellen
gingen zoetjes naar de maan
en de klas, een gek geval
kreeg warempel niemandal !

Toosje



Toosje smulde in een hoekje

Toosje smulde in een hoekje
Van een lekker krentenkoekje
Ach, zei kleine broertje Jan
Mag ik er ook een stukje van?
Geef mij er ook een stukje van

Nee, nee, nee, riep onze Toos
En ze keek zo boos, zo boos
En ze hield het koekje vlug
Weg voor Jantje op haar rug
Weg voor Jantje op haar rug

Maar bij Toosje in het hoekje
Zat de hond en keek naar 't koekje
Koekjes luste hij zo graag
En 't kwam nu zo laag, zo laag
En 't kwam nu zo laag, zo laag

Hap, deed Bello en meteen
Liep hij met het koekje heen
Ja, dat was een naar geval
Nu had Toosje niemendal
Nu had Toosje niemendal

Voor straf



Voor straf

Ik zal je wat vertellen
van onze kleine Kee;
Die was toch zoo verdrietig,
ze huilde wel voor twee.
Ze heeft ons arm mamaatje
de ooren doof gezeurd,
Omdat ze thee wou hebben;
Maar dat is niet gebeurd!

Kee stampte met haar voetjes,
En trok een lange lip;
Aan 't neusje hing een traantje;
O, foei, wat keek ze sip!
Toen werd ze bij haar armpje
De kamer uitgezet,
En moest ze, wat een koopje,
Om zes uur al naar bed.

Tovervrouwtje



Tovervrouwtje

Tovervrouwtje, tovervrouwtje
Waar kom jij ineens vandaan?
'k Zie hier zulke vreemde dingen
'k Hoor mijn poppen liedjes zingen
'k Zie mijn beertje wand'len gaan
Is 't je toverstaf van glas
Of je hocus pocus pas?

Tovervrouwtje, tovervrouwtje
Wil je nog wat doen voor mij?
Laat mijn schaapje dan eens blaten
Leer mijn negerpopje praten
En geef moes een jurk van zij!
Met je toverstaf van glas
En je hocus pocus pas!

Moeilijke sommen



Moeilijke sommen

Eén en één is twee
Het strand ligt vlak aan zee.
Twee en acute;én is drie
Wat viel ik op m'n knie!
Drie en één is vier
De deur stond op een kier!
Vier en één is vijf
Wat staat die sneeuwman stijf!
Vijf en één is zes
De kurk is op de flesch.
Zes en één is zeven
Het hondje stond te beven.
Zeven en één is acht
Ik weet, waarom je lacht!
Acht en één is negen
Piet heeft een bok gekregen.
Negen en één is tien
Wie slaapt, die kan niet zien.

Meer van Terugblikken

↑ Terug naar de berichten