Wassend maantje
Wassend maantje
Als de zon is weggezonken,
En het avonddonker daalt,
Dan verrijst het wassend maantje,
Dat als zilv´ren sikkel praalt.
Vriend´lijk glanst het op de weide,
Op het loof van struik en boom,
En het neemt ook ras een kijkje
In de spiegelheld´re stroom
´t Ziet de paarse zwanebloemen
Statig rijzen uit het nat,
En de blanke waterlelies
Schomm´len op haar cirkelblad,
En het maantje groet de bloemen,
Die daar bloeien op de stroom,
En zij strookt ze met haar stralen,
Tot zij domm´len in de droom.

