Lief en aardig
Wees lief en wees aardig
en vrolijk gezind.
Nooit stug en boosaardig
dat maakt niet bemind.
Maar vriend,lijk en vlijtig
en tot alles bereid.
Dat ieder kan zeggen
Maartje is een flinke meid.
Lief en aardig
Wees lief en wees aardig
en vrolijk gezind.
Nooit stug en boosaardig
dat maakt niet bemind.
Maar vriend,lijk en vlijtig
en tot alles bereid.
Dat ieder kan zeggen
Maartje is een flinke meid.
Het mooiste
Het mooiste in een meisjesleven
is geen geld of overvloed
maar een goed en vrolijk hartje
en een rein en kalm gemoed.
Lieve Maartje, heb je beide
al is 't maar van ieder wat,
dan ben je vast je hele leven
vaders trots en moeders schat.
Vergeet mij niet
Ik ken een aardig bloempje
Wat ik u noemen zal
Men vindt het in de duinen
Men vindt het in de dal
Het stond zoo half verscholen
Verscholen tusschen 't riet
Het was of 't mij wou vragen
Vergeet, vergeet mij niet.
Er bloeide
Er bloeide langs de waterkant
Verborgen tussen 't riet
Een bloempje dat elkeen bemint
Het heet Vergeet-mij-niet
En als je nu die lieve bloem
Langs 't helder beekje ziet
Denk dan dat ik nu tot je spreek
En in de taal der bloemen smeek:
"Vergeet mij niet!"
Aan de beek
Aan de beek of waterkant
Waar men zelden bloemen plant
Waar men zelden bloemen ziet
Bloeit en groeit Vergeet mij niet
Kleine liefdedaden
Kleine waterdruppels
kleine korrels zand
vormen saam de trotse zee
en het mooie land
Kleine liefdedaden
woordjes teer en zacht
hebben vaak in 't kleinste huis
't grootst geluk gebracht
Zoals het bloempje
Je moet zoals het bloempje zijn
dat 's morgens blij naar boven ziet
en bidden: "God vergeet mij niet
en houd me trouw en houd me rein
oh, help me om goed en lief te zijn"
En ook weer 's avonds bidden stil
of God je nooit vergeten wil
Twee heldere oogjes
Twee heldere oogjes
Een hartje van goud
Een zuiver geweten
Zorg, dat je die houdt!
Wees goed, steeds gewillig
Gehoorzaam en blij
Dan ben je Gods lieveling
En van de mensen erbij.
Een zachte blik
Een zachte blik
een blij gelaat
Een vriendelijk woord
een goede daad
Al lijkt het weinig
wat je schenkt
Je geeft soms veel meer
dan je denkt!
Dit album is van mij
Wie in mijn album schrijft
moet zorgen dat het netjes blijft.
Dit album is van mij.
Zolang ik hoop te leven.
Maartje is mijn naam.
Al bij de doop gegeven.
xxxxxxx is de naam
Al van mijn vaderlijk stam
xxxxxxx is de plaats
waar ik ter wereld kwam
Je moeder
Lieve Maartje
Als ik in je album blader
En het versje lees van vader,
dan bekruipt mij ook de zin
In je album iets te schrijven,
dat nog lang bewaard zal blijven.
Tussen andere verzen in.
Ik heb zo'n album ook bezeten
En ik ben nog niet vergeten,
wat daarin geschreven stond.
Hoe ik eens "het huis met rozen"
zonder blikken, zonder blozen.
Het mooiste vers van alle vond.
Lieve kind de kruisjes komen
Eerder dan je wel kunt dromen
En je kunt ze niet ontgaan.
Maar wie rozen wenst te plukken
Moet zich buigen, moet zich bukken.
Neem dat van je moeder aan
Een versje
Een versje neer te schrijven
Gaat zo gemaklijk niet
Vooral niet in een album
Waar iedereen in ziet
Toch wil 'k niet achterblijven
En wensch met heel mijn hart
Dat God u steeds behoede
Voor tegenspoed en smart.
Wees bevriend
Wees bevriend met kleine dingen
Met een kleine bloem die bloeit
Met de vogeltjes die zingen
Met een vlindertje dat stoeit
Met de heldere regendroppen
Met de blijde zonneschijn
Wees bevriend met kleine dingen
En je zult gelukkig zijn
Zeg eens herder
Zeg eens herder
Zeg eens herder, waar kom jij vandaan?
Ik heb eens gekeken in een oude stal
Daar zag ik een wonder, dat ’k vertellen zal
Zeg eens herder, wat heb jij gezien?
‘k Zag er een os en ezel bij een voederbak
‘t Was er koud en donker; tocht kwam door het dak
Zeg eens herder, wat zag je nog meer?
Ja, ik zag een kindje, schreiend van kou
en daarbij stond Jozef, die ‘t warmen zou
Zeg eens herder, zag je soms nog meer?
‘k Zag dat Maria ‘t kind in de armen nam
Os en ezel keken, ook een heel klein lam
Zeg eens herder, is het lief een schoon?
Schoner dan het zonlicht, schoner dan de maan
Schoner dan de hemel waar de sterren staan
Zeg eens herder, heeft het iets gevraagd?
Ja, het vraagt om liefde; schatten vraagt het geen
Laten wij dan allen gaan tot Hem alleen
Stille nacht, heilige nacht
Stille nacht, heilige nacht
Stille Nacht, heilige nacht.
Davids Zoon, lang verwacht,
die miljoenen eens zaligen zal
werd geboren in Bethlehems stal.
Hij, der schepselen Heer
Hij, der schepselen Heer.
Hulp'loos kind, heilig kind,
dat zo trouw zondaars mint.
Ook voor mij hebt Ge Uw rijkdom ontzegt,
werd Ge in stro en in doeken gelegd.
Leer m'U danken daarvoor
Leer m'U danken daarvoor.
Stille Nacht, heilige nacht,
Heil en vree wordt gebracht,
aan een wereld, verloren in schuld.
Gods belofte wordt heerlijk vervuld.
Amen! Goden zij eer,
Amen! Goden zij eer.
Glorie gloria
Over de heuvels en stil in het dal
daar staat een kribbe, een schamele stal;
over de bergen in 't wit van de nacht,
daar werd het wonder, het wonder volbracht.
Glorie, gloria, Christus is geboren
Glorie, gloria, Halleluja!
Vorsten, zij kwamen in pracht en in praal,
purper, scharlaken en oosterse taal;
vorsten en volken zij brachten hun eer,
't Kind in de kribbe, zo lag het daar neer.
Glorie, gloria, Christus is geboren
Glorie, gloria, Halleluja!
Eng'len bezingen het lied door de nacht,
Christus geboren, de vrede gebracht!
Feest in de hemel en feest op het veld,
feest op de aarde, de mare verteld:
Glorie, gloria, Christus is geboren
Glorie, gloria, Halleluja!
Kerstklokje
Kerstklokje
Een klokje dat klingelt van verre
In tonen als zilver zo klaar
En duizenden tint’lende sterren
Die luist’ren nieuwsgierig ernaar
Wel horen ze dikwijls het luiden
Maar nooit zo lieflijk en zacht
’t Moet wel iets bijzonders beduiden
Dat kling’lende klokje vannacht
Het klingelt maar aldoor van verre
En klinkt ook de kinderen toe
Hoe tink’len hun oogjes als sterren
Zij worden ’t luist’ren niet moe
Want klinkt het zo over de landen
Zij weten wel wat het beduidt
Dan vouwen zij biddend de handen
Want, immers, het kerstklokje luidt
Advent
Advent
Er staan vier kaarsjes op een rij
te wachten op het feest.
Eén lichtje laat ons alvast zien
hoe mooi het is geweest.
Nu mogen er twee kaarsjes aan,
ons wachten wordt beloond.
Het wordt steeds lichter in de kerk,
het huis waarin God woont.
Vandaag branden drie kaarsjes,
drie vlammetjes van licht
vertellen van het Kind dat komt,
is dát geen mooi bericht?
Nu mag het vierde kaarsje aan.
Vier lichtjes laten horen:
nog een paar nachtjes slapen,
dan wordt het Kind geboren.
Sinterklaas zegt Moe
Sinterklaas zegt Moe
Sinterklaas, zegt Moe
Houdt van zoet, zegt Moe
En van knap, zegt Moe
En van goed, zegt Moe
En 'k weet vast, zegt Moe
Ben je stout, zegt Moe
Dat hij niet, zegt Moe
Van je houdt!
Weet je waar, zegt Moe
Sint op let, zegt Moe
Dat je schrijft, zegt Moe
Keurig net, zegt Moe
Lees geen fout, zegt Moe
Reken goed, zegt Moe
Dan, wie weet, zegt Moe
Wat Sint doet!
In de zak, zegt Moe
Van de Sint, zegt Moe
Zit wel wat, zegt Moe
Voor elk kind, zegt Moe
Heel veel moois, zegt Moe
Lekkers toe, zegt Moe
Maar pas op!, zegt Moe
Ook een roe!
Sinterklaas die goede heer
Sinterklaas, die goede heer
Sinterklaas, die goede heer
Komt hier alle jaren weer
Uit het land van Spanje.
Dan brengt hij ons lekk're koek
Speelgoed en een prentenboek
Appeltjes van oranje.
Piet de knecht zo zwart als roet
Met zijn struisveer op zijn hoed
Kijkt door 't vensterglaasje.
Als dan allen groot en klein
Lief en zoet naar bed toe zijn
Roept hij Sinterklaasje.
't Mandje van ons allegaar
Staat al in de kamer klaar
Met een aardig briefje.
Daar leest Sinterklaas dan in
Wat er juist is naar de zin
Van zijn hartendiefje.