28 december 1942
’s Morgens, bij het halen van de koffie bots ik op André en Robert. Zij hadden de kust van de Middellandse Zee gevolgd en werden een dag later aangehouden in Allamala (8 km beneden Figuras). Hun tocht was veel gemakkelijker geweest. Geen hulp van de Belgische ambassade.
De pakketten bestemd voor de Belg-Belgen, werden verdeeld tussen de Belgische militairen, de Belg-Canadees, die kenden ze niet.
29 december 1942
Na ondervraging door de Spanjaarden, werd ik ingedeeld in groep 3. Ik werd ondergebracht in het oud calabosso (gevangenis) en had als celgenoten Didden Jean uit Welkenraedt en Lenain uit Luik, die nadien piloot werd.
30 december 1942
Installeren ons kot met gestolen planken, afkomstig van een nieuwe barak in aanbouw.
31 december 1942
Als Canadees ontvangen we een voedselpakket, geleverd door de Engelse ambassade.
1 januari 1943
Bijna 6 maanden van huis weg en we vragen ons af of we de andere kant van het water nog zullen bereiken. Door bemiddeling van de ASA Amb. krijgen we een extra maaltijd. Iedere morgen zijn we verplicht deel te nemen aan “Saludo à la Bandera”. Ik denk aan Paula, die me op oudejaarsavond 1941 een belofte gedaan heeft, en die ook gehouden heeft.
6 januari 1943
De Fransen voortdurend in gevecht met de Polen en de Belgen. De slechte behandeling in het kamp zal een hongerstaking uitlokken. Hier ontsnappen is onmogelijk, zelfs ’s nachts zijn we streng bewaakt. Een dubbele prikkeldraad omringde het kamp. Op de omheiningmuur stonden om de 25 m wachthuisjes. De soldaten die de wacht hielden, riepen om de beurt “Alerta”, dit om mekaar wakker te houden, dat geroep duurde de gans nacht.
We hebben de best ingerichte “Cale”. Onze vriend Didden gaat regelmatig op strooptocht, zelfs op gevaar van neergeschoten te worden. Links en rechts kan hij wat hout scheef slaan, dat we met een mes in stukjes snijden, om zodoende, ons kacheltje, gemaakt van conservenblikken van brandstof te voorzien.
2 peseta’s solde ontvangen, zodat we een kleinigheid kunnen kopen in de kantine uitgebaat door Spanjaarden. De wijn deugt niet. De Polen eisen toezicht door een internationale commissie van het Rode Kruis, om de levensomstandigheden te verbeteren.
Bijlage één : vertaald verslag van H. Amouroux, geeft een idee in welke
toestand we moesten overleven.
De vele Spaanse gevangenissen, er zijn er zo’n 30, zijn dikwijls de wachtkamer voor het kamp Miranda en Miranda zullen vele ontsnapten zich herinneren.
Wanneer je na een vermoeiende en ongemakkelijke reis van zo’n 20 tot 30 uur, met geboeide handen en als enige voedsel een klein brood, bij Miranda aankomt, dan valt het op het eerste gezicht nog goed mee. De wit gekalkte barakken staan weerszijden van een met bomen omzoomde laan en het sportveld en zwembad zien er verleidelijk uit, maar dit is slechts schijn, het sportterrein is niet toegankelijk voor de gevangenen en het zwembad is … leeg. Dit alles maakt deel uit van het decor.
De barakken 30 bij 6 meter, zijn voorzien voor 120 bewoners, maar worden volgestouwd met 200 gevangenen die verdeeld worden in groepen van 4, 5 of 6 en die gelogeerd worden in kleine kamertjes, waarvan de muren uit een oud deken bestaat en waar alleen door een klein bovenlicht spaarzaam licht binnenvalt. Geen elektriciteit noch verwarming, wel vlooien en luizen en ander ongedierte. Een wasbak met 4 kranen is de enige watervoorziening en dit zorgt natuurlijk voor ellenlange rijen.
Het sanitair : als we dit woord mogen gebruiken voor een barak van 20 meter lang verdeeld in boxen zonder deuren, zullen alle gevangenen zich zeker nog herinneren. Iedere morgen werd dit gebouw door een kuisploeg van gevangenen gereinigd, maar na enkele uren vlogen er weer wolken vliegen en muggen boven het smerige mengsel van uitwerpselen vooral een bloederige diarree die een verpestende stank verspreidde.Teneinde de smerige troep te vermijden lagen in de gang stenen waarop de gevangenen konden lopen. Het was toegelaten ’s nachts de latrines te gebruiken, maar men moest er heen zonder broek aan. Je kunt denken in het pikdonker naar die smerige barak, de meeste gingen in de omgeving van de eigen barak, ervoor zorgend niet gepakt te worden door de patrouillerende soldaten.
Oorzaak van de “Miranditis “ de chronische diarree, was, het soms besmette water, de slechte kwaliteit van het voedsel en ook het volledige gebrek aan hygiëne bij de “koks” en in de “keuken”.
In een rapport van 3 oktober 1943 schrijft dokter Galtierd’Auriac, hoofdarts van het kamp samen met dokter Dépinay en enkele andere artsen die zich om de gezondheid van de gevangenen bekommeren, dat de koks medisch gekeurd moeten worden en dat de besmette personen uit de keuken moeten verwijderd worden of indien dit niet mogelijk is moeten ze preventief behandeld worden.
In 1943 gaat de controle van de ziekenzaal over naar de Franse Medische Dienst en die zorgt dat verschillende gevangen afgevoerd worden naar zogenaamde badsteden, waar ze ondergebracht worden in leegstaande hotels, de omstandigheden zijn er even erbarmelijk als in het kamp, alleen is de bewaking veel minder streng.
7 januari 1943
De rest van het kamp verklaart zich solidair om een hongerstaking aan te vangen. De Polen houden hardhandig controle en vernietigen alle voedsel dat het kamp binnenkomt. De overtocht van de Pyreneeën zit me nog in de benen. Terwijl iedereen zit aan te schuiven aan de waterkraan, zijn wij erin geslaagd de waterleiding af te tappen.
9 januari 1943
De staking gaat verder, de peroles (ketels) met eten worden door de Polen in het zand omgekeerd. De leiding van het kamp zit ermee verveeld, de opstand is reeds internationaal bekend en de hygiëne is beneden alles.
Ons toilet “Franco”, was een gat in de grond, zonder spoeling, met aan de zijkant een klein muurtje. De voorkant was open en bloot. Naarmate de dag vorderde werd de hoop uitwerpselen, groter en groter, zodat men verplicht was op de zijmuurtjes te staan, zonder zijn evenwicht te verliezen. Een aantal gevangenen vallen reeds flauw, terwijl anderen zingen om de moraal wat op te krikken. Ik krijg een paar sigaretten van mijn celgenoten.
Nieuwe berichten zijn hoopvol. De Belgen jonger dan 18 jaar of ouder dan 40 zouden vrijgelaten worden en naar Belgisch Kongo overgemaakt worden, mooi, maar nu zijn wij Canadees!
De inwoners van Miranda staan sympathiek tegenover de actie die wij ondernemen. Dit bemerken we als de trein voorbij komt, zwaaiende zakdoeken en kreten om de moed erin te houden.
De bandera is vermoeiend, we moeten blijven staan tot het aantal zieke afwezigen gekend is.
10 januari 1943
Twee Britse officieren verlaten het kamp.
De bemanning van de duikboot “Iris” mag ook vertrekken. Deze morgen was er geen bandera. We kregen een paar beschuiten. De leiding van het kamp doet zijn best om het kamp wat op te frissen voordat ze bezoek krijgen van een ambassadeur.
12 januari 1943
Vanmorgen 2 koekjes en twee tegeltjes choco gekregen.
Niet wij, maar de off. groepsleiders profiteren van de staking. Vier onder hen vertrekken.
De bijkomende barak die inderhaast opgetrokken werd, is deze nacht door de felle wind ingestort. Tegen de avond wordt de staking opgeheven. Robert was ziek en uitgeput.
De Belgische Luitenant Gautier verklaarde om 22 uur, dat de Spanjaarden de garantie gegeven hadden, dat het Rode Kruis het kamp komt bezoeken.
13 januari 1943
’s Morgens kregen we koffie met melk plus ½ brood. Didden had een middel gevonden om een stuk spek uit het “almacen” magazijn te stelen. Hij beweerde het met een pijl en boog gedaan te hebben.
15 januari 1943
De militairen en de ontsnapte krijgsgevangenen moeten zich melden en krijgen een voorkeurbehandeling. Groepsleider Bastijn verlaat het kamp. Een Jood, Frank, komt me 40 cent vragen voor een postzegel die hij me gegeven had in Lerida.
Velen vertrekken in “résidences surveillées” en zijn gelogeerd in hotels. Ik hoop maar één zaak en dat is samen met André en Robert te mogen vertrekken.
Vanavond, kroketten en brood als souper.
17 januari 1943
Handschoenen en pull ontvangen van Brits consulaat. Beter laat dan nooit.
20 januari 1943
Was corvee patat, maar heb slecht ½ dag gewerkt.
Geruchten doen de ronde dat de stad Miranda geplaagd wordt door een tyfus epidemie. Krijgen soldij en sigaretten, de Spanjaarden weten niet wat gedaan om ons tevreden te stellen.
22 januari 1943 - vrijdag
Vandaag sta ik op de lijst van de erkende Canadezen, nu en dan vertrekken er enkele. Mijn groepschef is zeer vriendelijk omdat hij water mag komen halen in ons kot.
24 januari 1943 – zondag
Voor de eerste maal Canadese solde ontvangen.
Een éénarmige Spaanse officier vraagt ons of we een goede indruk hebben van het kamp.
30 januari 1943
Lenain verlaat onze barak, het wordt iets rustiger.
Een delegatie van de Duitse ambassade, komt vrijwilligers rekruteren om tewerk gesteld te worden in Duitsland. Zonder succes; we kenden hun methoden.
2 februari 1943
Canadienne vest gekregen. Terug enkele mannen vertrokken.
We vernemen dat Stalingrad gevallen was.
5 februari 1943
Terug ingeënt tegen vlektyfus.
Lenain komt regelmatig op bezoek; Arnouts is een nieuwe vriend.
De Poolse Canadezen worden door hun groep gesteund terwijl de Belg-Canadezen moeten toezien, wat de militairen zich toe-eigenen.
Dit alles is van minder belang, als we hier maar buiten geraken!
We slapen in smerige dekens vol luizen; en het eten komt soms te laat of niet. Het groeten aan de bandera hangt ons de keel uit. Onmogelijk om een brief buiten te krijgen.
9 februari 1943
Rancho (eten) is nu goed. Ik help Robert om een bed te maken, we hebben toch planken genoeg onder het zand zitten.
12 februari 1943
Voor het eerst mooi warm weder.
14 februari 1943
Corvee patat in de steek gelaten en naar de voorbereiding van een concert gaan luisteren. Eerst zat ik achteraan maar nadien had ik een loge in het dakgebinte. Op het ritme van de muziek, zwierden de hangende benen heen en weer. De kwaliteit van het orkest was niet te onderschatten. Mooie swing-Jazz en Slavische muziek stond op het programma.
De Pool Slomesinsky komt in onze cel en vermits hij in de keuken werkt brengt hij ons soms wat extra eten.
21 februari 1943 – zondag
Spaanse autoriteiten komen het gala concert bijwonen. Van waar al die muziekinstrumenten? Een extra diner met op het menu “Riz à la Valenciennes”.
Een mooie dag, maar wat onder de grond gebeurde, staat in de volgende bijlage, vertaald uit het Frans.
Ontsnappingspoging tijdens het concert
Waren er veel ontsnappingen? Neen. Waren er veel ontsnappingspogingen? Relatief veel, maar zeer weinig slaagden, niettegenstaande alles geprobeerd werd.
Het meest gebruikt was de klassieke tunnel. Er werd in de barak een verticale put gegraven waarvan de opening onder een bed of onder de plankenvloer verborgen was. Vanuit de bodem van de verticale schacht werd een horizontale gang gegraven onder de binnenplaats, onder de muur, de rondweg, de prikkeldraad en nog een eind verder, zodat de schildwacht de mannen niet uit de tunnel zag komen. De minimum lengte was zo ongeveer 40 meter en het graven gebeurde ’s nachts. De grootste moeilijkheid was de uitgegraven grond kwijt te geraken. Dit moest zeer zorgvuldig en ongemerkt gebeuren. Toch mislukten de meeste pogingen, ofwel werden ze verraden, ofwel werden ze door de Spanjaarden ontdekt, ofwel zoals in het geval van de poging ondernomen door barak 5 , passeerde er juist een patrouille op het ogenblik dat de eerste ontsnapte zijn hoofd boven de grond stak.
Er is echter een poging die wel het vermelden waard is. De Spanjaarden bouwden een nieuwe barak, langs de kant van de keuken, tegen de afsluiting. Ik dacht dat het een nieuwe stal was voor de muildieren die in het kamp gebruikt werden, maar mijn vriend zei dat dit gebouw veel te mooi was voor deze beesten, en dat, als ik gelijk zou hebben dat het een stal was, hij mij met pruimen zou betalen. Het waren inderdaad stallen, maar mijn pruimen heb ik nooit gezien.
De werken vorderen goed de muren staan er en het dak wordt er op gelegd. Een afvaardiging van verschillende nationaliteiten gaat tot bij de kampcommandant en vraagt om op een zondagnamiddag een concert te mogen geven in de barak voor die volledig klaar is. De kampcommandant die dol is op muziek stemt toe en wil zelfs helpen om het concert in te richten. Hij levert balken en planken om een podium op te timmeren. De commandant had helemaal niet door dat het concert als dekmantel zou dienen voor een grote ontsnapping.
Daar de barak tegen de kampmuur gebouwd werd, was de te graven afstand gehalveerd, daarenboven liep het terrein buiten de muur steil af naar de Ebro en stond er een grote struik die de uitgang van de tunnel goed verborg. Het probleem voor het verspreiden van de uitgegraven grond was ook opgelost, op de werf was het niet te controleren of er grond bijkwam of verdween, daarenboven kon ook een groot gedeelte grond opgeslagen worden onder het podium.
Toegang tot de barak is natuurlijk verboden, vooral ’s nachts; maar de muziekrepetities moesten toch doorgaan, dus de graafploegen mengden zich tussen de muzikanten en zo kon er dag en nacht gegraven worden.
De grote zondag is aangebroken, de toeschouwers vullen de barak, de muzikanten betreden het podium en de kandidaat uitbrekers zitten klaar in de tunnel en onder het podium.
Tijdens het concert wordt de laatste grond verwijderd en een opening gemaakt tussen de wortels van de struik. Het concert is afgelopen, de toeschouwers en de muzikanten verlaten de barak, de Spaanse soldaten doen een laatste inspectieronde in de barak, alles lijkt te lukken, tot… een Spaanse soldaat onder het podium kijkt…. Geroep, getier, enkele geweerschoten en enkele minuten later 32 onfortuinlijke die weggevoerd worden.
23 februari 1943 – dinsdag
De eerste lessen van gymnastiek gevolgd, op de Promenade des Anglais, maar dit was niet bestemd voor beginnelingen.
Slag van de geweerkolf gekregen op mijn rug, omdat we stonden te lachen met de binnenkomende soldaten. Ze waren niet eens bekwaam van in de pas te marcheren.
Voor het eerst een jong meisje zien wandelen, buiten de omheining. Ze werd vervolgd door glinsterende ogen.
28 februari 1943
Aangetast door de tunnel ziekte, waren we reeds begonnen met het gieten van een betonnen plaat, die de ingang moest camoufleren.
Plots moesten we verhuizen naar een nieuwe barak, de plannen vielen in duigen. Zijn onze privé waterkraan kwijt.
In een Portugese krant staat dat de Duitsers plannen koesteren om Spanje te bezetten. Twee mannen lukken erin, tegen betaling en met de hulp van de cognos (scheldnaam voor de bewakers), te ontsnappen. Een derde verbergt zich onder de motorkap van een camion, die voedsel binnenbracht. Heeft hij het gehaald? Dat weten we niet.
3 maart 1943
Een kapmes en een houtzaag scheef geslagen op de bouwwerken. We kunnen terug aan het werk: “Revista” inspectie voor het opzoeken van het materiaal. Niets te vinden, wij hadden reeds veel bijgeleerd van de Spanjaarden.
Deze morgen een flinke colis ontvangen.
9 maart 1943
’s Avonds strengere bewaking, we mogen zelfs niet meer gekleed naar Franco (WC) gaan.
11 maart 1943
André is in het bezit van een brief van Vandamme, om over te maken aan Spaak en Gilson.
18 maart 1943 – donderdag
Tand gebroken op een stuk Toron (noga).
De apatriden mogen vertrekken en worden overgebracht in hotels.
Voor het eerst naar de “peleguera” (haarkapper) geweest.
21 maart 1943
De Polen vertrekken in massa, maar de chef blijft tot de laatste (op 24 maart).
Terug “Revista”; nadien desinfectie van kledij en dekens. Alles in de trommel stoppen, die onder hoge temperatuur stond. Resultaat, we hadden nog meer vlooien.
01 april 1943
Herdenking van de verovering van de stad Madrid.
Speciale maaltijd: vis - hors d’oeuvre à la Valenciennes, Vino en naranjas (appelsien).
Het eentonig leven gaat verder, geen vrijlatingen meer ; de stemming is beneden alles.
14 april 1943
De Belg-Belg en enkele Belg-Canadezen zijn reeds vertrokken. De brief geschreven naar huis (nooit aangekomen).
15 april 1943
Schoenen in herstelling gegeven bij de “Zapaterra” ; de Belgische secretaris wilde de herstelling niet betalen (Mr Kruger).
Minderjarige Belgen verlaten het kamp.
18 april 1943
Belgen denken dat ze morgen zullen vertrekken. De Brabançonne weergalmt in het kamp.
19 april 1943
Vanaf 6 uur ’s morgens staan alle Belgen rond het “Officina”.
Tegen de middag, in voorbeeldige orde, verlaten ze het kamp.
Uit het kamp zagen we een trein voorbij rijden, richting St Sebastian. Uit de ramen van de trein niets anders dan lachende gezichten en wuivende zakdoeken. Het was een treffend beeld voor zij die achter bleven.
Na de middag, met vaandel op kop, was het de beurt aan de Nederlanders. Tegen de avond waren het de echte Canadezen.
21 april 1943
Slechts 34 Joden vertrokken.
22 april 1943
Grote Bandera en de vlag halfstok, de loop van de geweren naar beneden gericht. Wat is er gaande? Het was Pasen.
27 april 1943
Rest van de Polen vertrekken. Celgenoot Slomezinsky was erbij. Morgen de beurt aan de Fransen. Slechts 2 Belgen op de lijst.
1 mei 1943 – zaterdag
Samen met de “Distinos” (uitgerust met een lang hemd) hebben we moeten defileren voor de nieuwe kampcommandant.
17 mei 1943
Mijn moreel staat laag! Mijn gedachten gaan naar al de dierbare die ik achtergelaten heb.
Een ooievaar vliegt voorbij, is dit een gunstig teken?
De krijgsverrichtingen in Afrika verlopen goed.
De Canadezen zouden vrijdag vertrekken; is het gedaan met “manana”.
Stikkend heet op de middag, pompiers met brandweerwagens komen het zand blussen. We profiteren ervan om een koude douche te nemen.
21 mei 1943
Een hevig onweer barst los over Miranda.
Vertrek voorzien voor morgen; toch weer “manana”.
22 mei 1943 – zaterdag
We lopen nerveus rond; vertrekken we nu ja of neen?
Eindelijk marcheren we naar buiten, de vrijheid tegemoet.
Bloemen gekregen van een senorita. Kregen een eetmaal aangeboden in een restaurant. Nemen afscheid van de officieren en de conos.
13 mei 1943
Met de trein komen we ’s morgens in Madrid aan. We worden in een hotel gelogeerd. We voelen ons onwennig in zo’n groot vertrek met een zacht bed (zonder vlooien). De Polen hadden de dag ervoor amok gemaakt en zelfs gevochten met de politie. We vreesden dat er tegenmaatregelen zouden genomen worden.
Rond 18 uur moeten we terug de trein op, ze willen ons hier zo spoedig mogelijk kwijt.
24 mei 1943
Rond 20 uur is Gibraltar in zicht. In de haven van Algeciras schepen we in, een klein transportschip brengt ons buiten de Spaanse territoriale wateren. De Britse oorlogsvlag wordt gehesen, we varen rechtstreeks naar de Amerikaanse hulpkruiser “Santa Rosa”, in de haven van Gibraltar. We lopen totaal verloren in deze reus. Wat een luxe, stel u voor, een WC om op te zitten! Een Belgische majoor komt ons begroeten. Van op het dek kunnen we Afrika (Suota) zien.
27 mei 1943
De Fransen die niet proper genoeg waren, moesten hun cabine verlaten en werden in het onderschip ondergebracht. Wij kregen hun cabines, met stortbad. Voor de eerste maal in mijn leven de wacht opgetrokken. Aan boord was zelfs een cinema die de laatste USA films vertoonde. Om de twee dagen kregen we een pakje sigaretten ( een stukje beter dan het stro dat we gewoon waren).
29 mei 1943
Militaire kledij gekregen, en de pas gekregen Spaanse kledij vloog, met vlooien en al, over boord. Bezoek gekregen van Generaal De Gaulle. De Belgische erewacht was te laat opgesteld, wisten wij veel wie die generaal was! We dachten als toerist de overtocht te doen, maar André moest het luchtafweerkanon bedienen. Ik woog niet genoeg om het kanon te wapenen maar mocht wel de munitie aanbrengen.
De ganse nacht worden diepzeebommen tot ontploffing gebracht. De Italianen hadden een middel gevonden om de haven binnen te dringen. Met bestuurbare torpedo’s hadden ze gewoon een binnenvarend schip gevolgd. De onderwater versperring was dan open. Het volstond de torpedo de goede richting te geven en dan zo vlug mogelijk boven water te komen. Men beweert dat ze gewoon naar de Spaanse kust gezwommen zijn.
30 mei 1943 - zondag
We verlaten Gibraltar en vormen een konvooi met 29 schepen, die al zigzag varend de Duitse duikboten ontweken. De kruissnelheid is 14.3 knots. In het ruim zitten Duitse krijgsgevangen, komende van Afrika, opgesloten.
04 juni 1943
De zeereis loopt ten einde, we worden opgevangen door destroyers met barrage ballons. Sunderland vliegtuigen sporen eventuele duikboten op. Leggen aan in Glasgow, laverend tussen mijnenvelden en rotsen. Gedurende de reis hebben we waarschijnlijk een U - boot gekelderd.
05 juni 1943
De Polen verlaten het schip.
6 juni 1943
Om 7 u is het onze beurt. Een goed georganiseerde ontvangst. We maken kennis met “a cup of tea”. Op de express trein Greennock – London is de Salvation Army aanwezig om ons eten te bezorgen.
07 juni 1943
Aankomst in London om 10 uur. Per bus door de stad, die zwaar beschadigd is. In afzondering geplaatst in “Patriotic School Bromley.
10 juni 1943
Eerste ondervraging doorstaan door de Security.
15 juni 1943
Robert vertrekt. Dit is de laatste maal dat we hem gezien hebben. Eerste bombardement van London meegemaakt.
16 juni 1943
Bromley verlaten en ontvangen op de Belgische ambassade door minister Delfosse. Ondergebracht in Hotel Ecleston.
De administratieve rompslomp kan aanvangen, van het ene bureau naar het andere. Zelfs een commandant die durft te vragen “wat komt hij hier doen”? Mijnheer wilde niet gestoord worden.
18 juni 1943
Medisch onderzoek ondergaan. Aangeduid voor de landmacht, niet aanvaard voor de RAF. Bezoek bij Minister Balthasar.
Bericht op de BBC “ de drie musketiers zijn goed aangekomen”. Mijn vader had het bericht gehoord, half gekleed en op zijn pantoffels, ging hij de vader van André Schaepdrijver verwittigen.
19 juni – zaterdag
Op de Franse ambassade het adres van mijn neef Camille Delhem gekregen. Hij zat in Noord Afrika en maakte deel uit van de divisie Leclerq. Brief naar hem geschreven.
21 juni 1943
De rest van mijn militaire kledij afgehaald.
Vertrek uit Paddington station naar Leamington-Spa. Ingedeeld in de II D Coy.
27 juni 1943-- zondag
Moest de wacht optrekken aan het cachot. Moest groeten voor een officier, maar wat met het geweer? Ik kreeg de raad van binnen op de koer te blijven, mijn dril was niet zoals het moest. Waar zou ik het geleerd hebben?