Naar de inhoud

't FRONT

1914-1918 & 1939-1945
seniorennet.beseniorennet.be
EERSTE & TWEEDE WERELDOORLOG

Archief

A Tribute to "Piper" Bill Millin

A Tribute to "Piper" Bill Millin  
14 juli 1922 - 17 augustus 2010


In vroegere tijden liepen er tijdens veldslagen in Schotland en Ierland
 altijd doedelzakspelers rond. Het doel van die pipers was
om de spirit en de moed van de manschappen op te vijzelen.

Tegen de Tweede Wereldoorlog was dat gebruik al duchtig verwaterd. Het Britse leger ontmoedigde officieel alle gebruik van doedelzakspelers,alleen in de achterhoede mocht er nog geblazen worden. Maar op D-Day, 6 juni 1944, besloot de Schot Simon Fraser, the 15th Lord Lovat, dat officiële oordeel aan zijn laars te lappen. Lord Lovat was de 25e  Chief van de Clan Fraser en hechtte veel belang aan tradities. Bovendien vond hij dat hij zijn mannen elk lichtpuntje moest gunnen, dit terwijl ze de zwaarbewapende stranden van Normandië bestormden.

En zo kwam het dat in de vroege uren van D-Day Bill Millin op het Normandische  strand, op Sword Beach, rondliep. Hij droeg de traditionele kilt en speelde op zijn bagpipes. Millin, beter bekend als Piper Bill, was de persoonlijke doedelzakspeler van Lord Lovat. Terwijl zijn kameraden rondom hem sneuvelden, liep Bill, gewapend met alleen een doedelzak, het strand op. Millin, toen een jonge snaak van 21, speelde "Hielan' Laddie".

Toen hij klaar was met "Hielan' Laddie"., vroeg Lord Lovat om een ander deuntje te spelen. "Well, wat tune would you like, Sir?" "How about The Road to the Isles?" "Would you want me to walk up and down, Sir?" "Yes, that would be nice - walk up and down." Hij kwam ongedeerd uit de strijd tevoorschijn, alleen zijn pipes kregen wat granaatscherven te verduren. Hij repareerde ze en trok mee met zijn kameraden naar Pegasus Bridge en speelde "Blue Bonnets over the Border".
Deze actie werd later verfilmd in The Longest Day (1962). Millin werd toen vertolkt door Pipe Major Leslie de Laspee, de officiële piper van de Queen Mother in 1961.

http://www.youtube.com/watch?v=B4WZwz2C72M&feature=related

http://mail.telenet.be/zimbra/mail?null=&client=advanced#1

http://www.youtube.com/watch?v=BNCFDyi9kEs&feature=related

http://www.youtube.com/watch?v=fIYGuD1ZJ0Y&feature=related

http://www.youtube.com/watch?v=xXmNhS0BLIY&feature=related

http://www.youtube.com/watch?v=R2i_Z7XPNLA&feature=related

http://www.youtube.com/watch?v=FnVK76-eACQ&feature=related

http://www.youtube.com/watch?v=KbDlrDT1CX8&feature=related

 



750230-6992fd255c8a819f7d1df45db8afba89.jpg

750230-77e9c30fe9613ad28a34f2510e889cee.jpg

750230-4e5e785c124e19c64d4ccc9100ff92a6.jpg

750230-ac1259252b6df19c66eea8cebc74f64c.jpg

750230-c1da0778df92628bda3100e4253f4731.jpg

750230-d9f7bddc2c0e4936ec03faed8515947c.jpg
Geschreven door DP om 14:09

Duitsland betaalt laatste oorlogsschuld

Duitsland betaalt laatste oorlogsschuld

Welgeteld 92 jaar na het einde van de Eerste Wereldoorlog betaalt Duitsland zijn laatste oorlogsschulden aan de geallieerden. De laatste overboeking is een achterstallige rentebetaling over de jaren 1945 tot 1952. In 1990 was afgesproken dat Duitsland nog twintig jaar de tijd kreeg voor de betaling. Eind juni stond nog een schuld van 75 miljoen euro in de boeken. De geallieerden verplichtten Duitsland in 1919 tot grote herstelbetalingen wegens de schade van de Eerste Wereldoorlog. De geallieerden hielden Duitsland geheel verantwoordelijk voor die oorlog. De laatste betaling heeft toepasselijk plaats op de nationale Dag van de Eenheid. Zondag 03-10-2010 is het precies twintig jaar geleden dat West- en Oost-Duitsland formeel samengingen .

De Eerste Wereldoorlog is 91 jaar na het Verdrag van Versailles eindelijk voorbij. De Vrede van Versailles legde Duitsland na de Eerste Wereldoorlog loodzware herstelbetalingen op van 226 miljard goudmarken. Vooral overwinnaar Frankrijk was eropuit om het machtige buurland een poot uit te draaien.

De opperbevelhebber van de geallieerden noemde het verdrag om die reden geen vrede maar een wapenstilstand voor twintig jaar. De Britse econoom John Keynes, die als delegatielid de conferentie bijwoonde, diende uit onvrede met het verdrag zelfs zijn ontslag in. Het kon in zijn ogen alleen maar leiden tot het failliet van Duitsland. Duitsland betaalde, ook toen de claim gehalveerd werd tot het huidige equivalent van euro 26 mrd, maar mondjesmaat af. Na de krach van 1929 en bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog stokten de betalingen zelfs volledig. Toen in 1953 de betalingen werden hervat, bedong de Bondsrepubliek Duitsland dat de rente over de periode 1945-1952 pas betaald zou worden bij een hereniging van de twee Duitslanden. Het Duitse gebaar van nu komt te laat om de overwinnaars van 14-18, Groot-Brittannië, Frankrijk, Verenigde Staten en Italië, financieel te laten profiteren. In de jaren tachtig werd waardepapier voor Duitse herstelbetalingen massaal gedumpt. Institutionele beleggers in deze landen geloofden niet dat het IJzeren Gordijn ooit zou worden opgetrokken. Daarom delen vooral particuliere beleggers, verzamelaars en een enkel pensioenfonds met lange adem in het Duitse feestje. Zij hebben het historische schuldpapier nu grotendeels in handen.

Geschreven door DP om 15:30

Filmpjes WO I

http://www.youtube.com/watch?v=iHIp-hyXKWc&feature=related

http://www.youtube.com/watch?v=ZCsldbh9hAY&feature=related

http://www.youtube.com/watch?v=8Hr8Jl_4eGw&feature=related

http://www.youtube.com/watch?v=TEp9zSr7XYM


http://www.youtube.com/watch?v=6JNy0ltovis&feature=related

On the Road to Passchendaele

http://www.youtube.com/watch?v=HJdh1M5PGTg&feature=related

Calling Doon The Line

http://www.youtube.com/watch?v=IrP0JqiRFe4&feature=related

In Flanders Fields

http://www.youtube.com/watch?v=3WCd3lQY0o8&feature=related

John Mccrae "Flanders Fields"

WW1 Poem Movie Animation

http://www.youtube.com/watch?v=SIBKtFfOR3I&NR=1

Geschreven door DP om 00:00

Britse militaire begraafplaatsen

Britse militaire begraafplaatsen

 

Militaire gesneuvelden begraven in individuele graven was in 1914 nog zeker geen algemene praktijk. In het verleden wierp men de gesneuvelden vaak in massagraven of stapelde men de skeletten in knekelhuizen op.

In tegenstelling tot de andere nationaliteiten opteerden de Britten er voor om geen gesneuvelden uit de Wereldoorlogen te repatriëren naar het thuisland. De Britten vormden dus in het geallieerde kamp een uitzondering.

 

In 1914 was het Britse rijk nog een heel stuk groter dan het  United Kingdom van vandaag. Sedertdien heeft niet alleen Ierland zich afgescheurd, het  bezat toen nog talrijke koloniën, protectoraten en semionafhankelijke gebieden. Uit  die vier windstreken kon het British Empire manschappen rekruteren voor de oorlog op het Europese vaste land. Het gemak en de omvang waarmee dat in het begin gebeurde was verbazend. Jonge mannen lieten zich met veel enthousiasme inlijven voor een wel bijzonder ver afgelegen conflict die zou escaleren tot een nooit gezien bloedbad. De opwelling naar  een groot avontuur zal wel de belangrijkste stimulans geweest zijn. Het speelde zich af in een tijd waarin men het gevoel had zich verschrikkelijk te vervelen naast de opwelling om het oerinstinctieve krijgerschap lijfelijk te gaan beleven. Dat de oorlog inmiddels industrieel geredigeerd werd zal nagenoeg tot geen enkele geest zijn  doorgedrongen

 

In september 1914 arriveerde Fabian Ware aan het front om ingeschakeld te worden in een Rode Kruiseenheid. Hij stelde al snel vast dat er geen georganiseerde manier van gravenregistratie bestond, en begon dan maar op eigen initiatief dergelijk systeem op poten te zetten . Al snel werd zijn werk erkend door de overheid, wat aanleiding gaf tot de oprichting van de Graves Registration Commission in 1915.

In 1917 werd de Imperial War Graves Commission opgericht, om op een blijvende manier de herinnering en zorg voor de doden in ere te houden.

Voor de aanleg van de Britse militaire begraafplaatsen deed men een beroep enkele vooraanstaande architecten. We spreken hier wel van Britse begraafplaatsen en niet zoals in de volksmond van Engelse kerkhoven want; ten eerste er liggen niet enkel Engelsen begraven maar ook Schotten, Ieren, Indiërs, Australiërs, Canadezen enz….

En ten tweede een kerkhof onderscheid zich van een begraafplaats omdat een kerkhof nu eenmaal rond een kerk ligt wat vroeger bijna altijd het geval was. Er liggen  relatief weinig  militairen op  (burger)kerkhoven. Het enige mij bekend, uitsluitend militair kerkhof, ligt rond het kerkje van Oeren nabij Alveringem maar daar liggen  Belgische militairen begraven.

Zoals gezegd werden Enkele vooraanstaande architecten aangesproken om het ontwerp en constructie van de begraafplaatsen en herdenkingsmonumenten in goede banen te leiden:

Sir Herbert Baker: ontwerper Tyne Cot Cemetery te Passendale

Sir Reginald Blomfield: o.a. ontwerper van het Cross of Sacrifice, het kruis dat op praktisch alle Commonwealth begraafplaatsen staat,  ook ontwerper van de Menenpoort.

Sir Edwin Lutyens: naast de vele riante landhuizen ontwierp hij ook de tijdloze tuinbank ( dikwijls in teak ) met golvende rugleuning, en werkte samen met de bekende tuinontwerpster Gertrude Jeckyll .

Soms wordt ook Charles Holden tot deze hoofdarchitecten van de Commissie gerekend. Deze mannen, die tot het kruim van de toenmalige ontwerpers behoorden, werden bijgestaan door vele assistant-architects en beeldhouwers met naam, zodat het niet verwonderlijk was dat de stijlkenmerken van de verschillende begraafplaatsen soms sterk verschilden.

De drie hoofdarchitecten lieten hun 'handtekening' na in het gebruik van de materialen:

·     Baker : omheiningmuur en dikwijls een overdekt toegangspoortje uit flintstones (silexkeien)

·     Blomfield : natuursteen en veel metselwerk in baksteen

·     Lutyens : rechtlijnige ontwerpen en een op elkaar stapelen van blokken

Aan de praktische uitwerking ging echter een stevige en bijwijlen geëmotioneerde publieke gedachtewisseling vooraf. Het verbod op repatriëring en het eenvormige type van grafsteen die niet in de vorm van een kruis ontworpen was waren suggesties of beslissingen die flink omstreden waren. De voorstanders van gelijkheid in de dood ,waaronder Winston Churchill, wonnen het pleidooi, en de stelregel van de uniforme steen werd weerhouden, alhoewel er toch enkele uitzonderingen voorkomen.

De voormannen van de Commissie waren zeker ook niet van de minste. Een van hen was Rudyard Kipling, bij ons bekend als de schrijver van Het Jungleboek. Hij had een zoon die officier was bij de Irish Guards en die vermist was in Noord - Frankrijk, hetgeen zijn engagement zeker kan verklaren. Het organisatietalent van de Commissie werd behoorlijk op de proef gesteld. Meer dan 500.000  grafstenen moesten aangemaakt worden . Alleen al het kappen van de gegevens in de stenen was een  enorm werk, temeer daar dit aanvankelijk handwerk was later zou dit machinaal gebeuren.

De tweede wereldoorlog droeg nog meer bij tot het belang van de dienst. In 1960 werd de term " Imperial" geschrapt, en kreeg de organisatie de huidige benaming

De Britse begraafplaatsen variëren in grootte, en liggen verspreid over heel de wereld. De Commonwealth War Graves Commission, de Britse organisatie die verantwoordelijk is voor deze begraafplaatsen, heeft deze dodenakkers tot een soort kunstvorm verheven.

Zaols al gezegd al snel na de oorlog nam men in Groot-Brittannië het besluit de gesneuvelden niet te gaan repatriëren maar hen te laten rusten op of bij de plaats waar ze gesneuveld waren. Met de betrokken landen werd afgesproken dat het grondgebied van de dodenakkers voor eeuwig ter beschikking van Groot-Brittannië kwam en dat het onderhoud voor rekening van de Britten zou komen.

Geschreven door DP om 14:27

Headstones

Headstones
De grafstenen van de geïdentificeerde dragen meestal vier regels informatie:  het stamnummer (in het korps of regiment),  de voornaam of voorletters,  de familienaam, afkorting(en) van militaire onderscheidingen, eenheid, de sterfdatum en leeftijd.  Af en toe is de sterfdatum op een grafsteen niet nauwkeurig want die was na dagenlange strijd dikwijls moeilijk te bepalen.  Ook de leeftijd wordt wel eens foutief aangeduid.

Er is ook een embleem en meestal een kruis uitgehouwen.  Het herkenningsteken verwijst naar een korps of regiment.  Zo kan je gemakkelijk zien van welk land de militair afkomstig was: uit Canada, Zuid-Afrika, Australië,  of Nieuw-Zeeland, Op de grafstenen van Indiërs en Chinezen vinden we geen herkenningsteken, maar daar kunnen we door de vreemde lettertekens de graven onderscheiden.  Af en toe vinden we in plaats van een kruis een davidster als symbool van het joodse geloof.  In die ster zien we vijf hebreeuwse letters, het is een letterwoord voor een wens: “Moge zijn ziel rusten in vrede”. Als we geen kruis en geen davidster aantreffen, dan gaat het om iemand van een ander geloof of zonder geloof.

Op naamloze graven staat een Latijns kruis tussen de woorden “A soldier of the Great War” en “Known unto God” (een ongekende soldaat).



714283-8053ea7f21e7e63cabec3d18b183c8e2.jpg

714283-bc94b30b81f8e880cc91960607991012.jpg

714283-6037759740adedb879009928f0421fc4.jpg

714283-6399ff7dd885f9aa9e3bb433e93784e6.jpg

714283-b9141df3bc94806a1a5aa5d2d6a1bde4.jpg

714283-7939e5d3a1799107dadcc8d8c1ed1e5c.jpg

714283-196b71f8ec8d6679476e47abbed10aa1.jpg

714283-3a2f22fba50fcd5d2a7610bc618be547.jpg

714283-061708ef6ec7c5ceb75ae2e30af9e5f4.jpg
Geschreven door DP om 11:49

Kenmerken van een Britse begraafplaats:

Kenmerken van een Britse begraafplaats:

Registerbox

De meeste Britse militaire begraafplaatsen hebben ook nabij de ingang een kastje met een bronzen deurtje. Daarin vinden we een 'cemetery register' met een grondplan van de begraafplaats, de geschiedenis ervan en een alfabetische lijst (met heel wat details) van de doden en met aanduiding van hun plaats op het dodenakker.
We vinden er ook een bezoekersboek waarin geïnteresseerden hun mening kunnen neerschrijven.

Cross of Sacrifice: Op elke begraafplaats van meer dan 40 graven werd een Cross of Sacrifice opgericht als een symbool van "offerbereidheid".

Stone of Remenbrance: Op grotere begraafplaatsen, in principe meer dan 1.000 graven, werd een Stone of Remenbrance geplaatst als symbool voor "vereeuwiging". Op de steen lezen we een zin uit het boek Ecclesiasticus : 'Their Name Liveth for Ever More', gekozen door Kipling.

Britse graven – headstones: Alle Britse graven zien er ongeveer hetzelfde uit dit door de eenvoud en eenvormigheid van de gebruikte steen. De grafstenen zijn ongveere 76cm hoog en 38cm breed, met een gebogen bovenvlak. Ze zijn in hoofdzaak vervaardigd in witte portland, dit was zandsteen afkomstig uit Zuid-Engeland. De Portlandgroeven zijn nu echter uitgeput en ter vervanging gebruikt men nu Botticino marmer uit Noord-Italië. Beschadigde stenen worden uiteraard vervangen door nieuwe. Op die grafstenen, headstones, staan persoonlijke en militaire gegevens, soms ook een door de nabestaanden gekozen tekst.

De headstones van geïdentificeerden dragen meestal vier regels gegevens:

·     stamnummer en soort soldaat (bv. private, gunner, …) ofwel rang (bv. captain, sergeant, …);

·     voornaam of voorletter en familienaam met eventuele afkortingen voor eervolle onderscheiding(en);

·     eenheid (korps, regiment of bataljon);

·     sterfdatum en leeftijd.

Er is ook een badge uitgehouwen in de headstone. Voor de doden van het Verenigd Koninkrijk staat er een kenteken van de eenheid, meestal van het regiment. Voor de doden van de overzeese gebieden staat er een teken van hun land. Voor Canadezen is dat een esdoornblad, voor Australiërs een insigne in de vorm van een opgaande zon, voor Nieuw-Zeelander een varentak, voor Zuid-Afrikanen een springbok, voor Newfoundlanders een kariboe. Er kan ook een embleem van een korps, regiment of bataljon uitgehouwen zijn. Meestal staat er ook een godsdienstig symbool (bv. kruis, Davidsster).

Onderaan staat gewoonlijk een grafschrift, door nabestaanden gekozen of geschreven.

Grafstenen van niet geïdentificeerde gesneuvelden dragen de tekst : 'A soldier of the Great War. Known unto God' ( soldier kan vervangen zijn door een andere militaire graad). Deze zin werd gekozen door Rudyard Kipling.

Soms liggen er onder één grafsteen ook meerdere militairen begraven.

Grafstenen voor eventuele Duitse militairen op de begraafplaats hebben een lichtjes afwijkende vorm : de plaat is iets dikker en de bovenkant was vroeger vlak, nu driehoekig.

De omgeving  werd en wordt smetteloos onderhouden door speciale teams van tuiniers. De eerste decennia bestonden deze teams vaak uit achtergebleven Britse militairen. Eigen plantenkwekerijen werden opgezet, en sommige variëteiten werden speciaal voor de dodenakkers ontwikkeld, zoals ondermeer een speciale roos. De beplanting is een heel belangrijk onderdeel in de aanleg van de Britse begraafplaatsen. De frontborders zijn smalle stroken grond vóór de headstones. Deze stroken zijn beplant met bodembedekkers die beletten dat slijkspatten de stenen zouden bekladden bij regenbuien. Ter variatie worden meestal ook rozen geplant. De backborders aan de achterzijde van de grafstenen, meestal achter iedere derde rij hebben hogere planten of heesters. De bedoeling ervan is om de monotonie van de witte grafstenen  te doorbreken.

Commonwealth War Graves Commission  (CWGC) . Het hoofdkantoor bevindt zich te Maidenhead (UK) . In de Elverdingestraat te Ieper is de zetel voor Noord-Europa . Waren de arbeiders oorspronkelijk allemaal afkomstig uit de landen van het Gemenebest, dan is dit nu verschoven naar meer lokale werkkrachten.

Naast de kwestie van de begraafplaatsen werden er ook regelingen getroffen voor de vele vermisten. Verschillende " Memorials to the Missing" werden opgetrokken. Het grootste staat in de streek van de Somme, te Thiepval (meer dan 72.000 namen). Het meest bekende in Vlaanderen is de Menenpoort (> 54.000 inscripties), maar ook op Tyne Cot staat een halfronde muur met ongeveer 35.000 namen.

Naam

Alle Britse dodenakkers kregen een naam.  Die naam verwijst veelal naar de naam die de Britse strijdkrachten aan deze plaats gaven gedurende de Eerste Wereldbrand.  Andere namen zijn officiëler bevoorbeeld: Vlamerthinge New Cemetery is gewoon de nieuwe begraafplaats in Vlamertinge, even buiten de dorpskom, aangelegd omdat de oude stampvol was. Soms herkennen we Vlaamse namen in de Britse naam: Godezonne Farm Cemetery bijvoorbeeld was een begraafplaats nabij de boerderij van Goudeseune

Geschreven door DP om 11:23

Poelcappelle British Cemetery

Poelcappelle British Cemetery

Militaire verzamelbegraafplaats WOI/WOII

Brugseweg
Poelkapelle (Langemark-Poelkapelle)
West-Vlaanderen

De Duitsers veroverden Poelkapelle op de Fransen  dit gebeurde tijdens de 'Eerste Slag bij Ieper', op 20 oktober 1914. Op 4 oktober 1917, gedurende de 'Derde Slag bij Ieper', slaagde de Britse'11th Division' er in om het dorp te heroveren. In april 1918 werd het dorp door de Britten opnieuw uit handen gegeven, dit gebeurde gedurende de terugtrekking naar Ieper toe. Belgische troepen heroverden Poelkapelle op 28 september 1918, nu  wel voorgoed.

 

Na de oorlog telde Poelkapelle meerdere Duitse militaire begraafplaatsen. Vlakbij Poelcapelle British Cemetery bevonden zich Poelcapelle East German Cemetery, door Duitsers tijdens de oorlog aangelegd, en Poelcapelle New German Cemetery, door Britse opgravingploegen na de oorlog aangelegd.

Poelcapelle British Cemetery ontstond na de oorlog in 1919, dit door de centralisatie van verspreide graven uit de omliggende slagvelden en door de ontruiming van kleine begraafplaatsen die naar hier werden overgebracht. Meer dan 80% van de doden die hier begraven zijn , konden jammerlijk niet meer geïdentificeerd worden. De overgrote meerderheid stierf in de tweede helft van 1917, vooral in oktober tijdens de Derde Slag bij Ieper. Het Poelcapelle British Cemetery is na het Tyn Cot Cemetery te Passendale en het Lijsenthoek (Remy Farm) Cemetery te Poperinge   de derde grootste begraafplaats in de Ypers Salient.

 

Enkele perken (IA, VIA, VIIA, LI en LXI) bevatten ook veel graven met doden uit 1914 en 1915. De volgende begraafplaatsen werden ontruimd en naar hier overgebracht :  

 

HOUTHULST FOREST NEW MILITARY CEMETERY (Langemark) Deze begraafplaats bevond zich langs de weg Poelkapelle-Houthulst dicht bij de zuidkant van Houthulstbos. Hier lagen een aantal Franse militairen begraven en 21 militairen en 2 vliegeniers uit het Verenigd Koninkrijk die stierven in de winter 1917-1918.

 

KEERSELAERE FRENCH CEMETERY (Sint-Juliaan) Op deze begraafplaats die door de Duitsers werd aangelegd op 800m ten W van Keerselare, lagen 29 Franse militairen, 5 Canadezen en 2 uit het Verenigd Koninkrijk die stierven in 1915.

 

PILCKEM ROAD GERMAN CEMETERY (Langemark) Deze begraafplaats lag ten ZW van de brug over de Hanebeek en bevatte 13 militairen uit het Verenigd Koninkrijk en 1 uit Canada die door de Duitsers werden begraven in de periode 1914-1917.

 

POELCAPELLE COMMUNAL CEMETERY (Poelkapelle) Het kerkhof van Poelkapelle bevatte 1 militair uit het Verenigd Koninkrijk gestorven in 1915.

 

POELCAPELLE GERMAN CEMETERY N°.2 (Poelkapelle) Deze Duitse begraafplaats lag ten ZO van het dorp en bevatte de graven van 96 militairen uit het Verenigd Koninkrijk en Canada die stierven in 1914-1915.

 

ST. JEAN CHURCHYARD (Sint-Jan) Op het kerkhof van Sint-Jan werden in 1915 44 militairen uit het Verenigd Koninkrijk begraven. De begraafplaats raakte tijdens latere gevechten volledig verwoest.

 

STADEN FRENCH MILITARY CEMETERY (Staden) Deze Franse begraafplaats bevatte de graven van 80 Franse militairen en 1 officier van de 'Royal Air Force'.  

 

VIJFWEGEN GERMAN CEMETERY N°.1 (Vijfwegen) Deze Duitse begraafplaats dicht bij de spoorweghalte bevatte de stoffelijke overschotten van 3 militairen uit het Verenigd Koninkrijk die er door de Duitsers begraven werden.

 

Poelcappelle British Cemetery werd ontworpen door Major Charles Holden als hoofdarchitect en Captain W. C. Von Berg als hulparchitect.

 

De begraafplaats heeft een vierkant grondplan, met een oppervlakte van 22586m². Het terrein is licht glooiend en in verschillende niveaus aangelegd. De begraafplaats wordt omgeven door een rode bakstenen muur, afgedekt met witte deksteen. De begraafplaats ligt lager dan het straatniveau. Via een hoog poortgebouw, opgetrokken uit rode baksteen en afgewerkt met witte natuursteen, met rondboog en een smeedijzeren hekken, kan de begraafplaats via trapjes betreden worden.

 

Bovenaan het toegangsgebouw staat 'Poelcapelle British Cemetery' te lezen, aan de zijkant '1919'. In het poortgebouw bevinden zich eveneens het registerkastje, de landplaten en de metalen CWGC-infoplaat. Een deel van dit gebouw fungeert als dienstgebouw.

Het 'Cross of sacrifice', staat bij het binnenkomen links op een speciaal daartoe aangelegd plateau. Erachter staan de 'special memorials'. Vlakbij, maar een niveau lager, staat de 'Stone of remembrance'. Deze gedenksteen staat middenin een verlaagd perk, waarvan de hoeken met cirkelvormige stenen motieven geaccentueerd zijn.

Helemaal achteraan links op de begraafplaats is er een tweede, stenen dienstgebouw met een kleine plantenkwekerij en rechts een derde, houten dienstgebouw met een afvalhoop. Centraal tegen de rechtermuur zijn 2 schuilgebouwen in rode baksteen en witte natuursteen en 2 zitbanken in witte natuursteen aangebracht.

Er bevinden zich op de begraafplaats 61 perken. Volgens het huidige register liggen er nu 7478 doden uit de Eerste Wereldoorlog en 1 dode (een Brit) uit de Tweede Wereldoorlog begraven, waarvan er 6231 doden niet meer geïdentificeerd konden worden. Voor 9 militairen, waarvan aangenomen wordt dat ze ergens onder een naamloos graf liggen, werd een 'special memorial' opgericht. Voor 27 andere doden, wiens graf na de oorlog niet meer teruggevonden kon worden, werd eveneens een 'special memorial' opgericht. Een 'duhallow block' vermeldt de begraafplaatsen waar deze vermisten oorspronkelijk begraven lagen.

Wat de doden uit WOI betreft: er liggen 1042 geïdentificeerde en 5536 niet-geïdentificeerde doden uit het Verenigd Koninkrijk, 38 geïdentificeerde en 79 niet-geïdentificeerde doden uit Australië, 116 geïdentificeerde en 420 niet-geïdentificeerde doden uit Canada, 46 geïdentificeerde en 191 niet-geïdentificeerde doden uit Nieuw-Zeeland en tenslotte 5 geïdentificeerde en 5 niet-geïdentificeerde doden uit Zuid-Afrika.

John Condon : blok 56 F8

(Patrick Condon, alias John Condon juni 1901 - bij Ieper, 24 mei 1915)

In het register van Poelkapelle British Cemetery vinden we o.a. de volgende gegevens : "Condon Pte John 6322 2nd Bn. Royal Irish Regiment 24th may 1915 Age 14 Son of John and Mary Condon of Waterford LVI F8"

Deze koele gegevens hebben betrekking op de (zogezegd) jongste Britse gesneuvelde uit de eerste wereldoorlog.

(Patrick) John Condon werd geboren op de parochie van Holy Trinity Without, in Waterford, in juni 1901. Hij was een flink gebouwde jongen, die in 1913 voor een zeventienjarige kon doorgaan. Hij engageerde zich in het 2e bataljon van het Irish Regiment, voordien de North Tipperary Light Infantery. Deze eenheid  rekruteerde op dat ogenblik enkel parttime militairen. Hij loog over zijn leeftijd en slaagde erin hen te doen geloven dat hij zestien jaar oud was toen hij dienst nam in juni 1913 en hij was nog steeds in de krijgsmacht wanneer de oorlog uitbrak in 1914.

Zijn echte voornaam was in feite Patrick, maar hij de voornaam van zijn oudere broer John aangenomen. Hij kwam in een depot in Clonmel terecht, waar hij gedurende de eerste dagen van de oorlog verbleef. Maar in april 1915 werd het bataljon in actieve dienst aangevuld en John kon het zo schikken, dat hij op de actieve lijst geraakte. Hij vertrok naar her front op dat ogenblik wist zijn familie niet dat hij Ierland verlaten had. Het 2e bataljon, het Royal Irish Regiment, was in gevechten in Sint-Juliaan en omgeving gewikkeld, wat inhield vier dagen in de vuurlinie, gevolgd door vier dagen rust.

Op 24 mei 1915 legde de Duitsers een hevige artilleriebarrage op de eerste lijn en John was tussen de tweeëntwintig man, die op die dag omkwamen. Hij verloor het leven toen zijn bataljon ten westen en noordwesten van Mouse Trap Farm de laatste Duitse gasaanval van de tweede slag om Ieper te verduren kreeg.

Precies op diezelfde dag ontdekte zijn familie, dat hij niet meer in de kazerne in Ierland was, maar naar het front vertrokken was. In een brief aan Minister-president Lloyd George onthulden ze zijn echte leeftijd met het verzoek hem naar huis te zenden. Maar de tussenkomst kwam te laat. Hij stierf op 24 mei 1915 op dertien jaar, elf maanden en twee weken. Zijn graf heeft als opschrift:6322 Private John Condon Royal Irish Regiment 24th May 1915 age 14.

Nu zijn er heel wat vraagtekens bijgekomen over de leeftijd van John Condon en als het ook wel hijzelf is die onder het grafsteen ligt in Poelkapelle. Recent historisch onderzoek doet vermoeden dat Condon denkelijk ouder was en dat hij daarenboven niet onder deze grafsteen ligt. Een mysterie die misschien ooit zal worden opgelost.

Links van John ligt Private T. Carthy (Royal Irish Rgt.) die de oudste van het regiment was (47 jaar) ...  De 10 doden in de rij van Condon zijn waarschijnlijk allen overgebracht van een begraafplaats bij Railway Wood (de gegevens kloppen althans volgens de registers van de CWGC op één na). Deze werden overgebracht in 1923 naar Poelkapelle. Condon en Carthy waren eerst begraven als onbekenden, bij de ontgraving werden ze geïdentificeerd aan de hand van hun identificatieplaatjes.

 

 

T O'SHEA:  Special memorials, de eerste rij stenen / 1ste grafsteen
2nd Bn. Royal Irish Regiment, dit is het zelfde regiment als van Condon, gestorven op 25 mei,dat is een dag na Condon, aan zijn verwondingen. Hij was krijgsgevangen genomen en oorspronkelijk door de Duitsers begraven op de burgerlijke begraafplaats van Poelkapelle.

 

 

2nd Lt. Hugh Gordon LANGTON: 2de rij Special Memorials / 3de grafsteen
Believed to be buried in this cemetery  4th Bn. London Rgt. (Royal Fusiliers)
Killed in action 26 oktober 1917 Age 32 Leerling van de professoren Secvik (Praag); Wirth (Berlijn) en Auer (Rusland) Begaafd muzikant Let op de notenbalk als grafschrift.

 

Rij graven Plot 17 Rij C : Eyre; Byrne, Lloyd, Greaves, Tilley, Bentham en Williams.  Ze moesten de begraafplaats helpen aanleggen en zorgden voor de ontgravingen.  Ze stierven op 20 oktober 1919 toen ze een vuurtje maakten op de begraafplaats om hun potje te koken, toevallig lag op die plaats een onontplofte granaat onder de grond verdoken... allen verloren hierbij het leven.

- Pte Robert Alfred Eyre (34) graf 11-  48th Coy Labour Corps
- Pte John Byrne graf 12 - 26th Bn The King's Liverpool Regiment Labour Corps
-Pte D.Lloyd graf 13- 9th Bn Welsh Regiment Labour Corps
- Corporal Arthur Greaves (38) graf 14- 48th Coy Labour Corps
-Pte B. Tilley graf 15 - lst/5th Bn Manchester Regt Labour Corps
- Pte J. Bentham graf 16- East Lancashire Regt Labour Corps
- Sapper J.L. Williams graf 17 no.3- Prov Coy Royal Engineers Labour Corps

R.E. MILLS: Age 19 Gestorven op 30 mei 1940 (meidagen WO II) Apart graf in linker verste hoek.

Drie officieren van het 2nd Bn Royal Welch Fusiliers sneuvelden in de namiddag van 26 september 1917  in het Polygoonbos. Dit gebeurde omzeggens gelijktijdig, met slechts enkele minuten tijdsverschil, major Roger Alvin Poore (47), 2nd Lt Randall Alexander Casson (23) en 2nd Lt Ernest Forbes Campbell Colquhoun (28). Zij werden naast mekaar begraven in perk LV-rij F-graf 11, 12 en 13.

De hoogste in rang die hier begraven ligt  is Lieutenant Colonel T.M. Rixon (MC - Military Cross) van 6th Bn attd 8 Bn King's Royal Rifle Corps -19 september 1917 LVIII-C-2

Lieutenant Hugh James Pattullo (20) van 28th Bde Royal Field Artillery sneuvelde op 29 september 1918 en was drager van het Belgische Ridder Kruis in de Orde van de Kroon en het Oorlogskruis met palm XXXVIII-F-11

 

2nd Lt Harold Charles Organ (28) LI-C-1 4th Bn Gloucestershire Regt
9th October 1917 Organ (orgel) had wel een voorbestemde naam, want hij was de organist van de Gloucester katedraal.

 

Rev. P. Looby, Chaplain 4th Class van Army's Chaplain's Dept is de enige legeraalmoezenier hier begraven - 26 oktober 1917 VI-E-13

 

Geschreven door DP om 09:41

Jongste frontsoldaat (14) JOHN CONDON

Jongste frontsoldaat (14) had er een broertje aan dood

JOHN CONDON IS EIGENLIJK PATRICK CONDON

  • NIEUWSBLAD dinsdag 11 september 2001
  •  
  • Auteur: Piet LESAGE

IEPER, POELKAPELLE - Recent ONDERZOEK heeft uitgewezen dat het niet John Condon is die begraven ligt op de Britse militaire begraafplaats in Poelkapelle. Meer zelfs, hij heeft nooit deelgenomen aan de Groote Oorlog . Condon ging verkeerdelijk door voor de jongste Engelse soldaat die deelnam aan Wereldoorlog I. Maar bijna zeker gebeurde er een persoonsverswisseling en was het zijn jongere broer Patrick die er sneuvelde.

ADHESE IMU (in artikel) - 2K - NIET VERWIJDEREN

Het graf van John Condon op de Britse militaire begraafplaats in Poelkapelle is een van de drukst bezochte plaatsen van de Ieperse frontstreek. Vooral scholen zoeken de plaats op waar het jongste militaire slachtoffer van de Eerste Wereldoorlog -- 14 jaar -- begraven ligt. Niets spreekt een klas 14-jarigen meer aan dan het graf van een leeftijdsgenoot. Radio 1-journalist en jeugdauteur Geert Spillebeen uit Izegem heeft vorig jaar een jeugdroman over John Condon geschreven. Hij verrichtte heel wat opzoekingen, onder meer in de Zuid-Ierse havenstad Waterford, waar Condon vandaan kwam.

Dit geromantiseerd verhaal trok de aandacht van Roger Verbeke en Dominiek Dendooven van het documentatiecentrum In Flanders Fields. Zij gingen de zaak dieper uitspitten en kwamen tot een aantal merkwaardige vaststellingen.

Dominiek Dendooven: ,,We zijn bijna zeker dat er een persoonsverwisseling heeft plaatsgevonden. John Condon was achttien jaar in 1913. Zijn jongere broer Patrick was er twaalf. Dat blijkt uit diens geboorteakte. Ze kwamen uit een heel eenvoudig arbeidersgezin, waar John meer verdiende dan Patrick. Wellicht hebben deze economische gegevens meegespeeld om tot een persoonsverwisseling over te gaan.''


Fors gebouwd
Patrick was nogal fors gebouwd, zodat het niet opviel toen hij zich als ,,John'' ging melden bij de Britse legerreserve. De echte John bleef als bottelaar in een brouwerij thuis. Zo kan het kloppen dat de vermeende ,,John'' veertien jaar was toen hij in 1915 sneuvelde, zoals trouwens op het graf vermeld staat. Hij werd eerst begraven nabij Railway Wood naast de spoorweg Ieper-Zonnebeke.

In 1923 werd zijn stoffelijk overschot ontgraven als Unknown British Soldier met nog enkele identificatiestukken waaronder een Piece of Boot (stukje laars).

Dendooven: ,,Het is aan de hand van dat stukje bottine, waarin zijn stamnummer ingestempeld stond, dat Private John Condon -- of dus eigenlijk zijn broer Patrick -- geïdentificeerd werd. Hij werd opnieuw begraven op Poelkapelle British Cemetery. Op zijn graf staat terecht als leeftijd: Age 14. Maar in feite is het dus niet John, maar Patrick die daar ligt.''


Mysterieus
85 jaar na de feiten is het erg moeilijk om alles exact te reconstrueren. Er blijven nog meer mysteries over. ,,Zo is het vreemd dat Condon eerst begraven werd nabij Railway Wood, terwijl zijn bataljon kilometers verder bij Mousetrap Farm in een gasaanval betrokken was. Een evacuatie via Railway Wood is erg onwaarschijnlijk, omdat de evacuatielijn dan evenwijdig zou gelopen hebben met de frontlijn.''

Het hele verhaal van John Condon werd onder impuls van Robert Missine van de Vrije Basisschool St.-Juliaan in een overzichtelijke educatieve website gegoten. Je vindt het op www.westhoek.be/age14

 

 

Age 14, the youngest soldier killed in the Great War?
The John Condon myth explained

 

 

http://www.google.be/imgres?imgurl=http://www.cwgc.co.uk/condon-birth-cert.jpg&imgrefurl=http://www.cwgc.co.uk/Condonevidence.htm&h=447&w=803&sz=50&tbnid=Uav7p9pO4JeR1M:&tbnh=80&tbnw=143&prev=/images%3Fq%3DJohn%2BCondon&hl=nl&usg=__xylvN5WFHokeXbP1LKBHW7OXUr4=&ei=bB2rS_zJMNGI-AaE0uiqDQ&sa=X&oi=image_result&resnum=4&ct=image&ved=0CBAQ9QEwAw

 



714128-adb6e6f26f538bdd86666d3409293467.jpg

714128-61e7124ba551bed8df61ae784b164b5f.jpg

714128-71925f4f02aa1831ae73ee77d0f2701d.jpg
Geschreven door DP om 08:52

Meer van 't FRONT

↑ Terug naar de berichten