Kerst
|
Kerst Als in een wazige spiegel van de Vlaamse auteur Ludo Noens confronteert sciëntisten met het bijzonder precair karakter van hun wereldbeeld en met de voorbarigheid van een enthousiasme dat met de zelfverheerlijking, of is het een zelfvergoddelijking, van de mens speelt. Niet zozeer omdat het werk een aantal hiaten blootlegt in die zelfverzekerde opvattingen - wat het weliswaar doet - maar eerst en vooral omdat daar de vinger wordt gelegd op een nog veel pijnlijkere wonde: het uiteindelijk fictief karakter van de criteria welke de zogenaamde realiteit moeten scheiden van de fictie. Het belichten van die flinterdunne of misschien wel geheel onbestaande, genoemde grens maakte sinds de vroegste publicaties van deze hedendaagse auteur deel uit van de kern van de betekenis van zijn werk maar in de jongste publicaties treedt de ernst van de kwestie steeds meer op de voorgrond: terwijl Noens zich er aanvankelijk op toelegde om middels niet meteen simpele literaire middelen de werkelijkheidswaarde van de fictie aan het licht te brengen, maakte hij ook werk van het aan het licht brengen van het fictief karakter van zekere 'onbetwijfelbare' realiteiten. Deze verwoording vertoont niet geheel toevallig enige verwantschap met die met betrekking tot 'the unsinkable', zoals ooit de Titanic werd genoemd, waarvan echter de noodlottige bestemming binnen de kortste keren de zeebodem bleek te zijn want een gelijkaardig zwaard van Damocles lijkt met de overpeinzingen in de genoemde literatuur boven het hoofd van steeds meer takken van de boom van de wetenschappen te hangen. Om te beginnen is er de zichzelf tot 'heilige wetenschap' verklarende theologie die het moet opnemen tegen het geschiedkundig onderzoek, de fysica en de psychologie. Tegelijk blijkt steeds vaker hoe ook historisch onderzoek vervalst wordt (denk maar aan inspanningen die nog steeds geleverd worden om de Congohistorie te verdonkeremanen) en ook de psychologie heeft haar beste tijden gehad: de haring van haar menigvuldige veroordelingen van zogenaamde 'abnormalen' bakt niet meer sinds de slachtoffers van die ronduit demoniserende praktijken op de barricaden zijn gaan staan en de dieptepsychologie alsook de psychoanalyse werden grotendeels naar het rijk der fabels verwezen. Wat betreft de laatstgenoemde discipline worden de zaakjes nu veeleer beheerd door de farmacie die op haar beurt in ongenade dreigt te vallen bij de massa nadat zij als economische topbedrijvigheid volgens velen een wat onfrisse rol speelde in een recente wereldwijde zogenaamde coronacrisis die een totalitarisme aan het licht bracht waarin menigeen de voorbode van een nieuwe wereldoorlog meende te ontwaren. In de zogenaamde 'harde' wetenschappen dan met op kop de fysica en de kosmologie, schuift de vaste grond onder de voeten van de onderzoekers weg ingevolge zich om de haverklap verversende theorieën en paradigma's waarvan de kwantummechanica niet de geringste is, naast de ooit als absolute waarheid voorgestelde speculaties over het ontstaan van het heelal. Voor een meer uitvoerige behandeling van deze kwestie, wende men zich tot het werk van Ludo Noens maar hier belangt ons een zekere paragraaf aan in zijn jongste publicatie met betrekking tot het verschijnsel van de levitatie. Die 'onmogelijkheid' wordt daar allerminst lichtzinnig behandeld: zij kadert in een positief wetenschappelijk gefundeerde situering en meer bepaald leent het boek ons de ogen (en de geest) van verschillende vooraanstaande natuurvorsers voor het beschouwen van het verschijnsel van de zwaartekracht. Maar dus ook voor het verschijnsel van de levitatie bestaan verschillende wetenschappelijk verklaringen, meer bepaald waar die het gevolg is van de werking van zekere winden, van magnetisme of van geluid (de zogenaamde ultrasone of akoestische levitatie waarmee monniken in Tibet zware stenen zouden verplaatsen) maar in het geval van heiligen zou de bevrijding van de zwaartekracht het gevolg zijn van een mystieke extase. Nu wijst onze auteur op de volgens zijn onderzoek meer dan tweehonderd geregistreerde gevallen van levitatie onder (meestal) heiligen van de katholieke kerk en onder hen bevindt zich Thomas van Aquino. Zoals enkele afbeeldingen van de geleerde van inmiddels duizend jaar geleden tonen, was Thomas nogal corpulent, wat aanleiding zou hebben gegeven tot enige hilariteit bij het ter sprake komen van de genoemde bijwerkingen van de mystieke vervoering tijdens zijn gebed. Sinds de opkomst van fotografie en film is het aantal meldingen van levitatie enigszins geslonken, wat inzake het verschijnsel lijkt te wijzen op een soort lensschuwheid maar toch blijft er een niet weg te werken residu van ernst bestaan hetwelke wordt gevoed, enerzijds door steeds vaker opduikende verklaringen binnen de wetenschappen zelf maar anderzijds ook door het bewaren van een vrome stilte in religieuze middens waarop deze 'bovennatuurlijke' zaken betrekking hebben. Het is de rol van vorsers om het onzichtbare aan het licht te brengen teneinde het ook te kunnen verklaren en op die manier werden in het verleden boze geesten vervangen door microscopisch waarneembare bacteriën, virussen of vergiften en werden aan goden en demonen toegeschreven verschijnselen verklaard met wiskundige formules. Maar toch: er is een onverklaarbare hardnekkigheid in het geloof dat miljarden mensen, onder wie vele vorsers en geleerden, ervan weerhoudt om het onverklaarbare dat nu en dan verschijnt in een wereld waarin het niet thuis lijkt te horen, zomaar af te wijzen omdat er een schijn van heiligheid mee gemoeid is. Om te beginnen is er het mysterie dat de tand des tijds helemaal geen vat blijkt te hebben op 'heilige gebeurtenissen' zoals bij uitstek het jaarlijkse kerstfeest wereldwijd, dat zich aldus in de dimensie van de onsterfelijkheid lijkt te situeren. Wetenschappelijke bevindingen smelten weg als sneeuw in de zon bij de aanblik van de kerststal waarvan niemand nog betwijfelt dat die een product is van de kinderlijke fantasie. Edoch, wetenschappelijke criteria blijken gewoon niet van toepassing op deze zaken, zoals men ook niet kan beoordelen of het goede en het schone, waar zijn. Waarom ook zou men de vliegkunst van de grote kerkvader Sint Thomas van Aquino, auteur van het Thomisme, fundament voor de katholieke theologie, in twijfel trekken als het nog veel groter mysterie van de verrijzenis de kern uitmaakt van het christelijke geloof? De beschreven getuigenissen van de eerste opstanding kunnen weliswaar worden afgedaan als historische vervalsingen of als inbeeldingen maar waaraan niet getornd kan worden is aan de hoop dat de verrijzenis alsnog een realiteit zal blijken en die hoop is gegrondvest in de liefde die geen mens kan loochenen en die de mythische Orpheus ertoe aanzette om af te dalen in de diepste krochten van de hel. (J.B., 21 december 2025) |





