van maart tot mei giet een merel
van op de nok van buurman's schuur
vanaf het vroege ochtendgloren
maar ook bij tij en ontij
zijn heldere klanken uit over onze tuin
zijn lied klinkt niet altijd even vrolijk
de blijde toon wil wel eens wegvloeien
in een droevig bitter bijrefrein
zo bekomt hij eb en vloed van vreugde
en heel regelmatig van diepe treurnis
nu hoor ik reeds een tijdje lang
in mijn woordentuin van blogs
een merel van andere pluimage
zijn gevoelens uithalmen
in klaterheldere poëzietaal
ook hier luister ik elke morgen
naar zowel bijtende pijntonen
als naar deugdoende vreugdeklank
zo is het leven lieve merel
dat weet jij maar al te goed.
dala